Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
19-01-2018 17:15:58
Geloofszaken
Een nieuwe serie artikelen
Auteur: Reporter Creer datum: 19-01-2018 17:17:41 Laatst gewijzigd: 19-01-2018 17:18:41
Rostock vergeet dat het God vergat

Eunice Hoekman-van Stuijvenberg


In Oost-Duitsland, oorsprongsland van de Reformatie, gelooft vrijwel niemand nog in een persoonlijk God. De mensen zijn vergeten dat ze God vergeten zijn, ondervinden gemeentestichters Gerrit en Jorine van Dijk uit Rostock. Twee jaar geleden betrok het stel een flat in de betonnen DDR-wijk Evershagen.

Het miezert. Vanaf het balkon van Gerrit en Jorine is weinig anders te zien dan grauwe flats onder een grijze hemel. Typische DDR-flats zijn het. ”Plattenbau”, in goed Duits. Het is bijna de hele zomer dit weer geweest, zegt Jorine spijtig. Ze had nog wel zo uitgekeken naar dit seizoen. De winter duurt lang in Evershagen. Bij regen en kou kan ze bovendien niet met haar dochtertje Nora bij de zandbak en de schommel gaan zitten. Dan is er ook geen contact met haar buurvrouwen – iets wat nu juist zo belangrijk is in de visie van het zendingsechtpaar.

In de rauwe arbeiderswijk Evershagen bestaan de gezinnen grotendeels uit eerder gescheiden vaders en moeders en kinderen uit verschillende huwelijken. ”Patchworkfamilies”, noemen Gerrit en Jorine ze. Achter de deuren van de flats is veel mis.

Minder dan een half procent van de inwoners bezoekt regelmatig een kerkdienst en 86,7 procent hoort niet bij een kerk. „Cijfers waar je niet vrolijk van wordt.” De statistieken vertellen verder dat de drie historische kerken in het centrum van Rostock (dus niet in Evershagen) op zondag –samen– twintig kerkgangers trekken. Eén keer per maand is een bezoeker jonger dan veertig jaar.

Gerrit: „We treffen hier veel biografieën aan van families die sinds de jaren dertig geen lid meer zijn van de kerk. Toegepast op mijn eigen familiegeschiedenis zou dat betekenen dat mijn opa de kerk verliet in zijn schooltijd, mijn vader geen christelijke opvoeding heeft gehad en dat ik al helemaal niets heb meegekregen.” In Oost-Duitsland zaten de generaties dicht op elkaar. De meeste moeders kregen rond hun 21e levensjaar kinderen. „Generaties groeien dan snel weg van God. Wij hebben nu te maken met de derde en vierde ”konfessionslose” generatie. We zijn het postchristelijke stadium voorbij.”

Van Mars

De Gereformeerde Zendingsbond en zendingsorganisatie ECM zonden het echtpaar in 2015 vanuit de Westerkerk in Veenendaal uit naar Rostock. Samen met de Freie Evangelische Gemeinde in de stad hopen ze bij te dragen aan het stichten van een gemeente in de wijk Evershagen. Dat vraagt om een heel voorzichtige aanpak, weten Gerrit en Jorine. En om een lange adem. Er zijn namelijk nogal wat barrières te slechten in Noordoost-Duitsland. Wantrouwen tegenover de kerk, als gevolg van alle socialistische propaganda in de DDR-tijd. Maar ook angst voor beïnvloeding, bang om opnieuw gehersenspoeld te worden. „Als je zegt: „Ik ben zendingswerker”, dan heb je een probleem. Dan ben je klaar.”

Daarnaast is er een totaal gebrek aan kennis, waardoor mensen de taal en de beelden missen om een gesprek over God en godsdienst te kunnen voeren. „Wie Luther was, weten ze misschien nog, maar Jezus? Geen idee”, merkt Gerrit op. Jorine: „Er is spirituele ongevoeligheid. Mensen kunnen niks met wat jij beleeft van iets wat je niet ziet. En dat dat jouw leven bepaalt. Alsof je letterlijk van Mars komt.”

De Van Dijks dachten daarom grondig na over de vraag hoe ze met het Evangelie kunnen aanknopen bij hun Duitse stadsgenoten. Gerrit: „Of mensen het nu voor waar willen houden of niet, ze verlangen ten diepste naar God en naar alles wat wij bij Jezus Christus kunnen vinden. De vraag is: waar duikt dat verlangen op bij de mensen hier in Rostock, in Evershagen?”

Ze trekken hun jas aan en lopen via het trappenhuis van de flat naar beneden. Het kale fietsenhok onder in de flat was vóór 1989 een gemeenschappelijke ruimte waar flatbewoners elkaar ontmoetten. Deze ‘huiskamer’ is verdwenen. De DDR stond voor gemeenschap, voor ”samen”, zegt Gerrit. „Hoewel die saamhorigheid nooit vrij was van dwang en druk, was ze in zichzelf positief. De Wende brak alle gemeenschappelijkheid in één nacht tijd af. De organisatie van de gemeenschap viel uit elkaar. Omdat de staat alles regelde, zijn mensen niet gewend initiatief te nemen.” En dat maakt hen eenzaam.

Barbecueën

Op straat is het kil en stil. Het overdekte winkelcentrum, vlak bij de tramhaltes, oogt levendiger. Het is een van de weinige plekken in de wijk waar mensen samenkomen. Een eetcafé tegenover de supermarkt beleeft piekuren. Wie het kan betalen, eet hier voor zes euro een warme maaltijd. Nogal wat mannen bezetten een tafeltje. Alleen.

Gerrit: „We bemerken een groot verlangen naar ontmoeting. Deze samenleving denkt veel collectiever dan de Nederlandse. Zelfs de alcoholisten zoeken elkaar op om in een groep te kunnen drinken.”

Hij wijst naar wat mannen die ineengedoken bij elkaar staan, een blikje bier in de hand. „Als je mensen samenbrengt, worden ze heel blij. Maar ze moeten elkaar kennen. Zonder relatie lukt er niets, al verlangen ze nog zo hard naar ontmoeting. Er is geen vertrouwen in elkaar. Dat is collectief beschadigd. Op het moment dat je mensen samenbrengt –ik heb eens met mannen gebarbecued– dan zijn ze ontzettend gelukkig.”

En de kerk dan, die staat toch voor gemeenschap en gastvrijheid? „We zitten hier in een rauwe arbeiderswijk”, antwoordt Gerrit. „Voor de mensen hier hoort de kerk bij de middenklasse.”

In het prille gemeentestichtingswerk van Jorine en Gerrit zijn relatievorming en geduld daarom sleutelwoorden. „In Mecklenburg tikt de klok langzamer, luidt een volkswijsheid. Alles gaat hier langzamer. Mensen houden van regelmaat en gewoonte. Initiatieven komen traag van de grond. Voor ons is belangrijk: bij mensen zijn én het laten gebeuren. Soms vragen we onszelf af: gaat het nu wel ergens over? Kom ik wel ergens? Een Nederlander is geneigd veel vragen te stellen om iemand beter te leren kennen. Zo gaat dat hier niet. Je gaat hier samen op weg en gaandeweg deel je dingen met elkaar. Wij schakelen telkens weer een versnelling terug. Het Nederlandse efficiencydenken moeten we thuislaten.”

Ballon

Na twee jaar wonen in de wijk zet het echtpaar nu een volgende stap. Op de hoek van de straat komt een koffiecorner, een plek waar buurtbewoners terechtkunnen voor koffie en een gesprek. Eerder al startte Gerrit met een voetbalwedstrijd op donderdagmiddag. Iedere week, vaste prik, om halfvier. Met jongens uit de buurt. „Duitsers zijn niet zo verbaal. Je kunt met een hoop interessante beschouwingen komen, maar wat heb je daaraan? De vraag is: ben je betrouwbaar, echt? Blijf je? Heb je uithoudingsvermogen? Anders ben je net een ballon vol lucht die –poef– in één keer leegloopt. Als je een relatie opbouwt en vervolgens wegloopt, is er meer schade dan winst. Dan heb je uiteindelijk niks.”

Reformatie geeft Rostock identiteit terug

Twee Duitse atheïstische regimes deden in de vorige eeuw het geloof in God de das om. Ook in Rostock. Opmerkelijk genoeg is de Reformatieherdenking in deze stad springlevend. In het Cultuurhistorisch Museum liep de afgelopen maanden een goedbezochte expositie over de reformator van Rostock, Joachim Slüter. En een thematische stadswandeling voerde langs de sporen die deze hervormingsgezinde priester achterliet. Bij de Sint-Petruskerk in het oude stadsdeel, waar Slüter vanaf 1523 volle kerkzalen trok, verrees in 1862 een monument. „So halten wir nun dass der Mensch gerecht werde allein durch den Glauben”, staat erop. („Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt.”) Luther en Slüter hadden veel met elkaar gemeen. Historici nemen aan dat de mannen met elkaar in contact zijn geweest.

Wat maakt dat de Duitsers in deze regio zo geïnteresseerd zijn in de opkomst van het protestantisme? Dat heeft te maken met de toenemende belangstelling voor hun eigen identiteit en achtergrond, zegt museumdirecteur dr. Steffen Stuth. Oost-Duitsers ontwikkelen volgens hem, bijna dertig jaar na de Wende, een nieuwe verhouding tot hun geschiedenis. De eerste decennia na de Wende waren ze vooral met zichzelf bezig. Nu ontdekken ze voor het eerst waar ze vandaag komen en hoe hun omgeving ontstaan is. Het socialistische regime veegde de (kerk)geschiedenis juist onder het tapijt en schilderde Maarten Luther af als een revolutionair.

De belangstelling voor wat Luther nu precies ontdekte en geloofde, is vandaag de dag in Rostock nog steeds niet zo bijzonder groot, denkt Stuth. Ook de museumdirecteur zelf ziet de geestelijke worsteling van Luther als „strikt persoonlijke processen.” Aan de maatschappelijke uitwerking daarentegen hechten mensen meer belang. Verder kunnen de inwoners van Rostock zich beter identificeren met een figuur die de lokale geschiedenis stempelde. Joachim Slüter dus. Belangrijk wapenfeit van de Rostocker reformator is de publicatie van een gezangboek dat nu als het oudste Nederduitse gezangboek bekendstaat.

Mecklenburg en de kerk

In de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren koos de adel in de zestiende eeuw voor het nieuwe protestantse geloof. De macht en de kerk waren sindsdien nauw met elkaar verbonden. In de oude protestantse Doberaner Münster in Bad Doberan zijn praalgraven te zien van hertogen die een flinke vinger in de pap van de kerk hadden. Het huwelijk van kerk en macht heeft volgens historici wellicht verhinderd dat de Reformatie bij het gewone volk dieper wortel schoot. Vermoedelijk was het kerkbezoek in deze streek in de negentiende eeuw historisch laag. Het nationaalsocialisme en het communisme konden het christendom, dat hier toch al niet diep zat, met wortel en tak uitrukken. In Mecklenburg wordt nog steeds voornamelijk ‘rood’ gestemd. In Rostock was de protestantse prediker Joachim Slüter wél een identificatiefiguur voor het gewone volk.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 14-02-2018 16:04:47 Laatst gewijzigd: 14-02-2018 16:06:54
Daniël als voorbeeld

Psalm 4:2a

„Als ik roep verhoor mij, o God mijner gerechtigheid. In de benauwdheid hebt Gij ruimte voor mij gemaakt.”

In de verrukking hebt U voor mij ruimte gemaakt. De Psalmdichter zei niet: „Hebt U mijn verdrukking afgewend”, of: „Hebt U mijn beproevingen opgeheven”, maar: „U hebt mij toegestaan om te blijven staan en U hebt ruimte voor mij gemaakt.” Het bijzondere en goed uitgevoerde beleid van God wordt bij uitstek hierin bewezen, dat Hij niet alleen verdrukkingen gegeven heeft, maar ook veel verademing schenkt, als die verdrukkingen blijven voortduren. Het bewijst ook de kracht van God en maakt degenen die in verdrukkingen terecht komen, begeriger naar wijsheid, telkens als er ruimte ontstaat die het verdrukte hart vertroost wanneer de verdrukking niet opgeheven wordt. De verdrukking brengt het hart dat zorgeloos is wel in het nauw, maar bevrijdt het tegelijk van al haar zorgeloosheid. „Maar hoe kan er nu”, zegt iemand, „in verdrukking ruimte ontstaan?” Denk aan de oven van de drie jongelingen en aan de leeuwenkuil. Want God doofde de vlam niet uit maar maakte toen dat zij ruimte kregen. Ook doodde Hij de leeuwen niet en stelde Daniel op dat moment niet in vrijheid. Maar terwijl de oven enorm werd opgestookt en de wilde dieren in de kuil bleven, genoten de rechtvaardigen veel verlichting. Het is ook mogelijk over ruimte te spreken wanneer de ziel die verdrukt wordt door de beproevingen, afstand doet van de hartstochten en de talrijke ondeugden.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië

Reformatorisch Dagblad 14-02-18
Auteur: Reporter Creer datum: 1-03-2018 17:22:42
Wie beeldcultuur wil weerstaan moet dicht bij het Woord leven

Drs. W. P. Emaus


In het Oosten probeert de draak uit Openbaring de Kerk van Christus te verwoesten door felle vervolgingen, in het Westen brengt hij ons onder de bekoring van het beeld, waarschuwt drs. W. P. Emaus.

In Openbaring 13 krijgt de oude apostel Johannes bijzondere dingen te zien. Hij ziet een beest uit de zee opkomen (13:1). Het beest heeft zeven hoofden en tien hoornen. Dat betekent: dit beest beschikt over een geweldig intellect (zeven koppen) en een geweldige kracht (tien hoornen).

Duidelijk is dat in Openbaring 13 met het beest een politieke macht bedoeld is, die zich in dienst van de satan stelt. De vier dieren uit Daniël 7 worden toegepast op het Romeinse keizerrijk. Dit doet denken aan de snelheid van een luipaard, de honger van een beer en de superioriteit van een leeuw.

Dit eerste beest ontvangt van de draak kracht en grote volmacht: „en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht” (13:2). Hierin ontwaren we de duivelse imitatie van Christus. Zoals God de Vader op de dag van Hemelvaart aan Jezus Zijn troon en macht geeft, zo geeft de draak (de satan als vader van de leugen) aan het beest (als zijn zoon) zijn troon en grote macht (vers 2b).

Deze imitatie blijkt ook uit het derde vers: Johannes ziet dat een van de koppen van het beest dodelijk verwond is. Opvallend is de overeenkomst met Openbaring 5:6: „een Lam, staande als geslacht”. Het Lam, met een dodelijke halswond, en het eerste beest, waarvan een van de koppen dodelijk verwond wordt...

Christus heeft in Zijn dood het beest een dodelijke wond toegebracht. Maar het beest herstelt! De Romeinse staatsmacht herleeft, ook na de dood van de wrede keizer Nero, die zichzelf ombracht door een dolk in zijn hals te steken.

Het antichristelijke rijk zette zich voort. De keizers, die de christenen fel vervolgden, werden als goddelijk beschouwd en door de massa aanbeden. „En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest...” (13:4). Het beest staat hier voor het grote Romeinse Rijk dat zich met hand en tand verzette tegen het groeiende christendom.

Minister van Propaganda

Na dit eerste beest ziet Johannes een ander beest uit de aarde opkomen (13:11). Dit beest heeft slechts twee hoornen, die op de hoornen van het Lam Gods lijken! Maar dit tweede beest spreekt als de draak. Dit beest komt niet zo weerzinwekkend over als het eerste beest, maar daarom is het niet minder gevaarlijk.

Dit tweede beest staat in dienst van het eerste beest. „En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid daarvan, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was” (13:12).

Dit tweede beest wordt wel gezien als de ”minister van Propaganda” (J. H. Bavinck). Hij is de man van de pr en maakt reclame voor het eerste beest. Hij roept de mensenmassa op om voor het eerste beest, waarvan de dodelijke wond genezen was, een beeld te maken (13:14).

In de context van Johannes’ dagen denken we aan de beelden die opgericht werden voor de Romeinse keizers. Zij (het eerste beest) werden als staatsleiders vergoddelijkt. En het tweede beest, de antichristelijke profeet, eist de aandacht van álle onderdanen voor de keizers op. Bovendien zorgt deze leugenprofeet ervoor dat het beeld van het beest een géést krijgt. Zo kan het beeld van het beest ook spreken (13:15a). In de oudheid vinden we allerlei religieuze beelden die kunnen ‘spreken’. Het gaat dan om misleiding, bijvoorbeeld holle beelden waarin een priester plaatsnam om mensen door de mond van het beeld toe te spreken.

Het beeld van het eerste beest krijgt een geest die kan spreken. Let wel: hier staat de antitriniteit (draak, eerste beest en tweede beest) tegenover de heilige Triniteit (Vader, Zoon en Heilige Geest)! Ook hierin is de satan de ”aap van God” (Luther)!

De satan maakt dus gebruik van het beeld. In de tijd van Johannes door de kolossale beelden van de keizers. En (ook) deze profetie wordt de eeuwen door steeds dieper vervuld. „En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken...” (13:15a).

Getal 666

Wat hebben deze woorden ons in deze tijd te zeggen? De leugenprofeet werkt door middel van het beeld. Dan denken we aan de beeldcultuur waarin wij leven. Het beeld heeft een geweldige impact op onze hersenen. Beelden blijven jarenlang haarscherp op ons netvlies staan.

Laten we de macht van het beeld niet onderschatten! We kunnen al te gemakkelijk zeggen dat we in dit visuele tijdperk niet meer zonder de computer kunnen leven. Heel onze moderne maatschappij is daarop ingesteld. En dit gegeven valt zeker niet te ontkennen.

Toch is de vraag gewettigd of we hierin niet al te gemakkelijk zijn meegegaan. Wat we door de afwijzing van de televisie nog buiten de huiskamer probeerden te houden, hebben we via onder meer (ongefilterd!) internet en iPhone dubbel en dwars binnengehaald. Spreekt er uit deze ontwikkeling niet een groot stuk naïviteit?

Overweeg deze dingen in het licht van Openbaring 13! Het tweede beest geeft een beeld aan het eerste beest. We denken in onze tijd aan de vele verleidingen door middel van het beeld. Zijn we er ons wel genoeg van bewust en nemen we nog de nodige distantie in acht? Wie wijs is, die lette erop: „Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig” (13:18).

Wanneer ”Kaisar Nero” gelezen wordt met Hebreeuwse letters en hun getalswaarde, komt het getal 666 eruit. Daarnaast las ik een meer recente verklaring: als men uitgaat van het getal 6 (a = 6, b = 12, c = 18, d = 24 enzovoort), levert het woord ”computer” 666 op. Zou dat puur toeval zijn of zou hier meer achter kunnen zitten?

In ieder geval is het glashelder: het beest werkt graag door middel van het beeld dat spreken kan. Deze woorden worden in onze tijd duidelijk realiteit. Beseffen we dat onze beeldcultuur, naast voordelen, ook veel nadelen heeft en gevaren met zich meebrengt?

Prioriteiten stellen

Een andere (vaak toegepaste) uitleg van het getal 666 is de zogenoemde symbolische verklaring. Deze gaat uit van het getal zeven. Zeven is het getal van de goddelijke volheid. Zes is het getal van de mens in zijn hoogmoed. Het getal zes wil als het ware opstijgen tot zeven, maar kan het (net) niet bereiken. De macht van de draak en van de beide beesten is blijkpaar beperkt. De antichrist zal nooit de 777 kunnen bereiken!

Hierin ligt een geweldige troost voor de Kerk van Christus. In het Oosten probeert de draak de Kerk te verwoesten door felle vervolgingen (Noord-Korea!). In het ”vrije” Westen pakt de satan het veel listiger aan: hij brengt ons onder de bekoring van het beeld. We nemen meer tijd voor het beeld van het beest dan voor het Woord van de Geest. Zodoende verspillen we veel kostbare genadetijd. In onze naïviteit denken we in staat te zijn de verleidingen van het beeld weerstand te bieden. De praktijk leert helaas anders.

Hoe zullen we te midden van deze verleidingen staande kunnen blijven? Door niet dicht bij het beeld te leven, maar dicht bij het Woord van onze God. Door de nodige prioriteiten te stellen („Zoekt eerst het Koninkrijk van God”) en de nodige distantie tot de moderne media te bewaren. Door ons bovenal te wapenen in het gebed: „Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.”

De auteur is predikant van de hervormde gemeente De Bron op Urk.


Reformatorisch Dagblad 1-3-18

Auteur: Reporter Creer datum: 19-04-2018 15:23:43
Bestaansrecht christelijke partij ligt in specifieke strijdpunten

dr. C. S. L. Janse


„In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.” Foto: Tweede Kamervergadering in 1937, in aanwezigheid van ds. G. H. Kersten (SGP). beeld Wiel van der Randen
„In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.” Foto: Tweede Kamervergadering in 1937, in aanwezigheid van ds. G. H. Kersten (SGP). beeld Wiel van der Randen
De SGP bestaat deze maand honderd jaar. Christelijke partijen zijn in Nederland en daarbuiten een bekend verschijnsel. Maar de Angelsaksische wereld, waar het christendom vanouds een belangrijke plaats innam, kent geen confessionele partijen. Wat verklaart het bestaan of de afwezigheid van dergelijke partijen?

Dat Groot-Brittannië en de VS geen christelijke partijen kennen of gekend hebben, komt in hoge mate door het kiesstelsel. In een districtenstelsel is voor een partij van christelijke signatuur meestal geen ruimte.

Belangrijk is ook of er sprake was van schokeffecten waarbij de fundamenten van de politieke orde wankelden. De Franse Revolutie is daar een duidelijk voorbeeld van. Orthodoxe christenen in Nederland en daarbuiten waren daarover zeer verontrust. In de Angelsaksische wereld was dat schokeffect duidelijk minder. Daar vond de secularisatie van het publieke leven geleidelijker plaats.

De Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen van een totalitaire dictatuur veroorzaakten ook zo’n schokeffect. Dat bevorderde de opkomst van de christendemocratische partijen, vooral in Duitsland en Italië. De Angelsaksische wereld werd daardoor veel minder geraakt.

Uiteraard is ook het soort christendom hier van groot belang. Wat is de reikwijdte van de godsdienst? Welke consequenties heeft het geloof voor het politieke leven?

Vrijzinnigen hebben nooit wat gezien in een christelijke partij. Godsdienst was voor hen een privézaak. Dat de hervormde middenorthodoxie na 1945 grotendeels meeging met de Doorbraak, bedoeld om de verzuiling te doorbreken, terwijl de Gereformeerde Kerken die met kracht afwezen, was ook niet toevallig. Voor de toenmalige gereformeerden was de afstand tot de Nederlandse maatschappij duidelijk groter dan voor de middenorthodoxe hervormden. Er was meer verschil in opvattingen, ook inzake de politiek.

Specifieke punten

Een christelijke partij die haar achterban wil mobiliseren, moet in haar program een of meer specifieke punten hebben waarin zij duidelijk van andere partijen verschilt. Specifieke punten die haar achterban aanspreken. In de 19e eeuw was dat in Nederland de schoolstrijd. Daarin ging het aanvankelijk om het confessionele karakter van de openbare school en in een latere fase om de financiële gelijkberechtiging van de openbare en de christelijke school. De andere politieke stromingen (liberaal, conservatief of socialistisch) wilden daar niet in meegaan.

Natuurlijk gaat het in de politiek altijd om allerlei zaken tegelijk: politie en defensie, volksgezondheid en ouderenzorg, werkgelegenheid en begrotingsdiscipline, belastingdruk en verkeersveiligheid, huwelijk en gezin en nog een heleboel zaken meer.

Christelijke partijen zullen op een aantal punten ongeveer dezelfde standpunten hebben als andere partijen. Dat geeft mogelijkheden om samen te werken. Maar er moeten ook duidelijke verschilpunten zijn, wil een christelijke partij haar bestaansrecht kunnen bewijzen. Alleen dan kan zij bij de verkiezingen met succes een appel doen op kiezers met dezelfde geloofsovertuiging.

Dat die kiezers wellicht over een aantal politieke issues verschillend denken, hoeft geen groot probleem te zijn. Mits ze de specifieke standpunten van die partij maar het belangrijkste vinden. Is dat niet (meer) het geval of zijn er nauwelijks meer specifieke strijdpunten die voortvloeien uit de religieuze identiteit, dan wordt het moeilijker.

Het kan zijn dat zo’n christelijke partij aantrekkelijk blijft voor de kiezers omdat zij een machtsfactor van betekenis is. De Duitse CDU is daar een voorbeeld van. Het CDA was dat ten tijde van Lubbers ook. Dat zo’n partij altijd nog de ”c” in haar naam heeft, is voor de meesten van haar kiezers geen reden om erop te stemmen, maar ook geen reden om er niet op te stemmen.

Naarmate de ”c” in de partijnaam zijn betekenis verliest, zal het ook minder relevant zijn of de mensen die de partij in de politieke arena vertegenwoordigen zelf een duidelijke relatie hebben met kerk en godsdienst. Om de koers van de partij te onderschrijven en die uit te dragen, is dat eigenlijk niet meer nodig.

Deconfessionalisering

De christendemocratische partijen in Europa lieten na de Tweede Wereldoorlog een voortgaand proces van deconfessionalisering zien. Aanvankelijk had de christelijke identiteit nog wel degelijk inhoud. Zeker bij de protestantse ARP en CHU. Daarentegen kozen de Franse christendemocraten in 1944 bewust voor een algemene partijnaam: Mouvement Républicain Populaire (Republikeinse Volksbeweging). Die partij stond ook open voor niet-christenen.

Nu konden bij de KVP ook niet-rooms-katholieken lid worden, maar de uitgesproken rooms-katholieke sfeer vormde daarvoor in de praktijk een duidelijke barrière. Toch was het vanuit de rooms-katholieke gedachtewereld altijd gemakkelijker om een brug te slaan naar niet-christenen dan vanuit de meer antithetische gereformeerde traditie.

Bij de vorming van het CDA kwam dat verschil eveneens openbaar. Vanuit de ARP beklemtoonde men de betekenis van de christelijke grondslag voor de nieuwe partij en stelde men dat alleen belijdende christenen die nieuwe partij konden vertegenwoordigen. Bij de KVP tilde men daar niet zo zwaar aan.

Inmiddels zijn de christendemocratische partijen in Frankrijk en Italië te gronde gegaan en elders zijn ze op hun retour. Dat laatste geldt zeker ook van het CDA. De Waalse christendemocraten hebben in 2002 de verwijzing naar het christendom in de naam van hun partij laten vallen. Voor de andere partijen geldt dat zo’n aanduiding naar alle waarschijnlijkheid niet meer in de partijnaam zou worden opgenomen, als ze nu nog opgericht moesten worden.

ChristenUnie en SGP

Kenmerkend voor de Nederlandse situatie was altijd het bestaan van meerdere christelijke partijen naast elkaar. In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.

Inmiddels hebben we te maken met CDA, ChristenUnie en SGP. De ChristenUnie kon tot stand komen toen het GPV niet meer hechtte aan haar exclusief vrijgemaakte grondslag. Inmiddels staat de partij ook open voor rooms-katholieken. Daar is aanzienlijk minder over gedebatteerd dan over de toelating van niet-vrijgemaakten tot het GPV. De ChristenUnie legt steeds meer de nadruk op sociale en ecologische thema’s. Die zijn zeker belangrijk, maar daar hoef je geen christelijke partij voor te hebben. Andere partijen zetten zich daar ook voor in.

Het grootste deel van de gemeenteraadsleden van de ChristenUnie vindt het niet meer belangrijk om in hun politieke optreden te benadrukken dat iedereen zich aan Gods Woord moet houden, zo bleek onlangs uit een enquête van het Reformatorisch Dagblad. Slechts een enkeling vindt het nog van (groot) belang om te spreken over Gods straf en Gods genade.

Bij de SGP zie je eveneens een lichte verschuiving in die richting. Kennelijk is ook daar sprake van principiële slijtage. Helaas wel. Het overgrote deel van de raadsleden vindt echter het getuigende element in de politiek van (groot) belang.

Al is het destijds door partijvoorzitter ds. H. G. Abma geïntroduceerde begrip theocratie om tactische redenen terzijde geschoven, de notie dat de overheid aan Gods wet gebonden is, is altijd nog het uitgangspunt van de partij. Zaken als zondagsrust, homohuwelijk en gezin, abortus en euthanasie zijn voor het politieke optreden van de SGP van wezenlijke betekenis.

Uiteraard is er in de politiek meer aan de orde, maar een christelijke partij ontleent haar bestaansrecht wel aan haar specifieke strijdpunten, waarin zij zich van anderen onderscheidt. Hopelijk blijft haar achterban die ook van wezenlijk belang vinden. Dat is geen vanzelfsprekendheid.

Reformatorisch Dagblad 16-04-18
Auteur: Reporter Creer datum: 24-04-2018 15:19:35
Weerwoord: Twijfel over religieuze bronnen

Ds. C. W. Rentier


„Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van haar gezag.” beeld RD, Anton Dommerholt
„Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van haar gezag.” beeld RD, Anton Dommerholt
De laatste jaren wordt het traditionele verhaal over het ontstaan van de islam op alle mogelijke punten ter discussie gesteld. Sommigen betwijfelen of Mohammed heeft bestaan en of de islam in Mekka begon, anderen gaan ervan uit dat delen van de Koran geen Arabisch zijn en dat grote delen zwakke echo’s zijn van andere bronnen. Sommige moslims gaan in de tegenaanval en stellen dat je over de oorsprong van het christendom veel meer kritische vragen kunt stellen. Zijn de bronnen van het christendom net zo twijfelachtig als die van de islam?

JA

Reden voor de twijfel over het bestaan van Mohammed is dat er maar weinig geschreven bronnen zijn uit de eerste twee eeuwen na Mohammed die over hem schrijven. Zó weinig, dat sommige wetenschappers de vraag stellen: weten we eigenlijk wel zeker genoeg dat Mohammed heeft bestaan, of is hij later door moslims verzonnen om te kunnen claimen dat hun stroming terugging op een profeet in de lijn van Abraham?

Veel westerse wetenschappers gaan er bij voorbaat van uit dat teksten van een religieuze traditie zelf niet betrouwbaar zijn. Maar als je dat criterium overneemt, moet je je wel realiseren dat het aantal niet-christelijke bronnen over Jezus uit de eerste eeuw beperkt is. Moslims die zich verdedigen, wijzen daar terecht op.

Een ander argument is dat de Koran veel geleend heeft van diverse religieuze stromingen. Geen citaten uit de Bijbel, maar wel duidelijke invloed van Bijbelverhalen en andere geschriften. Ook merken we invloed op van bijvoorbeeld het manicheïsme, de als ketters bestempelde leer van de uit een joods-christelijk milieu afkomstige Mani (216-276). Moslims voeren dan ter verdediging aan dat Paulus gebruikmaakt van antieke filosofen en dat het boek ”De wijsheid van Salomo” uitgaat van opvattingen over de embryologie (leer van de ontwikkeling van organismen) van de Griekse filosoof Aristoteles, die we vandaag als onjuist afwijzen. Dat boek mogen protestanten dan afwijzen, maar er zijn wereldwijd veel meer rooms-katholieke christenen en die hebben het wel in de canon van Gods onfeilbare Woord geplaatst, zo stellen moslims.

NEE

Toch zijn er wel grote verschillen als het gaat om de historische betrouwbaarheid van de claims van christendom en islam over hun bronnen. In de eerste plaats heeft de kerk nooit beweerd dat de Bijbel ”senkrecht von oben” (rechtstreeks vanuit de hemel) gedicteerd is door God, zoals moslims over de Koran beweren.

Dat Paulus soms ter illustratie Griekse filosofen citeert, maakt de boodschap van de Bijbel nog niet afhankelijk van de Griekse filosofie. Het vormt geen belemmering om te geloven dat Paulus Jezus heeft ontmoet en dat de Heilige Geest hem inzicht heeft gegeven over wat de betekenis is van het kruis en de opstanding van Christus.

Het boek ”De wijsheid van Salomo” heeft ook in de rooms-katholieke traditie een lagere status dan de canon van de Bijbelboeken die alle christenen met elkaar delen.

De Koran geeft geen duidelijke informatie over Mohammed zelf en evenmin over de historische setting van de eerste moslimgemeenschap. Het opmerkelijke feit is dat in de islamitische traditie zelf de eerste eeuw vrijwel niet over Mohammed geschreven wordt. De eerste beschrijving van zijn leven dateert van een eeuw later en de talloze tradities (Hadith) over wat hij allemaal gezegd en gedaan heeft, zijn van nog later datum. De verhalen over de buitengewone vermogens van Mohammed komen niet erg betrouwbaar over en lijken meer een postume persoonsverheerlijking dan een historisch verslag.

De evangeliën vallen echter op door hun historische opbouw, met allerlei details die kenmerkend zijn voor een ooggetuigenverslag. Zo vermeldt Johannes dat hij harder rende dan Petrus toen ze op de paasmorgen naar het graf liepen. Het Nieuwe Testament verheerlijkt de eerste volgelingen van Jezus bepaald niet, maar is kritisch. Het heeft geen focus op imponerende gebeurtenissen of wonderen. Dat is in lijn met de rest van de Bijbel.

DUS

We hoeven de arrogantie van sommige westerse wetenschappers die neerkijken op oude tradities niet over te nemen. Maar omdat de Bijbel door moslims en anderen op alle mogelijke manieren wordt bekritiseerd, is het redelijk om moslims de tegenvraag te stellen of ze de islamitische traditie even kritisch benaderen.

De Bijbel is opgetekend in een periode van ruim duizend jaar, door tientallen mensen in heel verschillende culturele situaties, en heeft een breed historisch draagvlak. Heel anders dan de Koran, die door één persoon in een periode van 22 jaar als dictaat uit de hemel zou zijn ontvangen. Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van zijn gezag.

Reformatorisch Dagblad 23-04-18


Auteur: Reporter Creer datum: 19-05-2018 15:41:59

Messiasbelijdende Joden steeds invloedrijker in Israël

Ds. A. Jonker



In de bijlage ”70 jaar Israël” (RD 11-5) wordt het bestaan van Israël op vele manieren beschreven: historisch en actueel, godsdienstig en politiek. Ook is er aandacht voor de gezondheidszorg en de tuinbouw. Kortom, op 76 bladzijden wordt er veel waardevolle informatie geboden.

Het ontbreekt echter aan informatie over Joden die evenals wij de Heere Jezus als hun Zaligmaker belijden. Maar de geschiedenis en de positie van de Messiasbelijdende Joden in Israël verdienen het om voor het voetlicht gehaald te worden.

Operatie Barmhartigheid

Vóór 1948 waren er in Israël slechts enkele Messiasbelijdende Joden. In Oost-Europa woonde op dat moment echter al een groot aantal Joden dat Jezus als zijn Messias beleed.

Veel Messiasbelijdende Joden zijn, evenals andere Joden, vermoord in de vernietigingskampen van de nazi’s. Hun aantal wordt geschat op vele tienduizenden. Volgens een Messiasbelijdende Jood die in Theresienstadt verbleef, was 10 procent van de 60.000 Joden in dit kamp Messiasbelijdend!

Was de oprichting van de staat Israël ook voor hen een teken van hoop? Konden zij terugkeren naar het land van hun voorvaderen?

Vlak voordat in 1948 de staat Israël werd uitgeroepen, deden de Britten, die namens de Volkerenbond Palestina als mandaatgebied bestuurden, een bijzondere oproep. Zij vroegen alle Messiasbelijdende Joden Palestina te verlaten!

Als eerste argument hiervoor werd gegeven: er dreigde voor hen gevaar van de kant van de Arabieren, die hen als Joden zagen. In de tweede plaats zouden Messiasbelijdende Joden het gevaar lopen dat ze door de andere Joden als handlangers van de christelijke Britten gezien werden.

Door de Operatie Barmhartigheid werden de meeste Messiasbelijdende Joden per schip naar Engeland gebracht. Zodoende waren er bij de stichting van de staat Israël nog slechts tien tot honderd Messiasbelijdende Joden in het land.

Staatsburgerschap

Volgens de Israëlische Wet op de terugkeer uit 1950 heeft iedere Jood het recht om terug te keren naar het land van de voorvaderen en recht op het Israëlisch staatsburgerschap. Als het gaat om de vraag wie een Jood is, hanteert de staatswet dezelfde regel als de nazi’s bij de vernietiging van de Joden: een Jood is iedereen van wie een van de grootouders Jood is. Ook iemand die met een Jood getrouwd is, mag zich in Israël vestigen.

Een Jood die in de Heere Jezus is gaan geloven, wordt echter niet langer beschouwd als Jood, maar als christen. Dan is terugkeer dus niet mogelijk.

Volgens een uitspraak van het hooggerechtshof uit 2008 kan een Messiasbelijdende Jood wel het Israëlische staatsburgerschap krijgen. Helaas wordt dit laatste door ultraorthodoxe Joden tegengewerkt. Daarom zien Messiasbelijdende Joden zich soms genoodzaakt om bij immigratie over hun geloof in Jezus als de Messias te zwijgen.

Getuigenis

Hierdoor groeide het aantal Messiasbelijdende Joden in de begintijd van de staat Israël bijna niet. In 1967 waren het er nog maar ongeveer 250.

Na de Zesdaagse Oorlog (juni 1967) ontstond er een positief klimaat voor terugkeer naar Israël. Door de toegenomen welvaart waren er ook meer mogelijkheden om te emigreren. Dit gold evenzeer de Messiasbelijdende Joden. Acht jaar later werd hun aantal geschat op 1000 en in 1989 op 2500.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 emigreerden er veel Russischsprekende mensen naar Israël. Onder hen bevonden zich ook Joden die Jezus als de Messias beleden. Andere Joodse immigranten die in Israël contacten kregen met Messiasbelijdende Joden die hun eigen taal spraken, kwamen meer dan eens tot geloof in Jezus. Daardoor waren er in 1999 naar schatting ongeveer 5000 Messiasbelijdende Joden in Israël. Er waren toen ongeveer vijftig (huis)gemeenten.

Door immigratie, christelijk getuigenis in Israël en de kinderen die in gezinnen van Messiasbelijdende Joden geboren werden, groeide de groep sterk. Op dit moment wordt het aantal Messiasbelijdende Joden geschat op 15.000 tot 20.000.

Danken en bidden

Van de kant van (ultra)orthodoxe Joden worden Messiasbelijdende Joden vaak tegengewerkt en soms ook gehaat en vervloekt. Niet-godsdienstige Joden werken graag samen met Messiasbelijdende Joden vanwege hun betrouwbaarheid. De laatste jaren nemen Messiasbelijdende Joden in de samenleving en in het leger steeds vaker belangrijke posities in. Het wordt daardoor voor hen gemakkelijker om in woord en daad te getuigen van Jezus de Messias.

De ruim 200 gemeenten van Messiasbelijdende Joden zijn jong en vaak klein. Daardoor ontbreken de financiële middelen om, naast de eigen gemeente, ook nog diaconale hulpverlening en materiaal voor toerusting en getuigenis te bekostigen. Gelukkig wordt er steun verleend vanuit veel landen, waaronder Nederland, door gebed en giften.

Het 70-jarig bestaan van de onafhankelijke staat Israël geeft reden om te danken. Tegelijk is er gebed nodig, opdat Messiasbelijdende Joden voor Israël tot zegen mogen zijn.

De auteur is directeur van de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.

Reformatorisch Dagblad 16-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 23-05-2018 08:16:31
Zending zal niet mislukken

Nederland is heel rijk. Dat bleek afgelopen dagen. Het bruto binnenlands product (bbp) –de belangrijkste economische graadmeter– heeft een ongekende hoogte bereikt. En niet alleen is er meer geld in de staatskas gevloeid, er is ook minder uitgegeven. Dat levert een flink batig saldo op. Ministers lieten zich gewillig voor de microfoons uithoren en eisten, vanzelfsprekend, een deel van de eer op.

Nu wordt welvaart niet alleen bepaald door economisch gewin. Daarvoor gaan de ogen gelukkig steeds meer open. Gezondheid, vrije tijd, (on)veiligheid en milieu(vervuiling) zijn immers ook bepalende factoren voor een ”gelukkig gevoel”. Dat probeert het Centraal Bureau voor de Statistiek nu mee te nemen in de onderzoeken. Het neemt niet weg dat de vertaling der dingen in geld zich in de Nederlandse genen heeft genesteld. We hebben geleerd te denken in rendement, in effectiviteit, in winstgevendheid. En vooral in groei; economische groei.

Hoe anders gaat het toe in de wereldwijde zending. Natuurlijk, ook daar moet zorgvuldig met geld worden omgegaan, behoren financiële middelen effectief ingezet te worden. Ook blijft steeds bezinning nodig op de vraag wanneer ergens de opdracht als voltooid kan worden beschouwd. Maar het resultaat –de winst– laat zich nooit uitdrukken in geld. Ook niet in aantallen bekeringen. Zelfs kerkgroei is niet de maatstaf voor het vaststellen van het resultaat. Dat hoeft ook niet; de maatstaf is de opdracht. Bij zending gaat het immers niet om het behalen van successen, maar om het getrouw zaaien van het Woord. Vergezeld van het gebed en de hoop op vrucht door en voor de Heere.

De Bijbelse opdracht is het verkondigen van Christus, in onderwijs en proclamatie. Daarin trouw te blijven. „Als het daadwerkelijk maken van bekeerlingen, als ons evangeliseren niet alleen getrouw maar ook succesvol moet zijn, dan wordt onze benadering van zending bedrijven pragmatisch en berekenend. De methoden worden een doel op zich. Het is niet juist wanneer wij meer op ons gaan nemen dan God ons te doen geeft” (J. I. Packer).

De eeuwen door heeft het werk van de zending voortgang gehad. Met grote ijver hebben mensen als Paulus –en de meer dan veertig mensen die hem hielpen en met name genoemd worden in de Bijbel– zich, rusteloos en volhardend ingezet. Hebben zij mensen voorgehouden dat zij zich met God moeten verzoenen. Ondanks alle menselijke falen en feilen, heeft het Woord Zijn weg gezocht door de wereld.

Pinksteren wordt de geboortedag van de kerk genoemd. Met Pinksteren startte ook de zending vanuit Jeruzalem. De winst van de zending en de groei van de kerk zullen zeker zichtbaar worden, maar nooit te danken zijn aan mensen. Het is de Pinkstergeest, Die uitdelend door de wereld trekt. Meer nog, zending is het werk en de belofte van de drie-enige God. Het berust in Zijn welbehagen en zal daarom niet mislukken.

Reformatorisch Dagblad 18-05-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier