Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Alex
Creer datum:
7-11-2019 18:59:36
Samenleving
Hoe is het om een vluchteling in huis te nemen ?
Auteur: Alex Creer datum: 7-11-2019 19:01:07

Nieuwe familie voor Afghaanse vluchteling

Michiel Bakker


Hij noemt haar moeder en zij ziet hem als zoon. De Afghaanse vluchteling Alireza Heydari (24) kreeg een bijzondere band met Alie Vletter (58) uit Alphen aan den Rijn. Ver weg van zijn ouders, ziet hij in haar gezin zijn nieuwe familie.

Hun eerste ontmoeting staat beiden in het geheugen gegrift. „Hallo, ik ben Alie”, zegt Vletter tegen de Afghaanse vluchteling die op een zondag in 2015 voor het eerst een dienst van de christelijke gereformeerde kerk in Alphen aan den Rijn bezoekt. De jonge Afghaan schiet in de lach en zegt: „Ik ben ook Ali.”

De komst van Alireza –kortweg Ali genoemd– naar Alphen aan den Rijn heeft een lange voorgeschiedenis. In een Barista Caf in het centrum van de stad vertelt hij dat hij als kind van Afghaanse ouders wordt geboren in Iran. De eerste jaren woont hij in Iran en Afghanistan. Hij is twaalf jaar als zijn ouders naar Turkije vluchten.

Het islamitische gezin, dat vier kinderen telt, komt via buitenlanders in aanraking met het christelijk geloof. „Mijn vader had veel pijn aan zijn arm. Op een dag heeft een christen met hem gebeden. Daarna had hij geen pijn meer. Mijn ouders zijn toen christen geworden en ik ging met hen mee naar een kleine, internationale kerk.”

De kennismaking met christenen is voor Heydari, die zich in die tijd geregeld depressief voelt, een bijzondere ervaring. „Ik zag allemaal blije mensen. Na een jaar werd ik enthousiast over de kerk. Ik fietste geregeld een uur naar de plek waar ik een Bijbelstudie kon volgen, want ik wilde meer over het christelijk geloof weten.”

Heydari komt tot geloof in de Heere Jezus en besluit zich in 2009 te laten dopen. Dit gebeurt in een geheime samenkomst van de Amerikaanse huisgemeente, waar een paar pannetjes water over zijn hoofd worden leeggegoten. „Ik was echt blij.” Tegelijk beseft hij dat het gevaarlijk kan zijn als moslims erachter komen dat hij is bekeerd tot het christendom. „Dan word je als afvallige gezien.”

De problemen blijven niet lang uit. Op allerlei manieren ondervindt Heydari, evenals andere gezinsleden, moeilijkheden. Door zijn bekering is hij in Turkije bijvoorbeeld alleen nog welkom op school om zijn examens te maken. Tijdens de lessen is hij niet gewenst. Om mede in het levensonderhoud van het gezin te kunnen voorzien, werkt hij onder meer als fietskoerier, in een supermarkt en de horeca. Overal stuit hij op hetzelfde probleem als zijn ouders. „Van de bevolking is 99 procent moslim. Als christen word je niet geaccepteerd. Ik werd subtiel en openlijk gediscrimineerd.”

In 2015 besluit hij naar Europa te vluchten. „Ik wilde studeren en aan een goede toekomst werken. Van Nederland had ik gehoord dat het een christelijk land is. Ik dacht: daar krijg ik geen problemen.” Vanuit het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel komt hij via diverse opvangcentra in Alphen aan den Rijn terecht. Het azc, ondergebracht in een voormalige gevangenis, ligt op loopafstand van de christelijke gereformeerde Opstandingskerk.

Het is een vreemde ervaring voor hem daar voor het eerst een dienst bij te wonen. „De vrouwen droegen een hoed en aan het begin van de dienst kwamen er allemaal mannen in een zwart pak binnenlopen. Er werd niet gezongen bij een gitaar, zoals in Turkije, maar iemand speelde op een orgel. Bovendien zag ik nergens een kruis. Ik dacht: misschien is dit toch geen kerk. Later begreep ik dat er in Nederland verschillende soorten kerken zijn.”

De komst van de eerste asielzoekers naar Alphen aan den Rijn zal Alie Vletter, getrouwd en moeder van drie zonen en twee dochters, niet snel vergeten. „Ik had nog nooit contact gehad met mensen uit andere culturen, mijn hart nog niet voor hen opengezet. Toen er in 2016 vlak bij de kerk een azc kwam, besefte ik dat hier een taak voor ons lag. Ik heb het in gebed bij de Heere gebracht en wilde doen wat mijn hand vond om te doen.”

Al snel komen er –soms tientallen– asielzoekers in de kerk, zowel christenen als moslims. Via Google Translate krijgen ze iets mee van de inhoud van de preek. Vletter krijgt al snel contact met een aantal Afghanen. Heydari heeft vanaf het begin een speciale plek in haar hart. „Dat kwam niet alleen doordat onze namen meteen een band schepten. Hoewel de taal lastig was voor Ali, merkte ik dat het christelijk geloof in zijn hart zat. Hij was voor mij niet alleen een Afghaanse jongen, maar ook een broeder in Christus.”

Hechte band

Geregeld komt Heydari bij het gezin Vletter, waarvan dan nog drie kinderen thuis wonen, over de vloer. „Ik merkte dat hij het als christen in het azc moeilijk had, te midden van veel moslims”, zegt Vletter. In korte tijd ontstaat er een hechte band tussen de vluchteling en haar. Al na een paar weken noemt hij haar ”mama”. „En ik beschouw hem als mijn vierde zoon”, zegt Vletter. Heydari: „Tegen Alies oudste dochter zei ik: „Ik heb altijd graag een oudere zus willen hebben.” Toen zei ze: „Ik ben jouw zus.” Het voelt echt als familie voor mij.”

De kennismaking met het Nederlandse gezinsleven is voor Heydari soms lastig. Hij kijkt er vreemd van op dat de Vletters een hond als huisdier hebben. Dat is in zijn cultuur ondenkbaar. „In Afghanistan is een hond vies, nee: meer dan vies. We hebben daar een speciaal woord voor.” Na verloop van tijd raakt hij echter gewend aan het Nederlandse huisdier. „Ik laat hem zelfs weleens uit.”

Onveilig

Na enkele maanden wordt Heydari overgeplaatst naar een azc in Goes. „Toen ik hoorde dat hij daarheen ging, heb ik enorm gehuild. Maar we bleven contact houden. Ik ging geregeld naar Goes, of we troffen elkaar ergens halverwege”, zegt Vletter.

In het Zeeuwse azc deelt Heydari een slaapruimte met zeven Afghaanse moslims. Daar krijgt hij als christen in toenemende mate problemen. Zo worden persoonlijke bezittingen gestolen uit een opengebroken kast. Een andere keer is er over al zijn spullen heen geplast. In die tijd logeert hij geregeld een weekend bij mama Alie en haar gezin. „Dan kon hij even bijkomen”, zegt ze.

Na een overplaatsing naar een ander azc voelt Heydari zich als bekeerling nog steeds erg onveilig. Om die reden slaapt hij meer dan eens buiten het opvangcentrum, op een station. Als Vletter daarachter komt, besluit ze in overleg met haar gezin hem een plek in haar huis aan te bieden. „We hadden een zolderkamer vrij. Ik had toen niet gedacht dat hij anderhalf jaar bij ons zou wonen.”

2019-10-26-rdMAG32-nieuwedamilie2-8-FC_web
beeld Sjaak Verboom
Hoewel Vletter haar woning met liefde voor de vluchteling openzet, geeft ze eerlijk aan dat er weleens fricties of spanningen zijn, bijvoorbeeld door keuzes die hij maakt. „Dan denk ik: ik zou dit niet doen, maar regel het maar. Dat heb je altijd als kinderen ouder worden.” Sommige verschillen zijn cultuurbepaald. „Rijst koken deed ik bijvoorbeeld helemaal verkeerd. Ali heeft me geleerd hoe ze dat in Afghanistan doen. Ik gebruik nu nooit meer snelkookrijst.”

Heydari merkt verschillen tussen moeders in zijn cultuur en die in Nederland. „Jouw echte moeder zorgde meer voor je”, zegt Vletter. „Zij zette altijd eten voor je klaar, hoe laat je ook thuiskwam. Ik zeg weleens: „Ik ben er vanavond niet, pak maar iets uit de vriezer.””

De band tussen Heydari en zijn ouders is altijd hecht geweest. „Ik heb twintig jaar bij hen gewoond en zag hen elke dag. Mijn moeder zat altijd op mij te wachten, ook als ik na twaalf uur ’s nachts thuiskwam. Nu heb ik mijn ouders al bijna vijf jaar niet gezien. Ik mis mijn moeder erg, wil naast haar zitten, haar voeten kussen. Voor mijn ouders was het ook heel moeilijk dat ik wegging. Mijn broer vertelde later dat mijn moeder de eerste vier maanden na mijn vertrek bijna niet at. Elke dag zette ze nog een bord voor mij op tafel.”

Speciale plek in het hart

De afstand met zijn familie is na Heydari’s vertrek uit Turkije nog groter geworden. De andere gezinsleden komen in 2016 als erkende vluchtelingen in de Verenigde Staten terecht, kort voordat Trump daar president wordt. Via telefoon en sociale media houdt Heydari contact met hen.

Als hij een verblijfsvergunning krijgt, dient Heydari bij de gemeente Alphen aan den Rijn een verzoek in om daar woonruimte te krijgen. „Na een paar weken kreeg ik een brief: „Gefeliciteerd met uw nieuwe huis.”” Vletter: „Het ging snel, te snel. Ik ben een echte moederkloek. Als mijn kinderen het huis uit gaan, huil ik heel wat af. Zo ging dat bij Ali ook. Het is een soort rouwproces.”

Heydari volgt nu een ict-opleiding aan het Hoornbeeck College. Op zondag bezoekt hij diverse (internationale) kerken in de regio, op zoek naar een gemeente waar hij zich thuis voelt. Mama Alie ontmoet hij vrijwel wekelijks. Tijdens zijn verjaardag in september eet hij samen met haar in een Afghaans restaurant in Rotterdam. Vletter: „Het was een prachtig restaurant, met zicht op de Maas. En het eten was heerlijk.”

Voor Heydari is het onmogelijk om zijn familie in de Verenigde Staten op te zoeken. „Dat heeft te maken met regels van Trump. Ik hoop mijn ouders ooit weer te kunnen zien.” Vletter gunt hem dat van harte. Hoe Heydari’s toekomst er ook uit zal zien, hij zal een speciale plek in haar hart houden. „Zelfs als hij ooit in Amerika zou gaan wonen, hoop ik met hem in contact te blijven, hoe dan ook.”

Reformatorisch Dagblad 26-10-19
Auteur: Reporter Creer datum: 10-11-2019 18:23:31
Vlag tegen abortus en euthanasie wappert maandag bij het gemeentehuis van Tholen

THOLEN - Nadat eerder een regenboogvlag en een vegavlag werden gehesen bij het gemeentehuis van Tholen wappert daar komende maandag een vlag waarmee de stichting Schreeuw om Leven aandacht vraagt voor wat ze noemt de ‘beschermwaardigheid van het leven’.

Rob Paardekam

De ‘levensvlag’ komt aan de zogeheten vijfde vlaggenmast die aan de voorzijde van het gemeentehuis staat. Die wordt door de gemeente ter beschikking gesteld aan externe organisaties om te vlaggen tijdens speciale dagen of voor specifieke thema’s. Het idee is ontstaan tijdens de discussie over ‘coming out day’. De gemeente wilde zelf de regenboogvlag niet hijsen, maar besloot wel een mast beschikbaar te tellen. Maar dan ook voor iedereen.

De Thoolse werkgroep van de stichting Schreeuw om Leven grijpt de 'week van het leven’ nu aan om een eigen vlag te hijsen. Daarmee wil ze een krachtig signaal afgeven tegen onder meer abortus en euthanasie. ‘Financile problemen of druk vanuit familie of vrienden zorgen ervoor dat zwangere vrouwen een abortus overwegen’, schrijft de organisatie in een persbericht. ‘Met als resultaat dat meer dan 30.000 ongeboren levens in de moederschoot worden gedood door een abortus.’ En over euthanasie: ‘Eenzaamheid is steeds vaker reden voor mensen om hierover na te denken. Honderden ouderen wensen hun leven te beindigen omdat de samenleving niet meer naar hen omziet.’

Schreeuw om Leven laat zaterdag 16 november ook een bus rijden naar de ‘Mars van het leven’ in Utrecht. Bij het hijsen van de vlag is maandag onder meer de Thoolse wethouder Peter Hoek aanwezig. Dat is niet ongebruikelijk. Zo was burgemeester Ger van de Velde present toen de regenboogvlag werd gehesen.

PZC 9-11-19
Auteur: Reporter Creer datum: 25-01-2020 17:28:18


Column: Recht bij de Bijbel

Mr. drs. Jaco van den Brink

21-01-2020

Recht is doorgaans niet zwart-wit en dat maakt dat je soms in de modder naar iets van rechtvaardigheid moet zoeken.  beeld ANP, Marcel van Hoorn
Recht is doorgaans niet zwart-wit en dat maakt dat je soms in de modder naar iets van rechtvaardigheid moet zoeken.  beeld ANP, Marcel van Hoorn

„Ik zweer (...) dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.” Aldus de eed die elke advocaat aflegt. Dat zoeken van rechtvaardigheid wordt in onze tijd ook nadrukkelijk verwacht: in de publieke opinie zijn ethiek, integriteit en moraal weer helemaal terug – soms compleet met een verwijzing naar de joods-christelijke traditie.

Waarin ik dan mijn rechtskennis opzoek? In de Bijbel.

Er zijn genoeg zaken waar die rechtvaardigheid er niet duimendik bovenop ligt. Heeft de gemeente terecht daar een supermarkt in de woonwijk toegestaan? Dat hangt af van de geluidsberekeningen. En mocht die basisschooldirecteur zijn leerling doorverwijzen naar speciaal onderwijs? Dat hangt af van de pedagogische adviezen. Of deze: het protestantse en het katholieke schoolbestuur wilden allebei graag die ene nieuwe schoollocatie krijgen. Mooie uitdaging: de gemeente hiervoor met gericht juridisch geweld aan mijn kant te krijgen (ik hoef in het RD niet te vertellen welke kant dat was...). Ons land is nu eenmaal aan alle kanten dichtgeregeld; ook bijvoorbeeld in het onderwijs en de zorg ligt ongeveer alles langs de meetlat van rechten en regels. Dat maakt mijn werk vaak eerder technisch boeiend dan moreel spannend.

En toch, ook bij al dit soort zaken kan alleen al de manier waarop het besluit tot stand komt als eerlijk of als oneerlijk worden ervaren.

Maar als het waar is dat het vrezen van de Heere het begin is van alle wijsheid, dan kan ik die Bijbel ook in mijn werk niet missen. En als Josafat gelijk had dat al het gericht voor Gods aangezicht gebeurt, dan heb ik niet allereerst aan de rechter verantwoording af te leggen. En als het waar is dat zich in en om ons een geestelijke strijd afspeelt tussen het rijk van Christus en dat van de zonde, zal ik mezelf in dat licht voortdurend in acht moeten nemen. Dan moet ik bijvoorbeeld bij Job antwoorden kunnen vinden op vragen over een eerlijke of oneerlijke procedure; bij Mozes op de vraag tot hoe lang je een drugsverslaafde wanbetalende huurder barmhartig moet zijn en wanneer iemand zijn schuld moet dragen, of op de vraag wanneer de strakke wet moet wijken voor de billijkheid, in een schrijnend geval; bij Ezra over het benaderen van de overheid; en bij Spreuken over de God die de harten van alle regenten neigt.

Als ik inmiddels n ding heb gezien, dan is dat hoe ongelooflijk belangrijk ”recht” voor mensen is. Zoals dat gemaakte schade wordt vergoed, dat de aannemer probeert zijn contract na te komen, dat de provincie of de inspectie niet alleen naar de papieren verordening kijkt, maar ook naar de weerbarstige werkelijkheid van het bedrijf. Of dat de creatieve maar eerlijke clint van fraude wordt vrijgesproken. Je ziet inderdaad (in het klein) hoe de „fundamenten der aarde” uit Psalm 11 gegeven zijn met alledaagse rechtvaardigheid.

Wat je ook ziet is hoe vaak twee mensen die recht tegenover elkaar staan beiden even vurig van hun gelijk overtuigd zijn. Recht is doorgaans niet zwart-wit en dat maakt dat je soms in de modder naar iets van rechtvaardigheid moet zoeken. Er zijn heel veel geschillen die ogenschijnlijk gaan over ”tekortgedaan”, maar in wezen niet meer om het lijf hebben dan dat de mensen het vertrouwen in elkaar onbedoeld verloren hebben.

Ook als er geen pasklare antwoorden zijn, nodigt Gods Woord uit tot afhankelijkheid van de wijsheid die van boven is. En voor wie toch „verongelijkt is in zijn twistzaak”, is er een troost in Klaagliederen 3: „God plaagt en bedroeft de mensen niet van harte.” Zolang de mensen advocaat en rechter zijn, zal de bede om het komend rijk van recht en vrede blijven.

De auteur is advocaat bij BVD advocaten.

Reformatorisch Dagblad 21-01-20
Auteur: Reporter Creer datum: 20-04-2020 22:46:03
Schalk (SGP): Ook kerken betrekken bij versoepeling van lockdown

Klaas van der Zwaag

Als de samenleving langzamerhand te maken krijgt met een versoepeling van de lockdown, geldt deze ook voor kerkelijke bijeenkomsten, vindt SGP-senator Peter Schalk.

Hij neemt namens vier reformatorische kerken –de Gereformeerde Gemeenten, Gereformeerde Gemeenten in Nederland, Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland en Hersteld Hervormde Kerk– wekelijks deel aan het telefonisch overleg met minister Ferd Grapperhaus. „Kerkelijke samenkomsten zijn zeer gestructureerd en de behoefte in reformatorische kerken aan een gecontroleerde beweging naar de normale diensten is zeer groot.”

Schalk kreeg twee weken geleden van de minister het verzoek om in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn als de anderhalvemetereconomie op kerkelijke samenkomsten wordt toegepast. Hij verrichte vervolgens veldwerk door kosters van vijf kerken –van 125 tot 2000 zitplaatsen– te vragen hoe zij dit praktisch gestalte kunnen geven. Schalk stelde een advies op voor de „anderhalvemeterkerkdienst”, dat hij met de gesprekspartners van het overleg met de minister van Justitie en Veiligheid die verantwoordelijk is voor de erediensten heeft gedeeld.

De vijf beheerders/kosters hebben berekeningen teruggestuurd, soms ondersteund met plattegronden, aldus Schalk maandag desgevraagd. Bij de verschillende grootte van de kerkgebouwen is de uitkomst dat tussen de 21 en 24 procent van het aantal zitplaatsen gebruikt kan worden voor een anderhalvemeterkerkdienst. „Er zal ongetwijfeld nagedacht gaan worden over op welke wijze deze percentages ingevuld mogen worden.”

Daarnaast zijn heldere voorwaarden nodig, zoals het gefaseerd uitnodigen van de kerkleden, duidelijke regels voor het binnenkomen en verlaten van het kerkgebouw, geen sociale ontmoetingen voor en na de dienst en uiteraard strenge hyginemaatregelen.

Het CIO (Interkerkelijk Contact in Overheidszaken) heeft al laten weten dat de kerken niet de eersten zouden zijn die aan de beurt zijn voor de versoepeling.

„Dat klopt, maar ik vind het mooi dat het CIO afgelopen zaterdag aan alle 31 aangesloten kerkgenootschappen gevraagd heeft om na te denken over hoe je de anderhalve meter kunt toepassen op kerkelijke samenkomsten. Je ziet ook daar dus een bezinning op de weg terug. Het CIO heeft daarbij ook oog voor de verschillen per kerkgenootschap. Voor de reformatorische kerken weegt een gecontroleerde toegankelijkheid van de kerkdienst heel zwaar. Ik heb mijn stuk ook gedeeld met de andere partners in het overleg die hun kerken en geloofsgemeenschappen vertegenwoordigen en met dezelfde vragen zitten. En uiteraard doe ik dit in nauw overleg met de deputaatschappen van de verschillende kerken. Zij zullen ook zelfstandig vanuit hun eigen kerkgenootschap reageren naar het CIO.”

Gelooft u dat er dit jaar berhaupt nog normale kerkdiensten mogelijk zijn?

„Ik kan daar echt niets over zeggen. Een gecontroleerde teruggang naar de normale situatie hangt helemaal af van de ontwikkeling van het virus. Maar we hebben in het overleg met de minister kunnen aangeven waar de pijn zit. Met name in de reformatorische kerken is de nood groot omdat kerkgang bij het gemeente-zijn behoort en er vaak sprake is van grote en goed gevulde kerken – met vele dopelingen. We hebben in de afgelopen tijd onze bestuurlijke verantwoordelijkheid genomen door gehoor te geven aan de oproep van de regering om alleen nog online diensten te beleggen. Het is redelijk dat ook kerken gebruik kunnen maken van een eventuele versoepeling van de maatregelen, zoals die voor andere sectoren in de samenleving geldt. Het wekelijkse overleg met de minister functioneert heel goed, maar de minister is, evenals de premier, heel voorzichtig met toezeggingen.”

Reformatorisch Dagblad 20-02-20
Auteur: Reporter Creer datum: 28-08-2020 16:29:51
Voor het eerst samen op vakantie

Harmke Zonnebeld

Net als elk jaar zouden Evelien Herweijer (37) en haar broer en vijf zussen als begeleiding meegaan met een week voor mensen met een beperking. Dat ging niet door. Nu gaan ze voor het eerst samen op vakantie.

Evelien, de oudste thuis, was de eerste van het stel dat betrokken raakte bij de vakantieweken, georganiseerd door de Vrouwenbond van de Gereformeerde Gemeenten. „Tijdens mijn opleiding tot leerkracht basisonderwijs verbleef ik bij een gezin waarvan de kinderen als staflid meegingen. „Dat moet je echt een keer gedaan hebben”, hoorde ik meermaals. Daarom ging ik in 2005 voor het eerst mee en zo zijn de vakantieweken ons gezin binnengekomen.”

Jannet (35), Hendrik (32) en Machteld (30) volgden in 2008 het voorbeeld van hun zus. Anja (26) deed dat in 2012 en Ingrid (28) is inmiddels ook al zes keer meegeweest. Voor Corrie (18), de jongste van het stel, zou deze zomer de eerste keer zijn. „Omdat ik inmiddels achttien ben, mocht ik eindelijk mee. Natuurlijk weet ik niet wat ik precies mis, maar ik keek er wel enorm naar uit.”

De meeste van de vijf gezinsleden zijn inmiddels kernstaflid en dragen daarmee de eindverantwoordelijkheid voor een specifieke week. „Door het coronavirus was het onzeker of de vakantieweken door zouden gaan, terwijl we eigenlijk al moesten beginnen met de voorbereidingen. Daarom werd eind april de knoop doorgehakt”, vertelt Hendrik. Toen werd besloten de vakantieweken te annuleren, begreep iedereen dat goed. Evelien: „Het is een verstandig besluit: tijdens zo’n week komen kwetsbare mensen uit het hele land bij elkaar en deze doelgroep kan geen 1,5 meter afstand tot elkaar houden. Bovendien is het voor deelnemers fijn op tijd te weten waar ze aan toe zijn.”

In juni kwamen de gezinsleden bij elkaar om de mogelijkheid van een gezamenlijke vakantie te bekijken. Iedereen was enthousiast, dus Evelien en Machteld gingen aan de slag. „Het was niet makkelijk nog een accommodatie te vinden”, vertelt Machteld. „We wilden in een specifieke week in augustus weg, maar de meeste huisjes waren al volgeboekt.” Uiteindelijk vond ze logeerhutten in Maasbommel die gezamenlijk verhuurd worden. „We hebben hier veel ruimte met een apart woon- en sanitairgedeelte. Het is een heerlijke plek.”

En zo is de eerste vakantie samen een feit. Niet elk gezinslid is mee: twee getrouwde broers blijven bij hun gezin en de ouders blijven ook thuis, in Dirksland. „Wij zijn van huis uit niet gewend op vakantie te gaan. Dat we in deze tijd toch samen weg zijn is dus extra bijzonder”, vindt Evelien. Het is ook wat onwennig, ervaart Anja. „We vroegen onszelf af: is het niet een beetje overdreven om een hele week voor onszelf te hebben?”

Nu het eenmaal zover is, genieten ze ervan. Machteld en Evelien inventariseerden van tevoren ieders wensen en maakten een planning met daarop onder meer een bezoek aan het marechausseemuseum, een stadswandeling in Buren en een middagje varen op de plassen van recreatiegebied De Gouden Ham. Elke avond kookt iemand anders en tussen de uitjes door is er vrije tijd. „Zoveel tijd voor jezelf zijn we niet gewend”, merkt Evelien op. „Tijdens de vakantieweken zijn we altijd druk bezig voor anderen. Nu kunnen we ineens puzzels maken, lezen en spelletjes doen.”

Na de maaltijd zingen de broer en zussen een psalm, net als tijdens de vakantieweken. Ingrid nam speciaal haar draagbare orgel mee, waar ook Hendrik graag op speelt. Hoewel het al even geleden is dat iedereen nog in het ouderlijk huis woonde, verloopt de week onderling soepel. „Even opruimen en iets meenemen als je naar de keuken loopt, dat zijn voor ons vanzelfsprekende dingen”, vertelt Corrie.

Al met al vindt iedereen het heerlijk om samen weg te zijn. „We kregen allemaal op onze eigen manier te maken met het coronavirus. Het is daarom extra fijn even afstand te nemen van ons dagelijks leven”, vertelt Evelien. Ingrid: „Elke dag gaat een aantal foto’s via WhatsApp naar het ouderlijk huis, zodat onze ouders vanuit Dirksland kunnen meegenieten van onze vakantie.”

Reformatorisch Dagblad 24-08-20
Auteur: Reporter Creer datum: 5-09-2020 15:32:20

Een half jaar corona: Zeeuwen blikken terug op ‘een onwerkelijke tijd’

Dit weekend is het een half jaar geleden dat in Zeeland voor het eerst corona werd vastgesteld. Twee dagen later overleed de eerste Nederlander aan de gevolgen van het nieuwe virus. Met een Zeeuwse nabestaande, slachtoffer, huisarts, intensivist en GGD-directeur kijken we terug op de eerste coronagolf.

Mario Wisse 05-09-20, 09:00 Laatste update: 09:37



Nicole Weemaes uit Hulst verloor haar moeder Marie-Louise aan de gevolgen van corona

,,Het is onwerkelijk wat er is gebeurd. Onze moeder – we zijn met drie kinderen - was 84 maar nog hartstikke fit en sterk. Elke dag fietste ze zeker vijftig kilometer en ze ging nog met vriendinnen op vakantie naar Oostenrijk, waarbij mijn moeder alles regelde en zelf reed. Wij waren er dan ook van overtuigd dat ze 94 zou worden.”

,,Eind maart voelde ze zich niet lekker; ze was verkouden, had hoofdpijn en verloor haar smaak. Van dat laatste was toen nog niet bekend dat het een symptoom was. ‘Dan moet je binnenblijven’, zeiden wij meteen. Het vervelende is dat ik sinds een jaar hartpatint ben, dus ik mocht haar niet meer bezoeken. Behoorlijke koorts kreeg ze. Ondertussen was haar urine al gecheckt bij de huisarts en kreeg ze een antibioticakuur omdat er aan een blaasontsteking werd gedacht. Er kwam iemand langs van de huisartsenpraktijk. ‘We denken niet dat het corona is’, zei die. ‘Ze moet gewoon die kuur afmaken, zes paracetamol per dag nemen en dan kijken we het nog even aan’.”

,,Mijn moeder werd steeds slechter. Opnieuw kwam er iemand van de HAP bij haar langs, en die constateerde opnieuw geen corona. Er werd overigens niet getest, beide keren niet. ‘Neem nog maar een extra paracetamol’, was de boodschap. Terwijl wij dachten: waarom nemen ze haar nu niet op in het ziekenhuis? Maar ondertussen dacht ik: die dokter zal het wel weten. Maar mijn moeder werd ng slechter, dus ik belde opnieuw met de huisartsenpraktijk en zei: er moet n iemand komen. Dat was ’s ochtends voor negenen, maar om twaalf uur waren ze er nog niet. Toen ze er eindelijk waren, bleek dat mijn moeder corona had en ging ze naar het ziekenhuis. Woedend was ik.”

,,Mijn moeder heeft in het ziekenhuis nog een paar dagen gestreden. Vanwege haar leeftijd had ze vooraf aangegeven dat ze niet naar de ic wilde. Op 4 april is ze gestorven. Alleen mijn zus mocht erbij zijn. Mijn broer, die op Bonaire woont, en ik hebben afscheid moeten nemen via FaceTime. Een slechte film was het. Haar crematie vond uiteraard plaats in kleine kring. Het was vreselijk verdrietig, maar ook heel mooi en intens. De uitvaartonderneming zorgde voor een livestream, zodat ook mijn broer er een beetje bij was.”

Chris Teunissen, internist-intensivist bij het Adrz in Goes


,,De geluiden uit Itali en de piek in Brabant maakten ons bezorgd. Hoe gingen we dat in vredesnaam in Zeeland bolwerken? Door met zijn allen hard te werken en met hulp van alle kanten – verpleegkundigen, assistenten en medisch specialisten van allerlei afdelingen sprongen bij – boksten we het voor elkaar. De aanpak was per regio verschillend. In Zeeland waren we terughoudend met behandelingen waarvan nog niet duidelijk was of ze cht werkten. Zo kozen we ervoor om onze coronapatinten niet met chloroquine te behandelen. Achteraf natuurlijk makkelijk praten, maar inmiddels blijkt ook dat het middel niets doet, maar wel risico’s met zich meebrengt qua bijwerkingen en interacties met andere medicijnen.”

,,Op de ic krijgen veel patinten slaapmiddelen, dus verpleegkundigen en artsen communiceren normaal gesproken vooral met de familie. Nu was die familie er noodgedwongen niet. Wij moesten mensen dus aan de telefoon uitleggen hoe het met hun dierbaren ging. Vrij snel schaften we wel iPads aan, zodat we konden facetimen en familie en geliefden een beetje konden zien hoe het eraan toe ging. Dat hielp. Maar het is heel anders dan het normale menselijk contact. Helaas is het voorgekomen dat mensen die vrij plotseling overleden, alleen waren. Dat is heel triest natuurlijk.”

,,In de loop der jaren ontwikkel je in mijn vak een klinische blik. Dat betekent dat je op basis van een aantal dingen inschat hoe ziek iemand is. Die blik liet ons tijdens die eerste coronagolf voor een groot deel in de steek. We moesten hem bijvijlen om de coronapatinten goed te kunnen inschatten. De meeste mensen die weinig zuurstof krijgen omdat ze een longprobleem hebben, praten bijvoorbeeld niet zoveel meer. Ze snakken naar adem en liggen stil in bed. Coronapatinten hadden vaak nog heel veel praatjes, terwijl ze op dat moment heel weinig zuurstof in hun bloed hadden. Ik herinner me een patint die op de rand van zijn bed met zijn telefoon nog berichtjes aan het sturen was, terwijl ik op basis van een aantal waarden wist dat hij mee moest naar de intensive care. Een paar uur later lag hij onder narcose aan de beademing. Daar hebben we veel van geleerd.”

Joke Gaemers, directeur Publieke Gezondheid bij de GGD Zeeland


,,Ik maakte me ongerust over de ziekenhuiscapaciteit. In Zeeland hebben we maar twee ziekenhuizen. En die in Brabant en in de regio Rotterdam-Rijnmond – onze uitvalbases - liepen vol. Waar moesten de Zeeuwse coronapatinten heen als de ic’s hier vol zouden liggen? De Veiligheidsregio Zeeland besloot toen het toerisme even wat buiten de deur te houden. Landelijk werd besloten om patinten te gaan spreiden. Dat haalde de druk van de ketel.”

,,Wanneer ik terugdenk aan die eerste weken, denk ik in de eerste plaats aan het persoonlijke leed. Het effect op families en zorgpersoneel. Professioneel denk ik vooral aan de snelheid waarmee zo’n virus zich verspreidt, en de snelheid waarin je je werk moet doen en beslissingen moet nemen. Ik vond het mooi om te zien hoe snel de GGD Zeeland in een crisisorganisatie veranderde. Infectieziekten bestrijden is iets wat wij natuurlijk altijd al doen, maar dan op kleinere schaal. Daar hoort de burger eigenlijk nooit wat van. De omvang van de coronacrisis maakte dat allemaal anders. Het vereiste veel creativiteit en inzet.”

,,In het begin van de coronacrisis zag ik: dit gaan we zo niet volhouden. Mensen werkten keihard, maar het was gewoon te veel. Bij bron- en contactonderzoek is snelheid heel belangrijk; als je mensen met een positieve test diezelfde dag niet kunt bellen, weet je dat het anders moet. Toen hebben we veel verpleegkundigen van andere afdelingen – jeugdgezondheid, reizigersvaccinatie, seksuele gezondheid – gehaald om direct in de crisisorganisatie te gaan werken. Zo konden we het volhouden.”

,,Met de wijsheid van nu had ik sommige dingen anders gedaan. Maar dat is achteraf. Met de weinige kennis van dat moment werden keuzes gemaakt. Daarin volgen we het RIVM dat, op basis van vele bronnen en wetenschappelijke kennis, beleid voorstelt. Achteraf kun je daar iets van vinden, maar het is goed om landelijk een eenduidig beleid te hebben. Daarmee hou je het zo overzichtelijk mogelijk voor iedereen. Zeker in die beginfase heeft ons dat geholpen. Wat ik nu anders zou doen, is de inzet van persoonlijke beschermingsmiddelen in de zorginstellingen. Er was een enorme schaarste en er moesten keuzes gemaakt worden. Met de kennis van nu vind ik: er hadden meer beschermingsmiddelen naar personeel in de zorginstellingen moeten gaan.”

Janneke Kuijlen, huisarts in Poortvliet en Stavenisse


,,In maart werd ik zelf ook flink ziek. Met veel moeite liet ik me testen, want dat mocht eigenlijk niet. Dat was alleen voorbehouden aan ziekenhuispersoneel. Uiteindelijk regelde de huisartsenpost dat ik tch kon laten testen. Het bleek geen corona te zijn. Ik was nog niet hersteld, maar moest alweer aan het werk. Ik voelde me een beetje als een frontsoldaat, maar dan een zonder beschermingsmiddelen. Overal vroeg ik hoe ik daaraan moest komen, niemand kon me helpen. Het was zogenaamd ook nog niet nodig. Er werd gezegd: als je van n van je patinten denkt dat die het heeft, dan kun je er niet naar toe. Maar zo werkt dat niet in mijn praktijk. Op den duur kregen we die beschermingsmiddelen gelukkig wl. Eind maart was dat.”

,,Ik had net n beschermsetje binnen toen ik iemand ging zien die mogelijk corona had. Na een test – de GGD testte toen wl kwetsbare mensen – hoorde ik twee dagen later dat die patint het inderdaad had. We zagen nog meer oudere, kwetsbare mensen het krijgen. Die zijn allemaal overleden. Als dokters hier op het eiland weten we bijna zeker dat die besmettingen via de thuiszorg zijn gegaan. Meerdere keren hebben we tegen de thuiszorgorganisaties gezegd: doe iets aan preventie om te voorkomen dat het zich verspreidt. Draag mondkapjes! Maar ja, die volgden de richtlijnen van het RIVM en het was allemaal niet nodig. Ik hoorde het RIVM laatst zeggen dat je als zorgmedewerker geen mondkapje hoeft op te hebben als je dichtbij iemand komt die niet heel verdacht is. Zeer kwalijk vind ik dat. Onlangs kwam er iemand op de praktijk die geen klachten had, maar later wel corona bleek te hebben.”

,,En dan te bedenken dat we in het begin nog gewoon handen gaven. Tot ik dacht: laten we dat maar niet meer doen. Een paar weken later werd dat ook het advies. Qua patintenzorg werd het toen ook heel rustig; mensen durfden niet meer langs te komen. Ik krijg nu nog mensen in de praktijk die zeggen: ik kom nu maar eens langs maar ik heb eigenlijk sinds maart al last van... Terugkijkend was het een onwerkelijke tijd. En eigenlijk vind ik het nog steeds onwerkelijk.”

Jos Pielage (68) uit Middelburg lag acht dagen met corona op de intensive care van het Adrz in Goes


,,Nadat ik was wezen skin met vrienden in Noord-Itali werd ik grieperig. Toen ik na een paar dagen hoge koorts kreeg, stuurde mijn huisarts me naar het ziekenhuis voor een coronatest. Het duurde toen nog twee dagen voordat de uitslag binnen was. Ik begon mij langzamerhand steeds slechter voelen. Ik had het niet benauwd, maar het zuurstofgehalte in mijn bloed zakte weg.”

,,De internist zei: uw zuurstofgehalte is dusdanig laag dat u beademd moet worden, anders overleeft u het niet. Punt. De vraag was dus of ik instemde met een verhuizing naar de intensive care. Lijkt me de enige mogelijke oplossing, dacht ik meteen. Ik werd in slaap gebracht en hoopte dat ik weer wakker zou worden. Ik dacht: als ik niet wakker word, zal ik het zelf niet weten. Een geruststellende gedachte vond ik. Klinkt misschien rationeel, maar ik had er op dat moment geen emotie bij. Vooral voor mijn vrouw en mijn twee kinderen vond ik het naar. Nee, bij dat gesprek met de internist was verder niemand aanwezig. Dat was niet toegestaan. Bovendien lag mijn vrouw thuis behoorlijk ziek op bed. Ook met corona.”

,,Uiteindelijk kwam alles goed. Na acht dagen brachten ze me weer bij kennis. Na het ziekenhuis had ik een week of zes slaapproblemen. Een gevolg van mijn verblijf op de ic, niet van corona. Tot half juni had ik last van een klapvoet, ook een ic-probleem. Je bent zo diep in slaap dat je het niet voelt wanneer ze je been niet helemaal goed leggen. Collateral damage – dat hoort erbij. Inmiddels voel ik me bijna perfect, ik ren zelfs mijn rondje van acht kilometer over het strand weer. Mijn vrouw was ook snel weer de oude. Van ons heeft zij trouwens het meest geleden; ze lag doodziek thuis op bed en was bang dat ik het niet zou halen.”

,,Wat ben ik toch een mazzelaar, denk ik geregeld! Alles doet het weer. En ik ben laaiend enthousiast over mijn huisarts en de internisten in het ziekenhuis. Zonder hun doortastendheid zou ik er niet meer zijn. Het klinkt misschien gek, maar ik vond het boeiend om allemaal mee te maken. Maar ik hoop wl dat het bij die ene keer blijft. Ik ben nu dan ook uiterst voorzichtig.”

PZC 05-09-20
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier