Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
11-02-2016 13:58:29
Geloofszaken (3)
Een nieuwe serie over geloofszaken in 2016
Auteur: Reporter Creer datum: 11-02-2016 13:59:08


Houvast: Annemiek Schrijver


Roeland van Mourik

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Annemiek Schrijver (51), presentator van KRO-NCRV-programma’s De Verwondering op NPO 2 en Zin in Weekend op NPO Radio 5 en hoofdredacteur van het tijdschrift De Verwondering.

‘Ik heb geen enkele behoefte aan houvast. Stel je voor dat je door een snelstromende rivier wordt meegesleurd en je probeert je aan een tak vast te houden. Die tak breekt op een gegeven moment af. Dan heb je je dus aan iets vastgehouden wat uiteindelijk geen houvast is. Ik heb meer met het begrip troost. Zo staat het ook in de Catechismus: wat is uw enige troost in leven en in sterven – niet: wat is uw enige houvast in leven en in sterven. Troost gaat met je mee, ook als de omstandigheden veranderen. Want alles in het leven is verandering. Alleen wie dood is, is buiten levensgevaar. Midden in al die veranderingen ervaar ik dat ik door God gedragen word. Het leven zit vol met gevaren. Daar kunnen we mee leren leven. Als kind was ik overmoedig en nieuwsgierig. Ik hield mijn haren te dicht bij het brandende gasfornuis bijvoorbeeld. Zo roekeloos ben ik niet meer, maar ik ben wel nieuwsgierig gebleven. Wat heeft leed ons eigenlijk te zeggen?

Mijn oudste broer is vorig jaar op 54-jarige leeftijd overleden. Het gebeurde op een smartelijke manier. Hij had longemfyzeem en is gestikt. Onbarmhartig vond ik dat. De aanblik van hem, met een buis in zijn keel was onverdraaglijk. Dat gaf een deuk in mijn Godsvertrouwen. God is er toch om ons ‘ruach’, adem te geven? Maar toch – het is iets heel intiems en bijna niet onder woorden te brengen – rond het sterven van mijn broer heb ik God ervaren. Hij lijdt mee. En wij mogen met anderen meelijden. Het is niet de bedoeling ons tegen het lijden te wapenen. We moeten juist de wapens afleggen en weerloosheid toelaten in ons bestaan. Daar is de figuur Jezus Christus ons in voorgegaan. Voor dit gesprek heb ik de Catechismus nog eens doorgenomen. Het is een steengoed document. Zo trof mij het antwoord op vraag 32. Kijk, ik heb het op mijn hand geschreven: dat ik een levend dankoffer mag zijn. Dat vind ik belangrijk. Dan kun je met anderen meejuichen in vrolijke omstandigheden. Die medevreugde is een tegengif tegen jaloezie.

Ik leef in voortdurende verwondering. Een van mijn vier broers moest lachen toen ik hem vertelde dat ik nog elke dag onder de douche verbaasd ben dat er warm water uit de kraan komt. Ook al komen we uit hetzelfde nest, dt vond hij wat te gortig. Een katholiek kan goed met mysteries uit de voeten. Het mysterie moet je eren, niet ontrafelen. Daarom bezoek ik ook graag katholieke missen.

Ik ben dankbaar voor mijn vrijgemaakte opvoeding. Daardoor heb ik veel Bijbelkennis, die nog steeds van pas komt. Ik was een meisje dat het liefst met rozen in het haar Louis Couperus las, terwijl om mij heen op school alle meisjes sportief waren en een broek droegen. Gelukkig had ik wel rolmodellen, zoals mijn oma. Zij zei, toen ik ontdekte dat ze tijdens het bidden haar ogen open had: “Ach, God let niet meer zo op oude oma’s”. Zij was zo ongelooflijk zichzelf. Door haar voelde ik me gezien. Mijn eigen moeder zie ik steeds meer als haar dochter. Beiden sterke vrouwen. Zij gaven mij troost in de mannenwereld waarin ik opgroeide.

Zelf ben ik helaas nooit moeder geworden. Niet letterlijk. Mijn grote liefde, waarmee ik heb samengewoond, had al drie kinderen. Samen hebben we een pleegdochter verzorgd. Ondanks dat ik niet echt moeder was, heb ik me wel moeder gevoeld. Zoals toen de oudste zoon van mijn partner overleed. Onze rouw om zijn dood was waarschijnlijk even intiem als de vreugde bij een geboorte. Sinds een paar jaar woon ik niet meer met mijn grote liefde samen. Niet meer dag en nacht samen zijn blijkt de liefde niet te belemmeren. Juist als je niet meer bij elkaar bent, kun je de liefde intens blijven voelen. Wij hebben dat in Nederland juridisch gemaakt, door het huwelijk te noemen, maar daar laat de liefde zich niet in vangen. Het huwelijk is een vorm van begeleid wonen, zegt Herman Finkers. Ik kan wel om dat grapje lachen.

Ik geloof dat ik erg veel van de werkelijkheid hou. Ik wil er telkens van leren. Als je voortdurend God ter verantwoording roept voor de tegenvallende dingen in je leven, ben je het blijkbaar niet eens met zijn leiding. Ik wil Hem juist zien in de dingen die niet meezitten. Dat betekent dat je je ook niet machteloos schuldig hoeft te voelen over wereldleed waar je niets aan doen kunt. Ik ben bijvoorbeeld trots op Rikko Voorberg die op Lesbos vluchtelingen heeft geholpen, maar voor mijzelf ligt dat nu niet binnen handbereik. Ik kan op mijn plek weer iets betekenen voor mensen die bijvoorbeeld eenzaam zijn.

Bij het klimmen van de jaren wordt het voor mij steeds meer een realiteit dat ik dood zal gaan. Als ik al zie hoeveel brillen er in mijn huis en daarbuiten rondslingeren om iets te kunnen lezen, dan voel ik dat ik een vergankelijk mens ben. Ik hoop dat ik na mijn dood herinnerd word als een mens die anderen nabij was. Die in het hart van anderen groef naar God. Op mijn begrafenis mag een lied van Huub Oosterhuis klinken:

‘Wat ik gewild heb wat ik gedaan heb

wat mij gedaan werd wat ik misdaan heb

wat ongezegd bleef wat onverzoend bleef

wat niet gekend werd wat ongebruikt bleef

al het beschamende neem het van mij.

En dat ik dit was en geen ander,

dit overschot van stof van de aarde:

dit was mijn liefde. Hier ben ik.’’

Nederlands Dagblad 11-02-16
Auteur: Reporter Creer datum: 16-02-2016 15:36:21 Laatst gewijzigd: 16-02-2016 15:38:51

NBG-site debijbel.nl heeft meer dan 100.000 gebruikers

De website debijbel.nl, die vorig jaar gelanceerd werd, heeft inmiddels meer dan 100.000 gebruikers. Dat meldt het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) –eigenaar van de site– dinsdag.

Het merendeel van de gebruikers heeft een gratis account met beperkte toegang. Zij kunnen gebruik maken van de Statenvertaling, de NBG-vertaling van 1951 en de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV). Wie lid wordt van het NBG (voor ten minste 25 euro per jaar) heeft toegang tot de uitgebreide versie van debijbel.nl, met onder meer toegang tot twintig vertalingen en allerlei achtergrondinformatie.

In december liet het NBG weten dat het aantal gebruikers met een volledig account sterk groeit.

Reformatorisch Dagblad 15-02-16
Auteur: Reporter Creer datum: 5-03-2016 13:48:46
Kerkplanten in crisisland


Eline Kuijper

Aan de frontlijn van de vluchtelingencrisis werken Griekse kerkplanters aan nieuwe christelijke gemeenschappen. Nu de economie in een diepe crisis verkeert, kan de kerk laten zien dat je identiteit niet afhangt van je baan of bezit.
Rotterdam

Hun land wordt dagelijks overspoeld door vele duizenden vluchtelingen en heeft bovendien te kampen met een enorme economische crisis. Midden in die chaos stichten de Griekse kerkplanters Alexandros Pipilios (33) en Philip Kirkland (35) nieuwe christelijke gemeenschappen waar mensen hun leven en geloof met elkaar delen.

‘De meeste Grieken zijn orthodox, maar vooral uit gewoonte. Er zijn maar weinig evangelische christenen in Athene, maar we zijn wel erg zichtbaar’, vertelt Pipilios. ‘Midden op het Victoriaplein, centraal in Athene, hebben we vanuit de kerk een inloopcentrum. Daar kunnen vluchtelingen die net van de bootjes komen even naar de wc. En we geven hen een kop thee en kleding.’

Pipilios is in Rotterdam op de jaarlijkse internationale conferentie voor kerkplanters, van de Nederlandse organisatie International Church Plants (ICP). Hij is er samen met zijn goede vriend en mede-kerkplanter in Athene. Ze hebben elkaar ontmoet in de Verenigde Staten, waar Pipilios theologie studeerde en Kirkland een multiculturele gemeente leidde. Ze delen een verlangen om het evangelie te vertellen aan mensen die het nog nooit gehoord hebben. Dat doen ze onder de Grieken in Athene, die te kampen hebben met enorme werkloosheid, en onder de vele migranten die in hun land aankomen. Pipilios heeft inmiddels twee jonge kerken geplant, Kirkland is net begonnen en richt zich meer op interculturele gemeenschappen.

klaar met kapitalisme

In tijden van crisis is de gemeenschap van christenen in Athene er om de hardste klappen voor elkaar op te vangen, zegt Pipilios.

‘Drie jaar geleden ben ik een kerk begonnen in de wijk Exarcheia’, vertelt Pipilios. ‘Daar wonen heel veel anarchisten. Mensen die het door de ingestorte economie helemaal gehad hebben met het kapitalisme en het materialisme. Omdat we als evangelische christenen sterk in de minderheid zijn, hebben we bij hen een streepje voor. Zij houden wel van minderheden.’

In deze anarchistische wijk krijgt Pipilios veel kansen om het evangelie te verkondigen, vertelt hij. ‘De kerk kan laten zien dat er iets anders is om je identiteit op te bouwen. Dat wie je bent niet afhangt van hoeveel spullen die je hebt, of je baan, maar van Jezus.’

De kerk in Exarcheia bestaat inmiddels uit zo’n veertig tot vijftig leden. ‘Toen de crisis uitbrak, was het echt een zootje in Griekenland’, vertelt de Griekse kerkplanter. Er waren dagelijks zelfmoorden. ‘Maar in de gemeente hielpen mensen elkaar. Er zijn mensen die bijvoorbeeld tijdelijk de huur betaalden voor gemeenteleden, tot zij weer een baan hadden. Er waren ook dokters en tandartsen die gratis hun werk deden voor de gemeente.’

intercultureel

De anarchisten in de wijk staan van zichzelf al open voor migranten, vertelt Pipilios. ‘Dit zijn mensen die het niet eens zijn met landsgrenzen als zodanig. Hen hoef ik niet te overtuigen van het idee dat we ons hart moeten openstellen voor vreemdelingen. In zo’n linkse wijk zijn we het daarover allemaal eens.’ De kerk in Exarcheia doet er veel aan om de vluchtelingen die in de stad aankomen te steunen. Vreemdelingen opvangen, dat is inherent aan christen zijn, vindt hij. ‘Juist nu er zo veel werkloosheid is, is het voor migranten nog moeilijker om te integreren. Ze hebben meestal geen werk. De mensen die Noord-Europa bereiken, en bijvoorbeeld hier in Nederland aankomen, dat zijn de Syrirs. De echte problemen ontstaan met de mensen die in Griekenland achterblijven, de Afghanen. Die zijn minder hoog opgeleid, hebben minder geld en er zitten meer analfabeten bij. De overheden moeten iets met dat probleem, maar de kerk heeft een andere agenda. Wij moeten als christenen iedereen die hier is welkom heten.’

Dat doet de kerk in eerste instantie praktisch. Ze verleent rechtsbijstand en geeft taallessen. In april van dit jaar wil de kerk onderdak gaan bieden aan 25 kinderen. Kinderen die zonder hun ouders zijn gevlucht, of wiens ouders onderweg zijn omgekomen. Het inloopcentrum op het Victoriaplein, waar vluchtelingen naar de wc kunnen, krijgt er een aantal douches bij. Om dat soort hulp te kunnen bieden, krijgt de Griekse gemeenschap financile steun van Amerikaanse en Noord-Europese kerken.

Naast de praktische hulp wil de kerk een plek bieden waar de migranten zichzelf kunnen zijn. Op dat vlak is Pipilios’ collega-kerkplanter Kirkland actief. ‘Ik wil een plek creren waar de vluchtelingen en immigranten zich welkom voelen. Waar ze niet eerst hoeven te integreren om deel uit te maken van de kerk, waar ze niet eerst Grieks hoeven worden. Je ziet vaak dat migranten zich moeten aanpassen, voordat ze deel kunnen worden van een christelijke gemeente. Of ze gaan in hun eigen kerk zitten. Dat is zonde, wij willen juist de diversiteit vieren.’ <

proef verschillen
Hoe kan een christelijke gemeente ervoor zorgen dat migranten zichzelf kunnen zijn? Philip Kirkland leidde in de Verenigde Staten als voorganger een interculturele gemeente. Hij geeft advies. ‘De mensen die in hun thuisland wonen, bij hen ligt de verantwoordelijkheid. Zij moeten als eerste hun hand uitsteken. En je leven delen, dat gaat veel verder dan alleen ‘‘hallo’’ zeggen op zondagochtend. Het is hard werken. Samen eten bijvoorbeeld, is heel belangrijk en dan met name bij mensen thuis. Iemand uit een andere cultuur in jouw keuken laten koken. Voedsel is bij uitstek cultuur. Als je dat met elkaar deelt, proef je van elkaars verschillen, letterlijk.

In de diensten op zondag moet het toegankelijk zijn. Dat kost werk. Het is soms moeilijk om iets in eenvoudige taal toch krachtig te maken. Dat kan beter door middel van verhalen, dan door academische uiteenzettingen over abstracte dogma’s. Voor een predikant is het de uitdaging de gemeente zover te krijgen, dat ze niet naar de dienst komen om hun oren geprikkeld te krijgen, maar om op de plek te zijn waar het evangelie werkelijkheid wordt.’

Nederlands Dagblad 04-03-16
Auteur: Reporter Creer datum: 9-03-2016 13:08:00
Unieke gebedsdienst in Den Haag


In de protestantse kerken in Nederland is het vandaag biddag voor gewas en arbeid. In veel kerken komen gelovigen samen om te bidden voor de groei van het gewas en voor werk. Vrijdag zal er in Den Haag een bijzondere gebedsbijeenkomst zijn. In de Engelstalige internationale Rooms-Katholieke Kerk zullen ruim honderd Europarlementarirs en veel internationale diplomaten het vredesgebed bidden. Aanleiding vormt de komst van de toorts van Benedictus, de patroonheilige van Europa, naar Nederland. Vanuit het klooster van Montecassino, waar Benedictus begraven is, gaat de toorts ieder jaar als een soort olympische vlam door Europa, naar het land dat op dat moment voorzitter van de EU is. Nu, midden in het door de paus uitgeroepen ‘Jaar van de barmhartigheid’, is dat voor het eerst Nederland. In het gebed om vrede wordt de aandacht gevestigd op de Europese eenheid , zegt pastoor Sjaak de Boer . Hij is een van de voorgangers die in deze krant vertellen hoe zij zich voorbereiden op het gebed in de gemeente, hoe ze aankijken tegen biddag en hoe zij zelf bidden. De anderen zijn Huibert van der Ham (schipperspredikant), Lucia van Rouendal, (gepensioneerd verpleeghuispastor), Wijnand Zondag (gemeentepredikant) en Marieke Meiring (luchthavenpastor). Zij vertelt dat we in het gebed ‘stem kunnen geven aan nood, lof en dankbaarheid’. ‘We tillen onze lof en zorg op naar God en dat werkt verbindend. Zo wordt het ook iets van de gemeenschap.’

Nederlands Dagblad 09-03-16

Auteur: Reporter Creer datum: 15-03-2016 16:10:12
Koran verduistert het verhaal van Jezus

07-03-2016 10:00 | ds. C. W. Rentier

”Ik ben Jezus” staat er met grote letters op een folder die enkele weken geleden op honderden adressen door de brievenbus viel. Wie de folder openvouwt, ziet een waaier aan uitspraken over Jezus. Er staat niet bij waar ze vandaan komen, maar veel lezers zullen begrijpen dat het om de Koran gaat. Stichting De Koran, die deze folder verspreidt, vertelt de lezer dat dit het ware verhaal is van Jezus en biedt vervolgens een gratis Koran aan voor mensen die geen moslim zijn. Geloven moslims in Jezus en leer je Hem pas echt kennen door de Koran?

JA

In de Koran vind je inderdaad een aantal verzen die over Jezus gaan, hoewel Zijn naam er zo niet in staat. In de Koran krijgt Hij de naam ”Iesa”, maar het is duidelijk dat het om dezelfde persoon gaat als over wie in het Nieuwe Testament geschreven staat. Hij werd geboren uit de maagd Maria en deed grote wonderen.

Het is niet helemaal duidelijk waar het woord Iesa vandaan komt. Je zou in het Arabisch iets als Jesjoea verwachten. Sommigen vermoeden dat Mohammed in de war was geraakt doordat Joden in zijn omgeving Jezus soms spottend met Ezau vergeleken. Anderen gaan er vanuit dat de naam uit het Oost-Syrische Aramese dialect van christenen afkomstig zou zijn.

Moslims claimen in ieder geval dat de Koranische verwoording van Jezus’ naam dichter bij het Aramese origineel Jesjoea staat dan de naam van Jezus in de westerse talen. Moslims stellen vaak dat Jezus alleen Aramees sprak en dat het Nieuwe Testament dus niet de werkelijke woorden van Jezus kan bevatten. De Koran zou op betere bronnen teruggaan.

NEE

Dat argument snijdt echter weinig hout. Waar Jezus op aarde rondwandelde, waren drie talen gangbaar: Aramees, Hebreeuws en Grieks. De naam van Jezus in het nieuwtestamentische Grieks is dus ouder en meer oorspronkelijk dan de benaming Iesa in de Koran. Maar het gaat om meer dan een naam.


Net als bij het woord Allah kunnen we ons er niet makkelijk van afmaken door te zeggen dat het in de Koran om een ander gaat. Moslims spreken over de Schepper en spreken over Jezus. Het gaat om Dezelfde, maar het is wel een ander getuigenis over Dezelfde! Wat de Koran zegt over God en Jezus is heel anders dan wat de Bijbel leert.

Kun je zeggen dat moslims in Jezus geloven? Dat hangt ervan af wat je met het woord ”geloven” bedoelt. Moslims geloven in het bestaan van een historische persoon waarover ook het Nieuwe Testament spreekt. Ze geloven dat Hij werd geboren uit de maagd Maria en grote wonderen deed, maar daarmee houden de overeenkomsten ook bijna op.

Moslims doen nog wel eens alsof zij toleranter zijn dan christenen: zij geloven en eren Jezus wel, maar christenen zijn niet bereid hetzelfde met Mohammed te doen. Dat is echter geen eerlijke vergelijking. Als het Nieuwe Testament een betrouwbaar beeld geeft van wat Jezus gezegd en gedaan heeft –en er is geen betrouwbaarder bron– dan eert de islam Jezus niet en geloven moslims niet in Jezus.

Jezus noemt Zichzelf de Zoon van Zijn hemelse Vader, Die n is met de Vader en Die betrokken is bij alles wat de Vader doet, Die zonden vergeeft en oordeelt op de laatste dag. De Koran spreekt er echter zijn afschuw over uit dat de Erbarmer een zoon zou hebben en benadrukt dat Iesa niet anders is dan de boodschappers vr hem, een mens die zich moet onderwerpen aan God als ieder ander. De Koran benadrukt dat er op de dag van het oordeel geen middelaar is en ontkent de kruisiging van Jezus. In plaats van het offer en het kruis, wijst Mohammed de weg van de jihad –de inspanning– om God te behagen.

De Koran heeft op meerdere punten onjuiste informatie. Tragisch genoeg lijkt Mohammed te hebben gedacht dat christenen een godenfamilie met Maria als moedergod leerden. Tevens werd hij kennelijk benvloed door gnostische groeperingen over de schijndood van Jezus aan het kruis. Maria de moeder van Jezus wordt verward met Mirjam de zus van Aaron, die 1400 jaar eerder leefde. Tevens lezen we in de Koran wonderverhalen die uit onbetrouwbare apocriefe evangelin komen, zoals dat Jezus als baby in de wieg gesproken zou hebben en een vogel van klei tot leven liet komen.

DUS

De Koran biedt geen historische informatie over Jezus en profeten die iets aanvult of verheldert ten opzichte van de Bijbel. Integendeel: het verhaal wordt verduisterd. Om de profeten uit de Koran en hun boodschap te leren kennen, heb je de Bijbel nodig. Ten tijde van het ontstaan van de Koran had de moslimgemeenschap nog geen beschikking over een Arabische vertaling van de Bijbel. Laten christenen zich vandaag inspannen dat moslims de Bijbel serieus gaan lezen om Jezus werkelijk te leren kennen.

Ds. C. W. Rentier, predikant-directeur Evangelie & Moslims.
Auteur: Edwin Creer datum: 19-03-2016 15:46:36
Er is hoop voor de kerk in Duitsland

Marius Timmermans

De toekomst van de kerk in Duitsland is niet volkomen hopeloos, betoogt Marius Timmermans.

Is de nacht over kerkelijk Duitsland over het dieptepunt heen (RD 1-3)? Als initiatiefnemer van de Stichting Vrienden van Heidelberg en Dordrecht (SVVHD) en de daaruit voortgekomen Duitse vereniging Reformationsgesellschaft Heidelberg (RGH) ben ik bovengemiddeld sterk betrokken op het geestelijk welzijn van onze oosterburen. Mijn antwoord op de genoemde vraag is: Ja, er is hoop.

Die hoop is er niet als je kijkt naar wat er gebeurt in de zogenaamde Landeskirche en kerken in haar kielzog. Dankzij de kerkenbelasting kan de Landeskirche monumentale kerken onderhouden, predikanten betalen en de schijn ophouden dat het nog wel goed gaat.

De praktijk is echter dat er op de meeste plaatsen in Duitsland nog maar een handjevol bejaarde mensen op zondag naar de kerk gaat. Het geestelijk leven is er op sterven na dood. De nacht is gedaald over kerkelijk Duitsland.

Redenen

Hoe komt het dat het zo slecht gaat met de kerk in Duitsland? De belangrijkste reden is dat de kerk lijdt aan een geestelijke ziekte. De door de kerk opgeleide predikanten preken niet meer de rechtvaardigmaking van de zondaar, zoals Luther ooit deed, maar de rechtvaardiging van de zonden. Dat is catastrofaal gebleken voor de kerk in Duitsland.

Ook sociaaleconomische ontwikkelingen zijn debet aan de neergang. Na de oorlog waren er voorgangers als ds. Wilhelm Busch, die met een warm hart Christus aanprezen als de Zaligmaker van zondaren. Het volk hield zich echter doof en ging aan het werk. Het ”Wirtschaftswunder” stal de harten van de Duitsers. Mensen gingen op in het materialisme.

Bovendien brak het geloof in eigen kennen en kunnen baan. De God der Reformatie, de God van het wonder, werd vergeten. Daarmee bleef ook de rechte dankbaarheid voor de ontvangen welvaart uit. Er was zelfs geen sprake van noemenswaardige dankbaarheid toen de twee Duitslanden in 1989 op wonderlijke wijze, zonder massaal bloedvergieten, werden verenigd.

Medicijn

In oktober 1996 werd een serieuze poging ondernomen om de kerken in Duitsland te bewegen tot een nieuwe reformatie. Veel prominente theologen schaarden zich achter het initiatief ”Ein Ruf zur Umkehr”.

Tal van kranten schreven over het initiatief. Er werd in Berlijn een speciale kerkdienst gehouden, er werden studiebijeenkomsten belegd en zo’n 500 mensen sloegen symbolisch opnieuw de 95 stellingen op de deur van de slotkapel te Wittenberg. Er werd in eigentijdse stellingen aandacht gevraagd voor tal van zaken die om een hervorming schreeuwden. De stellingen zijn in maar liefst veertig talen vertaald.

Helaas verzandde het initiatief na enige tijd door tweedracht en ruzie. Het uiterst noodzakelijke medicijn bleef ongebruikt. De dodelijke kwaal waaraan de kerk in Duitsland leed, kreeg volop gelegenheid voort te woekeren.

Wonder

Een fundamentele vraag is: waarom laat de Heere dit gebeuren in het land van Luther en Ursinus? Toen de nood van de Duitsers op mijn hart werd gebonden en ik daarom de SVVHED oprichtte, ontving ik enkele anonieme brieven. Daarin werd me gevraagd of ik wel goed bij mijn hoofd was om die nazi’s te gaan helpen.

Het kwaad dat het Duitse volk het Joodse volk heeft aangedaan, is inderdaad ongekend. Het vertoornde bovendien de Heere. Het zou echter een dubbel wonder van genade zijn als er in Duitsland zeventig jaar (!) na de oorlog een nieuwe reformatie kwam.

Het 500-jarig jubileum van Reformatie komt eraan. De God van Elia, de God van Luther leeft nog. Het is mijn hartelijke wens en bede dat de Heere bij onze oosterburen een opwekking geeft. Niet om het overblijfsel dat er in Duitsland nog steeds is, maar uit genade om Christus’ wil, Wiens bloed reinigt van alle zonden.

De auteur is adviseur van de Stichting Vrienden van Heidelberg en Dordrecht en voorzitter van de Duitse vereniging Reformations Gesellschaft Heidelberg.

>>reformationsgesellschaft.de


Reformatorisch Dagblad 19-03-16
Auteur: Reporter Creer datum: 8-04-2016 14:49:13
Apologetiek is zo gek nog niet

In de EO-documentaire ”Na de zomer” komen reformatorische jongeren aan het woord over hun geloof. Een jongere werpt daarbij de vraag op of een apologetische insteek wel goed is. Christenen moeten geen verdedigende houding aannemen, maar het laten aankomen op de ontmoeting. Daarin kunnen we uitleggen wat we denken en hoe we leven.

JA

Ik heb respect voor de studenten die zich in de documentaire uitspreken. Zij schamen zich niet voor een christelijke levens­overtuiging. Het recente rapport ”God in Nederland” laat zien dat het christelijk geloof in onze samenleving steeds meer aan de zijlijn komt te staan. Deze jongeren tonen echter dat het christelijk geloof beslissend is voor het totale leven en het leven in een perspectief plaatst.

Ik kan ook begrijpen dat de desbetreffende leerling opmerkte dat we niet met een verdedigende houding naar de universiteit moeten gaan. Zo’n houding veronderstelt immers dat je je aangevallen voelt. De verdedigingshouding neemt iets van spontaniteit weg om een ander echt te ontmoeten in zijn of haar leefwereld. De verdedigingshouding geeft ook een bepaalde kramp en spanning, terwijl dat helemaal niet nodig is. We kunnen op een ongedwongen manier uitkomen voor het christelijk leven en voor de christelijke overtuiging. Het is niet nodig om gelijk in de kramp schieten omdat we ons aangevallen voelen.

De krampachtige verdedigingshouding brengt mee dat we niet meer echt luisteren naar een ongelovige. De ongelovige kan immers ook weleens meevallen en de boze ‘wereld’ is niet altijd zo boos als christenen geneigd zijn te denken. Het is de ervaring van veel christenen dat atheïsten heel aardige en spontane mensen kunnen zijn met heel redelijke opvattingen, die er bovendien helemaal niet op uit zijn om de christelijke medemens en het christelijk geloof aan te vallen. Ook onze seculiere medemens kan oprechte belangstelling hebben voor het christelijke geloof. Waarom zo veel wapens in stelling brengen en munitie van apolo­getiek verzamelen?

NEE

Deze opmerkingen nemen het goed recht van apologetiek echter niet weg. Apolo­getiek is namelijk niet in de eerste plaats een verdediging van het christelijk geloof, maar een verantwoording ervan. Daarom heet het handboek waaraan ik heb mee­gewerkt ook ”Verantwoord geloof”. Als we uitgaan van dit begrip komt apologetiek een stuk dichterbij. De Bijbel spreekt zelfs over de roeping om ons te verantwoorden (1 Petr. 3:15). Christenen ontkomen er niet aan om zich te verantwoorden. Van de eerste christenen ontstonden karikaturen als men hoorde over het eten van Christus’ lichaam in het avondmaal. Men vermoedde dat er sprake was van kinderoffers. Christenen voelden zich gedrongen verantwoording af te leggen van de juiste inhoud van het christelijk geloof.

Wat dat betreft is er nog niet zo veel veranderd. Mede-Nederlanders kunnen de indruk hebben dat reformatorische christenen zich heel druk maken om de lengte van rokjes op middelbare scholen, dat zij tegen abortus, euthanasie, homo­seksualiteit en zondagswerk zijn. Wellicht is het ook bekend dat de meeste van deze christenen in de Biblebelt wonen. Daarmee houdt de kennis van de meeste Nederlanders wel op. Hoe ga je daarmee om?


Op zo’n moment is het wel handig als je niet alleen de communicatieve vaardigheden hebt om het gesprek in een andere richting te buigen, maar als je ook de intellectuele bagage ter beschikking hebt om te verantwoorden wat je eigenlijk gelooft. Iemand zou je tegen kunnen werpen dat de wetenschap heeft bewezen dat de Bijbel niet waar is. Wat zeg je dan? Een ander kan opmerken dat religie veel geweld mee heeft gebracht in de Bijbel en in de geschiedenis. Hoe moet je dan reageren? Het kan je voor de voeten worden geworpen dat het christelijk geloof je dom houdt en zelfstandig nadenken verhindert. Wat is je antwoord als een collega of medestudent je voor de voeten werpt dat het geloof in een goede God zich niet laat rijmen met het kwaad in de wereld?

Deze vragen dwingen christenen om diep na te denken over hun eigen geloof. In de geschiedenis was de verantwoording van het geloof een aanleiding om de inhoud van het geloof meer te doordenken en duidelijk te maken hoe het christelijk geloof zich verhoudt tot andere religies, tot filosofische wereldvisies, tot ongeloof of tot wetenschappelijke inzichten.

DUS

Apologetiek is zo gek nog niet. Nu christenen een steeds kleinere minderheid vormen, wordt het steeds belangrijker dat we woorden en inzichten hebben om het gesprek over het christelijk geloof aan te gaan en er verantwoording van af te leggen.

Prof. dr. W. van Vlastuin, hoogleraar spiritualiteit aan de Vrije Universiteit.

Reformatorisch Dagblad 29-03-16
Auteur: Reporter Creer datum: 12-04-2016 20:43:53
Ds. Nijboer van MijnKerk.nl: Internet is plaats waar kerk moet zijn

Wim Hulsman

Op het web liggen voor kerken nog veel onbenutte kansen. Die boodschap geeft ds. Janneke Nijboer kerkenraden mee als zij vertelt over haar ervaringen met de onlinekerk MijnKerk.nl. Vorige week werd zij door de Protestantse Kerk in Nederland officieel benoemd als predikant van de digikerk.

Ds. Nijboer experimenteerde in haar tijd als predikant in Breda met nieuwe vormen van kerk-zijn en ontdekte toen de wereld van de sociale media. „Internet is wel degelijk een plaats om als kerk aanwezig te zijn.

Nederlands Dagblad 12-04-16
Auteur: Reporter Creer datum: 14-04-2016 12:19:31
Kerk weet zich niet te verkopen bij DWDD


Eline Kuijper

Media hebben belangstelling voor het geloof. Maar de kerk kan zichzelf niet goed verkopen op televisie.

Nijkerk

De kerk is volop aanwezig in de samenleving, alleen weet ze zichzelf niet goed zichtbaar te maken in de media. Tijdens de landelijke voorjaarsconferentie van de Confessionele Vereniging, een beweging binnen de Protestantse Kerk dachten de bezoekers, veelal dominees, woensdag na over hoe dat anders kan.

Wie wil weten hoe actief de kerk is in de samenleving, doet er goed aan te spreken met Geesje Werkman. Zij zet zich namens de Protestantse Kerk in Nederland in voor vluchtelingen. Tijdens het congres vertelt Werkman hoe zij samenwerkt met mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Defence for Children, en zelfs een rechtszaak tegen de Nederlandse Staat aanspande en won. En ChristenUnieleider Gert-Jan Segers werkt als christelijke partijleider samen met seculiere feministes om mensenhandel aan te pakken.

christenen bij Pauw

Toch leeft er bij de Confessionele Vereniging onvrede over de manier waarop de kerk en gelovigen aanwezig zijn in het publieke domein. Hoe vaak zie je nu een christen bij een tv-programma als Pauw of De Wereld Draait Door? Bovendien worden christenen als ze met een idee naar buiten komen, nogal eens negatief weggezet. Segers noemt als voorbeeld de roze microfoon van PowNews. De ChristenUnie in Amersfoort kwam vorige week met het plan relatiehulp te bieden aan jonge stellen in Vinex-wijk Vathorst, omdat het scheidingspercentage daar opvallend hoog is. De inwoners van Vathorst kregen een roze microfoon onder hun neus gedrukt met de vraag: ‘U mag van de ChristenUnie niet scheiden, wat vindt u daarvan?’ Een typisch voorbeeld van hoe goede bedoelingen worden gereduceerd tot een verbod, vindt Segers. Maar hij ziet ook kansen. Zo werd hem tijdens een interview met de Volkskrant gevraagd naar zijn favoriete Bijbelgedeelte. ‘Er is bij de media oprechte interesse in het geloof’, aldus Segers.

Dat zegt ook Sjirk Kuijper, hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. In zijn tijd als woordvoerder van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, werd er geregeld door journalisten gevraagd naar de mening van die partij. En af en toe belt een redactie van een tv-programma met de vraag hoe Kuijper over een onderwerp denkt. ‘De welwillendheid van de media is heel groot’, zegt Kuijper. Het probleem is echter dat redacties moeilijk christenen kunnen vinden die in een paar minuten hun punt kunnen maken. Hij stelt voor dat dominees communicatieadvies krijgen, want optreden op tv is niet makkelijk. Het vraagt moed, snelheid van denken en maakt je door directe reacties op sociale media kwetsbaar.

‘wij willen ook meedoen’

Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, waarschuwt dat christenen niet een houding moeten aannemen van: wij willen ook meedoen! ‘De wereld zit niet te wachten op aardige christenen’, zegt Plaisier. ‘Wij hebben een verhaal in onze gebroken handen liggen.’ En dat verhaal, van God die naar mensen toekomt en ons aanraakt in onze zonden en kwetsbaarheid, dát is waar de wereld volgens Plaisier op zit te wachten. <

Nederlands Dagblad 13-04-16
Auteur: Reporter Creer datum: 19-04-2016 18:13:19
Hoop op herstel van Israël is Bijbels

ds. Willem J. J. Glashouwer

De Bijbel geeft wel degelijk reden om te geloven in een toekomstig herstel van Israël, reageert ds. Willem J. J. Glashouwer op ds. W. de Bruin (RD 4-4).

Mogelijk heeft u weleens een preek gehoord over het visioen van de dorre doodsbeenderen (Ezech. 37). Grote kans dat het gedeelte werd uitgelegd als een visioen over de opstanding der doden aan het einde der tijden óf als een beeld van de wedergeboorte waarbij de Heilige Geest nieuw geestelijk leven werkt.

In diezelfde preken zal misschien ook gezegd zijn: „Wat een domme vraag van die discipelen in Handelingen 1:6: „Heere, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” Ze zouden toch beter moeten weten! Het Koninkrijk van Jezus is een geestelijk Koninkrijk en is nu!”

Maar de discipelen zouden wel buitengewoon dom zijn –of de uit de doden opgestane Heere Jezus een heel slechte leraar– als Hij na Zijn Opstanding uit de doden veertig dagen lang aan hen verschijnt en met hen spreekt over het Koninkrijk Gods… en ze het dan nóg niet begrijpen!

Zowel de ”wederopstanding des vleses” (Apostolische Geloofsbelijdenis) als de wedergeboorte zijn werkelijkheden die de Heilige Geest voltrekt en eenmaal zal voltrekken. Maar daarover gaat het niet in Ezechiël 37. Het gaat daar om het nationaal herstel van Israël, opkomend uit de ‘graven’ der volkeren waar ze bijna 2000 jaar ‘begraven’ waren.

Er staat: „Zo zegt de Heere Heere: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël.” We zien dat wonder, die ‘opstanding’, al meer dan honderd jaar voor onze ogen plaatsvinden.

Nee, de enige vraag die er voor de discipelen overbleef, was deze: „Gaat dat nú gebeuren, dat Koninkrijk voor Israël?” En de Heere Jezus zegt alleen: Nóg niet. Eerst moeten jullie Mijn getuige zijn tot de einden der aarde. Daarna zal de Zoon des mensen in grote macht en majesteit verschijnen om Zijn Koninkrijk op te richten. Hij zal zitten op de troon van Zijn vader David en heersen te midden van Jakob (Israël). Wanneer Jezus aan de aarde teruggegeven zal worden om te zitten op de troon van Zijn vader David weet de Allerhoogste alleen (Hand. 1:6-8).

Er staat in Ezechiël 37 zelfs: „En Mijn knecht David zal koning over hen wezen; één herder zal er voor hen allen zijn.” Toen de profeet dit schreef, was koning David al eeuwen gestorven. Maar de grote Zoon van David zou eenmaal komen om het verbond dat de Allerhoogste met David gesloten had, in vervulling te doen gaan.

Eerst het heil naar de heidenen, daarna heerlijkheid voor het volk Israël. We zijn er bijna. We zijn bijna zover! Het heil, de verkondiging van het Evangelie, gaat uit naar alle volkeren en Israël keert terug naar huis.

Tekenen

In Zijn grote eindtijdrede noemt de Heere Jezus tekenen die wijzen op de tijd van Zijn wederkomst. Veel van deze tekenen, zoals oorlogen, aardbevingen, ziekten en honger, zijn op kleinere schaal al eeuwenlang aan de orde. Maar in onze dagen is er een spectaculaire groei zichtbaar.

In de vorige eeuw zijn er bij oorlogen meer mensen omgekomen dan in alle eeuwen daarvoor bij elkaar opgeteld. Valse profeten hebben in de afgelopen honderd jaar meer slachtoffers gemaakt dan ooit tevoren. Denk maar aan Hitlers nationaalsocialisme, dat 6 miljoen Joden het leven kostte. Denk aan de tientallen miljoenen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Of aan Stalins communisme, dat tientallen miljoenen mensen het leven kostte, waaronder zeer veel christenen en Joden. Of Mao Zedongs schrikbewind. En Cambodja, Rwanda en...

Twee tekenen zien we nu gebeuren. Dat zijn tekenen die wijzen op de spoedige wederkomst van de Messias. Tekenen die niet eerder in de geschiedenis voorkwamen.

Het eerste teken is de wereldwijde verkondiging van het Evangelie aan alle volkeren. Let op, er staat niet: aan alle individuen. Dit teken gaat in onze dagen in vervulling. Na de grote zendingseeuw, de negentiende eeuw, werd in de twintigste en wordt nu in de eenentwintigste eeuw het Evangelie wereldwijd verkondigd via moderne communicatiemiddelen: satelliet, internet, radio- en televisiezenders. Dat gebeurt in nagenoeg alle talen en is gericht op alle volken.

Het tweede teken is het opnieuw tot leven komen van Israël. Als je dat ziet gebeuren, moet je weten dat het Koninkrijk van God voor de deur staat. En ook dat zien we al meer dan een eeuw voor onze ogen gebeuren. Israël keert terug naar het beloofde land. De Heere brengt de Joden thuis. Waarom? Omdat Hij ze daar, in Israël, in Jeruzalem, wil ontmoeten bij Zijn wederkomst. Daarom brengt Hij de Joden thuis.

Als Christenen voor Israël helpen wij Joden bij hun terugkeer naar Israël. In alle liefde, bewogenheid en ootmoed. We pretenderen hiermee niet ook maar iets te kunnen forceren of afdwingen. Uiteindelijk is het namelijk de Almachtige Die Zijn beloften vervult.

Straks zal Hij Zich door Zijn Geest aan Zijn broeders openbaren, zoals Jozef deed aan zijn broers in Egypte. De wederkomst van Christus komt snel dichterbij.

De auteur is president van Christenen voor Israël Internationaal.
Auteur: Reporter Creer datum: 22-04-2016 14:50:23
Redenen om de Bijbel tóch te geloven
21-04-2016 08:00 | prof. dr. B. A. Zuiddam

Regelmatig botst wat de Bijbel zegt met ons eigen verstand of ervaring. De seculiere wereld vraagt zich af waarom christenen nog in dat oude boek geloven. Zijn daar nog redenen voor?

NEE

Er zijn diverse factoren die mensen laten twijfelen aan Gods spreken. Die hebben volgens de Bijbel een geestelijke achtergrond. Jaren geleden hield prof. dr. C. A. Tukker in Epe een mooie preek over de gevangenneming van Jezus en de schijnbare triomf van een hypocriet religieus establishment en een heidense overheid. Daarbij besprak hij Jezus’ woorden: „Dit is uw ure, en de macht der duisternis” (Luk. 22:53). Ook in het leven van een christen zijn er tijden dat de wereld machtiger lijkt dan de God van de Bijbel. De kerkgeschiedenis is er vol van.

Napoleon zei al dat God aan de kant staat van het leger met de meeste kanonnen. Op die seculiere leest is inmiddels het hele westerse onderwijsstelsel geschoeid. We hebben geleerd om alles om te verklaren zonder God. ”Might is right” en geld heeft altijd gelijk.

Daarbij komt ook de rol van de moderne theologie. Vanaf de verlichting zijn de wonderen de wereld én de Bijbel uit. Wat we nog uit de Schrift mogen overnemen voor ons geloof vandaag de dag is vaak niet veel meer. Dat laat mensen binnen en buiten de kerk twijfelen aan de Bijbel. Iemand als Richard Dawkins vraagt zich af waarom christenen gezag blijven toekennen aan een boek waarover de vooraanstaande theologen van onze tijd beweren dat het vol staat met fouten en tegenstrijdigheden.

Het wordt vooral moeilijk wanneer de inhoud van de Schrift botst met onze ervaringswereld. Wanneer Gods beloften niet lijken uit te komen, wanneer we de Bijbel niet begrijpen en het leven pijn doet. Soms kiezen we bewust voor de zonde en zoeken we excuses om de Bijbel niet te hoeven geloven.

Ook het gedrag van christenen kan twijfel oproepen, bijvoorbeeld hun geroddel of manier van zakendoen. Maar evenzeer hun gebrek aan inlevingsvermogen. Net als in Jezus’ tijd zijn het vaak religieuze mensen die barrières oprichten tussen mensen en de stem van God. In onze tijd zijn er de misbruikschandalen rond priesters en predikanten. Als omgang met de Bijbel dat soort gedrag oplevert, hoe kun je dan als slachtoffer of buitenstaander de Bijbel geloofwaardig vinden? Aan de vruchten herkent men immers de boom.

JA

Gelukkig kent God onze twijfels. Wie de Bijbel leest, wordt verder geholpen. De Heere reikt in de Psalmen zelfs gebeden aan waarin twijfels over God en Diens betrouwbaarheid openlijk worden uitgesproken.

Christus’ woorden tijdens Zijn gevangenneming geven aan dat God de duisternis soms een tijd de ruimte geeft, maar dat Hij daaraan paal en perk stelt. Met de moord op Jezus leek alles afgelopen, maar dat was het niet.

Religieuze mensen die onder de schijn van lange gebeden de zwakken uitbuiten, hebben dat niet bij Christus geleerd. Ook al heet hun organisatie christelijk of noemt men zich zelfs kerk. Ook hun ure komt ten einde. Het gaat toe naar een eeuwige afrekening voor alles wat hier gebeurd is. De zachtmoedigen zullen de aarde beërven en de reinen van hart zullen God zien. Dat geeft hoop. Het is bemoedigend om in de Bijbel te ontdekken dat God goed is en de toekomst aan Hem behoort. Hij blijft altijd staan voor dezelfde waarden van reinheid en waarheid.

Het voorbeeld van Jezus op aarde helpt ook om Gods spreken te geloven. De kerk van Zijn tijd werd beheerst door farizeeën die de indruk gaven vreselijk dicht bij God te leven. Maar Jezus prikte erdoorheen. Wie struikelblokken opwerpt voor de kwetsbaren, is volgens Hem beter af met een molensteen om zijn nek in de diepte van de zee.

Zelf hield Hij vast aan het Woord van de Vader, ook toen de duisternis alle macht in handen leek te hebben. Het was Gods uitverkoren volk met de Bijbel dat Jezus liet kruisigen, niet de heidenen in Verweggistan. Binnen dat enige gelovige volk op aarde was het juist de stam van Juda, de directe familie van de Christus, die zijn verrader leverde. Te midden van die pijn en verwarring bleef de Heere Jezus Gods beloften vertrouwen, dwars door vernedering, marteling en dood heen. Dat inspireert.

DUS

De Bijbel spreekt de waarheid over ons eigen hart, de wereld en de duivel. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat ware christgelovigen door de eeuwen heen datzelfde betrouwbare spreken van de Heere ervaren hebben. Daarom nemen we de Schriften aan; omdat de Kerk ze aanvaard heeft, maar ook omdat de Geest van God in ons hart en de praktijk van ons leven laat zien dat ze de stem van God bevatten.

Er is ook zoiets als het voordeel van de twijfel. Als je door een tijd van aanvechting heen vasthoudt aan Gods Woord en het dan bevestigd ziet, maakt dat het geloof sterker. Zo leer je om persoonlijk toe te eigenen wat geschreven staat.

prof. dr. B. A. Zuiddam, nieuwtestamenticus en classicus
Auteur: Reporter Creer datum: 2-05-2016 13:51:55
Krimp? Blijf als kerk waar je bent


Gerald Bruins

Wat moet een krimpende kerk doen, als zij in haar voortbestaan wordt bedreigd? ‘Blijf als kerk waar je bent’, zegt praktisch
theoloog Henk de Roest.
 Zwolle
Wat moet je als krimpende kerk doen als het aantal leden zo klein wordt dat verdwijning dichtbij is? Doorgaan tot de laatste het licht uitdoet of
de bakens verzetten? Op een symposium vrijdag van het Praktijkcentrum, een adviescentrum van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, werd
niet gesomberd. Vijftig aanwezigen, verbonden aan kleine gemeenten, kwamen naar Zwolle om te leren en ervaringen uit te wisselen. Met een
variatie op de titel van de bijeenkomst: krimp biedt kansen.
Met cijfers bracht Jannet de Jong, adviseur gemeenteopbouw, het probleem scherp in beeld: bij de vrijgemaakt-gereformeerden neemt het
aantal krimpende kerken toe. Sinds 2004 zijn er tien gemeenten opgeheven. Daarnaast fuseerden tientallen vrijgemaakte kerken. Waren er in
2004 33 gemeenten met minder dan tweehonderd leden, vorig jaar lag dat aantal op 48. Het aantal kerken met minder dan 100 leden in 2004
en 2015: 14. In zulke kleine gemeenten kost het veel energie om de kerk draaiende te houden, erkende De Jong. ‘Het is moeilijk elan te vinden
voor nieuwe ideeën, zo wordt dat ervaren in veel krimpende gemeenten.’
Oud-rector Mees te Velde van de Theologische Universiteit in Kampen stelde dat kerkkrimp ‘bij het leven hoort.’ Zo zorgt de trek van het
platteland naar de steden ervoor dat kerken in die gebieden leden verliezen. De secularisatie levert eveneens kerkkrimp op. Veel kerken hebben
een cultuur waarin alles gaat zoals het altijd ging. ‘Maar we moeten niet bang zijn om dingen anders te doen. Er moet ruimte zijn voor
experimenteren’, aldus de emeritus hoogleraar kerkrecht en gemeenteopbouw. Zijn advies aan kleine kerken: concentreer je op de hoofdtaken
preken, pastoraat en catechese. De trekkende kracht van de kerk moet in zijn ogen van het Woord van God komen, anders wordt een
verandering een menselijk proces. Met het opheffen van het instituut verdwijnt de kerk volgens hem niet uit het dorp. ‘Als het instituut er niet
meer is, kunnen de mensen Christus nog steeds zichtbaar maken in hun dorp.’
tien mensen
Henk de Roest riep de aanwezigen op stand te houden. ‘Blijf als kerk waar je bent, tot je misschien nog maar tien mensen overhebt’, aldus de
hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. Hij adviseerde alleen samen te werken op
noodzakelijke terreinen. Fuseren of opheffen kan funest zijn. ‘Uit onderzoek is gebleken dat niet goed begeleide kerksluitingen leiden tot
kerkverlating.’
Dominees leiden kerkdiensten, begrafenissen en trouwerijen en doen aan pastoraat en catechese, maar missionaire experts beschuldigen hen
er desondanks van niet missionair actief te zijn. Onzin, vond De Roest, zij voeren kerntaken van de kerk uit en die zijn beslist missionair.
‘Vermijd de spagaat dat je ook nog missionair moet zijn. Anders word je moe. Je kunt altijd kijken hoe je andere doelgroepen kunt bereiken met
het geloof, dat heet evangelisatie.’
Zijn aanbevelingen voor de krimpende kerken: waardeer wat je als gemeente in Christus hebt ontvangen, ga op zoek naar je roeping en rust
leden toe tot getuigen. ‘Laat mensen het verhaal van hun geloof vertellen in de kerk.’ <
Zuidwolde
In 2011 berekende de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Zuidwolde, onder de rook van Groningen, dat zij over tien jaar nog maar honderd
leden zou hebben. ‘Vier jaar later zijn we met 105 leden al bijna zover’, zegt kerkenraadslid André Scholtens. Zestig procent van de leden is
boven de vijftig. Het Praktijkcentrum adviseerde de gemeente zichzelf op te heffen vanwege ‘geloofsarmoede’. In de gemeente werd hetgeloofsgesprek nauwelijks gevoerd. ‘Die conclusie kwam hard aan, maar wij besloten af te wijken van het advies. Wij gaan door, de kerk is
de bruid van Christus. We moeten weer olie in onze lampen krijgen.’ De kerk betrekt jongeren bij haar activiteiten. Daarnaast zoekt zij geloofsverdieping.

Nederlands Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 6-05-2016 15:14:24 Laatst gewijzigd: 6-05-2016 15:18:41
Roeping om te getuigen leeft te weinig in de kerk

Gert van Merkerk

De oproep van Christus om te getuigen leeft weinig in de kerk, constateert Gert van Merkerk. Om dat te veranderen, zijn geen speciale acties nodig, maar gemeente­leden die leren leven als echte christenen.

Er is de laatste tijd veel geschreven over kerkverlating en ook over de noodzaak van evangelisatie. Gelukkig zijn er mensen die bewogen zijn met de diepste nood van de naaste. Waarbij de liefde van Christus dringt, door het kennen van de vrees dat wij moeten verschijnen voor de rechterstoel van Christus (2 Kor. 5:10, 11).

Daarom kennen veel hervormd-gereformeerde gemeenten de figuur van de ”evangelisatie­ouderling”, die meestal leidinggeeft aan een evangelisatie­commissie. Deze commissie zoekt naar wegen om rand- en buitenkerkelijken te bereiken. Hiertoe worden allerlei activiteiten ontwikkeld.

Kunnen we nu tevreden zijn omdat dit allemaal goed geregeld is? In dankbaarheid voor het goede dat er zeker is, doet zich toch een bange vraag voor. Komen er nog wel mensen van buiten de kerk binnen de lichtkring van het Evangelie en zo tot geloof? Sowieso moeten we ons afvragen hoe het komt dat de kerken teruglopen in plaats van groeien. Of durven we op grond van de Bijbel deze vraag niet te stellen en er al helemaal geen antwoord op te geven?

Hiermee samenhangende wezen­lijke vragen zijn: hoe kijken wij naar onze naaste die de Heere Jezus nog niet kent als Verlosser? Wat doet het ons dat zo velen in onze omgeving niet gelovig zijn? Zijn wij als christenen metterdaad evangelisten die Gods beloften echt geloven dat de Heere op het gebed en het woord dat wij spreken, door de Heilige Geest mensen tot geloof brengt? Wanneer je dan manieren zoekt om je naaste met het Evangelie te bereiken, kom je er steeds meer achter dat je het uiteindelijk zelf niet kunt. Zo wordt je steeds meer terug­geworpen op het gebed.

Het kan toch niet anders dan dat je als christen iets weg hebt van Christus? Dan krijg je de innerlijke bewogenheid met de naaste. Dan worden vanzelf de belofte en opdracht waar die Christus aan Zijn discipelen geeft: „U zult Mijn getuigen zijn” (Hand. 1:8). Toch laat de werkelijkheid helaas een ander beeld zien. Deze roeping om getuige te zijn, blijkt weinig te leven.

Kerkenraad

Het is hard nodig dat we ons opnieuw bewust worden van onze roeping om onze geschonken talenten in dienst van God te gebruiken. Evangelisatie is een zaak van heel de gemeente. De prediking dient de gemeente er steeds weer bij te bepalen dat christen-zijn en getuige-zijn niet te scheiden zijn. Het meest wezenlijke van het christen zijn, is leven tot eer van God. Handelingen 2:46, 47 vertelt de uitwerking hiervan. Het is eigenlijk kinderlijk eenvoudig, er hoeven helemaal geen speciale acties te worden gevoerd. Het leven als echte christenen volstaat. Dit vraagt ten diepste het gebed: „O Zoon maak mij Uw beeld gelijk.”

Het is goed dat er evangelisatie­ouderlingen en evangelisatie­commissies zijn. Toch is de ultieme doelstelling dat deze zichzelf overbodig maken. Maar voor dat dit doel bereikt is, is er nog veel voor hen te doen. Om te beginnen moet evangelisatie een zaak van het hart zijn of worden van heel de kerkenraad. Hiervoor is vaak toerusting nodig en opwekking tot gebed. Als de roeping tot getuigen in de kerkenraad een levende werke­lijkheid is geworden, dan zal dit zijn uitstraling naar de rest van de gemeente niet missen.

Nogmaals, hierbij is de prediking van levensbelang. Alleen als we Christus kennen en Zijn liefde ons dringt, zijn we bereid tot verantwoording aan ieder die rekenschap vraagt van de hoop die in ons is. Deze hoop geeft leven!

Wat kan een evangelisatie­commissie zoal doen? Ik noem enkele punten. Ze kan de gemeente stimuleren tot gebed en het lezen van een boek dat toerust. Ze kan activiteiten organiseren voor heel de gemeente die ook voor buitenstaanders aantrekkelijk zijn. Of een gemeenteavond beleggen waarop naar voren komt dat iedere christen talenten gekregen heeft en er allerlei natuurlijke situaties zijn om aan een ander te laten zien dat je God en je naaste liefhebt. Het kinder- en jeugdwerk kan gebruikt worden om ook niet-kerkelijke kinderen uit te nodigen. Laat het jeugdwerk aantrekkelijk zijn, maar wel met een duidelijke Bijbelse boodschap, zonder allerlei poppenkast die alleen maar afleidt van de Boodschap. Van wezenlijk belang is dat gemeenteleden proberen buitenkerkelijken bij hun leven te betrekken en voor zo iemand beschikbaar te zijn als buddy.

Bij alles wat wij doen geldt: als ik de liefde niet heb, dan is het niets.

De auteur was jaren evangelisatie­ouderling in de hervormde gemeente 
van Veenendaal.

Reformatorisch Dagblad 05-05-16
Auteur: Reporter Creer datum: 13-06-2016 14:43:46
Moslims Pakistan helpen christenen aan nieuwe kerk


Tilly Dodds


Islamitische bewoners van het dorp Gojra, in de Pakistaanse provincie Punjab, helpen christenen in het buurdorp Khalsabad met de bouw van een nieuwe kerk.
Khalsabad

De oude kerk was weggespoeld als gevolg van hevige regens in de vorige moessontijd. Sindsdien moeten de christenen hun samenkomsten bij gelovigen thuis houden, of in een gehuurde ruimte.

De moslims boden zelf vlak voor Pasen aan de christenen te helpen. Faryah Masih, een christen, verklaarde aanvankelijk tegenover het nieuwsagentschap Anadolu zijn oren niet geloofd te hebben. ‘Maar tot mijn verrassing was er een maand nadat de hulp was aangekondigd, een begin gemaakt met de bouw.’

Zes jaar geleden nog werden in Gojra tien christenen gedood.

Nederlands Dagblad 13-06-16
Auteur: Reporter Creer datum: 20-06-2016 14:14:54 Laatst gewijzigd: 20-06-2016 14:16:50
Kinderen hebben avondmaal nodig



Ulbe van der Meer • vrijgemaakt-gereformeerd predikant in Tiel

De viering van de christelijke Maaltijd wordt steeds vaker aanbevolen als medicijn voor gezonde kerken en christenen (ND-Gulliver 20 mei, ND 4 juni). Daarbij stel ik de vraag: hoe houden we onze kinderen gezond, als zij geen plek hebben aan die Maaltijd?
Jongeren haken – ook bij de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt – in verontrustende aantallen af. Zij doen dit voordat ze ooit bij Christus aan tafel hebben gezeten. Bij navraag aan een grote groep achttienplussers bleek mij dat geen van hen ooit had ervaren voor de Maaltijd te zijn uitgenodigd. Toch is dat een misvatting. Want elke gereformeerde viering kent met nadruk zo’n uitnodiging – namens de Heer, die gezegd heeft: ‘Kom allemaal bij mij als je moe en belast bent’ (Matteüs 11). Deze uitnodiging deed Christus aan het adres van ‘kinderkens’ – eenvoudigen in het geloof.

Maar kennelijk is deze uitnodiging in gereformeerde vieringen formeel geworden. Ze valt de jongeren niet op. En kinderen trekt ze al helemaal niet aan. Of is de uitnodiging expres niet aan hen geadresseerd? Een gelovig kind zou immers zomaar op deze uitnodiging kunnen ingaan.

Wie naar de redenen zoekt voor deze praktijk, moet goed zoeken en vindt eigenlijk maar weinig.

In evangelische gemeenten worden kinderen niet gedoopt. Reformatorische kerken kennen vanuit hun leer de mijding van de Maaltijd. Beide hebben te maken met de waardering van geloof en/of wedergeboorte. Kinderlijk geloof is, zo wordt gezegd, misschien nog geen ‘echt’ geloof. En ‘wedergeboorte’ moet blijken in overtuigende – liefst definitieve – kenmerken van een nieuw leven.

Maar in de gereformeerde traditie is geloven een levenslang leerproces, van de wieg tot het graf. En wat hun wedergeboorte betreft, mogen mensen vertrouwen op de Geest, die het nieuwe leven geeft. Die Geest werkt evengoed bij de kinderen als bij de volwassenen. Ze zijn onderworpen aan de erfzonde, maar daarmee niet slechter dan hun ouders.

gedragsinspectie

Vaak wordt verwezen naar 1 Korintiërs 11, waar de deelnemers aan de Maaltijd door Paulus worden aangemoedigd ‘zichzelf te beproeven’. Maar lezing van dat gedeelte maakt duidelijk dat de apostel geen geloofs-, maar een gedragsinspectie op gang wilde brengen. Het ging erom dat bij de Maaltijd de zwakken in het oog gehouden moesten worden. Arm en rijk, sterk en zwak vormen samen het ‘lichaam van Christus’! De verbluffende slotzin van Paulus is: ‘Kortom, wees aan de Maaltijd gastvrij.’ Deze zelfbeproeving beoogt geen áfhouding, maar juist aanvaarding en uitnodiging.

De sociale context van dit Bijbelgedeelte maakt het vreemd te veronderstellen dat kinderen niet meevierden.

Sommigen achten het in strijd met de gereformeerde leer, als jonge kinderen worden toegelaten tot het avondmaal. Mijn vraag is dan: met welke leer? In elk geval niet met de leer die is verwoord in de gereformeerde belijdenissen van de kerk.

De calvinistische kerken in Heidelberg (die van de Heidelbergse Catechismus, waarin de vraag staat: ‘Wie zal men tot de tafel des Heeren toelaten?’) kenden een praktijk waarbij kinderen veel jonger voor het avondmaal werden uitgenodigd. De ouders gaven hun kinderen daarvoor op. Van degenen die pienter genoeg waren, werd slechts gevraagd op een zaterdag – voorafgaande aan de maandelijkse viering – de tien geboden, het Apostolicum en het Onze Vader op te zeggen. En was dat te hoog gegrepen, dan legde de voorganger het hun vriendelijk in de mond.

pubertijd

De kerken ontgroenen. Kinderen geloven wel, maar vieren geen avondmaal. Jongeren moeten wachten tot ze in het ‘openbaar’ belijdenis kunnen doen van hun geloof. En voor het zover is, moeten ze de moeilijke pubertijd door. Daarin wordt hun kinderlijk geloof enorm op de proef gesteld. Ze komen met niet-gelovigen in aanraking. Sommigen ervaren een tegenstelling tussen geloof en wetenschap. Anderen krijgen te maken met veel verdriet door echtscheiding van de ouders of andere zaken.

En dat moeten ze allemaal doormaken zonder het middel waarmee de Heer hun zwakke geloof ondersteunen wil. Sommigen, steeds meer, zien we niet meer terug.

Het is niet aan mensen om te voorspellen of het middel van de Maaltijd zal werken om mensen bij de Heer te houden. Het is wél aan de kerk om dit heilige middel aan de kinderen van de gelovigen te gunnen. Wat gaat er eigenlijk fout als we dat zouden doen? <

Nederlands Dagblad 17-06-16
Auteur: Reporter Creer datum: 29-07-2016 15:16:29
Kerkgebouw moet ”open huis” zijn voor de hele gemeenschap


De kerk is van iedereen. Dat is een mooie slogan, die je in meerdere inzichten kunt gebruiken. Want christenen willen, als het goed is, niets liever dan dat iedereen de kerk bezoekt en zo onder het Woord komt, zoals we dat noemen.
De kerk is geen exclusief clubgebouw dat alleen toegankelijk is voor leden die jaarlijks netjes hun contributie betalen. Als dat zo was, zouden we de klokken wel uit de torens kunnen slopen. Want die luiden niet omdat het zo aardig klinkt, maar om de publieke gemeenschap duidelijk te maken dat de ópenbare eredienst op het punt van beginnen staat. Ze luiden om aan te kondigen dat de christelijke gemeente voor het aangezicht van God gaat verschijnen. Om Hem te eren en te danken. En om te bidden en te luisteren naar de uitleg van de Bijbel. En daar mag iedereen bij aanwezig zijn.

De nuchterheid gebiedt ook te zeggen dat de gemeenschap bepaald niet het gevoel heeft dat veel –vaak nieuwere– kerken ook van hen zijn. Ze hebben vaak alleen maar last van de kerkgangers die hun auto’s slordig parkeren.

Bij monumentale kerken is dat wijgevoel veel vaker –en sterker– wel aanwezig. De dorpskerk of de Grote Kerk in de stad is niet alleen van de gemeente die er diensten belegt, maar van iedere inwoner. Het is een markeringspunt. Een monument en een brok gestolde cultuur. En soms worden er ook nog diensten in belegd. Want helaas is dat al lang geen vanzelfsprekendheid meer.

In Veenendaal heeft een groep mensen vanuit de hervormde gemeente het initiatief genomen om in de Oude Kerk op de Markt, onder de naam ”Veense Alledagkerk”, vanaf september elke eerste en derde zaterdag van de maand een korte samenkomst te houden. Voorgangers uit verschillende kerken in Veenendaal die het Apostolicum onderschrijven, wordt om medewerking gevraagd.

Rond de viering van 450 jaar Oude Kerk werd volgens de initiatiefnemers terecht benadrukt dat de monumentale kerk in het centrum van Veenendaal oorspronkelijk bedoeld was voor de hele christelijke gemeenschap in het dorp. Ook werd toen gesteld dat het goed zou zijn als álle Veenendalers de kerk zouden zien als iets van en voor henzelf. Vandaar deze samenkomsten.

Ongetwijfeld zitten er aan de organisatie van dit soort bijeenkomsten tal van haken en ogen. Stof genoeg om over van mening te verschillen. Maar daarmee moet het initiatief niet afgeserveerd worden. Veel te vaak hebben orthodoxe protestanten zich teruggetrokken op het eigen kerkeiland. Kerken worden gebouwd op een plek waar genoeg parkeerruimte is en om de kerk en het parkeerterrein wordt een groot hek gezet, waarmee de kerk zich letterlijk afsluit van de gemeenschap. Nu is er met dat hek niets mis, als het ook doordeweeks maar wijd open kan, óók voor hen die geen lid zijn van de gemeente.

Wat dat betreft kunnen protestanten nog wel wat leren van rooms-katholieken, die hun kerken ook doordeweeks meestal gratis voor het publiek openstellen. Want de kerk is van iedereen. Maar ze is er vooral vóór iedereen. Een ”open huis” op zondag én op alle andere dagen van de week.


Reformatorisch Dagblad 22-07-16
Auteur: Reporter Creer datum: 15-08-2016 16:32:28
De migrantenkerk: Samen hardop uit de Bijbel lezen


Harmke van Berkum

Hoewel Nederland naar schatting twaalfhonderd migrantenkerken telt, leiden ze vaak een onopgemerkt bestaan. Daarom gaan redacteuren in de zomermaanden op bezoek bij een aantal migrantengemeenten. Vandaag: de Chinese Christelijke Gemeente in Arnhem.
bij welke migrantenkerk zijn we te gast?

De Chinese Christelijke Gemeente in Arnhem maakt deel uit van de Chinese Christelijke Gemeente in Nederland (CCGN), een kerkgenootschap dat behalve in Arnhem gemeenten heeft in Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Delft en Amersfoort. Leden van deze gemeente zijn afkomstig uit de wijde omgeving van Arnhem. Omdat zij van Chinese afkomst zijn, worden de kerkdiensten in het Mandarijn gehouden, met vertaling naar het Nederlands en het Kantonees, een andere Chinese taal.

hoe ziet de kerk eruit?

Het eigen kerkgebouw, de Rank, is sinds juli 2010 in bezit van de CCGN, nadat de hervormd-gereformeerde gemeente haar intrek elders nam. De kerkzaal heeft een rechthoekige vorm. Voorin hangt een groot houten kruis aan de muur. Links staat een preekstoel, die tijdens deze dienst niet gebruikt wordt.

welke mensen zitten er?

De gemeente telt zo’n 140 vaste bezoekers, van wie ongeveer dertig kinderen. Van oorsprong zijn die allemaal Chinees, maar ze komen ook uit landen als Singapore, Maleisië, Indonesië en Taiwan. Er zit ook een Nederlandse man in de zaal die getrouwd is met een Chinees gemeentelid. Chinezen met een Nederlandse partner bezoeken vaak de ene week de Chinese kerk en de andere week een Nederlandse.

hoe is de dienst vormgegeven?

Vlak voordat de dienst begint, bidt het aanbiddingsteam samen met de voorganger en de vertaler in een kring voorin de kerkzaal. De dienst begint met het lezen van een vers uit Psalm 105. Vervolgens gaat de hele gemeente staan en spreekt de voorganger een gebed uit, dat iedereen met ‘amen’ beantwoordt. Alle aanwezigen samen lezen Psalm 53 hardop in het Mandarijn, sommigen doen dat daarna nog eens in het Nederlands. Ook de andere Bijbelgedeelten worden samen, hardop, gelezen.

Het aanbiddingsteam, bestaande uit een pianist, een aanbiddingsleider en een aantal zangers/zangeressen, leidt het gedeelte van de dienst waarin aanbiddingsliederen gezongen worden. De gemeente zingt in het Mandarijn en in het Engels, vaak afgewisseld binnen een nummer. Zo komt het nummer ‘Hosanna’ van Hillsong voorbij, dat de mensen deels in het Mandarijn en deels in het Engels zingen. De voorganger doet alleen de preek, de rest van de dienst verzorgen de dienstleider en de aanbiddingsleider.

wat is de boodschap van de ­voorganger?

De preek gaat over de profeet Jona en heeft als thema: roeping door de eeuwen heen. De voorganger stelt de vraag wat de motivatie van christenen is om te veranderen. De enige motivatie, zegt hij, is het feit dat we God steeds beter leren kennen en dat daardoor ons binnenste wordt veranderd en vernieuwd. ‘Maar hoe kijken we naar Gods leiding als die het tegengestelde is van onze huidige kennis en onze eigen verlangens?’

De voorganger vertelt dat Jona iets werd gevraagd wat geen andere profeet eerder had gedaan, namelijk naar een ander land gaan om daar tegen een volk te spreken. De meeste profeten ontvingen woorden van God om door te geven aan de koning. Maar in plaats van te luisteren en naar Ninevé te gaan, ging Jona naar Tarsis. ‘Zijn ongehoorzaamheid is verbonden met het tijdperk waarin hij leefde’, aldus de voorganger. Volgens hem gelooft Jona wel dat Gods opdracht echt is en gaat hij serieus om met Gods Woord, maar vlucht hij weg omdat hij het niet begrijpt, omdat hij geen voorgangers heeft om zich aan te spiegelen. ‘God doet hetzelfde met ons als Hij deed met Jona. Wij moeten Hem vertrouwen en leren leunen op zijn kracht, steeds terugkomen voor de Heer, zodat we steeds veranderd worden totdat Jezus Christus terugkomt’, luidt de boodschap.

een vaste bezoeker

Fook Hwa Tan (38) bezoekt de CCGN sinds 2000, samen met zijn vrouw en inmiddels ook met zijn dochtertje. Hij komt oorspronkelijk uit Singapore en heeft zijn vrouw in Nederland leren kennen. In de kerk is hij verantwoordelijk voor de activiteiten van de ‘tweede generatie’, de mensen die in Nederland geboren zijn, en hij is een van de vertalers.

wat doet de kerk nog meer?

Gelijktijdig met de zondagse dienst in het Mandarijn is er twee keer per maand een dienst in het Nederlands. Voor Chinese studenten die hun studie in Nederland volgen, is er twee keer per maand een Fellowship waar gebeden en gezongen wordt en waar soms een evangelist komt spreken. Ook leden die in Nederland geboren zijn, komen tweemaal per maand samen voor een Fellowship. Hetzelfde geldt voor de Chinezen die niet in Nederland geboren zijn.

en verder ...

De CCGN is ooit begonnen met kerkdiensten op de maandag- en dinsdagmiddag, omdat de meeste leden op zondag in een Chinees restaurant werkten. De tweede generatie Chinezen werkt echter vaak doordeweeks. Daarom worden er nu ook op zondag diensten belegd. Voor deze tweede generatie is het makkelijker een Nederlandse dienst goed te volgen dan een Chinese dienst. Vandaar dat er nu eens per twee weken, tegelijk met de dienst in het Mandarijn, een dienst in het Nederlands is.

Nederlands Dagblad 15-08-16
Auteur: Reporter Creer datum: 23-08-2016 17:19:38
Column: Dolgedraaide veranderingsdrift in de kerk

ds. J. Belder

„Ieder woelt hier om verand’ring, en betreurt ze dag aan dag. Hunkert naar hetgeen hij zien zal, wenst terug ’t geen hij eens zag.” Dat oude gezang uit de Hervormde Liedbundel is hoogst actueel in een tijd van dolgedraaide veranderingsdrift. Ook in de kerk. Hoewel. Uit angst voor verwarring is er ook een vluchten in verstarring. We spreken liever van rechts en links, waarbij het eerste staat voor degelijkheid, het tweede voor oppervlakkigheid. Maar aan beide zijden van de hoofdweg gaapt een ravijn. Er is dode rechtzinnigheid en dode vrijzinnigheid.
Gereformeerden zagen lange tijd met misprijzen de hoofdstroom in het kerkelijk leven afbuigen. De conclusie was snel gemaakt. Schipperen en scharrelen met het Woord is begin van het einde. Onlangs verzekerde een oude dame mij nog: „Het begint met nieuwe noten, ik houd het bij oude noten.” Ach ja, ritmisch of niet-ritmisch zingen is een kwestie van smaak. Er is heel wat geharrewar en getwist over bijzaken. Heel wat kerkleden slaan al snel op hol met hun geliefde stokpaardjes. Sommige veranderingen zijn zinvol, andere zinloos. Zingen tijdens het collecteren is oneerbiedig, praten niet. Zo hebben we dan voorafgaand aan de preek een praat- en plaspauze ingelast met een organist die wanhopige pogingen doet boven het geroezemoes uit te komen. Eigenaardig is ook de plotselinge alomtegenwoordige gewoonte om voorafgaand aan de dienst de halve kerkbode te declameren.

Echt wanstaltig zijn de populariteitsjagers, de entertainers onder de voorgangers en het opleuken van de dienst. Om maar te zwijgen van de hoogst ernstige bloedarmoede waar menige preek aan lijdt. Dan worden bruggen naar de wereld loopplanken voor kerkverlaters. Soms lijkt het ook weinig verschil te maken of men lid is van de kerk of van het humanistisch verbond. Het is niet altijd onbegrijpelijk dat gemeenten verdampen en verdwijnen en hun gebouwen op Marktplaats belanden.

Het is een veeg teken als in gereformeerde kringen de tweede zondagse dienst geschrapt wordt wegens gebrek aan belangstelling. Of het consistoriegebed overbodig wordt verklaard.

Is de werkelijke crisis het vertroebelen van de leer van het zondaar-zijn voor God? Rechtvaardigen hebben immers geen bekering nodig. De Christus der Schriften is niet alleen voor de wereld ergernis­gevend.

Preken is een zaak van de allergrootste ernst. Heeft God bij ons nog echt het eerste, het laatste en het hoogste woord? Wie mensen ten koste van het Evangelie wil behagen, is niet langer dienstknecht van Christus. Heeft de kerkelijke misère daar soms mee te maken? Hoe preken wij? Hoe luisteren wij?

Reformatorisch Dagblad 18-08-16
Auteur: Reporter Creer datum: 16-09-2016 14:07:56
Vrouwen hebben nu een eigen bijbel


UITGEVERIJ ROYAL JONGBLOED
Een primeur voor Nederland: de vrouwenbijbel. In andere talen bestaan bijbels voor vrouwen al veel langer, maar hier werd gisteren pas het eerste exemplaar gepresenteerd. In de vrouwenbijbel staan naast de bijbelteksten speciale katernen met extra informatie.

Volgens de uitgever van de vrouwenbijbel zijn dat bijvoorbeeld biografieën van vrouwen die in de Bijbel voorkomen. "We proberen door deze uitleg vrouwen te helpen om beter te begrijpen wat er in de Bijbel staat," zegt uitgeefster Anne Westerduin tegen Omrop Fryslân.

Volgens Westerduin was er behoefte aan deze bijbel. Een team van meer dan zeventig vrouwen heeft meegewerkt aan de teksten. En de uitgever heeft de smaak te pakken: over ruim een halfjaar komt er ook een mannenbijbel uit.

Ze denken daarnaast ook alweer na over andere doelgroepen. "Denk bijvoorbeeld aan autisten. Die hebben heel veel moeite met bijbelteksten omdat ze de symboliek er vaak niet uithalen. Dat zou ook nog een goede doelgroep zijn om een aparte bijbel voor te maken", aldus Westerduin.

NOS 16-09-16
Auteur: Reporter Creer datum: 23-09-2016 14:07:31
Andries Knevel: waarom deze paus protestanten raakt

Dick Schinkelshoek

Wie is toch die man die op 13 maart 2013 de wereld begroette met een eenvoudig ‘Buona sera’ – goedenavond? Waarom noemde hij zich Franciscus, naar de grote heilige uit Assisi die radicaal koos voor de armoede? En waarom wordt hij sinds die eerste dag op handen gedragen, niet alleen door protestanten van allerlei snit, maar ook door volstrekt seculiere media?
Paus Franciscus liet EO-presentator Andries Knevel (1952) niet los. Hoe kan één man een instituut dat zo onder vuur lag zo’n nieuwe impuls geven? Over zijn zoektocht schreef Knevel een verslag in dagboekvorm: Het geheim van de paus, ruwweg gelijktijdig aan de opnamen van de documentaireserie die hij voor de NPO maakte over de paus.

Hij heeft nog een béétje last van een jetlag, vertelt Knevel licht verontschuldigend vooraf aan het interview. Want hij is net terug uit Amerika. Maar als het gesprek eenmaal over de paus gaat, lichten zijn ogen op, gaan zijn handen bewegen – en vertelt hij vol vuur over de man die zijn held is geworden.

Hoe kan de oergereformeerde Andries Knevel zo sterk gegrepen zijn door een rooms-katholieke kerkleider als paus Franciscus?

‘Dat was niet door zijn toespraak bij de Verenigde Naties, niet door zijn werk voor de armen, niet door zijn bezoek aan de vluchtelingen op Lampedusa. Maar hierdoor.’ Van zijn bureau pakt Knevel een boek en houdt het bijna als een crucifix omhoog: De naam van God is genade, een meditatief boek van de paus dat begin dit jaar verscheen. ‘Dit is zo prachtig. Zoals hij hier over genade spreekt. Dat God je altijd opwacht, uit welke hoek van het leven je ook komt. Daarmee raakte hij mij, gereformeerd gebleven jongen, diep in het hart. Ik herlas het boek om zes uur ’s morgens in het vliegtuig, op een van de reizen naar Italië, en weer raakte het mij diep.’

Maakt het verschil dat het de paus is die dit schrijft?

‘Dat maakt het juist zo verrassend. Het is de paus die deze prachtige dingen over Gods genade zegt! Een van de morele wereldleiders. En het hoofd van de kerk van Trente (het concilie dat de Reformatie veroordeelde, red.), van de goede werken waardoor je zalig moest worden. Dit geluid is zo weldadig, zo anders.’

Seculiere media hebben alleen aandacht voor wat de paus zegt over armoede en onrecht, en niet voor deze boodschap van genade. Daarmee ‘framen’ ze hem, schrijft u. Zet u de paus niet op uw beurt in een – ­protestants – frame?

‘De seculiere berichtgeving negeert eenvoudigweg alles wat hij zegt over het christelijk geloof. Maar ik geloof niet dat ik daar mijn eigen eenzijdigheid tegenover zet, en Franciscus protestantser maak dan hij is. Het is en blijft een ontzettend roomse man. Toch denk ik dat ik hem in het hart kijk, als ik De naam van God is genade lees, of als ik luister naar zijn preken op woensdag en zondag. Ik volg die nu al geruime tijd iedere week, althans: op papier. Toen ik in Rome was, hoorde ik live van hem een preek over Psalm 51. Ik keek eerst wat kritisch rond. Zouden al die mensen die hem net juichend hadden ontvangen, nu ook naar zijn preek luisteren? Nou, ze luisterden! En ik luisterde ook! Want hij meende wat hij zei: over met lege handen weer bij God komen.’

U komt uit de bevindelijke traditie, en die is – zacht gezegd – niet erg pro-katholiek. Was er nog een stemmetje van binnen dat zei: pas op voor deze dwaalleraar?

‘Nou, daarvoor heb ik geen stemmetje van binnen nodig. Ik kreeg geregeld e-mails van mensen die mij waarschuwden: pas op voor die man, het is een wolf in schaapskleren. Zelf hecht ik erg veel waarde aan de gezamenlijke verklaring van de Lutherse Wereldfederatie en de Rooms-Katholieke Kerk uit 1999 aangaande de rechtvaardiging van de goddeloze: het is helemaal Gods genade. De Wereldwijde Gemeenschap van Gereformeerde Kerken heeft dit voorjaar met die verklaring ingestemd. Hiermee is voor mij het grootste geschil met Rome de wereld uit. Natuurlijk, ik kan uit mijn hoofd nog tien verschillen noemen, mét de bijbehorende jaartallen: de onfeilbaarheid van de paus uit 1870, het Mariadogma uit 1950 … maar dat is voor mij de inzet niet. Ik herken in Franciscus’ geloof dezelfde kern als in mijn geloof. Misschien moet je daarvoor juist wel uit een bevindelijke traditie komen, maar: dan kun je voor de rest veel van elkaar hebben.’

Is de paus een bevindelijk mens?

‘Haha. Ja, de paus is een bevindelijk mens.’

Beweegt deze paus u wellicht ooit rooms-katholiek te worden?

‘Met de kennis van nu zeg ik: ik ben bang van nooit. Het zou een mooie pr-stunt zijn. Maar nee. Luther had twee grote bezwaren tegen de kerk van zijn tijd. Vrijwel alles wat hij schrijft, kun je daarop terugvoeren: de genadeleer, en het liederlijke gedrag van de kerkelijke leiders in Rome en daarbuiten. Het protestantse bezwaar tegen de rooms-katholieke genadeleer kan van tafel. Op papier, althans. Want, zoals in Italië een prominent katholiek aan me vroeg: denkt u werkelijk dat er ook maar één katholiek wakker ligt van de genadeleer van de kerk?

Maar de apostolische successie, de paus als het hoofd van de kerk … voor Luther was het wellicht geen breekpunt, maar ik kan daar niet mee uit de voeten. Ik zou ook, denk ik, onder de vaak vlakke rooms-katholieke woordverkondiging onvoldoende gesticht worden.’

Oud-scriba van de Protestantse Kerk Arjan Plaisier pleitte onder meer in deze krant voor een federatie van kerken in Nederland, waarvan ook de Rooms-Katholieke Kerk deel zou moeten uitmaken. Ziet u ontwikkelingen op dat punt?

‘Ik hoop vurig dat de rooms-katholieken zullen toetreden tot het ‘verbond van kerken’ – het initiatief van de Nationale Synode van komende november – al weet ik niet of dat zomaar kan. Maar Rome en Reformatie één? In nog geen honderd jaar! Dat kan niet. Als je kijkt naar de rooms-katholieke kerkleer, dan is er maar één optie: dat alle protestanten individueel terugkeren. En dat zie ik niet gebeuren. Alleen al door de belabberde staat waarin rooms-katholiek Nederland verkeert.’

U constateert dat in Nederland de paus evangelischen en reformatorischen inspireert, terwijl in rooms-katholieke parochies niet of nauwelijks iets van dat nieuwe elan te merken is. Hoe komt dat?

‘Het protestantisme is er in Nederland totaal anders aan toe dan de Rooms-Katholieke Kerk. Aan protestantse zijde zie ik nieuw geloof, nieuw elan, missionaire initiatieven, jongeren die zich inzetten, christenen die zich uitstrekken naar de wereld. Ik zie geestelijke vernieuwing ontstaan. Aan de rooms-katholieke kant zie ik vooral ‘Bijbels analfabetisme’ (de term is van bisschop Gerard de Korte): vrijwel niemand lijkt nog te weten waarover het in de kerk gaat. De paus en zijn boodschap passen daarentegen juist goed bij dat zich vernieuwende protestantisme. Natuurlijk is het wat zwart-wit, maar voor de Nederlands rooms-katholieken geldt vermoedelijk wat ik de rooms-katholieke journalist Stijn Fens hoorde zeggen: “Voor ons komt hij te laat”.’

U gaat geregeld op zondag voor in kerkdiensten. Bidt u dan weleens voor de paus?

‘Nee, zelden of nooit. Dat is nalatig van me. Ik ga dat vanaf nu vaker doen. “Heer, paus Franciscus raakt ons. Wilt U hem zegenen in de preken en de toespraken die hij houdt, en in de ontmoetingen die hij heeft …”’

Omdat de paus ook een beetje uw paus is?

‘Nou ja, weet je … Als er negatieve berichten zijn over de Rooms-Katholieke Kerk voel ik mij daar ook niet los van staan. Denk aan het misbruik, de schade die daardoor is aangericht, de imagoschade voor het evangelie – dan voel ik mij solidair in de schuld. Dan mag ik mij óók solidair voelen als het goed gaat, als de paus een moreel appel op de wereld doet, als hij de Karelsprijs ontvangt – waarvoor nota bene iedereen die belangrijk is in Europa naar Rome moest afreizen, omdat de paus niet naar Keulen kwam, en die EU-topmensen in Rome nog een morele draai om de oren kregen ook! Dan voel ik mij trots, en dan is hij in die zin ook een beetje van mij.’

U hebt ook kritiek op de paus.

‘Ja, zeker! Omdat hij ontzettend vaag kan praten tijdens publieke bijeenkomsten, en dan nergens de naam van Christus noemt. Omdat hij zo halfslachtig is over de islam. In mei ontmoette Franciscus de grootmoefti van Cairo, zo ongeveer de belangrijkste soennitische geestelijke ter wereld. Dan komt hij niet verder dan zeggen dat christenen en moslims broeders zijn. Ik begrijp heus wel dat het tijdens zo’n beladen ontmoeting niet handig is om meteen ‘Alleen Jezus redt!’ te roepen, maar hij zou in zulke gevallen wel wat meer mogen getuigen van het onopgeefbare geloof in Jezus Christus. Leiders van andere religies zullen hem dat écht niet kwalijk nemen, want zo denken ze ook over hun eigen geloof.’

Die vaagtaal van de paus komt doordat hij jezuïet is, ontdekte u, en die denken op een bepaalde manier – maar wijst volgens u ook op iets wat dieper zit.

‘In de rooms-katholieke theologie zit sinds de jaren zestig een sterke trek van religieus universalisme: in ieder geloof is een glimp van de Waarheid te zien – misschien niet de meest volledige Waarheid, maar toch. De hel werd feitelijk afgeschaft. In Nederland is dat wellicht een van de belangrijkste oorzaken van de snelle leegloop van de Rooms-Katholieke Kerk. Want geloven ‘moest’ ineens niet meer. De vorige paus Benedictus – die nota bene aanwezig was bij het het Tweede Vaticaans Concilie waar dit allemaal begon – heeft onlangs in een interview gewaarschuwd voor de gevolgen. Want als iedereen een kind van God is, waarom zou je dan nog evangeliseren, en je geloof uitdragen? Je ziet het in Afrika: de Rooms-Katholieke Kerk doet daar geweldig goed werk, maar over geloof en behouden worden gaat het niet meer. Ze is daar feitelijk een ontwikkelingsorganisatie geworden.’

Deze paus heeft daar geen antwoord op?

‘Nee. Niet een antwoord dat mij overtuigd heeft, in elk geval. Mijn indruk is dat deze paus zijn handen vol heeft aan het revitaliseren van wat er nog aan geloof is in de Rooms-Katholieke Kerk. In mei vorig jaar is een Pauselijke Raad ter Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie opgericht, die dit probleem moet aanpakken – maar daarvan hebben we sindsdien weinig meer gehoord.’

Onder protestanten gaat het ook zelden meer over de hel, maar zij komen wél tot missionaire activiteiten. Waar zit het verschil dan?

‘Onder evangelischen en gereformeerden heeft zich de afgelopen 25 jaar een grote verschuiving voorgedaan. Daar heeft men oog gekregen voor het feit dat Christus Koning is. Dat zorgt voor vernieuwing. Waarom zou je mensen vertellen over Jezus? Er zijn in dit nieuwe protestantisme (naast de eeuwige redding) twee andere drijfveren: omdat Jezus je leven rijker maakt. Dat is een sterk subjectieve reden. En omdat, als steeds meer mensen erkennen dat Jezus Koning is en zijn Koninkrijk daardoor gestalte krijgt, Gód daardoor meer eer krijgt. De eer van God, dat vind ik zelf de mooiste reden. Oercalvinistisch ook.’

Daar kunnen de paus en de rooms-katholieke theologie nog wat van leren?

‘Ik zal in ieder geval niet nalaten dit mijn rooms-katholieke broeders en zusters voor te houden. De Rooms-Katholieke Kerk heeft goud in handen – met haar middelen, haar gebouwen, haar kloosters waar mensen terecht kunnen. Ik hoop dat deze paus en anderen in staat zullen zijn het stof daarvan af te blazen.’

Uiteindelijk blijkt dat de paus u niet persoonlijk zal ontvangen – en de Hollywoodacteurs George Clooney en Richard Gere wel. Stak dat een beetje?

‘Ach, ik wist heus wel dat de kans op een ontmoeting met de paus klein was. Hoewel …’ Knevel schiet in de lach. ‘Richard Gere had zijn vriendin mee met wie hij ongetrouwd samenleeft. En ik ben al veertig jaar keurig getrouwd. Maar dat legde blijkbaar toch onvoldoende gewicht in de schaal.’ ■

N.a.v. Het geheim van de paus. Een zoektocht
Andries Knevel. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 2016. 188 blz. € 18,90

De documentaireserie ‘In de ban van de paus’ werd uitgezonden op dinsdag 9, 16, 23 en 30 augustus en is terug te zien via NPO Gemist.

ND 22-09-16
Auteur: Reporter Creer datum: 26-09-2016 16:14:52
‘Bid om genezing, maar wacht er niet op’

Nick Vujicic zaterdagavond in Apeldoorn: ‘Ik heb thuis een paar schoenen voor het geval God mijn gebeden verhoort.’

Wim Houtman

Vrijdag twee keer een volle Basiliek in Veenendaal, zaterdag vijfduizend bezoekers in Apeldoorn. Nick Vujicic, bekend als de man zonder armen en benen, was afgelopen weekend in Nederland.

Apeldoorn

Je kunt hem geen hand geven, dus hij zegt: ‘Geef me een knuffel.’ En bij het afscheid weer.

Op het terras van zijn hotel vertelt Nick Vujicic - voordat hij ´s avonds een uitverkochte sporthal in Apeldoorn zal toespreken - in sneltreinvaart zijn verhaal.

‘Mijn moeilijkste tijd was op de basisschool, toen ik gepest werd en depressief was. Op m’n tiende deed ik een zelfmoordpoging. Op m’n vijftiende gaf ik mijn leven aan Jezus Christus. Ik besefte dat ik de keus had: boos zijn om wat ik niet had, of dankbaar voor wat ik wel had. Ik las Johannes 9, over de genezing van de blindgeboren man. En ik dacht: “Als God voor hem een plan had, heeft Hij dat ook voor mij’’.’

mensen raken

Toen hij op de middelbare school merkte dat hij goed in spreekbeurten was, en dat hij met zijn verhaal mensen in hun hart kon raken, vond hij zijn roeping.

Tien jaar geleden verhuisde Vujicic (33), een Australiër van Servische afkomst, naar Amerika; daar had hij familie die hem wilde helpen een organisatie op te zetten, Life Without Limbs.

Sindsdien reist hij de wereld over als spreker - voor grote en volle zalen - en evangelist.

Hij trouwde in 2012 en heeft twee zoontjes, van drie en een jaar oud.

U bent altijd positief en hoopvol, maar zijn er ook momenten dat u het leven zwaar vindt?

‘Als mijn vrouw met onze oudste zoon bezig is en de jongste huilt: dan voel ik me hulpeloos. Ik kan hem niet oppakken. Ik wou dat ik meer kon doen. Gelukkig hebben we georganiseerd dat mijn vrouw hulp heeft in huis en voor de kinderen. En nu, als mijn oudste huilt, komt hij zelf naar me toe voor een knuffel.

Je kunt zien hoeveel moois er kan gebeuren met jouw brokstukken, als je die brokstukken een kans geeft.

Verder moet ik erop letten dat ik niet burn-out raak. Je werkt makkelijk te hard.’

Uw gevoel voor humor helpt, denk ik.

‘Dat is gekomen toen ik doorkreeg dat mensen me aanstaarden en zich ongemakkelijk voelden. Dan ging ik normaal tegen hen praten en maakte een paar grapjes, om hen op hun gemak te stellen.’

Uw boodschap is wat u zelf hebt ondervonden: geef niet op, geloof in jezelf, niemand is waardeloos. Maakt het uit waar je je kracht vandaan haalt? Heb je daar God voor nodig?

‘Ik kan niemand dwingen iets te geloven. Maar als iemand vraagt waarom ik kan lachen en hoop heb, is dat omdat ik geloof in Jezus Christus, die is gestorven voor mijn zonden en is opgestaan. En omdat Hij is opgestaan, kan ik ook ooit opstaan. Als je gelooft dat je eeuwig leeft, leef je anders.

Je weet pas hoe sterk je hoop is als het echt erop aankomt. Ik heb gesproken voor een paar honderd seksslavinnen in Mombai. Tegen hen kan ik niet zeggen: wees positief, of: misschien heb je in een volgend leven meer geluk. Wat kan ik zeggen tegen een meisje van zestien dat door haar eigen moeder verkocht werd toen ze tien was? “Neem de regie over je eigen leven? Omarm het moment en dan komt het goed?’’ Dán zie je het verschil tussen een oppervlakkige oplossing en echte bevrijding.’

Wanneer ontdekte u dat u God nodig had?

‘Ik moest eerst jarenlang niks van God hebben, omdat ik niet begreep wat mijn handicap voor zin had. Toen kwam het besef dat ik niet hoefde te weten wat Gods plan met mijn leven was, alleen maar: dat Hij een plan had.

Als je kanker hebt, en er is maar één geneesmiddel, dan moet je dat wel nemen, anders kun je niet genezen. Mensen vullen hun leven met geld, drugs, seks, alcohol, aandacht, uiterlijk, werk. Daarin zoeken ze hun identiteit. Maar als je je geluk in tijdelijke dingen zoekt, zal je geluk ook tijdelijk zijn.

Sommige mensen hebben er moeite mee dat niet iedereen naar de hemel gaat. Maar een man die mijn dochter verkracht heeft, mag die naar de hemel? Wie is dan goed en wie is slecht? Wie bepaalt dat? God alleen. Ik kan alleen naar de hemel als ik volmaakt ben. En dat kan alleen als Hij me elke dag vergeeft.’

God kent ons gebed

Er is in Nederland discussie over genezing. “Hoe meer we bidden, hoe meer God mensen zal genezen’’, wordt gezegd. Hoe staat u daarin?

‘Dat is niet waar. God kent ons gebed al voordat we het bidden. Een geloof als een mosterdzaadje is genoeg om een berg te verzetten. Je hoeft niet aan allerlei voorwaarden te voldoen. God kan alles.

Ik ken dertien mensen die een genezingswonder hebben meegemaakt. Ik had zelf drie holtes in mijn wervelkolom. Het vooruitzicht was dat mijn rug steeds verder aangetast zou worden, zodat ik altijd in bed moest liggen. Dat werd ontdekt toen ik negentien was. Tien jaar later had ik nog twee holtes, na twee jaar nog één en vorig jaar waren ze allemaal weg. De artsen snapten niet hoe dat kon. “Ik wel’’, zei ik.

Ik heb thuis een paar schoenen voor het geval God mijn gebeden verhoort.’

‘Mijn vader heeft alvleesklierkanker. We bidden voor hem. Zal hij genezen? Dat weet ik niet. Maar als hij nu geneest, gaat hij toch een keer dood. Ook de mensen die Jezus uit de dood heeft opgewekt, zijn later gestorven. Want dit leven is niet onze bestemming. We zijn onderweg. Als je sterft, ga je naar huis.

Dus bid om genezing, maar wacht er niet op. Laat in de tussentijd de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat, je hart vervullen. En als jij geen wonder meemaakt, kun je zelf een wonder voor anderen zijn. Als ik mijn leven lang geen armen en benen krijg, is dat omdat God een beter plan heeft: andere mensen helpen om bij Jezus Christus te komen.’

demon van drie meter

Stel dat mensen zeggen: je hebt een mooi verhaal, dat is inspirerend, maar met God heb ik niks?

‘Er zijn atheïsten die zeggen: we hebben God niet nodig, de wetenschap verklaart alles. Maar de wetenschap heeft geen verklaring voor voodoo, hekserij, demonen. En die zijn echt. Ik heb ze gezien.

Een demon van drie meter lang, die door de muur van mijn hotel kwam. Een intense duisternis, vreselijk gekrijs, het snijdt je de adem af, je bent verlamd. Totdat je “Jezus!’’ kunt zeggen.

Ik heb mensen gezien bij wie door gebed een demon werd uitgedreven. Ga maar naar arme landen, waar nauwelijks gezondheidszorg is: op elke straathoek is een toverdokter. Dat is echt.

Het leuke van God is: Hij is niet bang. Hij houdt van je, Hij wacht op je. Hij is een Vader. Hij wil niet dat je gevangen bent. Hij wil je bevrijden. En Hij speelt geen verstoppertje. Als je Hem zoekt, zul je Hem vinden.’ <

Nederlands Dagblad 26-09-16
Auteur: Reporter Creer datum: 28-10-2016 19:56:10
Armen kloppen vaker aan bij kerk voor hulp


Kerken geven steeds meer geld en tijd aan de bestrijding van armoede. In 2015 besteedden kerken ruim 36 miljoen euro aan armoedebestrijding.

Utrecht

Dat blijkt uit het Armoedeonderzoek 2016 dat vrijdagmorgen werd gepresenteerd. Het onderzoek is door een groot aantal kerkgenootschappen uitgevoerd, waaronder bisdommen van de Rooms-Katholieke Kerk, de Protestantse Kerk in Nederland, verschillende gereformeerde kerken en evangelische- en pinkstergemeenten. Steeds meer mensen kloppen bij de kerk aan voor hulp. Het totale aantal hulpvragen is gestegen van 40.000 in 2012 naar 50.000 in 2015.

Behalve financiële hulp steken kerken veel tijd in armoedebestrijding. Kerkelijke vrijwilligers leveren zo’n 549.700 uur aan individuele ondersteuning.

Nederlands Dagblad 28-10-16
Auteur: Reporter Creer datum: 7-11-2016 13:54:28 Laatst gewijzigd: 7-11-2016 14:08:06
Het geloof werpt een dam op tegen leegte en onverschilligheid

Zondag hield minister-president Mark Rutte in de Duinzichtkerk in Den Haag de Preek van de Leek. Wat betekent het geloof voor hem en voor de Nederlandse samenleving?
Den Haag

Dames en heren buurtgenoten, beste mensen, of zoals de dominee het zegt: gemeente,

U begrijpt, vanwege mijn werk komt het zo heel af en toe weleens voor dat ik in het openbaar moet spreken. En negen van de tien keer eindig ik dan met ‘dank u wel’, uiteraard voor de aandacht, maar ook als signaal dat mijn verhaal klaar is. Al dan niet tot grote opluchting van het publiek. Dan weet u dat alvast voor straks.

Maar vandaag begin ik ook met dank je wel zeggen. Dank voor de uitnodiging, dank dat ik hier op deze zondagmorgen de Preek van de Leek mag houden. Want ik zeg u eerlijk: er gaan in de hectiek van alledag periodes voorbij waarin bezinning en reflectie erbij inschieten. Toen ik ja zei, heb ik me gerealiseerd: preken is iets anders dan ‘zomaar’ spreken en de kansel is geen gewone katheder. Deze plek maant tot bezinning op vragen die ik mijzelf normaal niet zo gemakkelijk stel. Wat betekent de kerk, wat betekent het geloof voor mij persoonlijk? En wat voor ons samen, als gemeente, als land, als samenleving?

Die vragen zijn voor de hand liggend, de antwoorden zijn dat veel minder. Een tekst die mij hierbij houvast biedt, vond ik in het Matteüsevangelie. In de gelijkenis van de talenten die ik u net mocht voorlezen. De eerste twee knechten werden beloond voor hun betrouwbaarheid. Zij hadden met hun talenten als goed rentmeester verantwoordelijk gehandeld. De derde, die dit naliet en zijn ene talent had begraven, werd gestraft. Hij moest het huis verlaten.

Deze gelijkenis staat natuurlijk in de eerste plaats voor ons persoonlijk geloof en hoe dat tijdens ons leven continu inzet vraagt om het sterker te maken. De eerste twee knechten komen daardoor dichter bij God. De derde knecht, die niets doet, raakt door zijn handelen van God verwijderd. Wie van ons kan met volle overtuiging zeggen dat hij of zij altijd de eerste of tweede knecht is, en nooit de derde? Ik vermoed niemand en zo zet deze gelijkenis aan het denken over onze taak en opdracht in het leven.

Voor mij heeft dit verhaal inderdaad ook die bredere betekenis. Om in de beeldspraak van de vergelijking te blijven: het geloof geeft ons als mensen en als samenleving een aantal talenten en het is onze verantwoordelijkheid hoe we daarmee omgaan. Geloofstradities als persoonlijk en maatschappelijk kapitaal dus. Als we daarmee woekeren in de goede zin van het woord, voegt dat waarde toe aan ons eigen leven en de samenleving als geheel. Als we ze ongebruikt laten, verliezen we iets essentieels.

Maar laat ik mijn verhaal bij het begin beginnen. Bij de vraag wat de kerk voor mij persoonlijk betekent. Het antwoord op deze vraag begint iets verderop, in Scheveningen. Niets ten nadele van dit prachtige kerkgebouw, maar ‘dé kerk’ dat is voor mij de Badkapel aan de Parkweg. Dat was de kerk die ik vaak aan de hand van mijn vader bezocht. Ik ben geboren en getogen in Duttendel en mijn grootvader was ouderling in de Badkapel, zodoende.

Als nakomertje in een groot gezin heb ik mijn opa spijtig genoeg nooit gekend, maar ik herinner me nog levendig de kinderbijbel die hij ooit aan een van mijn broers cadeau had gedaan. Het was een boek dat tot de verbeelding sprak, vol spannende verhalen en prachtige prenten. Ik was vooral onder de indruk van die stoere Bijbelse vertelling over Simson en Delila. Een exotisch drama dat alles in zich had om als kind bij weg te dromen: hartstocht, verraad, brute kracht en een rotsvast geloof dat uiteindelijk alles overwint. Geweldig! Het is tot op de dag van vandaag een van mijn favoriete Bijbelverhalen, maar dat komt ook door die ontroerend mooie aria uit de opera van Saint-Saëns: ‘Mon cœur s’ouvre à ta voix’.

Salomo worden leek mij als kind overigens ook wel wat. Ik zag dat helemaal voor me: de hele dag wijze en rechtvaardige besluiten nemen en dan tegen de avond alleen maar mensen die je dankbaar zijn en tevreden naar huis gaan. Je zou hier een vroege beroepskeuze in kunnen zien. Want u ziet misschien ook meteen de parallel met de politiek en mijn huidige baan. Alhoewel ik daar aan toe moet voegen dat ik de wijsheid van Salomo natuurlijk niet eens benader. Ik denk zelf graag dat mijn jeugdige voorkeur voor het verhaal van Salomo werd ingegeven door de boodschap die mijn grootvader op het schutblad van die kinderbijbel schreef. Het was feitelijk een opdracht van een diepgelovig man aan zijn kleinkinderen. ‘De vreze des Heren is het beginsel der wijsheid’, stond er, ontleend aan Psalm 111, die we zojuist in de eerste lezing hoorden.

Met die vreze des Heren viel het in mijn keurig hervormde jeugd overigens mee. Het geloof was er thuis altijd, maar op een vanzelfsprekende manier. Het was licht, zonder dat het lichtvoetig werd. Het was niet wettisch en kende weinig ge- en verboden. De beklemming en de geslotenheid uit de boeken van schrijvers als Jan Siebelink en Maarten ’t Hart over hun jeugd herken ik totaal niet. Ik herinner me vooral een gevoel van warmte en openheid. Maar de Badkapel is dan ook geen gesloten bolwerk, geen kerk van hele noten en oudtestamentische voorschriften. Integendeel. Het is een plek die heel verschillende mensen met heel verschillende talenten en achtergronden samenbrengt. De Scheveningse nettenboeter zit er naast het Kamerlid, de directeur van Shell naast de tramchauffeur, de ouderling naast de toevallige badgast.

En ook mijn ouders waren meer van de liefdevolle aanpak, zoals beschreven in 1 Korinthe 13. Die tekst heb ik thuis vaak gehoord. U kent de bekendste woorden: ‘En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.’

wederopstanding

Ik had dus allerminst een zware schrijversjeugd en voelde nooit de behoefte om hard afstand te nemen van het geloof. Integendeel. Het lijden en de wederopstanding van Christus staan voor de troost en de hoop die alles omvatten wat voor ons van belang is. Dat geloof heb ik meegenomen in mijn volwassen leven, het hoort bij me. En die vanzelfsprekende aanwezigheid uit mijn kindertijd is er dus eigenlijk nog steeds. Ik omschrijf het vaak als: voor 49 procent twijfel en voor 51 procent een zeker weten. Een instinctief zeker weten, dat bestaat naast het rationele weten. Naast het verstand. Het zijn twee parallelle sporen, zonder wissel ertussen.

Het is lastig om precies vast te pakken wat dit betekent in mijn dagelijks leven. Maar hoe meer ik er de laatste weken over nadacht en hoe meer ik er woorden aan probeerde te geven, hoe meer ik tot deze overtuiging kwam: het geloof geeft context en reflectie. En het besef dat er iets is, tijdloos en groter dan wijzelf, geeft rust. Dat vertrouwen relativeert op een geweldige manier alle hectiek en druktemakerij in het hier en nu. Terwijl die actualiteit – ik kan dat niet ontkennen – ook heel belangrijk is. Maar dat maakt de betekenis van de contramal alleen maar groter.

Voor mij is een kerkdienst een moment van vertraging en bezinning, dat helpt om scherper naar dingen te kijken. Ook, of misschien wel vooral, naar mijzelf. En dat kan natuurlijk nooit kwaad. Mijn familie vindt dat overigens ook.

Ik realiseer me dat ik het geloof hiermee in theologisch opzicht tekortdoe, omdat ik erover praat in iets te functionele termen. Dat doet afbreuk aan het mystieke Godsbegrip en aan de bijzondere betekenis van de avondmaalsviering, of bij anderen: de eucharistie, het vrijdagmiddaggebed en de viering van sabbat. Maar misschien mag dat ook in een preek van een leek met een theologisch tekort. Bovendien brengt het mij op een volgend punt: hoe het geloof en geloofstradities op een heel brede manier doorwerken in mensen én in de samenleving als geheel. En hoe goed en waardevol dat is.

Ik beschouw mezelf als een kind van de Nederlandse protestants-christelijke cultuur. En ik reken me rijk met het overdrachtelijke kapitaal, de talenten die ik van daaruit heb meegekregen. Het is een cultuur van hard werken en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen doen en laten. Van niet opgeven als het even tegenzit. En van gewoon op de kleine steentjes blijven lopen en jezelf niet groter maken dan een ander, omdat iedereen hetzelfde respect verdient. Je kijkt niet op tegen de professor of de minister-president. En je kijkt niet neer op de vuilnisman of de postbode. ‘Eenieder naar wat hij aankan’, zegt Matteüs, en dat betekent ook: eenieder verdient een gelijke waardering. Daar ben ik mee opgevoed.

discussie

Het is ook een cultuur van discussie en debat. Van een actieve houding, zoals in de gelijkenis van de talenten. Van niets op autoriteit aannemen, maar terug naar de bron, terug naar de Bijbel, en alles zelf onderzoeken. Van gezag dat verdiend moet worden en steeds opnieuw getoetst. En van staan voor je principes. Eén Nederlander is een theoloog, twee Nederlanders is een kerk, drie is een kerkscheuring. Er is in onze kerken een stevige traditie van taligheid, van redeneren, van overtuigen. We zien dat terug in die voor buitenstaanders zo wonderlijke combinatie van groot plichtsbesef en een gezond gebrek aan automatische eerbied voor het gezag in ons land. In de directheid en de openheid die hiermee gepaard gaan. Als het erop aankomt, is de kerkenraad van Putten of Dirksland machtiger dan de generale synode.

Al deze tradities, al deze elementen, drukken hun stempel op wie we zijn, wat we doen en hoe we de dingen organiseren. Freek de Jonge zei ooit in een interview: ‘Niets heeft betekenis, we geven er betekenis aan. De godsdienst kan je daarin trainen. Als dat wegvalt worden we manipuleerbaar en robotesk in onze reacties.’ Ook dat klinkt in eerste instantie nogal instrumenteel. Maar laat deze woorden even op u inwerken. Wat De Jonge zegt is: het geloof geeft niet alleen betekenis. Het werpt ook een dam op tegen het betekenisloze, dus tegen leegte en onverschilligheid. Het maakt mensen weerbaar en zelfstandig, want niet-manipuleerbaar. En misschien is dat wel waarom zo veel mensen, ook mensen die niet wekelijks een dienst bezoeken, op de grote momenten in het leven weer op zoek gaan naar de kerk van hun jeugd. Op zoek naar zingeving en inspiratie. De behoefte aan rituelen, aan ‘rites de passages’ op de belangrijke momenten in ons leven, zit ingebakken in ieder van ons. De warmte en de saamhorigheid van de kerstavonddienst of de nachtmis. De troost van een kerkelijke uitvaart. We blijven daarop teruggrijpen. Ze bieden houvast, vertrouwen én levensmoed. Over maatschappelijk kapitaal gesproken.

Die inspiratie van en door het geloof zien we ook terug in de concrete betrokkenheid tussen mensen onderling. Dat Nederland wereldkampioen vrijwilligerswerk is, dat we relatief gul zijn voor goede doelen, dat ons sociale vangnet internationaal zijn gelijke nauwelijks kent – het is allemaal niet goed denkbaar zonder daar de maatschappelijke rol van het geloof en de kerken bij te betrekken. Het begrip ‘omzien naar elkaar’ is in ons land diepgeworteld. Veel dieper dan de wetten en regelingen waarin we dat collectief geregeld hebben. Denk nog even terug aan het droevige lot van die derde knecht uit de gelijkenis van de talenten. Jezus zelf heeft ons voorgeleefd hoe het erop aankomt juist die mensen de hand te reiken, die hun plaats in de samenleving dreigen te verliezen. Mensen voor wie in maatschappelijk opzicht de duisternis dreigt. Ik hoorde laatst nog in een gesprek met een vertegenwoordiger van de kerk, hoe dat concreet wordt vertaald. Hoe de diaconie dicht bij mensen staat en zonder rompslomp een helpende hand kan uitsteken naar hen die dat nodig hebben. Nogmaals: over maatschappelijk kapitaal gesproken.

verdraagzaamheid

En dat kapitaal zit ook in het begrip verdraagzaamheid. Daar hebben we vanuit ons verleden een bijzonder talent voor, gekregen via het geloof. Verdraagzaamheid is een begrip waarvan de Bijbel doordesemd is, tegelijkertijd is religieuze onverdraagzaamheid natuurlijk een historisch gegeven. Maar Nederland is altijd een land geweest van religieuze minderheden. Vanaf de 16e eeuw, de tijd van de grote godsdienstoorlogen, bestonden verschillende denominaties naast elkaar. Als u weer eens in Amsterdam bent, dan kan ik u een bezoek aan ‘Ons Lieve Heer op Solder’ van harte aanraden. In die prachtig bewaard gebleven katholieke schuilkerk realiseer je je: zo zag gedogen eruit, zo zag religieuze tolerantie eruit, in de 17e en 18e eeuw. En die tolerantie is gebleven. Onze Grondwet is er zelfs op gebouwd.

Artikel 1 laat niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Met andere woorden: in Nederland mag iedere vrouw en iedere man zich binnen de wet vrij en veilig weten. Vrij om elk geloof aan te hangen. Vrij om een politieke opvatting te hebben. Maar bijvoorbeeld ook: vrij om letterlijk en figuurlijk hand in hand door het leven te gaan met iemand van hetzelfde geslacht, overal, in iedere buurt.

En er is verantwoordelijkheid. De geloofstraditie waarin wij staan hecht aan het nemen van verantwoordelijkheid op heel veel verschillende manieren. Dat wordt nergens beter en mooier verwoord dan in de tekst waarmee ik deze preek begon, de gelijkenis van de talenten. In dat verhaal schuilt een opdracht aan ieder van ons om in het hier en nu onze talenten te ontwikkelen, voor onszelf en voor de samenleving. Om het maatschappelijk kapitaal dat ons wordt aangereikt vanuit het geloof en de traditie goed te beheren. Die verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren, voegt letterlijk waarde toe aan onze samenleving.

Beste mensen, ik heb gesproken over de basis waarop ik persoonlijk sta: het geloof van mijn jeugd. Over de 51 procent zekerheid dat er meer is – en hoe dat rust geeft. Over herinneringen en tradities die ik bewaar en koester. Als talenten die mij in bewaring zijn gegeven, om ze goed te gebruiken.

Maar het geloof is ook een basis waarop we gezamenlijk staan. Omdat geloofswaarden in de loop der tijd zijn uitgegroeid tot dragende gemeenschappelijke normen en waarden; misschien in geseculariseerde vorm, maar vaak nog zeer herkenbaar in hun religieuze herkomst. Omzien naar elkaar, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid. Het is maatschappelijk kapitaal, dat verplicht tot actief beheer.

Want die normen en waarden zijn geen vanzelfsprekend of rustig bezit. Zeker niet in het hier en nu. En juist daarom moeten we ze respecteren, onderhouden en uitdragen. En er elkaar ook op aanspreken. Niet om het oude te bewaren, als doel op zich. Maar wel – om het met de apostel Paulus te zeggen – om het goede te behouden. En dat is veel.

Er is in ons persoonlijk leven en ons land heel veel om dankbaar voor te zijn en op verder te bouwen. En het geloof en de kerken spelen daarin op verschillende niveaus een grote rol. Voor ieder van ons persoonlijk en in het grote geheel. Maar het geloof biedt geen kant-en-klare handleiding voor een perfect leven en een perfecte samenleving.

Laat ik daar afsluitend dit over zeggen. Voor mij geldt als gelovige dat juist de twijfel betekenis geeft aan de zekerheid. Dat hoort bij elkaar. En ik probeer dat ook in mijn werk in praktijk te brengen. Omdat twijfel tot inzicht leidt en helpt er elke dag opnieuw het beste van te maken. En onze talenten maximaal te benutten. En daarmee kom ik aan mijn afsluitende dank je wel. Voor uw aandacht. En voor het zelfonderzoek dat aan deze zondag voorafging.

Dank u wel. <

Nederlands Dagblad 07-11-16
Auteur: Reporter Creer datum: 15-12-2016 15:50:55
Houvast: Arie Slob


Aaldert van Soest

Wat is uw houvast in leven en sterven? Bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – geven antwoord op deze eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. Vandaag: Arie Slob (55), directeur Historisch Centrum Overijssel, oud-partijleider ChristenUnie.
‘Mijn belangrijkste houvast is dat ik door God gekend en bij Hem geborgen ben. Te midden van die miljarden mensen op aarde kent God mij. Dat vind ik groots en ontroerend. Sinds kort ben ik ouderling in de kerk, voor het eerst in mijn leven. Ik had daar als politicus nooit tijd voor en dat zat me weleens dwars. Ik ben nu wekelijks op pad en kom bij mensen thuis. In de afgelopen weken heb ik Jesaja 40 vers 31 meegenomen naar mijn bezoeken. Wat je ook meemaakt, of je nu samen bent of alleen, die tekst heeft altijd iets te zeggen. Wie hoopt op de Heer, krijgt nieuwe kracht. Vaak kom ik zelf gezegend terug van pastorale gesprekken. Mensen vertellen hoe God in hun leven werkt. Of ze zijn eerlijk over hun twijfels. Ik vind het verrijkend die gesprekken te voeren.

Mijn vader overleed toen ik negentien jaar oud was. Een dag na de begrafenis deed ik voorin de kerk belijdenis. Ik heb me later weleens afgevraagd hoe ik dat heb kunnen doen. Zelf had ik dat natuurlijk niet zo gepland. Ik zie het zo dat God me toen daarvoor de kracht gaf. Het basale vertrouwen in God heb ik altijd gehouden. De grote vragen over het leed in de wereld houden me soms bezig, maar ik hoef niet alles te begrijpen. Als ouderling zie ik van dichtbij welke heftige dingen mensen meemaken. Dat maakt mijn geloof niet kleiner, het sterkt me eerder in de overtuiging dat er uiteindelijk maar één plek is waar we terechtkunnen.

Ik heb altijd veel muziek geluisterd. Toen ik in de Tweede Kamer zat voor de ChristenUnie, woonde ik doordeweeks in een appartement in Den Haag. Ik begon de ochtend vaak met gospelmuziek. Het nummer Saviour of the World van de Canadese zanger Ben Cantelon heb ik regelmatig gedraaid, dat heeft een prachtige tekst. Dat had ik op staan als ik mijn overhemd stond te strijken en dan zat ik weer in de goede modus voor de dag.

Ik besefte in die tijd goed dat ik op een kwetsbare plek zat. Wat zou er mooier zijn dan dat mensen als ik zouden vallen? Onderhuids was ik daarom altijd bang dat er iets zou gebeuren – ook al zou dat niet eens mijn fout zijn – waardoor het land over me heen zou vallen. Je bent als partijleider een boegbeeld, je draagt de naam van Christus en de naam van je partij met je mee. Ik wilde niet dat die te schande zouden worden, maar ben ook een mens met fouten en gebreken. Muziek hielp me om geestelijk weerbaar te blijven. Daarnaast lees ik al jaren de teksten die Jos Douma dagelijks rondstuurt en was er een gebedsgroep onder leiding van burgemeester Frans de Lange om me heen gevormd. Tijdens de verkiezingscampagne 2012 heb ik Ron van der Spoel als ‘verkiezingspastor’ naast me gehad.

Ik ben blij dat ik nu elke avond weer thuis ben en ook doordeweeks in het echtelijk bed slaap. Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar voor mij is dat jaren anders geweest. In de loop van de avond gaat bij ons nog steeds vaak de muziek aan. We hebben niet helemaal dezelfde smaak. Soms luisteren we naar Jan Quintus Zwart die met zijn koor zingt over die stad met paar’len poorten. Ik had het vroeger nooit kunnen denken, maar ben nu op een leeftijd dat ik dat wel mooi vind. We zetten het soms op als afsluiting van de dag.

Voor zover ik weet ben ik kerngezond. Een paar maanden geleden heb ik de marathon gelopen, een oude wens van me. Toch ben ik me er zeer van bewust dat mijn aardse leven zomaar afgelopen kan zijn. Daarom probeer ik mooie momenten intens te beleven. Mijn vrouw en ik waren onlangs dertig jaar getrouwd, dat hebben we uitgebreid gevierd. Angst voor de dood heb ik nooit gehad, ik wil dat wel meemaken. Waar ik wel tegenop zie, is de aftakeling bij het ouder worden. Maar als je je nu bewust bent van je zegeningen en daarvan geniet, kan dat toch niet zomaar weg zijn als je oud bent? Mijn eigen grootvader is een voorbeeld voor me. Hij was al een jaar of tachtig, moest regelmatig naar het ziekenhuis en had zijn vrouw en twee zoons verloren. Op een dag hoorde ik hem zeggen: “Ik leef nog zo graag.”

De Bijbel vertelt wel iets over hoe het leven na de dood eruitziet, maar we weten het niet precies. Ik ben benieuwd wat eeuwigheid inhoudt. Misschien kan ik dan nog eens een nieuwe studie doen. En hoe graag ik ook naar muziek luister, ik kan het zelf niet maken. Misschien dat ik in de eeuwigheid het pianospelen nog eens kan oppakken. Maar het belangrijkste is dat we thuiskomen bij God. ­Michael W. Smith heeft daar het nummer Welcome home over gemaakt. Zo mooi. Dat we God zullen zien zoals Hij is, dat lijkt me sensationeel.

Ik ben niet bezig met wat ik nalaat. In de politiek heb ik gezegd dat we allemaal maar voorbijgangers zijn. Je staat zelf met je voeten op de schouders van je voorgangers. En op een bepaald moment voel je de voeten van degenen die na je komen op je eigen schouders. In het leven is het hetzelfde. Mijn vrouw en ik hebben kinderen gekregen en die hebben ook weer relaties en over enige tijd zal er misschien weer een nieuwe generatie zijn. Maar of je nu nageslacht hebt of niet, je bent voorbijganger en je bent op weg naar een plek waar je geen voorbijganger meer bent maar altijd mag zijn.

[Een paar minuten later krijgt hij via zijn telefoon een foto binnen die hem afleidt. Het blijkt het beeld te zijn van een 11 wekenecho van zijn eerste kleinkind dat op komst is. Hij is zichtbaar ontroerd.] Ja, dit is heel mooi.’

Nederlands Dagblad 15-12-16
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier