Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Alex
Creer datum:
12-05-2018 14:52:59
Opinie
Een nieuwe serie in 2018
Auteur: Alex Creer datum: 12-05-2018 14:53:57
Jonggehandicapten vallen tussen wal en schip’

Gijs Herderscheê en Sheila Sitalsing / volkskrant

Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jonggehandicapten, zijn tienduizenden jongeren thuis komen te zitten zonder werk of uitkering. Jeugdzorg Nederland schat dat het inmiddels om zeker 30.000 jongeren gaat, drie keer meer dan de officiële raming van de overheid.
Den Haag

Deze jongeren staan niet op de radar van hun gemeente, terwijl die hen aan werk zou moeten helpen.

Het gaat om jongeren die sinds 2015 niet meer in aanmerking komen voor een Wajong-uitkering, de uitkering voor jonggehandicapten. Die uitkering wordt sinds 2015 alleen nog toegekend aan mensen die van jongs af volledig, voor altijd arbeidsongeschikt zijn.

In 2014, het laatste jaar dat de Wajong nog werd toegekend aan alle jonggehandicapten, kregen volgens uitkeringsinstantie UWV 17.000 mensen zo’n uitkering. Sindsdien geeft het UWV jaarlijks nog maar 4000 uitkeringen aan volledig arbeidsongeschikte jonggehandicapten.

tussen wal en schip
De jonggehandicapten die geen Wajong-uitkering krijgen, kunnen zich bij hun gemeente melden voor werk en eventueel een uitkering. Zij kunnen zich ook bij het UWV inschrijven in het zogenoemde doelgroepregister voor aangepast werk. Een snel groeiend leger jonggehandicapten valt echter tussen wal en schip, zonder werk, dagbesteding of uitkering.

Het gaat vooral om jongeren die van het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en het Entree-onderwijs komen. Dat zijn er jaarlijks zo’n 26.000. Dat basale onderwijs levert geen ‘startkwalificatie’ op waarmee zij makkelijk kunnen solliciteren op een gewone baan. Tot 2015 werd hun in het laatste schooljaar uitgelegd hoe zij een Wajong-uitkering konden aanvragen, nu hoe zij zich bij de gemeente kunnen melden. Daar kunnen zij een beroep doen op de Participatiewet. Dat betekent dat de gemeente hun een beschutte werkplek kan aanbieden of dagbesteding en eventueel een bijstandsuitkering.

Omdat de jongeren meestal nog bij hun ouders wonen die zelf inkomen hebben, komen de jongeren niet in aanmerking voor een bijstandsuitkering of hooguit voor een gedeeltelijke uitkering. ‘Daardoor kosten ze de gemeente nauwelijks geld’, aldus voorzitter Hans Spigt van Jeugdzorg Nederland. ‘Dit terwijl een beschutte werkplek of bemiddeling naar werk met begeleiding bij een bedrijf wel geld kost. Dus de gemeente maakt keuzes en gaat geen geld uitgeven als daar ook niets mee bespaard wordt. Dan richten ze zich liever op niet-gehandicapte bijstandsgerechtigden die makkelijker werk vinden, en waardoor een uitkering wordt bespaard. Een toekomstplan voor deze jongeren is meer dan urgent.’

Doordat zij nauwelijks aanspraak meer maken op een uitkering, zijn veel jonggehandicapten zo in feite ‘weggedefinieerd’. Zij vallen buiten de kaartenbakken en daardoor is ook de omvang van de groep niet duidelijk. Het Toezicht Sociaal Domein – waarin de inspecties op de sociale zekerheid samenwerken – schat het aantal thuiszitters voorzichtig op zo’n tienduizend. Jeugdzorg-voorzitter Spigt stelt echter dat het inmiddels al gaat om zo’n 30.000 jonggehandicapten tussen de 18 en 23 jaar. ‘Die zitten thuis zonder werk en zonder uitkering en als ze al een uitkering hebben, dan is de toekomst niet rooskleurig.’

buiten de statistieken
Het Toezicht Sociaal Domein signaleert een ‘mismatch’ tussen de kenmerken van deze groep en het beleid. De groep kenmerkt zich volgens het toezicht door onder meer ‘beperkte cognitie; leerachterstanden; ontwikkelings-, gedrags- en leerstoornissen en problemen met gezag en beperkte zelfregulering’. De overheid eist echter van deze groep ‘eigen kracht, regie en zelfredzaamheid’.

Deze verwachtingen passen bij de hervormingen in de sociale zekerheid, waarbij zelfredzaamheid in de afgelopen decennia steeds meer voorop is komen te staan. Zo verwacht het kabinet-Rutte III dat het voor jonggehandicapten makkelijker wordt werk te vinden als de werkgever hun minder dan het minimumloon mag betalen. De gemeente kan dat vervolgens volgens de bijstandsnormen aanvullen. Wie spaargeld heeft of een partner met inkomen, krijgt geen aanvulling. Wie eerst onder het minimumloon betaald werd en wel een aanvulling van de gemeente kreeg, verliest die aanvulling na een huwelijk met een partner die ook een inkomen heeft. <

Nederlands Dagblad 11-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 18-05-2018 18:20:18
Is je huis een betere ‘belegging’ dan sparen of aandelen? Het antwoord is verrassender dan je zou verwachten

Arie Westeneng

Het wealth effect heet het wel. Je voelt je als huizenbezitter rijk en welvarend omdat je koophuis lekker in waarde stijgt. Je gaat misschien zelfs makkelijker geld uitgeven.

Prijsstijgingen van huizen in Nederland zijn sinds ruim een jaar volop in het nieuws. Hypotheekrentes zijn extreem laag, de arbeidsmarkt trekt aan en het aanbod van koopwoningen daalt. Het gevolg is een huizenmarkt die uit z’n voegen lijkt te barsten, met prijsstijgingen van gemiddeld meer dan 8 procent op jaarbasis.

In gewilde steden, onder meer in de Randstad, gaan de prijzen helemaal door het dak. Lees in dit verband ook: In deze 8 steden drijven verhuizende Amsterdammers de huizenprijzen op

Een gouden ‘belegging’ zou je zeggen. Maar wanneer we iets verder terugkijken, hoe goed doen huizenprijzen het dan? En wanneer je vergelijkt met rendementen op aandelenbeleggingen, of met spaarrentes is het rendement op huizenbezit dan nog steeds zo aantrekkelijk?

Lastig hierbij is uiteraard hoe je dit goed kunt vergelijken. Voor de meeste mensen is de eigen woning een gebruiksobject en geen belegging waar je rendement uit probeert te halen, al kijken veel huiseigenaren wel met een schuin oog naar de eventuele overwaarde.

We houden het hier even simpel en kijken dus alleen naar de waarde-ontwikkeling op basis van de gemiddelde huizenprijs en zien het huis dus niet als potentieel verhuurobject met inkomsten uit verhuur.

Huizenbezitters: gemiddeld 0% rendement in 10 jaar

Wat je bij de huidige ‘boom’ op de huizenmarkt makkelijk vergeet, is dat huizenprijzen enorm kunnen schommelen met flinke pieken en dalen. Dit wordt duidelijk als je de gemiddelde prijsontwikkeling van koopwoningen vergelijkt met het rendement over spaargeld en aandelen over perioden van respectievelijk vijf en tien jaar.

Kijk je bijvoorbeeld tien jaar terug, dan zit je rond de periode dat de kredietcrisis uitbarstte, met een enorme crisis op de Nederlandse huizenmarkt als gevolg. Huizenbezitters hebben de afgelopen 10 jaar vast veel woongenot gehad, maar de waarde van koopwoningen steeg gemiddeld maar 0,2 procent. Vrijwel nihil dus.

Terugkijkend over de afgelopen tien jaar zijn aandelenbezitters de absolute winnaars, ze zagen hun bezit 1,2 keer over de kop gaan.

Hoewel er veel geklaagd wordt over lage spaarrentes de afgelopen jaren, leverde sparen de afgelopen tien jaar opvallend genoeg meer op dan ‘beleggen’ in een huis. Spaarders zagen hun spaartegoed met ongeveer een vijfde stijgen, wanneer ze hun spaargeld op een rekening tegen een kortlopende rente lieten staan en de rente bij lieten schrijven

.Bij aandelen is het rendement gebaseerd op het totale rendement inclusief herbelegging van dividenden van een indexfonds dat de MSCI Wereldindex volgt, met aandelen uit 23 ontwikkelde landen.

Voor sparen is het rendement gebaseerd op de rentes voor spaargeld dat maximaal één jaar vast staat.


Huizenbezitters pakken verlies terug

Over de afgelopen vijf jaar ziet het plaatje er enigszins anders uit, dan over tien jaar. Belangrijkste ontwikkeling is dat huizenbezitters in deze periode 22 procent waardestijging konden bijboeken. Daarmee is het verlies uit de voorgaande vijf jaar weggewerkt. De rendementen van spaarders blijven in deze periode achter; ze haalden de afgelopen vijf jaar maar vijf procent rendement.

Ook dit keer hebben aandelenbeleggers het meest verdiend. In de periode van eind maart 2013 tot en met eind maart 2018 boekten ze een rendement van 64 procent.

Spaarders hebben last van inflatie

Wanneer we ook kijken naar de inflatie, de geldontwaarding, beleven spaarders nu helemaal slechte tijden. De variabele spaarrentes zijn veelal gedaald tot minder dan 1 procent. Door geldontwaarding en vooral door de belasting op spaargeld, de vermogensrendementsheffing, boeken veel spaarders inmiddels negatieve rendementen.

Belangrijke kanttekening is ook dat we in de berekeningen met de gemiddelde huizenprijs werken. Tussen regio’s zijn echter grote verschillen zichtbaar.

Een huis binnen de Amsterdamse grachtengordel kent andere prijsontwikkeling dan een woning in Zuid-Oost Groningen. Ook zijn verschillen zichtbaar tussen soorten huizen, tussen appartementen en vrijstaande woningen en tussen villa’s en startershuizen.

Kortom, hoewel een Nederlandse koopwoning de afgelopen tien jaar gemiddeld niets opleverde, zijn er in de praktijk natuurlijk grote verschillen afhankelijk van de stad of regio waar je woont.

Auteur: Reporter Creer datum: 25-05-2018 15:49:05
Kabinet stelt Rusland aansprakelijk voor MH17

DEN HAAG (ANP) - Nederland en Australië stellen Rusland aansprakelijk voor het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014. Met die formele stap hoopt het kabinet af te dwingen, desnoods via tussenkomst van een rechter of internationale organisatie, dat Rusland meewerkt aan het onderzoek.

,,Wij eisen dat Rusland zijn verantwoordelijkheid neemt en volledig meewerkt aan waarheidsvinding en gerechtigheid voor de slachtoffers van vlucht MH17 en hun nabestaanden’’, aldus minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken. Hij wijst erop dat de aanslag op het passagiersvliegtuig met 298 mensen aan boord ,,onherstelbaar leed'' teweeg heeft gebracht.

Het besluit staat los van het strafrechtelijk onderzoek en de mogelijke vervolging en berechting van de daders. ,,Maar deze trajecten kunnen elkaar wel wederzijds versterken'', aldus de minister.

Conclusies JIT

Nederland en Australië hebben de Russische regering laten weten dat ze Rusland aansprakelijk stellen. ,,Voor Nederland en Australië staat vast dat Rusland verantwoordelijk is voor de inzet van de BUK-installatie waarmee vlucht MH17 is neergehaald'', schrijft Blok. Hij haalt daarvoor de conclusies aan van het JIT, het internationale team dat de toedracht van de ramp onderzoekt. Dat acht bewezen dat de raket afkomstig was van een Russische legerbasis.

Het is nu wachten op een antwoord van Rusland, dat kan uitmonden in onderhandelingen of internationale bemiddeling. De regering in Moskou kan de aansprakelijkheid erkennen en proberen tot een vergelijk te komen, maar waarschijnlijk is dat niet. Als dat inderdaad uitblijft, dan kunnen Nederland en Australië naar een internationale rechtbank stappen.

Rusland kan zich bijvoorbeeld verweren door te stellen dat de benadeelde onderdanen van de twee landen zich maar bij de Russische rechter moeten melden om hun recht te halen, schreef Blok eerder.

Nederlands Dagblad 25-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 7-06-2018 14:01:59
Moslims en christenen schuiven samen aan tafel: 'Er wordt nog te veel langs elkaar heen geleefd'

Rebecca van de Kar

Bij de islamitische Iftarmaaltijd in de Utrechtse wijk Kanaleneiland schuiven ook christenen aan. Op zoek naar verbinding in een kleurrijke wijk. ‘Er wordt nog te veel langs elkaar heen geleefd.’

Utrecht

Het is iets voor zonsondergang als Henk Bouma (47) door zijn tuinhek naar buiten loopt. ‘Vrede’ en ‘hallo’ staat in Engels en Arabisch op zijn zwarte shirt. In het steegje achter zijn huis maakt hij een praatje met de buurvrouw. Bouma is predikant van Huis van Vrede, een geloofsgemeenschap annex buurthuis in het hart van Kanaleneiland, verbonden aan de GKv. Deze avond is hij te gast bij een Iftar: de maaltijd waarmee moslims tijdens de ramadan dagelijks het vasten doorbreken. Een groepje Marokkaanse mannen uit de buurt nodigde hem uit, vertelt Bouma al lopend. Hij stopt even. ‘De meeste mensen zullen het niet door hebben, maar de sfeer in de wijk is gespannen’, zegt hij op gedempte toon.

Zo’n driekwart van de bevolking van Kanaleneiland is van niet-Nederlandse afkomst. Door culturele verschillen botst het soms tussen groepen. Ook tussen moslims en christenen. Maar er zijn ook Marokkanen met wie het wél botert. ‘Mannen van goede wil, noemen we elkaar.’

ergernissen
Bouma loopt het wijkcentrum in. Binnen ruikt het naar soep. Op een tv-scherm voetbalt Marokko tegen Oekraïne.

Waar de Iftar – letterlijk ‘ontbijt’ in het Arabisch – normaal in familiekring plaatsvindt, is deze maaltijd openbaar. Voorafgaand komt de klankbordgroep van de wijk bij ­elkaar, waarin Bouma ook actief is. Om de vergadertafel zit een gemengd gezelschap van voornamelijk Marokkaanse mannen en een handvol ­Nederlanders uit de buurt. Bouma kent bijna iedereen bij naam. Gedeelde ergernissen komen aan bod: van hardrijden tot overvolle vuilcontainers. Er wordt gezocht naar oplossingen: door alle overlast staat de leefbaarheid van de wijk onder druk.

Vlak voor half tien kondigt voorzitter El Bakey Aissaoui, een van de sociaal makelaars van de wijk, het einde van de vergadering aan: tijd om te eten. Naast Bouma zijn ook de andere niet-moslims uit de groep welkom om ­samen de maaltijd te nuttigen. In een zijkamer zijn de tafels al gedekt. Schalen vol brood, vis, dadels en ­harira, een stevige traditionele soep, staan uitnodigend klaar. Een van de mannen tuurt naar zijn horloge. De tijd speelt een belangrijke rol tijdens de ramadan, licht Aissaoui toe. ‘Het vasten wordt elke dag en in ieder land op een net iets ander tijdstip ­beëindigd, dat hangt samen met het ondergaan van de maan. Normaal bidden we eerst het avondgebed in de moskee, de maghreb, en eten we daarna pas. Maar om onze gasten niet langer te laten wachten, doen we het vanavond even andersom.’

Klokslag zes minuten voor tien is het zo ver. ‘Aanvallen’, zegt de man met het horloge lachend. De handen reiken naar de dadels en waterflessen. ‘Volgens het gebruik van de profeet Mohammed eten we eerst een paar dadels. Daarbij mag je nooit een even aantal dadels eten. Dus je eet of één dadel of drie, nooit twee’, zegt Aissaoui. Waarom dat zo is, is niet helemaal duidelijk. ‘Het is traditie.’

De Iftarmaaltijd voor de buurt wordt nu een jaar of vijf georganiseerd. Het past bij de missie van de wijk, zegt Aissaoui nippend van zijn soep. ‘We zijn bezig met het traject Eén Kanalen­eiland-Noord. We willen een wijk vormen waarin iedereen graag woont. Om dat te bereiken, is het ­belangrijk dat mensen met verschillende afkomsten elkaar meer ontmoeten. Ook christenen en moslims. De kerk en moskee hebben verschillende gesprekken gehad om elkaar beter te leren kennen. Dat is goed, maar het kan beter. Er wordt nog te veel langs elkaar heen geleefd.’

Marokkaanse vrouwen zijn er vanavond niet bij. Jammer, vindt de wijkmakelaar. ‘We streven er wel naar om met mannen én vrouwen bij elkaar te komen bij dit soort gelegenheden, maar dat lukt nog niet. Het is in onze cultuur niet gebruikelijk en de sociale controle maakt het lastig. Maar er komt wel verandering in. Een kwestie van één à twee generaties, denk ik.’

Naast hem aan tafel zit buurtgenoot Amer Ghaddari, op zijn bord een paar garnalen. Ook hij vindt de gedeelde maaltijd een belangrijk initiatief. ‘Vorig jaar was er ook een politieagent bij. Het is goed om een mix van mensen te hebben. Zo kun je elkaar beter leren kennen. Dat helpt ook voor het oplossen van problemen in de wijk.’ De vader van twee dochters woont op vijf hoog in een flat. ‘Ik ben de enige die contact heeft met iedereen. Ik maak de hal soms een beetje schoon en maak een praatje met mensen. Wij moeten elkaar meer helpen, vind ik. Dat hoort ook bij de ramadan.’

bekeren
Bouma zit erbij en luistert. Hij heeft hart voor zijn wijk en de inwoners. Negen jaar geleden richtte hij de buurtgemeente op. ‘Kanaleneiland is de mooiste wijk van Utrecht’, zegt hij met een glimlach. ‘Namens Huis van Vrede ben ik hier omdat we meer moeten mengen in de wijk. We willen de vrede van Jezus aan de mensen laten zien. Hoe doe je dat beter dan door de relaties die je hebt?’ Door tal van activiteiten – van taalles tot naaicursus – legt Huis van Vrede contact met de buurt. Een ander bekeren ziet Bouma echter niet als zijn missie. ‘Dat kan alleen God. Mijn taak is het verhaal van Jezus laten zien. Jezus had aandacht voor mensen. Dát proberen wij ook te doen.’

De maaltijd loopt ten einde. De tafels zijn lang niet leeg: de ramadan draait dan ook om zelfbeheersing en niet om bunkeren, zegt een tafelgenoot. Bouma bewondert dat. ‘Persoonlijk zou ik het niet kunnen, hoor. Als ik te lang niet eet, word ik kriegelig. Ik zie jongeren op straat die het ook niet goed trekken. Tijdens de ramadan is er meer vandalisme, het veiligheidsteam van de wijk heeft er de handen vol aan. Dat is de keerzijde van de vastentijd, mensen hebben een korter lontje. Maar eerlijk is eerlijk: waarschijnlijk zou ik zelf ook een prullenbak kapottrappen.’

Nederlands Dagblad 07-06-18
Auteur: Reporter Creer datum: 14-07-2018 16:34:25
Column: Tijd en aandacht

Esm Wiegman-van Meppelen Scheppink

„Achter elke voordeur weer een andere patint, een ander mens, met een eigen verhaal en een eigen omgeving.” beeld RD, Henk Visscher
„Achter elke voordeur weer een andere patint, een ander mens, met een eigen verhaal en een eigen omgeving.” beeld RD, Henk Visscher
Vorige week heb ik een avond meegelopen met een wijkverpleegkundige van een specialistisch team en consulent palliatieve zorg. We waren een keer na kerktijd met elkaar aan de praat geraakt over ons werk in de palliatieve zorg: zij in de dagelijkse zorgpraktijk, ik in beleid en organisatie.

Een avond meelopen, betekent een avond kijken, luisteren en voelen wat er gebeurt. Achter elke voordeur weer een andere patint, een ander mens, met een eigen verhaal en een eigen omgeving. Het ene moment staan we in een huiskamer vol familie, waar met aandacht gekeken wordt naar de handelingen van de wijkverpleegkundige rond de aansluiting van een morfinepomp bij vader en opa. Op de achtergrond gesprekken over moeder en oma, die een halfjaar geleden was overleden, over de SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) die zou komen en de dominee die langs zou komen voor een gebed. De wijkverpleegkundige beantwoordt vragen van een dochter over het verschil tussen toediening van morfine en palliatieve sedatie. Het is een veel gestelde vraag, ook bij lezingen die ik verzorg.

Een andere voordeur leidt ons naar een kamer in een hospice waar het sterven van een patint dichtbij is. Met tranen in de ogen ben ik getuige van het afscheid dat de familie neemt van man en vader, voordat palliatieve sedatie wordt toegepast. De voorbereiding is zorgvuldig geweest, in nauwe afstemming met de huisarts, andere zorgverleners en de familie. Andere vormen van bestrijding van pijn en benauwdheid voldeden niet meer. De dominee had gebeld dat hij niet meer langs kon komen. Wat jammer! Een laatste gebed zou mooi zijn geweest op dit moment van afscheid.

Op de gang wachten we, om later te kijken of de sedatie z’n werk doet. Het wordt stil op de kamer. Het gevoel van tijd verdwijnt. Familie waakt en wacht. Sterven is een proces.

In de auto op weg naar een andere patint genieten we van de avondzon, die langzaam ondergaat. We komen bij patinten thuis die antibiotica via een infuus krijgen toegediend. Tussendoor gaat de telefoon. Een huisarts vraagt achtergrondinformatie en een klankbord om te kunnen bepalen welke zorg het beste verleend kan worden.

Er wordt een lichte en tijdelijke sedatie aangebracht bij een nog relatief jonge vrouw, zodat ze goed zal kunnen slapen. Na een groot aantal chemokuren blijkt er toch geen genezing mogelijk. Er staat een bed in de woonkamer. Man en kinderen eromheen. Met elkaar drinken ze nog wat voor het slapen gaan. Een van de kinderen zal deze nacht bij moeder slapen en helpen als het nodig is. Niemand weet hoelang dit ziekbed nog zal duren. Tijd betekent hier leven bij de dag en je bewust zijn van de kostbare tijd die je nog met elkaar kunt doorbrengen, hoe moeilijk ook.

Tussen de bezoeken door worden de patintendossiers aangevuld met informatie die van belang is voor de continuteit van de zorg en de overdracht van de zorg aan de collega’s van de volgende dienst. Bij elk bezoek is er weer nieuwe en volledige aandacht voor die ene patint en z’n naaste omgeving; doen wat nodig is om te doen, kijken, luisteren en tijd nemen.

Tegen middernacht ben ik thuis. In gedachten ben ik nog bij de patinten die we hebben bezocht. Zullen ze deze nacht goed slapen? Wanneer zal het moment van sterven zijn? Hoe zal de naaste familie verder gaan? Hoe zullen ze terugkijken op de zorg die is gegeven? Waar vinden ze troost?

De volgende dag zit ik weer achter een bureau en heb ik overleg met collega’s. Met de beelden van de patinten in het geheugen, zoals ik hen thuis zag en in de hospice, houd ik voor ogen wat er nodig is aan beleid en organisatie in de palliatieve zorg: goed opgeleide zorgverleners die samenwerken en onderlinge afstemming zoeken; patinten die niets zouden moeten merken van schotten in de zorg, tussen de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning; minder papier en administratie; een goed (digitaal) zorgdossier waar de patint mee gediend is; ondersteuning van familie en naasten die mantelzorger zijn; een dominee of geestelijk verzorger die er op de goede momenten is; voldoende tijd en aandacht, omdat sterven een proces is dat hierom vraagt.

Esm Wiegman-van Meppelen Scheppink. Reageren? rubriekforum@refdag.nl

Reformatorisch Dagblad 11-07-18
Auteur: Reporter Creer datum: 27-07-2018 18:04:23
Miljoenenschade dreigt voor boeren, groente en fruit mogelijk duurder
VANDAAG, 16:36ECONOMIE

Maisplanten hebben het zwaar op uitgedroogd land in Kloetinge NOS OOGGETUIGE | ERICA VAN LEEUWEN-DE BRUIJN

De Nederlandse boeren stevenen af op een miljoenenschade als het nu niet snel voldoende gaat regenen. Gewassen gaan kapot of kunnen niet worden aangeplant. Op dit moment zijn vele hectaren akkerbouw al opgegeven en lijden boeren al snel tienduizenden euro's verlies. Slechts een klein aantal boeren is verzekerd tegen de droogte.

"Van de 42 hectare die wij hebben, heb ik de helft nu laten beregenen", zegt akkerbouwer Jan Poppe in Dalfsen. "Dat kost 200 euro per hectare. Zes hectare met mais heb ik definitief opgegeven. Ook moet ik stukken grasland opnieuw gaan inzaaien. Ik zit nu zeker al op een schade van 20.000 euro."

Boer Poppe is niet de enige. "Deze droogte treft iedereen", zegt Maarten Leseman van LTO Nederland. "Het begon in de Achterhoek en heeft zich zo verspreid naar de lager gelegen delen van het land, waar het grondwater nu ook steeds lager staat. Hagelschade bijvoorbeeld is vaak lokaal, maar deze droogte geldt voor heel het land. Dit gebeurt maar eens in de zoveel decennia."

We moeten echt even afwachten hoe de oogsten uiteindelijk zullen zijn en wat dat betekent voor de prijzen.
Woordvoerder Jumbo
De verwachting is dan ook dat over de hele linie de oogsten zullen tegenvallen. Minder in kilo's maar ook minder van kwaliteit door te weinig water. "Pruimen, bramen, bessen, frambozen hebben dagelijks water nodig", zegt Gerard van den Anker van fruittelersorganisatie NFO. "Daarom zijn wij tegen een algemeen beregeningsverbod."

Een mindere oogst, dus minder aanbod, betekent meestal een hogere prijs voor de groente en fruit. De aardappelprijs is op de aardappeltermijnmarkt in korte tijd gestegen van net onder de 20 euro in mei naar 30 euro nu voor 100 kilo fritesaardappelen.

"Het zou kunnen dat die hogere prijzen een deel van de schade kunnen compenseren", zegt Leseman van LTO." Maar dat is nu nog speculeren; we moeten gewoon afwachten wat er gebeurt zodra de aardappels van het veld zijn."

Of de rekening uiteindelijk terechtkomt bij de consument, ligt vooral aan de supermarkten. Hun inkoopprijzen van groente en fruit zullen omhooggaan, maar berekenen ze dat ook door aan de klant? "Daar kunnen we nu nog niks over zeggen", reageert een woordvoerster van supermarktketen Jumbo. "We moeten echt even afwachten hoe de oogsten uiteindelijk zullen zijn en wat dat betekent voor de prijzen."

Je hoopt toch dat je niet al te vaak last hebt van extreem weer.
Jan Poppe, akkerbouwer
Momenteel doen boeren alles om de oogst te redden. "Ze staan midden in de nacht op om haspels verplaatsen naar een ander perceel of om diesel in de waterpomp te doen. Alles om de gewassen te beregenen", aldus Leseman van LTO. "Maar zelfs met al die inspanningen lopen de gewassen nog steeds schade op. De aardappelen, suikerbieten en pruimen zijn te klein, waardoor er minder opbrengst is per kilo. Daarnaast verliezen gewassen, zoals mais, voedingswaarde waardoor ze minder waard worden."

Die schade kunnen de meeste boeren nergens verhalen, want slecht 10 procent is verzekerd voor de gevolgen van extreme weersomstandigheden. "Dat zijn best dure verzekeringen", zegt Poppe. "Dus die heb ik niet. Je hoopt toch dat je niet al te vaak last hebt van extreem weer en dat de schade door de jaren heen minder is dan de premie die je had moeten betalen."

Miljoenen
De boeren die wel verzekerd zijn, kloppen al massaal aan bij hun verzekeringsagent. "We krijgen tientallen meldingen per dag binnen", zegt Jan Schreuder van weerschadeverzekeraar Vereinigte Hagel. Een schatting van de totale schade is nog lastig, maar volgens Schreuder loopt dat toch al snel in de miljoenen.

De uiteindelijke schade hangt af van het weer de komende weken. "We hebben meerdere dagen achter elkaar 20 tot 25 millimeter neerslag nodig", zegt Leseman van LTO. "Zo snel mogelijk. Dan kunnen de boeren delen van hun oogst nog redden."

Maar dagen achter elkaar stevige regenbuien verwacht op dit moment niemand.

NOS 27-07-18
Auteur: Reporter Creer datum: 31-07-2018 14:16:08
11-jarig wonderkind wil bewijzen dat God bestaat

'Albert Einstein en Stephen Hawking hadden het bij het verkeerde eind'


Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

26 juli 2018

Nieuws

Na twee jaar studie aan het St. Petersburg College, kreeg de 11-jarige William Maillis afgelopen zaterdag de Associate in Arts Degree toegekend. Hij wil astrofysicus worden en bewijzen dat God bestaat.

Al op jonge leeftijd was duidelijk dat William een wonderkind is. Volgens zijn ouders kon hij met zes maanden al cijfers herkennen en toen hij zeven maanden was, begon hij met complete zinnen. Op 2-jarige leeftijd kon hij lezen, schrijven en rekenen. Eenmaal 4 jaar, leerde hij Grieks lezen en drie jaar later beheerste hij de trigonometrie.

Een van zijn docenten, Aaron Hoffman, legt uit dat de jongen de enige student is die geen aantekeningen maakt in de klas. Hij luistert, leest en absorbeert kennis.

Bewijzen dat God bestaat

William Maillis wil astrofysicus worden, en wel om een speciaal doel te bereiken: de wetenschap helpen bewijzen dat God bestaat. Hij wil bewijzen dat slechts n externe kracht in staat is het universum te vormen. Dat idee is niet nieuw in de wetenschap, maar William wil een nieuw concept presenteren. Hij noemt het “pure zwaartekracht”, dat – zo hoopt hij – hem helpt een meer samenhangende theorie te formuleren.

Hij is van plan zijn kennis in fysica en chemie te verdiepen, een doctoraat te behalen en te laten zien dat de theorien van fysici als Albert Einstein en Stephen Hawking over het universum, niet correct zijn.

Eigen theorie

“Hij wil aan iedereen bewijzen dat God bestaat, gezien het feit dat slechts n externe kracht in staat is leven te geven aan de kosmos,” legt zijn vader Peter uit. Hij voegt eraan toe dat zijn zoon zich dagelijks toewijdt aan het ontwikkelen van zijn eigen theorie van de schepping van het universum.

'God gaf hem zijn gave'

Zijn ouders zeggen William ‘down-to-earth’ te willen houden, zonder zijn aspiraties te belemmeren. “God gaf hem zijn gave. Het ergste zou zijn om die gave niet te benutten voor de verbetering van de wereld,” zei zijn vader tegen de nieuwssite Morning Ledger.

Geschreven door:

Mirjam Hollebrandse

Eindredacteur visie.eo.nl

Auteur: Reporter Creer datum: 10-08-2018 16:13:39
Kwart minder Zeeuws fruit door hitte

NISSE - Zeeland stevent af op een kleine fruitoogst. De langdurige hitte eist zijn tol. Zowel in de peren als in de appels is er schade door bladverbranding. Ze zullen in doorsnee wat kleiner zijn dan normaal. Dit voorjaar had een aantal fruittelers ook hagelschade.

Frank Balkenende 09-08-18,

,,Ik denk dat de oogst 20 tot 25 procent kleiner zal zijn dan in een normaal seizoen'', voorspelt Rinus van 't Westeinde, bestuurder van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) en landbouworganisatie ZLTO. Wel met een slag om de arm, voegt hij eraan toe. ,,Als er de komende drie weken voldoende neerslag valt, groeit het fruit mogelijk nog voldoende door. Nu is het relatief aan de kleine kant. Zijn je peren onder de gebruikelijke maat, dan oogst je vanzelf minder kilo's van een hectare.''

De NFO signaleert grote verschillen per regio. Vooral Zeeland heeft een aantal 'dramatische' fruitpercelen. Van 't Westeinde beaamt dat. ,,Die percelen liggen wel verspreid over de provincie. Een teler kan n boomgaard hebben waar de situatie desastreus is en drie andere blokken waar het fruit er goed bij hangt.''

Taai
De laatste week, met temperaturen van boven de dertig graden, zijn vooral perenbomen geteisterd. Water uit de druppelbevloeiing verdampt bij de enorme hitte sneller. ,,Als een boom niet meer voldoende water uit de grond kan halen, schiet hij in de overlevingsmodus. Hij trekt dan vocht uit de bladeren en ook uit de vruchten, die vervolgens taai worden. Dat is met name in de peren gebeurd. De zonnebrandschade in de appels valt mee'', zegt Van 't Westeinde.

De afgelopen jaren hadden met name de perentelers last van de Russische boycot van fruit uit de EU. In 2016 was er herstel. Door schrale oogsten in Zuid-Europa waren de prijzen hoog. Vorig jaar was er minder te lachen. Toen was er veel vorstschade. Dit seizoen worden een overvloedige Europese oogst verwacht, met ruim eenderde meer appels (vooral uit Polen) en een paar procent meer peren. Voor de prijsvorming hoeft dat niet meteen een drama te zijn. In Polen is het klimaat te koud voor een populaire bewaarpeer als de Conference. De Benelux is optimaal. Van 't Westeinde benadrukt ook dat het in Zuid-Europa nog heter was dan in Nederland.

PZC 09-08-18
Auteur: Reporter Creer datum: 21-09-2018 18:25:35
Drukke christenmoeder tobt over kroost

Johannes Visscher


„Ik werkte bij twee kerkelijke gemeenten en was veel reistijd kwijt. Dat bracht veel stress in ons gezin”, zegt moeder Bijzet.

„Ik werkte bij twee kerkelijke gemeenten en was veel reistijd kwijt. Dat bracht veel stress in ons gezin”, zegt moeder Bijzet.
Het huis netjes houden, vrijwilligerswerk voor de kerk doen en twee dagen per week betaald buitenshuis werken. Houden drukke moeders in christelijke kring dan wel genoeg tijd over om hun kinderen naar behoren op te voeden?

Aan alle kanten kom ik tijd tekort. Dat is kortweg d klacht van jonge moeders met een betaalde baan. Althans, dat beeld rijst uit een deze maand gepubliceerde enqute van het blad Kek Mama onder 1250 vrouwen met kinderen van 0 tot 12 jaar. Zo zegt 35 procent van de moeders zich schuldig te voelen omdat ze door hun werk buitenshuis minder tijd hebben voor hun kinderen. Krap 60 procent van de mama’s wil meer tijd met het kroost doorbrengen.

Luiers verschonen

Worden werkende moeders uit christelijke kring ook geplaagd door zelfverwijten? Zeker niet, reageert Swenne Bijzet (31) uit Zutphen. Zij en haar man hebben een dochter van 2 en een zoon van 4 jaar.

De jonge moeder werkt twee dagen per week (in totaal 14,5 uur) als kerkelijk werker bij de protestantse gemeente in het Gelderse Laren. Haar man heeft een fulltimebaan. „Het moederschap is prachtig, maar ik vind het fijn om ook een paar dagen met andere dingen bezig te zijn. Ook als kerkelijk werker mag ik bouwen aan Gods Koninkrijk. Dankbaar werk. Door de combinatie van taken word ik een leuker mens. Luiers verschonen of spelletjes doen met de kinderen is weer heel anders dan een pastoraal gesprek voeren of een vergadering van jeugdleiders voorzitten.”

Het kan voor kleine kinderen goed zijn om een paar dagen per week buiten hun kringetje te kijken, vindt Bijzet. „Bij onze gastouder of op de buitenschoolse opvang leren onze zoon en dochter bijvoorbeeld met anderen te spelen.”

Toen hun jongste net was geboren, werkte Bijzet in totaal 27 uur buiten de deur. Dat vond ze te gortig. „Ik werkte bij twee kerkelijke gemeenten en was veel reistijd kwijt. Dat bracht veel stress en onrust in ons gezin.”

Ze vindt het prima als vrouwen ervoor kiezen om fulltime voor de kinderen te zorgen. „Vrouwen denken daar verschillend over. Zelf vind ik het mooi dat ik mijn diverse talenten in n buiten mijn gezin kan inzetten.”

Lees ook„Jonge refomoeder is vaak onzeker”

Drinken en fruit

Duidelijk onvrede over buitenshuis werken ervoer Henriet Flikweert (51) uit het Zeeuwse Oosterland afgelopen anderhalf jaar. Zij en haar man (58) hebben vijf kinderen. De jongste, een meisje, is 14 jaar.

Haar baan in de zorg is financieel bittere noodzaak, zegt Flikweert. Haar man was enige tijd werkloos, heeft nu weer werk, maar verdient minder dan voorheen. Maar er moet wel jaarlijks bijvoorbeeld 900 euro op tafel komen voor busvervoer voor haar jongste dochter, die op het reformatorische Calvijn College in Goes zit.

Het zat Flikweert dwars dat ze in het verleden in de middag- en avonduren haar jongste dochter na schooltijd niet kon opvangen. „Mijn man was er dan ook niet. Dus at onze dochter alleen en moest ze zelf huiswerk plannen. Dat ging niet goed. Ze kon de zelfstandigheid niet aan en was vooral met haar telefoon bezig. Mijn schuldgevoel werd steeds groter. Ik overwoog: Verwacht je dat er zegen op rust als je denkt dat je geld moet verdienen terwijl je dochter alleen thuis zit?”

Om gezondheidsredenen en omdat ze „moeder wil zijn zoals God het bedoelt”, bracht ze haar werk buitenshuis terug naar hooguit drie ochtenden. „Het voelt goed dat ik thuis ben als mijn dochter uit school komt. Ik maak drinken en fruit voor haar klaar; ze kan haar verhaal kwijt. Net zoals dat vroeger het geval was bij onze andere kinderen. Mijn man en ik verdienen minder dan voorheen, maar principes mogen geld kosten. En zal God niet voorzien?”

Reformatorisch Dagblad 21-09-18

Auteur: Reporter Creer datum: 28-09-2018 14:35:02
Zo werkt de hersenspoeling van de NOS

Door NAUSICAA MARBE


We hoeven niet naar het buitenland voor nepnieuws: in het het NOS-journaal verdwijnt de journalistiek uit het nieuws en wordt kabinetsbeleid verpakt in sentiment aan de kijker opgedrongen.


Afgelopen woensdag begon het acht uur-journaal met een item over orgaandonatie. Als een spreekstalmeester bij een belangenvereniging scandeert Rob Trip: ‘Kinderen op de basisschool zouden al voorlichting moeten krijgen over orgaandonatie.’ Werkelijk? Wie vindt dat? Prompt verschijnt het blonde hoofd van een naamloze mevrouw in beeld. Zij vertelt dat het belangrijk voor ouders is om te weten hoe hun kinderen daarover denken. Het openingsdeuntje van het journaal jankt onderwijl door. De vraag rijpt waarom dit openingsnieuws is. Maakt de minister van Onderwijs budget vrij voor schoolvoorlichting? Luiden psychologen de noodklok over geestelijke problemen bij kinderen over donatiekeuzes?

Welnee. Trip verhaalt dat het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) pleit voor voorlichting van kinderen op heel jonge leeftijd. De blonde mevrouw verschijnt weer: ze blijkt Marion Siebelink van het UMCG. Nog steeds is onduidelijk waarom ze nieuwswaardig is. Als de NOS geen informatie verstrekt, biedt Google uitkomst: Siebelink blijkt programmamanager in het transplantatiecentrum van het UMCG en betrokken bij de Nederlandse Transplantatie Commissie. Al jaren promoot ze zelf ontwikkelde lespakketten voor de basisschool. Oud nieuws dus. Waarom komt de NOS er nu mee? Niks daarover. Het journaal gaat door met een emotionerende casus. Ineens zitten we in de achtertuin van ouders die vorige maand hun kind door een tragisch ongeluk verloren. Hartverscheurend. Vader en moeder vertellen bewonderenswaardig beheerst en rationeel over hun keuze voor orgaandonatie. Een besluit gebaseerd op gesprekken die ze met hun zoon hadden. Aangrijpend. De commentaarstem van het journaal voegt toe: ‘Tijmen doneerde acht organen.’

Beduusd
Ineens, nog beduusd door het schijnende verhaal, besef je hoe het journaal je bij de neus neemt met emotionele chantage. Want de overleden jongen doneerde zelf natuurlijk niets. Toch presenteert de NOS de donatie als zijn laatste wilsdaad, om de gevoelens van de kijker te bespelen. En die beduusde kijker, die nog steeds niet weet waarom de oude lespakketten van mevrouw Siebelink groot nieuws zijn, heeft daarvan niet terug. Wat kun je anders doen dan respect opbrengen voor deze ouders en hun keuze? Mensen die bovendien niemand iets willen opdringen, zo vrij van waardeoordelen spraken ze.

De inzet van deze casus waar je met goed fatsoen niets tegenin kunt brengen, toont de manipulatieve journalistiek van de NOS. Het tragische voorval wordt gebruikt als illustratie van het belang van een positieve donorregistratie. Het gaat de NOS hier om het overbrengen van schuldgevoelens: iedereen die deze ouders aanhoort en zelf anders overweegt, moet zich slecht voelen. Anders had het journaal ook anderen aan het woord gelaten die na gesprekken met hun kind ervoor kozen om niet te doneren. Ook dat was een goed voorbeeld geweest van het belang van zo’n gesprek. Maar de NOS vertaalt praten over donatie automatisch in overtuigen voor donatie. Terwijl er allerlei redenen zijn, ook levensbeschouwelijke, om niet te doneren. Respectabele keuzes, die mensen niet moreel minderwaardig maken. De NOS toont die niet.

Krakkemikkig
Wel komt in de laatste seconden van het item het eigenlijke nieuws: minister Bruins van Volksgezondheid lanceerde woensdag een campagne over orgaandonatie. Mr daarover vertelt het journaal niet. Wel verschijnt de minister in beeld om te bekennen dat hij met zijn kinderen niet over donatie heeft gepraat, maar dat hij zo’n gesprek op scholen aanbeveelt. Meer schuldgevoel, geserveerd door een mea culpa van een bewindsman die vast opgelucht was dat de NOS niet het echte nieuws bracht: namelijk dat er kritiek uit de Kamer kwam op zijn campagne met de titel ‘(Niet)kiezen is een keuze’. De cryptische titel en de inhoud zouden voor miljoenen mensen onduidelijk zijn. Waarbij ook de vraag rijst waarom het ministerie twee jaar voordat de nieuwe donorwet ingaat die iedereen automatisch donor maakt, nog geld spendeert aan een campagne die moet aanzetten tot registratie. Daar vraagt de NOS niet naar. Ook niet naar de krakkemikkige wet die niet valt uit te leggen. Alles rond deze omstreden wet lijkt vergeten. Om de overheid geen last te bezorgen, zet de NOS emotie in ter afleiding van het uitblijven van journalistieke vragen.

Na dat item vroeg ik me af waarom basisschoolkinderen lastig moeten worden gevallen met overheidspropaganda rond orgaandonatie die verpakt wordt als levensvragen die bij hun leeftijd zouden passen. Dag allemaal, zegt de juf, vandaag gaan we praten over je organen na je dood, zodat papa en mama dan makkelijk een keuze kunnen maken. Krankzinnig, maar daar komt het op neer.

Gestoord
Er zijn nauwelijks leraren te vinden voor het basisonderwijs. Scholen gaan over op vier lesdagen per week, en in de schaarse tijd die overblijft moet morele druk worden uitgeoefend op kleine kinderen over keuzes in verband met hun dood? Gestoord. De vrijheid van het kind om daar helemaal niet mee bezig te zijn, wordt geschonden door donorideologen die een wet promoten die een basaal mensenrecht schendt: de autonomie over het eigen lichaam. Schaam je, NOS-journaal, dat je kruiperig meewerkt aan deze hersenspoeling.

Telegraaf 26-09-18
Auteur: Reporter Creer datum: 6-10-2018 12:48:23
Roemenen stemmen over homohuwelijk


BOEKAREST (ANP/RTR) - Roemenen kunnen dit weekeinde in een referendum stemmen over de vraag of er in de grondwet moet worden vastgelegd dat een huwelijk alleen tussen een man en een vrouw kan worden voltrokken.

De conservatieve Oost-Europese staat staat nu al geen huwelijken of burgerlijke partnerschappen voor koppels van hetzelfde geslacht toe en erkent deze ook niet als ze in het buitenland zijn gesloten.

De Roemenen zullen stemmen over de vraag om de grondwettelijke definitie van het huwelijk te wijzigen in een verbintenis tussen man en vrouw. Nu wordt nog in de wet gesproken van ,,een unie van echtgenoten" zonder vermelding van het geslacht. Het initiatief voor de volksraadpleging komt van een groep uit het maatschappelijk middenveld, de Coalitie voor de Familie.

Tientallen mensenrechtengroeperingen hebben opgeroepen om het referendum te boycotten. Zij waarschuwen er voor dat goedkeuring tot afbraak leidt van de rechten van minderheidsgroepen en het land naar een populistisch, autoritair spoor duwt.

Het referendum is geldig bij een opkomst van 30 procent, oftewel meer dan 5 miljoen mensen.

De meeste EU-landen staan huwelijken of partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht toe.

Nederlands Dagblad 06-10-18
Auteur: Reporter Creer datum: 16-10-2018 15:10:36

Laatste nieuws Binnenland Politiek Buitenland Economie Koninklijk Huis
Marketingtaal soms nodig om goed doel aan te prijzen
Herbert Bulten
Gisteren
11:20
Opinie
2018-10-13-pkOPI1-Fondsenwerving-6-FC-V_web
Fondswervers staan voor de uitdaging om de (soms gezapige) mensen die het beter hebben dan ooit te betrekken bij hun hulporganisatie.” Foto: vluchtelingen in een kamp in Jemen. beeld AFP, Nabil Hassan
Fondswervers staan voor de uitdaging om de (soms gezapige) mensen die het beter hebben dan ooit te betrekken bij hun hulporganisatie.” Foto: vluchtelingen in een kamp in Jemen. beeld AFP, Nabil Hassan
Hoe krijg en houd je mensen in het welvarende Westen betrokken op het werk van christelijke hulporganisaties? Soms door ”verkooptaal” te gebruiken, reageert Herbert Bulten.

Met het artikel ”Houd taalgebruik zuiver bij fondsenwerving” van Wim de Bruin (RD 5-10) kan ik instemmen. Ik ben echter van mening dat het door fondsenwervers gehanteerde taalveld wel degelijk aansluit bij de missie van goededoelenorganisaties. Het is ook niet helemaal fair om deze oproep bij de marketingafdelingen neer te leggen. Want zo’n afdeling is gewoon een verlengstuk van de organisatie en over de boodschap wordt goed nagedacht.

ANP-27300520Lees ookChristelijke fondsenwervers, houd je taal zuiver

Christelijke organisaties in het Westen staan midden in een cultuur die vol is van maakbaarheidsgedachten. Uitdrukkingen als ”wij gaan de wereld beter maken” worden ook door christelijke organisaties steeds meer gebruikt, desnoods in een christelijk jasje. Misschien is het nog niet zo omschreven in de strategische documenten, maar deze gedachten benvloeden ons steeds meer. En ze staan niet op zichzelf. Recente slogans als ”We make America great again” (Trump) en ”Wir schaffen das” (Merkel in verband met het ”vluchtelingenprobleem”) herinneren we ons allemaal en ze gaan erin als zoete koek.

Orintatie op Christus

Het probleem is dat christelijke organisaties vanuit idealistisch oogpunt vol zitten met pretenties, die ze lang niet altijd waar kunnen maken. Onder druk worden soms onmogelijke doelen gesteld en blazen we onszelf en elkaar op. „Wij doen recht.” „Wij verdrijven armoede.” Dat willen we en dat denken we. Het verkoopt, het maakt ons belangrijk en geeft meer zin aan ons bestaan.

Toch is dat misleidend. Het is belangrijk dat we onszelf als christelijke organisaties tegen het licht durven houden en ons beleid blijvend doordenken. Ik meen dat de theoloog dr. A. van de Beek ons kan helpen in die doordenking. Helaas wordt hij te snel in een bepaalde hoek gezet en als te somber beschouwd. Natuurlijk is er te discussiren over de uitwerking van zijn theologie in de weerbarstige praktijk. Wat hij ons echter te zeggen heeft, is weliswaar niet leuk, maar peilt wel diep en is zeer relevant. In zijn indrukwekkende boekje ”Hier beneden is het niet” houdt hij ons een spiegel voor: wij gaan de wereld namelijk niet beter maken. Dat kunnen we niet en dat hoeft ook niet. Van de Beek stelt dat het niet gaat om onze prestaties, maar om (onze) orintatie. Die orintatie (op Christus) zonder pretenties zorgt er wel degelijk voor dat wij in beweging komen voor onze naaste. Maar wel via het kruis en niet om de wereld beter te maken. Het is wezenlijk om ons daarvan steeds weer bewust te zijn.

Marktkoopman

Er is ook een andere kant. Ik heb (als leidinggevende) lang genoeg meegelopen in de (christelijke) sector van ontwikkelingswerk, zendingswerk en mensenrechtenwerk. De mensen die hierin werken, zijn intrinsiek zeer gemotiveerd en voelen zich geroepen om dienstbaar te zijn, juist omdat ze christen zijn. Met hart en ziel is men betrokken op Gods Koninkrijk en de kwetsbare medemens. En hoewel dat helaas niet vaak naar buiten komt, is er wel degelijk de worsteling met de gebrokenheid in de wereld, het falen en de waaroms van het lijden. Het geloof breekt soms letterlijk bij de handen af. Maar is Christus’ hart niet juist in de diepte van lijden en falen?

Als we verder durven kijken, zien we ook wel dat wij de wereld niet beter maken. Dat geldt eveneens voor degenen die de boodschap verkopen en fondsen werven. Zij staan voor de uitdaging om de (soms gezapige) mensen die het beter hebben dan ooit te betrekken bij hun organisatie. De boodschap en de omlijsting moeten steeds spectaculairder zijn, anders is de aandacht weg. En ja, dan verdwijnt de nuance weleens.

Ik heb een keer een bevindelijke predikant horen uitleggen dat hij zich een koopman weet die zijn waar (het Evangelie) moet aanprijzen. De marktkoopman prijst zijn spullen soms aan met bulderende stem. Je vraagt je dan af of dat nodig is. Toch vind ik dat wel een bruikbaar beeld. Je moet eropuit om te verkopen en mensen betrokken te krijgen. Soms overdreven.

Ootmoed

Natuurlijk kunnen we niet alle organisaties over n kam scheren. Daarnaast veranderen christelijke organisaties en worden ze steeds professioneler. Men stelt doelen en meet de impact van acties. Daar is niets mis mee.

Toch is er een tendens van overschatting. In verband met ontwikkelingswerk wordt vaak gesproken over Micha 6:8: Wat we steeds meer vergeten, is de nederigheid (ootmoed). Dat heeft alles te maken met een eerlijk verhaal, bewustwording en ons afhankelijk weten van een God Die het maakt en gemaakt heeft. Nederigheid leidt tot de juiste orintatie en voorkomt opgeblazen prestaties. De missie, de visie en de boodschap bij christelijke organisaties vragen om een Bijbels-theologische doordenking en nuchterheid. Daarbij hebben we elkaar nodig.

De auteur werkte als leidinggevende voor diverse christelijke organisatie, woonde in Centraal-Azi en het Midden-Oosten en studeert parttime theologie in Leuven.

Reformatorisch Dagblad 15-10-18
Auteur: Reporter Creer datum: 30-10-2018 19:37:41
Nibud: Crisis had een sterk nivellerend effect op Nederlandse inkomensverhoudingen

De economische crisis heeft sinds 2010 een sterk nivellerend effect gehad op de inkomensverhoudingen in Nederland. Werkenden en gepensioneerden met lage inkomens zijn over het algemeen stabiel gebleven of vooruitgegaan. Hoe hoger de inkomensgroep, hoe meer de koopkracht door de jaren heen is achtergebleven. Dat loopt op tot duizenden euro's per jaar.

Raoul du Pr & Gijs Herdersche 30 oktober 2018, 2:00


Dit blijkt uit meerjarenberekeningen van koopkrachtbureau Nibud op verzoek van ouderenpartij 50Plus. Senator Jan Nagel wil de uitkomsten vandaag gebruiken bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer, vooral om aan te tonen dat veel gepensioneerden onevenredig veel hebben ingeleverd in vergelijking met werkenden. Koopkrachtplaatjes zeggen in de praktijk weinig over individuele koopkracht - daarin spelen veel particuliere factoren mee - maar wel over de globale inkomensverdeling.

Nagel kan zijn punt maken, want uit de cijfers blijkt ook dat ouderen met een modaal inkomen sinds 2010 veel meer in koopkracht achterbleven dan werkenden met een vergelijkbaar inkomen. De gepensioneerde, alleenstaande Jan Modaal (plusminus 36 duizend euro bruto inkomen per jaar) ging er vanaf 2010 tot komend jaar in koopkracht ruim 1.800 euro per jaar op achteruit, terwijl de werkende, single Jan Modaal slechts 300 euro inleverde.

Hoe hoger het inkomen, hoe groter het koopkrachtverschil tussen gepensioneerden en werkenden is opgelopen. Een ouder echtpaar dat samen anderhalf keer modaal, 49 duizend euro, ontvangt aan AOW en pensioen, is er jaarlijks 3.168 euro op achteruitgegaan. Een werkend stel dat samen een vergelijkbaar inkomen verdient, heeft 828 euro ingeleverd. De belangrijkste oorzaak van dat verschil ligt in de malaise bij de pensioenfondsen. De afgelopen jaren zijn de aanvullende pensioenen niet of nauwelijks verhoogd, soms zelfs verlaagd.

Onder zowel werkenden als gepensioneerden bleven de lage inkomens intussen tamelijk stabiel door gerichte belastingmaatregelen van met name het tweede kabinet-Rutte, van VVD en PvdA. Toenmalig PvdA-leider Samsom zag het bij het maken van de begrotingen elk jaar als een van zijn belangrijkste opdrachten om in tijden van crisis de laagste inkomens te ontzien. De aankondiging daarvan, door PvdA-voorzitter Spekman bij de start van Rutte II in 2012 (‘nivelleren is een feest’) leidde destijds tot onrust in de VVD-achterban. Als het plan voor een inkomensafhankelijke zorgpremie niet was afgeschoten door fel protest in de VVD, zouden de verschillen waarschijnlijk nog groter zijn geworden.

50Plus-senator Jan Nagel, die de berekeningen liet maken, zal vandaag in de Eerste Kamer vooral de nadruk leggen op de verschillen tussen werkenden en gepensioneerden. ‘Nu de economische groei stijgt, worden de werkenden, die de afgelopen jaren ook achteruit zijn gegaan, volop aangemoedigd stevige loonsverhogingen te vragen. In schril en asociaal contrast zullen de gepensioneerden er de komende jaren verder op achteruit gaan en eind volgend jaar is de dreiging van pensioenkortingen voor vele Nederlanders een reel gevaar. En volstrekt onnodig.’

Nagel ziet de cijfers als munitie om aan te dringen op vernieuwing van het pensioenstelsel, waarover het kabinet, vakbeweging, werkgevers en deskundigen al jaren in gesprek zijn. Door de huidige spelregels voor pensioenfondsen dreigt in 2020 massale bevriezing en mogelijk verlaging van miljoenen pensioenen te worden afgekondigd omdat de fondsen niet financieel solide genoeg zijn. Als de pensioenen verlaagd of bevroren worden, geldt dat voor tien jaar. Met een akkoord hopen kabinet en de sociale partners dit te voorkomen.

Als dat binnenkort niet lukt, wil 50Plus met een initiatiefwetsvoorstel de pensioenen ‘redden’. Het gaat dan om een verhoging van de rente waarmee pensioenfondsen mogen rekenen. Door verhoging van die ‘rekenrente’ staan pensioenfondsen er meteen veel beter voor, waardoor de pensioenen kunnen worden verhoogd. Steeds meer oppositiepartijen zoals SP, PVV, GroenLinks en PvdA voelen daarvoor, evenals de vakbeweging FNV, die het inmiddels als harde eis stelt. De regeringscoalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie is echter fel tegen. De Tweede Kamer heeft de behandeling van het 50 Plus-voorstel onlangs opgeschort.

Volkskrant 30-10-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier