Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
2-03-2019 18:45:43
Geloofszaken
Een nieuwe serie artikelen
Auteur: Reporter Creer datum: 2-03-2019 18:48:08
HHJO-conferentie: „Wees niet te kritisch op de preek”

Kerkgangers mogen wel kritiek hebben op preken, maar ze moeten tijdens de kerkdienst niet t kritisch zijn. Want dat neemt de zegen weg, vindt ds. F. van Binsbergen.

De hersteld hervormde predikant uit Schoonrewoerd sprak zaterdagmorgen tijdens een Bijbelstudieconferentie (18+) van de Hersteld Hervormde Jongeren Organisatie (HHJO). Tijdens de driedaagse bijeenkomst in Het Buitencentrum te Oldebroek stond de brief van Paulus aan Efeze centraal.

Op vrijdagavond ging ds. H. Verheul, emeritus predikant te Woudenberg, in op Efeze 1. Ds. Van Binsbergen nam Efeze 4:1-16 voor zijn rekening. Het thema was: ”Geroepen tot een waardige levenswandel”.

De predikant begon met de vraag: „Ben jij in balans?” Hij vervolgde: „Als je geroepen bent door de Heere, blijkt uit je levenswandel of je in balans bent. Zij die weten van een ommekeer in hun leven, gaan niet via een zevenbaans snelweg naar de heerlijkheid. Het is een weg van veel strijd. Wie in Christus is, zal vrucht dragen maar dat gaat niet vanzelf. Het komt aan op gehoorzaamheid. Als er geen werken zijn, is er geen geloof.”

In lijn met Efeze 4 wees hij op enkele van die vruchten: ootmoedigheid, zachtmoedigheid en lankmoedigheid. „Dat zijn geen karaktereigenschappen die je van jezelf hebt. Iedere christen die niet iets van ootmoed heeft, is geen ware christen. Hoe driftig je ook bent, er is ootmoed als je genade ontvangen hebt.”

Als voorbeeld noemde hij Mozes, die uit zichzelf niet zo ootmoedig was en soms driftig kon worden. Maar die wel voor zijn volk in de bres sprong toen God er niet meer mee verder wilde.

Ds. Van Binsbergen noemde ook geduld en verdraagzaamheid, „iets waar veel gemeenten behoefte aan hebben.”

Het kan moeilijk zijn, erkende de predikant. „Soms is het lastiger om het eens te zijn met mensen die dicht bij je staan dan met anderen die verder weg staan. Er moet worden geofferd. We moeten elkaar verdragen in liefde.”

Vrede is volgens de Schoonrewoerdse predikant ook zo’n woord. „Als er geen vrede is, vindt het Woord maar moeilijk doorgang. Hoe kun je dan zingen: „Waar liefde woont, gebiedt de Heere de zegen”? De Heere werkt waar vrede is.”

In dat verband maakte hij een opmerking over het bekritiseren van preken na de kerkdienst. „Wees voorzichtig met commentaar op een geroepen predikant. Je moet het woord dat gepreekt wordt, nemen als het Woord van de Heere. Durf je dan te zeggen dat je je schoenen er niet voor zou aandoen?”

Naar aanleiding van een vraag ging hij er tijdens de bespreking verder op in. „Je zit in de eerste plaats in de kerk omdat de Heere je Zijn woord geeft. Het is gemakkelijk om altijd wat op een predikant aan te merken te hebben. Dat kan de rust en de zegen wegnemen.”

Ds. Van Binsbergen stelde dat de kritiek vaak om bijkomstigheden gaat. Het is ook mogelijk dat een predikant juist een bepaalde kant van de zaak belicht om een gemeente in het rechte spoor te krijgen. Bovendien kan de Geest „vaardig zijn” terwijl het om een „exegetisch minder goede” preek gaat.

Als een preek niet naar de Schrift is, wordt het anders. Predikanten mogen niet zeggen: „Het staat er wel maar Gods volk leert het anders”, aldus ds. Van Binsbergen.

Hij vindt dat jongeren de predikant mogen aanspreken als hij echt niet naar het Woord preekt. „De dienaar van het Woord past bescheidenheid en moet het boetekleed aantrekken als hij fout is.”

Reformatorisch Dagblad 2-3-19
Auteur: Reporter Creer datum: 9-03-2019 20:09:13

Kerkverlater keert terug


Mirjam Roukema

Als het grote gebed begon, legden hij en zijn vrienden steevast hun hoofd op de bank voor hen. Om te slapen tot de dominee „Amen” zei. Jacob Ordelman (35) trok al voor zijn achttiende de kerkdeur achter zich dicht. Door een „Godswonder” is hij terug.

Van huis uit is Ordelman, werkzaam als ICT-manager, met het christelijk geloof grootgebracht. Hij groeit op in Veenendaal, gaat naar de gereformeerde gemeente en naar reformatorische scholen. Al jong loopt hij tegen de grenzen aan die zijn ouders hem vanuit hun geloofsovertuiging stellen. „Toen ik een jaar of negen was, wilde ik graag op voetbal. Dat mocht niet van mijn ouders, omdat er te veel gevloekt werd op het veld. Terwijl voetbal de passie van mijn leven was. Ik vroeg me af: waarom mag ik niet op voetbal en mijn vriendje wel?”

Op het voortgezet onderwijs gaat Ordelman naar eigen zeggen „steeds meer dingen van de wereld” zien. Jongens uit zijn klas houden zich wl bezig met sporten. Hij gaat erin mee. De kerk doet hem dan al niks meer. „Ik ging er niet met plezier naartoe, was altijd blij wanneer het amen klonk.”

Ook in de catechisatie, die Ordelman jarenlang volgt, komt geleidelijk aan de klad. „Tot mijn zestiende heb ik catechisatie gevolgd, maar ik was niet trouw. Op een gegeven moment bleef ik thuis of fietste ik door. Later ging ik helemaal niet meer.”

Het levert hem thuis weinig discussie op. „Die keuzes gaan heel geleidelijk. Mijn ouders waarschuwden me wel, maar echte discussie hebben we niet gehad.” Hoewel zijn ouders altijd bij de kerk zijn gebleven, hebben zijn vier broers niets met het geloof. „Hen zag ik als voorbeelden.”

Als hij zestien is, staat hij voor het eerst in de kroeg. Een plek waar zijn broers ook geregeld komen. „Ik vond daar gezelligheid en vrienden. Die vond ik in de kerk niet. Ik heb nooit op de jeugdvereniging gezeten. Ik denk dat die verenigingen belangrijk zijn om met mensen uit de kerk een band te krijgen.” Behalve in de kroeg is Ordelman ook geregeld op het voetbalveld te vinden.

Tattoos

Afglijden begint volgens Ordelman vaak al in het gezin. „Ik denk dat eenheid in het gezin heel belangrijk is. Vader en moeder moeten samen achter het geloof staan.” Zijn moeder is volgens hem „een veranderde vrouw.” „Ze toont liefde voor iedereen, met wie ik ook thuiskwam. Soms waren dat bijzondere types. Het maakte voor haar niet uit of iemand in pak langskwam of met tattoos en in cowboylaarzen. Ze ziet iedereen als mens en toont daar respect en liefde voor.”

Toch is dat voor Ordelman geen reden om bij de kerk te blijven. „Als ik naar het leven van mijn moeder keek, dacht ik: zo’n leven wil ik niet. In de wereld zag ik veel meer dingen die direct tastbaar waren: het leven van feesten, drank en vrouwen. Zo’n leven kan in de kerk niet.”

Ook al komt hij nog zelden in een kerkdienst, diep vanbinnen weet hij dat wat daar verteld werd, waar is. „Dat is het gekke: ik heb nooit wat tegen de kerk gehad. Maar ik wilde het gewoon niet. Ik maakte heel bewust de keuze om te genieten van het leven en niet naar de regels van de kerk en de Bijbel te leven.”

Het geloof laat hij naar eigen zeggen „nooit helemaal los.” „Ik bleef hoe dan ook in God geloven en ben altijd blijven bidden. Hoe dronken ik ook thuis kwam uit de kroeg, ik kon niet gaan slapen zonder te bidden. Zelfs als ik zondagavond uit het stadion thuiskwam na een voetbalwedstrijd, ging ik bidden. Toen ik eens om half vier thuis was op een nacht, kwam mijn moeder naar boven. Die wilde me vertellen dat het zo echt niet kon. Toen ze de deur opendeed, zag ze me bidden. Toen heeft ze niks meer gezegd, is omgedraaid en weggelopen.”

Met het leiden van twee levens naast elkaar voelt Ordelman zich „hypocriet.” Waarom deed hij het dan? „Ik hoopte al die tijd dat ik bekeerd zou worden. Ik dacht: als God me nou gewoon bekeert, weet ik zeker dat ik dat andere allemaal niet meer wil. Eigenlijk wachtte ik op een Paulus-bekering: van het ene op het andere moment. Maar die kwam niet.”

Tot een ochtend die hij nooit zal vergeten. Ordelman doet zoals altijd de koelkast open om de door zijn moeder gesmeerde boterhammen te pakken. Op dat moment schiet er een tekst door zijn hoofd. „Dat was „Maar blij vooruitzicht dat mij streelt.” Heel bizar.” Na werktijd wil hij opzoeken waar de tekst staat, maar hij is die vergeten.

Zo gaat dat de volgende dag ook. De derde dag komt de tekst pas weer in zijn herinnering als hij naar buiten stapt. Dit keer onthoudt hij hem wel en zoekt hem op.

De gebeurtenis maakt grote indruk op Ordelman. „Het moest wel van God zijn, ik kende de tekst niet en was al helemaal niet met het geloof bezig. Toen ben ik rigoureus omgedraaid en heb met alles gebroken. Ik nam afscheid van vrienden, voetbal, de kroeg.”

Voor het eerst sinds jaren zit Ordelman weer in de gereformeerde gemeente in Veenendaal. Vooral zijn moeder is daar erg blij mee. „Wat de gemeente ervan vindt, weet ik niet. Mensen zagen me natuurlijk wel ineens terugkomen. Maar ik heb er weinig reacties op gehad.”

Een jaar lang gaat het goed met Ordelman. Dan glijdt hij weer langzaam af. „Al die tijd hield ik toch aan de wereld vast. Ik keek zondag bijvoorbeeld geen sport meer, maar zaterdagavond en de rest van de week wel. Op een gegeven moment vroeg ik me af: Wat betekent dit geloof nu eigenlijk nog voor mij? Ik belde vrijdagavond mijn broertje en vroeg hem waar hij zat. In de kroeg, zei hij. Ik zei: Ik kom eraan.”

Ommekeer

Zo belandt Ordelman opnieuw in de wereld van voetbal, sport kijken en de kroeg. Waren de woorden uit de Psalmregel dan toch niet krachtig genoeg geweest? „Toen ik net weer terug was bij de kerk, was ik er heel erg mee bezig. Als ik van de kerk naar huis fietste, zong ik in mijn hart „En dag is in uw huis mij meer dan duizend waar ik U ontbeer.” Maar ik had niet volledig met de zonde gebroken.”

„De tekst was voor mij een ommekeer. Maar toen ik terugviel, ervoer ik wel dat het klopt dat de duivel terug kan komen met zeven duivelen en het huis nog viezer achterlaat. Alle remmen waren los bij mij. Ik ben veel harder gevallen dan ooit tevoren.”

Dat hij nu weer aangesloten is bij de gereformeerde gemeente in Veenendaal, noemt Ordelman een „Godswonder.” Anders dan de radicale omkeer die hij een aantal jaren eerder had, ging de tweede terugkeer geleidelijk. Na het eindigen van een relatie –hij is dan 33– gaat hij nadenken over zijn leven. „Het geloof bleef maar in mijn hoofd zitten. Ik had er geen zin in, maar ik wist dat het morgen te laat kon zijn. In die relatie dacht ik al vaak na over kinderen, maar ik durfde daarvoor niet de verantwoordelijkheid te nemen als ik ze niet in het geloof op zou kunnen voeden.”

Van de kerk mist hij in zijn beleving op dat moment „niks.” „Niet de gemeenschap, de verbondenheid of de mogelijkheid om nieuwe contacten op te doen. De enige reden waarom ik terug ben gekomen, is omdat ik wedergeboorte zocht. Ik heb een Borg, de Heere Jezus Christus, nodig. Dat is nog steeds wat mij drijft.”

In mei 2018 doet Ordelman belijdenis van het geloof. Nadat hij schuldbelijdenis heeft gedaan – voor alle geboden. „Ik wilde dat graag doen, voor God en voor de mensen. Ik kon niet schuldbelijdenis doen voor n gebod; ik had ze allemaal overtreden.”

Strijd

Dagelijks kampt de ICT-manager met strijd. Sport heeft nog steeds een sterke aantrekkingskracht op hem. Omdat hij wil voorkomen dat hij er weer volledig in opgaat, leest hij alleen het Reformatorisch Dagblad op zijn telefoon, geen andere media. „Ik ben tot op de dag van vandaag bang dat ik terugval. Je kunt iemand wel uit de wereld halen, maar haal de wereld maar eens uit de mens. Het gebed is hierin dagelijks nodig. Gelukkig zijn er mensen die voor mij bidden.”

Zijn broers vinden de overstap moeilijk. Alleen de oudste was bij de belijdenisdienst; met een van zijn broers kan Ordelman echt niet over het geloof praten. Hun levens zijn erg verschillend. „Zaterdag ga ik met mijn broers bowlen en daarna eten. Vervolgens gaan zij de kroeg in, ik niet. Met mijn oudste broer had ik het altijd over sport. Dat kan nu ook niet meer. Ik ben een groep vrienden kwijtgeraakt. Maar dat is het me wel waard.”

Had hij minder snel afscheid van de kerk genomen als hij daar meer contacten had? „Misschien wel. Als ik op de jeugdvereniging vrienden had gehad, zou ik voorbeelden hebben gezien van mensen die leven in de wereld van het geloof. Maar ik denk dat het al te laat is als de kerk ziet dat iemand afdwaalt. Dat begint al in het gezin. Wel had de kerk kunnen zien dat het ons als 15-jarige jongens weinig deed. Daar hadden gemeenteleden of kerkenraadsleden op kunnen anticiperen.”

Wel is hij lovend over de reactie van de kerkenraad en de predikant bij zijn tweede terugkeer. „Ze stonden altijd open voor een gesprek. Vanuit de liefde hebben ze me bijgestaan met advies. Ik denk dat openheid van ambtsdragers heel belangrijk is voor twijfelaars en terugkeerders.”

Nu hij weer in de kerk komt, ziet hij om zich heen jongens die net als hijzelf niet genteresseerd lijken in het geloof. „Bedenk je nu het nog kan, zou ik hun willen zeggen. Ik mag en kan zeggen dat de vreugde die ik zocht in de wereld in schril contrast staat met de vreugde die er in God te vinden is. De keuzes die je nu maakt, kunnen keuzes zijn voor de eeuwigheid. En blijf altijd bidden, hoe hypocriet je ook bent. Dat is het belangrijkst wat ik iedereen mee wil geven die de kerk verlaat. Als je dan toch je eigen weg gaat, blijf altijd bidden.”

Reformatorisch Dagblad 9-03-19
Auteur: Reporter Creer datum: 27-04-2019 18:29:04
door Dick van den Bos
In deze Syrische stad die in handen was van IS, vinden Koerdische moslims nu Jezus

De Syrische stad Kobani, gelegen aan de zuidelijke grens van Turkije, was vijf maanden lang in bezit van IS. Het grootste deel van de stad werd verwoest en duizenden mensen vluchtten naar Turkije. Dat schrijft GodReports.

Amerikaanse luchtaanvallen en de gevechten van Koerden zorgden er uiteindelijk voor dat de militanten hun grip op het gebied verloren.

Geschenk

Een van de resultaten van het IS-geweld was wel dat veel mensen de islam gingen heroverwegen. "IS heeft de grootste gunst ooit geschonken aan het christendom", zegt Brother Rachid op de onderstaande video. "Er zijn een enorme groep Koerden tot geloof in Christus gekomen."



"Koerden zijn meestal geen hele radicale moslims, maar in Kobani waren zij het meest radicaal. IS omsingelde Kobani al maanden en men vernietigde bijna de hele stad", merkt hij op.

Toen deed God iets heel bijzonders. "Kobani heeft nu een kerk. Het is de eerste evangelische kerk, die afgelopen jaar opende. Een prachtig teken van Gods opstandingskracht, die herrijst uit het as. Dit had normaal gesproken nooit kunnen gebeuren, zelfs niet in onze dromen. Maar door de aanvallen van IS is er veel veranderd."

Broeder Rachid getuigt van een beweging van God onder de Koerden. "Ik ken families in Kobani die tot de Heer gekomen zijn. Ik ontmoette zojuist een familie van veertien mensen die tot de Heer gekomen is - allemaal tegelijk. Toen ik de Koerden vroeg wat hen deed veranderen, zeiden ze: 'IS opende onze ogen.'"

Toen ze de dood en vernietiging zagen die de radicale islam veroorzaakte, dachten ze opnieuw na over hun geloof. "Islam in theorie is anders dan de islam in de praktijk", zegt Rachid. "Als je 'dood de ongelovigen' leest, dan is dat slechts een zin, maar wanneer je het bloed op de grond ziet voor je ogen, dan verandert dat je houding."

Versneld tempo

"De Heer gebruikt alle omstandigheden om mensen tot geloof te brengen", zegt hij. "Het groeit nog steeds, in versneld tempo. De aantallen zijn enorm. Er zijn in de kerk nu twintig families, zo'n 80 tot 100 mensen samen die Jezus aanbidden in de kerk."

Een van de bekeerlingen is Maxim Ahmed (22). Hij vertelt: "Ze leken blij te zijn in de kerk en ze praatten over liefde. Dat zorgde ervoor dat ik het onderwijs van Jezus ging volgen. Ik heb verschillende vrienden en familieleden die binnenkort ook komen kijken in deze kerk."

CIP 24-04-19
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier