Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Miranda
Creer datum:
21-04-2018 16:28:02
Interviews ND /RD
Een nieuwe serie interviews
Auteur: Miranda Creer datum: 21-04-2018 16:29:50
Kees van der Staaij: Ben ik geen farizeeër?

Gerard Beverdam en Piet H. de Jong

Kees van der Staaij, zijn vrouw en kinderen hebben elkaar indringend in de ogen gekeken over de balans tussen werk en privé. Het lijkt hem verschrikkelijk als de woorden van God je niet meer raken. De eenheid in de 100-jarige SGP verwondert hem. ‘Kerkelijk gezien ging het minder goed.’

‘Het doet pijn. Ik hoef dat ook niet te camoufleren’, zegt SGP-leider Kees van der Staaij. De emoties waren van zijn gezicht af te lezen, toen zijn collega en vriend Elbert Dijkgraaf vertrok als Tweede Kamerlid. ‘Je trekt jaren intensief met elkaar op, of het nu tijdens het ‘gewone’ Kamerwerk, verkiezingscampagnes of het sluiten van akkoorden met het kabinet is. Er groeit vriendschap en op zo’n afscheidsmoment ben je je daar te meer van bewust.’

Het vertrek vorige week van SGP-Kamerlid Dijkgraaf, vanwege huwelijksproblemen, heeft ook de 49-jarige Van der Staaij weer aan het denken gezet over de balans tussen werk en privé. ‘Ik ben twintig jaar Kamerlid, maar je kunt niet op de automatische piloot verder gaan omdat je het er thuis ooit weleens over hebt gehad. Dus ben ik opnieuw in gesprek gegaan met mijn vrouw Marlies, en met onze kinderen Michaël (17) en Camila (14). We hebben elkaar indringend in de ogen gekeken. Gelukkig is er tevredenheid over hoe het nu loopt in het gezin. Maar dat wil niet zeggen dat je niet soms afspraken moet bijstellen.

Zo ben ik eerder al gestopt met het geven van lezingen op zaterdagavond. Recent ben ik ook kritischer geworden wat betreft de vrijdagavond. Dat is toch ook een avond die voor het gezin belangrijker is dan een doordeweekse avond.

Toen de kinderen jonger waren, hechtte ik sterk aan het gezamenlijk ontbijten. Nu ben ik meer taxichauffeur voor de kinderen op vrijdag- en zaterdagavond, als ze naar vrienden en vriendinnen gaan. Ik verwen ze daar natuurlijk mee, maar ik vind het ook belangrijk. Juist tijdens die ritjes heb je mooie gesprekken.

Uiteindelijk kun je de verhouding tussen werk en privé niet vastleggen in harde afspraken. Het is meer de vraag of je er bent als het nodig is.’

Is het vertrek van Elbert Dijkgraaf extra pijnlijk voor een partij die zo hamert op het belang van het huwelijk?

‘Ik heb altijd gezegd dat opkomen voor het gezin en voor huwelijkstrouw ook over je eigen situatie gaat. Ik probeer het altijd zó te formuleren dat je niet suggereert dat als je maar een beetje je best doet, het vanzelf goed komt. Of dat er in ‘onze’ kring geen huwelijksproblemen zijn. Het is juist gevaarlijk om het gezinsleven alleen maar te romantiseren en de indruk te wekken dat wanneer je de goede moraal hebt, je niet tegen al die problemen aanloopt.

Problemen in huwelijk en gezin gaan niemands deur voorbij. We leven buiten het paradijs. Bij alle morele punten die je maakt als politicus, moet je beseffen dat we allemaal mensen van vlees en bloed zijn die ook allemaal hun eigen moeilijkheden ervaren.’

Toen Van der Staaij al Kamerlid was, adopteerden zijn vrouw en hij twee kinderen uit Colombia. Ze schreven er een boek over. Hij heeft er zijn kinderen wel in zien snuffelen. ‘Maar ik weet niet of ze het van A tot Z hebben gelezen, ik heb ze niet overhoord. In ons boekje hebben we ook beschreven dat als zo’n kindje voor het eerst in je armen ligt, je onvoorwaardelijke liefde voelt. Dat is heel bijzonder en geeft veel vreugde, ook als je later merkt dat het wederkerig is. Ik denk dat Michaël het wel goed vindt als ik vertel wat hij laatst tegen me zei: “Pap, ik weet zeker dat als ik je auto in de prak zou rijden, ik wel gewoon naar huis zou durven komen, omdat je niet verschrikkelijk boos zou worden. Het blijft wel goed tussen ons.” Zo’n uiting van vertrouwen, dat raakt me.’

De kinderzegen, zegt Van der Staaij, heeft zijn leven veranderd. ‘Het hebben van een gezin geeft structuur, elke dag opnieuw. Dat merk je ook in de fase waarin zij nu zitten, de vragen waartegen ze aanlopen, de onderwerpen die je met elkaar bespreekt.’ Voor zijn kinderen is het vanzelfsprekend dat hij Kamerlid is. ‘Pas later kwamen ze erachter dat niet iedereen Kamerlid is. De eigen omstandigheden worden voor kinderen al gauw de maatstaf. Toen ze nog jonger waren en andere mensen een kindje verwachtten, vroegen ze: wanneer komt het vliegtuig? Toen moest ik uitleggen dat het niet altijd op die manier gaat.’

‘Mijn inzet op thema’s als huwelijk en gezin zijn onderwerpen die me echt raken, meer dan koopkracht of zo, hoe belangrijk ook. Misschien zijn de dingen die in het leven het belangrijkst zijn, zoals geborgenheid en onvoorwaardelijke liefde, wel het lastigst in wetten te vangen. Het geluk dat wij mogen ervaren in het opgroeien van onze kinderen, wil je ook graag aan anderen gunnen en doorgeven.’

Wat ontroert u?

‘Dit dus: een goede band met de kinderen. Maar ook een Bachcantate of een goed geschreven boek. Maar het meest toch wel het godsdienstige.’

Wat ontroert u daarin?

‘Een heel concreet voorbeeld: de natuur die tot bloei komt. Dat kan een geluksgevoel teweegbrengen, een diepe verbondenheid met de Schepper. Het heeft iets van genade die je overvalt. Je zit aan de waterkant en de zon schijnt mooi over het water, en dan is het er opeens.

Neem nou de situatie van het vertrek van Elbert uit de Kamer. Dan besef je dat alle mooie dingen hier op aarde, in vriendschappen en relaties bijvoorbeeld, ook weer voorbijgaan. Na zo’n turbulente week is het mooi dat we als fractie mogen delen dat de liefde van God tot in eeuwigheid is en dat we bij Hem altijd terecht kunnen, omdat Christus gisteren en heden en in de toekomst dezelfde is. Dat kan me enorm ontroeren. Ook het lezen van een bepaald bijbelwoord of een meditatie kan me raken.

Maar er zijn ook momenten dat het me niet zo veel doet. Daar ben ik beducht voor. Het lijkt me verschrikkelijk als de woorden van God je nooit meer raken. Ik besef dat het echt een geschenk is als die woorden bij je binnenkomen, hoewel het gevoel ook weer niet het belangrijkste is. Dat is het werk van Christus zelf. Maar net als in een relatie is het zo in het geloof: als je het nooit voelt, is het niet fijn.’

Als de woorden soms niets met u doen, bent u dan bang dat het geloof u door de vingers glipt?

‘Ons gevoel is niet de grond waarop we tegenover God kunnen staan. Ik heb mezelf ook wel de vraag gesteld: stel dat mijn leven wordt afgesneden en je komt voor het aangezicht van God, hoe sta je daar dan? Ik heb voor mezelf kwijt moeten raken dat ik dan niet moet aankomen met dat ik toch wel een brave en oprechte jongen ben. Het is alleen, alléén het werk van de Here Jezus Christus. In je zelfonderzoek moet je dat besef meenemen. De smalle poort is ruim genoeg om door binnen te gaan, maar is vaak te nauw omdat we zelf dingen meezeulen.’

Wat zeulde u mee?

‘Nou, dat ik toch best een brave jongen ben. Ik ontloop een stevige discussie niet, maar in mijn genen en opvoeding is een sterke hang naar harmonie meegekomen. Ik was altijd al een jongen die best voor God wilde leven en geen dingen deed die niet mochten. Misschien is het dan nog lastiger te beseffen dat je diezelfde genade nodig hebt. Oef, ben ik niet die oudste zoon uit de gelijkenis van de verloren zoon? Ben ik geen farizeeër?

Als het ogenschijnlijk goed gaat, is het juist nodig de vraag te stellen: leef ik van genade? Ik vind het dan heel troostvol dat niet wíj God vasthouden, maar dat Híj ons vasthoudt. Zijn vasthouden van mij, dát biedt perspectief.

Wat me zorgen baart, is dat zovelen in onze samenleving de band met God hebben doorgesneden. Waar leef je nou voor? Waarin vind je ten diepste vrede en vreugde? Als jong eigenwijs studentje confronteerde ik een journalist van De Groene Amsterdammer al met het denken van Albert Camus en Jean Paul Sartre. Is het leven zonder God niet uitzichtloos? Die vragen hielden me toen al bezig. En nog steeds, dat is toch wel het zendelingetje in mij. Het besef dat geluk en heil niet los te verkrijgen zijn van het geloof en het navolgen van de Schepper.’

Kees van der Staaij schaamt zich niet voor zijn geloof, maar heeft moeten leren dat het geloof ook snel gebruikt kan worden om hem in debatten buitenspel te zetten. ‘Zoiets zag je weer in het debat over “voltooid leven”. Dan krijg je simpele schema’s als: “Je bent christen, dus je bent tegen. Ik ben geen christen, dus ik ben voor.” Dat is echt te gemakkelijk. Als een journalist tegen mij zegt: “U bent toch tegen voltooidlevenwetgeving omdat u christen bent?”, denk ik: even goed opletten nu.

Christelijke waarden als zorg voor en bescherming van het leven zijn zo stevig, dat je ze zelfs zonder een gezamenlijke grondslag kunt delen. Ook dan nog zijn er argumenten om met elkaar in gesprek te gaan. Ons pleidooi voor huwelijkstrouw kun je ook eenvoudig met wetenschappelijk onderzoek onderbouwen, want veel mensen ervaren de funeste gevolgen van ontrouw.

Daarom is het waardevol om bondgenootschappen met andersdenkenden te zoeken. Maar je moet ook je christelijke argumenten noemen, anders wordt je een dubbele agenda verweten. Op een gegeven moment kwam ik erachter dat als je echt iets wilt bereiken, je ook in contacten moet investeren. Vaker dan in mijn begintijd drink ik koffie met andere Kamerleden of bewindspersonen. Als de onderlinge relatie goed is, kun je de urgentie van een bepaald thema beter duidelijk maken.’

Met zijn voorgangers Henk van Rossum en Bas van der Vlies is Kees van der Staaij van mening dat er geen tegenstelling is tussen getuigen en praktische politiek. ‘Daar is in de SGP wel strijd over geweest. Maar zij hebben gezegd: stop die vruchteloze discussie, het zijn twee kanten van dezelfde medaille.’ Dat neemt niet weg dat het door de secularisatie steeds uitdagender wordt rechtstreeks de Bijbel te laten spreken in de Tweede Kamer, erkent Van der Staaij. ‘Ik doe dat in elk geval bij de Algemene Beschouwingen, maar meer dan voorheen aan de hand van bekende bijbelverhalen. We moeten aan de hand van die verhalen laten zien waardoor we geïnspireerd worden. Als je daar niet over spreekt, ontstaat al snel het beeld dat het geloof slechts een set regeltjes is.’

U bent nu acht jaar partijleider. Hebt u iets aan de SGP willen veranderen?

‘Niet in m’n eentje. Maar ik vond het wel belangrijk dat de SGP zich op een aantal punten verder ontwikkelde, om de eigen achterban vast te houden maar ook nieuwe kiezers te kunnen aanspreken. De ontzuiling biedt ook kansen: het kan betekenen dat je natuurlijke achterban niet meer automatisch op je stemt, maar het kan ook betekenen dat een andersdenkende zomaar op jou stemt.

Daarom zijn we meer met speerpunten gaan werken. In deze tijd moet je ook zelf dingen op de agenda zetten, vanuit eigen kracht. Dat doe ik liever dan in tijden van grote secularisatie zeggen waar ChristenUnie en CDA allemaal in tekortschieten.’

U bent ook vaker in de media dan uw voorgangers.

‘Van der Vlies was heus vaker in de media dan mensen denken. Dat ik talkshows platloop, is ook niet waar. Bij De Wereld Draait Door ben ik geloof ik twee keer geweest. We doen veel dingen niet.

De werkelijkheid is dat ik vaak erg tegen een optreden in zo’n programma opzie. Mijn hart gaat meer uit naar rustiger programma’s, waar je je verhaal completer kunt vertellen. Maar dan zeggen fractiemedewerkers: dat heeft minder impact dan een grote talkshow. Zij stimuleren mij juist om naar de dingen te gaan die ik zelf niet zo zie zitten. Menselijkerwijs gesproken loop je in zo’n talkshow een groot risico om afgebrand te worden. Daarom doe ik het alleen als ik ervan overtuigd ben dat het de moeite waard is, ik een eerlijke kans krijg, en het gaat over een thema dat voor ons belangrijk is.’

Speelt mee dat u ook via die programma’s uw eigen achterban prima kunt bereiken?

‘Dat is niet de inzet. Maar het is wel waar dat het mij soms verrast dat ik ook uit de eigen achterban meer reacties krijg op zo’n tv-optreden dan op een mooi opinieartikel in een blad dat in de achterban veel gelezen wordt.’

In honderd jaar zijn er, hoewel er wel kritische leden zijn, in feite geen afsplitsingen van de SGP gekomen.

‘De eenheid in de partij is nog altijd groot. Daar ben ik best wel verwonderd over, omdat het kerkelijk gezien in die honderd jaar minder goed is gegaan. Dat in de partij de eenheid bewaard is gebleven, is daarom iets om zuinig op te zijn. Dat betekent ook dat we met verschilpunten voorzichtig moeten omgaan. Mediagebruik, godsdienstvrijheid, de positie van de vrouw: daar wordt verschillend over gedacht, en daar moet je je wel bewust van zijn als je leiding geeft aan de partij.’

We hebben u al vaker proberen te verleiden tot het uitspreken van uw standpunt over de deelname van vrouwen aan de politiek. Is dit de reden waarom u daar zo omzichtig over spreekt?

‘Ik zie inderdaad niet de meerwaarde van scherp geprofileerde, persoonlijke standpunten, maar wil liever de verbinder zijn. Ik sprak een vrouw uit Overijssel die zich zorgen maakte dat de SGP te gemakkelijk meegaat in aanpassing van de visie op de positie van de vrouw. Toen we doorpraatten, bleek dat haar oma in de gevangenis heeft gezeten omdat ze tegen de stemplicht voor vrouwen was. Die oma had daarbij Gods nabijheid sterk ervaren. Dat zijn verhalen die in zo’n familie grote indruk hebben gemaakt, en dat snap ik.

Maar aan de andere kant zijn er jonge mensen die mij vragen: moet ik naar een andere partij als ik anders denk over de deelname van vrouwen aan de politiek? Dan zeg ik: wacht even, ik wil jou er graag bij houden. Dat vertel ik ook weer aan die andere mensen. Leidinggeven vereist dus een beetje stuurmanskunst, waarmee ik ook het begrip van mensen voor elkaar wil voeden.’

Toen Bas van der Vlies vertrok, was u de aangewezen opvolger. Die is er nu niet, of het moet het nieuwe Kamerlid Chris Stoffer zijn.

‘Daaruit blijkt dat je geen harde datum van vertrek kunt plannen. Het zal afhangen van de omstandigheden. Dit werk geeft mij nog altijd veel energie, en privé krijg ik die energie gelukkig ook. Maar ik heb niet het gevoel dat ik per se als Kamerlid m’n AOW-leeftijd moet halen. Ik ben niet ontzettend verslingerd aan de politiek, denk ik. Maar ik doe wel graag ideëel werk. Verkoper van auto-onderdelen is een volstrekt eerbaar beroep, maar ik zou er niet gelukkig van worden.’ ◆

bijna twintig jaar lid van de Tweede Kamer
Cornelis Gerrit (Kees) van der Staaij werd op 12 september 1968 geboren in Vlaardingen.

Hij ging naar het vwo in Amersfoort, en aansluitend studeerde hij rechten in Leiden.

Na zijn militaire dienstplicht werkte hij een aantal jaren bij de Raad van State.

In mei 1998 werd de toen 29-jarige Kees van der Staaij Tweede Kamerlid voor de SGP. Momenteel is hij het langstzittende lid van de Kamer.

In 2010 volgde hij Bas van der Vlies op als partijleider, en als fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Kees van der Staaij is getrouwd met Marlies van Ree. Ze hebben twee kinderen, die ze adopteerden uit Colombia.

Kerkelijk behoort het gezin tot de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

Het gezin woont in Benthuizen, een dorp onder de rook van Zoetermeer

Nederlands Dagblad 21-04-18
Auteur: Reporter Creer datum: 18-05-2018 13:33:57
‘Elke dag giet ik mijn kopje met angst en haat leeg’


Maurice Hoogendoorn

Kim Phuc Phan Thi werd als meisje in Vietnam geraakt door napalmbommen. Ze werd voor dood achtergelaten in een mortuarium maar overleefde toch. ‘Blijkbaar was God nog niet klaar met me.’

Sinds 8 juni 1972 is ze ‘het meisje van de foto’. Kim Phuc was 9 jaar toen het napalmbommen regende in haar dorp Trang Bang in Zuid-Vietnam. Ze werd geraakt, wierp haar kleren af en rende naakt verder, huilend en schreeuwend van de pijn. Op dat moment maakte persfotograaf Nick Ut zijn foto. Hij won er een Pulitzerprijs mee, het werd de World Press Photo of the Year in 1973, en zelfs nu nog is het een van de meest iconische foto’s van de Vietnamoorlog.

Nick Ut maakte niet alleen de foto. Hij bracht Kim ook naar een ziekenhuis; bewusteloos inmiddels, nadat een BBC-journalist water over haar heen had gegooid. Met goede bedoelingen, niet wetend dat napalm juist ontbrandt als het in aanraking komt met zuurstof. In het ziekenhuis belandde het meisje al snel in doeken gewikkeld in een mortuarium, voor dood achtergelaten. Een derde van haar huid was weggebrand. Haar nog proberen te redden, werd als kansloos beschouwd. Er is bijna geen wredere vijand denkbaar dan napalm. Het kleeft aan je en brandt in je huid met een vernietigende kracht.

Toch leeft Kim Phuc nog. Ze is inmiddels 55 jaar, getrouwd met Toan uit Noord-Vietnam, die ze tijdens haar studie op Cuba leerde kennen. Samen wisten ze in 1992 te vluchten naar Canada nadat hun vliegtuig, terugkerend van hun huwelijksreis in het communistische Rusland, daar een tussenstop had gemaakt.

Kim Phuc is inmiddels een bekende vrouw die haar levensverhaal inzet om mensen te vertellen over vrede, vergeving en de liefde van God. Ze werd uitgenodigd bij diverse wereldleiders en is ambassadeur voor Unesco. Deze week is ze in Nederland om te spreken op bijeenkomsten van War Child, én, vooral, vanwege de Nederlandse vertaling die is verschenen van het boek dat ze over haar leven schreef: Het napalmmeisje.

Binnen notime gaat het gesprek over God. Kim en Toan zijn evangelisten pur sang. Na een tijdje zegt Toan ineens: ‘Wist je al wat Kims lievelingsvers uit de Bijbel is? Psalm 118 vers 17.’ Samen zeggen ze het op: ‘Ik zal niet sterven, maar ik zal leven! Ik zal vertellen wat de Heer heeft gedaan.’ Dat is haar missie in het leven, zegt Kim. ‘Hoe had ik kunnen overleven? Dat was vrijwel onmogelijk. Maar blijkbaar was God nog niet klaar met mij.’

Kim pakt de Nederlandse versie van haar boek en geeft een kus op de cover. Even later bladert ze naar het einde, waar enkele foto’s zijn opgenomen. Op enkele zijn haar littekens duidelijk zichtbaar. Kim onderging in 1972 zestien operaties. Ze lag 14 maanden in het ziekenhuis. Begin jaren tachtig volgende een zeventiende operatie in Duitsland. En de laatste jaren volgden nog enkele laserbehandelingen in Florida. Toch zijn de littekens en de pijn nooit helemaal weggegaan.

Hoe kijkt u nu naar die foto van Nick Ut?
‘De eerste keer dat ik ’m zag, in 1973 toen ik net uit het ziekenhuis was, vond ik het verschrikkelijk. Ik ben naakt, ik huil. Ik voelde schaamte en pijn. Maar nu is het goed. Iedereen mag de foto van mij gebruiken, zolang ik word gerespecteerd in mijn privacy en vrijheid. Ik ben blij als mensen mijn foto ten goede gebruiken. Dat doe ik zelf ook. In het boek staat ook een foto van mij met mijn zoon Thomas toen hij nog een baby was. Op mijn rug zie je de wonden. Toen ik die foto voor het eerst zag, had hij diepe impact op me. Ik kon me niet voorstellen, ik wilde me niet voorstellen dat mijn zoon ooit zo zou lijden als ik toen ik nog maar een meisje was. Die foto stimuleert me om te vechten voor vrede, om kinderen te beschermen. Daardoor ben ik die foto als een dankbaar geschenk gaan zien.’

Kim spreekt zacht en langzaam. Als je haar niet onderbreekt, praat ze rustig een tijdje door. ‘Op deze foto ben ik begin twintig’, zegt ze. ‘Ik vond mezelf lelijk. Ik had pijn. Het regime in Vietnam had mij ontdekt en gebruikte mijn verhaal als propaganda. Ik werd in de gaten gehouden en was heel ongelukkig in die periode. Maar als ik mezelf nu zie, met al die wonden … ik hou van haar. Mijn littekens maken me nederig. Ze laten me zien waar ik vandaan kom. Ze helpen me om niet trots te worden. Dit meisje moest leren vergeven en liefhebben.’

Toen u 19 jaar was, bekeerde u zich tot het christendom. Daarvoor hing u de cao dai aan, een mengelmoes van diverse religies. Waarom knapte u daarop af?
‘Ik was als jong meisje een toegewijde gelovige. Ik deed enorm mijn best om het goed te doen. Welke god er ook maar op de lijst stond, ik aanbad hem. Toch was ik heel ongelukkig. Ik dacht vaak: waarom moest de napalm uitgerekend mij raken? Waarom ben ik toen niet gewoon gestorven? Waarom moet ik blijven lijden? Ik zocht naar waarheid, denk ik nu, en die vond ik niet in de cao dai. De goden die ik toen diende, gaven geen antwoord. Ik deed ongelooflijk mijn best de goden goed te dienen, maar mijn hart werd er niet door veranderd. De cao dai wist me niet te bevrijden van mijn angst, haat en bitterheid.’

Die waaromvraag, hebt u daar een antwoord op gekregen?
‘Ik raakte verbrand omdat mensen aan het vechten waren. Omdat er een oorlog gaande was. En God liet dat gebeuren. Hij veroorzaakte het bombardement niet, maar liet het toe. Dat is een verschil. Hij wist wel dat de napalmbommen mij zouden raken, geloof ik.’

Dat lijkt me heel moeilijk te aanvaarden.
‘Voor andere mensen bedoel je?’

Voor uzelf ook.
‘Vroeger vond ik dat inderdaad moeilijk. Maar ik ben gaan inzien dat God liefde is, en dat Hij van de slechte dingen die ons overkomen iets goeds kan maken.’

U noemt veel mooie gebeurtenissen in uw leven zegeningen van God. Dat u uw man leerde kennen, dat u kinderen kon krijgen. En tegelijk is er dan die verschrikkelijke ramp die u overkwam. Hoe kan dat allemaal samengaan in een liefdevolle God?
‘Ménsen waren verantwoordelijk voor die napalmbommen. Gods liefde en genade hebben me van het donker naar het licht gebracht.’

C.S. Lewis schreef ooit dat God lijden en pijn gebruikt om tot mensen te spreken. Gelooft u dat ook?
‘De wereld gaf me lemon (wat citroen betekent, maar ook teleurstelling, tegenslag), maar door Gods genade werd het lemonade’, zegt Kim, en ze lacht. ‘Iedereen die dorst heeft houdt van limonade. Het smaakt goed.’ Even later zegt ze: ‘Goed, ik zal het proberen uit te leggen. Ik heb talloze operaties gehad, talloze medicijnen geslikt tegen de pijn. Ik slik nog steeds medicijnen. Maar niets van dat alles heeft geholpen om mijn hart te genezen. Begrijp je? Jézus genas mijn hart. Er is geen medicatie om haat te bestrijden. Zelfs geen religie kan dat, zelfs de Bijbel niet. Alleen Jezus kan dat. Maar ik moet wel mijn deel doen. Elke dag giet ik mijn kopje vol met negatieve gedachten van angst en haat leeg, zodat God mijn kopje kan vullen met zijn puurheid, licht, compassie en vergeving. God is in mij en met mij. Hij is zo onzichtbaar maar tegelijk zo werkelijk voor me sinds ik naar Hem op zoek ben gegaan. Andere mensen zien Hem in mij en zeggen tegen me: wat jij hebt, dat wil ik ook!’

Zelfs het feit dat u voor dood was achtergelaten in het ziekenhuis, noemt u een wonder van God.
‘Vroeger vond ik dat een lastig verhaal. Waarom probeerden de verplegers mij niet te redden? Van die gedachte werd ik altijd erg verdrietig. Tot God mij later openbaarde waarom het zo is gegaan. Bij een conferentie in Spanje ontmoette ik een man die veel over napalm wist. Toen ik hem vertelde dat ik na het bombardement drie dagen in doeken gewikkeld in een mortuarium heb gelegen, zei hij: dat heeft je leven gered! Als de verplegers de doeken eerder hadden weggehaald om mij te behandelen was de napalm door zuurstof weer gaan ontbranden en was ik zeer waarschijnlijk overleden.’

Ziet u overal in uw leven Gods betrokkenheid? Is het niet gewoon pech dat u op 8 juni 1972 op het verkeerde tijdstip op de verkeerde plaats was?
‘Ja, dat was pech, maar ik geloof ook dat God een plan voor me had en heeft. En ik geloof dat ieder mens een keuze heeft. Ik had eenvoudig het pad van haat en hopeloosheid kunnen blijven volgen. Maar ik heb ervoor gekozen dat pad te verlaten. Ik kon mijn hart laten veranderen, of sterven van haat.’

U spreekt wereldleiders. Wat vertelt u hun?
‘Wat ik jou nu vertel. Dat ik naast die foto uit 1972 andere foto’s kan laten zien, waaruit hoop, vergeving en liefde spreekt. Ik kan uit ervaring vertellen hoe verschrikkelijk oorlog is, maar daar stop ik niet. Ik weet ook hoe mooi de wereld is, als we liefhebben, hopen, vergeven. Ik probeer alleen maar een goed voorbeeld te zijn en zo anderen te inspireren. Als ik het kan, kan iedereen het.’ ■

N.a.v. Het napalmmeisje
Kim Phuc Phan Thi (vert. Jetty Huisman). Uitgeverij Boekencentrum, Utrecht 2018. 283 blz. € 19,99

Nederlands Dagblad 18-05-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier