Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Miranda
Creer datum:
26-08-2016 13:23:25
Bijzondere Verhalen
In dit onderwerp bijzondere verhalen uit vervlogen jaren
Auteur: Miranda Creer datum: 26-08-2016 13:24:28
Mét de zondagsrust verdween ook de zegen

Dick den Braber


Een florerend bedrijf hadden de gebroeders Bakker in Lekkerkerk. Hun boerenzult, slavinken en borrelballen vonden gretig aftrek, en in enkele decennia groeide de slagerij uit tot een miljoenen­bedrijf. Maar nooit verloochenden de zwagers van ds. Mallan hun afkomst, weet Karel van Welie (75). „Op nieuwjaarsbijeenkomsten ging de Bijbel open.”
Voor Van Welie betekent een wandeling in en rond het indrukwekkende Bakkercomplex een duikeling in het verleden. Bij elke stap die de Lekkerkerker zet, ziet hij beelden van vroeger. „Die witte tegelwanden met een rode band bovenaan zag je overal in het bedrijf”, wijst hij in een loodsdeel dat door een garagehouder in bezit is genomen. In de huidige inventaris doen de wandtegels vreemd aan.

Niet alle gebouwen van de vleesverwerker hebben een nieuwe bestemming gekregen. Een groot deel staat er troosteloos bij.

Van Welie kwam in 1965 bij de gebroeders Arie en Adrianus Bakker in dienst. „In de functie van eerste boekhouder.”

De Bakkers hadden toen juist hun nieuwe fabriekje aan de rand van Lekkerkerk betrokken, na een verhuizing vanuit het centrum van het Zuid-Hollandse Lekdorpje. „Bij elkaar werkten we toen met zo’n veertien mensen, inclusief Arie en Janus.” In de jaren die volgden zag Van Welie de ene groeistuip op de andere volgen. „Wij hadden er op de financiële afdeling soms een flinke kluif aan om die groei bij te benen.”

De eerste kaskraker was de boerenzult. „Het recept ervan hadden de gebroeders van hun moeder; zij hebben hierop voortgeborduurd.” De zure zult –een typisch boerderijproduct, gemaakt van kopvlees van het varken– sloeg geweldig aan. In heel het land kregen de Bakkers er voet mee aan de grond. „Later gingen ze er rundvleessalade bij maken, daarna kwamen er steeds meer vleesproducten bij. Hiervoor namen ze worstenmakers en productontwikkelaars in dienst: zelf hadden ze enkel de lagere school afgemaakt.”

Een nieuwe gouden greep die hierop volgde was de massaproductie van sla-, runder- en blinde vinken. Van Welie: „Tot die tijd maakte elke slager ze zelf, maar die bereiding kostte hun veel 
tijd. Bakker kon het ze voortaan kant-en-klaar aanleveren.”

Behalve slagers bleken echter ook de grootwinkelbedrijven een overweldigende belangstelling voor de vinken van Bakker te tonen. In de nieuwe productiehal, waarvan Van Welie de eerste paal sloeg, kwamen uiteindelijk maar liefst twaalf geautomatiseerde 
–en zelfontwikkelde– productielijnen voor de bereiding ervan.

Geestelijke zaken
De gebroeders Bakker hadden een calvinistische arbeidsethos, weet Van Welie. „Eerst sparen, dan pas kopen. Daarnaast kenden zij het spreekwoord ”Buurmans grond is maar eenmaal te koop”. Als er een perceel rond hun bedrijf vrijkwam, kochten ze het. Zodra het van pas kwam, gingen ze daar verder met uitbreiden.”

Zijn bazen hadden hart voor hun personeel, stelt Van Welie. „’s Ochtends stapte Arie altijd eerst de productiehal binnen voor hij naar kantoor ging. Hij en Janus waren zeer benaderbaar. Ik zie Arie nog op straat liggen, naast een verstopte put. Daar haalde hij met zijn hand het vet van de fabriek uit waardoor het riool voor de zoveelste keer verstopt was geraakt: in de beginjaren was dat écht een probleem. Als er daarna bezoekers kwamen stonk de directeur een uur in de wind.”

Janus was de commerciële man; Arie richtte zich op de productie. Arie was jaren ouderling van de gereformeerde gemeente in Nederland te Gouda, waar ook Janus met zijn gezin kerkte. „Op nieuwjaarsdag hield Arie een personeelstoespraak over geestelijke zaken. Rustig, ernstig en zonder prekerig te worden. Daarna sprak Janus over hun zakelijke bedrijfsvoering.”

Omslag
Al de decennia dat de gebroeders het miljoenenbedrijf bestierden, schetterde er op de werkvloer geen radiomuziek, liepen de dames op kantoor in rok en was zondagsarbeid uit den boze. „De christelijke identiteit was bij iedereen bekend; ook het personeel had hier respect voor. Terwijl de Bakkers lang niet altijd mensen uit eigen achterban aantrokken.”

Na 1990 volgde echter langzaam maar zeker een omwenteling. In dat jaar verkochten de Bakkers hun onderneming aan het Britse concern Perkins Foods Plc. Van Welie: „Uiteindelijk begonnen de christelijke wortels toch te schuren.” Op het bedrijf verschenen transistorradio’s, en kledingregels vervaagden.

Zondagsarbeid bleef echter buiten de deur. Totdat Albert Heijn in 2000 vroeg of het bedrijf op zondag bevoorraad kon worden. De grootgrutter was in dertig jaar veruit de grootste klant van Bakker geworden, en zorgde voor zeker 50 procent van de omzet. Van Welie: „Vooral de financieel directeur, Arie Rietveld, heeft zich lang tegen deze vraag naar zondagswerk verzet. Hij deelde het standpunt van de oprichters. Maar de anderen zeiden: „Als we nee zeggen, raken we onze grootste klant kwijt.” Het bedrijf heeft toen toch ingestemd; Rietveld heeft hierop zijn functie neergelegd.”

Twee jaar later nam de supermarktketen echter onverwacht afscheid van de vleesverwerker. Een grote schok, die de fabriek niet meer te boven kwam. In twee ontslaggolven schrompelde het personeelsbestand ineen: van de bijna 300 mensen bleven zo’n 90 over. Een jaar later sloot de fabriek voorgoed. Zusterbedrijf Encko in Holten produceert sindsdien Bakkers glorieproducten onder eigen vlag.

Een opmerkelijk verloop, peinst Van Welie in de verlaten loodsen in Lekkerkerk. „Op de begrafenis van Janus Bakker, in 1992, had zijn zwager ds. Mallan nog diens trouwtekst aangehaald, uit Spreuken 10: „De zegen des Heeren, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.”

Ds. Mallan vertelde erbij dat hij die trouwtekst destijds opgebonden had gekregen, en de Heere had hem waargemaakt. „Ook in de eerste tien jaren na de overname ging het goed. Maar terwijl menig bedrijf floreert met zondagswerk, heeft dit bedrijf het hier juist níét mee gered. Dat kon ook niet. Want slager Bakker was op de knieën geboren.”

Reformatorisch Dagblad 26-08-16
Auteur: Reporter Creer datum: 27-02-2017 15:48:05
Slag in de Javazee: een geweldige klap en toen lag ik in het water

Hij denkt er niet graag aan terug: de Slag in de Javazee. Felix Jans besloot op zijn achttiende bij de Marine te gaan, zonder zich goed te realiseren waar hij eigenlijk voor tekende. In 1942 trokken Nederlandse, Amerikaanse, Australische en Britse schepen naar de Javazee om Japanse strijdkrachten op weg naar Java tegen te houden. Maar alles liep anders. Jans is een van de laatste Nederlandse overlevenden.

"Er was ineens een geweldige klap en toen lag ik in het water", vertelt de inmiddels 93-jarige oud-marineman. "Zonder te beseffen wat er gebeurd was, hebben we een tijdje rondgedreven. Vasthoudend aan hout en stukken boot." De angst onder de overlevenden was groot. "Diepe angst. Maar we hielden elkaar in de gaten. Gelukkig waren er genoeg wrakstukken om aan vast te klampen."

De Hr.Ms. Kortenaer, waar Jans verantwoordelijk was voor Kanon 1, werd op 27 februari 1942 geraakt door een Japanse torpedo. "We voeren de vijand eigenlijk tegemoet." Het schip brak in tweeën en was niet meer te redden. "We dachten dat de jappen alleen maar derdehands wapens hadden. Maar ze hadden het beste van het beste. Ze schoten goed, ze manoeuvreerden goed. Kansloos!"

Overlevende Jans over torpedo-aanval
Felix Jans weet niet meer precies hoe lang hij in het water heeft gedreven, wachtend op hulp. "Maar het was in ieder geval langer dan tien uur." Hij weet nog wel dat de Kortenaer die dag om 16.13 uur ten onder ging. "En de volgende ochtend kwamen ze ons ophalen."

Hij doelt op de Engelsen, die de schipbreukelingen met de Encounter uit zee oppikten. "We lagen in het schemerdonker. Ineens kwam er een schip voorlangs. Iedereen begon te schreeuwen en te gillen." En dat werkte. De Engelsen merkten de levende drenkelingen op en haalden ze uit zee.

Overlevende Jans over zijn angst
De Slag om de Javazee kostte ruim 900 Nederlanders het leven. De kruisers Hr. Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Java en de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer eindigden op de bodem van de zee. In totaal kwamen er bij de Japanse aanval 2300 marinemensen om het leven.

Maandag wordt de slag op verschillende plekken in Indonesië en in Nederland herdacht. In Den Haag is 's ochtends een dienst in de Kloosterkerk waar de nabestaanden van Karel Doorman bij zijn. Ook in Den Helder, Jakarta en Surabaya zijn herdenkingen.
Maar het geluk van oud-marineman Jans en zijn lotgenoten bleek van korte duur. De ellende begon pas echt toen de overlevenden van de slag op Java aan wal werden gebracht. Ze vielen in handen van de Japanners, als krijgsgevangenen.

"Dat is het ergste dat ik in mijn leven heb meegemaakt", zegt Jans. "Het eerste waarmee de jappen ons begroetten waren klappen. Ook schelden, maar we verstonden ze niet." Hij haat ze. "En waarom? Omdat ze laf zijn. Ze waren altijd met twee of drie man op je in aan het slaan."

De Javazee
De toen nog jonge matroos werd in die tijd als krijgsgevangene aan het werk gezet. Hij werkte 3,5 jaar aan de Birma-spoorlijn. Ook wel de Dodenspoorlijn genoemd. "Ik heb er van begin tot eind aan gewerkt. In Bangkok begonnen, dwars door Thailand heen. En dan de over de grens naar Cambodja. Allemaal lopend!"

De Birma-spoorlijn werd aangelegd tussen Nong Pladuk in Thailand en Thanbyauzayat in Myanmar, over een afstand van 415 kilometer. Heel veel krijgsgevangenen bezweken tijdens het werk. Bijna 3000 Nederlanders, 7000 Britten, 4500 Australiërs en 131 Amerikanen kwamen nooit meer thuis.
Ik was altijd een sportidioot. Veel hardlopen, veel zwemmen, boksen.

Maar Nederlander Felix Jans vocht zich er doorheen. Dat is te danken aan zijn goede lichamelijke conditie, zegt hij. "Ik was altijd een sportidioot. Veel hardlopen, veel zwemmen, boksen. Mijn lichaam was in een geweldige conditie. Misschien dat ik het daardoor kon hebben." De mensen die het niet overleefden, waren volgens Jans de jongens die ongetraind van huis kwamen.

De onverwachte bevrijding van de krijgsgevangenen kan hij zich nog goed herinneren. In augustus 1945. Het moment ontroert hem, tot op de dag van vandaag.

Overlevende Jans over bevrijding
Komende maandag wordt de Slag in de Javazee herdacht. Op 27 februari 2017, precies 75 jaar later, met een herdenkingsceremonie op het ereveld bij het Karel Doorman-monument in Den Haag. Tientallen nabestaanden zijn daarbij aanwezig.

Ook Felix Jans is er maandag bij, al praat hij normaal gesproken vrijwel met niemand over de Slag in de Javazee. “Zelfs niet met mijn dochter. Zij hoeft mijn verdriet niet te delen, het is erg genoeg. Het is op ons neergegooid, voorbij is voorbij. Maar ik denk er wel vaak aan.”


Tóch kan hij niet zeggen dat hij spijt heeft gehad van zijn keuze om bij de Marine te gaan. "Je kreeg je bordje nasi en saté. Zat je niet bij de Marine, dan kreeg je niets. Dus iedereen deed zijn best om bij de Landmacht, de Luchtmacht of de Marine te komen. Want dan had je onderdak, dan had je verzorging. Ze hebben goed voor ons gezorgd. Ze hebben ons niet in de steek gelaten."

NOS 24-02-17
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier