Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
19-01-2018 17:15:58
Geloofszaken
Een nieuwe serie artikelen
Auteur: Reporter Creer datum: 19-01-2018 17:17:41 Laatst gewijzigd: 19-01-2018 17:18:41
Rostock vergeet dat het God vergat

Eunice Hoekman-van Stuijvenberg


In Oost-Duitsland, oorsprongsland van de Reformatie, gelooft vrijwel niemand nog in een persoonlijk God. De mensen zijn vergeten dat ze God vergeten zijn, ondervinden gemeentestichters Gerrit en Jorine van Dijk uit Rostock. Twee jaar geleden betrok het stel een flat in de betonnen DDR-wijk Evershagen.

Het miezert. Vanaf het balkon van Gerrit en Jorine is weinig anders te zien dan grauwe flats onder een grijze hemel. Typische DDR-flats zijn het. ”Plattenbau”, in goed Duits. Het is bijna de hele zomer dit weer geweest, zegt Jorine spijtig. Ze had nog wel zo uitgekeken naar dit seizoen. De winter duurt lang in Evershagen. Bij regen en kou kan ze bovendien niet met haar dochtertje Nora bij de zandbak en de schommel gaan zitten. Dan is er ook geen contact met haar buurvrouwen – iets wat nu juist zo belangrijk is in de visie van het zendingsechtpaar.

In de rauwe arbeiderswijk Evershagen bestaan de gezinnen grotendeels uit eerder gescheiden vaders en moeders en kinderen uit verschillende huwelijken. ”Patchworkfamilies”, noemen Gerrit en Jorine ze. Achter de deuren van de flats is veel mis.

Minder dan een half procent van de inwoners bezoekt regelmatig een kerkdienst en 86,7 procent hoort niet bij een kerk. „Cijfers waar je niet vrolijk van wordt.” De statistieken vertellen verder dat de drie historische kerken in het centrum van Rostock (dus niet in Evershagen) op zondag –samen– twintig kerkgangers trekken. Eén keer per maand is een bezoeker jonger dan veertig jaar.

Gerrit: „We treffen hier veel biografieën aan van families die sinds de jaren dertig geen lid meer zijn van de kerk. Toegepast op mijn eigen familiegeschiedenis zou dat betekenen dat mijn opa de kerk verliet in zijn schooltijd, mijn vader geen christelijke opvoeding heeft gehad en dat ik al helemaal niets heb meegekregen.” In Oost-Duitsland zaten de generaties dicht op elkaar. De meeste moeders kregen rond hun 21e levensjaar kinderen. „Generaties groeien dan snel weg van God. Wij hebben nu te maken met de derde en vierde ”konfessionslose” generatie. We zijn het postchristelijke stadium voorbij.”

Van Mars

De Gereformeerde Zendingsbond en zendingsorganisatie ECM zonden het echtpaar in 2015 vanuit de Westerkerk in Veenendaal uit naar Rostock. Samen met de Freie Evangelische Gemeinde in de stad hopen ze bij te dragen aan het stichten van een gemeente in de wijk Evershagen. Dat vraagt om een heel voorzichtige aanpak, weten Gerrit en Jorine. En om een lange adem. Er zijn namelijk nogal wat barrières te slechten in Noordoost-Duitsland. Wantrouwen tegenover de kerk, als gevolg van alle socialistische propaganda in de DDR-tijd. Maar ook angst voor beïnvloeding, bang om opnieuw gehersenspoeld te worden. „Als je zegt: „Ik ben zendingswerker”, dan heb je een probleem. Dan ben je klaar.”

Daarnaast is er een totaal gebrek aan kennis, waardoor mensen de taal en de beelden missen om een gesprek over God en godsdienst te kunnen voeren. „Wie Luther was, weten ze misschien nog, maar Jezus? Geen idee”, merkt Gerrit op. Jorine: „Er is spirituele ongevoeligheid. Mensen kunnen niks met wat jij beleeft van iets wat je niet ziet. En dat dat jouw leven bepaalt. Alsof je letterlijk van Mars komt.”

De Van Dijks dachten daarom grondig na over de vraag hoe ze met het Evangelie kunnen aanknopen bij hun Duitse stadsgenoten. Gerrit: „Of mensen het nu voor waar willen houden of niet, ze verlangen ten diepste naar God en naar alles wat wij bij Jezus Christus kunnen vinden. De vraag is: waar duikt dat verlangen op bij de mensen hier in Rostock, in Evershagen?”

Ze trekken hun jas aan en lopen via het trappenhuis van de flat naar beneden. Het kale fietsenhok onder in de flat was vóór 1989 een gemeenschappelijke ruimte waar flatbewoners elkaar ontmoetten. Deze ‘huiskamer’ is verdwenen. De DDR stond voor gemeenschap, voor ”samen”, zegt Gerrit. „Hoewel die saamhorigheid nooit vrij was van dwang en druk, was ze in zichzelf positief. De Wende brak alle gemeenschappelijkheid in één nacht tijd af. De organisatie van de gemeenschap viel uit elkaar. Omdat de staat alles regelde, zijn mensen niet gewend initiatief te nemen.” En dat maakt hen eenzaam.

Barbecueën

Op straat is het kil en stil. Het overdekte winkelcentrum, vlak bij de tramhaltes, oogt levendiger. Het is een van de weinige plekken in de wijk waar mensen samenkomen. Een eetcafé tegenover de supermarkt beleeft piekuren. Wie het kan betalen, eet hier voor zes euro een warme maaltijd. Nogal wat mannen bezetten een tafeltje. Alleen.

Gerrit: „We bemerken een groot verlangen naar ontmoeting. Deze samenleving denkt veel collectiever dan de Nederlandse. Zelfs de alcoholisten zoeken elkaar op om in een groep te kunnen drinken.”

Hij wijst naar wat mannen die ineengedoken bij elkaar staan, een blikje bier in de hand. „Als je mensen samenbrengt, worden ze heel blij. Maar ze moeten elkaar kennen. Zonder relatie lukt er niets, al verlangen ze nog zo hard naar ontmoeting. Er is geen vertrouwen in elkaar. Dat is collectief beschadigd. Op het moment dat je mensen samenbrengt –ik heb eens met mannen gebarbecued– dan zijn ze ontzettend gelukkig.”

En de kerk dan, die staat toch voor gemeenschap en gastvrijheid? „We zitten hier in een rauwe arbeiderswijk”, antwoordt Gerrit. „Voor de mensen hier hoort de kerk bij de middenklasse.”

In het prille gemeentestichtingswerk van Jorine en Gerrit zijn relatievorming en geduld daarom sleutelwoorden. „In Mecklenburg tikt de klok langzamer, luidt een volkswijsheid. Alles gaat hier langzamer. Mensen houden van regelmaat en gewoonte. Initiatieven komen traag van de grond. Voor ons is belangrijk: bij mensen zijn én het laten gebeuren. Soms vragen we onszelf af: gaat het nu wel ergens over? Kom ik wel ergens? Een Nederlander is geneigd veel vragen te stellen om iemand beter te leren kennen. Zo gaat dat hier niet. Je gaat hier samen op weg en gaandeweg deel je dingen met elkaar. Wij schakelen telkens weer een versnelling terug. Het Nederlandse efficiencydenken moeten we thuislaten.”

Ballon

Na twee jaar wonen in de wijk zet het echtpaar nu een volgende stap. Op de hoek van de straat komt een koffiecorner, een plek waar buurtbewoners terechtkunnen voor koffie en een gesprek. Eerder al startte Gerrit met een voetbalwedstrijd op donderdagmiddag. Iedere week, vaste prik, om halfvier. Met jongens uit de buurt. „Duitsers zijn niet zo verbaal. Je kunt met een hoop interessante beschouwingen komen, maar wat heb je daaraan? De vraag is: ben je betrouwbaar, echt? Blijf je? Heb je uithoudingsvermogen? Anders ben je net een ballon vol lucht die –poef– in één keer leegloopt. Als je een relatie opbouwt en vervolgens wegloopt, is er meer schade dan winst. Dan heb je uiteindelijk niks.”

Reformatie geeft Rostock identiteit terug

Twee Duitse atheïstische regimes deden in de vorige eeuw het geloof in God de das om. Ook in Rostock. Opmerkelijk genoeg is de Reformatieherdenking in deze stad springlevend. In het Cultuurhistorisch Museum liep de afgelopen maanden een goedbezochte expositie over de reformator van Rostock, Joachim Slüter. En een thematische stadswandeling voerde langs de sporen die deze hervormingsgezinde priester achterliet. Bij de Sint-Petruskerk in het oude stadsdeel, waar Slüter vanaf 1523 volle kerkzalen trok, verrees in 1862 een monument. „So halten wir nun dass der Mensch gerecht werde allein durch den Glauben”, staat erop. („Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt.”) Luther en Slüter hadden veel met elkaar gemeen. Historici nemen aan dat de mannen met elkaar in contact zijn geweest.

Wat maakt dat de Duitsers in deze regio zo geïnteresseerd zijn in de opkomst van het protestantisme? Dat heeft te maken met de toenemende belangstelling voor hun eigen identiteit en achtergrond, zegt museumdirecteur dr. Steffen Stuth. Oost-Duitsers ontwikkelen volgens hem, bijna dertig jaar na de Wende, een nieuwe verhouding tot hun geschiedenis. De eerste decennia na de Wende waren ze vooral met zichzelf bezig. Nu ontdekken ze voor het eerst waar ze vandaag komen en hoe hun omgeving ontstaan is. Het socialistische regime veegde de (kerk)geschiedenis juist onder het tapijt en schilderde Maarten Luther af als een revolutionair.

De belangstelling voor wat Luther nu precies ontdekte en geloofde, is vandaag de dag in Rostock nog steeds niet zo bijzonder groot, denkt Stuth. Ook de museumdirecteur zelf ziet de geestelijke worsteling van Luther als „strikt persoonlijke processen.” Aan de maatschappelijke uitwerking daarentegen hechten mensen meer belang. Verder kunnen de inwoners van Rostock zich beter identificeren met een figuur die de lokale geschiedenis stempelde. Joachim Slüter dus. Belangrijk wapenfeit van de Rostocker reformator is de publicatie van een gezangboek dat nu als het oudste Nederduitse gezangboek bekendstaat.

Mecklenburg en de kerk

In de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren koos de adel in de zestiende eeuw voor het nieuwe protestantse geloof. De macht en de kerk waren sindsdien nauw met elkaar verbonden. In de oude protestantse Doberaner Münster in Bad Doberan zijn praalgraven te zien van hertogen die een flinke vinger in de pap van de kerk hadden. Het huwelijk van kerk en macht heeft volgens historici wellicht verhinderd dat de Reformatie bij het gewone volk dieper wortel schoot. Vermoedelijk was het kerkbezoek in deze streek in de negentiende eeuw historisch laag. Het nationaalsocialisme en het communisme konden het christendom, dat hier toch al niet diep zat, met wortel en tak uitrukken. In Mecklenburg wordt nog steeds voornamelijk ‘rood’ gestemd. In Rostock was de protestantse prediker Joachim Slüter wél een identificatiefiguur voor het gewone volk.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 14-02-2018 16:04:47 Laatst gewijzigd: 14-02-2018 16:06:54
Daniël als voorbeeld

Psalm 4:2a

„Als ik roep verhoor mij, o God mijner gerechtigheid. In de benauwdheid hebt Gij ruimte voor mij gemaakt.”

In de verrukking hebt U voor mij ruimte gemaakt. De Psalmdichter zei niet: „Hebt U mijn verdrukking afgewend”, of: „Hebt U mijn beproevingen opgeheven”, maar: „U hebt mij toegestaan om te blijven staan en U hebt ruimte voor mij gemaakt.” Het bijzondere en goed uitgevoerde beleid van God wordt bij uitstek hierin bewezen, dat Hij niet alleen verdrukkingen gegeven heeft, maar ook veel verademing schenkt, als die verdrukkingen blijven voortduren. Het bewijst ook de kracht van God en maakt degenen die in verdrukkingen terecht komen, begeriger naar wijsheid, telkens als er ruimte ontstaat die het verdrukte hart vertroost wanneer de verdrukking niet opgeheven wordt. De verdrukking brengt het hart dat zorgeloos is wel in het nauw, maar bevrijdt het tegelijk van al haar zorgeloosheid. „Maar hoe kan er nu”, zegt iemand, „in verdrukking ruimte ontstaan?” Denk aan de oven van de drie jongelingen en aan de leeuwenkuil. Want God doofde de vlam niet uit maar maakte toen dat zij ruimte kregen. Ook doodde Hij de leeuwen niet en stelde Daniel op dat moment niet in vrijheid. Maar terwijl de oven enorm werd opgestookt en de wilde dieren in de kuil bleven, genoten de rechtvaardigen veel verlichting. Het is ook mogelijk over ruimte te spreken wanneer de ziel die verdrukt wordt door de beproevingen, afstand doet van de hartstochten en de talrijke ondeugden.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië

Reformatorisch Dagblad 14-02-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier