Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Geert
Creer datum:
9-11-2015 14:45:42
OPINIE deel 2
Een nieuwe serie meningen van diverse auteurs
Auteur: Geert Creer datum: 9-11-2015 14:47:07
God en mammon in het Vaticaan

Hendro Munsterman

Twee Italiaanse journalisten, Gianluigi Nuzzi en Emiliano Fittipaldi, laten in nieuwe publicaties zien hoe zorgwekkend de Vaticaanse financin en de heersende klerikale cultuur zijn. Het Vaticaan ziet hierin vooral een bevestiging van de noodzaak van de actuele hervormingen van Franciscus.
Vaticaanstad

Vatileaks. Het woord werd in 2012 voor het eerst gebruikt door de woordvoerder van het Vaticaan ter duiding van de gelekte geheime documenten van paus Benedictus XVI. Deze kwamen via de pauselijke butler bij de Italiaanse journalist Gianluigi Nuzzi terecht. Zijn boek leidde uiteindelijk – direct of indirect – tot het aftreden van de vorige paus.

En ook nu weer is Nuzzi van de partij. Voor een nieuw Vatileaks. Afgelopen donderdag publiceerde hij een boek met nieuwe geheime documenten. Diezelfde dag publiceerde zijn collega Emiliano Fittipaldi eveneens een boek met al even spectaculaire onthullingen.

Uitgebreid worden de extravagant grote appartementen van meerdere kardinalen beschreven, met stip op n kardinaal Bertone, de rechterhand van de vorige paus, die 500 m tot zijn beschikking heeft, met zicht op het Sint-Pietersplein. Volgens Fittipaldi heeft het Vaticaanse kinderziekenhuis Bambino Ges bovendien 200.000 euro meebetaald voor het opknappen van deze beide tot n samengevoegde appartementen. Bertone verdedigde zich later door te melden dat hij zelf 300.000 persoonlijk vermogen had genvesteerd.

Nuzzi vertelt in geuren en kleuren het verhaal van monseigneur Sciacca die zijn toch ruime appartement – waarvoor hij geen huur betaalt – wat aan de kleine kant vond. Toen de buurman, een oude priester, in het ziekenhuis werd opgenomen gaf hij simpelweg opdracht om de scheidsmuur tussen beide appartementen eruit te breken. Toen de betreffende priester onverwacht echter toch opknapte vond deze zijn spullen in kartonnen dozen ingepakt. Fittipaldi: ‘Veel prelaten laten zich bovendien bijstaan door twee of drie vrouwelijke religieuzen die bij hen inwonen, bij voorkeur afkomstig uit ontwikkelingslanden.’

Wanneer dus paus Franciscus tegen het Utrechtse Straatnieuws zegt dat je ‘niet over armoede kunt praten en tegelijkertijd als een farao kunt leven’, doelt hij zonder twijfel op deze geestelijken, van wie een aantal – de religieuzen onder hen, zoals de salesiaan Bertone – bovendien ooit zelfs een gelofte van armoede hebben afgelegd.

Maar er is meer. Zo onthult Nuzzi dat heiligverklaringsprocedures ingewikkeld en vooral duur zijn. Een bisdom of kloosterorde moet er minstens 500.000 euro voor op tafel leggen. Van de inmiddels overgemaakte bedragen betreffende de 2500 dossiers die ‘in de wacht’ staan, kon de betreffende Congregatie echter geen bewijzen overleggen.

Verder is het totale onroerend goed van het Vaticaan 2,7 miljard euro waard, meer dan drie keer zoveel als het bedrag waarvoor het in de boeken staat, en blijkt het Vaticaan flink te verdienen aan de benzinepomp, de tabakswinkel en andere belastingvrije verkooppunten in het ministaatje. Officieel kunnen daar slechts inwoners en medewerkers van het Vaticaan terecht, maar de hoeveelheid verkochte sigaretten en de liters getankte benzine doen flink anders vermoeden.

arrestaties

Anders dan in 2012, toen het maandenlang duurde voordat het lek werd ontdekt, was de Vaticaanse gendarmerie er dit keer snel bij. Enkele dagen voorafgaand aan de publicatie van beide boeken werden de Spaanse monseigneur Lucio Angel Vallejo Balda en de jonge beeldschone Italiaans-Marokkaanse PR-adviseur Francesca Chaouqui in de boeien geslagen.

Beiden hadden deel uitgemaakt van een door Franciscus in 2013 ingestelde commissie (COSEA) die zicht moest krijgen op de financile problemen in het Vaticaan. Het was een effectief antwoord op een brief van vijf financile specialisten die de paus schreven dat ‘de kosten volledig uit de hand lopen’, na in voorafgaande jaren meermaals tevergeefs aan de bel te hebben getrokken.

Het was monseigneur Balda, de cordinator van de commissie en de enige geestelijke, die Chaouqui de benoeming bezorgde. Beiden kenden elkaar vanwege hun beider betrokkenheid bij het Opus Dei, een internationale katholieke gemeenschap.

Maar beiden vielen ook al snel bij paus Franciscus uit de gratie. Tijdens de heiligverklaring van de pausen Johannes XXIII en Johannes Paulus II organiseerden ze op een balkon een uitgebreid buffet (kosten 18.000 euro), met zicht op de officile plechtigheid, waar bovendien naast dranken en hapjes ook de communie werd uitgereikt.

Chaouqui beweert in alle toonaarden onschuldig te zijn, zo onschuldig dat ze – naar eigen zeggen – gepoogd zou hebben ‘om monseigneur Balda van lekken af te doen zien’. Er bleek echter in 2014 ook een geheimzinnige nachtelijke inbraak te hebben plaatsgevonden in de ruimtes van de prefectuur voor Economische Zaken. Er werd weinig ontvreemd, behalve een stuk of vijftien dossiers met uiterst vertrouwelijke informatie van de commissie waarin ook Balda en Chaouqui zaten. Toen de commissie in 2014 haar werk voltooid had kreeg Chaouqui geen nieuwe functie en kwam monseigneur Balda op een lagere post.

Het Vaticaan heeft gelijk wanneer het zegt dat de informatie uit de beide boeken grotendeels oud nieuws betreft. Veel van de informatie komt immers uit gelekt materiaal dat in het Vaticaan lag. Maar de vraag blijft wie er belang heeft bij het lekken? Gebeurt dit inderdaad – zoals Nuzzi ook al in 2012 beweerde – ‘uit liefde voor de paus en de kerk’? Of is het een poging van mgr. Balda om zich te wreken op paus Franciscus? Is het eigenlijke doelwit misschien kardinaal Pell, de conservatieve Australir, die de financile hervorming leidt?

Wat de boeken in ieder geval verzwijgen, is dat er sinds het aantreden van Franciscus al heel veel flink de goede kant op is gegaan. Alle afdelingen van het Vaticaan moeten sinds kort een jaarlijks budget voorleggen. Er werd een Secretariaat voor Economie werd opgericht, evenals een controle-orgaan.

Het moeilijkste aan de hervorming is de benodigde cultuuromslag. En daarom ontkomt Franciscus waarschijnlijk in de komende maanden niet aan het benoemen van nieuwe verantwoordelijken die niet besmet zijn door de aloude ons-kent-ons-cultuur. Ondertussen laten de boeken zich lezen als romans waarin de werkelijkheid de fantasie van Dan Brown welhaast lijkt te overtreffen. <

Nederlands Dagblad 09-11-15
Auteur: Geert Creer datum: 17-11-2015 16:55:15
Gods weg is niet na te rekenen

| Dr. M. J. Kater

Gelovigen gaan nogal selectief met Gods ingrijpen om, aldus VVD’er dr. Patrick van Schie in een interview vorige week in deze krant. Als het goed gaat, heeft God daarvoor gezorgd, als het fout gaat niet.

JA

Het zou mooi zijn wanneer ik de stelling gewoon ronduit zou kunnen ontkennen. In een aantal situaties kan dat echter niet. In het lelijkste geval gebeurt het dat mensen hun plannen maken, de route uitstippelen en vervolgens –na gebleken succes– zeggen: „Dit heeft de Heere zo geleid.” Terwijl het menselijk bekeken gewoon doorgestoken kaart was. Wij namen de leiding en dan krijgt alles achteraf nog een goddelijke goedkeuring. En wee wie er dan nog wat van durft te zeggen!

Het is terecht als hierbij vragen gesteld worden. Het is ook erg als christenen zo met God durven ‘spelen’. Het ergste is dat selectief omgaan met Gods ingrijpen een bespottelijk beeld geeft van God. Wat is dat voor een ‘god’ die zich voor het menselijke karretje laat spannen? Christenen zouden dan bijvoorbeeld nog eens 1 Samul 4 moeten lezen en verwerken.

Gebeurt dit altijd bewust? Ik heb de indruk dat soms mensen willen laten weten aan anderen dat we geloven dat de Heere met hl ons leven te maken heeft. Hij kijkt niet slechts vanuit een hoge en verre hemel werkeloos neer. Dat een dergelijk destisch godsbeeld afgewezen wordt, is terecht. De Bijbel kent geen God Die wel Schepper is, maar geen Onderhouder van het leven.

Het probleem is echter dat vaak God alln in bijzondere situaties erbij gehaald wordt. Dat maakt het spreken over Gods leiding juist problematisch. Blijkbaar kun je over Gods ingrijpen niet spreken op een manier waarbij je zelf gaat bepalen wanneer daar wel of niet sprake van is.

We geven dan een verkeerd beeld van Gods hand en daarmee ook van God hart. Het wekt de indruk of God als Vader alleen maar mooie dingen geeft. Wie belijdt tegenwind en tegenspoed in z’n leven als Gods ingrijpen –Vaders hand– in zijn of haar leven? Volgens de Bijbel is de hand van de Vader ook een kastijdende hand. Gods pedagogie is er een van liefde, maar daar behoort ook training in tegenspoed bij.

Eveneens kunnen christenen selectief spreken over God als Rechter. De toren van Siloam vermorzelde vele mensen. Is deze straf een ingrijpen van God waarbij wij ook nog wel de reden durven noemen? Christenen zouden beter moeten weten: „Indien gij u niet bekeert, zo zult u eveneens vergaan!” (Luk. 13:3)

NEE

Een dergelijke dualistische visie op de werkelijkheid, dat alles wat ons niet bevalt dan maar van de duivel komt, is met de Bijbel in de hand niet te verdedigen. Ziekte zou dan bijvoorbeeld altijd van de duivel zijn. We moeten dan wel wakker blijven om niet aan de andere kant van de weg in de sloot terecht te komen: het determinisme. Massief spreken over alles wat er gebeurt alsof God daar regelrecht Zijn hand in heeft. Dan ben je inderdaad niet selectief, maar wel heel massief in het spreken over Gods ingrijpen. De stelling op deze manier ontkennen biedt geen werkelijk alternatief.

Volgens de Bijbel is het hele leven omgeven door Gods hand. Er is sprake van een voortdurende zorg. We leven slechts op de adem van Gods stem. Slechts het gelovig belijdend spreken over Gods ingrijpen vanuit deze totale afhankelijkheid van Hem bewaart voor een theorie over Gods ingrijpen in deze wereld. Wie deze theorie ontwerpt, velt een oordeel over het handelen van God en plaatst zich daarmee boven God.

De Bijbelse theologie wijst ons andere wegen. Wat te denken van de theologie van het boek Job? Dat begint met een gelovig aanvaarden van het goede n het kwade uit Gods hand. Vervolgens komt de opstand tegen deze weg. God grijpt volgens Job verkeerd in. Maar hij leert dat God groot is en ons begrijpen te boven gaat. Dat betekent dus ook dat wij God niet in de greep van ons begrip krijgen en Hem na kunnen rekenen.

Neem bijvoorbeeld de storm in het boek Jona, de storm op het meer van Galilea en de storm die leidt tot de ondergang van het schip waarop Paulus is. Is het God Die de wateren doet bruisen en de golven opzweept? Of de moordende machten van de demonische duisternis? Of neemt God de tegenkrachten in Zijn dienst? Een nog bekender voorbeeld: de kruisiging van Jezus. Een ongekend ingrijpen van God vanwege Zijn recht en tegelijkertijd is de Zoon van God speelbal in de onrechtvaardige handen van mensen (vgl. Hand. 2:23)!

DUS

Wie selectief een beroep doet op Gods ingrijpen, schetst gemakkelijk een karikatuur van Wie de levende God is. Wanneer dat verwijt ons treft, dan dienen we onszelf te oefenen in het verkrijgen van geestelijk onderscheidingsvermogen. Fijngevoeligheid is wat de Heilige Geest ons leert. Daarom geen goedkoop getuigenis van Gods ingrijpen wanneer we zelf een weg van voorspoed gaan, terwijl we in gesprek zijn met iemand die zo veel uit handen geslagen is. Christenen hebben een priesterlijk hart nodig, of noem het een herdershart.

Dr. M. J. Kater, hoofddocent apologetiek en praktische theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.

Reformatorisch Dagblad 17-11-15
Auteur: Geert Creer datum: 24-11-2015 14:01:06
Mag je van de Bijbel krijgsgevangen vrouwen verkrachten?

prof. dr. J. Hoek

Is de Bijbel niet net zo’n aanvechtbaar en verwerpelijk boek als de Koran van de moslims en andere religieuze geschriften die mensen aanzetten tot geweld? Staan er in het Oude Testament niet veel passages die geweld sanctioneren met een beroep op God?

JA

Nu religieus geweld telkens fel oplaait, heeft de Bijbel het in de publieke opinie niet zelden zwaar te verduren. Een recent en extreem voorbeeld daarvan zijn de uitlatingen van de auteur Dimitri Verhulst tijdens het tv-programma Pauw (3-11). Deze man durft de Bijbel gelijk te stellen met ”Mein Kampf” en stelt dat de Bijbel net als het beruchte boek van Hitler verboden zou moeten worden.

Het Oude Testament is volgens Dimitri Verhulst een boek vol gruwelijkheid en haat, zonder vergevingsgezindheid en liefde. Verwijzend naar Deuteronomium 21:10-14 zegt hij zelfs: „De katholieken mogen krijgsgevangen vrouwen naar hartenlust verkrachten – het mag van de Bijbel.”

Nu is het de vraag of iemand die zoiets beweert het nog verdient om serieus te worden genomen. Anderzijds bevestigt hij heel wat mensen die weinig of niets van de Bijbel weten weer eens in hun vooroordelen. Daarom is er toch een tegengeluid nodig.

Overigens is de Bijbel inderdaad een kwetsbaar boek. Hij lijkt immers met zichzelf in tegenspraak. Wat in Deuteronomium 21 is bepaald over het lot van een buitgemaakte vrouw, is beslist beneden de morele normen die volgens het Nieuwe Testament dienen te gelden. Dat geldt voor veel passages uit de mozasche wetgeving. Het Oude Testament weerspiegelt dikwijls morele opvattingen die weliswaar vandaag in bepaalde culturen nog altijd herkenning oproepen, maar in brede kring met een terecht beroep op de humaniteit als verwerpelijk worden beschouwd. Wie zich klakkeloos op passages uit het Oude Testament beroept om morele keuzes te rechtvaardigen, veroorzaakt kortsluiting en draagt inderdaad bij aan discriminatie en ernstige schending van de waardigheid van mensen.

NEE

Maar wie de Bijbel een eerlijke kans geeft en onbevangen kennisneemt van de boodschap die de Schrift als geheel brengt, zal inzien dat de Bijbel allerminst een moreel verwerpelijk boek is. Het is juist een boek vol liefde en gerechtigheid dat de weg wijst naar echte sjalom, naar werkelijk heil voor de mensheid en voor de schepping. Wanneer de boodschap van de Bijbel meer gehoor vond, zou de wereld er voor onderdrukte mensen heel wat beter uitzien dan nu het geval is.

Ik noem met nadruk de boodschap van de Schrift als geheel zoals deze in Jezus Christus voluit aan het licht komt. De Bijbel is de schriftelijke documentatie van de weg die de levende God eeuwenlang met mensen is gegaan. Daarbij zien we hoe God Zich neerbuigt tot en zich gedeeltelijk aanpast aan het morele niveau dat mensen in vroegere tijden en culturen hadden. Met veel geduld en trouw neemt Hij de mensen stap voor stap mee naar de openbaring van ultieme liefde en gerechtigheid in Christus.

Hier zien we een belangrijk verschil tussen Bijbel en Koran. In tegenstelling tot de islam kent het christendom een God Die de geschiedenis ingaat en in Christus mens wordt. De islam daarentegen is een boekreligie waarin de Koran als tijdloos boek te allen tijde letterlijk moet worden toegepast.

Wie Deuteronomium 21:10-14 leest, dient zich te realiseren hoe er in die tijd met krijgsgevangen vrouwen werd omgegaan. Ze kregen geen enkel recht toegekend en werden verkracht en vertrapt zoals IS dat nog steeds doet. Tegen zo’n achtergrond zijn de bepalingen uit de wet van Mozes een betekenisvolle stap in de goede richting. Ze zijn in het licht van de krijgsgewoonten van die tijd zelfs humaniserend te noemen.

Tegelijkertijd gaan ze nog lang niet ver genoeg in de goede richting. De vrouw is hier immers bepaald nog niet gelijkwaardig aan de man. De conventie van Genve inzake het recht van krijgsgevangenen is zeker humaner dan deze passage uit het Oude Testament. Niettemin blijft staan dat dit Bijbelgedeelte binnen de context van toen een richtingwijzer is naar een wereld waarin mannen vrouwen op geen enkele wijze als hun bezit of als lustobject beschouwen en hun rechten voluit respecteren.

DUS

Wie de boodschap van de Bijbel wil verstaan, moet de Bijbel lezen zoals deze zich aandient. Niet als een tijdloos document dat in n keer uit de hemel is komen vallen en daarom klakkeloos kan worden toegepast. Geen oprecht christen verdedigt dat je volgens de Bijbel krijgsgevangen vrouwen mag verkrachten. Dimitri Verhulst weet natuurlijk zelf ook dat zijn uitspraken demagogisch en misleidend zijn. Wie losse teksten uitlegt op een manier die haaks staat op de Bijbelse boodschap van liefde en gerechtigheid, misbruikt moedwillig de Bijbel en laat deze buikspreken. Dat zegt dan meer over die persoon dan over de Bijbel.

Reformatorisch Dagblad 21-11-15
Auteur: Reporter Creer datum: 8-12-2015 16:49:33
Jaar van de Barmhartigheid biedt ook protestanten stof tot nadenken

P. J. Vergunst


„Barmhartigheid – het is geen kwestie van aanleg, van een fijn karakter, het is een gaan in het spoor van Gods geboden.” 
Het Jaar van de Barmhartigheid gaat morgen van start, op de agenda gezet door paus Franciscus. Het biedt ook voor protestanten stof tot nadenken, vindt P. J. Vergunst. Opdat we met elkaar meer zicht krijgen op de barmhartigheid van God.

Voor de paus is het zonder twijfel waar dat barmhartigheid tot het wezenskenmerk van de kerk behoort. In 2013 schreef Franciscus in ”The joy of the gospel” (De vreugde van het Evangelie) woorden die als zijn program gelezen kunnen worden: „Ik geef de voorkeur aan een kerk die gekneusd, gewond en vuil is omdat zij langs de straten is getrokken boven een kerk die ziek is omdat zij zich heeft opgesloten en zich uit gemakzucht vastgeklampt heeft aan eigen zekerheden.” De paus zei bang te zijn voor een kerk die haar regels handhaaft „terwijl vlak voor onze deur mensen sterven van de honger.” Volgens mij is er niemand die nu tegen de rooms-katholieke kerkleider kan zeggen: „Ja, dat is w mening.”

Hoe kan in het leven van de kerk de barmhartigheid gestalte krijgen? Die vraag wilde de paus concreet beantwoorden. Terecht zet hij niet in bij een plan van aanpak. Nee, „het is een weg die begint met een geestelijke bekering.”

Bij de verdere invulling van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid” ervaar je echt ondergedompeld te worden in het rooms-katholieke belijden. De start is op het hoogfeest van de onbevlekte ontvangenis van Maria, die zonder erfzonde ter wereld gekomen zou zijn. Als wij in deze weken van advent mediteren over de bijzondere plaats van de moeder des Heeren, dan moet het toch anders.
Abortus

Wat merkt de kerk van het initiatief van de paus? Allereerst dat Franciscus de mogelijkheid tot vergeving van een abortus versoepelt. Priesters krijgen de mogelijkheid om beleden abortus te vergeven zonder toestemming van de bisschop, die gewoonlijk nodig is. Voorwaarde is een berouwvol hart.

In de tweede plaats kunnen rooms-katholieke gelovigen een aflaat krijgen als „levende ervaring van de nabijheid van de Vader.” Hoe dat gaat? De gelovigen moeten naar een speciaal aangewezen heilige deur in een kathedraal of bedevaartsoord gaan, waar dan de sacramenten van biecht en eucharistie plaatshebben.

Laten we niet teruggaan achter de Reformatie en doen alsof de populaire paus Franciscus hierin onze leidsman is. En tegelijk: laten we vooral eens goed nadenken op welke wijze ons denken en handelen gestempeld wordt door barmhartigheid.
Barmhartig aan duizenden

Waar het niet alleen in de samenleving, maar ook in de kerk er onbarmhartig aan toe kan gaan, mogen we het woord ”barmhartigheid” nauwkeurig spellen. Dan denk ik niet als eerste aan de bekende Samaritaan, maar aan de God van het verbond, een „na-ijverig God, Die barmhartigheid doet aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.”

Waar mensen een kort lontje kunnen hebben, een groot ego of lange tenen, is de Heere radicaal anders. Als de Bijbel verwoordt dat Hij aan duizenden Zijn goedheid betoont, wil dat zeggen: eindeloos. Psalm 103 zingt erover, als David refereert aan het ontvangen van de wet –„Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt”– en daarop laat volgen: „Barmhartig en genadig is de Heere, geduldig en rijk aan goedertierenheid.”

Wat de Heere is, dat wil Hij delen. Immers, in een weg van gehoorzaamheid aan Gods geboden wordt het beeld van de Zoon van God meer en meer ingedrukt in het leven van Gods kinderen. Daarom zegt Psalm 103 ook: „Die u kroont met barmhartigheid.” Barmhartigheid – het is geen kwestie van aanleg, van een fijn karakter, het is een gaan in het spoor van Gods geboden.
Zalig

De Rooms-Katholieke Kerk kent een lange traditie van zaligverklaringen, waartoe de paus de bevoegdheid heeft. Later kan zelfs een heiligverklaring volgen. Laten we het houden bij de woorden van de Heere Jezus, de enige Middelaar tussen God en mensen, die als een van de grondregels van Zijn Koninkrijk uitsprak (Matt. 5:7): „Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.”

Onze samenleving –en binnen de omheining van de christelijke gemeente is het niet anders– kent zo veel verwonde mensen, beschadigd in relaties, gedeukt door het leven, miskend door ouders, in de versukkeling door chronische ziekten. Wie dit echt in zijn leven binnen laat komen, ervaart dat je niet zomaar de last van een ander meedraagt. Dat kan alleen als we willen lijken op de Heere Jezus, bij Wie barmhartigheid en het houden van Gods gebod volmaakt samengaan.

De kerk staat midden in de gebrokenheid van de samenleving. Sterker, ze is door haar verdeeldheid en ongehoorzaamheid onderdeel van die gebrokenheid. Daarom strekken we ons uit om in een barmhartige houding Gods richtlijnen voor het leven met anderen te delen.

Als dat ooit kan, dan in de weken van advent. Zacharias legt ons een lied op de lippen, over „de innige gevoelens van barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons omgezien heeft.” Op weg naar de herdenking van de komst van Israls Messias in de kribbe van Bethlehem zingt het geloof:

Heft op uw hoofden, poorten wijd!

Wie is het die hier binnenrijdt?

Begroet Hem, heer der heerlijkheid

en Heiland vol barmhartigheid!

De auteur is algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland.

Reformatorisch Dagblad 07-12-15
Auteur: Reporter Creer datum: 18-12-2015 17:31:29

Houdt God zich te goed verborgen?

Dr. ir. Emanuel Rutten

Als God bestaat, waarom houdt Hij Zich dan zo goed voor ons verborgen? Dit is een vraag die met enige regelmaat wordt gesteld, vooral door hen die menen dat God niet bestaat. Merken we eenvoudigweg te weinig van God om voldoende reden te hebben om te geloven dat Hij bestaat?

JA

Een dergelijk argument tegen het bestaan van God heeft twee premissen. De eerste is dat als God bestaat, Hij het redelijkerwijs niet zal nalaten om Zich in meer dan voldoende mate aan de mensheid bekend te maken. Volgens de tweede premisse houdt God Zich echter juist heel goed voor de mensheid verborgen. We zien, horen of voelen nooit iets van God. God is de grote afwezige in ons leven hier op aarde, aldus de aanhangers van dit argument. Uit beide premissen volgt dan logisch de conclusie dat God niet bestaat.

NEE

Dit argument is echter niet overtuigend. Allereerst is het niet onredelijk om te denken dat God, als Hij bestaat, tot
een radicaal andere bestaanscategorie behoort dan de mens en zijn natuurlijke leefwereld. God is als de absolute grond en oorsprong van de werkelijkheid namelijk een oneindig en transcendent wezen, terwijl de mens een eindig en immanent wezen is. Het is dan ook niet vreemd dat God, in tegenstelling tot de natuur, een zekere mate van verborgenheid voor ons heeft.

Stel bovendien dat God Zich al te nadrukkelijk aan ons bekend zou maken. In dat geval zouden wij niet langer oprecht in volkomen vrijheid voor het goede kunnen kiezen. Wie zou immers nog naar het kwade neigen wanneer God alle mogelijke twijfel over Zijn bestaan voorgoed zou wegnemen door de gehele mensheid een onfeilbare en onuitwisbare indruk van Zijn aanwezigheid te geven? Het is echter redelijkerwijs een groot goed om als mens in vrijheid voor het goede te kunnen kiezen. Alleen zo kunnen we werkelijk morele keuzes maken en morele beslissingen nemen. Dit is een van de belangrijkste existentile waarden van het mens-zijn. Maar dan moet God in een bepaalde mate voor ons verborgen blijven.

God kan zich dus niet al te veel aan ons opdringen. En dit sluit ook aan bij Zijn wens om met elk van ons een liefdevolle relatie aan te gaan. Want ga maar na, zou jij van iemand kunnen houden die zich voortdurend overal aan je opdringt? De vraag stellen is hem beantwoorden.

Daarnaast is het nog maar de vraag of God Zich zo goed verborgen houdt voor wie werkelijk naar God op zoek gaat. Er zijn immers voldoende aanwijzingen die eenieder op z’n minst op de gedachte kunnen brengen dat het allesbehalve irrationeel is om te denken dat God bestaat. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan (1) het feit dat er berhaupt iets is en niet veeleer niets, (2) het bestaan van contingente oftewel niet-noodzakelijk bestaande objecten, (3) de persistentie van objecten in de tijd, (4) het feit dat de moderne wiskunde ons inmiddels leert dat waarheden over het oneindige nodig zijn om alle waarheden over het eindige te kunnen afleiden, (5) de objectiviteit van het verleden, (6) het bestaan van een groot aantal uniforme, universele en stabiele natuurwetten, (7) het feit dat het universum geen eindeloos verleden heeft maar in plaats daarvan een absoluut begin heeft gehad oftewel een eindige tijdsduur geleden is ontstaan, (8) de opmerkelijke elegantie en effectiviteit van de wiskunde als beschrijvingstaal van de natuur, (9) de saillante ”fine tuning” van de kosmos, (10) het bestaan van bewustzijn dat niet tot materie te herleiden is, (11) het bestaan van vrije wil die niet tot natuuroorzaken te herleiden is, (12) het gerechtvaardigde vertrouwen in de betrouwbaarheid en het enorme wetenschappelijke verklaringssucces van ons redevermogen en onze zintuigen, (13) de ervaring van de objectiviteit van morele waarden en verplichtingen, (14) de vele ervaringen van schoonheid en het sublieme, (15) het gegeven dat thesme de meest gewortelde, oude, brede en wereldwijd verspreide praktijk van consistente, coherente en inclusieve wereldduiding is, (16) het bestaan van vele vormen van mystieke en religieuze ervaring, en (17) de bijzondere existentile contrastervaring van esthetische sublimiteit, ethische waarachtigheid, wijsgerige diepte en religieuze genialiteit die juist het lezen van Bijbelverhalen kan oproepen. Wie zoals de Engelsen het zo mooi zeggen een ”sincere seeker” is en werkelijk openstaat voor de mogelijkheid van Gods bestaan, zal op grond van alleen al deze uiteenlopende fenomenen het bestaan van God alleszins redelijk en waarschijnlijk achten. In verschillende bijdragen hier en elders heb ik dat voor elk van deze zeventien verschijnselen uitgebreid toegelicht.

DUS

Kortom, zo verborgen houdt God Zich niet voor wie daadwerkelijk oog en gevoel heeft voor de ons omringende wereld. God is juist goed zichtbaar voor wie Hem werkelijk wil zien. „Wie Mij zoekt, zal Mij vinden” lezen we dan ook in de onder (17) genoemde Bijbelverhalen.

Dr. ir. Emanuel Rutten is als onderzoeker verbonden aan het Abraham Kuyper Centrum voor Wetenschap en Religie van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Reformatorisch Dagblad 14-12-15
Auteur: Reporter Creer datum: 24-12-2015 18:03:41


Kerstnachtdienst als visitekaartje


Gerard ter Horst en Chiel Smaling

Steeds meer protestantse kerken proberen niet-kerkelijken te trekken met een kerstnachtdienst.Op kerstavond proberen kerken mensen van buitenaf te bereiken. Waarom dat erg goed werkt en je tch niet te veel ervan moet verwachten.

‘Zij gaan zeker alleen met Kerst naar de kerk?’. Hoe vaak zou die verzuchting tegenwoordig nog worden uitgesproken in kerkelijke kring? Het is een feit dat veel mensen die zelden of niet in de kerk komen, op kerstavond wel gaan. Veel kerken pakken dan ook uit met Kerst, door alles zo aantrekkelijk mogelijk te maken.

Voorbeelden te over: een kerststal voor de eeuwenoude kerkdeuren met echte ezels en een levende Jozef, een warme en knusse kerkzaal waar kaarsjes branden, een korte begrijpelijke preek, een viering die uit volle borst wordt afgesloten met het zingen van ‘Ere zij God’. Daarna is er vaak dampend warme chocolademelk, te drinken bij een brandende vuurkorf op het plein buiten de kerk.

De kerstnachtdienst gaat terug op een eeuwenoude traditie, maar is in veel gereformeerde kerken en protestantse gemeenten een tamelijk nieuw verschijnsel. Weg is de lange tijd nauwelijks verholen afkeer over mensen die alleen met Kerst naar de kerk gingen n over kerken die daarin meegingen door dit te ‘faciliteren’. Anno 2015 is de kerstnachtdienst vooral een kans om niet- en randkerkelijken te bereiken. Staat hierdoor de dienst op kerstochtend op de tocht? Daar lijkt het vooralsnog niet op. De accenten van de avond- en de ochtenddienst liggen gewoon anders, en richten zich op verschillende groepen, leggen betrokkenen uit. Op kerstochtend staat de eigen gemeente centraal, op kerstavond treden de kerken – niet zelden gezamenlijk – naar buiten.

samen, interkerkelijk

Neem Waddinxveen. Al meer dan tien jaar organiseren acht kerken, waaronder baptisten, protestanten en vrijgemaakt-gereformeerden, samen een groot kerstfeest op de dag voor Kerst, genaamd ‘Kerst=Feest’. In de middag is er een groot kinderprogramma, ’s avonds volgen twee kerstvieringen met samenzang, een meditatie en de inzet van een gospelkoor. Inmiddels is het feest een begrip in Waddinxveen, de avonden worden druk bezocht, vertelt Rob Kooiman van de Ichthus-baptistengemeente. ‘Als kerken kiezen we Kerst als moment om mensen van buiten te kunnen ontmoeten. Naar de middagdienst komen ongeveer zeshonderd mensen. In beide avondvieringen hebben we een kleine duizend mensen per dienst.’

Die grote belangstelling is goed te verklaren. ‘Mensen die op afstand van de kerk staan, komen eerder ’s avonds, omdat zij meer voor de beleving komen’, meent Wouter Slob, als godsdienstfilosoof verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Zij komen niet voor een doorwrochte preek.’

Verschuift de aandacht van kerken naar die kerstnachtdienst? Enigszins, denkt Slob. Hij ziet dat in zijn eigen gemeente, de protestantse Laarkerk in Zuidlaren, waar hij predikant is. ‘De kerstnachtdienst moet aantrekkelijker zijn voor mensen van buitenaf. De dienst wordt meer opgetuigd. Vorig jaar hadden wij bijvoorbeeld een kerstspel en deden wij veel met de beamer. Kerstochtend is bij ons meer een jeugd- en gezinsdienst.’ Die ochtenddienst hoeft niet te lijden onder de kerstnachtdienst. ‘Als het in de avonddienst meer gaat om beleving en sfeer, kun je in de ochtend meer de theologische inhoud laten klinken. Dat sluit heel goed op elkaar aan.’

Uitpakken, optuigen, het zijn woorden die naadloos lijken te passen bij de kerstnachtdienst. Maar vergis je niet, zegt predikant Frans Ort van de protestantse gemeenten in Rozen-daal en Dieren, het is niet verstandig op kerstavond ver buiten de gebaande paden te treden. ‘Enkele jaren geleden hadden we in Dieren een anders ingevulde avonddienst. Zo hadden we geen preek, maar vertelden we door de dienst heen vier verhalen.’ Daar reageerde niet iedereen positief op. ‘De mensen misten de preek. Volgens mij zijn mensen die vaak alleen een kerstnachtdienst bezoeken, een traditioneel denkend publiek. Als ze komen, willen zij het oude vertrouwde kerstevangelie. En kerstliederen zoals ‘Ere zij God’ en ‘Kom laten wij aanbidden’.’ Om die reden houdt Ort de diensten nu ingetogener. ‘Wij hebben een klassieke kerkdienst, met enkele extra’s, zoals een koor.’

licht, warmte, vrede

Waarom komen rand- of buitenkerkelijken juist op kerstavond naar de kerk? ‘De nachtdienst past bij de behoefte aan een intense ervaring die gedeeld kan worden met velen’, zegt Joke van Saane, godsdienstpsycholoog aan de Vrije Universiteit. ‘In de nachtdienst is het meestal algemener. Het gaat meer om licht, warmte, geborgenheid en vrede in plaats van om de menswording van Jezus. De symbolen in de dienst sluiten naadloos aan bij de individuele ervaring, er is ruimte voor emoties. Je bent onderdeel van een oude traditie en je eigen leven wordt verbonden met een groter geheel en een hoger perspectief. Vooral in spannende tijden is dat belangrijk.’

Kerken, tekent Van Saane erbij aan, moeten op missionair gebied niet te veel van een kerstnachtdienst verwachten. ‘Dat mensen komen, is geen blijk van interesse in het christelijk geloof. Het is een maatschappelijk geaccepteerde manier om gevoelens van onzekerheid, verlangens naar vrede en de behoefte aan geborgenheid te delen, en daarmee te kanaliseren.’

Niet iedereen uit de kerkelijke gemeente vindt het prettig dat mensen alleen met kerstavond naar de kerk komen, merkt dominee Ort. ‘Een kleine groep denkt daarom op kerstavond: ik blijf thuis.’ Hij betreurt dat. ‘Als mensen van buiten de kerk nt naar de kerstnachtdienst komen, denk je ook: wat doen we verkeerd? Ik vind het belangrijk dat ook zij met een goed gevoel de kerk uitgaan.’ Op kerstochtend staat de eigen gemeente weer centraal. ‘Dan heb je het vertrouwde publiek voor ogen.’

zeven identieke diensten

Anders is de aanpak bij enkele evangelische megakerken. Die zetten eenduidig in op alleen kerstdiensten en lijken daarbij kosten nog moeite te sparen. De evangelische gemeente DoorBrekers in Barneveld maakte een heuse kerstcommercial voor hun kerstnachtdiensten. De Vrije Evangelisatie Zwolle houdt rondom Kerst zeven identieke kerstdiensten – vier op kerstavond, drie op kerstochtend – gevuld met zang, theater en prediking. De kerk raadt aan er kaarten voor te reserveren.

Terug naar Waddinxveen. De vrijgemaakt-gereformeerde predikant Egbert Brink levert dit jaar de inhoudelijke bijdrage bij de interkerkelijke avondvieringen van Kerst = Feest, met korte meditaties in een vergelijkbare opzet als bij de moderne vertolking van het paasverhaal de Passion. ‘Aan het slot van de vieringen volgt de uitnodiging voor de volgende ochtend: alle meewerkende kerken presenteren zichzelf op de beamer. Gasten krijgen op een presenteerblaadje alle kerstdiensten voorgeschoteld die de volgende dag plaatsvinden.’

Zo zijn er in ‘zijn’ Kruiskerk twee morgendiensten. ‘Deze diensten zijn wat traditioneler van aard. Wij zien dat mensen van buiten op kerst ochtend niet heel makkelijk over de drempel stappen.’ Om die redenen organiseert de Kruiskerk in de periode voor Kerst maaltijden met mensen uit de samenleving. ‘Voor hen maak je het dan weer makkelijker ook op kerstochtend te komen. We doen dit al een aantal jaren en zien dat op deze manier mensen zich bij de kerk hebben aangesloten.’

Nederlands Dagblad 24-12-15
Auteur: Reporter Creer datum: 28-12-2015 14:34:19

Theologenblog (Rob van Houwelingen): Bijbel of Koran? Kerst maakt het verschil -


Op internet circuleert het filmpje ”The Holy Quran Experiment”, gemaakt door twee Nederlandse filmers. Zij confronteren nietsvermoedende voorbijgangers zogenaamd met teksten uit de Koran. De teksten komen in werkelijkheid uit de Bijbel. Algemene verbazing is de reactie. Net als in de Koran, lees je ook in de Bijbel over afgehakte handen, gesluierde vrouwen en demonische benvloeding van de mensheid. Wat is dan nog het verschil?

Rieuwerd Buitenwerf, algemeen directeur van het Nederlands Bijbelgenootschap, schreef naar aanleiding hiervan een opiniestuk in het Nederlands Dagblad. Daarin stelt hij: „de kern van geloof is niet wat er op schrift staat, maar hoe mensen het lezen en wat ze ermee doen.” Toch gaat het mijns inziens bij de vraag Bijbel of Koran om meer dan een verschil in interpretatie en toepassing van twee heilige boeken.

Als bijbelwetenschapper vraag ik aandacht voor het grote verhaal dat de Bijbel vertelt. De Bijbel wil gelezen worden als het verhaal van God, Die niet op afstand blijft maar Zich uit liefde met deze wereld bemoeit. God Die mensen zoekt en Zich met hen verbindt, zoals Hij in het Oude Testament laat zien bij het volk Isral. Hij redt mensen uit de greep van het kwaad en wijst hun de weg naar Zijn Koninkrijk. Daarvoor gaf Hij uiteindelijk zelfs Zijn eigen Zoon. Dit noemen we ‘heilshistorisch Bijbellezen’: het Evangelie is heilzaam en werkt in op de geschiedenis. Van schepping en zondeval, via Jezus Christus, gaat het naar een compleet nieuw wereldbestel, zoals het Nieuwe Testament duidelijk maakt. Ongemakkelijke of zelfs schokkende bijbelteksten staan in het kader van dit grote verhaal van een God Die Zich vol ontferming naar ons toebuigt. In de Koran ontbreekt zo’n heilshistorisch kader.

Inmiddels leven we twintig eeuwen na het Nieuwe Testament. Voor beide Testamenten geldt dat ze andere maatschappelijke situaties weerspiegelen dan de onze. Daardoor ervaren we soms grote afstand ten opzichte van onze tegenwoordige leefwereld. Het is dan ook een spannende vraag hoe je vandaag de Bijbel leest en wat je ermee doet.

„Afstand nemen van bepaalde zaken omdat we tot nieuwe inzichten gekomen zijn”, zoals Buitenwerf voorstelde? Nee, dat zou te gemakkelijk zijn. Er gaat geen punt of komma van de Thora af, zei Jezus (Matth. 5:18). Wel loopt Gods weg met mensen, de heilsgeschiedenis, juist via Jezus verder. Christenen doen niet zomaar wat inspiratie op uit een klassiek boekwerk. Zij laten zich meenemen in de vernieuwende beweging van het Koninkrijk. Het geschrevene moet telkens weer geleefd worden. De Bijbel is geen verzameling tijdloze leefregels, geen spoorboekje met vertrektijden naar de toekomst, geen bundel volksvertellingen. Het is een soort reisgids, waarmee we vanuit het perspectief van Gods nieuwe wereld naar onze aardse werkelijkheid kunnen kijken.

Bovendien mogen we achter de Bijbel God Zelf zien staan. Gelovige bijbellezers zullen zich voortdurend afvragen: wat wil Hij ons door middel van dit Woord zeggen? Bij Paulus lezen we: „Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen.” (Rom. 15:4). Maar wat blijkt uit het volgende vers? Dat het God in eigen persoon is, Die ons doet volharden en troost geeft. Geen enkel geschrift, hoe heilig ook, kan ooit de levende God vervangen. Hij heeft niet een heilig boek uit de hemel laten ‘downloaden’, zoals van de Koran gezegd wordt, maar bracht Zijn Zoon ter wereld. Blijkbaar kan en wil God zichzelf desnoods zo klein maken als een baby om deze wereld te bereiken en ons volharding en troost te geven. De Bijbel is allesbehalve een christelijke Koran. Kerst maakt het verschil.

De auteur is hoogleraar Nieuwe Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.

Nederlands Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 4-01-2016 15:17:34

Bestaat God eigenlijk wel?

drs. W. de Kloe


In gesprek met een meisje uit vwo-5, vertelde ik jaloers te zijn op onze leerlingen omdat ze zo veel meekrijgen vanuit de Bijbel: elke dag een opening, twee uur per week godsdienst, docenten die hun vak belichten vanuit 
hun christelijke overtuiging. Zelf heb ik dat allemaal moeten missen. Haar reactie was relativerend: niet alle dagopeningen zijn goed voorbereid of worden zorgvuldig gehouden – je vraagt je soms af of een docent het zelf wel belangrijk vindt. Onder leraren bestaan veel verschillen in opvattingen, waardoor je in de war raakt: wat is nou waarheid? Er is dan ook best een flink aantal jongeren dat zich afvraagt of God wel bestaat.

Dat laatste kun je relativeren. Het gaat hier om jonge mensen die naar Hem op zoek zijn, die bezig zijn met het zich eigen maken van hun opvoeding. Dat gebeurt vanouds. Gelukkig laat God Zich nog steeds door zulke jongeren vinden. Maar er zijn er ook die het prima vinden om met het vraagteken te leven. Ze houden in het midden of Hij er is, staan volop in het leven en zitten in de kerk hun tijd uit. Bestaat God wel? Waarschijnlijk niet. Daarom kun je beter maar zo veel mogelijk genieten. God op grote afstand, onthutsend.

Hoe komt het toch dat jongeren zo in het leven kunnen staan? Heeft Paulus dan ongelijk als hij, te midden van de geleerden van zijn tijd, beweert dat God niet ver van ons is? In Hem leven wij en bewegen ons en zijn wij. De oude dichters waren dat met hem eens: we zijn van Zijn geslacht, familie, door Hem geschapen naar Zijn beeld. Je moet toch stekeblind zijn als je Hem niet opmerkt in de schepping? Calvijn zegt dat Hij door Zijn almacht op zulk een wijze in een ieder van ons werkt, dat het een wondervolle dwaasheid is dat wij Hem niet in ons bemerken.

In onze samenleving zijn helaas veel dwazen. Mensen in wie, volgens de kanttekening bij 1 Samul 25:25, de wijsheid en de vroomheid ontvallen is. Ook in onze gezindte zijn velen ermee besmet. Ze missen de wijsheid om God te zien om hen heen; ze missen de vroomheid om hun leven in te richten in harmonie, naar Zijn Woord.

Hoe komt het toch dat jongeren zo in het leven kunnen staan? In onze reformatorische gezinnen, kerken en scholen krijgen ze de godsdienst met de paplepel ingegoten. Waarom draagt het geen vrucht?

Onze jongeren leven in een wereld met veel verleidingen. Je bent maar een enkele klik van de zonde verwijderd. Er is zo veel geld dat je alles kunt doen wat je wilt. Je hebt zo’n veilig bestaan dat je kunt veronderstellen autonoom te zijn, zo veel kennis dat je Hem makkelijk kunt ontkennen. Waarom zou Hij bestaan?

Maar wat doet die kennis dan, die ze thuis en in de kerk en op school meekrijgen? Het kan zijn dat de oorzaak minder ligt in de verleidingen buiten, dan in de verslapping binnen de gezindte. Is er nog een gezamenlijk opvoedingsideaal? Leeft de driestargedachte nog? Weten we waarvoor we staan? Horen jonge mensen in de kerk, thuis en op school van zonde n genade, van Wet en Evangelie? Dat je verloren gaat als je sterft zoals je geboren bent, maar dat er behoud is voor allen die in het geloof tot de Zoon van God gaan? Over veel zaken wordt verschillend gedacht. Dat mag zo zijn, maar laten we wel in gezamenlijkheid de kern vasthouden en uitdragen.

Eenheid in opvattingen is essentieel, maar niet genoeg. Belangrijker nog is dat wij leven in overeenstemming daarmee. Als wij werkelijk geloven dat wij in onszelf voor God niet kunnen bestaan, wordt dat zichtbaar in wat we doen en wie we zijn, op zondag en doordeweeks. Dan beweegt ons gebed niet alleen de hemel, maar geeft het ook getuigenis in ons gezin. Dan leven we niet uit dogma’s, maar uit geloof, hoe aangevochten ook.

Als jongeren in ons leven de liefde Gods in Christus zien, het verlangen naar het Vaderhuis, relativering van geld en goed, het serieus nemen van de Bijbel in zegening en vloek, dan doet dat meer dan een hoofd vol kennis. En God zou er Zijn zegen aan kunnen verbinden.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 5-01-2016 18:59:57 Laatst gewijzigd: 5-01-2016 19:01:38
Laten christenen zich oefenen in weerbaarheid
05-01-2016 17:00 | Hans Alderliesten
Laten christenen zich oefenen in weerbaarheid - „

„Respect voor andersdenkenden is basisvoorwaarde. Zoek naar haakjes, naar overeenkomsten.” 

Als christenen moeten we onze schroom afwerpen en vrijmoedig voor onze waarden uitkomen, vindt Hans Alderliesten. Daarvoor is nodig dat we weerbaar zijn en kunnen communiceren in een seculiere samenleving.

Het is niet verwonderlijk dat het onderwerp weerbaarheid trending is in christelijke kring. Nederland is geen christelijk land meer, en dat merken we in toenemende mate. We zullen vaker met weerstand te maken krijgen omdat we te maken hebben met een niet-christelijke meerderheid. De vraag is of dit erg is. Wrijving geeft toch glans?

Weerbaar zijn heeft volgens mij een reactief en een proactief karakter. Ik zie dit bij de apostel Paulus, in Handelingen 16 en 17. In Handelingen 16 wil Paulus niet in het geheim uit de gevangenis geleid worden. Hem is onrecht aangedaan en hij vindt dat dit publiekelijk moet worden rechtgezet. Onrecht hoeven we dus niet te accepteren. In Handelingen 17 zien we Paulus op de Areopagus. Hij gaat in gesprek met de filosofen uit Athene. Paulus sluit daarbij aan bij hun leefwereld („ik bemerk dat gij alleszins gelijk als godsdienstiger zijt”). Vervolgens draait hij er niet omheen en maakt hij duidelijk zijn punt.
Dialoog

In dit nieuwe jaar zullen we, meer dan in de afgelopen jaren al het geval was, worden uitgedaagd om verantwoording af te leggen, zowel reactief als proactief. Er zal een duidelijk antwoord op de zijnsvraag gegeven moeten worden. Wat is het doel van christelijk onderwijs? Waarom nog christelijke zorg? Ook wij moeten de Areopagus van onze tijd op, of we willen of niet.

Wat ons kan helpen om de Areopagus van onze tijd op te gaan, is te beseffen hoe communicatie werkt. Bij communicatie zijn er een zender, een ontvanger en een boodschap. Daarbij heb je een medium (kanaal) nodig. Er kan ruis optreden, zowel aan de kant van de zender als van de ontvanger. Het luistert nauw. Als de ander ons niet begrijpt, zou het dan aan ons kunnen liggen? Zijn wij in staat om onze boodschap te vertalen, te verpakken? Zenden kunnen we wel, maar in de netwerksamenleving is het belangrijk om de dialoog aan te gaan.

Weerbaar worden heeft met oefenen te maken. Zwemmen leer je niet op het droge en ook niet zonder nat te worden. Het antithesedenken heeft ons lange tijd geholpen. Wij, christenen, versus zij, de wereld. En wij, dat is dan veilig en goed, en zij, dat is vreemd en verdacht. Maar cultuur, kunst en sport hebben we niet buiten de deur weten te houden. Gelukkig niet, zou ik zeggen, want ook dat zijn gaven van God. Augustinus schreef al: Niet de dingen zijn fout, maar de manier waarop je ermee omgaat.

Bij oefenen hoort dat we weten wat onze sterkte en onze zwakte is. Het betekent dat we de structuur en cultuur van onze organisaties tegen het licht moeten houden. Diverse organisaties hebben de afgelopen jaren nagedacht over de identiteit. In het oog houden waar je vandaan komt en waar je voor gaat, is belangrijk.

De uitdaging in 2016 ligt volgens mij bij de vraag hoe levensbeschouwelijke organisaties relevant kunnen blijven in een seculiere tijd. Sommige organisaties zullen moeten aantonen dat ze relevant zijn. Spannend is of we het aandurven het morele en sociale kapitaal te delen in een seculiere context. Wat gebeurt er als we de deuren openzetten voor niet-christelijke patinten of niet-christelijke leerlingen? Identiteit is een kracht, zeker in een wereld die naar richting verlangt.
Tegenstand

Weerbaar zijn betekent ook dat je in staat bent om tegenstand te bieden. In Efeze 6 lezen waarmee we gewapend moeten zijn. Een goede voorbereiding is noodzakelijk. Weten met wie je te maken hebt, wie de sterren van dit moment zijn, waar de vragen van de mensen om ons heen liggen. Je verdiepen in de ander is van wezenlijk belang om communicatie te laten slagen. Oftewel: nodig eens een niet-christelijke zakenpartner uit, praat met de buren over de betekenis van de christelijke feesten. En vergeet niet je te verdiepen in hun leef- en denkwijze. Communiceren is reflecteren en incasseren – zeker als het om weerbaarheid gaat.

Ik sluit af met twee communicatietips.

1. Neem de ander serieus. Niemand stapt met besmeurde schoenen bij zijn schoonmoeder binnen. Respect voor andersdenkenden is basisvoorwaarde. Zoek naar haakjes, naar overeenkomsten. Pas niet de inhoud aan, maar wel de vorm.

2. Wat je geeft, krijg je terug. Wie goed doet, goed ontmoet. Eerst drie complimenten geven voordat je kritiek levert. Wees niet bang om je mening te geven in de ondernemingsraad van het bedrijf, in de wijkteamvergadering of in de supermarkt. Stel je constructief op, dienend en nederig, het beeld vertonend van Jezus Christus, Die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen.

De auteur is werkzaam in het jeugdwerk en actief voor het CDA. Dit artikel is gebaseerd op een workshop die hij gisteren hield op een studiedag van het Driestar College in Gouda.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 16-01-2016 17:39:02
Tim Keller: Wat ik heb geleerd over de Bijbel

16-01-2016 17:00
Tim Keller: Wat ik heb geleerd over de Bijbel - „Het Woord is in staat om onze harten in de ban te laten raken van de waarheid op een manier waarop niets anders dat kan.” 

Het lezen en horen van de Bijbel is in het huidige beeldtijdperk belangrijker dan ooit, stelt Tim Keller.

De westerse samenleving was vroeger ruwweg verdeeld in drie groepen. Sommige mensen respecteerden de Bijbel als ”de waarheid”, maar leefden daar niet naar. Een tweede groep geloofde de Bijbel en probeerde er toegewijd naar te leven. Ten slotte had je mensen die de Bijbel afwezen als een boek vol mythen en legendes.

De tijden veranderen echter. Om te beginnen neemt de eerste groep snel in omvang af. En de relatie tussen de tweede en derde groep is op een nieuwe manier beladen geworden. Als je vroeger het gezag van de Bijbel helemaal accepteerde, zouden je sceptische buren het daar niet mee eens zijn en uitleggen waarom ze de Bijbel niet konden aanvaarden. Misschien lachten ze je in het geheim uit, maar ze zouden niet de behoefte voelen om de manier waarop je naar de Bijbel keek ter discussie te stellen en proberen die belachelijk te maken.

Vandaar wordt het karakter van de Bijbel als nooit tevoren publiekelijk aangevallen als wreed en onderdrukkend. Degenen die vasthouden aan de klassieke visie op de betrouwbaarheid van de Bijbel worden in hetzelfde licht gezien. Christenen staan onder een enorme sociale druk om de klassieke opvatting over de inspiratie en het gezag van de Schrift en de rol die de Bijbel in onze levens moet hebben, los te laten.

Levend en krachtig

Om deze reden is in onze gemeente recent een korte serie van drie preken gehouden over de christelijke leer van het Woord van God. We hebben erbij stilgestaan dat de Bijbel betrouwbaar, gezaghebbend, genoegzaam en Gods definitieve openbaring is. Zowel gelovigen als sceptici zijn vaak onbekend met wat de kerk vroeger altijd geloofd heeft over de Schrift en met wat de Bijbel zegt over zichzelf. Het is altijd al cruciaal geweest om dit goed te begrijpen, maar in onze tijd is het belangrijker dan ooit.

We moeten echter niet zo gebrand zijn op een juiste visie op de Schrift dat we geen aandacht meer hebben voor de rol die de Bijbel in ons leven behoort te hebben. We hebben er geen behoefte aan om een schare mensen te creren die de waarheid van de Bijbel in principe gelooft, maar de kracht ervan in hun leven niet kent. Jezus vertelde de elite van Zijn dagen dat ze de Schriften niet kenden, noch de kracht van God (Matth. 22:29). Hebreen 4:12 zegt dat de Bijbel „levend en krachtig” is, „scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard.”

Hoe is de Bijbel levend en krachtig? Het Woord van God is de belangrijkste weg waarlangs we de waarheid over God leren begrijpen. Het tweede gebod verbiedt het maken van afbeeldingen van de drie-enige God om Hem daarmee te dienen. Waarom eigenlijk? Als afbeeldingen en beelden van God je helpen bij het bidden, waarom worden ze dan in de wet van God verboden? Eeuwenlang hebben protestantse –en vooral gereformeerde– kerken als antwoord gegeven dat de Heilige Geest door het lezen en onderwijzen van het Woord van God krachtig werkt om het verstand en het hart te verlichten met de waarheid. Beelden kapen die waarheid en presenteren een versimpelde versie van Gods karakter.

Verbeelding

In augustus stond er een artikel in de New York Times met als titel ”Turn the Page, Spur the Brain” (Sla de bladzijde om, geef het brein een zet). Het presenteerde onderzoek dat laat zien dat voorlezen bij kinderen, zelfs bij peuters, cruciaal is voor de ontwikkeling van de hersenen. De onderzoekers ontdekten dat kinderen blootstellen aan een video of een plaatje kortsluiting veroorzaakte in de verbeelding van het kind. Een expert zei: „Ze hoeven zich het verhaal dan niet meer zelf voor te stellen, ze krijgen het gewoon gevoerd.” Een andere onderzoeker wees erop dat kinderen aan wie werd voorgelezen „duidelijk meer activiteit lieten zien in de hersengebieden die visuele associaties verwerken, ook al luisterde het kind naar een verhaal en kreeg het geen plaatjes te zien.”

Om kort te zijn, verbale communicatie zorgt ervoor dat je geest en hart aan de slag gaan om het verhaal voor jezelf te vatten en te verbeelden. Beelden hebben de neiging om je te voeren wat de verbeelding van iemand anders heeft geschapen.

Aanschouwen

Ik geef niet af op visuele kunst in het algemen. Maar dit simpele artikel over voorlezen aan kinderen ondersteunt een oude protestantse opvatting over de kracht van het Woord om onze harten in de ban te laten raken van de waarheid op een manier waarop niets anders dat kan. Paulus zegt in 2 Korinthe 3:18 en 4:6 –opmerkelijk genoeg– dat we nu al door het geloof de heerlijkheid van Christus aanschouwen. Dit aanschouwen is verbonden aan het werk van de Geest in onze harten als het Woord van God wordt gelezen en gehoord (2 Kor. 3:12-16).

Jarenlang heb ik gedacht dat God in mijn leven zou werken door de Geest, en dat de Bijbel een boek was dat ik moest gehoorzamen als God in mijn hart zou komen. Ik besef nu dat de Bijbel de weg is waarlangs God, door de Geest, in mijn leven werkt.

De auteur is predikant van Redeemer Presbyterian Church in New York. Dit artikel is overgenomen van de site van www.thegospelcoalition.org/article/the-bible-is-alive-and-active" rel="external">The Gospel Coalition.


Reformatorisch Dagblad



Auteur: Reporter Creer datum: 26-04-2016 14:53:15
We zijn verleerd ons soms ook in te houden

l
26 april 2016, 03:00 Nederlands Dagblad

André van Aarle

Hoe wordt een cultuur erdoor verrijkt, als je alles en iedereen grof mag beledigen?
Er gaat weer een hype door ons land: het ‘recht op beledigen’. Van de media moeten we allemaal verontwaardigd zijn omdat een Duitse komiek wordt aangeklaagd vanwege grove beledigingen aan het adres van de Turkse president.

Ik ben niet verontwaardigd.

Als kritiek hierop heeft cabaretier Hans Teeuwen een meer dan grove, ‘komische’ scène gemaakt over president Erdogan. De honden lusten er geen brood van.

Ik vind het triest.

Nu was de Turks-Nederlandse columniste Ebru Umar in Turkije opgepakt vanwege beledigingen. (Overigens schreef zij onlangs een afschuwelijk grove column tegen moslimmeisjes.) En Nederland is weer verontwaardigd.

Terecht? Nee, want die verontwaardiging is subjectief en hypocriet.

Ook in onze wet staat dat je een bevriend staatshoofd niet mag beledigen. Nu wil men snel van die wet af. Die afschaffing zou een verrijking moeten zijn. Maar dat is het niet. Want wij zijn met elkaar in een leegte terechtgekomen waarin iedereen een ander moet kunnen beledigen en wij geen enkel gevoel meer hebben voor de gevoelens die dat oproept. Eergevoel, zoals vele beschaafde culturen dat kennen, is er niet meer.

pesten

Er is ontzettend veel aandacht voor pesten, als het gaat om kinderen, middelbare scholieren en volwassenen op het werk. Honderdduizenden euro’s worden besteed aan anti-pestprogramma’s. En we weten niet van gekkigheid wat wij moeten verzinnen om gedrag daarin te veranderen.

Op een staatshoofd mogen we ineens wel alle grofheden loslaten. En dan vinden wij het raar dat Turken, met eergevoel, zich gekrenkt voelen en de president ingrijpt.

We hoeven het als Nederlanders niet met Erdogan eens te zijn – dat zijn we met zo veel staatshoofden niet – maar dat kunnen we ook op beschaafde manieren uiten.

Wat is het positieve effect van komieken die onze zogenaamde verworven rijkdom tonen door ongebreidelde beledigingen te uiten? Zal een staatshoofd daardoor veranderen? Welnee. Maar waarom wil je zo iemand dan krenken? Om hem te vernederen?

Hans Teeuwen heeft een paar jaar geleden een buitensporig grove scène op toneel gemaakt over (toen nog) koningin Beatrix. Waarom? Wat deed zij verkeerd? Wat was hiervan de culturele verrijking? Wat is dat voor een vreemde houding om grenzen op te zoeken?

Het heeft, denk ik, te maken met het feit dat wij iedere vorm van gemeenschapszin kwijt zijn. Het recht van ieder individu is heilig en staat boven­aan. Er is een soort liberale, seculiere spiritualiteit ontstaan die eist dat de maatschappij iedere wens van een individu accepteert, faciliteert en tot norm verheft. Sommige politieke partijen voeden dit bizarre principe. En dat gaat niet. Wij zijn verleerd af en toe te buigen, ons in te houden, je eigen leven opzij te zetten voor het belang van de samenleving en de cultuur.

Tien Geboden

Het zou goed zijn als wij ons allemaal zouden houden aan de Tien Geboden. Dan breng je respect op en wordt het ‘dikke ik’ minder belangrijk. In de tijd dat velen geloofden en luisterden naar de regels van de Bijbel en de kerk, werden die geboden ook niet altijd onderhouden. Maar dan wist je in ieder geval dat je fout zat. Dat alleen al te weten geeft respect voor jezelf en voor de ander. Dat zijn wij kwijtgeraakt. <

Auteur: Reporter Creer datum: 3-05-2016 15:47:59
Petitie voor referendum in West-Papua


Sophia Geuze

NEDERLAND
De Nederlandse overheid moet meer doen voor de mensenrechten in West-Papua, vinden de indieners van een burgerinitiatief. Zij hebben het benodigde aantal handtekeningen bijna binnen, zegt Oscar den Ouden, initiatiefnemer van de Week van de Papoea, die zondag begon.
Rotterdam

‘Nog 5000 handtekeningen en we hebben er 40.000 voor een burgerinitiatief, en dus een plek op de Kamer-agenda.’

De petitie komt uit de koker van Oridek Ap, een vluchteling uit West-Papua. Den Ouden: ‘Wij willen bereiken dat de Nederlandse overheid zich gaat inzetten voor de mensenrechten in West-Papua. En als de zaak op de politieke agenda komt, zal de Kamer openlijk een standpunt moeten gaan innemen.’

In 1969 mochten de inwoners zich in een referendum uitspreken over aansluiting bij Indonesië of zelfstandig blijven. Den Ouden: ‘Maar dat referendum is niet wettig verlopen.

Nederlands Dagblad 03-05-16
Auteur: Reporter Creer datum: 7-05-2016 12:49:10
Portret Samer Younan: Beslissende seconden


Hugo de Bruijne

Na een uitspraak van de Hoge Raad mocht Samer Younan naar Nederland komen. In een Oostenrijkse gevangenis had hij voor het eerst in de Bijbel gelezen. In moeilijkheden heeft hij Gods hand gezien. Samer Younan is tegenwoordig evangelist en voorganger.

Typisch een gelukzoeker, dat was de 21-jarige Samer Younan in 1999. Hij vond geluk in een Oostenrijkse gevangenis. Kort daarvoor was hij Syrië ontvlucht, onder meer om de militaire dienstplicht te ontlopen.

Hij vluchtte naar Europa en kocht in Hongarije een vervalst document om via Oostenrijk naar Duitsland te reizen. Daar werd hij aan de grens opgepakt en teruggestuurd naar het destijds rechts-populistische Oostenrijk. Samer Younan werd tot een half jaar detentie veroordeeld en koos een hoekje uit in een cel met nog zeven gevangenen. Het rook er smerig, want de wc bevond zich in de andere hoek van de ruimte.

‘Het was een vreselijke plek’, vertelt Younan. Een plek die ze die eerste dag voor een uurtje mochten verlaten om in een ander gebouw wat te lezen en televisie te kijken. ‘Er lag een bijbel in het Arabisch. Die pakte ik en wat ik las, raakte mijn hart. Na een uur lezen, kon ik het niet opbrengen de bijbel terug te leggen. Ik smokkelde hem onder mijn kleren mee naar de cel en bleef lezen, tot diep in de nacht.’

Welk Bijbelboek hij had opgeslagen, weet hij niet meer. ‘Maar ik ervoer in mijn hart dat God mijn vader wilde zijn. Mijn papa. En ik bad: ‘‘Vader, u hebt mij hier gevonden. Als u hier in deze ellendige gevangenis mij al zo vervult met vrede en uw aanwezigheid, dan zult u overal met mij zijn.’’ Ik besloot terug te gaan naar Syrië, waar ik eerst de gevangenis in zou gaan voor het ontlopen van de dienstplicht en vervolgens 2,5 jaar het leger in zou moeten.’

De volgende dag riep een bewaker zijn naam, de valse. Younan vertelde dat hij zo niet heette en dat hij zijn leugens wilde opbiechten. Eerst moest hij echter naar het ziekenhuis voor een medische controle. Met vier bewakers, twee aan elke zijde, betrad hij de wachtkamer. Naar de dokter mocht hij wel alleen. Terug in de wachtkamer waren zijn bewakers verdwenen. Hij zocht ze, vroeg aan de arts wat hij nu moest doen en kreeg brommerig te horen: ‘Geh nach Hause!’

‘Voor God, die mij geestelijk had bevrijd, was het niet moeilijk om mij ook lichamelijk te bevrijden. Hij kan in één seconde je leven veranderen.’

zonder vrienden

Als een Petrus stond hij plotseling op straat, van zijn ketenen bevrijd, maar dan zonder vrienden. Hij belde een oom in Duitsland, vertelde dat hij zijn bewakers zocht en terug zou gaan naar Syrië. Zijn oom foeterde hem uit – ‘je hebt tienduizend dollar betaald om Europa te bereiken!’ – en liet hem halen met een auto.

Op advies van advocaten vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij kreeg een plek in een azc nabij Stadskanaal. Na drie maanden ontmoette hij daar voor het eerst sinds zijn bekering een christen, Betty, een vrijgemaakt-gereformeerde weduwe met zes kinderen, die evangeliseerde onder asielzoekers.

‘Zij heeft aangevoeld dat de Here een plan met mij had. Zij werd mijn vrouw, maar ook mijn leermeester.’ Toen ze vijftien jaar geleden trouwden, was zij 50 en hij 23. Ze ging hem voor in geloof, in gebed, moedigde hem aan om te gaan studeren aan de Theologische Universiteit in Kampen en was er binnen anderhalf uur nadat hij moedeloos had gebeld dat hij de studie niet meer zag zitten. Voor een examen las zij hem urenlang de stof voor, terwijl hij zijn ogen sloot en het in zich opnam. Zelf lezen in die nieuwe taal, viel hem te zwaar.

De tijden van échte beproeving en geloofsverdieping waren toen al voorbij. Want anderhalf jaar nadat hij zich in Nederland had gemeld, werd hij uitgezet naar Oostenrijk om in dat land van binnenkomst opnieuw de asielmolen in te gaan. De daklozenopvang werd zijn nachtverblijf. Betty kwam daarnaartoe en dáár trouwden ze. Telkens na zes weken werken, kon ze twee weken in Wenen zijn.

Younan vertelde in de opvang over Christus, werd aangevallen door een moslim en stapte verdrietig een kerk binnen. Daar bood iemand uitkomst: een betaalbaar flatje in de stad en een baan als folderbezorger – werkdagen van acht uur.

Maar in zijn geloof dreigde hij onderuit te gaan. Hij werd geestelijk aangevallen en worstelde met de vraag of God echt bestond. Een Noord-Afrikaanse pastor kwam op zijn pad en bad met hem. ‘Daarna ontving ik rust. Twijfel aan Gods bestaan heb ik sindsdien niet meer, maar iets van angst huist nog in mijn hart: gaat het lukken, kan ik wel weer een nieuwe preek maken voor komende zondag? Het is spannend, en misschien wel goed voor me: in zwakheid laat God zijn kracht zien.’

de Oase

In Oostenrijk ontdekte hij een pand dat de Oase heette, waar evangelisten vanuit de hele wereld kwamen. Ook Samer Younan werd vaste bezoeker, deed mee aan Bijbelstudies en evangelisatiewerk en werd geestelijk opgevoed en sterker.

Toen hij vele jaren later als evangelist in Amersfoort aan het werk ging en er een gemeente ontstond, mocht hij een naam bedenken. ‘Het werd de Oase. Daar, aan de voeten van de Heer, werden mijn ziel en geest verzadigd.’

Younan leerde in Oostenrijk opnieuw dat God bij machte is beslissingen in één seconde te veranderen.’ Betty was hem daarin al voorgegaan. Ze sprak hem moed in toen er een laatste, negatieve uitspraak over zijn uitzetting kwam en reageerde met de uitnodiging: ‘Zullen we bidden?’ ‘Bidden?’, reageerde Samer, ‘we hebben al gebeden, voor de IND, de rechtbank, voor alles – en hier op het papier staan stempels en een handtekening van de rechter.’ Toch deden ze het. Uiteindelijk velde de Hoge Raad een oordeel over zijn zaak en mocht hij naar Nederland komen.

‘Een mens probeert van alles voordat hij naar God gaat. Ik heb in moeilijkheden Gods hand gezien. Vooral als ik bid, merk ik dat Hij met mij is, al ben ik niet iemand die dat 24 uur per dag doet. Hij geeft antwoorden. Soms komen die op in mijn hart, dan ontvang ik rust en een helder inzicht, soms als ik in de auto rijd, soms via mijn vrouw of door een preek. En vaak hielp God mij verder door middel van dromen.

In mijn flat in Oostenrijk werd ik in een droom belaagd door een zwart wezen, de duivel. Mijn vrouw was ook in die droom, gevangen in prikkeldraad, met wilde beesten. Ik hielp haar en raakte ook vast in het prikkeldraad. De duivel lachte terwijl hij ons telkens volgde. De droom herhaalde zich drie keer. Mijn vrouw lag naast me en merkte mijn onrust op. ‘‘Heb je al gebeden?’’, vroeg ze. Dat deden we. Ik ging slapen en droomde opnieuw. Toen de zwarte gestalte verscheen, zei ik: ‘‘In Jezus naam …’’ en nog voordat ik was uitgesproken, zakte hij in elkaar als een kleed. Ik kon gaan slapen en had geleerd in de naam van Jezus de geestelijke strijd te voeren.

Toen ik evangelist werd in Amersfoort, wist ik niet hoe ik dat nieuwe werk moest doen, ik was gewend moslims op te zoeken in azc’s. In die tijd droomde ik dat ik voor een grote gemeenschap stond, een bijbel in mijn handen, en het evangelie verkondigde. Ik werd wakker en ervoer een diepe vrede. Nog voor ik iemand had ontmoet in dat werk in Amersfoort, gaf God het in de slaap. Ik heb het mijn vrouw verteld en niemand anders. Maar nu, nu het is gebeurd en er ’s zondags bij speciale diensten 200 tot 250 vooral Arabischsprekende mensen naar de Oase komen en er 85 leden zijn van wie de helft voorheen moslim, zeg ik: ‘‘Dank u wel, God’’.’

drie werkgevers

Hij is druk als een westerling, voelt zich ook meer westers dan Arabisch en werkt voor drie bazen. Vanuit de vrijgemaakt-gereformeerde classis Kampen, een samenwerkings verband van kerkelijke gemeenten in de regio, gaat hij als pastoraal werker en evangelist azc’s langs. Onder de vleugels van de ICF-gemeenschap in Amersfoort, een initiatief van vrijgemaakt- en christelijk-gereformeerden, is hij evangelist, pastoraal werker en ouderling en in de Oase preekt hij of vertaalt hij in Nederlands-/Arabischtalige diensten. Eén dag in de week werkt hij voor de stichting Evangelie & Moslims, om kerken toe te rusten in de hoop Noord-Afrikaanse Arabieren te bereiken met het evangelie.

Zo kun je hem tegenkomen tijdens een Bijbelstudie of in gesprek met een asielzoeker in een azc, tot ’s avonds laat aan de telefoon met een atheïst, zingend met een groepje kerkleden in het centrum van Amersfoort, of pratend met passanten die afkomen op de bijbel in het Arabisch in zijn kraampje op een snuffelmarkt.

Pratend? Frank en vrij getuigend dat je beter bij Jezus kunt zijn dan bij Mohammed.

‘Nu is de tijd rijp om al die asielzoekers te bereiken met het evangelie. Ze zijn ontworteld, wat is er mooier dan ze te planten in Christus? Hij is het beste voedsel voor een mens.’

Misbruik maken van de situatie, noemen sommigen dat. Younan: ‘Het is juist slecht als je een plant goede grond onthoudt. Ik ken veel moslims die tot geloof zijn gekomen. Vergelijk hun leven in de islam met hun leven in Christus, dan mag je daarna beoordelen of er sprake was van misbruik.’

In deze tijd komt volgens Younan de waarheid aan het licht. ‘Het ware gezicht van de islam is niet meer te verbergen én wie Christus is, valt niet meer te negeren. Hij is gewoon aantrekkelijk. Als Hij zich bekendmaakt, dan wil je Hem volgen. Of je moet jezelf voor de gek houden en hem afwijzen.’

Younan gelooft dat de volgende christelijke generatie in het Midden-Oosten van moslimafkomst is. ‘Een gematigde en vredelievende islam bestaat niet. Wie dat zegt, heeft zijn eigen islam gemaakt.’



‘Kijk naar het leven van de profeet van de islam, Mohammed. Wie wil dat nou volgen? In opdracht van Allah trouwde hij met een zevenjarig meisje en ging op haar negende bij haar ‘naar binnen’. Hij trouwde met de vrouw van zijn adoptiezoon en schafte op dat moment de adoptie af. Veel kinderen in moslimlanden lijden als wezen, omdat ze niet geadopteerd mogen worden. Zo zijn er veel meer voorbeelden.’

Hij is bezorgd over christenen in Nederland. ‘Kerkmensen zijn vaak druk met heel andere dingen dan Christus bekend maken en laten zien wat hij in je leven heeft gedaan. Er gaat veel kapot in de wereld doordat christenen Christus niet hebben laten zien. En doordat hun hart niet bij de oogst is waarover Jezus sprak in Matteüs 9. Waar zijn de arbeiders? Elke kerk in elke stad moet zich afvragen: hoe maken we Christus bekend? Ga in de gemeente maar in gebed, twee, drie, zes maanden – dan wordt je hart gevormd en gaan je ogen open voor de manier waarop je Christus zichtbaar kunt maken.’

Maar afwijzende Nederlanders pakt Samer Younan evengoed aan: ‘Ik kom Christus verkondigen. Het is niet eerlijk om hem af te wijzen vanwege christenen die je kent.’

familie

Kort nadat hij tot geloof was gekomen, schreef hij brieven over Jezus en stuurde kopieën naar al zijn familieleden. ‘Mijn atheïstische oudste broer gooide ze boos in de hoek, hoorde ik later. Jaren na mijn vlucht kon ik mijn familie opzoeken en ik nam voor hem een boek over God en wetenschap mee.’

Het was zinloos, zijn familie lachte hem uit en het werden eenzame weken. Totdat hij twee maanden later door zijn broer werd gebeld. Hij was in alle staten, sprak spontaan Bijbelse taal als ‘wat kan mij scheiden van de liefde van Christus’ en vertelde wat er was gebeurd. De bus waarmee hij naar zijn werk reisde, had een aanrijding gehad en hij had lang moeten wachten. Hij doodde de tijd door in het boek van Samer te gaan lezen. Pas ’s nachts om twee uur had hij het uit. ‘Het was of er een vuur door mijn lichaam ging, zo vol was ik van de liefde van Christus’, vertelde hij.

Nu is hij voorganger in huisgemeenten en weigert hij het land te verlaten. ‘Samer’, zei hij, ‘als wij nú in de oorlog Jezus niet zichtbaar maken voor ons volk, wanneer doen we het dan? De rijken en de sterken zijn gevlucht, wie zal aan de zwakken die zijn achtergebleven het evangelie vertellen?’

Ook een andere broer is tot geloof gekomen. Hij is worshipleider en de overige broers en zussen volgden. ‘Alleen mijn vader vindt het moeilijk om in genade te geloven. Hij wil er niet aan dat een dictator die zich bekeert samen met hem in de hemel zou kunnen komen. Dat vindt hij niet rechtvaardig.’

aarzelend

Aan het einde van het gesprek verrast Younan als hij vertelt dat hij het niet makkelijk vindt om als burger van het koninkrijk van God in deze wereld te leven. Die indruk wekte hij tot dusver niet. Dan volgt aarzelend een parabel. ‘Stel, je ziet iemand zitten die doodgaat van honger en dorst, en vlakbij zie je in een kraampje water staan. De verkoper is er niet, maar je pakt het toch, want anders gaat die persoon dood. Later biecht je het op – terwijl dat niet hoeft – en word je veroordeeld voor diefstal.’

Hij heeft er nu 3,5 jaar op zitten sinds de gebeurtenis waarop hij doelt. Heeft hij zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, om een leven te redden? Heeft hij een taakstraf of een boete opgelegd gekregen? Younan doet er verder het zwijgen toe, alsof hij al te veel heeft losgelaten. ◆

evangelist uit Syrië
Samer Younan (38) is evangelist en pastoraal werker, met name onder allochtonen.

In 1999 vluchtte hij uit Syrië, onder meer om zijn militaire dienstplicht te ontlopen. Onderweg in Oostenrijk kwam hij tot geloof. Hij is getrouwd met Betty (65) en ze wonen in Amersfoort. ‘De mensen zien mij als een evangelist die velen tot Christus heeft gebracht, maar zij was míjn evangelist. Ze is zo onzichtbaar in alles, maar bijna alles wat ik kan, heb ik aan haar te danken.’

Nederlands Dagblad 06-05-16
Auteur: Reporter Creer datum: 9-05-2016 15:54:46
Bono breekt lans voor psalmen


Roel Sikkema

Veel hedendaagse kerkmuziek is zoetsappig. ‘Zing maar eens over je gebroken huwelijk’, zegt rockzanger Bono. In een gesprek met theoloog Eugene Peterson vertelt Bono hoe belangrijk de oudtestamentische psalmen voor hem zijn.
Lakeside, Montana

Hedendaagse gospelzangers krijgen er flink van langs in het gesprek van Bono met de theoloog Eugene Peterson dat op de site van Fuller Theological Seminary te zien is. ‘Ik ben achterdochtig tegenover christenen in de kunst. Vanwege een gebrek aan realisme.’ Kunst moet eerlijk zijn, niet decoratief, stelt Bono.

Peterson is vooral bekend geworden door The Message, een eigentijdse Bijbelvertaling die hij schreef en die in delen verscheen tussen 1993 en 2002. The Message werd in de Engelstalige wereld met 17 miljoen exemplaren grif verkocht.

Bono, leider van de befaamde Ierse rockband U2, is al lang onder de indruk van de psalmen. Hij verwerkte er een tot een rocksong, ‘40’, gebaseerd op Psalm 40 die in 1983 voor het eerst op het album War te horen was.

psalmen zijn eerlijk

Bono liet aan Peterson weten dat hij erg onder de indruk was van The Message en in 2010 ontmoetten de twee elkaar voor het eerst. Zes jaar later ging de Ierse zanger voor het interview naar het prachtig aan een meer gelegen huis van Eugene Peterson en zijn vrouw Jan.

‘Psalmen zijn niet mooi, maar eerlijk’, zegt de bejaarde Peterson (83). ‘We proberen eerlijk te zijn, maar dat is moeilijk in de hedendaagse cultuur’.

Peterson groeide op in een traditioneel kerkelijk milieu, een milieu waarin de Bijbel letterlijk als Gods Woord werd uitgelegd, maar waar in de eredienst de psalmen geen rol speelden. ‘Ik las ze pas toen ik een jaar of twaalf was. Ik was helemaal in verwarring door teksten als ‘‘God is een rots’’ en ‘‘Hij doet mijn tranen in een fles’’. Het sprak me aan, maar op de een of andere manier miste ik iets. Pas later begreep ik waarom: deze teksten zijn metaforen’, ze zijn niet letterlijk, maar figuurlijk.

Bono zong de psalmen al wel als jongetje, in een gemeente van de Church of Ireland, de anglicaanse kerk van Ierland. ‘Ik vond het maar niks, de teksten niet, de melodieën niet. Met één uitzondering: De Heer is mijn herder.’ Later kwam Bono toch wel onder de indruk van de ‘brutale eerlijkheid’ en de verschillende gevoelens die erin worden geuit: ‘Van enorme vreugde tot grote zorgen en verwarring. Waarom vinden we dat zo weinig terug in andere kerkmuziek?’

De Ierse zanger ziet veel onoprechtheid in de christelijke kunst.

‘Er zijn veel kwetsbare mensen, ook kwetsbaar naar God. Ik hoop dat dit gesprek ertoe leidt dat mensen met prachtige stemmen die gospelsongs maken, nu eens schrijven over hun slechte huwelijk, of over hoe woedend ze zijn op hun regering. Dat is wat God van ons wil: de waarheid.’

Bono vindt het normaal dat kunstenaars hun gevoelens laten zien. ‘Ik houd van David, vooral omdat hij naakt voor zijn troepen uit danste. Zijn vrouw was er niet blij mee. Maar dansen is belangrijk, we moeten ons lichaam net zo goed begrijpen als onze geest. De Drie-eenheid van Vader, Zoon en Geest zie ik weerspiegeld in de drieslag lichaam/verstand/geest.’

Peterson en Bono spreken ook over het vele geweld in sommige psalmen. Peterson vindt het moeilijk. ‘Je wilt een reden daarvoor weten, maar je kunt die niet vinden. Je moet die teksten wel in hun context plaatsen. De Bijbel laat zien hoe slecht we zijn.’

‘God is gewelddadig’

Bono lijkt er minder moeite mee te hebben.

‘Ik heb geen problemen met het Oude Testament. Zie bijvoorbeeld Psalm 35, waarin staat, ‘God, sla deze pestkoppen op de neus’ (vers 1 in de vertaling van The Message). God is gewelddadig, maar de wereld is dat ook. Het is verschrikkelijk, maar wel echt. Ik geef hieraan de voorkeur boven veel zweverige, niet-realistische teksten.’

Op de vraag of door het werk van Jezus die gewelddadige teksten beter te begrijpen zijn, reageert Peterson met ‘Kijk naar de kruisiging. Die was uitermate gewelddadig, maar werd nog verergerd doordat God Christus verliet. In die gewelddadige wereld leven we, een wereld met veel ­kruisen.’

Het gesprek tussen Peterson en Bono is de eerste nieuwe film van fullerstudio.fuller.edu, een nieuwe site van het Fuller Theological Seminary. Daarop worden de audiovisuele producties van het seminarie gepresenteerd.

Nederlands Dagblad 09-05-16
Auteur: Reporter Creer datum: 14-06-2016 14:58:36
Bid het gebed van Stefanus


Mark Galli

Orthodoxen kunnen ons als geen ander leren hoe je met vijanden moet omgaan. Ze hebben eeuwenlang onder repressieve regimes geleefd. Zij weten waarom het een gewoonte moet worden om voor je vijanden te bidden.

Bij Christianity Today zijn we erg geschokt door de schietpartij in Orlando, waarbij vijftig doden vielen. Ons hartelijk meeleven gaat uit naar vrienden en familie van de slachtoffers. In dit geval was de aanslag gericht op een bepaalde groep, dus zenden we onze gebeden op voor homo’s, lesbiennes en andere seksuele minderheden die zich nu bedreigd voelen.

We zijn blij te horen over zo veel christenen, van allerlei verschillende theologische richtingen, die naar hen omzien om hen te troosten in hun verdriet.

We zijn dit weekend eraan herinnerd hoe vaak mensen die door haat worden gedreven, het op een bepaalde groep hebben voorzien.

vijf voorbeelden

Zomaar vijf voorbeelden sinds het jaar 2000:

Afrikaanse Amerikanen – de jongste aanslag is juist deze week precies een jaar geleden: op 17 juni vorig jaar werden negen mensen vermoord in een Afrikaanse Methodistisch-Episcopale Kerk in Charleston, South Carolina;

Sikhs – op 5 augustus 2012 vielen zes doden en drie gewonden in een Sikh-tempel in Wisconsin;

Christenen – op 9 december 2007 werden twee mensen gedood in een opleidingscentrum van Youth With A Mission in Arvada, Colorado, en twee anderen in de New Life Church in Colorado Springs;

Joden – de groep is in de afgelopen tijd herhaaldelijk slachtoffer van moorddadige aanslagen geweest. Ik denk dan aan: brandstichting in synagogen in de Bronx en Syracuse New York in oktober 2000, de schietpartij bij de ticketbalie van El Al op het vliegveld van Los Angeles op 4 juli 2002, de schietpartij bij het gebouw van de Joodse Federatie in Seattle op 28 juli 2006 en de aanslag in Overland Park, Kansas, op 13 april 2014.

Mexicaanse Amerikanen – onder hen zijn nog geen doden gevallen, maar er waren serieuze plannen in de maak; op 1 mei 2007 werden vijf leden van een anti-immigratiestrijdgroep opgepakt in Birmingham, Alabama, die mitrailleurs hadden waarmee ze Mexicanen wilden neermaaien.

En dit zijn alleen nog maar gebeurtenissen in de Verenigde Staten. Internationaal gezien zijn er nog veel ergere aanslagen op specifieke groepen geweest.

bovenop onze burgerplicht

Er zijn allerlei politieke, sociale en psychologische factoren in het spel, die met beleid en overleg moeten worden aangepakt. Maar als christenen herkennen we hier ook iets in van een geestelijke strijd met wat de apostel Paulus ‘heersers en machthebbers van de duisternis’ noemt. Dat geeft ons iets in handen wat, bovenop onze burgerplicht, onze unieke bijdrage kan zijn op zulke momenten: het gebed.

We zijn daarin niet uniek als gelovigen, maar we doen het op onze eigen manier. We zien niet vaak een directe uitwerking, maar Jezus heeft beloofd dat een gebed in zijn naam invloed heeft. Op dit soort momenten kan bidden moeilijk zijn, maar het is belangrijk dat we Jezus ook serieus nemen wat dit betreft.

En er is een bepaald gebed dat Jezus leert en voorleeft. Ik ben te weinig religiewetenschapper om te weten of het uniek is voor het christendom, maar het is een opvallend element van het christelijke geloof en leven. Het is het gebed van Stefanus, toen hij gestenigd werd, en van Jezus zelf aan het kruis: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’

Dit gebed is een van de manieren om gehoorzaam te zijn aan Jezus’ opdracht om onze vijanden lief te hebben, zelfs moordenaars – of ze nu ons als doelwit kiezen of mensen met wie we sympathiseren.

oosters-orthodox

Dit trof me onlangs opnieuw toen ik een oosters-orthodox gebed uitsprak. In de litanie van voorbeden sprong deze er ineens voor me uit: ‘Heer, wij bidden voor hen die ons haten en voor hen die ons liefhebben.’

In de orthodoxe traditie wordt dit iedere avond gebeden. Orthodoxen hebben ervaring met vijanden; ze hebben eeuwenlang onder repressieve, islamitische en communistische regimes geleefd. Dus zij weten waarom het een gewoonte moet worden van gelovige mensen om dit te bidden.

Ik geloof dat als dit voor Amerikaanse christenen een dagelijks gebed was, het ons zou helpen om te doen wat we van nature niet zomaar doen: onze vijanden liefhebben – en de vijanden van allen die wij liefhebben. En het zou ons toerusten als Gods volk om Christus’ aanwezigheid te zijn in een wereld vol haat en verdeeldheid – een wereld die het meer dan ooit nodig heeft om te weten dat Hij er is. <

Nederlands Dagblad 13-06-16
Auteur: Reporter Creer datum: 21-06-2016 18:04:18


Laat ook je vakantie een tijd van delen zijn

Nederlandse christenen kunnen een voorbeeld nemen aan protestanten in Oekraïne en Armenië die zich ervoor

in zetten dat iedereen tot rust kan komen en het Evangelie hoort, betoogt Anthonet Baijense MSc.

Nog even en de vakantie begint. Iedereen herkent het gevoel er echt aan toe te zijn. Voortdurend leven we onder hoge werkdruk en stress. We zijn altijd druk met ons werk, ons gezin en de gemeente.

Toen de Heere Jezus en Zijn discipelen door veel mensen bezocht werden en er zelfs geen tijd was om te eten, zei Hij: „Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig” (Mark. 6:31). Een periode van rust is noodzakelijk om weer op krachten te komen en gezond te blijven. Dat geldt voor iedereen.

Maar wat een contrast! Terwijl de één in Frankrijk in een luie stoel geniet van zijn vakantie, komt de ander niet toe aan een welverdiende periode van rust. Er is geen geld voor een vakantie of men is aan huis gebonden vanwege de mantelzorg voor een kind met een beperking. Uiteraard zorgen deze ouders met veel liefde dag in dag uit trouw voor hun kind, maar hun wereld kan zo klein zijn. Een periode van rust is daarom juist voor hen goed. Een periode waarin ze andere mensen ontmoeten en er even helemaal uit zijn.

Bijbels

Het is in lijn met het onderwijs uit de Bijbel dat rijken die voldoende tijd en geld hebben voor luxe vakanties een periode van rust voor anderen mogelijk maken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het Bijbelgedeelte waarin de Heere Jezus ons de arme weduwe bij de schatkist van de tempel ten voorbeeld stelt (Mark. 12:43-44). Deze weduwe deelt van haar armoede. Hoe kunnen wij dan inhouden van onze rijkdom? En zijn de vakanties van velen van ons geen ultieme uiting van welvaart?

Het gegeven dat de Bijbel ons oproept om rust ‘uit te delen’ blijkt ook uit de dienende houding van de Heere Jezus Zelf. Zijn discipelen waren het land ingetrokken, hadden veel gedaan, onderwijs gegeven en hielpen daarna Jezus toen velen Hem opzochten. Jezus zag dat Zijn discipelen moe waren en zei: „Rust een weinig.”

Laten wij dienen zoals Jezus deed en oog hebben voor de vermoeide medemens. Aandacht voor de mantelzorger, voor de arme die vermoeid is van de eindeloze reeks pogingen om de eindjes aan elkaar knopen, maar ook voor de vluchteling die vermoeid is van de oorlog, de lange reis en de vele ontberingen.

Voorbeeld

Wat dit betreft zijn de protestantse kerken in landen als Oekraïne en Armenië een voorbeeld voor ons. Op zomerkampen die die kerken organiseren is iedereen welkom. In Bulgarije spelen christelijke kinderen estafette met kinderen uit kindertehuizen. Die kunnen hierdoor eindelijk vrienden maken.

In Oekraïne horen kinderen met een beperking er helemaal bij. Ze kunnen volop meedoen met de activiteiten tijdens de zomerbijbelweken. Ook hun mantelzorgers zijn welkom voor een welverdiende tijd van ontspanning. Mensen die nog nooit eerder over de Heere Jezus hebben gehoord, komen tot geloof.

De kinderen die de kampen bezoeken komen uit overwegend arme gezinnen. Hoewel de kerken niet vermogend zijn, weten ze toch voldoende geld bij elkaar te brengen zodat iedereen mee kan doen.

In Armenië organiseren de kerken zomerkampen voor Syrische vluchtelingen, zodat die hun alledaagse zorgen even vergeten en het rijke Evangelie horen.

Hoe is dat bij ons? Delen wij het Evangelie met anderen of blijven de deuren van onze christelijke campings gesloten voor mensen die nog nooit over de Heere Jezus hebben gehoord?

Iedere zomer zijn er missionaire teams actief van organisaties zoals Dabar. Ondertussen blijven velen van ons echter naar binnen gericht. We voelen ons, ook op vakantie, veiliger in eigen kring.

En zijn de zeskampen op ‘onze’ campings en vakantiebijbelweken inclusief? Zetten we in op activiteiten waaraan echt iedereen mee kan doen, ook kinderen in een rolstoel, met autisme of een visuele beperking?

Welke rol spelen diaconieën om vakanties mogelijk te maken voor armen in de buurt? Is het een brug te ver om een vakantieweek voor een Syrisch gezin te financieren, zodat ze de sleur en trauma’s even kunnen vergeten?

Initiatieven

Jezus roept ons op om te dienen, rust te delen en het Evangelie te verkondigen. Ook in Nederland zijn veel mooie initiatieven die het voor iedereen mogelijk maken om op zijn of haar eigen manier te dienen en te delen met de vermoeide naaste. U kunt bijvoorbeeld gastouder worden voor een kind uit een arm Europees gezin. U kunt een financiële bijdrage geven aan een stichting die kinderen uit arme Nederlandse gezinnen ondersteunt om zodat ze wél mee op schoolreis kunnen. U kunt vrijwilliger worden in een zorghuis, waardoor mantelzorgers een paar dagen ontlast worden. En jij kunt je opgeven voor Dabar of de activiteiten van jouw recreatieteam écht inclusief en missionair maken.

De Bijbel roept ons op om te dienen. Rusten is noodzakelijk, dat geldt voor iedereen. Maar laten we juist daarin dienstbaar zijn.

De auteur is beleidsmedewerker programmaontwikkeling bij stichting Kom over en help.

Reformatorisch Dagblad 18-06-16
Auteur: Reporter Creer datum: 22-07-2016 18:24:48
Column: Techniek maakt dat nieuw leven niet meer onbevangen kan worden verwelkomd

Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink
15-07-2016
Opinie

Eerder dit jaar schreef ik al een column over de niet-invasieve prenatale test (NIPT), in de volksmond ook wel ”downtest” genoemd. Vorige week heeft de Gezondheidsraad een advies aan minister Schippers uitgebracht om de komende twee jaar de NIPT aan alle zwangere vrouwen aan te bieden. Mijn grote bezwaar tegen het standaard aanbieden van deze test wil ik met alle liefde nog eens herhalen: op het moment dat de NIPT wordt aangeboden aan elke zwangere vrouw dient elke vrouw een keuze te maken om zich al dan niet te laten testen en de verantwoordelijkheid te dragen van die keuze en de mogelijke vervolgstappen. Een kind met down wordt een keuze.
Dat de Gezondheidsraad en heel veel andere mensen de NIPT toejuichen, verbaast me niet. Ik was wel verbaasd over de onderbouwing en argumenten van de Gezondheidsraad die aan het advies ten grondslag liggen. De vraag waarom er op het syndroom van Down wordt gescreend, wordt niet gesteld, laat staan beantwoord. De ethische discussie is door de Gezondheidsraad vooruitgeschoven, naar het moment waarop er een advies over het geheel van prenatale screening wordt uitgebracht.

De doorslaggevende reden in het advies is de ‘kwaliteit’ van de test: de NIPT is veiliger dan een vruchtwaterpunctie en een vlokkentest. De NIPT is betrouwbaarder dan de huidige combinatietest. Als belangrijk doel wordt in het rapport verwezen naar de „reproductieve rechten” van de vrouw. Ofwel: het recht van de vrouw om haar zwangerschap uit te dragen of af te breken. Daarbij is het volgens het rapport wel van belang dat een vrouw een „geïnformeerde keuze” maakt. Met behulp van publiek gezondheidsgeld verandert zo een gewenste zwangerschap in een ongewenste.

Iemand zonder al te veel medische kennis heeft geprobeerd het rapport tot zich te nemen. Hij riep verbaasd uit: „Wat gek, er wordt helemaal niet gesproken over een kind of nieuw leven!” Dat is inderdaad gek, en dat moeten we gek blijven vinden. De Gezondheidsraad is druk met een technische vergelijking van testen en reproductieve rechten. De vraag welk gezondheidsbelang er precies gediend wordt, maakt de Gezondheidsraad niet duidelijk.

Er is in het verleden al vaker gediscussieerd over het uitgangspunt van prenatale screening. De term ”reproductieve keuzemogelijkheden” kwam tot 2007 (advies over de invoering van de twintigwekenecho) in adviezen van Gezondheidsraad en overheid bij de invoering van prenatale screening niet voor. De morele rechtvaardiging lag in het principe van ”leed voorkomen” door het verschaffen van handelingsopties. Het is hoog tijd voor een debat over wat eigenlijk de reikwijdte van het screeningsaanbod moet zijn, wie daarover moet beslissen en op grond van welke criteria. Zonder enige ethische reflectie wordt bij wijze van proef de NIPT het prenatale screeningsprogramma ‘ingerommeld’.

In de berichtgeving tot nu toe is er weinig aandacht besteed aan de nevenbevindingen van de NIPT. DNA-materiaal van de foetus dat circuleert in het bloed van de zwangere, wordt onderzocht op (aanwijzingen voor) afwijkingen bij de foetus. Daarbij bestaat de kans op nevenbevindingen: andere bevindingen bij de foetus en de vrouw dan de chromosoomafwijkingen waarnaar werd gezocht. Een deel daarvan is vermijdbaar door gebruik te maken van een analysefilter. Een deel van de deelnemende onderzoekscentra gebruikt een dergelijk filter, andere centra doen dat niet, omdat ze vermoeden dat dit filter de kwaliteit van de test negatief beïnvloedt en leidt tot meer foutpositieve uitslagen. De Gezondheidsraad vindt het voorlopig prima dat deze verschillende onderzoeksmethoden naast elkaar bestaan. Het gaat immers om een proef van twee jaar. Deelnemers aan de screening moeten vooraf worden geïnformeerd over de kans op nevenbevindingen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de vrouw en de foetus. De vrouwen moeten nadrukkelijk de kans krijgen om vooraf te zeggen dat ze (neven)-bevindingen niet willen weten (recht op niet weten).

Ofwel: NIPT gaat over veel meer dan het downsyndroom en twee andere, meer zeldzame, genetische afwijkingen. Met NIPT wordt de eerste stap gezet naar ”whole genome sequensing”. Het hele DNA van het ongeboren kind kan worden ontleed. Nog voordat de voor- en nadelen hiervan zijn onderzocht en grondig besproken, krijgt deze vorm van onderzoek alle ruimte.

Ik maak me zorgen over de snelheid en het gemak waarmee ingrijpende DNA-techniek een plek krijgt in de prenatale screening. Toepassing van deze techniek leidt ertoe dat nieuw leven niet meer onbevangen kan worden verwelkomd.

Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink is directeur NPV | Zorg voor het leven.

Reformatorisch Dagblad 15-07-16
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier