Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Freek
Creer datum:
21-02-2019 14:47:47
GESCHIEDENIS
Artikelen die het lezen (alsnog) meer dan waard zijn.
Auteur: Freek Creer datum: 21-02-2019 14:50:32
Herdenking brengt het vergisbombardement van Nijmegen terug in het geheugen

Op Plein 1944 in Nijmegen worden de slachtoffers van het bombardement van 22 februari 1944 herdacht met hun portretten tijdelijke billboards. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant
Op 22 februari 1944, nu 75 jaar geleden, werd Nijmegen per ongeluk gebombardeerd door de Amerikanen. Jarenlang was er geen aandacht voor het ‘vergeten bombardement’. Nu wordt het groots herdacht. Mooi, vindt een overlevende: ‘Dat ze niet denken dat vrede zomaar is.’

Mac van Dinther




Het was een zonnige carnavalsdinsdag, kan Addy Hendriks-Gerrits (80) zich herinneren. Ze zat op de kleuterschool aan de Oude Stadsgracht, in het centrum van Nijmegen. In de middagpauze liep ze even vanuit de klas de gang op om iets aan haar vriendinnen te laten zien, toen ze gerommel hoorde. ‘Het was als het geluid van zware vrachtwagens.’

Een tel later lag de school in de puin. Addy kon gered worden. ‘Ik had het geluk dat ik vlak bij de kapstok naast de voordeur was.’ Haar jongere broertje Jopie kwam om, net als 23 andere kinderen en acht nonnen.

Bijna achthonderd doden (het precieze aantal is nooit vastgesteld) vielen op 22 februari 1944 bij wat bekend is geworden als het ‘vergissingsbombardement’ van Nijmegen. Amerikaanse bommenwerpers die vanwege slecht weer onverrichter zake moesten terugkeren van een missie in Duitsland, losten hun bommen op de stad in de veronderstelling dat ze nog boven Duits grondgebied waren.

Eigen vuur

Het kan ook het vergeten bombardement worden genoemd. Want anders dan dat van 14 mei 1940 op Rotterdam, waarbij een vergelijkbaar aantal doden viel, heeft het bombardement van Nijmegen nooit een prominente plek gekregen in de naoorlogse geschiedenisboeken.

‘Dat komt omdat het Amerikanen waren die het hadden gedaan’, zegt Bart Janssen, die getuigenissen van overlevenden verzamelde in zijn boek De pijn die blijft (2005). ‘Dat waren onze vrienden.’ Bovendien had na de oorlog niemand zin om terug te kijken. ‘Het land moest weer worden opgebouwd.’

Janssen ontsnapte zelf ook. Hij was toen de bommen vielen als baby van drie weken bij zijn grootouders in de Ziekerstraat, niet ver van de school van Addy Hendriks. Toen de vliegtuigen overkwamen, liep iedereen van de achter- naar de voorkamer. In een impuls trok Barts moeder de kinderwagen mee. Even later werd de achterkamer verwoest.

Vanaf de jaren tachtig kwam de belangstelling voor het bombardement weer langzaam op, vooral onder Nijmeegse burgers. In 1984 werd voor het eerst een herdenking gehouden, in 2000 werd een monument opgericht voor de slachtoffers.

Brandgrens

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat het bombardement plaatsvond. Dat wordt groots herdacht. Donderdagavond staan veertig muziekgroepen verspreid over de brandgrens – die de contouren van de vernieling aangeeft – in de binnenstad, hardlopers gaan met fakkels langs de route. Vrijdag zijn de officile herdenkingsplechtigheden met toespraken van onder anderen de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en staatssecretaris Paul Blokhuis.

De organisatoren van de donderdagavond zijn oud-Gelderlanderjournalist Rob Jaspers en zijn dochter Bregje. ‘Hier stond de school van Addy Hendriks’, zegt Jaspers op de plek waar nu het gemeentehuis is en de Marikenstraat, de Nijmeegse koopgoot. Onder twee oude kastanjebomen die nog van vr de oorlog dateren, staat een ijzeren schommel: het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

In luttele 22 seconden trokken veertien bommenwerpers met 144 brisant- en 426 splinterbommen een spoor van vernieling dwars door de oude binnenstad. Hele winkelstraten, inclusief de oude V&D, werden weggevaagd. De Stevenskerk werd geraakt door een voltreffer, een deel van de toren stortte neer in de straat.

Plein 1944 in het centrum dankt niet alleen zijn naam, maar ook zijn bestaan aan de oorlog, zegt Jaspers: ‘Vr het bombardement liepen hier drie straten.’ Voor de herdenking zijn nu op het plein borden neergezet met de namen van 771 gedocumenteerde slachtoffers.



Massagraf

Tekenend voor de mentaliteit van destijds is dat de doden van het bombardement in een massagraf naast de Graafseweg werden gestopt. Een deel is later elders herbegraven. Jaspers: ‘Volgens de deken van de katholieke kerk moesten we het verlies van Nijmegen zien in het teken van het lijden van Christus.’ ‘God kastijdt wie hij liefheeft’, kopte zijn eigen krant in 1945.

Burgerslachtoffers tellen niet mee in een oorlog, zegt Jaspers. ‘Bij geallieerde bombardementen zijn in Nederland tienduizend burgerdoden gevallen. Wie weet dat? Dat is de waanzin van de oorlog.’

Jaspers en zijn dochter namen twee jaar geleden al het initiatief om de brandgrens van het bombardement te markeren met plaatjes met daarop de namen van de slachtoffers. Het werd vrijwel geheel bekostigd met geld van burgers.

Bij de 75-jarige herdenking wilde Jaspers nieuwe groepen betrekken. Hij sprak met vluchtelingen en de supportersvereniging van NEC – de voetbalclub houdt vrijdag 1 minuut stilte voor de wedstrijd.

Leden van Futsal Shabbab, dat sportactiviteiten organiseert voor jongeren in achterstandswijken, zetten donderdag lichtjes op de herdenkingsplaatjes. De animo was enorm, aldus Jaspers. ‘Ik had er twintig verwacht, het werden er 75. Allemaal jongens die nog nooit van de oorlog hadden gehoord.’


Dweilorkest
Tussen de muziekgroepen langs de route speelt zelfs een dweilorkest. Want het was per slot van rekening carnaval, toen het bombardement plaatsvond, zegt Jaspers. Niet dat ze hoempapa moeten spelen. ‘Maar ik wil geen dramatische muziek, ik wil optimisme. De slachtoffers hadden een droom. Die moet de muziek verbeelden.’

Addy Hendriks zal er ook zijn. Met haar koor OBK uit Beuningen, heeft ze een plekje gekregen naast de schommel, vlak bij waar ze 75 jaar geleden haar broertje verloor.

Na de oorlog werd in veel gezinnen nooit meer over het bombardement gesproken, weet Addy. ‘Iedereen was bezig zijn leven weer op gang te krijgen.’ Ze vindt het mooi dat het nu zoveel aandacht krijgt. Voor de slachtoffers en voor de jeugd van nu. ‘Dat ze niet denken dat vrede zomaar is.’

Addy heeft zich nog jarenlang schuldig gevoeld dat ze haar broertje achterliet in de klas. Tot ze hoorde van een vriendinnetje dat haar zusje wel had meegenomen. Dat zusje was alsnog omgekomen. ‘Toen kon ik het loslaten.’

Volkskrant 20-02-19
Auteur: Reporter Creer datum: 23-02-2019 12:35:14
Omsingelde Amerikanen gaven geen krimp toen overgave werd geist: ’loop naar de hel!’

Vechtmachine VS stopte Duits geweld in Ardennen

Door RUUD MIKKERS



Hitlers laatste massale offensief aan het westelijk front werd een grote mislukking. Maar de overwinning in de Slag om de Ardennen, dit jaar 75 jaar geleden, kregen de geallieerden allesbehalve cadeau. De Belgische en Luxemburgse Ardennen maken zich op voor een historisch herdenkingsjaar, zeker gezien het feit dat er nog maar een handjevol veteranen in leven is.


Het is een bosje waar je normaal gesproken weinig woorden aan vuil zou maken. Naaldbomen zijn er aan de rand van de openbare weg dicht op elkaar geplant. Maar dit is historische grond: Bois Jaques. Hier groef de roemruchte Easy Company van de Amerikaanse 101th Airborne divisie zich in onder steenkoude omstandigheden – in de winter van 1944 werd het makkelijk min 20 graden Celsius – om stand te houden tegen de Duitsers, die zich in het nabijgelegen dorpje Foy schuilhielden. De schuttersputjes waarin de G.I.’s destijds hun toevlucht zochten zijn nog steeds te zien.


Bedevaartsoord
Het verhaal van de mannen van Easy Company werd vooral bekend door Band of Brothers, de serie over de Tweede Wereldoorlog uit 2001 van Steven Spielberg en Tom Hanks. Sindsdien is het een soort bedevaartsoord geworden. In het bos staan zelfgemaakte kruisen om de Amerikaanse soldaten te eren, uiteraard voorzien van de Screaming Eagle. Want de adelaar staat op het wapenembleem van de wereldberoemde Amerikaanse vechtmachine.

Toeristen hebben zelf kruisen gemaakt in Bois Jaques als eerbetoon aan de mannen van de legendarische 101th Airborne divisie.
Toeristen hebben zelf kruisen gemaakt in Bois Jaques als eerbetoon aan de mannen van de legendarische 101th Airborne divisie.Ⓒ GETTY IMAGES
Gids Roland Gaul wijst bij een open veld richting een huis een paar honderd meter verderop in Foy. Vanuit daar werd Easy Company met granaten bestookt. „Eigenlijk had dekking zoeken in een gat weinig zin. De granaten van de Duitsers ontploften in de boomtoppen, waarna duizenden splinters vrijkwamen”, vertelt Gaul, een wandelende encyclopedie van de strijd in de Ardennen.

Hij leidt veel Amerikanen rond die het slagveld willen zien waar hun vader, opa, broer of neef vocht. „Het beste was om stokstijf tegen een boom te gaan staan om zo je oppervlakte te verkleinen. Maar ja, het kostte wel wat levens voordat die les was geleerd.”

"Er waren wel wat berichten geweest over troepenconcentratie van de Duitsers, maar de Amerikanen geloofden het gewoon niet"
De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is springlevend in de Belgische en Luxemburgse Ardennen. Tal van musea zijn gewijd aan de slag die de Amerikanen aan geallieerde kant vrijwel exclusief hebben geleverd, en overal zijn monumenten. Op zaterdag 16 december 1944 kwamen 240.000 Duitsers in beweging, van Monschau in het noorden tot aan het Luxemburgse Echternach in het zuiden, een front van meer dan 100 kilometer. De Amerikanen waren totaal verrast. „Er waren wel wat berichten geweest van lokale bewoners over troepenconcentratie van de Duitsers, maar de Amerikanen geloofden het gewoon niet”, zegt Gaul.

Gekkenwerk
De Ardennen stonden bekend als ’the quiet sector’, daar gebeurde hoegenaamd niks. De VS trokken er divisies terug die elders slag hadden geleverd, zodat ze konden uitrusten. Andere Amerikaanse troepen in het gebied bestonden uit kersverse, maar totaal onervaren G.I.’s.

Veel jonge G.I.’s waren gelegerd in het gebied.

Eigenlijk was de operatie gekkenwerk, tot mislukken gedoemd. Nazi-Duitsland kwam in de verste verte nooit in de buurt van het strategische doel: herovering van de haven van Antwerpen. Na de landing van de geallieerden in juni ’44 in Normandi, was die plek een belangrijke aanvoerhaven geworden voor versterkingen. Maar verder dan Dinant in de Ardennen zouden de Duitsers ondanks de enorme krachtsinspanningen niet komen. Dat had een prijs. Aan Amerikaanse kant waren 80.000 doden, gewonden of vermisten. Aan Duitse zijde naar schatting 80.000 tot 100.000.

Het speerpunt in de geschiedschrijving van de aanval werd Bastenaken, of Bastogne in het Frans, in de Belgische Ardennen. 18.000 Amerikanen werden hier omsingeld en zaten als ratten in de val. Maar toen de Duitsers op 22 december bij de Amerikaanse generaal McAuliffe aanklopten om de overgave te eisen, kregen ze nul op het rekest. ’Nuts!’, riep hij. Woorden die historisch zijn geworden. De Duitsers begrepen het niet en kregen ook nog een mondelinge toelichting: ’Loop naar de hel.’

Luchtcampagne
Het enige wat redding kon bieden was een luchtcampagne. Nadat het weer opklaarde gingen in een vier dagen durende operatie 1080 C47-transportvliegtuigen de lucht in die 900 ton aan hulpgoederen dropten. Medicijnen, voedsel, munitie, alles kreeg een eigen kleur parachute mee.

"De hele lucht was vol met vliegtuigen"
„Kun je het je voorstellen”, zegt de Belgische ex-militair Johnny Bona van het 101th Airborne museum in Bastenaken, dat volledig is gewijd aan de legendarische Amerikaanse divisie die zo belangrijk was voor de geschiedenis van het stadje in de Ardennen. „De hele lucht was vol met vliegtuigen.” En de Duitsers konden niks terugdoen.

De sneeuw en de ijzige temperaturen maken het verhaal van de soldaten nog indrukwekkender.

Dat juist Bastenaken het symbool van de strijd is geworden, komt omdat het een Amerikaans succesverhaal was: hier hielden ze stand. Meegereisde oorlogscorrespondenten uit die tijd schreven er volop over in de Amerikaanse pers. De Screaming Eagles hielden vol totdat de al even legendarische generaal George Patton ze kwam ontzetten.

In het grootste museum van de regio, het Bastogne War Museum, wordt het verhaal van de Slag om de Ardennen uitgebreid uit de doeken gedaan. Naast het museum ligt het Mardasson Memorial, een gigantisch monument in de vorm van de vijfpuntige Amerikaanse ster. Wie naar boven klimt heeft een fantastisch uitzicht over de omgeving en ziet Bastenaken liggen.

"Boeren uit de omgeving van wie dit land was, stonden het na de oorlog graag af om dit monument te kunnen bouwen"
„Boeren uit de omgeving van wie dit land was, stonden het na de oorlog graag af om dit monument te kunnen bouwen”, zegt gids Roland Gaul. „Zo dankbaar waren ze dat de Amerikanen zich hier letterlijk voor hen dood hadden geknokt.”

Heuvelflanken
Minder bekend is dat ook in Luxemburg flink strijd werd geleverd. Gaul, een Luxemburger, doet dat verhaal graag uit de doeken. Het schilderachtig mooie Clervaux ligt in een dal en werd flink beschoten vanuit de omringende heuvelflanken. Een getroffen Amerikaanse Sherman-tank is er nog altijd te zien en ook hier is een museum.


„Eigenlijk zijn de Ardennen een ideale plek voor verdedigers”, zegt Gaul. Want de Duitsers hadden de grootste moeite om met hun zware tanks over de vaak onverharde en slingerende wegen vooruit te komen. Gebrek aan brandstof was een groot probleem. Stilgevallen tanks werden zonder pardon het ravijn in gekieperd omdat anders het hele konvooi tot stilstand zou komen.

Lotsbestemming
Voor de 101e Luchtlandingsdivisie, zo’n 13.000 man, waren de gebeurtenissen niet minder dan een opmaat naar legendevorming. Volkomen terecht, vindt Johnny Bona die eer, want the 101th was veruit de belangrijkste Amerikaanse divisie die in de Ardennen heeft gevochten. Hun verhaal gaat van de landing tijdens D-Day op Utah Beach, naar de bevrijding van Zuid-Nederland tot aan het mislukte Market Garden. Daarna volgden de Ardennen, de bevrijding van concentratiekamp Dachau en het oprukken tot aan Hitlers Adelaarsnest in de Alpen. „A rendez-vous with destiny, zeggen ze zelf, een ontmoeting met hun lotsbestemming”, aldus Bona.

Amerikaanse onverzettelijkheid hield de Duitsers ver van het strategische doel: herovering van de haven van Antwerpen.

Door de Amerikaanse onverzettelijkheid waren de Duitsers na zes weken vechten in de Ardennen definitief geknakt. Toch heeft Hitlers wanhoopspoging een grote invloed gehad op de loop van de geschiedenis, ook al hadden de nazi’s sowieso verloren. Maar de geallieerde opmars door Duitsland werd enkele maanden vertraagd. De Sovjet-troepen rukten op richting Berlijn. Zonder het Ardennen-offensief was Oost-Europa mogelijk aan Sovjet-bezetting ontsnapt en had de Koude Oorlog een heel ander vertrekpunt gehad.

"De laatste veteranen zijn nu 97, 98 jaar oud. Het zijn er echt nog maar een handjevol"
Voor Gaul wordt het een bijzonder jaar. De laatste veteranen zullen overkomen uit de VS. Acteurs zullen met oog voor alle historische details de slag naspelen, naast tal van andere activiteiten als wandelingen in de voetsporen van de soldaten. „De laatste veteranen zijn nu 97, 98 jaar oud. Het zijn er echt nog maar een handjevol. Maar we zullen dit verhaal blijven vertellen.”

Telegraaf 23-02-19
Auteur: Reporter Creer datum: 15-03-2019 16:09:01

Beleid rond Nieuw-Guinea was realistischer dan gedacht

Han Dehne

Over het verlies van Nieuw-Guinea worden altijd dezelfde verhalen verteld. Nederland zou een naef, emotioneel beleid hebben gevoerd. Maar was dat wel zo? Archiefonderzoek nuanceert dit beeld.

Nederland moest in 1949 afstand doen van het dierbare Indi. Maar Den Haag hield vast aan westelijk Nieuw-Guinea, het minst ontwikkelde gebied van de oude kolonie. Hier begon Nederland in de jaren vijftig een nieuw avontuur, waarbij het zich ook opwierp als hoeder van de oorspronkelijke bevolking: de Papoea’s. Het leidde tot grote spanningen met Indonesi, dat het gebied opeiste. De Indonesische president Soekarno toonde zich onverzettelijk en kreeg steun van de Sovjet-Unie. In 1962 dwong de Amerikaanse regering-Kennedy Nederland om westelijk Nieuw-Guinea alsnog aan Indonesi over te dragen.

De Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek is vaak verguisd. Den Haag zou vooral gedreven zijn door rancune jegens Indonesi, naef idealisme en een gebrek aan realiteitszin. Maar dat blijkt te kort door de bocht. Enkele onjuiste aannames over het Nederlandse Nieuw-Guineabeleid op een rij.

Emotioneel

Veel historici beschouwen het beleid als een krampachtige poging om iets van koloniale grandeur te behouden en tevens om een lange neus te maken naar de Indonesische nationalisten, president Soekarno voorop.

Op deze verklaring is het nodige af te dingen. Niet de toenmalige politici leden aan blikvernauwing, maar de historici die hun besluit later veroordeeld hebben. Zij hebben zich eenzijdig gefocust op de Nederlands-Indonesische betrekkingen in 1949. Daarbij hebben ze bepaalde kenmerken, zoals frustraties om het verlies van Indi, een te grote plaats gegeven in hun analyse. Ze gaan eraan voorbij dat het idee dat Nederland westelijk Nieuw-Guinea van Indonesi kon loskoppelen al eerder had postgevat.

Bedrijven vermoedden de aanwezigheid van grondstoffen. Politici zagen Nieuw-Guinea ook als een middel om de Nederlandse presentie in de Oost te handhaven, als Indi onafhankelijk zou worden. Daarnaast vonden veel Nederlanders dat de oorspronkelijke bewoners, de naar westerse maatstaven nog nauwelijks ontwikkelde Papoea’s, onder Nederlandse voogdij moesten blijven – in elk geval tot zij klaar waren om te bepalen of hun politieke toekomst in Indonesi lag of in bijvoorbeeld een Melanesische federatie.

In de late jaren veertig was het voor veel (Indische) Nederlanders niet langer de vraag of Nederland het gebied moest blijven besturen, maar of dat binnen of buiten een hervormd Nederlands-Indi zou gebeuren. Toen in het bewogen jaar 1949 bleek dat Nederland Indi moest loslaten, werd het antwoord op die vraag gegeven. Emoties over dat verlies hebben de wens om Nieuw-Guinea te behouden versterkt, maar die niet veroorzaakt.

Onredelijk

Boze tongen beweerden dat Luns „de zaak Nieuw-Guinea zo lang had gerekt in de hoop dat in Indonesi Soekarno ten val zou worden gebracht”. Luns ontkende dit niet: „Ik achtte het niet onmogelijk dat met een andere regering in Jakarta een bevredigender regeling over Nieuw-Guinea mogelijk zou zijn geweest.”

Het is een opmerkelijk antwoord van een van de voornaamste architecten van de Nederlandse Nieuw-Guineapolitiek. Den Haag, Luns voorop, is immers vaak onredelijkheid verweten tegenover Indonesi. Sommige historici hebben zelfs gesteld dat Luns in 1962 bereid was om een oorlog met Indonesi te riskeren.

Luns’ ontboezeming toont dat er iets anders aan de hand was. De meeste Nederlandse politici wilden best met Indonesi tot een vergelijk komen. Dat wilden ze al in 1949 en 1950. Ze vroegen zich echter af of Indonesi Nederland en de Papoea’s wel een eerlijke deal gunde. Zolang de als fel anti-Nederlands en onberekenbaar te boek staande Soekarno de Indonesische politiek domineerde, gingen ze daar niet van uit.

Gesoleerd

Een andere onjuiste aanname is dat Nederland te verwijten valt dat het niet doorhad hoe gesoleerd het stond in de Nieuw-Guineakwestie. Veel politici zouden te zeer verblind zijn geweest door koloniaal ressentiment, en door een naef geloof in de strijd voor het zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s, om dat te zien.

Onderzoek in Britse, Franse en Belgische archieven toont dat Nederland op meer begrip kon rekenen dan gedacht. Dat gold in de eerste plaats voor koloniale landen als Groot-Brittanni, Frankrijk, Australi, Belgi en Portugal, maar ook voor de VS. Een meerderheid van de betrokken westerse politici en ambtenaren onderschreef de Nederlandse ethische en strategische argumenten. Ook waren ze lange tijd bereid om Nederland diplomatiek te steunen om het gebied uit handen van Soekarno te houden.

De Amerikanen stelden zich van alle westerse partners het voorzichtigst op. Zij waren meer bereid om Soekarno (als het niet anders kon) tegemoet te komen, maar hoopten dat ze Nederland daarvoor niet onder druk hoefden te zetten. Eigenlijk speelden ze een ”waiting game”, waarbij ze vlasten op een verandering in de opstelling van Nederland of een ”regime change” in Indonesi. Pas in 1962 zou Kennedy die politiek beindigen en, vooral omwille van het behoud van westerse invloed in Indonesi, Nederland alsnog dwingen het gebied over te dragen.

Misleid

Hebben de Amerikanen Luns in 1958 nu wel of niet militaire steun toegezegd bij een eventuele Indonesische aanval op Nieuw-Guinea? En heeft Luns daar in Den Haag over gelogen? Deze vragen blijven terugkeren. Uit archieven van de Tweede Kamercommissie Buitenlandse Zaken blijkt dat beide vragen toch echt met ”nee” beantwoord moeten worden. „Ze willen niets concreets doen.” Deze realistische boodschap heeft Luns in Den Haag vaak achter de schermen herhaald. De gehele Haagse politieke top wist van de beperkte waarde van de Amerikaanse steungarantie. Zij wisten: zodra het echte verhaal over de ‘garantie’ van de Amerikanen naar buiten komt, blijft er van de binnenlandse steun om Soekarno te weerstaan weinig over.

Onverzettelijk

Als Nederland op begrip en diplomatieke steun van bondgenoten kon rekenen, waar ging het dan mis? Dat heeft te maken met een complex aan factoren. Een belangrijke factor was de versnelling die het dekolonisatieproces vanaf de late jaren vijftig doormaakte. Daarnaast was er de versnelde legeropbouw die Indonesi met hulp van vooral de Sovjet-Unie doorvoerde. Daarmee kwam een oorlog tussen Nederland en Indonesi rap dichterbij.

Belangrijker was een nieuwe Amerikaanse regering onder leiding van John F. Kennedy in 1961. Uit Amerikaanse archieven blijkt dat de regering-Kennedy een spoedige oplossing van de kwestie nastreefde. Maar anders dan vaak is beweerd, was een meerderheid van de Amerikaanse betrokkenen er aanvankelijk niet van overtuigd dat westelijk Nieuw-Guinea zo snel mogelijk naar Indonesi moest. Zij zagen liever dat Nederland het bestuur over het gebied aan de VN overdroeg. Toen de Amerikanen doorkregen dat een groeiend aantal Nederlanders ook een compromis met Soekarno wilde, stelden zij hun plannen bij. In het voorjaar van 1962 gaf Kennedy Den Haag een laatste zetje met het zogeheten Bunker-plan. Dat plan was vernoemd naar de Amerikaanse bemiddelaar Ellsworth Bunker en voorzag in de overdracht van westelijk Nieuw-Guinea aan Indonesi, na een VN-intermezzo van een halfjaar.

De auteur is redactielid van het magazine Nieuw Indisch Cultureel Centrum (NICC). Een langere versie van dit artikel verscheen eerder in NICC

Reformatorisch Dagblad 11-03-19
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier