Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
19-01-2018 17:15:58
Geloofszaken
Een nieuwe serie artikelen
Auteur: Reporter Creer datum: 19-01-2018 17:17:41 Laatst gewijzigd: 19-01-2018 17:18:41
Rostock vergeet dat het God vergat

Eunice Hoekman-van Stuijvenberg


In Oost-Duitsland, oorsprongsland van de Reformatie, gelooft vrijwel niemand nog in een persoonlijk God. De mensen zijn vergeten dat ze God vergeten zijn, ondervinden gemeentestichters Gerrit en Jorine van Dijk uit Rostock. Twee jaar geleden betrok het stel een flat in de betonnen DDR-wijk Evershagen.

Het miezert. Vanaf het balkon van Gerrit en Jorine is weinig anders te zien dan grauwe flats onder een grijze hemel. Typische DDR-flats zijn het. ”Plattenbau”, in goed Duits. Het is bijna de hele zomer dit weer geweest, zegt Jorine spijtig. Ze had nog wel zo uitgekeken naar dit seizoen. De winter duurt lang in Evershagen. Bij regen en kou kan ze bovendien niet met haar dochtertje Nora bij de zandbak en de schommel gaan zitten. Dan is er ook geen contact met haar buurvrouwen – iets wat nu juist zo belangrijk is in de visie van het zendingsechtpaar.

In de rauwe arbeiderswijk Evershagen bestaan de gezinnen grotendeels uit eerder gescheiden vaders en moeders en kinderen uit verschillende huwelijken. ”Patchworkfamilies”, noemen Gerrit en Jorine ze. Achter de deuren van de flats is veel mis.

Minder dan een half procent van de inwoners bezoekt regelmatig een kerkdienst en 86,7 procent hoort niet bij een kerk. „Cijfers waar je niet vrolijk van wordt.” De statistieken vertellen verder dat de drie historische kerken in het centrum van Rostock (dus niet in Evershagen) op zondag –samen– twintig kerkgangers trekken. Eén keer per maand is een bezoeker jonger dan veertig jaar.

Gerrit: „We treffen hier veel biografieën aan van families die sinds de jaren dertig geen lid meer zijn van de kerk. Toegepast op mijn eigen familiegeschiedenis zou dat betekenen dat mijn opa de kerk verliet in zijn schooltijd, mijn vader geen christelijke opvoeding heeft gehad en dat ik al helemaal niets heb meegekregen.” In Oost-Duitsland zaten de generaties dicht op elkaar. De meeste moeders kregen rond hun 21e levensjaar kinderen. „Generaties groeien dan snel weg van God. Wij hebben nu te maken met de derde en vierde ”konfessionslose” generatie. We zijn het postchristelijke stadium voorbij.”

Van Mars

De Gereformeerde Zendingsbond en zendingsorganisatie ECM zonden het echtpaar in 2015 vanuit de Westerkerk in Veenendaal uit naar Rostock. Samen met de Freie Evangelische Gemeinde in de stad hopen ze bij te dragen aan het stichten van een gemeente in de wijk Evershagen. Dat vraagt om een heel voorzichtige aanpak, weten Gerrit en Jorine. En om een lange adem. Er zijn namelijk nogal wat barrières te slechten in Noordoost-Duitsland. Wantrouwen tegenover de kerk, als gevolg van alle socialistische propaganda in de DDR-tijd. Maar ook angst voor beïnvloeding, bang om opnieuw gehersenspoeld te worden. „Als je zegt: „Ik ben zendingswerker”, dan heb je een probleem. Dan ben je klaar.”

Daarnaast is er een totaal gebrek aan kennis, waardoor mensen de taal en de beelden missen om een gesprek over God en godsdienst te kunnen voeren. „Wie Luther was, weten ze misschien nog, maar Jezus? Geen idee”, merkt Gerrit op. Jorine: „Er is spirituele ongevoeligheid. Mensen kunnen niks met wat jij beleeft van iets wat je niet ziet. En dat dat jouw leven bepaalt. Alsof je letterlijk van Mars komt.”

De Van Dijks dachten daarom grondig na over de vraag hoe ze met het Evangelie kunnen aanknopen bij hun Duitse stadsgenoten. Gerrit: „Of mensen het nu voor waar willen houden of niet, ze verlangen ten diepste naar God en naar alles wat wij bij Jezus Christus kunnen vinden. De vraag is: waar duikt dat verlangen op bij de mensen hier in Rostock, in Evershagen?”

Ze trekken hun jas aan en lopen via het trappenhuis van de flat naar beneden. Het kale fietsenhok onder in de flat was vóór 1989 een gemeenschappelijke ruimte waar flatbewoners elkaar ontmoetten. Deze ‘huiskamer’ is verdwenen. De DDR stond voor gemeenschap, voor ”samen”, zegt Gerrit. „Hoewel die saamhorigheid nooit vrij was van dwang en druk, was ze in zichzelf positief. De Wende brak alle gemeenschappelijkheid in één nacht tijd af. De organisatie van de gemeenschap viel uit elkaar. Omdat de staat alles regelde, zijn mensen niet gewend initiatief te nemen.” En dat maakt hen eenzaam.

Barbecueën

Op straat is het kil en stil. Het overdekte winkelcentrum, vlak bij de tramhaltes, oogt levendiger. Het is een van de weinige plekken in de wijk waar mensen samenkomen. Een eetcafé tegenover de supermarkt beleeft piekuren. Wie het kan betalen, eet hier voor zes euro een warme maaltijd. Nogal wat mannen bezetten een tafeltje. Alleen.

Gerrit: „We bemerken een groot verlangen naar ontmoeting. Deze samenleving denkt veel collectiever dan de Nederlandse. Zelfs de alcoholisten zoeken elkaar op om in een groep te kunnen drinken.”

Hij wijst naar wat mannen die ineengedoken bij elkaar staan, een blikje bier in de hand. „Als je mensen samenbrengt, worden ze heel blij. Maar ze moeten elkaar kennen. Zonder relatie lukt er niets, al verlangen ze nog zo hard naar ontmoeting. Er is geen vertrouwen in elkaar. Dat is collectief beschadigd. Op het moment dat je mensen samenbrengt –ik heb eens met mannen gebarbecued– dan zijn ze ontzettend gelukkig.”

En de kerk dan, die staat toch voor gemeenschap en gastvrijheid? „We zitten hier in een rauwe arbeiderswijk”, antwoordt Gerrit. „Voor de mensen hier hoort de kerk bij de middenklasse.”

In het prille gemeentestichtingswerk van Jorine en Gerrit zijn relatievorming en geduld daarom sleutelwoorden. „In Mecklenburg tikt de klok langzamer, luidt een volkswijsheid. Alles gaat hier langzamer. Mensen houden van regelmaat en gewoonte. Initiatieven komen traag van de grond. Voor ons is belangrijk: bij mensen zijn én het laten gebeuren. Soms vragen we onszelf af: gaat het nu wel ergens over? Kom ik wel ergens? Een Nederlander is geneigd veel vragen te stellen om iemand beter te leren kennen. Zo gaat dat hier niet. Je gaat hier samen op weg en gaandeweg deel je dingen met elkaar. Wij schakelen telkens weer een versnelling terug. Het Nederlandse efficiencydenken moeten we thuislaten.”

Ballon

Na twee jaar wonen in de wijk zet het echtpaar nu een volgende stap. Op de hoek van de straat komt een koffiecorner, een plek waar buurtbewoners terechtkunnen voor koffie en een gesprek. Eerder al startte Gerrit met een voetbalwedstrijd op donderdagmiddag. Iedere week, vaste prik, om halfvier. Met jongens uit de buurt. „Duitsers zijn niet zo verbaal. Je kunt met een hoop interessante beschouwingen komen, maar wat heb je daaraan? De vraag is: ben je betrouwbaar, echt? Blijf je? Heb je uithoudingsvermogen? Anders ben je net een ballon vol lucht die –poef– in één keer leegloopt. Als je een relatie opbouwt en vervolgens wegloopt, is er meer schade dan winst. Dan heb je uiteindelijk niks.”

Reformatie geeft Rostock identiteit terug

Twee Duitse atheïstische regimes deden in de vorige eeuw het geloof in God de das om. Ook in Rostock. Opmerkelijk genoeg is de Reformatieherdenking in deze stad springlevend. In het Cultuurhistorisch Museum liep de afgelopen maanden een goedbezochte expositie over de reformator van Rostock, Joachim Slüter. En een thematische stadswandeling voerde langs de sporen die deze hervormingsgezinde priester achterliet. Bij de Sint-Petruskerk in het oude stadsdeel, waar Slüter vanaf 1523 volle kerkzalen trok, verrees in 1862 een monument. „So halten wir nun dass der Mensch gerecht werde allein durch den Glauben”, staat erop. („Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt.”) Luther en Slüter hadden veel met elkaar gemeen. Historici nemen aan dat de mannen met elkaar in contact zijn geweest.

Wat maakt dat de Duitsers in deze regio zo geïnteresseerd zijn in de opkomst van het protestantisme? Dat heeft te maken met de toenemende belangstelling voor hun eigen identiteit en achtergrond, zegt museumdirecteur dr. Steffen Stuth. Oost-Duitsers ontwikkelen volgens hem, bijna dertig jaar na de Wende, een nieuwe verhouding tot hun geschiedenis. De eerste decennia na de Wende waren ze vooral met zichzelf bezig. Nu ontdekken ze voor het eerst waar ze vandaag komen en hoe hun omgeving ontstaan is. Het socialistische regime veegde de (kerk)geschiedenis juist onder het tapijt en schilderde Maarten Luther af als een revolutionair.

De belangstelling voor wat Luther nu precies ontdekte en geloofde, is vandaag de dag in Rostock nog steeds niet zo bijzonder groot, denkt Stuth. Ook de museumdirecteur zelf ziet de geestelijke worsteling van Luther als „strikt persoonlijke processen.” Aan de maatschappelijke uitwerking daarentegen hechten mensen meer belang. Verder kunnen de inwoners van Rostock zich beter identificeren met een figuur die de lokale geschiedenis stempelde. Joachim Slüter dus. Belangrijk wapenfeit van de Rostocker reformator is de publicatie van een gezangboek dat nu als het oudste Nederduitse gezangboek bekendstaat.

Mecklenburg en de kerk

In de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren koos de adel in de zestiende eeuw voor het nieuwe protestantse geloof. De macht en de kerk waren sindsdien nauw met elkaar verbonden. In de oude protestantse Doberaner Münster in Bad Doberan zijn praalgraven te zien van hertogen die een flinke vinger in de pap van de kerk hadden. Het huwelijk van kerk en macht heeft volgens historici wellicht verhinderd dat de Reformatie bij het gewone volk dieper wortel schoot. Vermoedelijk was het kerkbezoek in deze streek in de negentiende eeuw historisch laag. Het nationaalsocialisme en het communisme konden het christendom, dat hier toch al niet diep zat, met wortel en tak uitrukken. In Mecklenburg wordt nog steeds voornamelijk ‘rood’ gestemd. In Rostock was de protestantse prediker Joachim Slüter wél een identificatiefiguur voor het gewone volk.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 14-02-2018 16:04:47 Laatst gewijzigd: 14-02-2018 16:06:54
Daniël als voorbeeld

Psalm 4:2a

„Als ik roep verhoor mij, o God mijner gerechtigheid. In de benauwdheid hebt Gij ruimte voor mij gemaakt.”

In de verrukking hebt U voor mij ruimte gemaakt. De Psalmdichter zei niet: „Hebt U mijn verdrukking afgewend”, of: „Hebt U mijn beproevingen opgeheven”, maar: „U hebt mij toegestaan om te blijven staan en U hebt ruimte voor mij gemaakt.” Het bijzondere en goed uitgevoerde beleid van God wordt bij uitstek hierin bewezen, dat Hij niet alleen verdrukkingen gegeven heeft, maar ook veel verademing schenkt, als die verdrukkingen blijven voortduren. Het bewijst ook de kracht van God en maakt degenen die in verdrukkingen terecht komen, begeriger naar wijsheid, telkens als er ruimte ontstaat die het verdrukte hart vertroost wanneer de verdrukking niet opgeheven wordt. De verdrukking brengt het hart dat zorgeloos is wel in het nauw, maar bevrijdt het tegelijk van al haar zorgeloosheid. „Maar hoe kan er nu”, zegt iemand, „in verdrukking ruimte ontstaan?” Denk aan de oven van de drie jongelingen en aan de leeuwenkuil. Want God doofde de vlam niet uit maar maakte toen dat zij ruimte kregen. Ook doodde Hij de leeuwen niet en stelde Daniel op dat moment niet in vrijheid. Maar terwijl de oven enorm werd opgestookt en de wilde dieren in de kuil bleven, genoten de rechtvaardigen veel verlichting. Het is ook mogelijk over ruimte te spreken wanneer de ziel die verdrukt wordt door de beproevingen, afstand doet van de hartstochten en de talrijke ondeugden.

Johannes Chrysostomus, priester te Antiochië

Reformatorisch Dagblad 14-02-18
Auteur: Reporter Creer datum: 1-03-2018 17:22:42
Wie beeldcultuur wil weerstaan moet dicht bij het Woord leven

Drs. W. P. Emaus


In het Oosten probeert de draak uit Openbaring de Kerk van Christus te verwoesten door felle vervolgingen, in het Westen brengt hij ons onder de bekoring van het beeld, waarschuwt drs. W. P. Emaus.

In Openbaring 13 krijgt de oude apostel Johannes bijzondere dingen te zien. Hij ziet een beest uit de zee opkomen (13:1). Het beest heeft zeven hoofden en tien hoornen. Dat betekent: dit beest beschikt over een geweldig intellect (zeven koppen) en een geweldige kracht (tien hoornen).

Duidelijk is dat in Openbaring 13 met het beest een politieke macht bedoeld is, die zich in dienst van de satan stelt. De vier dieren uit Daniël 7 worden toegepast op het Romeinse keizerrijk. Dit doet denken aan de snelheid van een luipaard, de honger van een beer en de superioriteit van een leeuw.

Dit eerste beest ontvangt van de draak kracht en grote volmacht: „en de draak gaf hem zijn kracht, en zijn troon, en grote macht” (13:2). Hierin ontwaren we de duivelse imitatie van Christus. Zoals God de Vader op de dag van Hemelvaart aan Jezus Zijn troon en macht geeft, zo geeft de draak (de satan als vader van de leugen) aan het beest (als zijn zoon) zijn troon en grote macht (vers 2b).

Deze imitatie blijkt ook uit het derde vers: Johannes ziet dat een van de koppen van het beest dodelijk verwond is. Opvallend is de overeenkomst met Openbaring 5:6: „een Lam, staande als geslacht”. Het Lam, met een dodelijke halswond, en het eerste beest, waarvan een van de koppen dodelijk verwond wordt...

Christus heeft in Zijn dood het beest een dodelijke wond toegebracht. Maar het beest herstelt! De Romeinse staatsmacht herleeft, ook na de dood van de wrede keizer Nero, die zichzelf ombracht door een dolk in zijn hals te steken.

Het antichristelijke rijk zette zich voort. De keizers, die de christenen fel vervolgden, werden als goddelijk beschouwd en door de massa aanbeden. „En zij aanbaden de draak, die het beest macht gegeven had; en zij aanbaden het beest...” (13:4). Het beest staat hier voor het grote Romeinse Rijk dat zich met hand en tand verzette tegen het groeiende christendom.

Minister van Propaganda

Na dit eerste beest ziet Johannes een ander beest uit de aarde opkomen (13:11). Dit beest heeft slechts twee hoornen, die op de hoornen van het Lam Gods lijken! Maar dit tweede beest spreekt als de draak. Dit beest komt niet zo weerzinwekkend over als het eerste beest, maar daarom is het niet minder gevaarlijk.

Dit tweede beest staat in dienst van het eerste beest. „En het oefent al de macht van het eerste beest, in tegenwoordigheid daarvan, en het maakt, dat de aarde, en die daarin wonen het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was” (13:12).

Dit tweede beest wordt wel gezien als de ”minister van Propaganda” (J. H. Bavinck). Hij is de man van de pr en maakt reclame voor het eerste beest. Hij roept de mensenmassa op om voor het eerste beest, waarvan de dodelijke wond genezen was, een beeld te maken (13:14).

In de context van Johannes’ dagen denken we aan de beelden die opgericht werden voor de Romeinse keizers. Zij (het eerste beest) werden als staatsleiders vergoddelijkt. En het tweede beest, de antichristelijke profeet, eist de aandacht van álle onderdanen voor de keizers op. Bovendien zorgt deze leugenprofeet ervoor dat het beeld van het beest een géést krijgt. Zo kan het beeld van het beest ook spreken (13:15a). In de oudheid vinden we allerlei religieuze beelden die kunnen ‘spreken’. Het gaat dan om misleiding, bijvoorbeeld holle beelden waarin een priester plaatsnam om mensen door de mond van het beeld toe te spreken.

Het beeld van het eerste beest krijgt een geest die kan spreken. Let wel: hier staat de antitriniteit (draak, eerste beest en tweede beest) tegenover de heilige Triniteit (Vader, Zoon en Heilige Geest)! Ook hierin is de satan de ”aap van God” (Luther)!

De satan maakt dus gebruik van het beeld. In de tijd van Johannes door de kolossale beelden van de keizers. En (ook) deze profetie wordt de eeuwen door steeds dieper vervuld. „En hetzelve werd macht gegeven om het beeld van het beest een geest te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken...” (13:15a).

Getal 666

Wat hebben deze woorden ons in deze tijd te zeggen? De leugenprofeet werkt door middel van het beeld. Dan denken we aan de beeldcultuur waarin wij leven. Het beeld heeft een geweldige impact op onze hersenen. Beelden blijven jarenlang haarscherp op ons netvlies staan.

Laten we de macht van het beeld niet onderschatten! We kunnen al te gemakkelijk zeggen dat we in dit visuele tijdperk niet meer zonder de computer kunnen leven. Heel onze moderne maatschappij is daarop ingesteld. En dit gegeven valt zeker niet te ontkennen.

Toch is de vraag gewettigd of we hierin niet al te gemakkelijk zijn meegegaan. Wat we door de afwijzing van de televisie nog buiten de huiskamer probeerden te houden, hebben we via onder meer (ongefilterd!) internet en iPhone dubbel en dwars binnengehaald. Spreekt er uit deze ontwikkeling niet een groot stuk naïviteit?

Overweeg deze dingen in het licht van Openbaring 13! Het tweede beest geeft een beeld aan het eerste beest. We denken in onze tijd aan de vele verleidingen door middel van het beeld. Zijn we er ons wel genoeg van bewust en nemen we nog de nodige distantie in acht? Wie wijs is, die lette erop: „Hier is de wijsheid: die het verstand heeft, rekene het getal van het beest, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zes en zestig” (13:18).

Wanneer ”Kaisar Nero” gelezen wordt met Hebreeuwse letters en hun getalswaarde, komt het getal 666 eruit. Daarnaast las ik een meer recente verklaring: als men uitgaat van het getal 6 (a = 6, b = 12, c = 18, d = 24 enzovoort), levert het woord ”computer” 666 op. Zou dat puur toeval zijn of zou hier meer achter kunnen zitten?

In ieder geval is het glashelder: het beest werkt graag door middel van het beeld dat spreken kan. Deze woorden worden in onze tijd duidelijk realiteit. Beseffen we dat onze beeldcultuur, naast voordelen, ook veel nadelen heeft en gevaren met zich meebrengt?

Prioriteiten stellen

Een andere (vaak toegepaste) uitleg van het getal 666 is de zogenoemde symbolische verklaring. Deze gaat uit van het getal zeven. Zeven is het getal van de goddelijke volheid. Zes is het getal van de mens in zijn hoogmoed. Het getal zes wil als het ware opstijgen tot zeven, maar kan het (net) niet bereiken. De macht van de draak en van de beide beesten is blijkpaar beperkt. De antichrist zal nooit de 777 kunnen bereiken!

Hierin ligt een geweldige troost voor de Kerk van Christus. In het Oosten probeert de draak de Kerk te verwoesten door felle vervolgingen (Noord-Korea!). In het ”vrije” Westen pakt de satan het veel listiger aan: hij brengt ons onder de bekoring van het beeld. We nemen meer tijd voor het beeld van het beest dan voor het Woord van de Geest. Zodoende verspillen we veel kostbare genadetijd. In onze naïviteit denken we in staat te zijn de verleidingen van het beeld weerstand te bieden. De praktijk leert helaas anders.

Hoe zullen we te midden van deze verleidingen staande kunnen blijven? Door niet dicht bij het beeld te leven, maar dicht bij het Woord van onze God. Door de nodige prioriteiten te stellen („Zoekt eerst het Koninkrijk van God”) en de nodige distantie tot de moderne media te bewaren. Door ons bovenal te wapenen in het gebed: „Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.”

De auteur is predikant van de hervormde gemeente De Bron op Urk.


Reformatorisch Dagblad 1-3-18

Auteur: Reporter Creer datum: 19-04-2018 15:23:43
Bestaansrecht christelijke partij ligt in specifieke strijdpunten

dr. C. S. L. Janse


„In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.” Foto: Tweede Kamervergadering in 1937, in aanwezigheid van ds. G. H. Kersten (SGP). beeld Wiel van der Randen
„In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.” Foto: Tweede Kamervergadering in 1937, in aanwezigheid van ds. G. H. Kersten (SGP). beeld Wiel van der Randen
De SGP bestaat deze maand honderd jaar. Christelijke partijen zijn in Nederland en daarbuiten een bekend verschijnsel. Maar de Angelsaksische wereld, waar het christendom vanouds een belangrijke plaats innam, kent geen confessionele partijen. Wat verklaart het bestaan of de afwezigheid van dergelijke partijen?

Dat Groot-Brittannië en de VS geen christelijke partijen kennen of gekend hebben, komt in hoge mate door het kiesstelsel. In een districtenstelsel is voor een partij van christelijke signatuur meestal geen ruimte.

Belangrijk is ook of er sprake was van schokeffecten waarbij de fundamenten van de politieke orde wankelden. De Franse Revolutie is daar een duidelijk voorbeeld van. Orthodoxe christenen in Nederland en daarbuiten waren daarover zeer verontrust. In de Angelsaksische wereld was dat schokeffect duidelijk minder. Daar vond de secularisatie van het publieke leven geleidelijker plaats.

De Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen van een totalitaire dictatuur veroorzaakten ook zo’n schokeffect. Dat bevorderde de opkomst van de christendemocratische partijen, vooral in Duitsland en Italië. De Angelsaksische wereld werd daardoor veel minder geraakt.

Uiteraard is ook het soort christendom hier van groot belang. Wat is de reikwijdte van de godsdienst? Welke consequenties heeft het geloof voor het politieke leven?

Vrijzinnigen hebben nooit wat gezien in een christelijke partij. Godsdienst was voor hen een privézaak. Dat de hervormde middenorthodoxie na 1945 grotendeels meeging met de Doorbraak, bedoeld om de verzuiling te doorbreken, terwijl de Gereformeerde Kerken die met kracht afwezen, was ook niet toevallig. Voor de toenmalige gereformeerden was de afstand tot de Nederlandse maatschappij duidelijk groter dan voor de middenorthodoxe hervormden. Er was meer verschil in opvattingen, ook inzake de politiek.

Specifieke punten

Een christelijke partij die haar achterban wil mobiliseren, moet in haar program een of meer specifieke punten hebben waarin zij duidelijk van andere partijen verschilt. Specifieke punten die haar achterban aanspreken. In de 19e eeuw was dat in Nederland de schoolstrijd. Daarin ging het aanvankelijk om het confessionele karakter van de openbare school en in een latere fase om de financiële gelijkberechtiging van de openbare en de christelijke school. De andere politieke stromingen (liberaal, conservatief of socialistisch) wilden daar niet in meegaan.

Natuurlijk gaat het in de politiek altijd om allerlei zaken tegelijk: politie en defensie, volksgezondheid en ouderenzorg, werkgelegenheid en begrotingsdiscipline, belastingdruk en verkeersveiligheid, huwelijk en gezin en nog een heleboel zaken meer.

Christelijke partijen zullen op een aantal punten ongeveer dezelfde standpunten hebben als andere partijen. Dat geeft mogelijkheden om samen te werken. Maar er moeten ook duidelijke verschilpunten zijn, wil een christelijke partij haar bestaansrecht kunnen bewijzen. Alleen dan kan zij bij de verkiezingen met succes een appel doen op kiezers met dezelfde geloofsovertuiging.

Dat die kiezers wellicht over een aantal politieke issues verschillend denken, hoeft geen groot probleem te zijn. Mits ze de specifieke standpunten van die partij maar het belangrijkste vinden. Is dat niet (meer) het geval of zijn er nauwelijks meer specifieke strijdpunten die voortvloeien uit de religieuze identiteit, dan wordt het moeilijker.

Het kan zijn dat zo’n christelijke partij aantrekkelijk blijft voor de kiezers omdat zij een machtsfactor van betekenis is. De Duitse CDU is daar een voorbeeld van. Het CDA was dat ten tijde van Lubbers ook. Dat zo’n partij altijd nog de ”c” in haar naam heeft, is voor de meesten van haar kiezers geen reden om erop te stemmen, maar ook geen reden om er niet op te stemmen.

Naarmate de ”c” in de partijnaam zijn betekenis verliest, zal het ook minder relevant zijn of de mensen die de partij in de politieke arena vertegenwoordigen zelf een duidelijke relatie hebben met kerk en godsdienst. Om de koers van de partij te onderschrijven en die uit te dragen, is dat eigenlijk niet meer nodig.

Deconfessionalisering

De christendemocratische partijen in Europa lieten na de Tweede Wereldoorlog een voortgaand proces van deconfessionalisering zien. Aanvankelijk had de christelijke identiteit nog wel degelijk inhoud. Zeker bij de protestantse ARP en CHU. Daarentegen kozen de Franse christendemocraten in 1944 bewust voor een algemene partijnaam: Mouvement Républicain Populaire (Republikeinse Volksbeweging). Die partij stond ook open voor niet-christenen.

Nu konden bij de KVP ook niet-rooms-katholieken lid worden, maar de uitgesproken rooms-katholieke sfeer vormde daarvoor in de praktijk een duidelijke barrière. Toch was het vanuit de rooms-katholieke gedachtewereld altijd gemakkelijker om een brug te slaan naar niet-christenen dan vanuit de meer antithetische gereformeerde traditie.

Bij de vorming van het CDA kwam dat verschil eveneens openbaar. Vanuit de ARP beklemtoonde men de betekenis van de christelijke grondslag voor de nieuwe partij en stelde men dat alleen belijdende christenen die nieuwe partij konden vertegenwoordigen. Bij de KVP tilde men daar niet zo zwaar aan.

Inmiddels zijn de christendemocratische partijen in Frankrijk en Italië te gronde gegaan en elders zijn ze op hun retour. Dat laatste geldt zeker ook van het CDA. De Waalse christendemocraten hebben in 2002 de verwijzing naar het christendom in de naam van hun partij laten vallen. Voor de andere partijen geldt dat zo’n aanduiding naar alle waarschijnlijkheid niet meer in de partijnaam zou worden opgenomen, als ze nu nog opgericht moesten worden.

ChristenUnie en SGP

Kenmerkend voor de Nederlandse situatie was altijd het bestaan van meerdere christelijke partijen naast elkaar. In 1937 namen niet minder dan zes protestantse en twee rooms-katholieke partijen aan de verkiezingen deel.

Inmiddels hebben we te maken met CDA, ChristenUnie en SGP. De ChristenUnie kon tot stand komen toen het GPV niet meer hechtte aan haar exclusief vrijgemaakte grondslag. Inmiddels staat de partij ook open voor rooms-katholieken. Daar is aanzienlijk minder over gedebatteerd dan over de toelating van niet-vrijgemaakten tot het GPV. De ChristenUnie legt steeds meer de nadruk op sociale en ecologische thema’s. Die zijn zeker belangrijk, maar daar hoef je geen christelijke partij voor te hebben. Andere partijen zetten zich daar ook voor in.

Het grootste deel van de gemeenteraadsleden van de ChristenUnie vindt het niet meer belangrijk om in hun politieke optreden te benadrukken dat iedereen zich aan Gods Woord moet houden, zo bleek onlangs uit een enquête van het Reformatorisch Dagblad. Slechts een enkeling vindt het nog van (groot) belang om te spreken over Gods straf en Gods genade.

Bij de SGP zie je eveneens een lichte verschuiving in die richting. Kennelijk is ook daar sprake van principiële slijtage. Helaas wel. Het overgrote deel van de raadsleden vindt echter het getuigende element in de politiek van (groot) belang.

Al is het destijds door partijvoorzitter ds. H. G. Abma geïntroduceerde begrip theocratie om tactische redenen terzijde geschoven, de notie dat de overheid aan Gods wet gebonden is, is altijd nog het uitgangspunt van de partij. Zaken als zondagsrust, homohuwelijk en gezin, abortus en euthanasie zijn voor het politieke optreden van de SGP van wezenlijke betekenis.

Uiteraard is er in de politiek meer aan de orde, maar een christelijke partij ontleent haar bestaansrecht wel aan haar specifieke strijdpunten, waarin zij zich van anderen onderscheidt. Hopelijk blijft haar achterban die ook van wezenlijk belang vinden. Dat is geen vanzelfsprekendheid.

Reformatorisch Dagblad 16-04-18
Auteur: Reporter Creer datum: 24-04-2018 15:19:35
Weerwoord: Twijfel over religieuze bronnen

Ds. C. W. Rentier


„Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van haar gezag.” beeld RD, Anton Dommerholt
„Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van haar gezag.” beeld RD, Anton Dommerholt
De laatste jaren wordt het traditionele verhaal over het ontstaan van de islam op alle mogelijke punten ter discussie gesteld. Sommigen betwijfelen of Mohammed heeft bestaan en of de islam in Mekka begon, anderen gaan ervan uit dat delen van de Koran geen Arabisch zijn en dat grote delen zwakke echo’s zijn van andere bronnen. Sommige moslims gaan in de tegenaanval en stellen dat je over de oorsprong van het christendom veel meer kritische vragen kunt stellen. Zijn de bronnen van het christendom net zo twijfelachtig als die van de islam?

JA

Reden voor de twijfel over het bestaan van Mohammed is dat er maar weinig geschreven bronnen zijn uit de eerste twee eeuwen na Mohammed die over hem schrijven. Zó weinig, dat sommige wetenschappers de vraag stellen: weten we eigenlijk wel zeker genoeg dat Mohammed heeft bestaan, of is hij later door moslims verzonnen om te kunnen claimen dat hun stroming terugging op een profeet in de lijn van Abraham?

Veel westerse wetenschappers gaan er bij voorbaat van uit dat teksten van een religieuze traditie zelf niet betrouwbaar zijn. Maar als je dat criterium overneemt, moet je je wel realiseren dat het aantal niet-christelijke bronnen over Jezus uit de eerste eeuw beperkt is. Moslims die zich verdedigen, wijzen daar terecht op.

Een ander argument is dat de Koran veel geleend heeft van diverse religieuze stromingen. Geen citaten uit de Bijbel, maar wel duidelijke invloed van Bijbelverhalen en andere geschriften. Ook merken we invloed op van bijvoorbeeld het manicheïsme, de als ketters bestempelde leer van de uit een joods-christelijk milieu afkomstige Mani (216-276). Moslims voeren dan ter verdediging aan dat Paulus gebruikmaakt van antieke filosofen en dat het boek ”De wijsheid van Salomo” uitgaat van opvattingen over de embryologie (leer van de ontwikkeling van organismen) van de Griekse filosoof Aristoteles, die we vandaag als onjuist afwijzen. Dat boek mogen protestanten dan afwijzen, maar er zijn wereldwijd veel meer rooms-katholieke christenen en die hebben het wel in de canon van Gods onfeilbare Woord geplaatst, zo stellen moslims.

NEE

Toch zijn er wel grote verschillen als het gaat om de historische betrouwbaarheid van de claims van christendom en islam over hun bronnen. In de eerste plaats heeft de kerk nooit beweerd dat de Bijbel ”senkrecht von oben” (rechtstreeks vanuit de hemel) gedicteerd is door God, zoals moslims over de Koran beweren.

Dat Paulus soms ter illustratie Griekse filosofen citeert, maakt de boodschap van de Bijbel nog niet afhankelijk van de Griekse filosofie. Het vormt geen belemmering om te geloven dat Paulus Jezus heeft ontmoet en dat de Heilige Geest hem inzicht heeft gegeven over wat de betekenis is van het kruis en de opstanding van Christus.

Het boek ”De wijsheid van Salomo” heeft ook in de rooms-katholieke traditie een lagere status dan de canon van de Bijbelboeken die alle christenen met elkaar delen.

De Koran geeft geen duidelijke informatie over Mohammed zelf en evenmin over de historische setting van de eerste moslimgemeenschap. Het opmerkelijke feit is dat in de islamitische traditie zelf de eerste eeuw vrijwel niet over Mohammed geschreven wordt. De eerste beschrijving van zijn leven dateert van een eeuw later en de talloze tradities (Hadith) over wat hij allemaal gezegd en gedaan heeft, zijn van nog later datum. De verhalen over de buitengewone vermogens van Mohammed komen niet erg betrouwbaar over en lijken meer een postume persoonsverheerlijking dan een historisch verslag.

De evangeliën vallen echter op door hun historische opbouw, met allerlei details die kenmerkend zijn voor een ooggetuigenverslag. Zo vermeldt Johannes dat hij harder rende dan Petrus toen ze op de paasmorgen naar het graf liepen. Het Nieuwe Testament verheerlijkt de eerste volgelingen van Jezus bepaald niet, maar is kritisch. Het heeft geen focus op imponerende gebeurtenissen of wonderen. Dat is in lijn met de rest van de Bijbel.

DUS

We hoeven de arrogantie van sommige westerse wetenschappers die neerkijken op oude tradities niet over te nemen. Maar omdat de Bijbel door moslims en anderen op alle mogelijke manieren wordt bekritiseerd, is het redelijk om moslims de tegenvraag te stellen of ze de islamitische traditie even kritisch benaderen.

De Bijbel is opgetekend in een periode van ruim duizend jaar, door tientallen mensen in heel verschillende culturele situaties, en heeft een breed historisch draagvlak. Heel anders dan de Koran, die door één persoon in een periode van 22 jaar als dictaat uit de hemel zou zijn ontvangen. Steeds weer zijn er moslims die, zonder inmenging van anderen, door het lezen van de Bijbel zelf worden overtuigd van zijn gezag.

Reformatorisch Dagblad 23-04-18


Auteur: Reporter Creer datum: 19-05-2018 15:41:59

Messiasbelijdende Joden steeds invloedrijker in Israël

Ds. A. Jonker



In de bijlage ”70 jaar Israël” (RD 11-5) wordt het bestaan van Israël op vele manieren beschreven: historisch en actueel, godsdienstig en politiek. Ook is er aandacht voor de gezondheidszorg en de tuinbouw. Kortom, op 76 bladzijden wordt er veel waardevolle informatie geboden.

Het ontbreekt echter aan informatie over Joden die evenals wij de Heere Jezus als hun Zaligmaker belijden. Maar de geschiedenis en de positie van de Messiasbelijdende Joden in Israël verdienen het om voor het voetlicht gehaald te worden.

Operatie Barmhartigheid

Vóór 1948 waren er in Israël slechts enkele Messiasbelijdende Joden. In Oost-Europa woonde op dat moment echter al een groot aantal Joden dat Jezus als zijn Messias beleed.

Veel Messiasbelijdende Joden zijn, evenals andere Joden, vermoord in de vernietigingskampen van de nazi’s. Hun aantal wordt geschat op vele tienduizenden. Volgens een Messiasbelijdende Jood die in Theresienstadt verbleef, was 10 procent van de 60.000 Joden in dit kamp Messiasbelijdend!

Was de oprichting van de staat Israël ook voor hen een teken van hoop? Konden zij terugkeren naar het land van hun voorvaderen?

Vlak voordat in 1948 de staat Israël werd uitgeroepen, deden de Britten, die namens de Volkerenbond Palestina als mandaatgebied bestuurden, een bijzondere oproep. Zij vroegen alle Messiasbelijdende Joden Palestina te verlaten!

Als eerste argument hiervoor werd gegeven: er dreigde voor hen gevaar van de kant van de Arabieren, die hen als Joden zagen. In de tweede plaats zouden Messiasbelijdende Joden het gevaar lopen dat ze door de andere Joden als handlangers van de christelijke Britten gezien werden.

Door de Operatie Barmhartigheid werden de meeste Messiasbelijdende Joden per schip naar Engeland gebracht. Zodoende waren er bij de stichting van de staat Israël nog slechts tien tot honderd Messiasbelijdende Joden in het land.

Staatsburgerschap

Volgens de Israëlische Wet op de terugkeer uit 1950 heeft iedere Jood het recht om terug te keren naar het land van de voorvaderen en recht op het Israëlisch staatsburgerschap. Als het gaat om de vraag wie een Jood is, hanteert de staatswet dezelfde regel als de nazi’s bij de vernietiging van de Joden: een Jood is iedereen van wie een van de grootouders Jood is. Ook iemand die met een Jood getrouwd is, mag zich in Israël vestigen.

Een Jood die in de Heere Jezus is gaan geloven, wordt echter niet langer beschouwd als Jood, maar als christen. Dan is terugkeer dus niet mogelijk.

Volgens een uitspraak van het hooggerechtshof uit 2008 kan een Messiasbelijdende Jood wel het Israëlische staatsburgerschap krijgen. Helaas wordt dit laatste door ultraorthodoxe Joden tegengewerkt. Daarom zien Messiasbelijdende Joden zich soms genoodzaakt om bij immigratie over hun geloof in Jezus als de Messias te zwijgen.

Getuigenis

Hierdoor groeide het aantal Messiasbelijdende Joden in de begintijd van de staat Israël bijna niet. In 1967 waren het er nog maar ongeveer 250.

Na de Zesdaagse Oorlog (juni 1967) ontstond er een positief klimaat voor terugkeer naar Israël. Door de toegenomen welvaart waren er ook meer mogelijkheden om te emigreren. Dit gold evenzeer de Messiasbelijdende Joden. Acht jaar later werd hun aantal geschat op 1000 en in 1989 op 2500.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 emigreerden er veel Russischsprekende mensen naar Israël. Onder hen bevonden zich ook Joden die Jezus als de Messias beleden. Andere Joodse immigranten die in Israël contacten kregen met Messiasbelijdende Joden die hun eigen taal spraken, kwamen meer dan eens tot geloof in Jezus. Daardoor waren er in 1999 naar schatting ongeveer 5000 Messiasbelijdende Joden in Israël. Er waren toen ongeveer vijftig (huis)gemeenten.

Door immigratie, christelijk getuigenis in Israël en de kinderen die in gezinnen van Messiasbelijdende Joden geboren werden, groeide de groep sterk. Op dit moment wordt het aantal Messiasbelijdende Joden geschat op 15.000 tot 20.000.

Danken en bidden

Van de kant van (ultra)orthodoxe Joden worden Messiasbelijdende Joden vaak tegengewerkt en soms ook gehaat en vervloekt. Niet-godsdienstige Joden werken graag samen met Messiasbelijdende Joden vanwege hun betrouwbaarheid. De laatste jaren nemen Messiasbelijdende Joden in de samenleving en in het leger steeds vaker belangrijke posities in. Het wordt daardoor voor hen gemakkelijker om in woord en daad te getuigen van Jezus de Messias.

De ruim 200 gemeenten van Messiasbelijdende Joden zijn jong en vaak klein. Daardoor ontbreken de financiële middelen om, naast de eigen gemeente, ook nog diaconale hulpverlening en materiaal voor toerusting en getuigenis te bekostigen. Gelukkig wordt er steun verleend vanuit veel landen, waaronder Nederland, door gebed en giften.

Het 70-jarig bestaan van de onafhankelijke staat Israël geeft reden om te danken. Tegelijk is er gebed nodig, opdat Messiasbelijdende Joden voor Israël tot zegen mogen zijn.

De auteur is directeur van de Stichting Steun Messiasbelijdende Joden.

Reformatorisch Dagblad 16-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 23-05-2018 08:16:31
Zending zal niet mislukken

Nederland is heel rijk. Dat bleek afgelopen dagen. Het bruto binnenlands product (bbp) –de belangrijkste economische graadmeter– heeft een ongekende hoogte bereikt. En niet alleen is er meer geld in de staatskas gevloeid, er is ook minder uitgegeven. Dat levert een flink batig saldo op. Ministers lieten zich gewillig voor de microfoons uithoren en eisten, vanzelfsprekend, een deel van de eer op.

Nu wordt welvaart niet alleen bepaald door economisch gewin. Daarvoor gaan de ogen gelukkig steeds meer open. Gezondheid, vrije tijd, (on)veiligheid en milieu(vervuiling) zijn immers ook bepalende factoren voor een ”gelukkig gevoel”. Dat probeert het Centraal Bureau voor de Statistiek nu mee te nemen in de onderzoeken. Het neemt niet weg dat de vertaling der dingen in geld zich in de Nederlandse genen heeft genesteld. We hebben geleerd te denken in rendement, in effectiviteit, in winstgevendheid. En vooral in groei; economische groei.

Hoe anders gaat het toe in de wereldwijde zending. Natuurlijk, ook daar moet zorgvuldig met geld worden omgegaan, behoren financiële middelen effectief ingezet te worden. Ook blijft steeds bezinning nodig op de vraag wanneer ergens de opdracht als voltooid kan worden beschouwd. Maar het resultaat –de winst– laat zich nooit uitdrukken in geld. Ook niet in aantallen bekeringen. Zelfs kerkgroei is niet de maatstaf voor het vaststellen van het resultaat. Dat hoeft ook niet; de maatstaf is de opdracht. Bij zending gaat het immers niet om het behalen van successen, maar om het getrouw zaaien van het Woord. Vergezeld van het gebed en de hoop op vrucht door en voor de Heere.

De Bijbelse opdracht is het verkondigen van Christus, in onderwijs en proclamatie. Daarin trouw te blijven. „Als het daadwerkelijk maken van bekeerlingen, als ons evangeliseren niet alleen getrouw maar ook succesvol moet zijn, dan wordt onze benadering van zending bedrijven pragmatisch en berekenend. De methoden worden een doel op zich. Het is niet juist wanneer wij meer op ons gaan nemen dan God ons te doen geeft” (J. I. Packer).

De eeuwen door heeft het werk van de zending voortgang gehad. Met grote ijver hebben mensen als Paulus –en de meer dan veertig mensen die hem hielpen en met name genoemd worden in de Bijbel– zich, rusteloos en volhardend ingezet. Hebben zij mensen voorgehouden dat zij zich met God moeten verzoenen. Ondanks alle menselijke falen en feilen, heeft het Woord Zijn weg gezocht door de wereld.

Pinksteren wordt de geboortedag van de kerk genoemd. Met Pinksteren startte ook de zending vanuit Jeruzalem. De winst van de zending en de groei van de kerk zullen zeker zichtbaar worden, maar nooit te danken zijn aan mensen. Het is de Pinkstergeest, Die uitdelend door de wereld trekt. Meer nog, zending is het werk en de belofte van de drie-enige God. Het berust in Zijn welbehagen en zal daarom niet mislukken.

Reformatorisch Dagblad 18-05-18
Auteur: Reporter Creer datum: 17-09-2018 15:53:25

Hans Euser: Het is mijn droom dat er veel meer interculturele kerken ontstaan

Michiel Bakker


In Veenendaal namen ze het initiatief voor de stichting van een interculturele kerk. Nadat ze die gemeente vijf jaar hadden gediend, verruilden Hans en Carolien Euser de Biblebelt voor de Randstad. Vanuit Rotterdam geven ze nu leiding aan het netwerk Intercultural Church Plants (ICP).

Hij groeide op in Dordrecht, zij in Sliedrecht. Nadat ze in 2000 trouwden, woonden Hans (41) en Carolien (37) Euser lange tijd in Veenendaal. Hans studeerde er aan de Evangelische Theologische Hogeschool, waar hij later docent werd. Carolien werkte in de thuiszorg. In 2006 werden ze voorgangersechtpaar van Evangeliegemeente De Regenboog in hun woonplaats.

„Al snel merkten we dat ons hart op straat lag. We waren meer bezig met mensen buiten de kerk dan in de kerk”, zegt Carolien. Mede door contacten met de Rotterdamse evangelist Theo Visser raakte het echtpaar genteresseerd in multiculturele kerken. „We wilden graag iets doen met andere culturen”, zegt Carolien.

Hans: „Van de ruim 65.000 inwoners van Veenendaal waren er 10.000 van niet-Nederlandse afkomst. Onder hen waren christenen die hier geen geestelijk thuis hadden gevonden. We zijn alle kerken in Veenendaal langsgegaan om te spreken over een interculturele kerk. Uiteindelijk werd het plan om zo’n gemeente te stichten gesteund door twintig plaatselijke kerken, behorend tot acht denominaties.”

India

In 2010 gingen Hans en Carolien met hun drie kinderen tijdens een studieverlof zes weken naar India. Ze bezochten er een zendeling en een Bijbelschool. „We wilden ervaren hoe het is om ons onder te dompelen in een andere cultuur”, zegt Hans. Na die reis bood hij, naast zijn werk in Veenendaal, in Rotterdam ondersteuning aan het werk van ICP.

In zijn woonplaats kregen intussen de plannen voor een multiculturele gemeente vorm. Dat leidde eind 2011 tot de oprichting van ICF (International Christian Fellowship) Veenendaal, die over haar werk verantwoording aflegt aan een klankbordgroep vanuit de plaatselijke kerken.

In februari 2012 startte de eerste activiteit: een maaltijd, gecombineerd met Bijbeluitleg en het zingen van liederen. Binnen enkele maanden kwamen er vijftig bezoekers. Kort daarna begonnen de zondagse kerkdiensten. Carolien: „We hadden een streng deurbeleid: je mag komen, maar neem dan iemand uit de doelgroep mee. Anders worden we weer een Nederlandse kerk.”

Het echtpaar Euser bouwde zijn werkzaamheden voor De Regenboog af om zich helemaal voor de ICF-gemeente te kunnen inzetten. Carolien: „We moesten van een vriendenkring gaan leven. Dat was een hele stap, maar we zijn nooit iets tekort gekomen.”

In 2014 werd ICF Veenendaal de eerste interkerkelijke pioniersplek die steun kreeg vanuit de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Het multicultureel pionieren bleek niet altijd eenvoudig. Hans: „Het is een moeilijke vorm van kerk-zijn. We gingen van start met beperkte middelen en hoge verwachtingen. En we hadden te maken met een enorm diverse groep, onder wie oosters-orthodoxe christenen, rooms-katholieken, mensen met een pinkerstachtergrond en moslims die christen zijn geworden.”

De belangrijkste les die Hans in het ICF-werk leerde, is nederig zijn. „Je moet fouten durven maken n toegeven. En bereid zijn van anderen te leren. In dit werk ben je met onmogelijke dingen bezig, maar we merken dat Gods Geest er doorheen werkt.”

Carolien: „We ervaren soms iets van het hemelse Jeruzalem, waar een menigte mensen zal zijn uit alle volken. Onlangs waren we bijeen met een groep die bestond uit dertig nationaliteiten. Om de beurt spraken mensen in allerlei talen een dankgebed uit. Dan krijg ik kippenvel.”

Bloemhof

In 2017 brak een nieuwe fase aan. „Bij de start hadden we gezegd dat we het werk voor ICF Veenendaal vijf jaar zouden doen”, zegt Hans. Hij en zijn vrouw ervoeren het als Gods leiding dat ze de vraag kregen om Theo Visser op te volgen als leiders van het landelijke ICP-netwerk. Visser maakte toen de overstap naar ICP Europa.

Het gezin Euser verhuisde in de zomer van 2017 naar Rotterdam. Carolien: „Dat was geen voorwaarde, maar we hadden al langer het verlangen op een plek te wonen waar minder christenen aanwezig zijn.” De koop van een woning in de Maasstad leek voor het gezin, levend van giften, onmogelijk. Maar met hulp van anderen konden ze toch een koopwoning met kantoorruimte betrekken in de „kleurrijke” wijk Bloemhof. „Binnen twee weken was het rond. We zijn dankbaar dat God erin heeft voorzien”, zegt Carolien.

De ICF-gemeente in Veenendaal, die op zondag 80 tot 120 kerkgangers met 25 nationaliteiten trekt, lieten ze met een gerust hart achter. „Er is een mooi team dat nu leiding geeft aan die gemeente”, zegt Carolien.

Het verschil tussen Veenendaal en Rotterdam is groot. Hans: „We leven in een buurt waar zich vanalles afspeelt. Toen we hier een week woonden, werden er in onze straat twee lichamen uit een huis gehaald van mensen die door een misdrijf waren omgekomen. Een paar maanden later werd er bij onze buren een wietplantage opgerold.”

Het wonen in de wijk is niet altijd „leuk”, maar het gezin –met kinderen in de leeftijd van 9 tot en met 16 jaar– probeert juist daar een lichtend licht en zoutend zou te zijn. Carolien: „Belangrijk is hoe je er zelf in staat. Natuurlijk ben ik kwaad als m’n fiets is gestolen. En op een gegeven moment ergerde ik me flink aan de harde muziek van een buurman. Totdat ik dacht: Ik kan ook voor die man gaan bidden.”

Pioniersplekken

Als netwerkleiders hebben Hans en Carolien de opdracht de ICP-visie op intercultureel kerkzijn onder meer in kerken en het onderwijs uit te dragen. Ook bieden ze waar nodig ondersteuning aan de dertig ICF-gemeenten die bij het netwerk zijn aangesloten.

Hans: „Het is mijn droom dat er veel meer interculturele kerken ontstaan. Het aantal mensen met een buitenlandse achtergrond in ons land groeit tussen nu en 2050 naar verwachting van 22 naar 29 procent. We kunnen ons als kerk niet langer opsluiten in witte enclaves.”

Het gedurende twee jaar trainen van teams die een interculturele kerk willen stichten, geeft de Eusers veel voldoening. Op dit moment zijn ze betrokken bij zeven van dergelijke initiatieven. „Dat heeft ons hart.” De komende tijd gaan ze de samenwerking met de Protestantse Kerk in Nederland versterken. Hans: „De PKN wil meer kleur in de kerk. We kijken samen naar mogelijkheden voor interculturele pioniersplekken. Het is goed de krachten te bundelen.”

Zou elke stad een interculturele kerk moeten hebben? Hans: „Het zou mooi zijn als in ieder geval elke plaats met 50.000 of meer inwoners een ICF-gemeente heeft. In sommige grote steden kunnen het er ook meer dan n zijn. Zo zijn we in Rotterdam bezig met een tweede ICF-gemeente aan de noordkant van de stad.”

Van hun overstap van ICF Veenendaal naar ICP hebben ze geen moment spijt gehad. Hans: „We merken dat God aan het werk is onder mensen uit alle volken. Eerst zagen we dat in Veenendaal, nu in heel Nederland.”

Reformatorisch Dagblad 15-09-18
Auteur: Reporter Creer datum: 20-09-2018 13:22:33
Een verklaring ter wille van het christelijk geloof (3e editie, 198 predikanten) ----------------------------------

Wij zijn een groep Chinese christenen, gekozen door de allerhoogste God om zijn nederige dienaren te zijn, die dienen als voorgangers voor christelijke kerken in verschillende steden en dorpen.

Wij geloven en zijn verplicht om de wereld te leren dat de enige ware en levende Drie-enige God de Schepper is van het universum, van de wereld en van alle mensen. Alle mensen zouden God moeten aanbidden en niet iemand of iets. Wij geloven en zijn verplicht om de wereld te leren dat alle mannen, van nationale leiders tot bedelaars en gevangenen, gezondigd hebben. Ze zullen n keer sterven en dan in gerechtigheid worden geoordeeld. Afgezien van de genade en de verlossing van God zouden alle mensen voor eeuwig verloren gaan. Wij geloven en zijn verplicht om de wereld te leren dat de gekruisigde en verrezen Jezus het enige Hoofd is van de wereldwijde kerk, de enige Redder van de hele mensheid, en de eeuwige Heerser en opperste Rechter van het universum. Aan allen die zich bekeren en in Hem geloven, zal God het eeuwige leven en een eeuwig koninkrijk schenken.

In september 2017 heeft de Raad van State de nieuwe "Regeling inzake het beheer van religieuze aangelegenheden" uitgevaardigd en begon deze regels te implementeren in februari 2018. Sindsdien hebben christelijke kerken in heel China onder verschillende vormen van vervolging, minachting en misverstand van overheidsdiensten geleden tijdens publieke erediensten en religieuze praktijken, waaronder verschillende bestuurlijke maatregelen die trachten de regels te wijzigen en te verstoren. Christelijk geloof. Sommige van deze gewelddadige acties zijn ongekend sinds het einde van de Culturele Revolutie. Deze omvatten het slopen van kruisen op kerkgebouwen, het gewelddadig verwijderen van geloofsuitingen zoals kruisen en coupletten die op de huizen van de christen hangen, het dwingen en bedreigen van kerken om zich bij religieuze organisaties te laten leiden door de overheid, het dwingen van kerken om de nationale vlag te hangen of om seculiere liederen te zingen die de Staats- en politieke partijen,

Wij zijn van mening dat deze onrechtvaardige acties misbruik maken van de macht van de regering en hebben geleid tot ernstige conflicten tussen politieke en religieuze partijen in de Chinese samenleving. Deze acties schenden de menselijke vrijheden van religie en geweten en schenden de universele rechtsorde. We zijn verplicht om slecht nieuws te melden aan de autoriteiten en de hele samenleving: God haat alle pogingen om menselijke zielen en alle daden van vervolging tegen de christelijke kerk te onderdrukken, en hij zal hen veroordelen en veroordelen met een rechtvaardig oordeel.

Maar we zijn nog meer verplicht om goed nieuws te verkondigen aan de autoriteiten en aan de gehele samenleving: Jezus, de eniggeboren Zoon van God, de Verlosser en de Koning der mensen, om ons te redden zondaars werden gedood, begraven en opstonden de doden door de macht van God, vernietiging van de macht van zonde en dood. In Zijn liefde en mededogen heeft God vergeving en redding bereid voor iedereen die bereid is om in Jezus te geloven, inclusief Chinese mensen. Op elk moment kan iemand berouw hebben van elke zonde, zich tot Christus wenden, God vrezen, het eeuwige leven verkrijgen en grote zegeningen van God over zijn familie en land brengen.

Omwille van geloof en geweten, voor de geestelijke voordelen van de autoriteiten in China en van de samenleving als geheel, en uiteindelijk voor de glorie, heiligheid en gerechtigheid van God, leggen we de volgende verklaring af aan de Chinese regering en aan iedereen maatschappij:

Christelijke kerken in China geloven onvoorwaardelijk dat de Bijbel het Woord en de Openbaring van God is. Het is de bron en het uiteindelijke gezag van alle gerechtigheid, ethiek en verlossing. Als de wil van een politieke partij, de wetten van welke regering dan ook, of de bevelen van iemand direct de leer van de Bijbel schenden, de zielen van mensen schaden en het evangelie verkondigen dat door de kerk is verkondigd, zijn we verplicht God te gehoorzamen in plaats van mensen, en we zijn verplicht om alle leden van de kerk hetzelfde te leren.

Christelijke kerken in China zijn gretig en vastbesloten om het pad van het kruis van Christus te bewandelen en zijn meer dan bereid om de oudere generatie van heiligen te imiteren die leed en werden gemarteld vanwege hun geloof. We zijn onder alle omstandigheden bereid en verplicht om alle vervolging door de overheid, misverstanden en geweld met vrede, geduld en mededogen onder ogen te zien. Want wanneer kerken weigeren slechte wetten te gehoorzamen, komt dit niet van enige politieke agenda; het komt niet voort uit wrok of vijandigheid; het komt alleen voort uit de eisen van het evangelie en uit liefde voor de Chinese samenleving.

Christelijke kerken in China zijn bereid om de autoriteiten in China die God heeft aangesteld te gehoorzamen en om de autoriteit van de overheid te respecteren om de samenleving en het menselijk gedrag te besturen. Wij geloven en zijn verplicht om alle gelovigen in de kerk te leren dat het gezag van de overheid van God is en dat zolang de regering de grenzen van de seculiere macht in de Bijbel niet overschrijdt en zich niet bemoeit met of iets schendt in verband met voor het geloof of de ziel zijn christenen verplicht om de autoriteiten te respecteren, vurig voor hun voordeel te bidden en serieus te bidden voor de Chinese samenleving. In het belang van het evangelie zijn we bereid alle externe verliezen te lijden die worden veroorzaakt door oneerlijke wetshandhaving. Uit liefde voor onze medeburgers zijn we bereid om al onze aardse rechten op te geven.

Om deze reden geloven en zijn we verplicht om alle gelovigen te leren dat alle ware kerken in China die tot Christus behoren het principe van de scheiding van kerk en staat moeten houden en Christus als het enige hoofd van de kerk moeten verkondigen. Wij verklaren dat kerken in kwesties van extern gedrag bereid zijn om wettig toezicht te accepteren door civiel bestuur of andere overheidsdiensten zoals andere sociale organisaties doen. Maar in geen geval zullen wij onze kerken ertoe brengen om zich bij een religieuze organisatie aan te sluiten die door de overheid wordt gecontroleerd, om zich te registreren bij de afdeling religieuze administratie, of om enige vorm van verwantschap te aanvaarden. We zullen ook geen "verbod" of "geldboete" op onze kerken aanvaarden vanwege ons geloof. In het belang van het evangelie zijn we bereid alle verliezen te dragen, zelfs het verlies van onze vrijheid en ons leven.

Nederlands Dagblad 20-09-18
Auteur: Reporter Creer datum: 29-09-2018 16:44:58

„Ook pleegzorg is christelijke roeping”

„In een wereld die bloedt uit zoveel wonden, heeft de christelijke kerk ook een missie als het om pleegzorg gaat.” Ds. W. Harinck, predikant van de gereformeerde gemeente in Utrecht, concludeerde dat vrijdag in Barneveld op de jaarlijkse pleegzorgbijeenkomst van het Platform Jeugdhulpverlening.

De kerk heeft twee grote taken, aldus ds. Harinck: evangelieverkondiging en Bijbels pastoraat, de zorg voor zielen. „In de hedendaagse participatiemaatschappij liggen ook op het vlak van pleegzorg mogelijkheden om in woord en daad iets te laten zien van gemeente-zijn.”

In het platform werken de Hersteld Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland en de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland samen. Circa honderd (aanstaande) pleegouders, gastouders en ambtsdragers bezochten de bijeenkomst in kerkgebouw De Hoeksteen in Barneveld.

Veilige plek

Ds. Harinck liet zien dat zorg voor de naaste en veiligheid voor zwakken en hulpelozen Bijbelse noties zijn. „Voor een kerkelijke gemeente is het een mooie taak om kwetsbare kinderen een veilige plek te bieden, maar dat brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Als een pleegkind met de pleegouders mee naar de kerk gaat, komt het onder het Woord van God. Heeft dat kind een niet-christelijke achtergrond, dan heeft de kerk zeker ook de taak om het een en ander uit te leggen en goede voorbeelden te geven.”

Christenen belijden dat de Heere in Zijn voorzienigheid alle dingen bestuurt en regeert. „Het is dan ook bijzonder dat kinderen die uit een situatie van gebrokenheid, verdriet en pijn komen, een plaats krijgen in een christelijk gezin”, aldus Harinck. „Zo komen ze in aanraking met Gods Woord en de christelijke levensstijl. Onder Gods zegen worden harten en gewetens gevormd, krijgen kinderen Bijbelse waarden en normen mee en horen zij van de enige troost in leven en sterven.”

Zeker bij niet-christelijke pleegkinderen kan pastoraat niet worden afgedwongen, benadrukte de Utrechtse predikant. „Maar laat bij een bezoek aan de pleegouders ook een hartelijke groet voor het pleegkind achter, of een uitnodiging voor de zondagsschool. Kleine stapjes, maar niet onbelangrijk.”

Wanneer een pleegkind langer in een gezin verblijft, is het belangrijk dat kerkenraad en gemeente daarvan op de hoogte zijn, stelde ds. Harinck. „In overleg kan erover worden bericht in de kerkbode en kan er voorbede worden gedaan. Bij crisisopvang is dat niet altijd mogelijk. Daarom is het wenselijk dat pleegouders en pleegkinderen van tijd tot tijd meer in het algemeen in het openbare ambtelijke gebed aan de Heere worden opgedragen.”

Ook bepleitte Harinck dat kerkenraden in hun pastorale contacten openstaan voor echtparen die overwegen zich voor pleegzorg beschikbaar te stellen. „Ik weet van ambtsdragers die pleegzorg onder de aandacht brachten, waarna het voor de betreffende echtparen een gebedszaak werd en de Heere hen gewillig en bereid maakte om hun hart en huis voor een pleegkind te openen.”

Reformatorisch Dagblad 29-09-18
Auteur: Reporter Creer datum: 2-10-2018 17:02:24
Weten we vandaag beter dan Paulus?

Prof. dr. Benno Zuiddam

Het is een geestelijk levensgevaarlijke ontwikkeling als theologen menen dat zij nodig zijn om de geldigheid van het Woord van God te filteren voor onze tijd.
We weten tegenwoordig meer dan de schrijvers van de Bijbel. Vanwege die aanvullende informatie moeten theologen bepalen welke teksten uit de Schrift toegepast mogen worden op onze tijd. Is dat zo?

JA

We weten meer. Op talloze terreinen heeft de wetenschap onvoorstelbare vorderingen gemaakt, van fiets tot Airbus 380, van seinvlaggetjes tot wereldwijd mobiel satelliet bereik. In de 19e eeuw waren de vrijzinnigheid en het liberale gedachtegoed vooral te vinden bij de rijke elite. Dat stuitte op onbegrip bij een minder geletterde en traditioneel gelovige bevolking. Door de opkomende democratisering kon die gemobiliseerd worden door leiders zoals Kuyper en Kersten.

Nu is die tijd voorbij. In sommige kerken al langer dan in andere. Toen in 1971 het ”gereformeerd” uit de grondslag van de Vrije Universiteit werd gehaald, waarschuwde verontruste voorman dr. Schelhaas dat dit de deur opende voor vrijzinnigheid en evolutie. Dat werd hem door tijdgenoten niet in dank afgenomen. Voorzitter Sizoo (wis- en natuurkundige) voelde zich persoonlijk gekwetst, hij beschouwde zichzelf als gereformeerd en Bijbelgetrouw: „U doet ook mensen ernstig onrecht aan, als u de evolutie anti-gereformeerd noemt. We worstelen met de vragen van geloof en evolutie.” De wetenschap wist meer dan Paulus en Mozes. De Bijbel moest in dat nieuwe licht gelezen worden.

In onze tijd zijn de dominostenen gevallen tot bij gereformeerde gezindte, als een soort laatste bastion. Ook wij ervaren de druk. Zoals senator Van Dijk (SGP) onlangs op de Haamstedeconferentie zei: „Onze kathedraal kraakt en verkruimelt.” Preken blijven steken bij toe-eigening van het heil, onafhankelijk van de Schrifttekst. Het liefhebben van de Heere met geheel het verstand is niet iets waarmee kerkgangers geholpen worden.

Wanneer jongeren op de universiteit komen, raken velen verlegen met hun reformatorische achtergrond, alsof het een sektarische omgeving was waarbij ze dom gehouden werden. We weten tegenwoordig immers zo veel meer dan Paulus. De teksten over hoofdbedekking (RD 8-9), de vrouw in het ambt en homoseksualiteit zijn niet meer van deze tijd. De Heere Jezus paste Zich aan bij de gebrekkige kennis van Zijn tijdgenoten. Nu weten we van evolutie en ”common descent”, dus wat Jezus zei over scheppingsordinanties is niet meer voor ons bedoeld.

2018-09-08-accTOE1-Hoofdbedekking-6-FC-V_webLees ookDe hoed en de rand

NEE

We weten meer, maar niet beter. De kerk van alle tijden getuigt dat de Schriften tijdloze dragers zijn van Gods Woord. Bij alle kerkvaders, concilies en reformatoren staat de overtuiging centraal dat de Heere Zelf betrouwbaar tot ons spreekt door de woorden van de Heilige Schrift. Het eindresultaat is Zijn verantwoordelijkheid. Daarom vergelijken we Schrift met Schrift om te ontdekken wat de Heere vindt.

In de 19e eeuw meenden vrijzinnige theologen dat de Heere Jezus toen Hij mens werd, Zijn Goddelijke eigenschappen had afgelegd (vgl. Fil. 2:7). Om het onwetenschappelijk samen te vatten: op aarde wist de Heere Jezus veel dingen niet. Tegenwoordig wordt ditzelfde toegepast op de Bijbel. God sprak weliswaar, maar Zijn spreken heeft beperkte geldigheid, want het is aangetast door feilbare schrijvers met beperkte kennis en culturele omstandigheden.

Het is een geestelijk levensgevaarlijke ontwikkeling als theologen menen dat zij nodig zijn om de geldigheid van het Woord van God te filteren voor onze tijd, ook als dit in confessionele kring gebeurt (bijvoorbeeld ”We weten meer dan Paulus”, RD 29-9-2017). Waar Paulus de ”vrouw in het ambt” veroordeelt als tegen Gods scheppingsbedoeling, dit nader motiveert met de zondeval en als incongruent beschouwt met het hoofdschap van Christus over de kerk, trekt men precies de tegenovergestelde conclusie. Het onderscheid tussen man en vrouw zou behoren tot de gevallen schepping. Nu Christus gekomen is, passen publiek leidinggevende posities van vrouwen plotseling bij het onderweg zijn naar het Koninkrijk. Zelfs al zegt Paulus het omgekeerde.

2017-09-16-pkOPI1-BijBijbel16-4-FC_web_webLees ookProf. De Bruijne: We weten meer dan Paulus

Toegegeven, er is een element van vloek in de man-vrouwverhouding gekomen (Gen. 3:16), maar dat ziet voorbij aan het feit dat Christus juist de scheppingsbedoeling herstelt, die immers de hoofdreden voor het leerverbod is. Wie bovendien meent dat de kerk ‘onderweg’ vrij van de gevolgen van de zondeval kan opereren, vergist zich zeer. De doperse theologie onder de lutheranen van de 16e eeuw en de recente doofpotschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk laten zien hoe gevaarlijk dit denken is.

DUS

De Bijbel is geen encyclopedie, maar spreekt wel de waarheid. Er staat genoeg in om de wil van God te ontdekken voor alle tijden en culturele omstandigheden. Het blijft de stem van God die ons leidt om de Heere te dienen op alle levensterreinen, met geheel het verstand en al onze krachten.

Reformatorisch Dagblad 28-09-18
Auteur: Reporter Creer datum: 6-10-2018 19:24:51
Jongere heeft geloofsgesprek met ouders broodnodig
Drs. Elline de Wilde


„Jongeren willen graag met hun ouders praten over hun vragen.”

Voor jongeren zijn hun ouders de belangrijkste personen als het gaat om de ontwikkeling en de versterking van hun identiteit. Maak daarom tijd vrij voor gesprek, benadrukt drs. Elline de Wilde.

Dit is een opmerkelijk resultaat uit het lectoraatsonderzoek ”Vorming vanuit de Bron” onder (v)mbo-jongeren. Omdat een gesprek tussen ouders en jongeren vaak niet lukt of juist teleurstellend verloopt, is het verrassend dat jongeren kennelijk toch graag met hun ouders praten. Maar hoe komt het dat zowel jongeren als hun ouders uitzien naar een goed gesprek, maar zo’n gesprek regelmatig uitloopt op een teleurstelling en voor spanning zorgt?

Vaak ligt er achter de verwijten die jongeren maken richting kerk en opvoeding het verlangen naar betekenisvolle ontmoetingen en verhalen die sturend en beslissend werken in hun zoektocht naar antwoorden. Verhalen die vragen, twijfels, beleving en betekenis omvatten.

Een jongere vertelde eens dat hij graag zou horen hoe God betekenis kreeg in het leven van zijn moeder. Hij vond het lastig te verkroppen dat hij dit tijdens een huisbezoek moest horen. „Ze weet toch dat wij juist zulke verhalen nodig hebben?”

Ouders praten best veel met hun kinderen, maar weinig over de echt belangrijke dingen. Het lectoraatsonderzoek laat zien dat jongeren wel willen praten (onder meer om hun mening te kunnen vormen), maar dan niet op een manier waarin hun wordt voorgehouden wat ze moeten denken. „Uitleggen en overleggen helpen het beste, want dan word ik meegenomen in het proces”, aldus een jongere.

Jongeren willen graag praten over hun vragen: Hoe weten hun ouders zo zeker dat de Bijbel waar is? Hoe komt het dat ongelovigen soms veel bewuster leven dan gelovige mensen? Waarom zijn de regels van het kerkverband zoals ze zijn? Hadden hun ouders veel twijfels toen ze puber waren en hoe zijn ze daar uitgekomen? Waarom nemen hun ouders wel of niet deel aan het avondmaal?

Voor een goed gesprek geldt dat je vooral moet luisteren en op zoek moet gaan naar wat nog niet gezegd is. Volgens de joodse filosoof Martin Buber zet je in een chte ontmoeting iets van jezelf op het spel. Dat vraagt van ouders kwetsbare moed. Kwetsbaar omdat we falende opvoeders zijn en onze misstappen moeten erkennen voor God en onze kinderen, zeker gezien de belofte die we bij de doop hebben afgelegd. Moed omdat we ons niet mogen laten leiden door moedeloosheid of angst, maar biddend mogen pleiten op Gods verbond, als bron van hoop voor de toekomstige generatie. Een goed gesprek aangaan, vraagt ook wijsheid en geduld.

Valkuilen

Verschillende valkuilen liggen op de loer. Een ervan is dat we alleen voorspelbare vragen stellen. Jongeren willen echter eerlijke vragen. Zelf vertellen ze soms onbehouwen over wat ze doen, zien en denken. Waardeer hun eerlijkheid. Als vanzelf gaan ze daarna vragen wat je er als ouder van vindt. Eerder niet.

Ze zijn op zoek naar antwoorden, naar waarheid. Dat gaat gepaard met het spannende proces van ”schuren” langs bestaande grenzen en opvattingen. Als ze keuzes maken die tegen Gods Woord ingaan, probeer daar dan in liefde woorden aan te geven, zodat je pijn en verdriet voor hen zichtbaar worden.

Een andere valkuil is dat we ter verdediging stellige beweringen en overtuigingen poneren. Ga echter niet als moraalridder het geestelijk erfgoed verdedigen. Jongeren prikken daardoorheen. Vraag in plaats daarvan eens: „Kun je vertellen hoe je tot deze gedachte bent gekomen?” Ze verlangen niet naar voorgeprogrammeerde antwoorden, maar naar overdachte en gefundeerde (opr)echtheid.

Ouders moeten zich ervan bewust zijn dat er onbedoeld verwarring kan ontstaan vanwege de verschillende taalvelden in de communicatie. Als een jongere zegt dat hij de preek ”inspirerend” of ”middeleeuws en ongenuanceerd” vond, moeten we moeite doen om hem of haar te begrijpen. Hun taalveld is anders dan dat van hun ouders. Maar als we goed luisteren en de juiste vragen weten te stellen, neemt de geestelijke spraak- en interpretatieverwarring af. Geef zelf woorden aan hen. Want waar moeten zij het geestelijk taalveld vandaan halen, als er weinig over geestelijke zaken gesproken wordt?

Er zijn gelukkig ook jongeren in wie de Heere duidelijk werkt. Hen mogen we niet vergeten. Zij hebben, net als alle andere jongeren, leiding en correctie nodig van Godvrezende en wijze leidslieden, zoals eens Priscilla en Aquila de jonge Apollos onderwezen (Hand. 18:26).

Vrijmoedigheid

Soms zuchten ouders: „Ik zou zo graag van hart tot hart met mijn zoon of dochter willen spreken. Maar ik kan het niet. Zij leren het op school, ik heb het nooit meegekregen.”

Kwetsbaar zijn is moeilijk, maar door uit te spreken dat je het als ouder lastig vindt om over geestelijke zaken te spreken, ontstaat er al beweging. Een mooie vraag als aanleiding tot een gesprek is: „Wat zou jij later anders doen in de geestelijke opvoeding dan wij?”

Ouders kunnen zich verdiepen in de leefwereld van jongeren, die het prettig vinden als je dit doet door open en directe vragen te stellen: „Wat doe je in je vrije tijd en waar heb je het over als je met vrienden op stap bent?” Blijf belangstellend en betrokken op hun leefwereld, ook wanneer je zou wensen dat je van het bestaan van deze wereld niet afwist. Jongeren zijn allergisch voor het veroordelende vingertje, voor gemaaktheid en stelligheid. Dan gaan ze uitloggen.

Ontbreekt het bij ons als opvoeders vaak niet aan vrijmoedigheid? Het vraagt van ons moed en tijd om de diepste gevoelens en gedachten van jongeren op tafel te krijgen. Vraag eens: „Hoe is het nu cht met je? Wat trekt je zo aan in de games die je speelt en de films die je kijkt? Kijk je uit naar de zondag en waarom? Kun je eens vertellen wat je zo mooi vindt aan een jongerenavond? Hoe vind je het dat wij thuis over geestelijke dingen spreken?”

Regelmatig hoor ik: „M’n ouders praten nooit over geestelijke zaken.” Dit vergoelijken ze dan met: „Ik begrijp het wel, hoor. Ze hebben het zelf ook niet van hun ouders geleerd.”

Relatie en gezag

Uit ons onderzoek blijkt dat het voor het versterken van de identiteit van jongeren belangrijk is om argumenten uit te wisselen over onze visie op de Bijbel, de eigen traditie en andersdenkenden. Voor opvoeders kan dit echter bedreigend overkomen. Dit kan liggen aan onwetendheid over de (christelijke) jongerencultuur of aan het ontbreken van kennis om je argumenten Bijbels te funderen.

Het helpt misschien als we bedenken dat, hoe kritischer de vragen van onze jongeren worden, hoe meer ze verlangen naar verankering in de Waarheid! Wees daarbij met de Bijbel in de hand duidelijk. Scheid hoofd- en bijzaken, wijs de zonde af en prijs de dienst van de Heere aan!

Maak tijd vrij voor gesprek en vertel dat je voor je kinderen bidt. Blijf onvoorwaardelijk van hen houden en leg je doopbelofte steeds voor de Heere neer. We hebben in deze ingewikkelde tijd onze jongeren een aantrekkelijk alternatief te bieden, het leven vanuit de Bron. Dat gaat tegen de stroom in, maar geeft wel houvast.

In de Bijbel gaan relatie en gezag samen op. Het is nodig dat ouders het gezag van Gods Woord voorleven en doorgeven. Jongeren hebben behoefte aan ouders die uit genade, met vallen en opstaan, als pelgrims Christus navolgen en verlangend uitzien naar een beter Vaderland. Laten we ons ervan bewust zijn dat afbreken in de regel gemakkelijker gaat dan opbouwen en dat voorleven meer effect heeft dan voorzeggen.

Een vader kwam met de vraag: „Wat moet ik morgen vragen aan m’n kind? Ik kan en durf het niet, maar doe ik het morgen niet, dan doe ik het nooit.”

Hij is de volgende dag uit z’n comfortzone gestapt en het gesprek met zijn kind aangegaan. Wat heeft dat hem gekost? Een stukje van zichzelf. Wat heeft het hem opgeleverd? Een ontmoeting die niet in woorden is te vangen.

De auteur is lid van de kenniskring van het lectoraat identiteit van het Hoornbeeck College. Dit lectoraat onderzoekt hoe de christelijke identiteit van jongeren versterkt kan worden.

Reformatorisch Dagblad 03-10-18
Auteur: Reporter Creer datum: 22-10-2018 13:53:23
Open Doorsdag: Bidden voor Kim Jong-un
Op de jaarlijkse Open Doorsdag in Utrecht brachten circa achtduizend christenen bijna twee ton bijeen voor hulp aan vervolgde geloofsgenoten wereldwijd. GELOOF
Op de jaarlijkse Open Doorsdag in Utrecht brachten circa achtduizend christenen bijna twee ton bijeen voor hulp aan vervolgde geloofsgenoten wereldwijd. | beeld Jeroen Jumelet
20 oktober 2018, 21:00
Gerhard Wilts

De lichten gaan uit, de zaal in de Jaarbeurs hult zich in donker en stilte. Achtduizend christenen op de Open Doorsdag in Utrecht bidden voor vervolgde geloofsgenoten. En voor Kim Jong-un, meedogenloos onderdrukker in Noord-Korea.
Utrecht

Een fietswiel steekt Jurjen ten Brinke, Amsterdams voorganger, omhoog aan het begin van de Open Doorsdag in Utrecht. ‘Jullie zijn de spaken, Christus is de as waar alles om draait. Dat heeft invloed op je relatie met anderen. Ik verlang dat deze dag de verbondenheid met de vervolgde kerk sterker maakt’, houdt hij zaterdag de achtduizend bezoekers voor.

De band met Open Doors, die opkomt voor de lijdende kerk, is hecht: al jaren komen duizenden christenen uit het hele land naar Utrecht om te luisteren naar verhalen van en over vervolgde christenen.

Nederlands Dagblad 22-10-18

Auteur: Reporter Creer datum: 2-11-2018 16:13:11
Asia Bibi is vrij!

“Laten we God danken voor Zijn onbeschrijfelijk geschenk!” (2 Kor. 9:15)

Asia Bibi is vrij! Op woensdag 31 oktober maakte het Pakistaanse Hooggerechtshof bekend dat de christin is vrijgesproken van alle aanklachten van godslastering. Na negen lange jaren in de dodencel mag Asia eindelijk de gevangenis verlaten. Het recht heeft gezegevierd, gebeden zijn verhoord en de inspanningen van velen zijn beloond!

Asia Bibi werd in 2009 beschuldigd van godslastering en kreeg als eerste Pakistaanse vrouw de doodstraf. Haar zaak veroorzaakte internationaal veel verontwaardiging. Jubilee Campaign kwam in 2014 in actie en overhandigde ruim 40.000 handtekeningen aan de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken en aan de Pakistaanse ambassadeur in Europa. Dank u wel dat ook u destijds uw handtekening hebt gezet en daarmee bent opgestaan tegen onrecht!

Doodsbedreigingen
De drie rechters van het Hooggerechtshof hebben grote moed getoond met hun uitspraak. De leider van Tehreek-e-Labaik (TLP), een politieke partij die werd opgericht om de beruchte blasfemiewet te promoten, heeft opgeroepen tot de dood van opperrechter Saqib Nasir en de twee andere rechters. Aanhangers van TLP hebben wegblokkades opgezet in grote steden en de politie met stenen bekogeld.

‘De situatie op de wegen is erg gespannen’, vertelde een christen uit Lahore aan International Christian Concern. ‘Moslims blokkeren de wegen, steken autobanden in brand en zijn constant aan het demonstreren. Christenen voelen zich erg onveilig.’ In de hoofdstad Islamabad zijn scholen gesloten vanwege de veiligheidssituatie en in veel steden krijgen christelijke instellingen politiebewaking.

Bid mee
We vragen u om mee te bidden:
Bid dat Asia Bibi en haar gezin snel in een veilig land herenigd zullen worden
Bid dat de rechters beschermd zullen worden tegen geweld van radicale moslims
Bid om moed, kracht en bescherming voor de christelijke gemeenschap in Pakistan
In Zijn genade en vrede,

Het team van Jubilee Campaign
Auteur: Reporter Creer datum: 22-11-2018 21:47:22
Veertig jaar zaaien onder zonen van Ismal

Ben Provoost



Vraag aan ds. Cees Rentier hoeveel christenen met een moslimachtergrond Nederland telt en je krijgt een voorzichtig antwoord. „Het gaat niet om de cijfers. In de hemel is er blijdschap over n iemand die zich bekeert.”

Het werk van Evangelie & Moslims is levensgevaarlijk en bedreigt de democratische rechtsorde, schreef hoogleraar David Pinto eind 2005 aan premier Balkenende. Aanleiding voor zijn brandbrief was het net verschenen boek ”Hoop voor moslimjongeren” van de Amersfoortse stichting. Die jongeren hebben het al zo moeilijk, betoogde Pinto. „Soms is het enige houvast hun geloof. Door evangelisatie wordt hun de islam ook nog afgepakt. Van moslimjeugd wordt al gevraagd te integreren. (...) Nu willen christenen er ook nog christenen van maken. Dat is levensgevaarlijk.”

E&M

Evangelie & Moslims bestaat zaterdag veertig jaar. In het kantoor van de stichting blikt directeur ds. Cees Rentier terug. De brief van Pinto herinnert hij zich nog goed. De ophef duurde niet lang. Opmerkelijker was dat kort na publicatie een groep jonge moslims de stichting uitnodigde voor een discussieavond. „Ze waren heel strikt in de leer en zeiden: „In tegenstelling tot veel christenen die wij ontmoeten, staan jullie tenminste nog voor het christelijk geloof.” Zij zagen ons als een serieuze gesprekspartner.”

De gesprekken kwamen er. Later ook met andere, soms zeer orthodoxe, moslims. Hoe verlopen dergelijke ontmoetingen?

„De genoemde uitnodiging resulteerde in een aantal avonden waarin we elkaar afwisselend ontmoetten in een kerk en een moskee. Vooraf hadden we ons met enkele betrokken gemeenteleden voorbereid. Tot onze verrassing kwamen de moslims niet aan met de Koran, maar met de Bijbel. Zij kwamen beslagen ten ijs, stelden allerlei kritische vragen over de betrouwbaarheid van Gods Woord en het christelijk geloof. Ze waren vol vertrouwen dat de islam de beste antwoorden had.

Later waren we eens met een groep cursisten in een moskee. Het bestuur leidde ons rond en gaf aansluitend een presentatie over hun godshuis en de islam. Halverwege stond een jongere op die dit geen serieuze ontmoeting tussen moslims en christenen vond. Hij zei: „Onze ouders zijn niet echt gemotiveerd voor een dialoog. Maar wij wonen hier en moeten met jullie samenleven. Er is al genoeg spanning. We moeten serieus in gesprek.”

Het was een hele schok voor de ouderen dat hun jongeren hen zo overruleden. Maar er vloeiden zeven ontmoetingsavonden uit voort. De zeer gemotiveerde moslims stelden ons al hun vragen over het Evangelie en over God. Ook bij hen proefden we dat ze aanvankelijk veel vertrouwen hadden in de superioriteit van de islam. Ze dachten gemakkelijk te kunnen aantonen dat het Evangelie een dwaalweg was. Maar gaandeweg constateerden ze dat christenen veel beter thuis waren in de Bijbel dan dat ze zelf kennis hadden van de islam.

Soms bloeien dergelijke bijeenkomsten op en ontstaan er gesprekken van hart tot hart. Je weet niet wat zulke ontmoetingen zullen uitwerken. Dat moet je loslaten. We hopen en bidden dat het Evangelie hun levens verandert.”

Evangelie & Moslims bestaat veertig jaar. Wat is er in al die tijd veranderd?

„De stichting ontstond als gevolg van de komst van grote groepen gastarbeiders naar Nederland in de jaren zestig. Toen ook vrouwen en kinderen overkwamen, besefte de kerk dat de samenleving er een nieuwe bevolkingsgroep bij had gekregen. Dat was tevens in een tijd dat binnen de kerk in toenemende mate twijfel ontstond over de klassieke verzoeningsleer.

Nadat duidelijk werd dat kerkelijke synodes wel iemand wilden aanstellen om zich op moslims te richten, maar deze persoon geen missionaire opdracht wilden meegeven, klonk de roep om dat op een andere manier te realiseren. De Christelijke Gereformeerde Kerken, de Morgenlandzending en de hervormd-gereformeerde organisaties GZB en de IZB sloegen toen de handen ineen. Daaruit ontstond Evangelie & Moslims.

Jaap Beukema was de eerste die kerken ging helpen bij hun missionaire bezinning op de omgang met moslims. Enkele jaren later sloot Herman Takken zich bij hem aan. Beiden trainden kerken en gaven cursussen. Ook verspreidden ze Bijbels en Bijbelstudies in talen van de doelgroep en brachten ze groepen mensen met dezelfde achtergrond bij elkaar.

Aanvankelijk leek het werk ploegen op rotsen. Maar de zendingsgeschiedenis leert dat het soms even duurt voordat het zaad van het Evangelie ontkiemt. Neem Lilias Trotter, een Britse die van 1888 tot 1928 evangeliseerde in Algerije. In al die veertig jaar zag ze weinig vrucht. Maar twee generaties later kwam er een opwekking, volgens lokale kerkleiders juist in de dorpen waar Trotter had gewerkt.

In Nederland begon de bloei vanaf de jaren negentig. Kerken kwamen in beweging als gevolg van de grote instroom van asielzoekers. Gemeenteleden namen de mensen mee naar de diensten. Aanvankelijk beantwoordden vooral Iranirs de roep van het Evangelie. Gaandeweg zagen we dat ook van andere etniciteiten grotere aantallen tot geloof kwamen.

Het werk van de stichting verschoof in de loop van de jaren. Christenen weten inmiddels veel meer over de islam. De noodzaak om te evangeliseren onder moslims is doorgedrongen tot veel kerkenraden. Nu krijgen we vrijwel elke dag gerichte vragen. Een kerkelijke gemeente wil weten hoe ze iemand met een moslimachtergrond die gedoopt wil worden moet begeleiden. Of hoe een ex-moslim moet omgaan met familie die zijn keus niet respecteert.”

In moslimlanden hebben christenen, zeker als het ex-moslims zijn, soms te maken met agressie. Is dat ook in Nederland een probleem?

„Dit gebeurt helaas structureel, maar het verschilt per etniciteit en er zijn ook positieve ontwikkelingen. In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap kwam de laatste jaren meer ruimte voor mensen die de stap maken om Christus te gaan volgen. Iraanse bekeerlingen hadden vanuit de eigen groep eigenlijk bijna nooit te maken met geweld. Onder Syrirs en Irakezen daarentegen zien we helaas dat zij wel sneller agressief zijn richting bekeerlingen of christelijke activiteiten. Wellicht is de drempel om geweld te gebruiken klein voor mensen die uit een burgeroorlog komen.

Alles samengenomen lijkt in Nederland het klimaat voor christenen met een moslimachtergrond verbeterd. Ook vanuit seculiere hoek wordt geweld tegen deze groep veel minder geaccepteerd. Enkele decennia geleden schoof de politie serieuze meldingen van bedreiging van bekeerlingen nog weleens terzijde, zei dat iemand ook niet zo moeilijk moest doen door van moslim christen te worden. Nu erkent bijvoorbeeld de burgemeester van Amsterdam voluit dat dit probleem aandacht verdient.”

Hoeveel christenen met een moslimachtergrond telt Nederland?

„Die vraag is me al heel vaak gesteld en ik probeer altijd deze niet te beantwoorden met een exact getal. Ik beroep me daarvoor op de in 1 Kronieken 21 beschreven zonde van de volkstelling door David. Het gaat niet om de cijfers. In de hemel is er blijdschap over n iemand die zich bekeert. We proberen daar intern ook zo mee om te gaan. Als we horen dat er een moslim tot Christus is gekomen, danken we daar God voor.

Richting moslims willen we ook waken voor triomfantalisme. We houden geen wedstrijd met de islam. In de jaren negentig werd gezegd dat er wel 12.000 Nederlanders moslim waren geworden en dat kreeg uitvoerig aandacht in de pers. Die kant willen we niet op. Door te focussen op aantallen kun je ook gemakkelijk uit het oog verliezen dat veel moslims Christus nog niet kennen.

Vandaag spreken we niet meer over de tientallen bekeerlingen, zoals in de beginjaren, maar over duizenden. In kerken kom je hen ook steeds vaker tegen. De meerderheid van de gemeenten waar ik op zondag voorga, telt n of meerdere ex-moslims. Dat was vroeger echt niet zo.

Als nietig mens ervaren dat God je gebruikt om moslims op het spoor van het Evangelie te brengen door met ze te bidden en uit de Bijbel te lezen, raakt me elke keer weer buitengewoon. Ik heb ervaren dat God nog net zo werkt zoals in de Schrift staat. Mensen die zich eerst fel tegen het Evangelie verzetten, komen krachtdadig tot bekering. Jihadisten veranderen in zachtmoedige types. Dat meemaken in tijden van kerkverlating is een grote bemoediging.”

Stichting gaat inzetten op opleiding en pioniersplekken
Bij de oprichting in 1978 begon de stichting Evangelie & Moslims met slechts n medewerker. Veertig jaar later werken er twaalf mensen. Een deel van hen heeft een moslimachtergrond of is als christen naar Nederland gevlucht. Een van hen is de Syrir Samer Younan. Hij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de vorming van de Arabisch-Nederlandstalige gemeente Oase te Amersfoort.

De komende jaren wil de Amersfoortse stichting blijven investeren in missionaire samenkomsten of pioniersplekken die zich richten op mensen met een moslimachtergrond. Vanuit kerken is hier veel vraag naar, licht ds. Cees Rentier toe. Ook start ze volgend jaar met een opleiding voor christenen met een moslimachtergrond (mbb’ers) om hen op een gestructureerde manier theologische bagage mee te geven. Doel van de toerusting is dat deze mbb’ers een Bijbelstudiegroep kunnen gaan leiden. Ook leren ze om –in samenwerking met lokale kerken– op een verantwoorde manier het Evangelie uit te dragen.

Een ex-moslim in de kerk

De manier waarop er in zijn kerk wordt gebeden en uit de Bijbel gelezen spreekt hem aan. Het doet Diar (gefingeerde naam) denken aan de periode toen hij in zijn herkomstland muezzin (gebedsomroeper) was.

Diar is een voorbeeld van een christen met een moslimachtergrond (mbb’er) die zich goed thuisvoelt in een traditionele kerkelijke gemeente, zegt ds. Cees Rentier. „Het bidden en Bijbellezen op ietwat zangerige toon en de duidelijke leefregels roepen bij hem herkenbare gevoelens van eerbied op.”

Er is niet n manier om mbb’ers te begeleiden, aldus ds. Rentier. „Maar zeker in de eerste fase is wekelijks contact wenselijk. Iemand die nog maar net christen is geworden, kan in verwarring zijn. Vragen als „Heb ik me altijd zo vergist? Gaat mijn hele familie verloren?” kunnen zo iemand flink bezighouden. De Bijbel is ook dusdanig groot dat een mbb’er er gemakkelijk in kan verdwalen.”

Beslissend om als mbb’er te volharden, is het aansluiting vinden in een kerk. „Als n twee gezinnen intensief met iemand willen optrekken en de vrijmoedigheid hebben om samen te bidden en Bijbel te lezen, leert de ervaring dat de meesten het wel volhouden.”


Reformatorisch Dagblad 22-11-18
Auteur: Reporter Creer datum: 29-11-2018 16:59:39
Niet aarzelen over hulpverlening aan vervolgde christenen

Steef de Bruijn


Wie is een christen? De Heidelbergse Catechismus geeft een loepzuivere afbakening. “Waarom wordt gij een christen genaamd? Omdat ik door het geloof een lidmaat van Jezus Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben…”

Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research Center is het christendom de grootste religie ter wereld, met zo’n 2,2 miljard aanhangers. Maar, stelde Pew, er zijn wel grote verschillen: christenen in het zuidelijk deel van Afrika zijn trouw in de kerkgang en het overgrote deel van hen bidt dagelijks. Dat staat in schril contrast met christenen in West-Europa, waarvan maar n op de tien dagelijks bidt en wekelijks naar de kerk gaat.

Christen-zijn is kennelijk een rekbaar begrip. Pew bevraagt mensen die zichzelf christen noemen. Maar in Zijn Bergrede geeft de Heere Jezus een andere omschrijving. Niet zij die “Heere, Heere!” zeggen, zullen binnengaan in Gods koninkrijk, „maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is”. Het komt dus niet aan op wat iemand van zichzelf zegt of wat een ander over hem zegt, maar op het doen van de wil van God.

Zo’n omschrijving verklaart waarom Jezus spreekt over een kleine kudde – ook al groeit die uiteindelijk uit tot een schare die niemand tellen kan. Dit mag mensen wel voorzichtig maken in het trekken van scherpe lijnen om te bepalen wie wel of niet een christen is. Als Paulus aan de inwoners van Korinthe schrijft, spreekt hij over degenen „die van Christus zijn” (1 Kor. 15:23). De kanttekenaar legt dit uit in de lijn van de Heidelbergse Catechismus: ”die Hem toebehoren, die Zijn lidmaten zijn, Hem door een waar geloof ingelijfd”.

Dat is van een heel andere orde dan wat de meeste mensen bedoelen als ze het over christenen hebben. Maar ook dan kunnen ze verschillende groepen op het oog hebben. Dat blijkt al uit de reeks aan sociologische onderscheidingen om groepen aan te duiden die zich met het christelijk gedachtegoed verwant voelen. Denk aan termen als: de gereformeerde of reformatorische gezindte, de bevindelijk gereformeerden, bijbelgetrouwen, calvinisten, protestanten en orthodox-gereformeerden.

Bij de redactie van het Reformatorisch Dagblad circuleert vanouds de omschrijving dat een christen iemand is die ”zich al of niet terecht beroept op de leer van Christus”. Die afbakening biedt veel ruimte, want daarmee vallen rooms-katholieken, baptisten, mormonen, methodisten, pinksterchristenen, zevendedagsadventisten of Jehovah’s Getuigen ook onder het christendom.

Moeder Teresa

Nu er kennelijk zoveel verschillende onderscheidingen mogelijk zijn, is het goed te begrijpen dat de doorsnee Nederlander door de bomen het bos niet ziet. Het kan ook de vraag oproepen waarom dat nodig zou zijn. Wat maakt het uit? Ze geloven toch in n God? Waarom moet je dan onderscheid maken tussen ds. Mallan en moeder Teresa? Tussen de paus en John Piper?

De hoofdredactie kreeg diverse reacties in deze trant, na een commentaar over Asia Bibi, twee weken geleden. De hoofdboodschap daarvan was dat deze Pakistaanse christin de hartelijke steun, het meeleven en de voorbede van christenen in het Westen verdient. Desondanks stoorden lezers zich aan de opmerking dat zij rooms-katholiek is en „op cruciale punten van de christelijke leer andere opvattingen heeft dan orthodoxe protestanten”.

Lezers riepen de hoofdredactie op zijn best te doen „om christenen te leren elkaar te accepteren in plaats van zo ‘rechtzinnig’ en zonder inhoud te zijn” en „om met elkaar de vreugde te delen over hun christelijk geloof”. „Denkt u dat de Heere God zo naar ons kijkt: die hoort in dit hokje en die in dat?” Ook andere media deden een duit in het zakje, door te suggereren dat het commentaar de RD-lezers opriep om te bidden: “Heer, red haar, maar zorg wel dat ze de paapse mis afzweert.” Het Twitter-tumult leent zich er niet voor om het hier te citeren.

De reacties laten zien hoe snel een misverstand kan ontstaan. Uiteraard was het niet de bedoeling om Asia Bibi een soort tweederangs christen te noemen of een etiket op te plakken vanuit het riante Nederland waar een christen geen strobreed in de weg wordt gelegd. Integendeel. Zowel in de acties als in de commentaren van het RD over christenvervolging is steevast een brede definitie van christenen gehanteerd. En specifiek rond Asia Bibi is veel positieve aandacht geschonken aan haar advocaat die als moslim voor westerse christenen een toonbeeld van zelfverloochening is.

Dat betekent natuurlijk niet dat het onderscheid tussen die verschillende soorten christenen er niet toe doet en dat het niet uitmaakt hoe zij zich tot elkaar verhouden. Juist in een tijd waarin –vooral bij een jonge generatie– het kerkelijk besef taant, is het nuttig om die onderlinge afstanden te kennen. De naam van een groep, kerk of denominatie is daarbij lang niet altijd doorslaggevend.

Mars voor het Leven

Van meer belang zijn wel de vorm van samenwerking en de reden voor onderling contact of herkenning. Wie zijn eigen identiteit wil bewaren, zal een kleine cirkel hanteren en zich afzijdig houden van anderen. Wie daarentegen gemeenschap zoekt, samenwerking beoogt, Gods Woord wil verspreiden of hulp verlenen, hanteert ruimere kaders. Dan maakt het uit of je een beroep uitbrengt op een predikant, een school zoekt voor de kinderen, een coalitie wil vormen in de gemeenteraad of samen met andere christenen wil meelopen in de Mars voor het Leven. Het ligt ook voor de hand dat de kaders voor zulke samenwerkingen anders zijn in de Alblasserwaard dan in Saoedi-Arabi.

Een model dat hierbij als hulpmiddel kan dienen, is dat van de concentrische cirkels in de studie van dr. C. S. L. Janse, “De refozuil onder vuur”. Het dichtst bij de persoonlijke geloofsovertuiging staat de cirkel van kerk, catechese en jeugdwerk. Daaromheen is een cirkel van diaconaat, onderwijs, zorg en ouderenvoorzieningen. De ring daaromheen omvat de sectoren media, politiek, vrijetijdsbesteding en internationale hulpverlening. Janse gebruikt het model als verklaring voor verzuilingsprocessen maar het leent zich ook voor het afbakenen van sociale relaties zoals huwelijk, vriendschap of werknemerschap.

Secularisatie

Op vergelijkbare wijze kun je samenwerking met of steun aan christenen in kaart brengen. Dan is een reformatorische christen oprecht blij dat de Evangelische Omroep, de paus, de ChristenUnie of Family7 belangrijke christelijke waarden in de samenleving proberen te bevorderen en weerstand bieden tegen de secularisatie.

Dat betekent niet dat je die kritiekloos omarmt. Want als het de kern van de cirkels raakt, de persoonlijke geloofsovertuiging, dan moet de band veel strakker getrokken worden. Dan gaat het om de vraag: herken ik deze christen in de zin van zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus? Is het iemand met wie ik samen het levenspad wil reizen tot en met de oordeelsdag? Dan luistert het plotseling nauw. Niet vanwege de naam van een kerkelijke denominatie, maar vanwege de vraag of ik door het geloof een lidmaat van Christus ben. Een geloof dat de dood zet op alle goede werken, eigengerechtigheid en gevoelens, afziet van alles buiten het bloed van Christus, met een kinderlijk vertrouwen Hem aankleeft, waardoor ik tegen de zonde en de duivel strijd en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regeer.

Zo’n onderscheid tussen christenen is wel degelijk dienstig. Het bewaart voor gemillimeter in eigen kring door mensen die niet eens nadenken over de verschillen bij vakantiekerken of een roomse vervolgde christin. En het voorkomt elke aarzeling bij de vraag of je wel hulp moet verlenen aan of bidden voor vervolgde christenen die goed en bloed opofferen voor hun geloof.


Reformatorisch Dagblad 26-11-18
Auteur: Reporter Creer datum: 6-12-2018 18:34:54 Laatst gewijzigd: 7-12-2018 03:36:48
Roemeni meest religieus in Europa, Estland het minst


Gerhard Wilts

Roemeni is het meest godsdienstige land in Europa. Estland en Denemarken zijn het minst religieus, blijkt uit een onderzoek van de denktank Pew. Nederland, op de achttiende plaats, hoort bij de middenmoot.

Washington DC

Het Amerikaanse instituut Pew onderzocht de religieuze betrokkenheid van 34 Europese landen. Over het algemeen zijn Europeanen minder religieus dan andere wereldburgers, constateren de onderzoekers, maar binnen het werelddeel zijn grote onderlinge verschillen.

In de top drie staan Roemeni, Armeni en Georgi. De helft van de bevolking van Roemeni noemt religie ‘zeer belangrijk’ en gaat wekelijks naar de kerk, 44 procent van de Roemenen bidt dagelijks en bijna twee op de drie Roemenen geloven ‘met absolute zekerheid’ in God.

Nederlands Dagblad 5-12-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier