Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Miranda
Creer datum:
12-03-2016 16:15:05
Verkiezingen 2017
Het lijkt nog ver weg maar de campagnes worden geschreven !
Auteur: Miranda Creer datum: 12-03-2016 16:17:22 Laatst gewijzigd: 12-03-2016 16:19:40
CDA bereidt zich voor op weer regeren


De Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 lijken nog ver weg, maar voor de politieke partijen begint het campagnewerk nu al. In overleg met de achterban worden verkiezingsprogramma’s geschreven, kandidatenlijsten samengesteld en beginnen de campagneteams met het plannen van campagneactiviteiten.

Het partijbestuur vond het eigenlijk niet nodig, dat wil graag met partijleider Sybrand Buma door. Maar Buma zelf wil toch graag een lijsttrekkersverkiezing, zodat opponenten zich tegen hem kandidaat kunnen stellen en de CDA-leden zich kunnen uitspreken. Oud-minister Marja van Bijsterveldt leidt de commissie.
Politiek verslaggever Margreeth Boer: "Buma was in 2012 de eerste CDA-lijsttrekker die via een verkiezingscampagne rechtstreeks door de leden is gekozen. Buma zelf wilde graag weer zo’n procedure. De kans dat dit daadwerkelijk leidt tot een verkiezingscampagne lijkt mij niet zo groot, want zijn leiderschap staat intern niet ter discussie. Hij heeft na de verdeeldheid over regeren met de PVV de rust weten terug te brengen."
In 2012 won Buma in n ronde van de huidige Kamerleden Mona Keijzer en Madeleine van Toorenburg. Andere kandidaten waren bestuurder en ondernemer Marcel Wintels, oud-staatssecretaris Henk Bleker en oud-minister Liesbeth Spies.

Buma op CDA-congres 7 november 2015: ik ga niet regeren met PVV

Het CDA verkiezingsprogramma wordt dit keer anders dan anders. De leden mogen hier vooraf al over meepraten. Duizend leden komen op 10 september bij elkaar op een soort inspraakdag, onder de naam CDA1000. Een traditioneel boekwerk met uitgewerkte standpunten gaat dat overigens niet worden want het verkiezingsprogramma 2017 moet compact zijn.
Het is een keuze van partijvoorzitter Ruth Peetoom, die vorige verkiezingsprogramma’s binnen een regeerperiode ingehaald zag worden door de actualiteit. Nu komt er een programma op hoofdlijnen, geformuleerd rond de CDA-thema's waarden en traditie, de sterke samenleving, familie en gezin, een eerlijke economie en zorg.
De CDA-verkiezingsagenda

1 februari tot 1 april: kandidaten kunnen solliciteren voor een plek op de lijst
Tot 18 maart: kandidaten kunnen zich aanmelden voor de lijsttrekkersverkiezing
4 juni: partijcongres en bekendmaking lijsttrekker
10 september: de CDA1000leden-dag over het verkiezingsprogramma
12 november: definitieve kandidatenlijst bekend
Bij recente verkiezingen groeide het CDA weliswaar niet, maar de partij kon na de gemeenteraadsverkiezingen blijven zeggen de grootste landelijke partij in gemeenten te zijn. Door de Provinciale Statenverkiezingen won de partij er een zetel bij in de Eerste Kamer en ook na de Europese verkiezingen bleef het CDA de grootste Nederlandse partij in Europa.

"Dit zijn belangrijke mijlpalen voor het zelfvertrouwen van het CDA. Een partij die gewend is mee te regeren in plaats van in de oppositie te zitten", zegt Margreeth Boer. "Het CDA wil zich de komende verkiezingen vooral profileren als een partij die betrouwbaarheid hoog in het vaandel heeft staan en voor wie waarden en tradities belangrijk zijn. Dat doet denken aan 2003, toen lijsttrekker Jan Peter Balkenende in de onrustige tijd na de moord op Pim Fortuyn met een soortgelijke boodschap de verkiezingen won."

Het CDA is actief mensen aan het zoeken die over een jaar minister of staatssecretaris kunnen worden. Want mede door het versnipperde politieke landschap, met misschien een coalitie van vier of vijf partijen, acht het CDA de kans groot na jaren weer aan regeren toe te komen.

NOS 10-03-16
Auteur: Edwin Creer datum: 21-03-2016 16:33:34
Campagnetour ChristenUnie langs 'plekken van hoop'

Gert-Jan Segers trekt tijdens de verkiezingscampagne door het land met een boodschap van hoop. De voormalig zendeling reist langs "plekken van hoop", zoals een school in de Haagse Schilderswijk waar kinderen van allerlei culturen op een goede manier met elkaar omgaan. Of de Wallen in Amsterdam waar Toos Heemskerk van organisatie Not for Sale slachtoffers van mensenhandel helpt.

De ChristenUnie ijvert nadrukkelijk voor "de vrijheid van minderheden". Dat betekent bijvoorbeeld dat de partij wil dat rituele slacht voor moslims en joden blijft bestaan, omdat dit religieuze gebruik binnen de godsdienstvrijheid valt.
De verkiezingsagenda van de ChristenUnie

18 maart tot 2 mei: sollicitatieprocedure kandidatenlijst
23 april: partijcongres met stemming over Gert-Jan Segers als lijsttrekker
Medio oktober: conceptkandidatenlijst en -verkiezingsprogramma bekend
26 november: partijcongres waarop de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma worden vastgesteld


Politiek verslaggever Margreeth Boer: "Segers nam eind 2015 het leiderschap over van Arie Slob en werd meteen in het diepe gegooid. Hij moest bijvoorbeeld het lastige besluit nemen tegen het Belastingplan te stemmen. En hij had een leidende rol bij de motie van afkeuring tegen het kabinet over de Teevendeal. Het lijsttrekkerschap van Segers staat niet ter discussie."

Bij de vorige verkiezingen stond Segers op plaats vier van de kandidatenlijst. Hij was toen de campagneleider en wist de vijf zetels van zijn partij te behouden. Voor hij in de Kamer kwam was hij directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie. Daarvoor werkte hij zeven jaar namens de Gereformeerde Zendingsbond in Egypte.

Hij heeft daar de islamitische wereld goed leren kennen en spreekt zich regelmatig uit over de islam. In Egypte heeft hij gezien dat er eerste- en tweederangs burgers zijn. Dat motiveert hem om op te komen voor minderheden. Zijn standpunt is dat moslims erbij horen in Nederland, maar dat er ook zwarte kanten aan de islam zitten.

De Kamerleden van de ChristenUnie weten zich als kleine fractie goed zichtbaar te maken. Carola Schouten is een bekende onderhandelaar over de begrotingen en het Belastingplan. Jol Voordewind haalt regelmatig de media met de rechten van christenen in islamitische landen. En Carla Dik-Faber startte de campagne 'Alsjeblieft geen Downvrije samenleving!'. Eppo Bruins zit pas sinds december in de fractie, na het vertrek van Arie Slob.

Kabinet

Door de opstelling van de partij als een van de 'constructieve drie' kijken andere partijen serieus naar de ChristenUnie. "De politieke situatie zorgt ervoor dat het niet onmogelijk is dat de ChristenUnie, als relatief kleine partij, volgend jaar weer deelneemt aan het kabinet", zegt Margreeth Boer.

"Segers wil in ieder geval een coalitie met een meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer, maar geen dichtgetimmerd regeerakkoord. Dat zou volgens hem te veel ten koste gaan van het open debat."

Hij blijft overigens zelf fractievoorzitter in de Tweede Kamer als zijn partij zou gaan regeren. Boer: "Bij zijn aantreden heeft hij al gezegd dat hij als politiek leider in de Tweede Kamer zal blijven, ook als zijn partij meeregeert. Hij wil voluit het geluid van de ChristenUnie kunnen blijven vertolken."

NOS 21-3-16
Auteur: Reporter Creer datum: 25-04-2016 18:41:49
Het kabinet in 1937 en in 2017; een wereld van verschil
16-04-2016 16:12 | dr. C. S. L. Janse


Het einde van het kabinet-Rutte II komt in zicht. Volgend jaar (of eerder) zijn er weer verkiezingen. In 1937, nu bijna 80 jaar geleden, was dat ook het geval. Maar tussen toen en nu zit een wereld van verschil.

Dat begint al bij de rol van het staatshoofd. Waar koningin Wilhelmina destijds nauw betrokken was bij de formatiepogingen, staat de huidige koning buiten spel. Wilhelmina hield zich zelfs bezig met de ingediende kandidatenlijsten. Tegenover de vicepresident van de Raad van State sprak zij twee weken voor de verkiezingen haar bezorgdheid uit over de toenemende versnippering in protestantse kring.

Naast de vijf protestantse partijen die reeds in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren (de AR, de CHU, de SGP, de confessioneel-hervormde HGS en de CDU, die later in de PvdA zou opgaan) had immers ook het vroegere AR-kamerlid Hugo Visscher een eigen lijst ingediend. Besprekingen met de SGP hadden uiteindelijk niets opgeleverd. Het was te verwachten dat Visscher verontruste hervormd-gereformeerde kiezers bij de ARP zou weghalen.

De vicepresident van de Raad van State, de christelijk-historische Beelaerts van Blokland, liet de koningin echter weten dat het een uiterst moeilijke taak zou zijn om de protestantse partijen „die het gezag in den Staat naar de beginselen van Gods Woord wenschen te zien uitgeoefend” op één lijn te krijgen. Het grote aantal (protestantse) partijen was ook een gevolg van het kiesstelsel.

Thans is er nog maar één protestantse partij over, namelijk de SGP. De ChristenUnie en zeker het CDA hebben een bredere basis. Velen tillen niet zwaar meer aan de verschillen tussen rooms en protestants. Waar koningin Wilhelmina zich in het bijzonder verbonden wist met het protestantse volksdeel, zijn daar bij de huidige koning geen aanwijzingen voor.

Heerschappij van Rome

Heel de politieke constellatie van 1937 was ook een volstrekt andere dan die in het huidige Nederland. De drie partijen die in later jaren het CDA vormden, hadden destijds een royale meerderheid in het parlement. In totaal 56 van de 100 zetels. De rooms-katholieken en de AR hadden elk drie zetels winst geboekt. Colijn (AR) gold in 1937 als de grote winnaar van de verkiezingen. Vandaar dat hem de formatie van een kabinet werd opgedragen.

Colijn had in de jaren daarvoor leiding gegeven aan kabinetten op een brede basis: de drie grote christelijke partijen plus de liberalen en de vrijzinnig-democraten (een voorloper van D66). Die brede basis (breder dan de vroegere christelijke coalitie) was hem goed bevallen. Voor zijn economische politiek van de gave gulden en de sluitende begroting vond hij meer steun bij de liberalen en vrijzinnig-democraten dan bij de rooms-katholieken.

Bovendien waren de rooms-katholieken altijd groter dan de AR en de CH bij elkaar. Dat was ook geen prettig idee. Ik acht de oude coalitie „niet slechts onmogelijk maar ook onwenschelijk, omdat zij tot heerschappij van Rome voert en ons al verder van huis brengt”, zo schreef Colijn kort voor de verkiezingen aan Schouten, de toenmalige leider van de AR-Kamerfractie.

Nu gold destijds niet de ongeschreven regel dat de leider van de grootste regeringspartij premier werd. Dan zou Colijn nooit een kans hebben gemaakt. En ministerposten werden niet evenredig verdeeld naar het aantal Kamerzetels dat een regeringspartij had.


In het vierde kabinet-Colijn, dat in 1937 tot stand kwam, kregen de rooms-katholieken met 31 zetels 4 ministerposten. De antirevolutionairen, die met 17 zetels een stuk kleiner waren, kregen er 3. En de CHU, die slechts de helft was van de AR-fractie, leverde twee bewindslieden. Alles bij elkaar vier rooms-katholieken tegenover vijf ministers uit de protestantse partijen, hoewel die bij elkaar kleiner waren dan de RKSP.

Er was in de vooroorlogse jaren duidelijk sprake van een emancipatie en machtsontplooiing van de rooms-katholieken, waarover een man als ds. Kersten (maar hij niet alleen) zich grote zorgen maakte. Maar de leiders van de RKSP durfden het nog niet aan om in een coalitie waarvoor zij onmiskenbaar de meeste Kamerzetels inbrachten (31 van de 56) ook de meerderheid van de ministersposten op te eisen.

Positief-christelijk

Colijn had in zijn nieuwe kabinet graag liberale en vrijzinnig-democratische ministers opgenomen. Maar de rooms-katholieken waren daar tegen en zijn eigen partij en de CHU wilden dat evenmin. Zij hechtten aan een uitgesproken christelijke identiteit van het nieuwe kabinet.

Nu waren liberalen en vrijzinnig-democraten (die voor een belangrijk deel een vrijzinnig-protestantse achterban hadden) de vorige maal akkoord gegaan met de formule dat het kabinet rekening zou houden „met den Christelijken grondslag onzer samenleving.” Maar Goseling, de leider van de RKSP, eiste dat het nieuwe kabinet een positief-christelijke grondslag zou hebben. Dat ging Oud (de latere leider van de VVD) te ver.

Op een ander principieel punt moest Goseling echter Colijn gewonnen geven. Om nog iets van de brede basis te redden, was afgesproken dat er een paar partijloze ministers zouden worden gezocht voor departementen als Waterstaat en Buitenlandse Zaken, die partijpolitiek niet gevoelig lagen. Dat gebeurde vaker. Meestal waren dat dan vage protestanten van min of meer liberale signatuur. Voor Waterstaat viel de keus van Colijn echter op Van Buuren, een niet praktiserende rooms-katholiek uit het toenmalige Nederlands-Indië.

Dat riep grote bezwaren op bij Goseling. Nog los van zijn kerkelijke ontrouw, was er het punt dat de beoogde minister getrouwd was met een vrouw die al tweemaal gescheiden was. Zoiets was toch niet acceptabel in een kabinet met een positief-christelijke grondslag.

Voor Goseling was het een gewetenszaak. Hij raadpleegde dan ook zijn medefractielid pater Beaufort. Samen kwamen ze tot de conclusie dat Goseling dit slechts kon accepteren als hij eerst alles gedaan had om de benoeming te verhinderen. Uiteindelijk vestigde hij –zij het tevergeefs– zijn hoop op koningin Wilhelmina, die in ieder geval geen gescheiden mannen als minister wilde.

Christelijke natie

Onmiskenbaar is er sinds 1937 in de Nederlandse politieke verhoudingen ontzaglijk veel veranderd. Waar Nederland destijds gezien werd als een christelijke natie, waar christelijke partijen de toon aangaven, is dat nu volstrekt anders geworden. Kandidaat-ministers moeten het op seksueel gebied wel heel bont gemaakt hebben, wil dat hen bij de formatie nagedragen worden.

Huwelijk en gezin golden destijds als de hoeksteen van de samenleving. Goseling, die in het nieuwe kabinet als minister van Justitie ging optreden, was van plan echtscheiding moeilijker te maken door ‘de grote leugen’ (het veinzen van overspel met wederzijds goedvinden) aan te pakken. Het is er niet van gekomen.

Bij de protestantse partijen leefde al jarenlang de wens om de Zondagswet aan te scherpen. De oude wet uit 1815 was deels een dode letter geworden. Ook dat lukte niet. Hier deed zich binnen de christelijke coalitie het probleem voor dat rooms-katholieken over de zondag een stuk makkelijker dachten dan orthodoxe protestanten.

Zo heel christelijk was de vooroorlogse maatschappij dus ook niet. De bezuinigingspolitiek van Colijn werd in later jaren wel als erg rigide beschouwd. En ook toen klonk de beschuldiging dat partijleiders de zaken regelden, zonder met het volk te rekenen.

Maar dat neemt niet weg dat er fundamentele verschuivingen hebben plaatsgevonden die voor het grootste deel als negatief moeten worden beoordeeld. Onze maatschappij draagt in hoge mate een postchristelijk karakter en dat werkt uiteraard door in de politiek. In woorden en daden.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 27-06-2016 17:09:03 Laatst gewijzigd: 27-06-2016 17:10:20
Roemer weer lijsttrekker SP

ANP

Emile Roemer is ook bij de komende verkiezingen voor de Tweede Kamer de lijsttrekker van de SP. Hij werd zaterdag gekozen door de partijraad.

„Wij hebben geen voorzichtige ambities maar revolutionaire voorstellen om ons land écht te veranderen. Meer democratie, met meer macht voor gewone mensen. Het kapitaal onderwerpen, ten gunste van de democratie”, aldus een strijdlustige Roemer.

Ook ging hij in op de Brexit die volgens hem het gevolg is van het negeren van de bevolking door de politieke elite. De SP wil „nieuwe onderhandelingen in Europa, een nieuwe deal, een nieuw verdrag. Over een afgeslankt Europa. Over een democratischer Europa. Een Europa dat landen niet dwingt zichzelf kapot te bezuinigen. Een Europa dat samenwerking bevordert in plaats van dictaten oplegt. Een Europa dat dienstbaar is aan de mens en niet aan markt en munt.”

Reformatorisch Dagblad 25-06-16
Auteur: Reporter Creer datum: 12-08-2016 16:43:13
Kabinet maakt zich op voor verkiezingen van maart 2017

Gerard Vroegindeweij

Het kabinet vergadert vrijdag voor het eerst na de zomerstop. De bewindslieden maken zich op voor de verkiezingen van maart volgend jaar. Wie denkt er nog terug aan het verkiezingsjaar 2002?
Naar buiten toe zullen de ministers en staatssecretarissen niet zeggen dat ze zich zenuwachtig maken voor de komende verkiezingen. Iedere bewindspersoon heeft nog wel een aantal onderwerpen in de la liggen die hij of zij nog dit jaar wil regelen. En daar gaan zij ook aan werken. Maar feitelijk zijn de meeste grote hervormingsoperaties die het kabinet wilde doorvoeren door de beide Kamers goedgekeurd. Een van de onderwerpen die maar deels zijn gerealiseerd, is de hervorming van het pensioenstelsel. Daar mag het volgende kabinet zijn tanden in zetten.

De klus waar het kabinet de komende weken voor staat, is de afronding van de begroting voor het volgende jaar. De hoofdlijnen staan al in de steigers. Door de verbeterde economische omstandigheden en de extreem lage rente is er financieel wat meer ruimte. Die ruimte neemt het kabinet dan ook. Voor de zomervakantie maakten mochten 
VVD en PvdA elk enkele honderden miljoenen euro’s verdelen. De VVD koos voor Defensie en 
de PvdA voor de zorg. Deze strategie hebben VVD en PvdA 
de achterliggende jaren vaker gekozen. Geen compromissen sluiten, maar elkaar wat gunnen. Dat zal de komende weken nog weleens gebeuren, zo is de verwachting. De PvdA heeft al gezegd dat er wat moet gebeuren aan de mogelijke daling van de koopkracht voor grote groepen ouderen.

De verleiding is groot om in het verkiezingsjaar nog meer cadeautjes uit te delen. De partijen hebben daar ook wel behoefte aan, want in de peilingen staan ze er niet zo best voor. De komende week zal blijken of Rutte en de zijnen deze verleiding kunnen weerstaan en de rug recht kunnen houden. Nederland heeft namelijk nog een staatsschuld van ruim 480 miljard euro.

De politieke situatie van dit moment doet denken aan die in het voorjaar van 2002. Toen waren de politieke tegenpolen VVD en PvdA ook aan het eind van hun kabinetsperiode. Ook toen zag het er economisch gezien rooskleurig uit. Sommigen dachten dat er nooit een eind zou komen aan de positieve economische groeicijfers. Begrotingsevenwicht stond in het vooruitzicht.

Maar toch was het onbehagen groot. Welvaart blijkt niet hetzelfde te zijn als welzijn. LPF-voorman Fortuyn gaf destijds stem aan de onvrede. Bij de verkiezingen die volgden, verloren de regeringspartijen fors. Maar het CDA profiteerde van de onvrede. Niet iedereen wilde zijn proteststem aan Fortuyn geven.

Ook anno 2016 gaat het economisch gezien steeds beter. De overheidsfinanciën ontwikkelen zich in een goede richting, de werkgelegenheid neemt toe en de werkloosheid neemt af. Maar ook nu is de onvrede groot. Vandaag spint PVV-voorman Wilders daar garen bij. Het is voor de regeringspartijen kennelijk moeilijk om die onvrede bij de kiezers weg te nemen. Maar of de kiezers net als in 2002 het CDA als redelijk alternatief zullen beschouwen? Bij de christendemocraten hopen ze er in stilte op.

Reformatorisch Dagblad 12-08-16

Auteur: Reporter Creer datum: 2-09-2016 17:12:57
Klaver(GroenLinks): Tijd om liberalen buiten de deur te houden


Nu nieuwe verkiezingen en een nieuwe formatie aanstaande zijn, is het „misschien tijd om de liberalen buiten de deur te houden”, zei GL-leider Klaver donderdag in Doorn.
Wat kan een politicus met de begrippen ”geloof, angst en liefde”? Op die vraag mochten de partij­leiders Buma (CDA), Segers (CU) en Klaver (GroenLinks) donderdag, op de tweede dag van het Christelijk-Sociaal Congres 2016, antwoord geven. Buma zou ”angst” willen vervangen door ”hoop” –„zoals ook in de oorspronkelijke Bijbeltekst staat”–, en dan niet alleen taaltechnisch, maar ook werkelijk, in de maatschappij. Onze samenleving heeft hoop nodig, denkt hij. „En hoop kan niet zonder een langetermijn­visie. Die behoren wij als politiek te hebben.”

Een element uit Buma’s lange­termijnvisie: „We zijn in onze westerse samenleving extreem individualistisch geworden. En gek genoeg kregen we daardoor behoefte aan een grote, omvangrijke overheid, die dan blijkbaar al die individuutjes weer met elkaar moet verbinden. Maar we zijn vergeten dat de kracht van onze maatschappij uit de samenleving zelf moet komen. Dat wist Kuyper al, ten tijde van het eerste Christelijk-Sociaal Congres. En die wijsheid geldt nu nog steeds.”

Ook Segers gooit het over die boeg. Zeker, ons land heeft hoop nodig. De CU-leider noemt het voorbeeld van Abdulsalam, een jonge allochtoon die hij dit jaar ontmoette. Hij woont al tien jaar Nederland, maar kreeg al die tijd nooit één aanmoediging. „Havo of vwo? Dat kun jij niet, jij hebt een taalachterstand.” Tot hij in Den Haag Sietske ontmoette, directeur van een schilders­bedrijf, die wél iets in hem zag. „Nu loopt Abdulsalam aan het eind van de dag soms een extra rondje rond Den Haag Hollands Spoor, zo trots is hij op de schildersoverall die hij draagt.”

Klappen
Segers verwijst naar een gesprek dat hij, in het kader van zijn binnenkort te verschijnen boek, had met Kim Putters, directeur van het SCP. „Volgens hem zitten in Nederland 600.000 mensen in de hoek waar de klappen vallen. Zij leven korter, hebben kortere banen, als ze er al een hebben. Het is de taak van de christelijk-sociale beweging om de kloof in onze samenleving te overbruggen. En wij die het goed hebben, moeten de eerste stap zetten. Kuyper had destijds ook oog voor de vergeten groepen in onze samenleving. Aan ons de vraag: welke groepen hebben wij verwaarloosd? Dat is onze “sociale kwestie”.”

Angst? Klaver ziet er om zich heen veel van. En ook boosheid. „Pas was ik in Roosendaal, in de wijk waarin ik ben opgegroeid. Mensen zijn er bang voor asielzoekers en voor Poolse arbeiders. En ze zijn boos over het feit dat ze er zelf de laatste jaren niet op vooruit zijn gegaan.” De GL-leider begrijpt dat. „Maar ik zeg wel: Kies je juiste vijand. Die vijand zijn niet de asielzoekers, maar een oneerlijke politiek. Het is niet de EU, maar het zijn de multinationals die hun macht steeds verder uitbreiden. Laten we in onze tijd vooral het ”wij” zo groot mogelijk maken”, betoogt Klaver.

Dat hij vandaag optreedt voor een christelijk publiek, vindt de oud-voorzitter van CNV-jongeren niet bijzonder. „In de jaren negentig hielden de seculiere partijen bij de vorming van de paarse kabinetten de christelijke partijen bewust buiten de deur. Misschien wordt het nu eens tijd om de liberalen buiten de deur te houden?”

Dat alle drie de politici zich kunnen laten inspireren door de christelijk-sociale beweging, staat ook voor Rien Fraanje, directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, vast. Hij presenteerde donderdag in Doorn het boek ”Paus Leo XIII en Abraham Kuyper”, waarin de beroemde encycliek Rerum Novarum en Kuypers bekende rede over de sociale kwestie opnieuw zijn uitgegeven en van een toelichting en context zijn voorzien. Fraanje: „De verkiezingsstrijd gaat weer beginnen. Ik overhandig u dit boekje, zodat u zich vanaf nu bewust bent dat paus Leo en Abraham Kuyper over uw schouder meekijken.”

Reformatorisch Dagblad 02-09-16

Auteur: Reporter Creer datum: 24-10-2016 15:51:09
„Kiezer wil PVV, 50PLUS, Partij voor de Dieren en SGP niet in regering”

ANP
Vandaag
00:31
Een volgend kabinet zal in ieder geval bestaan uit de VVD, het CDA en D66. Dat zegt opiniepeiler Maurice de Hond. Hij heeft onderzocht welke partijen Nederlandse kiezers graag in een volgend kabinet willen zien. Volgens zijn onderzoeksmethode maakt alleen het CDA positieve gevoelens los. D66 en VVD scoren licht negatief, maar toch nog ruim boven de overige partijen. Het minst graag ziet de kiezer de PVV, 50PLUS, Partij voor de Dieren en de SGP in een volgende regering.
De vraag wie de volgende premier zou moeten worden, levert geen enkel positief antwoord op. Mark Rutte (VVD) scoort nog het minst slecht, gevolgd door Alexander Pechtold (D66) en Sybrand Buma (CDA). Geert Wilders (PVV) en Diederik Samsom (PvdA) scoren het laagst.

De Hond vroeg de kiezers ook of Nederland het associatieverdrag met Oekraïne moet ratificeren. Als er geen concessies vanuit Brussel komen, vindt 30 procent dat we moeten ratificeren en 50 procent niet. Kiezers van PvdA, D66 en GroenLinks zijn dan het meeste voor, kiezers van de VVD zijn verdeeld en kiezers van PVV, SP en 50PLUS het sterkste tegen.

Komt Brussel tegemoet aan wensen van Nederland voor extra zekerheden, dan vindt 44 procent dat Nederland moet ratificeren en 37 procent niet.

De verdragskwestie kwam de afgelopen dagen aan de orde op een EU-top in Brussel. Premier Rutte zei daar dat niet ratificeren „consequenties heeft voor de stabiliteit in de regio”. Op 6 april stemde een meerderheid van de Nederlandse kiezers in een referendum tegen de associatieovereenkomst met Oekraïne.


Reformatorisch Dagblad 24-10-16

Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier