Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
10-02-2017 11:33:49
Geloofszaken ( 4)
Een nieuwe serie artikelen in 2017 over het geloof
Auteur: Reporter Creer datum: 10-02-2017 11:35:18

Column: Bijbelgetrouwe predikant is spelbreker

Mr. D. J. H. van Dijk

Muisstil was het geworden. Je kon een speld horen vallen. Ademloos werd er geluisterd tijdens die kerkdienst. De woorden van de predikant werden gulzig ingedronken. Zowel de boodschap van oordeel als de boodschap van overvloeiende genade. De luisteraars beaamden en bogen. Ook de predikant merkte dat er beslag lag. Dat de gemeente volledig geboeid aan zijn lippen hing. Met nog meer ernst liet hij zijn woorden afdalen van de kansel. Bang om het momentum te verliezen. Het was zó indrukwekkend. Er werd gezucht en genoten.
En daarom viel het helemaal niet op, volstrekt niet, dat er niemand was die naar God vroeg. Niemand die echt naar Gód vroeg en vanuit het gemis naar Hem hijgde. Het was allemaal zo geestelijk en zo mooi en gevoelig, dat niemand God miste. De ziel werd zo beroerd en vervuld, dat er geen plaats meer was voor God. De gemeente was geworden tot publiek. Geraakt door een geladen sfeer, door een verbluffende exegese en vurige woorden.

Hoe verraderlijk is ons hart. Juist als we menen zo geestelijk gesteld te zijn, zo op te gaan in ons geloof, in ons berouw en in onze ernst, juist dan bedreigt ons het gevaar dat we de aanwezigheid van God helemaal niet nodig hebben. Hoe gevaarlijk zijn boeiende preken die de luisteraar in vervoering brengen.

Is dat niet de reden waarom er geen mooie preken van Jezus zijn opgetekend? Jezus wilde niet boeiend preken, maar boeien verbreken. Christus wilde voorkomen dat mensen bij Hem bleven als het hen niet uitsluitend ging om Hemzelf. Daarom bracht Hij zo veel ergerlijke zaken naar voren. Op het moment dat de mensen Jezus’ woorden aangenaam begonnen te vinden, ging Hij provoceren (Luk. 4:22-29). Hij gaf zo veel ergernis dat de luisteraars Hem van de rotsen wilden duwen. De overgrote meerderheid keerde zich geïrriteerd af van Jezus’ verkondiging en wenste Hem aan het kruis. Jezus stootte iedereen af die het niet om Hem alleen te doen was.

Dit blijft toch het kenmerkende van Bijbelse prediking. Het schuurt en irriteert. Een Bijbelgetrouwe predikant is een spelbreker. Niet iemand die je graag hoort preken. Laat staan dat je er vele kilometers voor gaat rijden om hem te horen. Onder een werkelijke prediking wordt de luisteraar niet bevestigd en verrijkt in zijn vermeende geloof, maar leeggeschud en uit zijn comfort gehaald. De dodelijkste opmerking na een kerkdienst is de uitspraak dat het „een fijne preek” was.

Waarin bestaat vandaag de dag dat ergerniswekkende en onaangename van de verkondiging? Dat is geen eenvoudige vraag. Al snel noemen we zaken die ons niet treffen. Waarschijnlijk is het ergerniswekkendst toch Gods eindeloze barmhartigheid. Hoe vaak wij Hem ook verwerpen en hoe vaak wij de deur in Zijn gezicht dichtslaan, Hij blijft ons opzoeken en achterna komen met Zijn genade. De farizeeën werden vervuld met afgrijzen, omdat Christus de omgang zocht met hoeren en landverraders. Ze ergerden zich stuk aan zo veel genade. Ook vandaag de dag kan een preek waarin Christus wordt weggeschonken aan Jan Rap en zijn maat zomaar op meer kritiek rekenen dan een preek waarin de toegang tot Christus eng wordt voorgesteld.

Misschien worden we als gezindte nu geprovoceerd door die stuitende ruimhartigheid waartoe de Bijbel ons oproept als het gaat om vluchtelingen. Of worden we onder kritiek gesteld vanwege onze nonchalante houding rond schepping en klimaat. Of vanwege ons te kritiekloos omarmen van vrije markt en kapitalisme.

In kerkelijk opzicht stelt de Bijbel de kritische vraag of we niet te veel zijn meebewogen als het gaat om echtscheiden en hertrouwen.

In de christelijke politiek is er misschien de gewenning om compromissen te sluiten zonder dat de pijn ervan nog doordringt. Of de focus op het opkomen voor eigen instellingen en vrijheden, terwijl onvoldoende de Bijbelse claim op de hele overheid, de gehele samenleving en op al het onderwijs klinkt.

Misschien sla ik met deze voorbeelden de plank mis. Ik ben er wel van overtuigd dat als we werkelijk het Woord laten spreken, de ontmaskering van ons doen en laten als vanzelf zal plaatsvinden. We moeten het Woord laten staan en op één zetten, ook als het pijn doet. Niet in abstracties, maar in al zijn weerbarstigheid. We moeten ons verzetten tegen de voortdurende verleiding om Gods spreken aanvaardbaar, redelijk en begrijpelijk te maken. En in de prediking niet uitweiden over de tekst, maar die uitdiepen. Alleen zo kan de Geest Zich paren aan de verkondiging. Dan zal de uitwerking –verzet of overgave– niet uitblijven.

Mr. D. J. H. van Dijk, lid van de Eerste Kamer voor de SGP.

Reformatorisch Dagblad 10-02-17
Auteur: Reporter Creer datum: 21-04-2017 17:06:31

Liefde sleutelwoord bij inwijden kinderen in heilsleer

Gertrude de Regt


„Het is een bekend gegeven dat een boodschap die tot ons komt, maar voor zo’n twintig procent overgebracht wordt door mondelinge communicatie.”
Kinderen worden gevormd door godsdienstige ervaringen in de eredienst. Het is daarom belangrijk dat kerken zich bewust zijn van hun rol bij de christelijke opvoeding. Liefde is daarbij het sleutelwoord, stelt Gertrude de Regt.
In onze reformatorische kerken zitten over het algemeen veel kinderen. Jong en oud zitten onder de bediening van Gods Woord. Dat is een kostbaar moment. Die gemeenschap van jong en oud is belangrijk. Het is een goed principe om kinderen tijdens de dienst in de kerk te houden en geen aparte kindernevendienst te organiseren.

Het leven in onze samenleving is gefragmenteerd; bijna alles is opgedeeld in activiteiten voor doelgroepen. Kinderen zitten met leeftijdgenoten in de klas, op zwemles, op de kinderclub of zondagsschool. Maar ’s zondags, tijdens de eredienst, zitten de generaties samen onder het Woord van God. De levende God wil mensen daar ontmoeten, de groten en de kleinen. In de kerk wordt niet alleen over God gepreekt, Hij is er ook aanwezig met Zijn Geest. Deze Geest hebben kinderen nodig om van dood levend gemaakt te worden, opdat ze hun hoop op God zouden stellen en Zijn daden niet zouden vergeten (Psalm 78).

Door de doop zijn kinderen opgenomen in de gemeente. Ze hebben het teken van Gods verbond ontvangen. Het is de taak van ouders en gemeente om hen in te wijden in de heilsleer van het Oude en Nieuwe Testament. Het is de verantwoordelijkheid van de ene generatie ten opzichte van de komende generatie.

Zoals Jozua een gedenkteken oprichtte in de Jordaan, zo wordt er elke zondag in de kerk een gedenkteken opgericht. De predikant stalt immers de heilsleer van het Oude en Nieuwe Testament uit. Duidelijk zichtbaar en hoorbaar voor iedereen. De ouders hebben de taak om hun kind erop te wijzen, erover te vertellen, hun vragen te beantwoorden. De moeders, maar zeker ook de vaders. Zij zijn de priester in het gezin. Ouders geven zo gestalte aan wat ze hebben beloofd bij de doop van hun kinderen: „of gij niet belooft en voor u neemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn (...) in de voorzeide leer naar uw vermogen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen.”

Lammeren

Gods opdracht voor predikanten is niet alleen „Weidt Mijn schapen”, maar ook: „Weidt Mijn lammeren.” Dat heeft een toespitsing naar het geestelijke leven, maar een predikant heeft in de voorbereiding ook als taak om aan de kinderen te denken. Hij kan nadenken over wat hij de kinderen en jongeren mee wil geven. Dan gaat het niet zomaar om een opmerking tussendoor. Het gaat om de kern van de preek en op welke manier die betekenis heeft voor kinderen. Het is goed om ons te realiseren dat nieuwe dingen moeten aansluiten bij de ervaringen die kinderen al opgedaan hebben. Als een predikant probeert in de schoenen van kinderen te gaan staan, hun leef- en gedachtewereld kent en voor hen herkenbare taal gebruikt, kan hij een brug slaan tussen Gods Woord en hun leven. Het is belangrijk dat hij hen persoonlijk aanspreekt, laat merken dat hij hen ziet in de kerk. God ziet hen ook, Hij wil ook hen ontmoeten.

Kinderen denken concreet. Ze zijn nog niet in staat om abstracte begrippen te begrijpen. Daarom zijn beelden belangrijk. Een predikant hoeft geen ‘kinderpreek’ te houden. Maar als hij erin slaagt om de kernboodschap voor kinderen aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken, geeft hij ouders al een goed aanknopingspunt om erop terug te komen.

Een goed hulpmiddel om kinderen tijdens de dienst betrokken te laten zijn, zijn meeschrijfboekjes. Wanneer ouders aansluiten bij wat het kind zelf heeft geschreven, ontstaat er gemakkelijker een gesprek dan wanneer de ouders uit zichzelf beginnen. Wat natuurlijk niet wegneemt dat ook hun ervaringen verteld mogen worden. Laat kinderen maar merken wat het Woord in het leven van hun ouders doet. Het is een zegen als ze dan ervaren dat het een levend Woord is dat mensen verandert.

Vaak wordt de preek als de kern van de eredienst gezien. Kinderen ervaren de kerkdienst integraal, dus niet alleen wat er gezegd wordt in de preek, maar ook de aardige mevrouw van wie ze altijd een snoepje krijgen, het versje dat ze kennen, de collectezak die rondgaat, de stem, houding en gezichtsuitdrukking van de dominee of de ouderling. Al die dingen geven een indruk van de dienst van de Heere.

Inscherpen

Zojuist citeerde ik al de opdracht uit het doopformulier, om de kinderen te onderwijzen, te doen en te helpen onderwijzen. Deze woorden geven aan dat ouders er niet alleen voor staan in de godsdienstige opvoeding van hun kinderen. Er zijn in het leven van kinderen allerlei verschillende leermomenten die te maken hebben met het christelijk geloof. Dat is belangrijk. Door al die momenten van lezen uit de Bijbel, samen bidden, zingen en gesprekken voeren, wordt er een bedding gecreëerd voor de Woordverkondiging. Het is zoals bij de bedding van een rivier: het is een pad waarlangs het water volgens een bepaalde route zijn weg gaat.

Zo worden godsdienstige ervaringen van kinderen in de loop van de tijd in vaste banen geleid, waardoor denkpatronen ontstaan. Als kinderen jong met de Bijbel grootgebracht worden, ontwikkelen ze een denkkader waarin nieuwe dingen en begrippen steeds een plaats kunnen krijgen. Dat is in feite wat in Deuteronomium 6:7 wordt bedoeld met ”inscherpen”.

Dat gebeurt op allerlei momenten van de dag. Zo zal een kind het Woord niet alleen horen, maar het ook zien en ervaren. Het is een bekend gegeven dat een boodschap die tot ons komt, maar voor zo’n 20 procent overgebracht wordt door mondelinge communicatie. Wat kun je je nog herinneren uit je vroege kinderjaren? Meestal niet wat mensen zeiden, wel wat ze deden of hoe ze je behandelden. Het Woord wordt ingescherpt door mensen die dagelijks met het kind optrekken en een voorbeeld zijn van het leven met de Heere. Wat een opdracht. Maar de Heere wil het zegenen.

Zij brachten de kinderen tot Hem

Liefde is een taal die sterk binnenkomt bij kinderen. Het is de sleutel tot hun hart. Als er iemand was die dat gezien heeft, was het de Heere Jezus Zelf. Toen volwassen mensen kinderen tot Hem brachten, was Hij verontwaardigd over de houding van de discipelen. Hij zei niet: nu, vooruit maar, laat ze maar even komen. Ze waren meer dan welkom bij Hem. Hij omving ze met Zijn armen en zegende hen. Er staat niet in de Bijbel wat Hij zei. Zijn liefde sprak uit wat Hij deed. Voor Hem hingen kinderen er niet maar een beetje bij. Hij stelde hen zelfs als voorbeeld: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins ingaan.

De auteur is jeugdwerkadviseur bij de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten. Dit is een bewerking van de lezing die ze vorige week hield op het congres ”’Samen opvoeden?!” van de Reformatorische Oudervereniging.

Reformatorisch Dagblad 14-04-17
Auteur: Reporter Creer datum: 25-04-2017 18:11:38
Toegespitst: Hoop doet leven

dr. A. J. Kunz

Mensen zijn en blijven zwervers in de wereld en hun eigen leven. Dit voedt het gevoel van melancholie, en tegelijk de hoop om ooit volledig thuis te komen. Die woorden komen niet uit de pen van een christelijke auteur, maar van de seculiere filosoof Joke Hermsen. Waar ligt de verbinding en waar schuurt Hermsens betoog met een Bijbels mensbeeld?
In het kader van de Maand van de Filosofie schreef Hermsen haar essay ”Melancholie van de onrust”. Hierin verkent ze aan de hand van het begrip melancholie wat kenmerkend is voor mensen. Verlies en vergankelijkheid leiden tot een melancholische stemming: het besef dat het leven onvolmaakt is, dat er altijd iets ontbreekt. Hermsen noemt als voorbeelden de doodsangst, het verlies van geliefden, maar niet minder het verlies van de kindertijd.

Toch zitten mensen doorgaans niet bij de pakken neer. Ze proberen de melancholie om te buigen tot hoop en creativiteit. Waar dit echter mislukt, raken mensen in een depressie. Hermsen wijst in dit verband op de grote toename van depressiviteit in de afgelopen decennia. „Zolang als de mensheid bestaat, hebben we moeten leren omgaan met verlies, teleurstellingen en tegenslagen, maar de laatste tijd lijkt het erop dat we daar minder goed toe in staat zijn. (…) We hebben niet alleen iets verloren, we lijken in bepaald opzicht ook van onszelf te vervreemden”, aldus Hermsen.

Verlies
Vanuit psychologisch en pedagogisch perspectief is dit een fascinerende gedachtegang. Mensen moeten leren omgaan met verlies en evenzeer met het proces van de groei tot een volwassen persoon. Daarbij kunnen ze vragen als: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar leef ik voor en wat verwacht ik, niet uit de weg gaan. Die horen nu eenmaal bij het proces van menswording.

Ook vanuit theologisch perspectief is het betoog van Hermsen interessant. Ze spreekt immers over mensen die iets verloren hebben, die van zichzelf vervreemd zijn. Dat laatste gaat verder dan verlieservaringen door het sterven van geliefden of het achter zich laten van de kindertijd. Het probleem zit dieper, namelijk in de mens zelf. Er is een emotionele en morele leegte ontstaan, en een eenzaamheid en vervreemding ten opzichte van het zelf.

Voor Hermsen is onder andere het kapitalisme de boosdoener. Ook als die benadering te eenzijdig politiek linksgeoriënteerd zou zijn, blijft haar observatie te denken geven. Een pessimistisch, of liever: een realistisch mensbeeld komt blijkbaar niet alleen onder christenen voor.

De vraag is dan wel wat Hermsen hiertegenover stelt. Ondanks, of liever, dankzij zijn melancholieke besef van verlies is de mens een wezen dat hoopt en verlangt, stelt ze onder verwijzing naar de Duits-Joodse filosoof Ernst Bloch. Het zijn juist de gevoelens van hoop en verwachting die de mens kunnen aansporen met de huidige wereld geen genoegen te nemen. Mensen moeten in hun handelen hoopvol blijven om niet te vervallen in cynisme.

Als voorbeelden noemt Hermsen het afzien van het eten van vlees, het niet-kopen van spotgoedkope kleding, de keuze voor groene energie en het helpen van vluchtelingen. Dat alles kan volgens haar bijdragen aan een betere wereld en zo aan het voeden van de hoop. Hoewel dit misschien op punten idealistisch klinkt, kunnen dergelijke gedachten verbonden worden met een christelijke levensvisie.

Onderwijs
Hetzelfde geldt van de manier waarop Hermsen spreekt over het onderwijs. Goede docenten zetten leerlingen niet alleen aan het werk achter een laptop of iPad, maar ze proberen de wereld met verhalen en het overbrengen van kennis ook voor hen open te leggen, om zo de hoop te voeden. Scholen moeten zich daarom richten op wat de ”Bildungsvakken” heten, omdat deze mensen leren hopen.

Deze gedachten passen ook binnen een christelijke visie op onderwijs, en daarmee bij een Bijbels mensbeeld. Mensen zijn verlangende wezens, zo wist Augustinus al. En hoop is kenmerkend voor een christelijk georiënteerd opvoedingsideaal. In de woorden van Psalm 78: opdat ze hun hoop op God zullen stellen en Zijn daden niet vergeten.

Nu zit hier meteen het grote probleem in het betoog van Hermsen. God is in haar mensvisie de grote Afwezige. Bij alle nadruk op verlies blijft buiten beschouwing dat de mens God kwijt is. In een recensie in Vrij Nederland wijst Carel Peeters op de bijna religieuze begrippen die Hermsen gebruikt. Hij laat het bij die constatering, zonder er veel consequenties aan te verbinden.

De religieus geladen taal in het essay is inderdaad opvallend; daarbij valt vooral het woord hoop op. Dat staat voor een nieuwe toekomst, waarbij de mens tot zijn bestemming komt. Mensen hoeven niet op de dood gericht te zijn, maar ze mogen zich richten op de belofte van een nieuw begin.

Voor het antwoord op de vraag waar die hoop vandaan komt, werpt Hermsen de mens echter op zichzelf terug. Hij moet zelf zijn toekomst scheppen, in samenwerking met andere mensen; dat wel. Het hopen op een betere wereld is echter uiteindelijk een utopie, een droombeeld. Daarom blijven mensen zwervers in deze wereld en in hun eigen leven. Dit zwerven voedt weliswaar de hoop om eenmaal thuis te komen, maar aan het einde van haar betoog laat Hermsen er geen twijfel over bestaan: een echte bestemming zal de mens nooit bereiken, want zo’n plek kan nooit aan zijn verwachtingen voldoen.

Pasen
Het essay van Hermsen laat onbedoeld scherp zien wat een toekomstvisie zonder Pasen inhoudt. Haar analyse van het menselijk bestaan is scherp en herkenbaar, maar doordat God afwezig is, wekt het betoog een diepe vervreemding. Mensen moeten hoop koesteren, maar aan alles is te merken dat het hopen is tegen de klippen op. Uiteindelijk blijft ze immers binnen de kaders van dit aardse leven. Verlangens vragen slechts hier en nu om vervulling.

Even schampt het betoog langs de kern van het opstandingsevangelie, als Hermsen zegt dat de mens verlangt naar vrijheid omdat hij het sterfelijke leven als eindig ontmaskert en er daarom aan voorbij wil streven. In dit verband haalt ze de Deense filosoof Kierkegaard aan, met zijn verlangen om het sterfelijke kwijt te raken. Het blijft in het betoog echter een zwerfsteen, te midden van een aards gerichte hoop.

Dit stelt christenen echter voor de vraag of zij wel vanuit Pasen leven. Alleen de opstanding van Christus is de garantie voor nieuw leven. Een leven dat niet op de dood is gericht, maar dat leeft van de belofte van een nieuw begin. Zoals de Emmaüsgangers in de ontmoeting met Christus nieuwe hoop krijgen. Wij hoopten dat Hij ons verlossen zou, zo klinkt het onderweg naar Emmaüs. Maar als de Opgestane Zich aan hen bekendmaakt, krijgen ze nieuwe hoop. De Heere is waarlijk opgestaan. Dat is geen utopie, maar werkelijkheid.

Refoermatorisch Dagblad 22-04-17
Auteur: Reporter Creer datum: 29-04-2017 19:52:46
‘Papa, hoe groot is de hemel?’

Het antwoord van christelijke topastronoom Heino Falcke

Toen zijn zoon Niklas 10 jaar was, stelde hij sterrenkundige Heino Falcke de volgende vraag: “Papa, hoe groot is de hemel?” “Wow, dat is een moeilijke vraag,” antwoordde hij. “Ik heb geen idee. Dat weet alleen God. Maar ik weet misschien wél hoe groot het heelal is.”

Prof. dr. Heino Falcke, die vorig jaar uitgebreid is geïnterviewd over zijn werk en zijn geloof door EO-Visie, schrijft hier vandaag over op zijn persoonlijke website. Een verkorte weergave van het gesprek tussen vader en zoon:

‘Oké, hoe groot is het heelal?’
“Heel groot. Laten we beginnen in onze eigen buurt. De afstand tussen Nederland en de maan is ongeveer 390.000 km. Stel dat je met je auto naar de maan toe kunt gaan. Dan moet je 135 dagen rijden, zonder één keer te stoppen om te rusten. Met een raket gaat het natuurlijk veel sneller. De astronauten hadden 40 jaar geleden maar 3 dagen nodig. En licht flitst binnen 1,3 seconde van de aarde naar de maan! Zelfs het licht heeft 8 minuten nodig om van de zon naar de aarde te komen. Maar de sterren zijn nog veel verder weg.”

‘Hoezo?’
“Kijk, elke ster is net zo’n zon als onze eigen zon. Sommige sterren zijn wel tienduizend keer helderder dan onze zon. Ze schijnen maar zwak, omdat ze zo ver weg zijn. Maar in werkelijkheid zijn ze ontzettend helder! De dichtstbijzijnde ster – Proxima Centauri – is 40 miljoen miljoen kilometer ver. Zelfs met de snelste raket die wij kunnen bouwen, heb je toch nog 75.000 jaar nodig om ernaartoe te gaan. Met je blote oog zie je maar 3000 sterren, maar in ons melkwegstelsel zijn er al meer dan 100 duizend miljoen sterren. Die staan gemiddeld op een afstand van ongeveer 30.000 lichtjaar van ons vandaan. Er zijn nog andere melkwegstelsels, met net zoveel sterren. Een ervan is erg dichtbij: het Andromeda melkwegstelsel – dat is maar 2,5 miljoen lichtjaar ver. Maar andere zijn miljarden lichtjaren ver weg.”

‘Waarom heeft God het heelal zo verschrikkelijk groot gemaakt?’
“Dat zou ik niet weten. Misschien zou God ons willen laten zien dat Hij, die alles geschapen heeft, nog veel schitterender en groter is dan zelfs dit ongelooflijk grote heelal.”

Prof. dr. Heino Falcke (1966, Keulen) is hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica en verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is bekend van zijn onderzoek op het gebied van zwarte gaten.

Tekst: Gert-Jan Schaap

Nederlands Dagblad 27-04-17
Auteur: Reporter Creer datum: 13-05-2017 15:49:05
Waarom grijpt de almachtige God niet in?

dr. J. Hoek

Hoe kun je het geloof in een almachtige, liefdevolle God volhouden waar het kwaad in de wereld alleen maar voortduurt? Breekt die belijdenis niet stuk op de harde realiteit?
JA
Laatst sprak ik met iemand die jaren geleden belijdenis van het geloof heeft gedaan, maar nu niet meer in God gelooft. Ik vertelde hem hoe we regelmatig in de eredienst zieke broeders en zusters aan de Heere opdragen in de gebeden, en hoeveel dit voor hen betekent. Hij haalde de schouders op. Ach, als die God almachtig is, dan hoeft Hij toch maar met de vingers te knippen om die mensen beter te maken? En waarom doet Hij dat dan niet?

Als God nu eens deze hele wereld met alle ellende in orde zou maken, dan is het toch veel makkelijker om te geloven. Maar dat zie je ondanks alle gebeden toch niet gebeuren? Hongersnoden, oorlogen, geweld, dodelijke ziekten gaan gewoon door.

Waar blijven we dan met ons geloof in een liefdevolle, almachtige God? God lijkt eerder onmachtig in deze wereld. Er mag zo veel ongestraft gebeuren. Denk alleen maar aan alle spot en hoon in de media met de Heilige. Of aan het martelen van onschuldigen, onder wie kinderen.

NEE
Het christelijk geloof zegt: om in deze wereld de almachtige God te zien, moet je allereerst bij het kruis van Golgotha zijn. Kijk, daar hangt onze God! De spotters –theologen en geestelijke leiders voorop– roepen dat Hij anderen wel heeft verlost, maar Zichzelf niet verlossen kan. Als de Christus, de Koning van Israël, van het kruis zou afkomen, dan zouden ze wel gaan geloven (Mark. 15:31). Een mens die vastgespijkerd is aan een kruis en dodelijk vermoeid, kan zichzelf onmogelijk redden.

Maar… de middelste Gekruisigde is de Zoon van God, de Heere der heerlijkheid zelf. Hij kan inderdaad zomaar van het kruis afkomen en in één klap alle spotters vernietigen. Dan zullen ze eens zien wie er echt de baas is en in werkelijkheid alle macht heeft. Jezus deed dat niet. De Almachtige knipte niet met Zijn vingers om alles in één keer goed te maken.

Wij weten niet uit onszelf hoe de Almachtige behoort te handelen. We zien in Jezus de weg die God kiest. Dit is kennelijk hoe de Almachtige het doet. Zo en niet anders is God de Almachtige onder ons, de Zoon die sprekend op de Vader lijkt. Wie Jezus aan het kruis ziet hangen in Zijn onmacht en weerloosheid, die heeft de almachtige God gezien. God is onder ons in het teken van het kruis. God is onder ons in concentratiekampen en gevangenissen, in martelcellen en gaskamers, in woestijnen vol uitgehongerde mensen, kortom in een wereld met ten hemel schreiend onrecht en ongeremde goddeloosheid.

De Koning van Israël, de Bruidegom van de Kerk, is de Gekruisigde. Zo is Hij op weg naar Pasen en naar een nieuwe hemel en aarde waarop gerechtigheid woont. Het valt voor ons niet mee om te leren God Gód te laten zijn – ook als Zijn weg duister is en onbegrijpelijk voor ons verstand.

Gods weg roept schrijnende waaroms op. Alleen aan de voet van het kruis beseffen we dat deze schijnbare onmacht van God Zijn liefdevolle overmacht is. Jezus wilde niet van het kruis af komen, en in die zin kon Hij het niet. Zijn macht liet het wel toe, maar Zijn liefde liet het niet toe. Hij wil Zichzelf niet verlossen uit de pijn omdat Hij bezig is anderen te verlossen. Stervende bewijst Hij de Messias te zijn. Zo is Hij dé openbaring van Gods liefde en trouw, tegelijkertijd van Gods heiligheid in Zijn toorn tegen de zonde, én van Gods overwinning over de dood en alle duistere machten.

DUS
Het is niet Gods onmacht die Hem parten zou spelen. Veel meer komen Zijn grote liefde en taaie geduld aan het licht. De satan zet alles op alles, omdat hij weet dat hij toch het onderspit delft. God kan zich inhouden omdat Hij weet dat Hij wint. Merkwaardig, de overpriesters en Schriftgeleerden in het Evangelie zeiden ongeveer hetzelfde als mijn gesprekspartner. „Kom af van dat kruis, dan zullen wij geloven.” En als dat nu eens werkelijk gebeurd was, zouden ze dan geloofd hebben? Nee, dan zouden ze verteerd zijn door Gods Majesteit.

Het is Gods liefde dat Hij nog altijd Zijn almacht inhoudt. Omdat het verlossingswerk nog altijd bezig is. Volbracht door de Zoon op Golgotha, maar nog werk in uitvoering door de Geest van Pinksteren. Als de Almachtige definitief orde op zaken stelt (”met de vingers knipt”), is het heden van de genade voorbij. Dan wordt er geen spottende moordenaar meer bekeerd, zoals eens op Golgotha.

Liefde is het, onuitputtelijk, goddelijke liefde eindeloos groot, waardoor tot op de dag van vandaag de boodschap van het Evangelie wereldwijd verkondigd wordt. Christus klopt aan de deur van zondaarsharten. Laat deze goddelijke liefde onze harten vermurwen en tot geloof en bekering brengen.

Reformatorisch Dagblad 12-05-17
Auteur: Reporter Creer datum: 6-06-2017 15:06:30
Savannah en Pinksteren

Prof. dr. A. Huijgen


Als vader van een dochter en als geboren Spakenburger raakt de dood van de veertienjarige Savannah me diep, schrijft Arnold Huijgen. Onvoorstelbaar wat haar ouders moeten meemaken. Wat een schok.
Zowel de dag voor Savannah’s vermissing als de dag voordat ze werd gevonden, was ik nog op honderd meter afstand van de vindplaats, bij het autobedrijf waar mijn broers werken. Ongelooflijk dat daar vlakbij een jong meisje levenloos is gevonden. Ik ken het dorp Bunschoten-Spakenburg genoeg om te weten hoe diep dit de mensen in de hechte gemeenschap die ‘ongs darp’ is, raakt. Verschillen als “rood” of “blauw” (de twee belangrijkste voetbalclubs), bij welke kerk je hoort of wie je familie is, doen er dan even helemaal niet toe.

Nu is Spakenburg een dorp waar veel mensen naar de kerk gaan. Mij trof het dat Savannah juist op Pinksteren gevonden is. Dat is de dag van de Geest, van het leven, van nieuwe bezieling en creativiteit, nieuw inzicht en een nieuwe toekomst. Alles wordt nieuw. Dat contrast is zo schril dat je je afvraagt of het wel allebei waar kan zijn. Is Pinksteren wel waar?

Toch vinden we ook in het Nieuwe Testament aanwijzingen dat het vernieuwende werk van de Geest nu juist temidden van de chaos en de ellende plaatsvindt. Het lijden van de huidige tijd weegt niet op tegen de heerlijkheid die ons geopenbaard zal worden, schrijft Paulus in Romeinen 8. Dat is kennelijk het werk van de Geest: mensen en de hele schepping richten op de redding die komt, dwars tegen de ervaring van lijden en zinloosheid in. De Geest bidt voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen, schrijft Paulus in datzelfde hoofdstuk. Zuchten hoort bij het werk van de Geest: verlangend zuchten naar de verlossing.

De herschepping die de Geest brengt, is niet het aanharken van een rozentuin, geen reparatie van wat foutjes of een kleine verbouwing van het huis. Alles moet compleet nieuw worden, en daarom begint herschepping vanuit het einde, vanuit het Koninkrijk van God. Het werk van de Geest vindt immers plaats in “de laatste dagen”.

Het nieuwe van de Geest moffelt dus het kwaad niet weg, maar ontmaskert het in het volle licht en laat zien hoe peilloos het kwaad is. Het kan niet gerepareerd worden, het moet helemaal vernieuwd worden.

Waar jonge meisjes worden vermoord, klinken bemoedigende woorden al snel hol. Alleen als alles nieuw wordt en doden levend worden, valt er wat te zeggen. Juist omdat het Pinksteren geweest is, heeft het zin om te bidden: Heer, ontferm u.

Prof. dr. A. Huijgen is hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij schrijft dit blog als lid van de onderzoeksgroep BEST.

Reformatorisch Dagblad 06-06-17




Auteur: Reporter Creer datum: 12-06-2017 14:56:49
Hervormde gemeente Vriezenveen geschokt door raplied

Anne Vader

Kleuters zingen het al: „Ik ben een kind van de duivel.” De kerkenraad van de hervormde gemeente in Vriezenveen is geschokt door de verhalen van ouders en leerkrachten over een lied van rapper Jebroer. De vier predikanten en negen jeugdouderlingen hebben de leden daarom een brief gestuurd.
Op de protestants-christelijke basisscholen in het dorp horen ze het nummer vaak, zegt jeugdouderling Niels Koerssen (26), initiatiefnemer van de brief. De tekst, op een melodie die lang in het hoofd blijft zitten, gaat de predikanten en jeugdouderlingen door merg en been, schrijven ze.

„Kinderen beseffen niet wat ze zingen, als ze letterlijk zeggen dat ze een kind van de duivel zijn”, denkt Koerssen. Volgens hem horen veel kinderen de hit van leeftijdsgenoten of via YouTube. „Christelijke jongeren krijgen anno 2017 sowieso alles mee wat er in de wereld gebeurt.”


De kerkenraad wijst op de hit waarin de Nederlandse rapper verwoordt dat hij een kind van de duivel is. De bijbehorende clip suggereert dat een tienerjongen met een pistool een einde aan zijn leven maakt, terwijl hij zingt: „Mama jij hoeft niet te huilen/ Feesten alsof elke dag hier mijn laatste is (...) Gooi drank en drugs over mijn kist/ Alles wat ik wou in het leven was dit.” Andere rapteksten van Jebroer zijn ronduit godslasterlijk.

Bewustwording
Vorige week viel de brief op de mat bij alle leden met kinderen tussen de 4 en de 18 jaar van de Vriezenveense PKN, die vier wijkgemeenten telt. „We willen ouders bewust maken van wat hun kind zingt.” De kerkenraad roept opvoeders ertoe op in gesprek te gaan, om kinderen aan het denken te zetten en hen weerbaar te maken. „Verbieden veroorzaakt alleen maar opstandigheid, zeker bij jongeren in de pubertijd”, licht Koerssen de toon van de brief toe. „De ervaring leert dat kinderen en tieners helemaal niet over de woorden nagedacht hebben als ouders hun vragen: Wat zeg je eigenlijk? Sommigen zeggen: Iedereen zingt het, waarom ik dan niet?”

Festival
De kerkenraad koos voor een brief om zo álle ouders te bereiken, vertelt Koerssen. Daar zat haast bij, want zaterdag treedt de 30-jarige rapper op bij een festival in Sibculo, een dorpje vlak bij Vriezenveen. Omdat daar veel jongeren heen gaan, vindt Koerssen dat de ouders vooraf op de hoogte moeten zijn.

Hij heeft niet de illusie dit soort liedjes met de brief uit de wereld te bannen. „Wat we willen bereiken is dat ouders zich bewust worden van wat er speelt en het gesprek aangaan met hun kinderen.”

Vanuit de gemeente komen positieve reacties. „Ouders zijn heel blij dat we als kerk stelling nemen en hen op de hoogte brengen.” Op sociale media wordt het bericht juist belachelijk gemaakt. „Dat laat zien dat het er niet makkelijker op wordt om uit te komen voor waar we voor staan. Toch is het belangrijk om als christen een tegengeluid te laten horen. Onze boodschap, het Evangelie, is van wezenlijk belang, ook voor onze kinderen.”


Reformatorisch Dagblad 12-06-17
Auteur: Reporter Creer datum: 16-06-2017 18:51:52
GKV-synode: Ruimte voor vrouwen als ouderling en diaken

De generale synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) ziet ruimte voor de openstelling van de ambten van ouderling en van diaken voor vrouwen.
Tot die conclusie kwam de kerkvergadering donderdag in Elspeet.
De synode stemde met 30 stemmen voor en 2 tegen voor de openstelling van het diakenenambt. Voor de openstelling van het ouderlingenambt stemden 23 afgevaardigden, negen synodeleden waren tegen.
De kerkvergadering besluit vrijdag over het al dan niet openstellen van het predikantsambt voor vrouwen. Ook komt dan aan de orde hoe de besluiten over de toelating van vrouwen in de ambten precies worden geïmplementeerd.
De synode behandelde donderdag een serie voorstellen, tegenvoorstellen en amendementen. Daarvan bleken uiteindelijk alleen enkele licht aangepaste voorstellen van de deputaten man, vrouw en ambt te kunnen rekenen op steun van de vergadering.
In een vroeg stadium sneuvelde al een tegenvoorstel van ds. C. van Dijk (Ommen) en J. J. van der Tol (Blija), die nadere studie vroegen naar onder meer de ambtsvisie, het hoofdschap van Christus over de man en van de man over de vrouw, de scheppingsorde en de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Er bleek in de vergadering onvoldoende steun om dit tegenvoorstel te bespreken.
Een tweede tegenvoorstel, van dr. M. van Loon (Dalfsen) en anderen, stelde geen ruimte te zien voor openstelling van de ambten van predikant en ouderling voor vrouwen. Wel wilden de indieners maximale ruimte zoeken voor vrouwen om taken te verrichten in het kerkelijke leven, onder meer door het ambt van diaken open te stellen en dit breder in te vullen. Bovendien zou aan vrouwen preekconsent verleend kunnen worden.
Dat dit voorstel het niet haalde, lag er vooral aan dat veel afgevaardigden het als vlees noch vis beschouwden. Ds. K. Harmannij (Best): „Het lukt ons niet om Schriftuurlijk te onderbouwen dat het ambt van ouderling of predikant gesloten moet blijven voor vrouwen.” Woordvoerder Avelien Haan van het deputaatschap man, vrouw en ambt stelde dat het voorstel-Van Loon een tussenstap zou vormen. Zij bepleitte het overnemen van het deputatenvoorstel om alle ambten te openen en om te zoeken naar een gefaseerde invoering van de genomen besluiten.
Een aanvullend besluit, voorgesteld door ds. Harmannij, werd ook niet overgenomen door de vergadering. De predikant bepleitte ruimte voor het loslaten van de traditie om alleen mannen te benoemen tot ambtsdrager en vrouwen „categorisch van alle ambten uit te sluiten”. Er was kritiek op de formulering dat het een „traditie” zou zijn om alleen mannen in de ambten te benoemen. „Dit doet geen recht aan dat de opvatting dat alleen de man in de ambten mag dienen, volledig op de Schrift is gegrond”, aldus ouderling Van der Tol.
De synode stemde aan het einde van de middag na korte bespreking in met het deputatenvoorstel om vrouwen toe te laten tot het diakenenambt. De rest van de vergadering, die tegen 10 uur ’s avonds afgerond werd, ging op aan besprekingen over het toelaten van vrouwen tot het ambt van ouderling. Anders dan bij het diakenenambt, waarbij 30 van de 32 afgevaardigden voor opening daarvan waren, hadden synodeleden meer kanttekeningen bij de openstelling van het ambt van ouderling. Ds. M. E. Buitenhuis (Burgum): „Ik blijf het gevoel houden dat in het deputatenvoorstel een kleinere lijn uit de Bijbel tot een grote lijn gemaakt wordt. Ik zie een duidelijke lijn dat mannen geroepen worden tot priester, profeet, apostel. En een kleinere lijn van bijzondere taken voor vrouwen, maar nergens lees ik dat ze worden geroepen tot priester, profeet, apostel of oudste.”
Een aantal synodeleden dreigde aanvankelijk tegen het deputatenvoorstel te stemmen, omdat ze de onderbouwing vanuit de Schrift onvoldoende vonden. De deputaten kwamen daarop na een korte schorsing met een tussenbesluit als onderbouwing van de daarna volgende besluiten over ouderling en predikant. Daarbij werd gebruikgemaakt van de inbreng van preses ds. M. H. Oosterhuis, die in een eerder stadium een door hem ingediend amendement had ingetrokken waarin juist deze onderbouwing werd geleverd. Dit tussenbesluit werd aangenomen met 23 stemmen voor, 7 tegen en 2 onthoudingen. Daarna werd meteen gestemd over vrouwelijke ouderlingen. Hier stemden 23 afgevaardigden voor en 9 tegen.

Reformatorisch Dagblad 15-06-17
Auteur: Reporter Creer datum: 28-06-2017 13:14:57
Faraidoun Fouad: 'Voor geloof is geen bewijs nodig'

Machteld Meerkerk


Faraidoun Fouad uit Rotterdam vluchtte bijna twintig jaar geleden van Irak naar Nederland. Hij was moslim, maar is nu christen en brengt als voorganger en evangelist andere Koerden met het evangelie in aanraking. Ook is hij tolk, bijvoorbeeld bij rechtszaken en in kerkdiensten. ‘Het is mijn grootste geluk als ik mijn naasten gelukkig kan maken.’
gezondheid
‘Ik ben 42 jaar oud en gebruik geen medicijnen. Ik sport veel. Vooral op de maandag, mijn vrije dag. Dan ga ik hardlopen. Op woensdag wandel ik vaak met mijn vrouw en op vrijdag ga ik zwemmen. Ik doe dat heel bewust, want Paulus schrijft dat het goed is om in je lichaam te investeren. Meestal ben ik geestelijk bezig. Ik ben voorganger en evangelist en werk ongeveer 70 uur per week voor de stichting Home for Kurds, die ik met mijn vrouw heb opgericht. We willen met ons team Koerden in aanraking brengen met het evangelie, onder andere via een inloophuis, waar ze welkom zijn. Ik preek, geef lessen, begeleid en coach mensen en bereid alles voor. Via de technologie begeleid ik ook andere gelovigen, wereldwijd, die in andere landen sleutelposities hebben.’
geloof
‘In Nederland kwam ik in aanraking met het christelijk geloof, door mensen die mij opzochten in het asielzoekerscentrum. Ik was moslim, om politieke redenen vluchtte ik in 1998 uit Irak naar Nederland. In het begin deed ik lelijk tegen de christenen, maar ze bleven komen. Toen heb ik ontdekt dat ik een zondaar ben. De enige die mij kon redden, was Jezus Christus. Ik heb hem aangenomen als verlosser en mijn leven aan Jezus gegeven. God bracht een christelijk gezin op mijn pad, waar ik kon wonen. Daar ging mijn geloof groeien. Ook heb ik een theologiestudie gedaan. In 2002 kreeg ik een roeping om me in te zetten voor mijn eigen volk, de Koerden. Ik begon met evangeliseren. In 2007 richtte ik samen met mijn vrouw de stichting Home for Kurds op. Toen er meer mensen tot geloof kwamen, begon ik met kerkdiensten en Bijbelstudies. Voor het geloof is geen bewijs nodig. Aan God twijfel ik nooit.’
geld
‘Voor ons werk bij Home for Kurds krijgen mijn vrouw Wesselien en ik elke maand een vast inkomen. Dat wordt mogelijk gemaakt door giften aan de stichting. Daarnaast ben ik zzp’er. Ik neem graag vertaalklussen aan, ter ontspanning. Rijk word ik er niet van, maar ik kan de auto ermee betalen. We wonen in een huurhuis. Ons inkomen gaat verder naar de gewone kosten van ons gezin met vier kinderen. We zijn blij met wat God ons heeft gegeven. Als ik iets moet noemen wat ik graag voor mezelf koop, denk ik aan mooie schoenen. Soms krijg ik kleding van anderen, die draag ik gewoon, maar zelf iets uitkiezen is ook fijn. Eens in de twee maanden gaan we als gezin uit eten. Ik reis voor mijn werk regelmatig naar het buitenland en als ik dan terugkom, of juist voor ik wegga, vinden we het fijn om dit met elkaar te doen.’
geluk
‘Als ik mijn vrouw en kinderen gelukkig zie, ben ik ook gelukkig. Ik geniet van de momenten waarop we met z’n allen gezellig bij elkaar zijn. Het is mijn grootste geluk als ik mijn naasten gelukkig kan maken. Dat kan alleen wanneer zij in Jezus Christus geloven. Dus vertel ik graag over hem. In Nederland zie ik veel mensen voor wie het leven draait om zonden en om eigenbelang. Dat maakt me echt ongelukkig, net als de slechte dingen die ik zelf doe.’
P.S. ‘Wat niet veel mensen van mij weten, is dat ik thuis nooit kook. In ons inloophuis doe ik dat regelmatig en voor grote groepen, maar thuis zorgt mijn vrouw altijd voor het eten.’

Nederlands Dagblad 27-06-17
Auteur: Reporter Creer datum: 19-07-2017 22:33:24
Bijbels zorgen voor rust in Surinaamse cel


Gevangenen in Suriname brengen de meeste tijd door in hun cel. Daardoor hebben ze veel tijd om de Bijbel te lezen.

Rick Moeliker

‘Er is vaak geen plaats om te slapen, zelfs niet voor een hangmat. De ratten schieten over de vloer en het is er ronduit vies.’ Het Surinaams Bijbelgenootschap wil levens veranderen van gevangenen en dorpelingen die in het duister leven.
Paramaribo – Haarlem
Erbarmelijk. Zo omschrijft Erny van Axel de omstandigheden in de Surinaamse gevangenissen. Hij deelt er bijbels uit. De programmacoördinator van het Surinaams Bijbelgenootschap is samen met directeur Paul Doth te gast bij het Nederlands Bijbelgenootschap in Haarlem. ‘Er is vaak geen plaats om te slapen, zelfs niet voor een hangmat. De ratten schieten over de vloer en het is er ronduit vies.’
Gevangenzitten in Suriname is geen pretje. Kom je weer vrij, dan is de kans groot dat je door banden met vrienden en familie weer in je oude zonden vervalt.

Nederlands Dagblad 18-07-17
Auteur: Reporter Creer datum: 17-08-2017 15:16:32
‘Vissers, die weten wat zingen is’

Rick Moeliker

Urk trekt deze maanden honderden toeristen die samen zingen in de zomer. ‘Mensen komen hier om samen iets te proeven van vroeger en het geloof te beleven in een volle kerk.’

Urk

Lange rijen. Die zie je in Nederland enkel voor een voetbalstadion of een winkel waarvoor de fans van Apple-producten staan te smachten naar hun nieuwste speeltje. Zo niet op Urk. Daar staan ze voor de kerk. Elke woensdagavond in de zomer trekken zangliefhebbers door de straten van het vissersdorp, op weg naar de gereformeerde Bethelkerk. Het slotconcert wacht na een dagje zingen op het voormalig eiland. ‘Urk is de parel van Flevoland’, zegt Joost Eikelenboom, betrokken bij de organisatie. ‘Maar vooral het koraaleiland.’ Hij doelt hierbij niet op de aanwezigheid van dit schaarse natuurschoon in het IJsselmeer, maar op de Urker zangtraditie. ‘Vissers, die weten wat zingen is. Dwars tegen de storm in. Met het hart en een krachtig stemgeluid.’
visserskielen
Het Urker mannenkwartet heeft daarom geen microfoon nodig. Gekleed in visserskielen schallen de stemmen door het gebouw, begeleid door pianist Gerwin van der Plaats. Even later neemt hij plaats achter het orgel en trekt de registers eens goed open om de klank van het instrument niet te doen vervagen in wat met recht samenzang heet. ‘Dit zijn de krenten in de pap’, zegt de musicus na afloop. ‘Vaak speel je voor hoogstens honderd man. En dan nu duizend mensen begeleiden.’
Zingen in de zomer betekent op Urk veertig dagen zingen in juli en augustus. Elke werkdag wordt er een uurtje gezongen in het Kerkje aan Zee. Het programma is vrij. De bezoekers geven zelf aan wat ze graag willen horen. Met stip op één: Lichtstad met uw paarlen poorten. Niet verrassend, vindt Jan de Boer. Hij staat aan het hoofd van het organiserend comité. ‘Lichtstad is het volkslied van Urk.’ Volgens Katwijker Jan van der Bent geldt dat niet alleen voor Urk. ‘Bij ons op het dorp geldt het ook als volkslied. Zingen op zo’n bevlogen wijze hoort bij alle vissersdorpen.’ Van der Bent bezoekt het zingen in de zomer op Urk regelmatig. Dat geldt voor de meeste bezoekers. Jaap Heeringa komt al dertig jaar vanuit Leeuwarden elke zomer naar Urk. ‘Dit werkt zo ontzettend inspirerend. Ik zit vaak maar met dertig of veertig mensen in de kerk. Dan durf je nauwelijks te zingen. En dan dit.’ Terwijl hij een traantje wegpinkt vult Eikelenboom hem aan. ‘Veel mensen komen hier om weer iets te proeven van vroeger, hoe ze samen in een volle kerk het geloof beleefden.’

hoogtepunt


De woensdag vormt elke week het hoogtepunt. Het zingen vindt dan ’s middags niet plaats in het Kerkje aan Zee, maar in de Bethelkerk, die een stuk groter is. Daarna volgt een orgelconcert, deze woensdag verzorgd door Martin Zonnenberg. Iedereen kan hierbij vrij in- of uitlopen. Zonnenbergs collega Minne Veldman telt de aanwezigen. ‘Het zijn er nu 207. Zet maar 250 in de krant hoor, zoveel komen er nog wel.’
De dag wordt afgesloten met een concertavond. Een van de tien Urker mannenkoren werkt mee aan zo’n avond. Deze keer is de beurt aan Crescendo. Ook zij zijn volledig gestoken in visserskleding en passen nog maar net in de uitpuilende kerk. Wie er niet meer bij kan, hoeft niet onverrichter zake naar huis. In het Kerkje aan Zee staat een scherm opgesteld. Wordt het echt druk, komt er ook nog een scherm op het plein voor de kerk. Geen voetbal, maar zingen dus. Wie hier een weekje rond zou lopen, zou werkelijk niet meer geloven dat Nederland seculier is. De Boer legt uit dat het de bedoeling is bezoekers, die vanuit het hele land komen, te bemoedigen. ‘Mijn vader is hier 43 jaar geleden mee begonnen. Er kwamen veel toeristen naar Urk maar ze troffen enkel dichte kerkdeuren. Daarom begon hij op een zaterdag in de zomer met zingen in de kerk.’

vrijwilligers

De Boer wordt bijgestaan door 230 vrijwilligers, onder wie Jappie en Liesbeth Muizelaar. Ze reizen elke dag vanuit het Friese Bakhuizen naar het vissersdorp. Ze vervullen de rol van koster en kennen bijna alle bezoekers. De afgelopen tien jaar misten ze maar drie middagen. Ze komen graag op Urk. ‘De mensen hier zijn ontzettend gastvrij.’
Toch zijn de meeste bezoekers geen Urkers. ‘Ze laten het over aan de toeristen.’ Buiten de kerk staat een bord, waarop bezoekers een briefje met een stelling kunnen plakken. Naar het idee van Maarten Luther. Stellingen zijn het vaak niet. Wensen. Oproepen. ‘Jezus komt spoedig. Bekeert u!’ Maar vooral dankwoorden. ‘Heel veel dank voor deze prachtige avond. Een stukje hemel op aarde.’

Nederlands Dagblad 17-08-17
Auteur: Reporter Creer datum: 9-09-2017 13:49:18
Waarom hebben moslims zo’n moeite met de christelijke Bijbel?


Op welke specifieke problemen stuit een Bijbelvertaler die het woord van God voor moslimgroepen vertaalt?
Op dit soort vragen gaf oud-zendingswerker en Bijbelvertaler drs. C. J. van Linden vrijdagavond antwoord tijdens een symposium ter gelegenheid van de verschijning van zijn boek ”De kronkelweg naar het dorp”.
Het symposium, georganiseerd door uitgeverij De Banier en Zending Gereformeerde Gemeenten (ZGG), had als thema ”Moslims en de Bijbel; een ongemakkelijke relatie”. Drs. Van Linden was van 2000 tot 2012 voor de ZGG in Guinee werkzaam als Bijbelvertaler en alfabetiseringswerker onder de Mogofin-bevolking.
Hij behandelde in zijn lezing de bijzondere uitdagingen voor een vertaler in een islamitische context. Hij moet immers rekening houden met de diepgewortelde weerstand en struikelblokken voor moslims met betrekking tot de christelijke Bijbel.
Wantrouwen
De oud-zendingswerker, die momenteel klassieke talen doceert, noemde drie struikelblokken: de reputatie van christenen, de inhoud van de Bijbel en het boek zelf in zijn vormgeving.
Er bestaat volgens Van Linden bij moslims een terecht wantrouwen ten opzichte van christenen vanwege de slechte ervaringen uit het verleden (bijvoorbeeld de kruistochten) of doordat zij zogenoemde naamchristenen ontmoeten met een onzedelijke levensstijl.
De christelijke boodschap dat God een eeuwige Zoon heeft, is voor moslim daarnaast onverteerbaar, temeer omdat Deze in hun visie is voortgekomen uit een geslachtsgemeenschap van God met Maria. Om deze redenen vervingen sommige Bijbelvertalers de term ”Zoon van God” met ”Messias” of ”Gods uitverkorene”.
Van Linden benadrukte het belang van een verantwoorde vormgeving van Bijbeluitgaven. „Een Bijbel die in de uiterlijke vormgeving teveel christelijke symboliek bevat, ziet een moslim als propaganda. Daarom liever geen kruis of andere expliciet-christelijke symbolen. Decoratieve omlijsting rond de tekst en arabeske figuren op de kaft verhogen de aanvaardbaarheid van de Bijbelvertaling,” aldus Van Linden.
Hij ging ook in op de methodes die hij gebruikte bij het vertalen voor de Mogofin. Het feit dat bewust een moslim als collega-vertaler was aangetrokken, hoeft niet beangstigend te zijn. „Een moslim heeft grote eerbied voor een heilige tekst en voelt het gewicht van een betrouwbare vertaling. Hij wordt niet gehinderd door kerktaal en voelt precies aan waar de Bijbeltekst schokt of schuurt.”
Wie voor moslims vertaalt, kan gerust bij het Oude Testament beginnen, omdat de oudtestamentische wereld voor moslims vertrouwd is. In het Mogofin-project werd eerst het boek Ruth vertaald, omdat het thema van gastvrijheid voor vreemdelingen aansluit bij de islamitische cultuur, aldus Van Linden.
Drs. J. H. C. Kooijman, missioloog en toeruster bij ZGG, zei in zijn lezing ”Zending onder moslims; mogelijkheden, drempels en onze roeping” dat zending onder moslims een Bijbelse opdracht is. Naar het zendingsbevel moet aan álle volken het Evangelie worden verkondigd. De reden waarom er onder de niet-bereikte volkeren relatief zoveel moslimvolken zijn, is dat islamitische landen vaak in oorlogsgebieden liggen en landen zijn met gesloten grenzen en culturen.
Kooijman vertelde hoe de ZGG al vanaf 1991 in het overwegend islamitisch Guinee zending bedrijft. „Bijbel en moslim, een ongemakkelijke relatie? Ja, maar deze bevolen relatie staat wel onder de belofte en is daarom een belóófde relatie,” aldus Kooijman.
De Iraakse vluchteling Naramsin Awdisho legde uit welke rol dromen bij moslims kunnen spelen in relatie tot de Bijbel. Awdisho is een Assyriër uit Irak en was zelf geen moslim. In 1997 vluchtte hij met zijn ouders en andere gezinsleden. Zijn ouders kregen na zeven jaar een verblijfsvergunning. Meermalen kreeg hij dromen waarin een stem klonk: „Bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij.”
Via internet ontdekte hij dat deze zin in de Bijbel stond. Eerst begon Awdisho in een Bijbel in Gewone Taal te lezen, maar later kreeg hij een Statenvertaling met kanttekeningen, die volgens hem veel beter aansloot bij zijn diepe ontzag voor de heilige tekst. Vanaf die tijd hielden de dromen op.
Awdisho weet dat er moslims zijn die dromen krijgen waarin Jezus voorkomt. Hij gelooft dat dromen gebruikt kunnen worden om tot het Woord van God te leiden. Hij wil dromen daarom ook niet veroordelen, mits deze tot de Bijbel leiden en niet een doel op zichzelf worden.

Reformatorisch Dagblad 09-09-17
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier