Wie de boeken over Maassluis van
Maarten 't Hart leest zoals Het vrome volk
en een vlucht regenwulpen
krijgt de indruk dat er in de
zestiger jaren van de vorige eeuw
spartaanse opvoedingen gewoon waren.
En bij ouderlingenbezoek
stond tegenspreken gelijk aan een
behandeling met een gloeiende pook.
Auteur I.Q , leeftijdsgenoot en
geboren Sluizer kan zich van zulke
barbaarse toestanden niets herinneren.
Hij schrijft:
Integendeel, je mocht juist alles.
Bijvoorbeeld naar de Kerk.
Je moest van vader niet naar de Kerk,
maar je mocht.
Eerst op proef.
Ouderen broers mochten naar de Kerk
maar jij moest thuisblijven.
Na lang doordrammen besloot vader je
een kans te geven.
De gedachte dat je nu iedere week meemocht
was een barre desillusie: geen sprake van.
Heel misschien over een maand.
Je moest niet, je mocht.
Je mocht ook op zaterdagavond
voor 12.00 thuis zijn.
Want dan begon voor vader de zondag.
En als een vader altijd een luisterend
oor heeft in de morgen, in de middag,
in de avond of soms in de nacht,
zou je dan zijn zondag
willen bederven door diep in de nacht
thuis te komen en vanzelfsprekend
als een slappeling de Kerkdienst
op zondagmorgen te verzaken ?
Alles mocht ,zelfs je vader
een fijne zondag bezorgen...






