Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Alex
Creer datum:
12-05-2018 14:52:59
Opinie
Een nieuwe serie in 2018
Auteur: Alex Creer datum: 12-05-2018 14:53:57
Jonggehandicapten vallen tussen wal en schip’

Gijs Herderscheê en Sheila Sitalsing / volkskrant

Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jonggehandicapten, zijn tienduizenden jongeren thuis komen te zitten zonder werk of uitkering. Jeugdzorg Nederland schat dat het inmiddels om zeker 30.000 jongeren gaat, drie keer meer dan de officiële raming van de overheid.
Den Haag

Deze jongeren staan niet op de radar van hun gemeente, terwijl die hen aan werk zou moeten helpen.

Het gaat om jongeren die sinds 2015 niet meer in aanmerking komen voor een Wajong-uitkering, de uitkering voor jonggehandicapten. Die uitkering wordt sinds 2015 alleen nog toegekend aan mensen die van jongs af volledig, voor altijd arbeidsongeschikt zijn.

In 2014, het laatste jaar dat de Wajong nog werd toegekend aan alle jonggehandicapten, kregen volgens uitkeringsinstantie UWV 17.000 mensen zo’n uitkering. Sindsdien geeft het UWV jaarlijks nog maar 4000 uitkeringen aan volledig arbeidsongeschikte jonggehandicapten.

tussen wal en schip
De jonggehandicapten die geen Wajong-uitkering krijgen, kunnen zich bij hun gemeente melden voor werk en eventueel een uitkering. Zij kunnen zich ook bij het UWV inschrijven in het zogenoemde doelgroepregister voor aangepast werk. Een snel groeiend leger jonggehandicapten valt echter tussen wal en schip, zonder werk, dagbesteding of uitkering.

Het gaat vooral om jongeren die van het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en het Entree-onderwijs komen. Dat zijn er jaarlijks zo’n 26.000. Dat basale onderwijs levert geen ‘startkwalificatie’ op waarmee zij makkelijk kunnen solliciteren op een gewone baan. Tot 2015 werd hun in het laatste schooljaar uitgelegd hoe zij een Wajong-uitkering konden aanvragen, nu hoe zij zich bij de gemeente kunnen melden. Daar kunnen zij een beroep doen op de Participatiewet. Dat betekent dat de gemeente hun een beschutte werkplek kan aanbieden of dagbesteding en eventueel een bijstandsuitkering.

Omdat de jongeren meestal nog bij hun ouders wonen die zelf inkomen hebben, komen de jongeren niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering of hooguit voor een gedeeltelijke uitkering. ‘Daardoor kosten ze de gemeente nauwelijks geld’, aldus voorzitter Hans Spigt van Jeugdzorg Nederland. ‘Dit terwijl een beschutte werkplek of bemiddeling naar werk met begeleiding bij een bedrijf wel geld kost. Dus de gemeente maakt keuzes en gaat geen geld uitgeven als daar ook niets mee bespaard wordt. Dan richten ze zich liever op niet-gehandicapte bijstandsgerechtigden die makkelijker werk vinden, en waardoor een uitkering wordt bespaard. Een toekomstplan voor deze jongeren is meer dan urgent.’

Doordat zij nauwelijks aanspraak meer maken op een uitkering, zijn veel jonggehandicapten zo in feite ‘weggedefinieerd’. Zij vallen buiten de kaartenbakken en daardoor is ook de omvang van de groep niet duidelijk. Het Toezicht Sociaal Domein – waarin de inspecties op de sociale zekerheid samenwerken – schat het aantal thuiszitters voorzichtig op zo’n tienduizend. Jeugdzorg-voorzitter Spigt stelt echter dat het inmiddels al gaat om zo’n 30.000 jonggehandicapten tussen de 18 en 23 jaar. ‘Die zitten thuis zonder werk en zonder uitkering en als ze al een uitkering hebben, dan is de toekomst niet rooskleurig.’

buiten de statistieken
Het Toezicht Sociaal Domein signaleert een ‘mismatch’ tussen de kenmerken van deze groep en het beleid. De groep kenmerkt zich volgens het toezicht door onder meer ‘beperkte cognitie; leerachterstanden; ontwikkelings-, gedrags- en leerstoornissen en problemen met gezag en beperkte zelfregulering’. De overheid eist echter van deze groep ‘eigen kracht, regie en zelfredzaamheid’.

Deze verwachtingen passen bij de hervormingen in de sociale zekerheid, waarbij zelfredzaamheid in de afgelopen decennia steeds meer voorop is komen te staan. Zo verwacht het kabinet-Rutte III dat het voor jonggehandicapten makkelijker wordt werk te vinden als de werkgever hun minder dan het minimumloon mag betalen. De gemeente kan dat vervolgens volgens de bijstandsnormen aanvullen. Wie spaargeld heeft of een partner met inkomen, krijgt geen aanvulling. Wie eerst onder het minimumloon betaald werd en wel een aanvulling van de gemeente kreeg, verliest die aanvulling na een huwelijk met een partner die ook een inkomen heeft. <

Nederlands Dagblad 11-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 18-05-2018 18:20:18
Is je huis een betere ‘belegging’ dan sparen of aandelen? Het antwoord is verrassender dan je zou verwachten

Arie Westeneng

Het wealth effect heet het wel. Je voelt je als huizenbezitter rijk en welvarend omdat je koophuis lekker in waarde stijgt. Je gaat misschien zelfs makkelijker geld uitgeven.

Prijsstijgingen van huizen in Nederland zijn sinds ruim een jaar volop in het nieuws. Hypotheekrentes zijn extreem laag, de arbeidsmarkt trekt aan en het aanbod van koopwoningen daalt. Het gevolg is een huizenmarkt die uit z’n voegen lijkt te barsten, met prijsstijgingen van gemiddeld meer dan 8 procent op jaarbasis.

In gewilde steden, onder meer in de Randstad, gaan de prijzen helemaal door het dak. Lees in dit verband ook: In deze 8 steden drijven verhuizende Amsterdammers de huizenprijzen op

Een gouden ‘belegging’ zou je zeggen. Maar wanneer we iets verder terugkijken, hoe goed doen huizenprijzen het dan? En wanneer je vergelijkt met rendementen op aandelenbeleggingen, of met spaarrentes is het rendement op huizenbezit dan nog steeds zo aantrekkelijk?

Lastig hierbij is uiteraard hoe je dit goed kunt vergelijken. Voor de meeste mensen is de eigen woning een gebruiksobject en geen belegging waar je rendement uit probeert te halen, al kijken veel huiseigenaren wel met een schuin oog naar de eventuele overwaarde.

We houden het hier even simpel en kijken dus alleen naar de waarde-ontwikkeling op basis van de gemiddelde huizenprijs en zien het huis dus niet als potentieel verhuurobject met inkomsten uit verhuur.

Huizenbezitters: gemiddeld 0% rendement in 10 jaar

Wat je bij de huidige ‘boom’ op de huizenmarkt makkelijk vergeet, is dat huizenprijzen enorm kunnen schommelen met flinke pieken en dalen. Dit wordt duidelijk als je de gemiddelde prijsontwikkeling van koopwoningen vergelijkt met het rendement over spaargeld en aandelen over perioden van respectievelijk vijf en tien jaar.

Kijk je bijvoorbeeld tien jaar terug, dan zit je rond de periode dat de kredietcrisis uitbarstte, met een enorme crisis op de Nederlandse huizenmarkt als gevolg. Huizenbezitters hebben de afgelopen 10 jaar vast veel woongenot gehad, maar de waarde van koopwoningen steeg gemiddeld maar 0,2 procent. Vrijwel nihil dus.

Terugkijkend over de afgelopen tien jaar zijn aandelenbezitters de absolute winnaars, ze zagen hun bezit 1,2 keer over de kop gaan.

Hoewel er veel geklaagd wordt over lage spaarrentes de afgelopen jaren, leverde sparen de afgelopen tien jaar opvallend genoeg meer op dan ‘beleggen’ in een huis. Spaarders zagen hun spaartegoed met ongeveer een vijfde stijgen, wanneer ze hun spaargeld op een rekening tegen een kortlopende rente lieten staan en de rente bij lieten schrijven

.Bij aandelen is het rendement gebaseerd op het totale rendement inclusief herbelegging van dividenden van een indexfonds dat de MSCI Wereldindex volgt, met aandelen uit 23 ontwikkelde landen.

Voor sparen is het rendement gebaseerd op de rentes voor spaargeld dat maximaal één jaar vast staat.


Huizenbezitters pakken verlies terug

Over de afgelopen vijf jaar ziet het plaatje er enigszins anders uit, dan over tien jaar. Belangrijkste ontwikkeling is dat huizenbezitters in deze periode 22 procent waardestijging konden bijboeken. Daarmee is het verlies uit de voorgaande vijf jaar weggewerkt. De rendementen van spaarders blijven in deze periode achter; ze haalden de afgelopen vijf jaar maar vijf procent rendement.

Ook dit keer hebben aandelenbeleggers het meest verdiend. In de periode van eind maart 2013 tot en met eind maart 2018 boekten ze een rendement van 64 procent.

Spaarders hebben last van inflatie

Wanneer we ook kijken naar de inflatie, de geldontwaarding, beleven spaarders nu helemaal slechte tijden. De variabele spaarrentes zijn veelal gedaald tot minder dan 1 procent. Door geldontwaarding en vooral door de belasting op spaargeld, de vermogensrendementsheffing, boeken veel spaarders inmiddels negatieve rendementen.

Belangrijke kanttekening is ook dat we in de berekeningen met de gemiddelde huizenprijs werken. Tussen regio’s zijn echter grote verschillen zichtbaar.

Een huis binnen de Amsterdamse grachtengordel kent andere prijsontwikkeling dan een woning in Zuid-Oost Groningen. Ook zijn verschillen zichtbaar tussen soorten huizen, tussen appartementen en vrijstaande woningen en tussen villa’s en startershuizen.

Kortom, hoewel een Nederlandse koopwoning de afgelopen tien jaar gemiddeld niets opleverde, zijn er in de praktijk natuurlijk grote verschillen afhankelijk van de stad of regio waar je woont.

Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier