Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Alex
Creer datum:
13-06-2017 14:47:46
Commentaar RD/ND
Bijdragen van de hoofdredactie RD/ND
Auteur: Alex Creer datum: 13-06-2017 14:49:23
Formatie gestrand? Niet getreurd

Hoofdredactioneel commentaar RD

, Rutte, Klaver en Buma op de dag waarop duidelijk werd dat zij geen coalitie kunnen vormen. Beeld ANP, Jerry Lampen.
Moeten we erom treuren dat het vormen van een coalitie tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks nu echt van de baan is? Niet bepaald. Ja, dat er sinds de verkiezingen nu al drie maanden zijn verlopen zonder dat we in de kabinetsformatie veel zijn opgeschoten, is jammer. Al geldt hier zonder twijfel: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Nederland zou er niet veel mee zijn opgeschoten als er een kabinet in elkaar zou zijn geflanst dat al op korte termijn, bijvoorbeeld als de vluchtelingenstroom uit Afrika weer zou gaan aanzwellen, als een zeepbel uit elkaar zou spatten.
Zat er logica in het onderzoeken van de combinatie VVD, CDA, D66 en GroenLinks? Ja en nee. Ja, omdat hier een combinatie werd onderzocht van de grootste partij met drie winnaars, onder wie ook nog eens de grootste winnaar, te weten GroenLinks.

Maar voor het overige pleitte er vooral veel tégen deze coalitie. Zo was een opvallend kenmerk van de laatste verkiezingsuitslag dat linkse partijen in hun totaliteit fors verloren; de 29 zetels verlies van de PvdA werden bij lange na niet gecompenseerd door de winst (14 zetels) van GroenLinks. In dat licht bezien zou het merkwaardig geweest zijn als er een coalitie was gesmeed waarin nu juist een uitgesproken linkse partij als die van Klaver een grote invloed zou hebben uitgeoefend op het regeerprogramma.

Wat eveneens tegen deze coalitie pleitte, is dat er in het West-Europese electoraat steeds sterker een tweedeling zichtbaar wordt tussen zogeheten globaliseringswinnaars en -verliezers. De eerste groep bestaat uit hoogopgeleide wereldburgers, individualistisch georiënteerd, die er vooral van profiteren dat de wereld een dorp werd. De andere groep bestaat uit laag opgeleiden, diep geworteld in hun lokale gemeenschap, die voortdurend de nadelen ondervinden van toenemende migratiestromen. Asielzoekers krijgen, menen zij, voorrang bij het toewijzen van huizen, Polen pakken, in hun beleving, hun banen af.

Vanuit deze invalshoek bezien zou een kabinet waarin drie partijen zitten die vooral de globaliseringswinnaars vertegenwoordigen (D66, GroenLinks en VVD), geen goede vertaling zijn van de verkiezingsuitslag. Omdat het twijfelachtig is of zo’n coalitie erin kan slagen in onze samenleving voldoende samenbindend te werken door de zorgen van de globaliseringsverliezers serieus te nemen.

Daarom hoeft er niet hard getreurd te worden over het stranden van de nu onderzochte coalitie. Eerder zal er in meerdere kringen wat gegniffeld worden nu de voorkeurscoalitie van D66-voorman Pechtold, ondanks diens verwoede pogingen de zaak in zijn richting te dwingen, gestrand is.

Rest de vraag wat er dan wél moet gebeuren. Een combinatie van ”het motorblok” met de ChristenUnie? Of met de PvdA? Wat vanuit christelijk oogpunt verkieslijk is, is duidelijk. Maar laat de landspolitiek in elk geval de lijn van het streven naar stabiliteit proberen voort te zetten, een lijn die in 2012 door Rutte en Samsom moedig is ingezet. Want niemand is gebaat bij wankele regeringen en bij een herleving van de periode 1998-2012, toen veertien jaar lang geen enkel kabinet de eindstreep haalde.

Reformatorisch Dagblad 13-06-17




Auteur: Reporter Creer datum: 17-06-2017 15:35:52
Moed of grote woorden


Sjirk Kuijper

Commentaar
Het in omvang derde kerkgenootschap van ons land heeft een historische wissel genomen. Misschien wel zijn meest ingrijpende besluit van deze eeuw. Terwijl de Rooms-Katholieke Kerk haar vrome vrouwen geen enkel ambt toevertrouwt, en de Protestantse Kerk in Nederland nog veel gemeenten telt waar geen dame de preekstoel zal betreden, nemen de Gereformeerde ­Kerken vrijgemaakt in één beweging alle principiële beletselen weg voor vrouwen om ­diaken, ouderling of predikant te worden.
Zo’n resolute wending is wel weer kenmerkend voor de ‘vrijgemaakte’ mentaliteit: geen halve maatregelen na hele conclusies. Daarom valt ook te verwachten dat de praktijk het besluit voortvarend zal volgen. Het wordt voor plaatselijke kerkenraden ingewikkeld om – als ze dat al zouden willen – met gezag de zusters uit hun consistorie te weren. Lokale verschillen in liturgie en stijl zijn soepeler te hanteren dan een praktijkvariatie met zó diepe ­gevolgen voor de inzet van (ruim) de helft van de kerkleden. En het gereformeerde denken kent geen oplossingen in soepele hervormde volkskerkstijl: ‘Hoort u liever geen domina? Dan heet een naburige wijkgemeente u hartelijk welkom.’
Of het kerkverband deze koerswijziging zonder veel scheuren overleeft, hangt ervan af hoeveel radicale rechtlijnigheid in het vrijgemaakte DNA bewaard bleef. ­Vijftig jaar geleden werd nog met stalen consequenties een scheiding doorgevoerd die ook verantwoordelijken van toen vandaag niet meer uitleggen. Ontwikkelingen na de eeuwwisseling hebben opnieuw tot vertrek van leden geleid, maar de toon van verantwoording daarvoor is veranderd. Emeritus hoogleraar Jochem Douma bijvoorbeeld (ND 10 juni) noemt zijn vertrek uit de kerk wel een zaak van ‘moed’, maar hij gebruikt met opzet ‘geen ­grote woorden’. Als winst van afscheiden noemt hij vooral, dat het kan ‘bevrijden van veel verdriet en vruchteloosheid’. Daarin verschilt hij niet van velen die de vrijgemaakte kerken stilletjes verlieten uit verdriet omdat de gaven en inzet van vrouwen hier, naar hun overtuiging, in vruchteloosheid waren gebonden.
De toon van veel kerk- en synodeleden die vóór het genomen besluit zijn, klinkt overwegend voorzichtig; niet triomfantelijk. Niemand heeft zin om de ­anderen ­extra pijn te doen. Bescheidenheid is ook wel gepast, omdat de vrijgemaakten nog niet zo lang geleden de ‘vrouw in het ambt’ gebruikten om ándere kerken te wegen en te licht te bevinden. Van mening veranderen is makkelijker als het niet meteen zó pregnant in de kerkpraktijk zichtbaar en hoorbaar wordt. Een besluit nemen met zulke verstrekkende gevolgen, is meer een zaak van moed dan van grote woorden.

ND 16-06-17
Auteur: Reporter Creer datum: 6-07-2017 17:55:41
Column (Jan van Klinken): Gek genoeg

Jan van Klinken


Als wij Hollanders een koekje bij de koffie aanbieden, gaat meteen het deksel weer op de trommel. Het geldt in het buitenland als symbool voor de Hollandse krenterigheid. Het is alsof wij willen zeggen: Meer dan één is nergens voor nodig.
Is het niet het sluitende bewijs dat wij met z’n allen een stel centenlikkers zijn? Dat zou je zeggen, maar het is slechts schijn. De identiteit van een volk bepalen is moeilijker dan je zou denken. Neem onze vrijgevigheid. Als er voor het goede doel gegeven moet worden, kijken wij Nederlanders niet op een euro. Geen enkel ander Europees land kan op dit gebied aan ons tippen. Zo zuinig zijn we dus ook weer niet.
Kijk voor de aardigheid eens om je heen op onze snelwegen. Dan kun je moeilijk volhouden dat we in oude brikjes rondtoeren. We mogen dan op de koekjes letten, als er een heilige koe moet worden uitgekozen tasten we diep in de buidel. Zoals zo vaak ligt het met de kwestie van onze krenterigheid niet zwart-wit. Limburgers staan te boek als bourgondiërs terwijl ons Zeeuwen ”h’n cent tuvee” uitgeven. Kom er maar uit.
Begin deze week meldde deze krant dat emeritus hoogleraar Herman Pleij het essay van de Maand van de Geschiedenis zal schrijven. Hij zal het hebben over de betekenis van geluk door de eeuwen heen. Welnu, deze Herman Pleij heeft reuze interessante dingen over de Nederlandse identiteit geschreven. Nog boeiender is het om hem erover te horen praten want dat doet hij met een ongekende aanstekelijkheid maar wat hij aan het papier toevertrouwt, mag er ook zijn.
Vanzelf heeft Pleij een mening over onze zuinigheid. Is dat onze calvinistische aard? De Geneefse reformator wordt immers een vergaande soberheid toegedicht. Nee, zegt Pleij, die zuinige aard hebben we overgenomen van de duizenden kooplieden die eind 1500 vanuit de zuidelijke Nederlanden de wijk namen naar het tegenwoordige Holland. Die waren overigens gereformeerd, die kooplieden. Ze namen ook deugden als ijver en betrouwbaarheid mee.
Een heel aardige analyse van Pleij luidt dat wij een veel markantere hebbelijkheid bezitten dan onze zuinigheid: een afkeer van verbeelding. Wij houden niet van praalhanzen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Waar kan het dat de ‘onderkoning’ (mr. J. H. Donner) zich niet per dienstauto maar per ijzeren ros verplaatst?
Typerend was ook de recente discussie over het nieuwe regeringstoestel. Terwijl de staatshoofden elders zich neervlijen in knotsen van vliegtuigen, ziet bij ons het parlement erop toe dat het koninklijk vervoermiddel bescheiden blijft. Prima, zo’n koningshuis, maar het moet vooral geen kapsones krijgen.

Reformatorisch Dagblad 5-7-17
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier