Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Freek
Creer datum:
29-10-2016 12:58:24
ISIS
Wanneer stopt dit mensonterend gebeuren ?
Auteur: Freek Creer datum: 29-10-2016 12:59:25
Jezidi's geloven niet meer in een toekomst in Irak


Jan van Benthem

De genocide van ISIS tegen de jezidi’s lijkt geslaagd, zelfs als ISIS wordt verslagen. ‘Hier is voor ons geen toekomst meer’, zeggen leiders. ‘Verzoening, dat is een illusie.’ Maar sommige jezidivrouwen vechten terug. ‘Zij verkrachtten ons, wij doden hen.’

Stilte. Totale stilte, op een zacht heen en weer wiegend plakkaat van de Internationale commissie voor vermiste personen na. Niet meer dan wat dun gaaswerk beschermt de massagraven waar de inwoners van Hardan liggen. Allemaal, op de meisjes en jonge vrouwen na die als roofwaar zijn meegesleept en op de seksslavenmarkt verkocht.

Zo ziet genocide er uit. Een reeks brokkelige heuveltjes van lichamen die ISIS met bulldozers bij elkaar heeft geduwd en bedekt met een dun laagje aarde. Hier en daar een dekkleed, waar de beenderen onbeschermd aan de oppervlakte lagen.

Op de achtergrond het dorp, volledig verlaten.

De graven liggen pal naast een kruising, de plek waar ISIS de vluchtende inwoners van Hardan opwachtte en vermoordde.

Maar ze vluchtten niet voor ISIS.

Ze vluchtten voor hun Arabische buren.

Het is dit verhaal dat in gesprekken met jezidi’s telkens terugkeert, van politieke leiders tot bevrijde seksslavinnen, dat de toekomst van de jezidi’s zo onzeker maakt. ISIS kan worden verslagen en verdreven, maar het waren hun buren die hen het eerst hebben verraden.

En het is dit verraad dat het sinistere genocideplan van ISIS tot zo’n succes maakt.

Twee jaar geleden zette de moord op duizenden jezidi’s de knop om in Washington en daarna ook in andere westerse hoofdsteden. Toen ISIS oprukte naar vijftigduizend jezidivluchtelingen op het Sinjargebergte, om hen daar allemaal te doden, grepen eerst de Verenigde Staten, en later ook andere westerse landen als Nederland, in met luchtacties. Koerdische pershmergastrijders wisten een weg te banen naar de vluchtelingen op het gebergte, zodat ze naar veilige plekken konden gaan.

De coalitie tegen ISIS die ontstond, valt de terreurbeweging nu breed aan, in en rond Mosul. Maar de jezidi’s zijn met een uiterst dubbel gevoel achtergebleven. De moslimgeestelijken in de regio hebben zich nauwelijks uitgesproken tegen de moorden en verkrachtingen die ISIS heeft begaan, zeggen vooraanstaande jezidivertegenwoordigers. Ook hun positie is nog steeds zo onveilig, dat ze zich alleen volledig willen uitspreken als hun naam niet wordt vermeld.

‘Er is geen enkele fatwa die geweld tegen de jezidi’s heeft veroordeeld’, vertelt een van hen, tijdens een bijeenkomst in Duhok met de Nederlandse ambassadeur in Irak. ‘Ook Koerdische mullahs hebben het over jezidi’s en christenen nog steeds als takfir, ongelovigen. Het was niet ISIS die ons als eerste doodde, het waren onze buren. Zij waren de slapende cellen. Toen ISIS kwam, stonden zij klaar om toe te slaan.’

angst

Als we doorvragen, wordt het beeld alleen maar zwarter: ‘Iedere keer als een mullah oproept tot gebed of tegen de jezidi’s preekt, leidt dat tot angst onder de jezidi’s voor een nieuwe aanval.’ Een vreedzaam samenleven is volgens hem en anderen een gepasseerd station: ‘Daar praat de VN wel over, maar als ik dat voorleg aan de mensen uit Sinjar (het kerngebied van de jezidi’s, waar ook veel Arabieren wonen, JvB) – hoe kan ik dat doen als ik weet dat hun buren en hun religieuze leiders dit hebben gedaan. En die hebben tot nu toe geen enkel teken van berouw getoond, niets. Wie praat over een ‘vreedzame samenleving’, sorry, dat is een droom, een illusie.’ Het is een heftige uitspraak – deze man was verschillende keren minister in de KRG, de Koerdische regionale regering van de Koerdische autonome regio in Noord-Irak.

Zelfs nu de aanval op Mosul is geopend, waar ISIS nog enkele duizenden jezidi’s gevangen houdt, is er geen aandacht voor deze groep. Mensenrechtenactivisten klagen dat er ‘geen plan is om deze mensen te redden, niemand vraagt zelfs maar waar ze zijn’, meldt ook de Britse The Guardian.

Toch zijn er wel meisjes gered, door zogenaamde ‘bemiddelaars’ – mannen die losgeld van de familie verzamelen en overbrengen aan ISIS. Vier van deze meisjes willen wel praten over wat zij denken van hun toekomst, in het opvangcentrum in Duhok, dat door Nederland wordt ondersteund. Wat ze hebben doorgemaakt, is een bekend en gruwelijk verhaal. Hun ouders hebben (met steun van de Koerdische overheid) tienduizend dollar per meisje aan ISIS moeten betalen om hen uit de seksslavernij vrij te kopen. Een toekomst in hun oude jezididorp zien ze niet meer. ‘Bijna alle mannen uit mijn dorp, Kocho, zijn door ISIS vermoord. Er zijn daar alleen nog maar graven om naar terug te gaan’, zegt Bushra, die bang is wat er met de andere vrouwen zal gebeuren die nu nog in Mosul zijn. Zelf wil ze weg, naar Europa. Het maakt niet uit welk land, ‘zolang er maar een jezidigemeenschap is’. Noal is concreter: ‘Duitsland, want daar is mijn zus al; en veel andere jezidi’s. En ik wil wel jezidi kunnen blijven.’ Busra legt de stellige keuze van alle vier uit: ‘Ja, het is hier echt voorbij. Door wat er met ons gebeurd is. En doordat het niet de eerste keer is. Dit is de 74e keer dat de Arabieren hebben geprobeerd de jezidi’s uit te roeien! En deze keer kwam dat niet door invallen van buitenaf, maar begonnen de buren in de Arabische dorpen om ons heen. Het zijn onze buren – die zijn niet meer te vertrouwen.’

vrouwenbrigade

Toch is ook een radicaal ander antwoord mogelijk, blijkt dezelfde dag, bij de tempel van Lalish, het belangrijkste religieuze centrum van de jezidi’s. Iedere herfst komen duizenden pelgrims naar deze plek. Het is zó druk op de weg naar de tempel, dat het onmogelijk is, door te rijden. Het zou een ‘ingetogen feest’ zijn dit jaar, is ons verteld, maar daarvan is weinig te merken op het pad naar boven. De vrouwen en jongens lopen er vol vertrouwen rond: deze plek is ondanks aanvallen van ISIS intact gebleven en staat daardoor nog sterker centraal in hun beleving als jezidi.

Vlak bij de tempel staan jezidi-peshmergastrijders klaar om eventuele aanvallers tegen te houden. Voor een belangrijk deel zijn het vrouwen van de ‘Vrouwen van de zon’-brigade van Khatoon Khider, vroeger in de regio beroemd als zangeres Xate Shingali. Vroeger: dat is vóór haar buren de vrouwen in het dorp verraadden aan ISIS, en zijzelf met andere jezidivluchtelingen elf dagen zonder eten en drinken op het Sinjargebergte doorbracht, in de intense zomerhitte, terwijl ISIS beneden wachtte om hen te doden. Ze zag hoe moeders hun jonge kinderen van de rots wierpen, om hun langzame sterven maar niet te hoeven meemaken.

Nu kijkt ze streng, maar trots toe hoe haar vrouwen de cameratas doorzoeken. We mogen verder, maar alleen nadat Khatoon samen met haar plaatsvervangend commandante Adiba Sido op de foto is gezet. De achterliggende boodschap is zo stevig als Khatoon in haar gevechtslaarzen staat: wij gaan hier niet meer weg. Het motto van haar vrouwenbrigade is kort en krachtig: ‘Zij verkrachtten ons. Wij doden hen.’

begraven

Het contrast tussen de stelligheid van Khatoon en de werkelijkheid van de massagraven is schrijnend. Trefor Williams van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen ICMP legt die in Erbil op het Nederlandse consulaat nog eens hard en duidelijk op tafel. Ruim twee jaar na de moord liggen alle slachtoffers nog steeds ongeïdentificeerd in deze massagraven – op z’n best bedekt met een beetje aarde en wat kleden, vaak volledig onbeschermd aan de oppervlakte. De verspreide beenderen mogen niet eens bijeen worden verzameld, – want de Koerdische en de Iraakse autoriteiten zijn het oneens over wie er zeggenschap heeft over de nu grotendeels verlaten gebieden van de jezidi’s. ‘Het is zó pijnlijk voor de nabestaanden’, zegt Williams. ‘Het is menselijk gezien onaanvaardbaar. Bovendien wordt het ook een juridisch probleem. Dag na dag gaan de lichamelijke resten verder achteruit, vooral die aan de oppervlakte liggen, en wordt het verzamelen van bewijzen tegen de daders moeilijker. Het is zó frustrerend.’

Is er een toekomst voor deze kwetsbare minderheid, als ISIS straks zal zijn verdreven? Of zal de terreur van ISIS en het verraad van hun Arabische buren uiteindelijk succes hebben en verdwijnt de jezidigemeenschap uit haar oorspronkelijke hartland? Alleen echte daden van de Koerdische en Iraakse autoriteiten kunnen het verschil maken, samen met de resolute vastbeslotenheid van jezidi’s als Khatoon Khider. Haar antwoord op ISIS spreekt aan, zelfs bij zwaar getroffen slachtoffers: ‘Als ik ISIS blij zou maken door nu te vertrekken, dan blijf ik!’, zegt Bushra. Het is de enige reden die ze kan bedenken.

Sommige namen zijn om veiligheidsredenen gefingeerd. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

terug tot noach
De jezidi’s zijn een eeuwenoude etnische en religieuze minderheid, die zijn hartland heeft in de regio Sinjar (Shingal in het Koerdisch) in Noord-Irak.

De exacte aantallen zijn niet bekend, omdat door eerdere genocidepogingen door moslimgroeperingen de jezidi’s erg verspreid zijn geraakt, maar in Irak spreekt men over ongeveer 700.000 tot 1,2 miljoen jezidi’s over de hele wereld.

Volgens de jezidi’s gaat hun religie terug tot de tijd van Noach; ze kennen zowel de doop als de besnijdenis.

Ze hebben geen heilig boek: de religie is verwoord in ongeveer 140 gedichten, met in totaal ruim 4000 verzen die van generatie op generatie mondeling zijn doorgegeven. Inmiddels is een groot deel daarvan nu wel op schrift vastgelegd.


Nederlands Dagblad 29-10-16
Auteur: Reporter Creer datum: 5-12-2016 15:53:38
‘Toen ze daarmee dreigden, bekeerde ik me tot de islam’


Henrique Staal

Ruim twee jaar leefden Ismail Ibrahim Matti (16) en zijn moeder Jandark Behnam Mansour Nassi (55) onder de terreur van ISIS in de Iraakse stad Mosul. Nu wonen ze in Erbil, in de Iraakse Koerdische Autonome Regio. ‘Mijn zoon werd door ISIS gedwongen de islam aan te hangen, en ik werd gemarteld omdat ik niets wist over de islam en de Koran’, zegt moeder Jandark. Ismail: ‘Onze bevrijding was het allermooiste moment sinds jaren.’
Erbil

‘We waren ontzettend blij toen we hoorden dat bevrijders optrokken naar Mosul, waar we bijna twee jaar lang gevangenzaten. We hoopten dat we eindelijk bevrijd zouden worden van de terreur van ISIS’, zegt Ismail Ibrahim Matti. Kortgeleden wist hij samen met zijn moeder Jandark Behnam Mansour Nassi te ontsnappen uit Mosul. In Erbil worden ze bijgestaan door Louis Khno van de christelijke Assyrisch-Iraakse mensenrechtenorganisatie Hammurabi. Ismail en Jandark kijken terug op de tijd die ze doorbrachten in de macht van de terroristen van ISIS. ‘Nu ik eindelijk vrij ben, wil ik Irak zo snel mogelijk verlaten’, zegt Ismail, ‘want hier is geen toekomst. Al mijn familieleden zijn al uit Irak vertrokken.’

voor mijn ogen

‘Mijn moeder en ik waren thuis in Bartella’, vertelt Ismail. ‘Op een ochtend werden we wakker en bleek dat ISIS de stad had ingenomen. We probeerden nog te ontkomen, maar de jihadisten beroofden ons en voerden ons mee naar Mosul.’

‘Ik was heel bang’, vertelt moeder Jandark. ‘Onze namen werden opgeschreven, we hadden geen idee waar we waren en wat er met ons zou gebeuren. We waren afgesloten van de buitenwereld. Kort daarna kregen we toestemming terug te keren naar Bartella, maar bij een wachtpost moesten we de islam belijden. We weigerden. Mijn zoon, toen veertien, werd opgesloten.’

‘Ik zat in de gevangenis van Bartella’, beaamt Ismail. ‘Op een dag schoten de jihadisten voor mijn ogen een shiiet dood. Tegen mij zeiden de terroristen: ‘‘Als jij je niet bekeert tot de islam, schieten we jou ook dood.’’ Toen bekeerde ik me tot de islam. Vanaf die tijd verzwegen we dat we christen zijn.’

Ismail kwam vrij. Samen met zijn moeder werd hij overal naartoe ­gesleept, van Bartella naar verschillende wijken in Mosul en naar het dorpje Bazwaya, op een steenworp afstand van Mosul.

‘We kregen van ISIS een papier waarop stond dat we moslim waren’, vervolgt Ismail. ‘Daarmee kon ik in Mosul de straat op, maar je was je leven daar niet zeker. Mannen sloegen mij in elkaar omdat mijn broek te lang was. Op een vroege ochtend was ik met jihadisten op weg naar de moskee, toen we moesten stoppen. Er liepen mannen in oranje pakken voorbij, onder schot gehouden door ISIS-kinderen. Even later executeerden zij met plezier de mannen.’

Een andere keer stuitte Ismail op een menigte mensen. Een vrouw was aan handen en voeten gebonden. ‘Terroristen van ISIS tekenden een cirkel om haar heen. Als ze daarbuiten zou kunnen komen, mocht ze blijven leven. Maar dat was onmogelijk doordat ze vastgebonden was. Terwijl familieleden huilden en smeekten om gratie, stenigden de jihadisten haar.’

De jonge Irakees moest naar een heropvoedingskamp. ‘Ik moest mijn haar laten groeien en m’n baard laten staan. Mijn moeder kreeg een zwart, verhullend gewaad, maar mocht de straat niet op. ISIS-strijders wilden dat ik ging trouwen, dan zou ik een van hen zijn. Ik wierp tegen dat ik nog jong was: vijftien jaar. Ze waren niet onder de indruk, want zelfs jongens van dertien jaar trouwen al. De terroristen wilden dat ik me bij hen zou aansluiten. ‘‘Onze staat zal alles overleven’’, zeiden ze overtuigd.’

lange naalden

‘Ik moest bidden met ISIS-strijders’, vertelt Ismail. ‘Op een gebedskleed kon ik Allah aanroepen. Mannen waren verplicht op vrijdag te bidden in de moskee. Wie op straat liep tijdens het vrijdaggebed, werd in elkaar geslagen. In de moskee werd verteld dat Assyriërs slecht zijn, en dat christenen niet goed geloven. Mijn moeder moest thuis bidden. ‘‘Jajaja’’, beloofde ze de jihadisten, maar ze bad in werkelijkheid níét tot Allah.’

Toen ontdekten ISIS-strijders bij ­Ismail een ketting met een kruis, een teken dat hij christen is. ‘Ze sloegen me in elkaar en ik moest een maand lang de Koran bestuderen. Toen ik daarna hun vragen niet goed kon ­beantwoorden, kreeg ik klappen. En mijn moeder werd met lange naalden gestoken omdat ze niets uit de Koran had geleerd.’

‘Op een dag hoorden we dat Qaraqosh was bevrijd en dat bevrijdingstroepen de jihadisten uit Bartella hadden verjaagd. Kort daarop begonnen de luchtaanvallen op Mosul. Veel mensen sloegen op de vlucht. ISIS nam ook de benen en liet in de haast zelfs wapens achter. Wel namen de strijders mensen mee op hun vlucht door Mosul – mijn moeder en ik moesten ook mee. Drie dagen lang waren we in de macht van een jihadist.’

De terroristen kregen het te druk met de strijd en lieten de gevangenen aan hun lot over. Ismail: ‘Opnieuw hoorden we van het oprukkende bevrijdingsleger. We namen een taxi naar het front, onze vrijheid tegemoet, maar jihadisten versperden ons de weg. Later probeerden we nogmaals te ontkomen. Onderweg kwamen we in de frontlinie terecht: sluipschutters van ISIS beschoten ons. Halsoverkop vluchtten we een huis binnen. Na uren vol gevechten konden mijn moeder en ik het huis verlaten, wapperend met een witte vlag. Soldaten van het Iraakse bevrijdingsleger verwelkomden ons. We waren vrij!’ <

Nederlands Dagblad 05-12016
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier