Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Miranda
Creer datum:
15-08-2017 17:25:53
Onderwijs
Een nieuwe serie over onderwijs aan de Jeugd
Auteur: Miranda Creer datum: 15-08-2017 17:26:27 Laatst gewijzigd: 15-08-2017 17:36:06

Leef voor wat je vanuit de Bijbel aan jongeren wilt leren

Jaco van den Broek
02-08-2017



„Als we onze jongeren voorhouden dat ze matig moeten zijn in bijvoorbeeld mediagebruik, dan moet dit ook aan ons als ouderen zichtbaar zijn.”Leven en denken vanuit de christelijke waarden kan ouders helpen bij de opvoeding van hun kinderen, stelt Jaco van den Broek.
Jaap Theunisse heeft aan alle opvoeders een dringende oproep gedaan om onze jongeren tot de Heere Jezus te leiden (RD 11-7). Dat jongeren daarop wachten, blijkt uit de noodkreet die Hanneke en Rhodé slaakten (RD 7-7). Hun oproep, „Grijp ons, jongeren, bij de hand”, legt bij veel opvoeders een pijnlijk gemis bloot. Hoe zullen wij (ouders, kerken en scholen) jongeren bij de hand kunnen grijpen als we zelf houvast missen?
Laten we allereerst samen neerknielen om onze onmacht aan de Heere te belijden. Alleen Hij kan ons vastgrijpen. Wedergeboorte, geloof en bekering, bij God vandaan, zijn noodzakelijk. Op ons rust de rechtvaardige eis dat we ons leven moeten inrichten volgens Bijbelse waarden. Daarom een paar handreikingen om die Bijbelse waarden van betekenis te laten zijn.
Afhankelijk en klein
Petrus Wittewrongel doet in zijn werk ”De christelijke huishouding” steeds deze oproep: „Reformeert u, reformeert u, o Nederland.” Het vierde deel van zijn werk is grotendeels gewijd aan de christelijke waarden (hij noemt ze ”deugden”).
Het beoefenen van deze waarden is de plicht van elke christen. God eist immers in Zijn Woord dat we heilig voor Hem zullen leven! Het beoefenen van de christelijke waarden kost zelfverloochening. Onze menselijke begeerten moeten aan de kant, willen we naar Gods wil gaan leven.
Als we dit met ons hele hart nastreven, zullen we er ook achter komen dat we hierin ieder moment tekortschieten. Dit maakt ons, als het goed is, afhankelijk en klein en oefent ons in de christelijke strijd.
Als de christelijke waarden in óns leven gestalte krijgen, kunnen wij ook onze jongeren leren om daarnaar te leven. Dit doen we niet door alleen maar regels te stellen, maar veel meer door hun uit te leggen waarom je zelf bepaalde keuzes gemaakt hebt en (als ze de leeftijd hebben) hun de verantwoordelijkheid te geven om met deze kennis eigen keuzes te maken. God wil immers vrijwillig gediend worden. Maar juist dan zijn opvoeders van belang om, bij het maken van die keuzes, naast hun jongeren te gaan staan.

Zelfreflectie

Een voorbeeld. Matigheid, tevredenheid en zelfbeheersing zijn waarden die bij elkaar horen. We zijn tevreden als we beheerst en matig de gaven die de Heere ons geeft, kunnen gebruiken.
Onmatigheid en ontevredenheid liggen op de bodem van ons hart. Als we onze jongeren voorhouden dat ze matig moeten zijn in bijvoorbeeld mediagebruik, dan moet dit ook aan ons als ouderen zichtbaar zijn. We moeten onszelf daarom afvragen hoe matig we zijn in eten, vakanties, geldbesteding en tijdsbesteding. We kunnen en mogen elkaar daarin niet de maat nemen, maar moeten deze dingen wel voor God en ons eigen geweten kunnen verantwoorden.
Deze zelfreflectie is niet alleen nodig voor waarden zoals matigheid en tevredenheid, maar ook voor respect, bescheidenheid, eerlijkheid, gehoorzaamheid, trouw en vergevingsgezindheid. Deze lijst met christelijke waarden is moeiteloos langer te maken. En steeds moeten we onszelf twee dingen afvragen: Hoe is deze waarde zichtbaar en betekenisvol in mijn leven, en hoe kan deze waarde ook betekenisvol worden in het leven van mijn kind en van onze jongeren?
Laat het daarover gaan aan tafel, bij dagopeningen, tijdens catechisaties en in preekbesprekingen. Dit kan, onder biddend opzien tot de Heere, helpen om onszelf en onze jongeren te leren authentiek te zijn. Dit betekent niet dat ze bijzonder moeten zijn, maar dat ze zelfstandig en gewetensvol keuzes durven maken, zelfs als die tegen de tijdgeest en de mening van de groep ingaan.
Dan kan het inderdaad een keuze zijn om in plaats van een smartphone een Nokia 3310 te kopen, omdat je geen wereld van verleiding in je broekzak wilt hebben. Of dat je een andere vrijetijdsbesteding kiest, omdat de opdracht om „de tijd uit te kopen, dewijl de dagen boos zijn” je op het hart drukt.

Geen verdienste

Eén ding moeten we goed bedenken: in het beoefenen van de christelijke waarden is iedere verdienste voor God uitgesloten. „Wij hebben maar gedaan wat wij schuldig waren te doen” (Luk. 17:10).
Laten we voortvarend die schuldige plicht op ons nemen. Laten we bovenal steeds voor elkaar om de hulp en de zegen van de Heere bidden, want „zo gij (door het geloof) iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen” (Joh. 14:14).

De auteur is als onderwijsadviseur werkzaam bij het Ds. G. H. Kerstencentrum in Veenendaal.
Auteur: Reporter Creer datum: 19-08-2017 15:18:04
Column: Onbereikbaar

Georg Lindhoud

Even onbereikbaar. Voor heel wat mensen is dat een streven voor de zomervakantie. Wel lastig te realiseren, want wie z’n smartphone gebruikt als wekker, fototoestel en navigatieapparaat ontkomt niet aan het overal bereikbaar zijn. En wifi is er ook overal.
Anderen denken juist: gelukkig. In maart stond er in HP/De Tijd een lezenswaardig artikel. De Franse minister van Arbeid, Myriam El Khomri, heeft met ingang van dit jaar een eind gemaakt aan de cultuur van altijd bereikbaar zijn. Werknemers hebben het recht gekregen hun telefoon uit te zetten. Onze minister van Sociale Zaken, Asscher, kondigde aan ook zo’n wet te willen invoeren. „Mensen verdienen het recht om onbereikbaar te zijn.”
Veel wetenschappers luiden ook de noodklokken. Neuropsychiater Theo Compernolle, auteur van ”Ontketen je brein. Hoe hyperconnectiviteit en multitasking je hersenen gijzelen en hoe je eraan kunt ontsnappen”, geeft aan dat er alle reden tot zorg is. De voortdurende berichtenstroom zorgt voor chronische stress, de ergste soort die er is.
En multitasken? Dat kunnen onze hersenen helemaal niet. Het is zelfs contraproductief. We hebben meer tijd nodig om slechter werk af te leveren. Intussen stijgt het aantal burn-outs in de leeftijdsgroep 25 tot 35 jaar met 50 procent.
Funest is ook dat we meteen antwoord verwachten en denken dat anderen dat ook van ons verwachten. Daarbij komt het verslavende effect, doordat er bij elk bericht een shotje dopamine vrijkomt. De menselijke nieuwsgierigheid doet de rest. Het meest maakt hij zich zorgen over jonge mensen en kinderen.
De Duitse neuroloog Manfred Spitzer, auteur van de boeken ”Digitale dementie. Hoe wij ons verstand kapotmaken” en ”Digiziek. Pleidooi voor offline leven”, betoogt dat veel computergebruik slecht is voor het geheugen. Hij waarschuwt voor gezondheidsrisico’s zoals stress, depressie en slapeloosheid.
In Zuid-Korea is zelfs al een wet ingevoerd om jongeren te beschermen tegen de schadelijke invloed van de smartphone. Iedereen die jonger is dan negentien (!) moet op zijn telefoon software installeren die zijn ouders waarschuwt wanneer de telefoon langer wordt gebruikt dan afgesproken. Dat doet Zuid-Korea om de komende generatie te beschermen.
De Zweedse psycholoog Sara Thomée pleit voor het invoeren van een nieuwe sociale etiquette. Saillant detail: de persoon met wie je samen bent, is altijd belangrijker dan je telefoon.
Wie dit alles leest, beseft: het is slechts een kwestie van tijd voordat er grote waarschuwingsstickers op smartphones geplakt worden, mensen op verjaardagen vriendelijk naar buiten gebonjourd worden als ze met hun telefoon willen spelen en de eerste rechtszaken tegen smartphoneproducenten worden aangespannen. Die laatste zijn tegen die tijd naar alle waarschijnlijkheid voor elke vorm van commentaar onbereikbaar.

Reformatorisch Dagblad 08-08-17
Auteur: Reporter Creer datum: 5-09-2017 14:00:35
Column (ds. J. Belder): Eerbied in kerk soms ver te zoeken

„Eerbied in de kerk heeft alles te maken met een diep besef van Gods grootheid.”

Mijn collega voorspelde een eigentijds psalmenoproer. Hij was onze gast en moest meemaken dat de jonge dominee in opperste verontwaardiging en jeugdige overmoed zijn gemeente het zwijgen oplegde. Midden in Psalm 51, gezongen in twee tempi. De gewijde ruimte vulde zich met weinig oorstrelende klanken. Dominee maande de organist tot stoppen, wat hij ook braaf deed. Halverwege een regel. „Opnieuw”, brieste de boze dominee, „en nu allemaal in de pas én eerbiedig.” Het psalmenoproer bleef uit, wel regende het dagenlang complimenten aan de pastorie. De jagers maakten de toepassing op de trekkers en de trekkers op de jagers.
Ik moest er weer aan denken bij het lezen van het grote Lutherboek van dr. Selderhuis. De kortlontige hervormer rende eens boos de kerk uit. Het slordig zingen, hoesten en slapen van zijn kudde werd hem te machtig.
Ook dat laatste kan een dominee tot wanhoop brengen. Zijn mijn preken slaappoeders? Ik geloof dat er vroeger meer dan nu geslapen werd. Ooit brak ik mijn preek af, tot in m’n haarvezels geïrriteerd door de slapers. Bevonden we ons op „de betoverde grond” uit Bunyans ”Christenreis”? „Kerkbanken zijn geen slaapbanken!” Tien minuten later stond de gemeente buiten. Verbaasd en verward. ’s Middags was ze er weer. De slapers waren even genezen van hun kwaal. En dominee overleefde zijn driftbui. Over leraarlievend gesproken…
Vandaag zijn we klaarwakker. Nu echter lijkt een toenemend aantal plaatsen op een ontembare kakelende kippenkooi. Voor, maar ook tijdens de dienst. Voor liturgen is collecteren tijdens het zingen een gruwel. Wat mij betreft: alles liever dan een ingelaste bijpraatpauze.
Over zaken die God verboden noch geboden had, maakte Luther zich niet druk, weet Volkmar Joestel in ”Martin Luther: Rebell und Reformator”. Dus waarom zouden we voor de dienst niet met elkaar praten? aldus Abraham Kuyper. Maar vriendelijk groeten is nog wel iets anders dan een koe verhandelen. Dr. Oepke Noordmans onderscheidde tussen kleine en grote traditie. Met de kleine maken we tegenwoordig korte metten. Laten we dat dan ook doen met de slechte gewoonte van kletsen en luidruchtig hoesten en niezen. Dat laatste vooral onder gebed en preek.
Grote rooms-katholieke kerken kenden vroeger ordebewakers gewapend met een sjerp waarop stond: ”Eerbied in Gods huis”. Dat zoiets nodig is! Eerbied heeft alles te maken met een diep besef van Gods grootheid.
Misschien liggen er nog ergens wat van die roomse sjerpen. Wordt het tijd om ze onze collectanten om te binden? Of de koster?

Reformatorisch Dagblad 05-09-17
Auteur: Reporter Creer datum: 5-09-2018 12:14:05

Zwijgen om te luisteren en vragen te stellen

drs. J. Kloosterman


Ons intensieve bestaan, waarin jongeren en ouderen worstelen met levensvragen, vraagt om meer luisterruimte, betoogt drs. J. Kloosterman.

Nu de vakantietijd bijna voorbij is, kijkt menigeen vooruit. Het schoolleven begint, het dagelijkse ritme nemen we op ons en de start van het kerkelijke winterwerk ligt in het verschiet. In de drukte van het leven is het goed om meer te zwijgen.

Zwijgen is nodig om ruimte te maken voor luisteren naar vragen in het eigen hart en dat van de naaste. Zwijgen helpt om beter te kunnen onderzoeken en waarnemen wat er leeft aan pijn en verdriet. Luisteren geeft ruimte om tranen te laten zien en de snik vanbinnen te kunnen horen. We hebben luisterruimte voor het hart nodig. Aan de keukentafel, op huisbezoek en in de werksituatie.

Zwijgen is meer dan je mond houden. Het gaat om een houding en overtuiging. Je toont bescheidenheid. Wij zijn zondig en onze inzichten begrensd. Spreken over bijvoorbeeld God en Zijn werk is menselijk spreken. Veel spreken is aards en dus van beneden. Dat betekent dat we over God en Zijn handelen snel te veel menselijks zeggen. Dat geldt eveneens ten aanzien van het werk van de Heilige Geest. Zwijgen is daarom ook gepast om Zijn spreken juist beter te kunnen horen en Hem op te merken. De eerlijkheid over wat we niet weten, wordt door meer menselijk zwijgen misschien wel het beste beantwoord.

Ongemakkelijk

Meer zwijgen kan ongemakkelijk zijn. Niet op alle levensvragen is namelijk een antwoord beschikbaar. Zo kan ziekte en het overlijden van (jonge) mensen ons diep raken. Zelf heb ik ervaren dat het begraven van onze twintig weken oude zoon vragen blijft geven. Ook als Gods Woord spreekt. Luisterend zwijgen geeft ruimte om die vragen te stellen. Ook die vragen die vanuit de moeite van het leven als een schreeuw omhoog klinken, zoals bijvoorbeeld de dichter van Psalm 10 daar woorden aan geeft.

Nog belangrijker is dat er luisterruimte is waarin we zwijgen voor God. Om te kunnen horen wat Hij te zeggen heeft. Niet in ons zwijgen zelf zijn de antwoorden te vinden. Het naspreken van Gods Woord blijft over. Dat is belijden. Midden in de pijn, het verdriet en in de stilte. In het slothoofdstuk van het boek Job zijn hier heel kernachtig woorden aan gegeven. Job zegt daar: „Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij” (Job 42:4).

Zwijgen om van Hem te leren. Dat geeft ook de ruimte om te zwijgen uit eerbied en aanbidding voor Hem Die een ontoegankelijk licht bewoont. Om Wie Hij is in Zijn onbegrensde goedheid en heerlijkheid. De God Die sprekend schept en regeert.

In de ogen zien

Het stellen van vragen is nodig voordat we antwoorden kunnen geven. Luisterruimte is ook nodig om vragen goed te kunnen horen. Daarbij is het nodig om vragen te leren stellen. Vragen over aarzelingen, bezwaren en onzekerheden in het (geloofs)leven om de weerbarstige praktijk met haar rafels in de ogen te zien.

Vanuit de christelijke traditie en kerkhistorie is er meer kennis overgeleverd dan ooit. De overweldigende rijkdom ervan heeft een keerzijde. Het kan het gevoel geven dat alles wel gezegd is en dat we weten wat waarheid is. Dan zwijgen we niet maar hebben we antwoorden. Dat kan een pastoraal gesprek lamleggen. Het kan jongeren doen besluiten om te gaan zwijgen en hun vragen niet meer te stellen.

Jongeren hebben medechristenen nodig die luisteren naar hun vragen, maar ze zelf ook hebben. Christenen die op hun pelgrimstocht ruimte en bereidheid hebben om vragen te delen. Pelgrims die hun reisverslag delen en God niet in hun binnenzak hebben. God is niet in ons beperkte denken te vangen. Ervaren reizigers die luisterruimte bieden en dingen soms ook niet weten. Medemensen die zwijgen, weet hebben van vragen, maar ook omtuind worden door de vastheid van Gods Woord omdat geloven het begrijpen overstijgt.

Vergrootglas

In pastoraat, werk en onderwijs is er winst te boeken door meer luisterruimte te gebruiken. Want de vragen en de ervaring van God en Zijn regering schuren bij velen. Een rauwe vraag van een jongere weerspiegelt dikwijls herkenbare twijfel in het hart van een volwassene. Bij jongeren is het misschien wel het best te merken dat ze vragen hebben. Niet zelden zijn ze daarmee tegelijk het vergrootglas voor wat op de bodem van het bestaan van veel ouderen ligt.

Als elke mentor, ouder, ambtsdrager en leerkracht begint met het stellen van ten minste drie vragen voor we antwoorden geven, helpt ons dat. Daarbij moeten we het ongemak verdragen dat vragen nogal eens onbeantwoord blijven. Mag dat ook meer het onderwerp van gesprekken op school en in de kerk zijn? Om geduldig te blijven in de nacht van het mysterie. Of om het met Kierkegaard te duiden: Gods daden te vinden in het verborgene en ‘incognito’?

Er is genade nodig om de Heere te ontmoeten in het suizen van een zachte stilte. God laat Zich kennen door en in Christus Zelf. De omgang met Hem is mogelijk door Zijn Woord en Geest, al blijft de wijze waarop een geheim. We zien door genade op z’n best een wolk van majesteit waardoor we slechts glimpen van Hem leren zien. Hijzelf draagt er zorg voor, van het begin tot het einde. Vanuit Zijn vaste verblijfplaats waar vele woningen zijn. Hij heeft gezwegen, maar liet daarin Zijn Vader niet los, dwars door de dood heen. Dat mysterie vraagt niet alleen om spreken maar ook om verwonderd zwijgen. „Mijn ziel is immers stil tot God…”

Laten we biddend en in die erkenning het nieuwe schooljaar en winterseizoen beginnen. Om te oefenen in kwetsbare kleinheid en meer te vragen naar Gods handelen. Om vaker te zwijgen als er geen antwoorden zijn en om beter te kunnen luisteren naar God en elkaar.

De auteur is ambtsdrager en directeur in het reformatorisch voortgezet onderwijs.

Reformatorisch Dagblad 04-09-18
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier