Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Miranda
Creer datum:
30-01-2020 18:59:55
VOLHARDEND
Een serie over volhardend in geloof
Auteur: Miranda Creer datum: 30-01-2020 19:02:50

Asia Bibi vertelt over gevangenschap in autobiografie ”Eindelijk vrij”

Leendert de Bruin

Asia Bibi, de Pakistaanse christin die jarenlang in een dodencel zat vanwege vermeende godslastering, publiceerde woensdag haar autobiografie ”Enfin libre!” (”Eindelijk vrij”).

„Je kent mijn verhaal uit de media, misschien heb je geprobeerd jezelf in mij te verplaatsen om te begrijpen hoe ik leed”, wordt Bibi geciteerd in een persbericht waarin het boek wordt aankondigd. „Maar van mijn dagelijkse leven in de gevangenis of mijn nieuwe bestaan begrijp je weinig, en daarom vertel ik je alles in dit boek.”

De Pakistaanse christin schreef de Franstalige autobiografie samen met de Franse journaliste Anne-Isabelle Tollet. De Nederlandse vertaling ”Eindelijk vrij” verschijnt op 11 februari. Tollet, correspondent in Pakistan, zette zich intensief in voor Bibi’s vrijlating en schreef twee boeken over haar zaak.

Geloof is wat Bibi in staat heeft gesteld om haar gevangenschap vol te houden, zei Tollet woensdag tegen het Franse radionetwerk RFC. „Ze bad elke dag in haar cel, ze vertrouwde op God en ze wist dat Hij haar daar weg zou krijgen.”

Ook de bewogenheid van de internationale gemeenschap met haar lot heeft haar veel steun gegeven, aldus de journaliste. Het boek is dan ook bedoeld om alle mensen te bedanken die zich voor haar zaak hebben ingezet.

Volgens Tollet is het boek geen pleidooi voor religieuze vrijheid, maar een pleidooi tegen religieus fanatisme. „Het gaat erom te laten zien hoe religieus fanatisme mensen gek kan maken, dat ze zich niet langer realiseren dat het om een mens gaat.”

Vrijlating

Voormalig landarbeider Bibi werd in 2009 opgepakt vanwege het beledigen van de profeet Mohammed. Na een geschil met islamitische collega’s over een kopje water zou ze de vraag hebben gesteld wat Mohammed had gedaan om de mensheid te redden. Bibi heeft dat altijd ontkend. In 2010 veroordeelde de rechter haar tot de dood.

De zaak kreeg internationale aandacht. Zo won Bibi de steun van paus Franciscus en vele internationale mensenrechtenorganisaties. Ook Jan Figel, speciaal gezant godsdienstvrijheid van de Europese Unie, heeft zich ingezet voor haar vrijlating.

Het Hooggerechtshof in Islamabad vernietigde haar veroordeling in 2018 en sprak Bibi vrij. Een golf van protest ging door het land. Daarom verbleef ze na haar vrijlating enkele maanden in een ”safehouse”.

De vrijlating van Bibi ligt in Pakistan onder islamitische extremisten erg gevoelig. Bibi’s advocaat Saif-ul-Malook en drie rechters van het Pakistaanse Hooggerechtshof zijn met de dood bedreigd. Ook de vrijgelaten christin ontvangt nog steeds doodsbedreigingen. Bibi verblijft daarom op een onbekende locatie in Canada.

Woensdag werd ook vermoedelijk de eerste foto van Bibi in Canada vrijgegeven. De foto toont haar samen met de journaliste Tollet.


Reformatorisch Dagblad 30-01-20
Auteur: Reporter Creer datum: 8-02-2020 16:37:26
Kerkmuren werven niet

Conny Luchtenburg-van Cappellen

„De gemeente van de Laankerk in Rotterdam Kralingse Veer wil er ook voor de buurt zijn.”

Laten we onze kostbare tijd niet vullen met strijd over waarheden en kerkmuren. We kunnen beter verbinding met elkaar zoeken in Woord en daad en de Heere God eenvoudig gehoorzaam zijn. Bijvoorbeeld in Rotterdam.

Eens in de zoveel tijd drink ik koffie met Odette. Zij is een onkerkelijke vriendin. Vroeger had ik, naast vriendinnen van kerk en school, ook al veel ”kinderen die nergens aan deden” om mij heen. Onder aan de bekende Van Brienenoordbrug, in dat kleine Rotterdamse dorpje Kralingse Veer, woonden veel mensen die niet (meer) kerkelijk waren.

Er gingen er nog wel wat naar de Laankerk, de ”gereformeerde kerk op wieltjes”, zoals mijn familie dat noemde. En bij ons aan de overkant, in de oud gereformeerde gemeente, zaten mijn oma, twee oudtantes en nog een handjevol zoekende mensen.

De ontkerkelijking kreeg in de jaren 70 steeds meer vat op ons kleine dorp. Veel kerkelijke families vertrokken (daarom) naar verderop liggende dorpen. Daar groeiden de kerken met bijbehorende scholen, en ontstond de Biblebelt.

Hoewel we als een van de weinige kerkelijke gezinnen in Kralingse Veer achterbleven, voelden we ons er thuis. Er was acceptatie en we waren gewoon Rotterdammers onder elkaar. Een grote saamhorigheid, ondanks de verschillen.

Zo kreeg ik als kind automatisch vrienden die niet gelovig waren. De dominee preekte dat je geen wereldse vriendschappen moest aangaan. Want als God een mens bekeerde, dan ging je de wereldse begeerlijkheden haten. Zolang ik met deze vrienden omging, kon ik dus geen kind van God zijn, was mijn stille conclusie. Vaak lag ik wakker van een knagend schuldgevoel, omdat ik de Heere God n mijn Rotterdammers juist zo liefhad.

Op m’n 14e verhuisde ons gezin dan toch naar een plaats bij familie op de Biblebelt en moest ik mijn lieve vrienden achterlaten.

„Helemaal gratis”

Als mijn man en ik met onze kinderen terugkomen in onze geboorteplaats, dan genieten wij enorm. Terwijl ik mij zelf vroeger nog weleens geneerde voor mijn mentaliteit, houden onze kinderen juist van dat normale. Als ik in de metro richting Rotterdam zit, waan ik me in vroeger tijden toen eenvoudig leven heel gewoon was. Daar mocht ik van mijn ouders zijn wie zij graag wilden dat ik was: gewoon mezelf (”je eigen”). „Dat is namelijk leuk zat.”

Het koffiemoment met Odette in mijn huidige woonplaats in het midden van het land is mij daarom misschien xtra dierbaar. Ze is zonder Bijbel opgegroeid, maar had in de loop van haar leven toch een bepaald Godsbesef. Zij is mede tot geloof gekomen door een aantal gewone ontmoetingen. In een winkelcentrum kreeg zij van onze kerk een Bijbel en een kinderbijbel uitgereikt. „Ik kreeg ze helemaal gratis en het waren zulke lieve mensen”, zei ze verwonderd. Zo groeide haar geloof en ze leest nu steeds haar Bijbel en kinderbijbel.

Voor mij persoonlijk was deze werking van de Heere God in haar leven een intense bemoediging. Het bevestigde dat Hij zelf doorgaat met Zijn werk in mensenlevens en dat Hij hiervoor verschillende menselijke krachten en mogelijkheden wil gebruiken. Het bevestigde voor mij dat wij een oneindig grote God hebben, Die niet alleen keurige kerkmensen zalig maakt, maar ook vol ontferming op de door Hem geschapen wereld ziet.

Brug 010

Dat God doorgaat en mijn geboorteplaats niet losliet, bevestigt ook een inmiddels weer kleine, maar levende kerk in Rotterdam Kralingse Veer. De oud gereformeerde gemeente van mijn oma is een hersteld hervormde kerk geworden die huist in de voormalige gereformeerde Laankerk. Daar komt elke zondag een gemeente samen. Deze gemeente wil door middel van ”Brug 010” (Rotterdam heeft telefoonnetnummer 010) een kerk voor de wijk zijn.

En zo zie je overal in Rotterdam vergelijkbare initiatieven ontstaan. Zo bevestigt God des te meer dat Hij over Zijn eigen schepping waakt.

Laten we onze kostbare tijd daarom niet vullen met de strijd tussen of m onze eigen waarheden en kerkmuren. We kunnen beter verbinding met elkaar zoeken in Woord en daad en de Heere met hulp van Zijn Geest eenvoudig gehoorzaam zijn. Dan worden tekorten en schuld(gevoelens) omgezet in afhankelijkheid, bewogenheid en gedrevenheid. Dank(zij) God en God alleen.

De auteur is echtgenote en moeder en behoort tot een reformatorische kerk in het midden van het land. Dit artikel is gebaseerd op een column die zijn voorlas tijdens een jongerenavond over kerkmuren.

Reformatorisch Dagblad 7-2-20
Auteur: Reporter Creer datum: 28-10-2020 12:37:02


De kerkgang is ook een offer

Ds. T. A. Bakker, ds. M. van Reenen, ds. C. Sonnevelt, ds. A. C. Uitslag, en dr. M. Visser

Als wij blijven samenkomen, al is het afgeschaald, is dat niet schadelijk voor de samenleving, maar juist zegenrijk. Tot getuigenis van de dienst aan God. En ook tot bevordering van de dienst aan de naaste.

John McArthur roept kerken er publiekelijk en onomwonden toe op om open te blijven (RD 14-10). De oproep is eenvoudig maar opmerkelijk. Voldoende nieuwswaardig voor in een Nederlandse krant. Onder ons klinkt zo’n oproep blijkbaar maar weinig.

Dat is ook begrijpelijk. Nederland is een land van overleg. In het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (CIO) kunnen kerken vrij direct bij de advisering aan de overheid betrokken zijn. Het is waardevol dat hierdoor de verhouding tussen kerk en overheid niet te snel onder spanning staat. Iemand als P. Schalk kan hier richting de overheid begrip kweken voor kerken en richting kerken begrip voor de overheid.

Eigen doordenking

Wij delen zijn oproep aan kerken om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen (RD 14-10). Die eigen verantwoordelijkheid vraagt dan wel een eigen doordenking. In dat licht prikkelde ons de uitspraak: „De situatie vraagt van iedereen, kerkelijk of niet-kerkelijk, offers.” Dat is trouwens wel waar. Kerkmensen maken helemaal deel uit van de samenleving, en inleveren gebeurt sinds maart op tal van manieren. Bijbels gezien zijn we altijd geroepen om offers te brengen. Dat heet zelfverloochening. Die betekent dat we onze eigen verlangens ‘afschalen’ omdat er iets belangrijkers is. Omwille van ons geweten, omwille van zorg voor de naaste, omwille van Christus.

Daarom is een christen (als het goed is) ook in ‘gewone’ tijden bereid in eigen vlees te snijden, en dingen die wel fijn maar niet goed zijn na te laten. Daarom is hij bereid om zich te matigen in iets wat op zich niet verkeerd is. Daarom is hij bereid om zijn tijd te besteden aan de ander – uit zorg voor diens lichamelijke en vooral geestelijke welzijn. En daarom ook zal hij er geen moeite mee hebben om in de huidige omstandigheden solidair te zijn door bepaalde activiteiten te minderen.

Geen hobbyclub

Maar nu de hamvraag: is het minimaliseren van kerkgang ook zo’n offer? De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel Nederlanders, soms al generaties geleden, de kerkgang maximaal hebben afgeschaald. Voor een gemiddelde Nederlander is het daarom logisch dat christenen hun kerkgang laten voor wat het is: „Als wij onze hobby’s niet mogen uitoefenen, mogen jullie dat ook niet, dus stoppen met die kerkdienst.” Voor alle duidelijkheid: christenen laten in deze tijd allerlei liefhebberijen (uit principe, voorzichtigheid of solidariteit) k na. Maar voor een christen is er iets wat daar bovenuit gaat. Kerkdiensten zijn simpelweg niet op n lijn te stellen met andere activiteiten. Ook al is voor veel medelanders voetbal of lekker eten een religie, wij kunnen toch onze kerkdienst niet om die reden ook als slechts een gelijkwaardige activiteit zien? Een kerkelijke gemeente is geen hobbyclub. Bij elke kerkdienst betreden we heilige grond, als daar een heilig God zondaren wil ontmoeten.

Ergernis

Laten we het anders zeggen. Waarom gaan we naar de kerk? Jazeker, ook voor ons welzijn, maar dat is toch niet het belangrijkste. We gaan als het goed is niet allereerst voor onszelf naar de kerk, maar voor God. Daarom is de kerkgang zelf een offer. Niet een schuldoffer maar een dankoffer (Psalm 50:23, 141:2; Hebreen 13:15). Het zou inderdaad een offer zijn om de kerkgang na te laten. Maar het is in een ander opzicht een offer om die in stand te houden! Is dat geen ergernis voor velen in de samenleving? Ja, ongetwijfeld. Christus Zelf had ook met weerstand in Zijn omgeving te maken (vergelijk Hebreen 13:13). Ook in de kerkgeschiedenis was er telkens de klacht dat christenen zorgden voor onrust in de samenleving. Het is erg als dat gebeurt om onze zonden. Maar toch niet als nu de oorzaak daarvan ligt in het verlangen om God de eer te geven die Hem toekomt!

Zegenrijk

Nu kerken zich zorgvuldig houden aan protocollen van afstand, hygine en triage blijken zij (voor zover wij mensen dat kunnen zien) niet noemenswaardig bij te dragen aan de stijging van de besmettingen. Als wij dn tch, al is het afgeschaald, blijven samenkomen, is dat niet schadelijk voor de samenleving, maar juist zegenrijk. Tot getuigenis van de dienst aan God. En ook tot bevordering van de dienst aan de naaste. Onder andere omdat er in de kerk gebeden wordt voor allen, ook voor de overheid (1 Timothes 2:1-2). En omdat we hier opgeroepen worden tot zorg voor onze naaste, naar lichaam en ziel. Dit is wel reden tot eerlijk zelfonderzoek. Gaan wij inderdaad naar de kerk in een geestelijke houding? Met het oog op God en oog voor onze naaste?

Sommigen zijn jaloers op mensen die nog ergens naartoe kunnen. Laat hun maar weten dat zij ook welkom zijn in de kerk (Zach. 8:23)! Christenen zijn niet geroepen om hun plaats leeg te laten, wl om die zo nodig af te staan. Ook dat is een offer dat Christus van ons kan vragen. De Heere geve het!

De auteurs zijn predikant/voorganger in respectievelijk de Protestantse Kerk in Nederland, de Hersteld Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten.

Reformatorisch Dagblad 21-10-20
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier