Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Carla
Creer datum:
22-01-2015 14:15:42
Opinie
In dit onderwerp meningen van diverse auteurs
Auteur: Carla Creer datum: 22-01-2015 14:16:57
Wat paus wil zeggen is moeilijk te duiden

Paus Franciscus is goed in oneliners. Maar wat denkt en wil hij echt? Bijvoorbeeld ten aanzien van seksualiteit en geboortebeperking.

Hij is de paus die zei ‘wie ben ik om te oordelen?’, toen het over homo’s ging, kort na zijn aantreden. Die een buitengewone bisschoppensynode bij elkaar riep, waar voor het eerst in alle openheid over heikele thema’s als anticonceptie, homoseksualiteit en hertrouwen na echtscheiding kon worden gedebatteerd.

De volgende bisschoppensynode komend najaar gaat over hetzelfde thema; afgelopen week heeft het Vaticaan vragenlijsten ter voorbereiding rondgestuurd naar alle bisdommen. De paus wil ook nu weer weten wat er aan de basis leeft.

oneliners
En midden in dat proces zegt de paus dat katholieken zich niet ‘als konijnen’ moeten gedragen. Maar hij bevestigt ook het kerkelijke verbod op voorbehoedmiddelen en spreekt van ‘ideologisch kolonialisme’. Is dat niet in tegenspraak met de open dialoog die Franciscus wilde?

Zoals zo vaak bij paus Franciscus, blijven de oneliners hangen, maar is het veel moeilijker te duiden wat hij ermee zeggen en bereiken wil.

Tijdens een toespraak in Manilla prees Franciscus zijn verre voorganger Paulus VI, die in 1968 in de encycliek Humanae Vitae – tegen het advies van een speciale pauselijke commissie in – het gebruik van anticonceptie afwees. Maar Franciscus wees ook op de bijzondere, individuele gevallen. In 1996 zei toenmalig kardinaal Joseph Ratzinger al dat het gebruik van anticonceptie te overwegen zou zijn, bijvoorbeeld als een echtpaar al veel kinderen heeft. Franciscus zit op die lijn, met meer flexibiliteit dan Johannes Paulus II.

Westen
Maar de echte kwestie die Franciscus in Manilla aan de orde stelde, was in hoeverre een niet-westerse samenleving zich de wet moet laten voorschrijven door het Westen.

Tijdens de bisschoppensynode over het gezin klaagden diverse Afrikaanse bisschoppen, dat de agenda wel erg sterk bepaald werd door het Westen – vooral door de Duitse bisschoppen – terwijl de Rooms-Katholieke Kerk daar steeds kleiner wordt. En ze wezen op westerse hulporganisaties – zelfs van de Verenigde Naties – die ontwikkelingshulp afhankelijk maken van de verspreiding van condooms en andere anticonceptie, of van bijvoorbeeld wetgeving rond homoseksualiteit.

Franciscus wil duidelijk maken dat de kerk niet op de VN mag gaan lijken. Het is niet aan de westerse kerk om haar veranderende ethiek op te dringen aan culturen die hun eigen tradities willen houden. Vandaar de sterke uitdrukking ‘ideologisch kolonialisme’.

Dat betekent geen verbod op discussie tussen de verschillende culturen die de Katholieke Kerk vormen: vandaar beide synodes.

milieu
Paus Franciscus publiceert waarschijnlijk in juni een encycliek over het milieu. Daarin zal het niet alleen gaan over de wijze waarop de mens met de aarde en de kosmos omgaat, maar ook over ‘menselijke ecologie’. Benedictus XVI schreef daarover al in zijn encycliek Caritas in Veritate: ecologie ‘betreft niet slechts het milieu, maar ook het menselijk leven, seksualiteit, huwelijk, gezin, sociale relaties: kortom, de integrale menselijke ontwikkeling’.

Als het dan over anticonceptie gaat, is te verwachten dat Franciscus de vraag gaat stellen, of de mens – door middel van de pil, het spiraaltje en andere methodes – niet onverantwoord ingrijpt in de schepping die wijzelf zijn.

Conservatieve (vooral Amerikaanse) katholieken hebben veel kritiek op de ecologische insteek van Franciscus. Ze vinden het maar niks dat hij de mens verantwoordelijk houdt voor de milieuvervuiling en de opwarming van de aarde. Als de paus in diezelfde encycliek ook over seksualiteit spreekt, zullen deze katholieken de tekst met meer sympathie tegemoet treden.

pastoraat of leer
Heeft paus Franciscus nu op de Filipijnen slechts het huidige standpunt van de kerk herhaald, of acht – en maakt – hij ook een ontwikkeling in het katholieke denken mogelijk? En is de insteek dan vooral pastoraal, of gaat de kerk ook hardop zeggen dat onnatuurlijke geboortebeperking niet in alle gevallen af te wijzen is?

Daarover is nog geen zekerheid. Veel zal afhangen van de reacties op de vragenlijsten. Wel is duidelijk dat deze paus het ideaal van natuurlijke geboortebeperking niet zomaar wil loslaten.

Verder heeft de paus op de Filipijnen bewust niet de omstreden vraag gesteld of hertrouwde gescheidenen de communie mogen ontvangen. Op dat punt is sneller een evolutie te verwachten dan als het gaat om geboortebeperking.

geplaatst: Nederlands Dagblad 22-01-2015

auteur:Hendro Munsterman • rooms-katholiek theoloog verbonden aan de Universit Catholique de Lyon
Auteur: Reporter Creer datum: 27-01-2015 12:51:13

Christenen en joodse feesten

Kees Bloed, theoloog en klusser, zoals hij zich zelf omschrijft, betoogt dat christenen terug moeten keren tot de praktijk van het jodendom. Dit deed hij recentelijk tegenover studenten van de Theologische Universiteit in Apeldoorn.

Daarbij gaat het bij deze christelijke terugkeer niet om het gehele jodendom. Bloed houdt zijn publiek voor dat het gaat om een terugkeer naar het jodendom zonder de ‘rabbijnse mondelinge traditie’. Kennelijk is deze theoloog nog niet zo goed ingevoerd in het jodendom. Wij kennen namelijk helemaal geen ‘rabbijnse mondelinge traditie’. Wij kennen wel G’ds Mondelinge Openbaring, als een toelichting op de Tora (voor christenen het Oude Testament). Deze toelichting werd aan het begin van de diaspora door de rabbijnen op schrift geteld en kreeg daarom als naam vaak mee de ‘rabbijnse traditie’.

karikatuur
Hoe is Bloed aan zijn visie gekomen? Hij vertelde dat hij zich heeft aangesloten bij een ‘messiaanse beweging’, waarop hij een ‘nieuwe bril’ kreeg, die hem compleet nieuw zicht op de Bijbel verschafte. Nu moeten wat mij betreft christenen vooral geloven zoals zij de Bijbel verstaan. Ook Kees Bloed. Toch stimuleert hij mij wel om commentaar te geven. Hij heeft het immers over jodendom. En dan kom ik om de hoek kijken.

Wat is een ‘messiaanse beweging’? Ben ik niet messiaans? Ben ik niet Messiasbelijdend? Al tweeduizend jaar, drie keer per dag, vraagt de Jood in zijn dagelijkse gebed om de komst van de Messias, om de herbouw van G’ds tempel, om de herinrichting van Davids koningshuis.

Bloed heeft het over het jodendom zonder de rabbijnse mondelinge traditie. Alleen, dat is geen jodendom. Hoe zijn de eerste christenen, die verkondigden gent te zijn op het jodendom, ooit datzelfde jodendom al heel gauw krijtgeraakt? Doordat zij joods wilden zijn zonder ‘de mondelinge traditie’. En dat bleek niet te werken. Een geamputeerd jodendom is geen jodendom.

Terugkijkend op de geschiedenis, zien we dat in naam van het christendom het jodendom veel kwaad is berokkend. Hoe dat kon gebeuren, is gaandeweg duidelijk geworden. Met het jodendom zoals de eerste christenen dat beleefden, was in hun ogen niet zo veel aan de hand. Dat mocht voortbestaan. In latere tijden echter gingen christenen ‘de rabbijnse traditie’ ervan losweken. Daarmee werd een karikatuur geschapen van G’ds openbaring op de berg Sina. En die karikatuur gaf voldoende redenen om het jodendom te bestrijden. Zo werd verkondigd dat het Oude Testament een uiting van wraak is, terwijl het Nieuwe Testament de G’d van de liefde toont. Is ‘oog om oog, tand om tand’ uit het Oude Testament immers geen wraak? Ja, zonder de toelichting van de Mondelinge Openbaring lijkt het daar veel op. De Mondelinge Openbaring door de Eeuwige vertelt echter dat het niet gaat om het wraak nemen, maar om het economisch compenseren van degene die het slachtoffer is geworden van een verwonding. Maar met dat karikaturale beeld van wraak is wel ontzettend veel kwaad verricht aan de Joodse gemeenschap.

ongeduld
Hoe stelt Bloed zich voor, dat christenen teruggaan naar de praktijk van het jodendom? Door het eten van de matsekoeken op Pesach, het joodse Paasfeest? Door het naleven van de 39 verboden werkzaamheden op de sjabbat, de zaterdag? Door het eten van koosjer brood, melk, vlees en het brengen van zondeoffers wanneer de Derde Tempel is herbouwd?

De kennis van het christendom van mensen die dergelijke stellingen verkondigen, wil ik niet beoordelen. Maar dat de kennis van het jodendom ontbreekt, is een feit. Met het aanbieden van een geamputeerd jodendom wordt niet alleen opnieuw een karikatuur van het jodendom geschapen. Dat is al kwalijk genoeg. Voor veel christenen wordt hier ook een karikatuur van het christendom geschapen. En dat schept eveneens ongelofelijk veel verwarring.

Laat joden in rust, zonder christelijke deelname, hun chanoekafeest, hun Pesach, hun Loofhuttenfeest en hun wekenfeest vieren. Christenen houden het bij het kerstfeest, het paasfeest, de advent en de vastentijd. Hoe dat dan uiteindelijk goed moet gaan komen met de joodse wortels van het christendom? Daar heb ik als Jood geen boodschap voor nodig van dit soort door messiaans ongeduld geplaagde theologen. Dit leg ik in de hand van de Verlosser. Die weet daar vast veel beter raad mee.

Lody van de Kamp is rabbijn en auteur. Hij schrijft op deze plaats maandelijks een column.

geplaatst:
27-01-2015 Nederlands Dagblad

auteur:Lody van de Kamp
Auteur: Reporter Creer datum: 31-01-2015 13:24:17 Laatst gewijzigd: 31-01-2015 13:28:10
Neem moslims serieus als mensen met een moreel kompas

Het is onzin te zeggen dat moslimterrorisme niets met islam te maken heeft. Maar het is net zo goed onzin dat dit het ware gezicht van de islam zou zijn.

Ook al ontkennen moslims het vaak, de ideologie van radicale groeperingen hebben wel degelijk voor een deel islamitische wortels. Al-Qaeda, ISIS en Boko Haram komen voornamelijk voort uit wahabistisch en salafistisch gedachtegoed. Dat zijn tradities met een fundamentalistische opvatting van de islam, met wijdverbreide invloed in de islamitische wereld. De jihadgroepen zijn opgericht door leerlingen van vooraanstaande wahabistische of salafistische geleerden, of de oprichters werden door hun werk genspireerd.

De islam lijkt op het jodendom in het belang die ze hecht aan de uitleg van voorschriften. De sharia, aldus een moslimtheoloog, ‘schrijft voor hoe je moet eten, bezoek ontvangen, kopen en verkopen, dieren slachten, wassen, slapen, naar het toilet gaan, een regering leiden, rechtspreken, bidden en andere religieuze handelingen doen’.

Het westerse christendom is verdeeld over leerstellingen, de islam over de toepassing van voorschriften. Er zijn vier soennitische scholen (hanafi, maliki, shafii en hanbali) en een sjiitische (jafari). Allemaal aanvaarden ze de Koran en de soenna (Mohammeds voorbeeld) als fundament. Maar ze verschillen over het belang van gezamenlijke verdere studie en van individuele afwegingen.

De conservatiefste school, hanbali, legt de nadruk op de Koran en de soenna en staat wantrouwend tegenover menselijke studie; de meest liberale, hanafi, benadrukt meer de studie en individuele meningen.

Wahabisme en salafisme komen beide voort uit de hanbali-school. Voor het salafisme zijn de eerste drie generaties na Mohammed heilig. Het wahabisme, de conservatiefste stroming, veroordeelt elke praktijk of leer na de derde eeuw van de islam als satanische nieuwigheid.

Andere moslims drinken bijvoorbeeld geen alcohol, wahabi’s verbieden ook stimulerende middelen zoals tabak. Zij schrijven niet alleen gepaste kleding voor, maar ook wlke kleding, vooral voor vrouwen (een zwarte burka, die alles behalve ogen en handen bedekt). Hun godsdienstige vorming omvat ook training in het gebruik van wapens. Aanhangers moeten het overnemen van niet-islamitische culturele gewoonten vermijden. Wahabi-geleerden waarschuwen tegen vriendschappen met moslims; zelfs naar hen lachen of hun een prettige vakantie wensen is taboe.

Al-Qaeda is direct ontsproten aan de wahabistische islam; ISIS is een uitloper van al-Qaeda; de oorsprong van Boko Haram ligt in een netwerk van wahabistisch-salafistische groeperingen in Nigeria.

rechtvaardigen van geweld
Deze religieuze context biedt een kader voor het rechtvaardigen van geweld. Jihadisten beroepen zich op de Koran, op profetische tradities en juridische literatuur. De jihad tegen niet-moslims is gebaseerd op islamitisch recht, evenals het ultimatum dat mensen zich tot de islam moeten bekeren, of anders worden gedood of speciale belasting moeten betalen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van vrouwen en kinderen als slaven en als oorlogsbuit. De islam belooft ook beloningen en genoegens die de martelaar wachten.

Het is dus simplistisch, zo niet misleidend, te stellen dat groeperingen als ISIS en Boko Haram niets met de islam te maken hebben.

Maar het is even misleidend te stellen dat de jihadistische groepen het ware gezicht van de islam vertegenwoordigen.

De jihadisten baseren zich wel op islamitisch recht, maar schenden dat tegelijk, doordat ze het recht in eigen hand nemen. Een jihad kan worden uitgeroepen om een islamitische overheid overeind te houden. Maar alle vier soennitische scholen, ook de hanbali, zijn het erover eens dat alleen een wettige islamitische overheid een jihad kan uitroepen, en niet individuele personen of groeperingen.

Een uitzondering is wanneer een moslimland wordt aangevallen of bezet door een vijandelijke mogendheid; dan wordt verzet een individuele verantwoordelijkheid. Maar zelfs dan moet de jihad formeel worden uitgeroepen door het wettige gezag dat het volk van het bezette land vertegenwoordigt. Op eigen houtje een jihad uitroepen en voeren, zoals al-Qaeda, ISIS en Boko Haram, is ketters.

Ook leren alle vier scholen dat in een jihad vrouwen, kinderen, ouderen, gehandicapten, geestelijken, handelaren, boeren en alle niet-strijdende burgers geen doelwit mogen zijn. Plaatsen met economische waarde, zoals boerderijen en markten, en religieuze plaatsen – moskeen uiteraard, maar ook kerken en kloosters – mogen niet aangevallen worden. Ook de stichting van een islamitisch kalifaat is onwettig. Al-Qaeda, ISIS en Boko Haram beroepen zich daarvoor op de takfir, een leerstuk uit de zeventiende eeuw, dat aangeeft dat ook moslims ongelovigen kunnen worden en dan de dood verdienen. Een splintergroep, de kharijieten, leerde dat jihad tegen moslims – ook moslimoverheden – geoorloofd was wanneer zij schuldig waren aan bepaalde zonden. Dit idee werd door de rest van de moslimgemeenschap van die tijd afgewezen en alle vier orthodoxe scholen verwerpen het nog steeds.

Het is dus ook niet verrassend dat moslimleiders over de hele wereld al-Qaeda, ISIS en Boko Haram herhaaldelijk en publiekelijk hebben veroordeeld. Dat heeft misschien weinig effect op jihadgroepen, maar het kan wel helpen om de jihad-ideologie onwettig te verklaren en de aantrekkingskracht op jonge moslims te ondermijnen. Wij moeten deze verklaringen serieus nemen en doen wat we kunnen om hun invloed te verbreiden.

hervormde islam
Helaas gaan westerse critici van jihadgroepen aan deze stemmen voorbij en brengen soms zelfs de islam als geheel in diskrediet. Al te vaak heb ik mensen horen zeggen: ‘Een hervormde islam is geen islam!’ Alsof wij kunnen beoordelen wat wat moslims wel of niet binnen hun eigen traditie kunnen bereiken. Als een moslim tegen een christen zegt: ‘De Koran leert me jou lief te hebben’, moet de christen dan antwoorden: ‘Welnee, de Koran leert jou mij te doden?’

Het idee dat de islam of de Koran of Mohammed het probleem is, moeten we sterk afwijzen. Voor fanatieke strijders is dat alleen maar een bevestiging van hun idee dat zij de enige ware moslims zijn. En het werkt angst en wantrouwen in de hand bij de grote meerderheid van de moslims die geen jihadisten zijn.

Hoe kunnen we anders ook verklaren dat de Koerden tegen ISIS strijden? Zij zijn net zo goed moslims. Ja, maar dat is nationalisme, wordt er dan gezegd. Maar in het Midden-Oosten kun je etniciteit en religie niet scheiden.

Als je moslimterrorisme rechtstreeks terugvoert op de Koran en andere gezaghebbende teksten, doe je precies hetzelfde als de jihadisten zelf.

De werkelijkheid is niet zo eenvoudig. De meeste christenen leven niet bij ‘de Schrift alleen’ en moslims niet bij ‘de Koran en de soenna alleen’ – zelfs als ze dat zelf wel beweren.

Hoe we ons geloof in praktijk brengen, wordt benvloed door een complex en verschuivend web van omstandigheden in de samenleving, in onze omgeving, onze afkomst, de cultuur, de economie, de geschiedenis en in ons persoonlijk leven.

Ja, islamitische teksten bevatten kiemen van geweld. Die vinden vruchtbare grond in de corruptie, ongeletterdheid, armoede en dictatuur, die veel moslimsamenlevingen plagen, en eveneens in bepaalde visies op de geschiedenis, door misstappen in het westerse buitenlands beleid en door de vervreemding die jongeren in westerse samenlevingen voelen. We kunnen niet begrijpen hoe jihadisten denken, laat staan een geloofwaardige en houdbare reactie uitwerken zonder deze achtergrondvoorwaarden in rekening te brengen. Het citeren van islamitische teksten op zichzelf maakt iemands standpunten en daden nog niet islamitisch.

ketterse groepen
Als christelijk islamkenner heb ik wel een paar vragen aan moslims, die tot een stevig gesprek moeten leiden.

Ten eerste: in de tijd dat bijna alle jihadgroepen ontstonden, hebben lokale religieuze en politieke moslimleiders gedaan of ze niets zagen, f actief steun gegeven. Hun activiteiten zijn gefinancierd. Hoe komt het dat ketterse groepen zo veel stilzwijgende steun genieten in de moslimwereld?

Ten tweede: de islam is niet het probleem, maar de islam heeft wel een probleem. Jihadgroepen kunnen zich voor aanvallen op en achterstelling van niet-moslims, en voor de doodstraf op afvalligheid en godslastering, beroepen op gezaghebbende islamitische teksten. Wat Jezus over zijn volgelingen zei: ‘Aan de vruchten kent men de boom’, is een universele waarheid. Is het geen tijd dat moslimgeleerden en -leiders de leringen die extremisten zo makkelijk kunnen misbruiken, tegen het licht houden. Is het bloedvergieten dat we vandaag zien, geen teken dat grondige hervormingen nodig zijn?

Deze en andere vragen blijven niet onbesproken. Er waait een wind door het huis van de islam; er is een strijd om de ziel van de islam gaande. Veel jonge Iranirs wenden zich gedesillusioneerd van het geloof af. Er zijn moslims die overgaan naar een ander geloof, ook naar het christendom.

Benader moslims als de intelligente volwassenen die ze zijn, en daag hen uit tot stevige gesprekken. Moslims zijn niet de gevangenen van een bepaalde traditie. Er zijn concurrerende scholen en stromingen. We moeten niet aarzelen om ons oordeel te geven, welke beter en welke slechter zijn. Als we ons oordeel voor ons houden, nemen we moslims niet serieus als mensen met een moreel kompas. Ook zij hebben een geweten. Ook voor hen telt de waarheid, niet alleen over God, maar ook over hun plichten tegenover hun naasten.

geplaatst:Nederlands Dagblad 31-01-2015

auteur:John A. Azumah • universitair hoofddocent Wereldchristendom aan Columbia Theological Seminary, afkomstig uit Ghana
Auteur: Reporter Creer datum: 4-02-2015 14:21:10
Thuiswerken leidt niet tot minder file

AMSTERDAM - In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, leidt thuiswerken niet tot minder file. Dat stelt Segejs Gubins in een proefschrift dat hij dinsdag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam verdedigt.

Belangrijkste reden is dat werknemers die thuiswerken dat vaak 's ochtends doen en vervolgens op een later tijdstip op de dag alsnog naar hun werk reizen. Hierdoor worden de files niet per se minder maar vinden ze later plaats', aldus Gubins. Hij adviseert beleidsmakers dan ook voorzichtig te zijn met specifiek beleid om meer mensen thuis te laten werken.

Uit zijn onderzoek blijkt dat werknemers die vaak thuiswerken de laatste decennia verder van hun werk zijn komen te wonen. De gemiddelde reisafstand tot het werk is toegenomen met twee kilometer tussen 1996 en 2010 voor mensen die in een beroepsgroep werken, waar veel werknemers telewerken, aldus Gubins. Thuiswerken in combinatie met kilometerheffing leidt volgens de promovendus wel effectiever tegen filevorming.

geplaatst:Nederlands Dagblad
04-02-2015 - 10.57

auteur:Marc Janssens

Auteur: Reporter Creer datum: 26-02-2015 13:04:32

Kerk moet veilige haven voor homo’s zijn


Kerken moeten erkennen dat celibatair leven voor homo’s uiterst moeilijk is, schrijft B. Jaarsma.

Twee nieuwsberichten van de afgelopen tijd hebben grote indruk op mij gemaakt. Onlangs publiceerde de jongerenafdeling BEAM van de EO een interview met de homoseksuele Thony op de website. Hij keerde zijn reformatorische kerk de rug toe en stortte zich volledig in de gayscene, maar is dankzij Gods ingrijpen veranderd. Nadat er op dit verhaal veel reacties kwamen, bood de EO excuses aan, omdat het heftige verhaal van Thony bij veel homoseksuele lezers snaren van afwijzing, vervreemding en verdriet had geraakt (RD 18-2). Een ander bericht over kerk en homoseksualiteit was niet minder pijnlijk. Herman van Wijngaarden stelde in RD 6-2 de vraag waarom er „onder ons zo weinig celibatair levende homo’s” zijn „die openlijk voor hun geaardheid durven uitkomen.”

De vraag die deze twee berichten oproepen is nu: waarom kiezen zo veel christelijke homoseksuelen voor de gayscene en daarmee niet voor een celibatair leven in betrokkenheid op de kerk, en wat is hier de oorzaak van?
Offer

Wanneer je ontdekt dat je homo bent, ga je meestal door een heel proces van vertwijfeling, verdriet, pijn en boosheid. Er zijn zo veel vragen en toch moet je het feit accepteren en een plaats in je leven proberen te geven. Alleen te zijn is voor een christelijke homo om meerdere redenen anders dan voor een vrijgezelle hetero. Hij heeft er namelijk, in tegenstelling tot de laatste, zelf voor gekozen om celibatair te leven. Het is niet zo dat de liefde hem niet is overkomen. Vaak is dat wel degelijk zo, en moet je er telkens weer voor kiezen om deze diepe gevoelens leeg te laten bloeden. Zo word je iedere dag pijnlijk geconfronteerd met het feit dat je leeft in gebrokenheid.

Dit verdriet gaat niet over door de opmerking dat je het wel mag zijn, maar niet doen. Beseffen niet-homoseksuele christenen ten volle wat ze vragen, als ze om een celibatair leven vragen? Dat het Bijbels is, neemt niet weg dat het een heel groot offer is. Het celibataire leven staat haaks op het menselijk gevoel, op het menselijk verlangen naar intimiteit en op de huidige cultuur waarin zelfontplooiing hoog in het vaandel staat. Theoloog Rikko Voorberg schreef onlangs: „Er is weinig zo verschrikkelijk eenzaam als celibatair homoseksueel zijn in een klassieke gezinnetjeskerk. Zelfs als je daar uit eigen theologische overtuiging voor gekozen hebt.”

Het gevaar bestaat dat een christenhomo die deze dappere beslissing genomen heeft in een dubbel isolement terechtkomt. Je komt tussen kerk en wereld in te staan. Zowel in de kerk als daarbuiten word je niet begrepen. Is het dan vreemd dat een celibatair levende homoseksueel zijn of haar beslissing gaat herzien? Het is dit isolement dat sommigen uiteindelijk naar de gayscene drijft. Daar lonkt de bevestiging en erkenning die vaak in de kerk niet te vinden is.
Draaglijker

Juist voor homo’s is het belangrijk dat de kerk een veilige haven is. Uiteraard bedoel ik hiermee niet dat een celibatair levende homo de kerk als alternatief voor een relatie heeft. De kerk zelf heeft geen enkele vorm om de pijn mee te verzachten. Vanuit dit besef kunnen gelovigen elkaar omringen en bijstaan wanneer het moeilijk is, zoals de apostel Paulus opdraagt om elkaars lasten te dragen. De pijn kan niet weg worden genomen, maar wel draaglijker worden gemaakt.

Ik hoop dat kerken niet alleen op papier maar ook in de praktijk stappen zullen gaan zetten om zo’n veilige haven te worden of blijven. Een haven waar ieder met zijn of haar gebrokenheid welkom is en zich welkom weet. Waar voor homoseksuelen gebeden wordt. Zodat ze niet meer hoeven te kiezen tussen een gezinnetjeskerk en de wereld, maar dat ze mogen weten dat ze met al hun gebrokenheid welkom zijn in de kerk. De kerk als plaats waar alle kruisdragers samen worden aangemoedigd de Heere te volgen.

De kerk moet een plek zijn waar mensen als Thony van harte welkom zijn. Laten we als kerk(mensen) de gebrokenheid van het bestaan erkennen en dat uit durven spreken. Zodat we elkaar tot een hand en een voet zijn in de kerk. Misschien dat dan de vraag van Van Wijngaarden niet meer gesteld hoeft te worden. En wanneer er plaats is voor homoseksuelen in de kerken, zal dat ook doorwerken naar onze scholen. Dan zijn ook de homoambassadeurs niet meer nodig.

De auteur is lezer te Utrecht.

Nederlands Dagblad 24-02-15
Auteur: Reporter Creer datum: 3-03-2015 12:01:56
Angst en zorg mogen het publieke leven niet beheersen

mr. J. P. H. Donner

In de Waalse kerk in Den Haag wordt iedere derde dinsdag van de maand een residentiepauzedienst gehouden. Een predikant spreekt een meditatie uit, waarna een politicus een toespraak houdt. Gisteren sprak mr. J. P. H. Donner. Lees hier zijn volledige lezing.

David en Goliath; het verhaal is overbekend. Het wordt al eeuwen gebruikt – en misbruikt – als voorbeeld van hoe ook ogenschijnlijk zwakke krachten het machtige en krachtige kunnen verslaan. Vroeger mochten wij als schoolkinderen soms naar de beelden van David en Goliath in het museum; een man iets groter dan wijzelf en een reus van meer dan drie meter – hij kon zelfs met de ogen draaien. We waren op gepaste wijze onder de indruk. Maar wat heeft het verhaal ons vandaag te vertellen? De geestelijke kant heeft u zo juist gehoord. Maar ds. Maasland verwees de maatschappelijke kant schielijk naar mij.

Als het beeld van David en Goliath tegenwoordig wordt gebruikt, ligt de nadruk steevast op de ongelijkwaardige krachten van beiden. Daarin wordt de lering gezien voor hedendaagse situaties. Dat krachtsverhoudingen niet bepalend zijn, dat men macht niet moet bestrijden met de eigen wapens op eigen terrein, maar door het onverwachte te doen. Zo wordt het echter een gewoon verhaal over de betrekkelijkheid van macht en kracht; dat men niet op macht moet vertrouwen maar op verstand en slimheid. En dat is nu juist niet de boodschap van het Bijbelse verhaal van David en Goliath. Dat gaat over vertrouwen op God en niet op jezelf.
Armen over elkaar

Vertrouwen op God; maar dan niet het vertrouwen waar je over praat, maar vertrouwen waar je op bouwt. Vertrouwen waar je over praat, wordt betwijfeld; echt vertrouwen is vanzelfsprekend – is rotsvast. Zoals in het verhaal over de rabbi die met zijn assistent onderweg overnachtte bij een kinderloos echtpaar. De vrouw klaagde haar nood aan hem en de rabbi zegde haar toe, dat als zij in geloof in gebed daarom vroeg zij een kind zou krijgen. Een jaar later was er een kind. De assistent, die ook ongewenst kinderloos was, vroeg zuur aan de rabbi waarom zijn gebed nooit verhoord werd. Waarop deze hem antwoordde dat hij ook nooit na zijn gebed onmiddellijk een wieg en kinderkamer had gemaakt, kinderkleren had gekocht en alles in gereedheid had gebracht, in vertrouwen dat het kind er zou komen.

Zo groot was ook het vertrouwen van David. Is dat de boodschap? Dat we in geloof mogen vertrouwen dat het goed komt? Dat niet, denk ik. David doet geen beroep op Gods naam om vervolgens met zijn armen over elkaar te blijven staan. Dat zou God verzoeken zijn, zoals later de verzoeking van Christus in de woestijn; spring van het tempeldak en engelen zullen u dragen. Nee, toen Goliath aanviel, ging David eropaf met zijn slinger en overwon. Hij was niet onbewapend, zoals Gideon – de slinger was een wapen in de oudheid – hij was alleen lichter bewapend en God gaf de zege.
Politiek

Is dat dan misschien de strekking; dat wie in Gods naam strijdt de overwinning behaalt? Dat is ongetwijfeld zo. Maar politiek is dat een heel gevaarlijke gedachte. Dat heeft de staat tot hel gemaakt, dat mensen er een hemel van wilden maken. Wie strijdt wanneer in Gods naam? De geschiedenis staat vol van verhalen waarover we nu onze twijfels hebben; keizer Constantijn die in het kruisteken overwon en Clovis en de kruistochten en Cromwell. Op een goed moment was het zelfs zo vanzelfsprekend geworden dat de gedachte werd omgedraaid; wie tegen een grote overmacht overwon, moest wel God aan zijn zijde hebben. Het lijkt prachtig; de reuzen op ons pad verslaan in Gods naam. Het klinkt zo verleidelijk maar het is zo gevaarlijk in de politiek, en het gebeurt te vaak in onze dagen. Kijk maar om u heen. Velen voeren in naam van hun god oorlog tegen de machtigen der aarde; de Islamitische Staat, de aanslagplegers in Parijs. Zij denken hetzelfde te doen als David; de wereld bestrijden omdat deze hun god niet de eer geeft. De aanslagplegers in Parijs waren, net als David, verontwaardigd omdat hun god beschimpt werd. U en ik kunnen vermoedelijk het verschil wel aangegeven, maar voor buitenstaanders oogt het allemaal hetzelfde.

Ik weet niet of het verhaal van David en Goliath wel zo’n politieke betekenis heeft. Het verhaal speelt lang voor David koning is. Hij is net gezalfd. In de ogen van iedereen is hij alleen nog maar een herdersjongen. Hij wint ook niet van Goliath omdat hij de uitverkorene is. Het verhaal laat veeleer zien waarom hij uitverkoren is; omdat hij als enige zo verontwaardigd is over de wijze waarop Goliath God staat te beschimpen dat hij wat doet. Mede daarom is hij een man naar Gods hart.
Bezield door verontwaardiging

Het verhaal richt zich niet speciaal tot de politiek of tot overheden. Integendeel, zou ik haast zeggen. Want wie in de politiek gaat, kiest ervoor om te strijden om de macht van deze wereld: overheidsmacht, en kiest daarbij voor de wapenen van deze wereld: electorale steun. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar dan strijdt men met de wapenen van Goliath om de macht van Goliath.

Het verhaal van David en Goliath richt zich tot ieder van ons, niet specifiek tot de politiek. Het heeft dezelfde strekking als veel psalmen van David. Dat wie met God aan zijn zijde wandelt geen kwaad hoeft te vrezen: “zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis.” Zie ik het goed, dan zit een belangrijke sleutel van het verhaal even voor de passage die we lazen, in vers 11. Als Goliath voor de eerste keer Isral heeft uitgedaagd, staat er: “Bij het horen van deze woorden stonden Saul en het leger van Isral verlamd van schrik.” Angst bepaalde het handelen van Saul en van de andere Isralieten, en niet wat er geboden was om te doen. Alleen bij David is dat anders. Als hij Goliath hoort, raakt hij niet verlamd van angst, maar bezield door verontwaardiging. Dat bepaalt zijn reactie, hij doet wat geboden is in het volle vertrouwen dat God Goliath wel zijn macht zal geven.

Dat is, denk ik, de praktische boodschap van het verhaal van David en Goliath ook in onze tijd. Dat als het erom gaat te doen wat uit geloof geboden is om te doen, we ons niet moeten – en hoeven – te laten beheersen door angst. Angst is een slechte raadgever. Uit angst voor onszelf doen we vaak groot onrecht aan anderen. Als er gevaar dreigt, komen eigenbelangen eerst en worden die van anderen zo nodig met voeten getreden. Dat geldt in ons persoonlijke leven, maar het geldt nog veel sterker in ons publieke leven. Zie slechts hoe we nu, uit angst, geneigd zijn alle moslims in de verdachtenbank te zetten. Een gemeenschap die bevangen raakt door angst is snel geneigd ieder die anders denkt of doet buiten te sluiten, achter te stellen of erger. De geschiedenis is bezaaid met voorbeelden daarvan.

Die boodschap van het verhaal van David en Goliath is overigens niet anders dan de boodschap later in het evangelie; dat we ons niet moeten laten beheersen door zorgen om de dag van morgen, maar vandaag moeten doen wat onze hand vindt om te doen wat geboden is. Let wel, dat betekent niet dat we er zorgeloos op los kunnen leven. Dat is weer die verzoeking op het dak van de tempel. We hebben verantwoordelijkheid gekregen. Maar als vrees voor anderen en zorg om het eigen bestaan het leven gaan beheersen, dan komt de zorg voor de naaste doorgaans als eerste in de knel. En als angst en zorg ons publieke leven gaan beheersen, komen er doorgaans mensen in de knel – veel mensen. Het verhaal van David en Goliath heeft weliswaar geen bijzondere boodschap voor de politiek, maar wel bijzondere relevantie daarvoor; want in de politiek hanteert men macht over anderen en als dat beheerst gaat worden door vrees voor wat anders of vreemd is, dan ligt onrecht of erger al gauw op de loer. Dat is ook het gevaar van politieke partijen die vooral appelleren aan de angsten van burgers en hun gevoelens dat zij slachtoffer zijn.

De boodschap van het verhaal van David en Goliath is misschien wel dezelfde als de bede van Franciscus: “Heer, geef berusting om te aanvaarden wat ik moet aanvaarden, geef de moed om aan te pakken wat er veranderd moet worden, en geef de wijsheid om tussen die twee te kunnen onderscheiden.” En ik zou er aan toevoegen: laat mij niet uit angst berusten in wat ik uit overtuiging zou moeten veranderen of bestrijden. Die wijsheid en die moed had David tegenover Goliath en dat maakte hem tot een man naar Gods hart. Laten wij evenzo doen in ons leven.

Dank u.

De auteur is vicepresident van de Raad van State.

Ref.Dagblad 19-02-15
Auteur: Reporter Creer datum: 12-03-2015 13:09:19
Steun die sympathieke radiozender

Ooit werkten christenen eendrachtig samen aan het veroveren van een plek in het omroepbestel. Het ontstaan van een Bijbelgetrouwe omroep was moedig en knap en we weten dat deze omroep onze christelijke identiteit heeft versterkt en het verlangen naar het gesprek over kerkmuren heen heeft gevoed.

Op dit moment is er heuse strijd om het behoud van een zeer sympathieke radiozender op 1008AM. Een zender die in korte tijd is gegroeid naar honderdduizenden luisteraars: Groot Nieuws Radio.

Je kunt hem overal horen. In de truck van de chauffeur die bij nacht en ontij onderweg is. Of 's morgens in de file en op weg naar kantoor. In vele keukens en huiskamers komt de boodschap van het evangelie dagelijks binnen. Velen worden daardoor bemoedigd en ontdekken wat er speelt in de kerk en de samenleving.

Wij geloven in die missie - de missie van een evangelie dat moet worden verkondigd, ook via de radio. Wij erkennen als geen ander het belang van christelijke media, vooral in de context van het Koninkrijk van God.

Wij spreken christenen aan op hun verantwoordelijkheid om samen deze radiozender te bekostigen. Een zender die nodig is, maar die niet wordt gesubsidieerd. Die is uw steun waard. De radiomakers verstaan de kunst christenen aan elkaar te verbinden, goede christelijke muzikanten een podium te bieden en de vele christelijke organisaties die ons land rijk is, een spreekbuis te geven.

Ook de ondertekenaars van deze brief zijn in staat ons werk te duiden via deze zender. Daardoor blijven we samen op de hoogte van het lot van vervolgde christenen in deze wereld, van de inspanningen die kerken doen om te vernieuwen. Maar ook van de strijd voor gerechtigheid en het belang en de inzet van christelijke politiek.

Het voortbestaan van deze zender lijkt ons van groot belang en we doen dan ook een concrete oproep om nu te helpen.

Ons pleidooi is eenvoudig: laten we samen Groot Nieuws Radio een nieuwe kans bieden. U hoeft er niet de straat voor op met een spandoek of op de barricaden.

U kunt een daad stellen door vandaag te doneren.

Meestal weten we pas wat we missen als het er niet meer is. Wij denken dat het zover niet moet komen. Daarom vragen we de lezers van deze krant en de luisteraars van Groot Nieuws Radio om te helpen. Samen en wel nu!

Hans Maat, directeur Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk
Arjan Lock, directeur Evangelische Omroep
Arie Slob, fractievoorzitter ChristenUnie in de Tweede Kamer
Ruud Kraan, directeur Stichting Open Doors
Joop Gankema, directeur Stichting Opwekking

geplaatst:Nederlands Dagblad
12-03-2015 - 10.45
auteur:Hans Maat, Arjan Lock, Arie Slob, Ruud Kraan en Joop Gankema
Auteur: Reporter Creer datum: 14-03-2015 13:56:20
Gasloze wijk heeft de toekomst

Ing. Ronald Schilt


Het gebruik van zowel gas als elektra remt de noodzakelijke duurzame ontwikkeling, stelt ing. Ronald Schilt.

De discussie rond de inzet van aardgas spitst zich op dit moment toe tot de actuele situatie in Groningen. De verzakking van de grond en de aardbevingen veroorzaken een beknellend gevoel en een gebrek aan veiligheid. Dit verlies aan veiligheid is op zichzelf al een reden om krachtig in te grijpen en de productie van aardgas uit Groningen te reduceren.

Maar los van de problemen in Groningen, is aardgas niet de brandstof van de toekomst. Naast de aardbevingen in Groningen zijn er nog minstens zes andere redenen om te stoppen met de toepassing van aardgas.

Per jaar hebben we te maken met bijna 200 gewonden door ongelukken met gastoestellen. Hiervan betreft de helft zwaargewonden als gevolg van CO-vergiftiging, brand of explosie door gastoestellen. In enkele gevallen zijn daardoor zelfs doden te betreuren.

Het blijven inzetten van aardgas betekent bovendien dat we snel zullen veranderen van exporteur in importeur van netto-aardgas – en dus afhankelijker worden van heerschappen zoals Poetin.

En dat terwijl er alternatieven voorhanden zijn. Technologisch gezien is er voldoende ”proven technology” die gelijkwaardige, of zelfs betere prestaties levert dan gasketels. Denk aan warmtepompen, directe elektrische verwarming of stadsverwarming.

De systemen zijn niet alleen beproefd, maar hebben ook minder storingsgevoeligheid, minder energiekosten en nemen minder ruimte in beslag. Inmiddels worden in Nederland met deze technieken energieneutrale woonwijken gerealiseerd, met meer comfort en lagere kosten voor de consument. In deze wijken zijn gasnetten volkomen overbodig. Er zijn dus niet alleen in technologisch opzicht goede alternatieven, de alternatieven zijn ook nog eens aanzienlijk duurzamer.

Het aanleggen van twee energie-infrastructuren, zowel gas als elektra, is niet meer van deze tijd. Gebouwen hebben in toenemende mate minder energie nodig door hogere efficiency van apparatuur, energiebesparende maatregelen en eigen opwekking van duurzame energie. Het hebben van twee energienetten voor je deur zal dus steeds inefficinter en daarmee onrendabeler worden.
Gelijkwaardige alternatieven

Het aanleggen van uitsluitend een elektranet heeft als extra voordeel dat een elektranet niet alleen stroom uit vieze kolencentrales kan transporteren, maar moeiteloos ‘gemengd’ wordt met elektra van andere (duurzame) bronnen, zoals windmolens en zonnepanelen. Voor aardgas zijn er nauwelijks alternatieven die duurzaam zijn en getransporteerd kunnen worden via de bestaande aardgasnetten. Een uitzondering hierop is groen gas uit biomassa, maar de beschikbaarheid hiervan is absoluut onvoldoende om op termijn aardgas te kunnen vervangen. Ofwel, een overgang van aardgas naar een duurzame vervanger is met dezelfde infrastructuur niet mogelijk. Een infrastructuur leg je neer voor veertig tot vijftig jaar. Nu nog investeren in nieuwe gasnetten is om deze reden onzinnig.

Deze overwegingen moeten een bepalende rol spelen in het langetermijnbeleid van de overheid. Groningen ondervindt aan den lijve de gevolgen van het oppompen van aardgas. Het opgepompte aardgas in Groningen is voor de helft voor ons eigen gebruik en voor de andere helft voor de export. Het eigen aardgasgebruik wordt voor 50 procent ingezet voor de verwarming van onze woningen en gebouwen. Ofwel: een kwart van het in Groningen opgepompte aardgas is voor de verwarming van onze woningen en gebouwen.

We kunnen dus een enorme stap voorwaarts zetten, voor Groningen en richting duurzaamheid, als we geen aardgas meer gebruiken voor onze woningen en gebouwen. Zeker tegen de achtergrond dat er technisch en financieel minimaal gelijkwaardige alternatieven zijn voor gasketels.

Daarbij komt dat we nog n tot twee decennia nodig zullen hebben om op rendabele wijze onze bestaande oude (monumentale) woningen en gebouwen stapsgewijs te muteren naar gasloze gebouwen. Aardgas zal ook hard nodig blijven in de industrie voor chemische processen. We kunnen niet overal direct zonder, maar snel afbouwen kunnen we wel.

Laten we zuinig omgaan met ons gas en het daar toepassen waar er geen of nauwelijks rele alternatieven zijn.

De auteur is directeur van energieadviesbureau Merosch.
Auteur: Freek Creer datum: 26-03-2015 15:58:22
Hans Visser: Zonder Bijbel wordt het drie keer niks

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus.

In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Hans Visser (72), emeritus predikant in de Protestantse Kerk in Nederland, vooral bekend vanwege zijn werk als predikant van de Pauluskerk in Rotterdam.

‘De Heidelbergse Catechismus is in de zestiende eeuw ontstaan en daarom natuurlijk een tijd- en cultuurgeboden document. Toch is het een waardevol geschrift in de traditie en ik beschouw het als een van de basisdocumenten van het protestantisme. Of ik er ooit uit gepreekt heb, weet ik niet. Ik denk het niet. In mijn jeugd heb ik in de Oranjekerk in de Haagse Spoorwijk wel catechismuspreken gehoord. Er staan natuurlijk discutabele dingen in: over dat er zonder de wil van de Vader geen mus van het dak valt – maar dat staat er oorspronkelijk niet: er staat “zonder de Vader”. Maar goed, dat neemt niet weg dat we de catechismus serieus tot ons moeten nemen en dat doe ik ook. Het is geen belijdenisgeschrift dat je zomaar bij het afval zet.

nieuwe catechismus
Er zijn pogingen gedaan een nieuwe catechismus te schrijven. In de jaren zestig is dat in de Rooms-Katholieke Kerk gebeurd. Dat was een aardige poging om er een eigentijds document van te maken. Maar dingen raken snel achterhaald. Geloven is altijd een zoektocht, dat moet je niet in dogma’s willen vatten. Daarom voel ik me tot de vrijzinnigheid aangetrokken, daar is ruimte om te zoeken. In Zondag 1 van de catechismus gaat het over “mijn getrouwe Zaligmaker”. Daar heb ik niet zoveel mee. Ook met een begrip als zonde kan ik niet veel. Wat mij houvast geeft, is de naam van God: Ik zal er zijn voor u. Op die naam heeft Isral vertrouwd en die naam heeft God ten diepste in Jezus van Nazareth getoond: Immanuel, God met ons.

Kijk, geloof is een heel ingewikkeld gebeuren. Het kan ook zijn dat God zwijgt, ook al geloof je heilig in die God. Er zijn kritieke momenten, de nachten van het leven. Dan geeft alleen de naam van God je troost en houvast. Het aardige van geloven is dat het je op de been houdt op kritieke momenten. Zo heb ik dat vorig jaar zomer zelf ervaren. Ik ben toen drie maanden behoorlijk ziek geweest, een combinatie van suikerziekte, hartfalen en een knieoperatie. Je wordt dan op jezelf teruggeworpen. Het raakt je niet alleen lichamelijk, het raakt ook je psyche. Het Bijbellezen werd wat minder in die tijd, maar ik ben blijven bidden. Toen herstelde het Bijbellezen zich vanzelf ook weer. Grappig h?

mens
De openbaring van God loopt altijd via de mens. Via mijzelf kom ik tot God. Uiteindelijk is het idee van God in ons brein opgekomen. Wij hebben het verzonnen. Zo wordt God deel van het leven van alledag. De Bijbel is daarbij mijn bron. Zonder Bijbel wordt het drie keer niks. Ik lees in de regel elke ochtend uit de Bijbel en ik bid dan. Dat is een ritueel dat me houvast geeft. De verhalen uit de Bijbel zijn bedoeld om ons te corrigeren en tot de orde te roepen. Het inspireert mij om mijn mond open te doen en tegen onrecht te strijden. Dat heb ik geleerd tijdens mijn werk in Indonesi, van 1970 tot 1978. Ik was daar een van de weinige mensen die zijn kritische mond opentrok als mensenrechten werden geschonden.

Ik sprak de gouverneur aan op het onmenselijke gedrag van militairen die politieke gevangenen onder stroom zetten. Ik stond alleen in die kritiek en kreeg te maken met tegenwerking. Dat heeft me gevormd. Ik wilde licht brengen op plekken waar mensen in het donker zitten. Ik ben opgekomen voor illegalen, drugsverslaafden, asielzoekers en daklozen. Hun situatie wilde ik wat verbeteren. Het is een bewuste keuze geweest daarin mijn eigen koers te varen en op mijn manier de boodschap van de Bijbel te gehoorzamen. Ik kwam in opspraak toen ik het opnam voor pedofielen. Ook al doen zij domme dingen, dat is geen reden ze af te schrijven. Dat valt in het huidige klimaat niet in goede aarde, maar dat vind ik geen reden het niet te zeggen.

gelukkige tijd
De periode dat ik voor de Pauluskerk werkte, heb ik als een gelukkige tijd ervaren. We hebben als kerk veel mensen geholpen. Ik kwam in contact met mensen die niet-gelovig waren. Ik werd ook gevraagd om niet-gelovigen te begraven. Dan probeerde je bij zo’n rouwdienst hen niet de hemel in te praten en niet te vroom over hen te doen. Dat zou niet passen. Ik liet in het midden waar zij na hun dood terechtkwamen. Zelf geloof ik niet zo in een leven na de dood. Je zult misschien bij God zijn, maar daar kan ik me niet zo bar veel bij voorstellen. Ik heb geen angst voor de dood, hoor. Ik geloof dat niets ons kan scheiden van God, ook de dood niet. In het Johannes-evangelie staat dat wie in Jezus gelooft, het eeuwige leven al heeft. Je neemt daar nu al aan deel. Dat vind ik een mooie gedachte.

Alle dingen zijn tijdelijk. Je raakt na je dood in vergetelheid. Je bent er, en dan ben je weer weg. We zijn als bloemen die groeien, bloeien, verdorren en dan door de wind worden meegenomen. Wat ik nalaat interesseert me niet zo. Kijk, dat schilderij met de Jeremia van Rembrandt heeft mijn moeder geborduurd. Ik heb het gekregen na haar dood, het is een goede herinnering aan haar. Zo zal het gaan, denk ik. Je zult herinnerd worden. Dat is wat overblijft na je dood. Meer niet.’

geplaatst:Nederlands Dagblad
26-03-2015
auteur:Roeland van Mourik
Auteur: Reporter Creer datum: 31-03-2015 15:52:36 Laatst gewijzigd: 31-03-2015 16:09:16
Christenpoliticus heeft altijd binnenpretje

23-03-2015 15:00 | Mr. D. J. H. van Dijk


Christelijke politiek is vreugde, aldus mr. D. J. H. van Dijk.

„Zeer aardse mensen begrijpen zelfs deze aarde niet; ze vertrouwen uiteindelijk op een klein aantal cynische vooronderstellingen die onjuist zijn.” Een frisse stelling. Hij is dan ook niet van mij, maar van Chesterton uit zijn boek ”Orthodoxie”. Dit boek is een fabelachtig expos van Chestertons grote ontdekking van het christelijk geheim.

Chesterton laat ons op een sprankelende wijze delen in zijn verwondering over het aloude christelijk geloof dat meer dan wat ook blijkt aan te sluiten bij de werkelijkheid. Dit boek vormt de scherpste en meest vermakelijke verdediging van het christelijke geloof uit de afgelopen 500 jaar. We zouden een regenwoud kunnen uitsparen wanneer athestische, fantasieloze denkers, zoals Dawkins en Cliteur, eerst ‘Orthodoxie’ zouden lezen voor ze weer een dik boek vullen met zwakbegaafde teksten.

Maar hoe wijden wij de seculiere Nederlander in het grote geheim in? Inwijden, dat is en passend woord. Dat gaat dieper dan rationeel overtuigen of iemand klemzetten met spitsvondige redeneringen. Ik wil in mijn bijdrage twee dingen bij elkaar brengen. Aan de ene kant het christelijk geheimenis. En aan de andere kant datgene wat nog altijd verborgen ligt in onze hedendaagse cultuur. De overblijfselen van eeuwenlange evangelieverkondiging.

IJslaag

Kan het zaad van het evangelie decennia of eeuwen verduren, ook als er een dikke ijslaag overheen ligt? Het zaad van het evangelie is onvergankelijk zaad. En God houdt Zijn verbond tot en met de duizendste generatie. West-Europa is het meest seculiere deel van de wereld. Het athesme is d grote vooronderstelling van de westerse cultuur. Toch is juist in dit werelddeel eeuwenlang het zaad van het evangelie gestrooid. Stel je eens voor, dat dit gaat ontkiemen. Dat er uit die dorre aarde ineens groene scheutjes omhoog schieten!

Het klinkt te mooi om waar te zijn. Maar toch. Via dr. Huib Klink – bekend in uw kring - werd ik ooit gewezen op het gedachtegoed van de christenfilosoof Jean Guitton. Guitton wijst erop, dat er zich in de ziel van een volk en van mensen een onderbewuste laag bevindt die veel dieper reikt dan men doorgaans beseft. In dit onderbewuste van het westerse volk is door de eeuwen heen het zaad van het evangelie uitgestrooid. Dat betekent dat de westerse mens het christelijk geloof niet zomaar van zich kan afschudden. Het heeft een cultuur geschapen en het denken en doen van vele generaties gevormd.

Die band met deze historie kan niet eenvoudig worden doorgesneden, ondanks alle verwoede pogingen daartoe. Het zaad dat ooit is uitgestrooid, is niet verdwenen. Het ligt er nog, al is het wellicht diep verborgen en leeft men er gewoon overheen. Guitton merkt op, dat wat er nu in de volksziel verborgen ligt, soms maar hoeft aangeraakt te worden en het begint weer te leven.

Soms komt het verrassenderwijs naar boven! Aanraken van wat in de volksziel verborgen ligt. Zodat het weer opbloeit. Daar gaat het om. Maar hoe doe je dat?

Metaforen

Dan kom ik terug bij Chesterton, maar ik kan ook Lewis noemen, de schrijver van die prachtige Narnia-reeks. Zij hadden de gave om door het oproepen van beelden en het gebruik van metaforen mensen in te wijden in het christelijk geheimenis. Zij slaagden erin mensen bij de hand te nemen in een levensecht sprookje, waarbij zij onverwacht, onwillig, maar ook onontkoombaar op God stuitten. En die God bleek aan te sluiten bij hun werkelijkheid en de diepste menselijke verlangens.

Ik denk aan ”Pilgrims regress” van Lewis. De hoofdpersoon is Hans. Op een dag kuiert Hans langs een grote ommuurde tuin. Er blijkt een venster in die grote, dikke muur te zitten. Hans kijkt door dat venster en ziet een verstilde, volkomen gave, paradijselijke wereld. En in Hans’ hart barst een enorm verlangen los naar die wereld. Een oerverlangen naar dat verloren paradijs, waarin God de mens ooit had gesteld. In ieder mens schuilt iets van dat heimwee. Het is onze roeping om, zoals Ewald Mackay zo mooi zegt, vensters op dat hemelse te openen.

Deze creatieve en uitnodigende methode van Lewis en Chesterton om het christelijke geheim te onthullen, kan vandaag vruchtbaar zijn. Juist nu we als christenen meer en meer als Willibrord zonder enige beschutting op het seculiere strand staan. Let wel: die verhalen, de sprookjes van die uitgesproken christelijke Lewis, Chesteron, Tolkien en MacDonald worden ook gretig gelezen buiten de christelijke subcultuur.

Ik ben geen sprookjesverteller. Maar ik waag mij aan een voorzetje.

Oproer

Ik zou mijn sprookje beginnen met een motto, van Nietzsche: „Wij hebben God gedood! Maar hoe hebben wij dit gedaan? Hoe hebben wij de zee kunnen leegdrinken? Wie gaf ons de spons om de horizon uit te vegen?” Mijn verhaal zou aanhaken bij de Bijbelse gelijkenis van de boze wijngaardeniers (Matt. 21).

We zien een fraai landgoed. De landheer heeft dit in prachtige orde en harmonie ingericht. De landheer vertrekt voor een tijd naar het buitenland en laat het beheer achter bij het leidinggevend personeel. En dan begint de misre: oproer van het personeel! Het dak wordt van het landhuis gehaald, want dit is veel te benauwd. De lantaarnpalen worden ingezet als wapenstokken. De eeuwenoude fonteinen worden als openbaar toilet gebruikt. Er is niets nieuws onder de zon. Er zijn nog getrouwe personeelsleden en er is een erfgenaam van de landheer, zijn zoon. Zij vertellen aan iedereen die het horen wil verhalen over de goede, oorspronkelijke staat van het landgoed. Zij helpen waar mogelijk een handje om het verval te keren. Helaas, zij worden zonder genade van kant gemaakt door de rest van het huispersoneel. Uiteindelijk komt echter de landheer weer naar huis en stelt hij orde op zaken. Hij maakt alles nieuw.

Aan de hand hiervan kunnen we vertellen en onthullen hoe groot het geheimenis is dat God deze wereld heeft geschapen en deze vervolgens in handen van mensen geeft. Daaruit volgt de eerste les, namelijk dat de wereld niet van ons is en niet om ons draait. Een krachtige angel tegen hebzucht, onderdrukking en eigenliefde. Daarnaast kunnen we duidelijk maken dat de wereld in diep verval is geraakt. Dat vormt een krachtige angel tegen utopie en maakbaarheid, dat al zoveel slachtoffers heeft veroorzaakt. De directe toegang tot de boom des levens wordt door een vurig zwaard bewaakt.

De politiek schept geen heilstaat. Een christenpoliticus weet dat zijn inspanningen de doorslag niet geven. Christelijke politiek is ontspanning. Dat mag gezien worden. Ik geef toe dat de SGP hier beter in slaagt dan de CU.

Terug naar de gelijkenis. God is met handen te tasten en wij zijn Zijn geslacht. Maar dat moet blijkens het ontspoorde gedrag van mensen kennelijk ook van tijd tot tijd gezegd worden: Mensen, er is een Landheer! U behoort aan Hem toe. Seculieren zijn nu eenmaal als baby’s in de baarmoeder die het bestaan van hun moeder ontkennen.

Ik maakte een opmerking over de CU. Nu richting CDA’ers. Zij doen wel erg veel moeite om het christelijke geheim te koesteren en te verbergen. Hier past echt meer elan en lef. Kom gerust uit de kast als christenpoliticus en gebruik in het publieke debat vrijmoedig de naam van onze goede Landheer.

Kniezen

Getuigen van Gods Naam is vandaag gemakkelijker dan twintig jaar geleden. De gefrustreerde generatie van Maarten ’t Hart zit allang te kniezen in het verzorgingstehuis. De jongere generatie - ook in de Tweede Kamer - is vaak verrassend genteresseerd waarom jij verwijst naar de Bijbel of waaruit jij je vastigheden put. Daar hebben ze nog nooit van gehoord. Op z’n hoogst hebben ze wat google-kennis van de bijbel. Benut die openheid en nieuwsgierigheid! Laat zien dat wij zonder de Bijbel niet beslissend kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad, tussen recht en onrecht.

Terug naar de lessen van ons verhaal. De wereld blijft alleen leefbaar als we ons houden aan Gods gebruiksaanwijzing. God alleen heeft echt verstand, „maar tegen de mens heeft Hij gezegd: Zie de vreze des Heeren, dat is wijsheid, en zich afkeren van het kwade is inzicht.” (Job 28: 28) De gelijkenis toont dat het een onbestaanbare gedachte is, dat getrouwe knechten die in een leidinggevende positie zijn (bijvoorbeeld binnen de overheid) werkeloos toezien wanneer ontaarding om zich heen grijpt en de goede naam van de Landheer wordt besmeurd. Dan tekenen zij protest aan, al zou het hun leven kosten.

Die getrouwe knechten vertellen hun verhalen over het oorspronkelijke landgoed. Zo moeten ook door ons de verhalen van recht, van liefde en van verlossing verteld blijven worden. Dit raakt immers de diepste verlangens, het diepste heimwee, van ieder mens.

Aan de hand van dit verhaal kunnen we laten zien dat God Zich niet buiten de deur laat zetten. Ontwikkelingen gaan niet per definitie alleen maar neerwaarts: Jezus is als een wortel uit de dorre aarde opgeschoten en bovendien op de derde dag opgestaan. Op het toppunt van menselijke moedeloosheid!

Zie de climax: De Landheer komt weer terug! Hij stelt orde op zaken. Dat is niet alleen voor de VVD, maar ook vanuit christelijk perspectief een rake slogan. „In de wereld zegt men: de zaak is ernstig, maar niet hopeloos. Het christelijk geloof spreekt daarentegen: de zaak is hopeloos, maar niet ernstig.” (Langmead Casserley)

Lachen

Dit bepaalt de opstelling van een christenpoliticus. Een heer van stand haast zich niet. Immers, hij is er al. Dat levensgevoel mogen christenen in de politiek uitstralen. Juist in de politiek, waar het draait om haantjes en geciteerde quotes.

Een christenpoliticus heeft altijd een binnenpretje. Hij ziet hoe de verhoudingen werkelijk liggen. Hij weet dat het eigenlijke werk al heeft plaatsgevonden. God regeert, al is het onder de schijn van het tegendeel. Christus’ Koningschap is verborgen, maar zeer reel. En als een christenpoliticus Pechtold zich groot ziet maken om de samenleving naar zijn hand te zetten of als hij Wilders zich ziet opblazen, dan kan hij bijna zijn lachen niet inhouden. Hij grinnikt mee met Zijn God Die in de hemel onbedaarlijk lacht om die mensjes die menen zonder Hem te kunnen. Christelijke politiek is vreugde.

Laat dit verhaal een appl zijn om als christen creatief en uitnodigend te staan in een seculiere omgeving. En om te volharden en trouw te blijven aan Gods Woord. Als een waakvlammetje, zodat wij anderen kunnen aansteken. Zodat het Verhaal blijft gaan.

Ik moet afsluiten. Ach, leefde Lewis nog maar.

De auteur is beleidsmedewerker voor de SGP-fractie in de Tweede Kamer. Dit artikel is een bewerking van de lezing die hij zaterdag hield voor het christelijk-conservatief beraad

Reformatorisch Dagblad 23-03-15
Auteur: Reporter Creer datum: 11-04-2015 14:34:39 Laatst gewijzigd: 11-04-2015 14:35:35
Een president die erkent dat hij tekortschiet

Soms kun je jaloers zijn op de Amerikanen. Bijvoorbeeld als hun president openlijk zijn leven en zijn politieke werk in het licht van het evangelie zet - en erkent dat hij dagelijks tekortschiet. Vind maar eens een Nederlandse premier die dat nog doet.

Tumult in de rechtse Amerikaanse pers, deze week. Obama heeft weer eens hard uitgehaald naar christenen, riep het rechtse Foxnews verontwaardigd, en dat nog wel tijdens een gebedsbijeenkomst op het Witte Huis, na Pasen. Een gast in de nieuwsshow bij Foxnews voegde er nog aan toe, 'op geen enkele manier te geloven dat hij (Obama, JvB) een christen is'.

De vreselijke, onchristelijke daad van Obama is dat hij, tijdens het 'Easter Prayer Breakfast' - de gebedsbijeenkomst die Obama op het Witte Huis heeft ingesteld op de eerste werkdag na Pasen - tijdens zijn toespraak het waagde de eerste brief van Johannes aan te halen: 'We moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden.' En daarna zei hij ook nog eens: 'Ik moet toegeven dat als ik luister naar bepaald weinig liefhebbende uitdrukkingen door christenen, ik soms bezorgd word.'

Dat is kennelijk genoeg om niet meer te luisteren hoe Obama daarna het evangelie van verzoening en opstanding belijdt en op zichzelf betrekt. 'Wij vieren de schitterende glorie van onze opgestane Redder. Ik bid dat ik mag leven naar zijn voorbeeld. Ik schiet daarin zo vaak tekort. Iedere dag probeer ik het beter te doen. Ik bid dat we zullen worden gesterkt door zijn eeuwige liefde. Ik bid dat wij zijn vele zegeningen waardig zullen zijn.'

Belangrijk is dat Obama zijn politiek hieraan verbindt. 'Waar er onrecht is, verdedigen we de onderdrukten' - het is voor hem geen loze term, laat het optreden van de VS tegen ISIS zien, waardoor yezidi's en christenen de terreur van deze terroristen konden ontvluchten.

Maar de moeilijkste opdracht ligt misschien wel in dit citaat: 'Waar er verschillen zijn, vinden we kracht in onze gezamenlijke menselijkheid, omdat we weten dat we allemaal kinderen van God zijn.'

Dat laatste maakt ook de machtigste president ter wereld klein. Een president die vervolgens Amy Grant dat prachtige lied laat zingen: 'Uw woord is een lamp voor mijn voet.' Soms kun je jaloers zijn op de Amerikanen, die in de ambtswoning van hun president deze woorden nog mogen beluisteren.



geplaatst:Nederlands Dagblad
10-04-2015 - 19.49
laatst gewijzigd:
11-04-2015 - 11.56
auteur:Jan van Benthem
Auteur: Reporter Creer datum: 18-04-2015 12:38:23

Christenen in VS dragen oranje tegen ISIS

WASHINGTON - Rood is de kleur van de martelaren. Dat is al eeuwenlang zo. Maar onder Amerikaanse christenen rukt momenteel oranje op. Door het dragen van oranje kledingstukken en het ophangen van oranje linten laten christenen zien dat ze solidair zijn met hun vervolgde broeders en zusters.

De opmars van het oranje begon toen in februari beelden naar buiten kwamen van de onthoofding van 21 koptische christenen door de terreurorganisatie ISIS. Gekleed in oranje overalls werden de gevangenen naar een strand in Libi gebracht, waar ze werden afgeslacht.

De beelden maakten diepe indruk op Patrick Mahoney, pastor van de Church on the Hill in Washington DC. Mahoney besloot de sociale media te gebruiken om christenen aan te sporen naast hun vervolgde geloofsgenoten te gaan staan en voor hen te bidden. Hij liet zich inspireren door Hebreen 13:3: ‘Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.’ De pastor riep verder op de solidariteit ook zichtbaar te maken, en wel door het dragen van oranje kledingstukken – oranje als symbool van de wreedheid van ISIS. Voor zijn project koos Mahoney de hashtag #orangejumpsuit.

Mahoneys idee vond weerklank bij verscheidene groepen, die inmiddels zelf ook actie voeren. Gevolg is dat steeds meer christenen oranje kledingstukken dragen. Sommigen doen dat alleen op zondag, als ze naar de kerk gaan. Anderen dragen elke dag iets met oranje.

Een van de kerken die meedoen met de actie van Mahoney is de rooms-katholieke Our Lady of Mount Carmel Church in Mount Carmel (Pennsylvania). ‘Wij zijn allemaal broeders en zusters in Christus. Het is verdrietig te zien hoe christenen worden gemarteld. We moeten de kracht van het gebed inzetten’, verklaarde priester Frank Karwacki tegenover FoxNews.

verbondenheid
In New Hampshire zette Lydia O’Leary de groep Ribbons for Rescue op, die christenen aanmoedigt iedere dag iets oranjes te dragen of oranjelinten te binden om de bomen in hun wijk. Het idee van de linten heeft de groep ontleend aan het Amerikaanse gebruik om door middel van het aanbrengen van gele linten verbondenheid te tonen met Amerikaanse militairen in het buitenland. Ribbons for Rescue roept ook op geld te geven aan organisaties die vervolgde christenen steunen.

Volgens Rey Flores, columnist van de rooms-katholieke onlinekrant The Wanderer, kan de actie van Mahoney en zijn navolgers helpen voorkomen dat het thema christenvervolging ondersneeuwt in de gestadige stroom van geweld die via de media over de mensen wordt uitgestort.

geplaatst:Nederlands Dagblad
18-04-2015 - 8.42

auteur:Tilly Dodds
Auteur: Johan Creer datum: 4-05-2015 16:14:44
Ouderen voelen zich ontheemd in ziekenhuis

TILBURG - Ziekenhuizen laten ouderen te veel aan hun lot over, terwijl zij juist extra begeleiding nodig hebben. Dat stelt promovenda Hanneke van der Meide. Veel ouderen komen nu slechter uit het ziekenhuis dan ze er binnenkwamen.

Meneer van Veen ligt in het Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. De 82-jarige man kijkt onwennig om zich heen. ‘Als er iets is, kunt u op deze knop drukken’, zegt de verpleegkundige en ze vertrekt. De uren kruipen voorbij. Van Veen weet niet wat er gaat gebeuren. Hij moet naar het toilet. Maar daarvoor druk je toch niet op de noodknop? ‘Wacht, ik hoor voetstappen, daar komt vast de zuster. Oh nee, toch niet.’

Van Veen houdt uren zijn plas op, omdat hij niemand tot last wil zijn. Het is een van de voorbeelden die Hanneke van der Meide tegenkwam bij haar promotieonderzoek naar de ervaring van kwetsbare ouderen in het ziekenhuis. Woensdag promoveert zij aan de Universiteit Tilburg. Van de ouderen die in het ziekenhuis worden opgenomen, is 30 tot 60 procent er bij ontslag slechter aan toe dan bij binnenkomst.

lichamelijke aspecten
Er is veel onderzoek gedaan naar de lichamelijke aspecten van deze achteruitgang, maar nooit is onderzocht hoe ouderen hun ziekenhuisopname daadwerkelijk beleven. Van der Meide volgde vijftien zeventigplussers in het St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg van opname tot ontslag.

‘Ouderen voelen zich een buitenstaander in het ziekenhuis. Ze worden alleengelaten met hun onzekerheden. Ze zijn weg van alles wat hun vertrouwd is, komen terecht in een drukke omgeving, waarin voortdurend hectiek is. En het meeste ontgaat hen, omdat niemand goed uitlegt waarom wat gebeurt.’

Van der Meide geeft simpele voorbeelden van dingen die maken dat ouderen zich niet op hun gemak voelen. Zo werd een oudere verboden rond het middaguur op bed te gaan liggen, zonder opgaaf van reden. Het bleek dat de verpleegkundige liever geen kruimels in bed wilde. Ouderen raken ook van streek als hun vertrouwde medicijnen er in het ziekenhuis ineens anders uitzien, omdat het ziekenhuis contracten heeft met andere farmaceutische bedrijven. ‘Als je dat even uitlegt, kun je veel onzekerheid wegnemen. Maar daarvoor wordt niet de tijd genomen.’

assertief
Ouderen uiten hun onzekerheid in het ziekenhuis niet, merkte antropoloog en zorgethica Hanneke van der Meide. Vragen van verpleegkundigen en artsen zijn heel medisch gericht, waardoor de patint geen ruimte ervaart om andere vragen te stellen. Het ontbreekt oudere patinten aan assertiviteit om de aandacht van verplegend personeel te trekken. Vooral als iemand alleen op een kamer ligt. ‘Ik volgde een patint die op een eenpersoonskamer achterin de gang lag. Er liep niemand langs, er kwam vrijwel niemand op bezoek. Ze vroeg zich af of ze vergeten was.’

De trend om patinten hun eigen kamer te geven, werkt volgens Van der Meide bij ouderen juist averechts. ‘Met meer mensen op een kamer zijn de dagen minder eenzaam en lopen meer verpleegkundigen in en uit aan wie je iets kunt vragen.’

familie erbij
Van der Meide pleit er ook voor ziekenhuisopname meer gericht te laten zijn op de leefwereld van de oudere. ‘Je kunt al veel winnen met het creren van een thuisgevoel, verbondenheid en vertrouwdheid. Dat vraagt vooral om goede communicatie en meer toelichten waarom dingen in het ziekenhuis gaan zoals ze gaan.’

Is daar nog wel tijd voor, nu alles in de zorg om efficintie lijkt te draaien en zorgverzekeraars ziekenhuizen daarop keihard afrekenen?

‘Goede voorlichting hoeft maar enkele minuten te kosten. En je kunt er ook tijd mee winnen. Zo zat ik bij een man die het benauwd had, maar niet op de noodknop drukte, omdat hij niet tot last wilde zijn. Toen hij uiteindelijk wel alarm sloeg, ging het veel slechter met hem en werd zelfs de familie erbij geroepen.’ Bovendien zijn juist zorgverzekeraars erbij gebaat dat ouderen het ziekenhuis niet slechter verlaten dan ze er binnenkwamen. ‘Zo verklein je de kans op een snelle heropname.’

vrijwilligers
Hoewel de promovenda haar onderzoek tot n ziekenhuis heeft beperkt, vermoedt ze dat haar bevindingen voor de meeste ziekenhuizen in Nederland gelden. In een aantal ziekenhuizen is er al wel extra aandacht voor ouderen, in de vorm van een speciale verpleegafdeling voor hen. In andere ziekenhuizen worden vrijwilligers ingezet die ouderen helpen bij de orintatie en die ervoor zorgen dat ze actief blijven en niet de hele dag op bed liggen. ‘Bij een oudere betekent nietsdoen achteruitgang.’

geplaatst:Nederlands Dagblad
04-05-2015 - 9.00

auteur:Stephan Bol
Auteur: Johan Creer datum: 11-05-2015 13:24:48

Maar, over de andere kant van de feiten

Voor de oorlog wilden de Nederlandse kerken niet weten wat er met de Joden gebeurde. Na de oorlog hadden ze die houding tegen het licht moeten houden, meent dr. Ad Prosman (ND-Gulliver 8 mei),

maar voor de oorlog kon niemand met zekerheid zeggen dat de vervolging van de Joden, die al in 1933 begonnen was, zou uitlopen op volkerenmoord. Het is waar dat Hitler in Mein Kampf al schreef over het gebruik van gifgas tegen ‘Hebreeuwse volksbedervers’.

Maar volgens Mark Roseman, die een boek schreef over het besluit om de Joden te vernietigen – De villa. Het meer. De conferentie – past die uitlating in ‘de context van een radicaal en algemeen gevoerd debat over de gevaren van de joodse aanwezigheid’. Hoe erg dat debat ook was, het is volgens Roseman ‘hoogst onwaarschijnlijk’ dat de deelnemers dachten aan ‘massale biologische vernietiging’ van miljoenen Joden. Ook Hitlers opmerking was meer chantage dan volkerenmoord, meent Roseman.

kerken
Als Hitler in de jaren dertig nog niet zeker wist dat systematische uitroeiing het einddoel van de Jodenvervolging moest zijn, dan konden ‘de Nederlandse kerken’ dat zeker niet weten. Ze wisten natuurlijk wel dat in 1938 in de Kristallnacht duizend Joden waren vermoord en dat in 1939 al meer dan 200.000 Joden uit Duitsland waren gevlucht. Wat zeiden de kerken hiervan?

De Nederlandse Hervormde Kerk heeft ‘haar leden op de meest volstrekte wijze onkundig gelaten’ van de gevaren van het nazisme, schreef dr. J.W. van Hulst, een hervormde pedagoog, die honderden Joden het leven redde. Maar hij noemt meteen tien vooraanstaande hervormde theologen, onder wie Banning, Buskes, Berkhof en Miskotte, die wel waarschuwden tegen het nationaalsocialisme. Veel kerkleden laafden zich aan hun geschriften.

fietsenvordering
Beoordeelt men de houding van de kerken tegenover de Jodenvervolging niet met de kennis van nu, maar vergelijkt men die met de houding van de meerderheid van de bevolking destijds, dan komen de kerken er niet slecht van af. De meeste mensen kregen het steeds zwaarder: het voedsel ging op de bon, de vrijheid werd aan banden gelegd. In die omstandigheden dachten ze eerst aan zichzelf, dan pas aan de Joden.

De fietsenvordering in de zomer van 1942 was voor de gemiddelde Nederlander een urgenter thema dan de Jodenvervolging, schreef dr. Loe de Jong. Daarentegen protesteerden de kerken geregeld tegen anti-Joodse maatregelen. Ze hadden meer en indringender kunnen waarschuwen, maar wat ze deden, was bovengemiddeld. Het moedige optreden van aartsbisschop Jan de Jong was zelfs ver bovengemiddeld.

Prosman meent dat de kerken na de oorlog hun functioneren tegen het licht hadden moeten houden. In elk geval de Nederlandse Hervormde Kerk heeft daartoe een poging gedaan. In Het verzet der Hervormde Kerk, dat verscheen met een hartelijke aanbeveling van het synode-bestuur, wees ds. H.C. Touw uitvoerig op het falen van de Hervormde Kerk. ‘Als geheel was de Kerk (…) niet gereed, niet voorbereid, niet gewapend, om een strijd op leven en dood te strijden.’

De woorden, geschreven in 1946, hadden van Prosman kunnen zijn.

geplaatst:Nederlands Dagblad
11-05-2015 - 9.15

auteur:Willem Bouwman
Auteur: Johan Creer datum: 13-05-2015 14:56:43
Nieuwe abortuspil, nieuwe vragen

| Chris Develing

Huisartsen moeten de nieuwe abortuspil niet zelf kunnen uitdelen, vindt Chris Develing.

Omdat er sinds anderhalve week een nieuwe abortuspil op de markt is, wordt het politieke debat omtrent de rechten en plichten van huisartsen heropend. Volgens minister van Volksgezondheid Schippers is het de overweging waard om huisartsen het recht te geven deze abortuspil zelfstandig voor te schrijven aan patinten tot aan de zestiende dag na de bevruchting, waar dit vooralsnog uitsluitend door- en onder begeleiding van een abortuskliniek mag gebeuren.

Dit debat kan natuurlijk niet worden gevoerd zonder inbreng van de zorgsector, oftewel de KNMG en het NHG. Beide hebben al aangegeven (onder voorwaarden) niet tegen een dergelijk besluit te zijn. Integendeel. Om in zwangerschapstermen te blijven, baart dit mij nogal wat zorgen.
Geneesmiddel

Beide organisaties noemen als voordeel dat het plegen van abortus hiermee laagdrempeliger wordt. De 30.000 abortussen die ons land per jaar uitvoert zijn kennelijk geen voldoende overtuigend signaal dat het met die ‘hoogdrempeligheid’ wel meevalt. Nee, het moet nog gemakkelijker, zo vinden de organen van geneeskundigen en huisartsen. Iets anders kan nauwelijks worden verwacht van organisaties waarvan laatstgenoemde op haar website aan de abortuspil refereert als zijnde een „geneesmiddel.”

Hoewel het niet wordt uitgesproken, weet men ongetwijfeld dat ”gemakkelijker” ook ”meer” kan betekenen. Dat men een stijging van het aantal abortussen allesbehalve met vrees tegemoetziet is helder. Immers: waar dient het argument omtrent laagdrempeligheid anders voor dan het mogelijk maken van meer en snellere abortussen? En meer abortussen door middel van een dergelijk ‘geneesmiddel’ betekent meer werk en inkomsten voor respectievelijk huisartsen en fabrikanten.

Voor een andere groep ondernemers betekent het juist weer minder inkomsten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de abortusartsen, die vooralsnog het alleenrecht op het voorschrift hebben, juist weer tegen zijn. Ik betwijfel of dit te maken heeft met ethische bezwaren of de tot nu toe door hen aangehaalde overbodigheid van de wetswijziging. Geld en werk, draait onze samenleving tegenwoordig nog om andere zaken?
Afleidingsmanoeuvre

„Ga je naar een koude abortuskliniek of heb je het gesprek met je huisarts, die je al jarenlang kent en die jouw situatie en omgeving al jarenlang kent?” Dit zei minister Schippers ruim een maand geleden in de Tweede Kamer. Ze impliceert hiermee in feite dat het n het ander uitsluit. Een vreemde uitspraak, die meer aan reclame doet denken dan aan de duiding van een reel gemis in de samenleving.

Want je kunt dat gesprek met je huisarts gewoon aangaan en daarna bij de abortuskliniek de procedure volgen. Sterker nog, het beleid in Nederland is uitermate goed ingericht om in dergelijke behoeften te voorzien. Zo kan een ongewenst zwangere vrouw er ook voor kiezen om juist niet naar haar huisarts te gaan wanneer zij dit liever niet met hem of haar bespreekt. Je zou dit non-argument omtrent de rol van huisartsen dan ook bijna een afleidingsmanoeuvre van onze minister kunnen noemen.

Maar kan een huisarts voldoende worden opgeleid om een vrouw te begeleiden door alle facetten van een abortus? Het emotionele eerste consult, de overwegingen, de noodzaak. En dan ook nog de abortuspil zelf voorschrijven n eventuele nazorg bieden? Zou dit niet juist een veel te eenzijdige consultatie met zich meebrengen, waar een second opinion misschien wel het meest gewenst is?

Waar dit alles uiteindelijk op zal uitdraaien is het nog verder verlagen van de drempel voor het plegen van abortus, zodat het ethische verschil tussen de morning after- en de abortuspil geheel wegvalt.
Cellen

Al met al kunnen we stellen dat de rechten van het ongeboren kind steeds geringer worden in de huidige maatschappij. Van het kabinet kan niet worden verwacht dat het het roer omgooit, aangezien het slechts het volk vertegenwoordigt. Een volk dat een klompje cellen veroordeelt tot de dood, zonder te beseffen dat het zelf uit niets anders bestaat dan iets grotere klompjes cellen.

Voor de samenleving is ook dit aankomende wetsvoorstel om abortus vrijwel volledig te domesticeren een nieuwe aanslag op het moreel kompas dat binnen in ons allemaal leeft. De emotie bij aborterende vrouwen getuigt van dat kompas. De gelukstranen van gewenst zwangere vrouwen schreeuwen het uit. Ja, de medische feiten bewijzen eveneens dat het leven begint bij de bevruchting.

Maar niet in Nederland. Hier eindigt iedere twaalf maanden het leven voor 30.000 baby’s –en God weet hoeveel in de komende jaren– bij een abortus, die steeds meer wordt gezien als iets met slechts de impact van een antibioticakuur. Progressie noemt men dat.

De auteur is vrijwilliger bij Deo Volente NL, dat interreligieus debat wil stimuleren.

Reformatorisch Dagblad 11-05-15
Auteur: Johan Creer datum: 18-05-2015 17:59:21
Goed nieuws is ook nieuws

Mirjam Vossen

Kranten en ontwikkelingsorganisaties houden ten onrechte een somber beeld over ontwikkelingslanden in stand. Ze moeten vaker laten zien dat er vooruitgang is, vindt Mirjam Vossen.

Nederland haalde afgelopen weken 18 miljoen euro op voor Nepal. Dat is een mooie prestatie, want we geven toch maar weer ons geld aan mensen die we niet kennen en die we nooit zullen ontmoeten. En die 18 miljoen is maar een klein deel van de honderden miljoenen die Nederlanders jaarlijks overmaken aan hulporganisaties. Het is hulp recht uit het hart. Niemand verplicht ons ertoe en de mensen die het geld ontvangen zullen ons er nooit voor bedanken.

Toch twijfelen we de laatste jaren steeds vaker of we wel in de buidel moeten tasten voor Nepal, Sierra Leone of Somali. Internationale hulp, van noodhulp zoals in Nepal tot meer structurele ontwikkelingssamenwerking, ligt al jarenlang onder vuur. Veel Nederlanders zijn overtuigd dat al die hulp niet veel zoden aan de dijk heeft gezet: na 60 jaar ontwikkelingssamenwerking, zo denken velen, is de ellende in ontwikkelingslanden nog even groot.

Steeds meer mensen twijfelen bovendien of het geld wel goed terechtkomt. Ook nu is het weer wachten op de eerste zure berichten uit Nepal. Want zonder twijfel zal een dorp worden overgeslagen waar hulp hard nodig is, terwijl een ander dorp dubbel van de hulp profiteert. Het kan niet anders of hier en daar lukt het iemand om in de pot met hulpgeld te graaien. Bovendien zal een deel van de hulpgelden pas over jaren worden uitgegeven, want ook in Nepal moeten openbare werken worden aanbesteed en zijn bureaucratische procedures taai en traag. Maar veruit het meeste geld zal goed worden ingezet, door de zwaargetroffen bevolking met open armen worden ontvangen en de opbouw van de verwoeste gebieden stevig aanjagen.
Nieuwe ramp

Over dit laatste zullen we echter weinig horen. Want over een poos zijn hulporganisaties weer bezig met het werven van geld voor hulp bij een volgende aardbeving, hongersnood of voor een campagne tegen kindhuwelijken. Hun advertenties laten maar zelden zien wat ze met hun inspanningen hebben bereikt. Zeker, hulporganisaties presenteren cijfers in hun jaarverslagen en schrijven verslagen in hun nieuwsbrieven en op hun websites. Maar aan het grote publiek gaat dat grotendeels voorbij. Dat hoort via televisiespotjes en advertenties vooral wat er, met onze hulp, nog moet gebeuren.

Ook in kranten zullen we er weinig over lezen. Kranten schrijven liever over het Nepalese dorp dat werd overgeslagen en melden straks verontwaardigd dat een jaar na de ramp nog lang niet alle geld is uitgegeven. Kranten berichten drie keer zo vaak over problemen in ontwikkelingslanden, dan over positieve ontwikkelingen en vooruitgang. Ze schrijven vaker over een volgende droogte of hongersnood dan over de langzame afname van wereldwijde armoede. Berichten over vooruitgang zijn er wel, maar in het dagelijks nieuws over ontwikkelingslanden worden ze ondergesneeuwd door berichten over oorlogen en ellende.

Zo dragen kranten en ontwikkelingsorganisaties, onbedoeld, bij aan een somber beeld over de toestand in ontwikkelingslanden. Natuurlijk, in grote delen van Afrika, Azi en Latijns-Amerika s veel armoede, honger en ellende. Maar tegelijkertijd is dit stereotype beeld steeds minder waar. In heel Afrika groeit de middenklasse. Meer dan de helft van de Afrikanen heeft inmiddels een mobieltje. Bijna 90 procent van de kinderen in ontwikkelingslanden gaat naar de basisschool. In twintig jaar tijd is de kindersterfte bijna gehalveerd. De vooruitgang is enorm, maar via kranten en ontwikkelingsorganisaties horen we dat nauwelijks.

En dat is terug te zien in de percepties van het publiek: uit onderzoeken in Nederland, Denemarken en Engeland blijkt dat we de armoede, schoolverzuim en kindersterfte in ontwikkelingslanden flink overschatten. We hebben geen idee dat het er beter gaat.
Goed nieuws

Dat is zorgelijk. Want die sombere beeldvorming kan bijdragen aan een afnemende betrokkenheid en aan scepsis over ontwikkelingssamenwerking: wanneer we vooral horen dat de ellende maar voortduurt, en dat er nog mr geld nodig is, dan is de conclusie dat al onze inspanningen kennelijk weinig zin hebben gehad.

Daarom is het van belang dat ons eenzijdige sombere beeld wordt bijgetrokken. Kranten en ontwikkelingsorganisaties kunnen dat niet in hun eentje, maar kunnen er wel aan bijdragen. Zo zouden kranten meer aandacht moeten schenken aan goed nieuws uit ontwikkelingslanden. Bijvoorbeeld door vaker te berichten over ”langzame vooruitgang”, op het terrein van onderwijs, voedsel of gezondheidszorg. Ontwikkelingsorganisaties, op hun beurt, zouden duidelijker moeten laten zien wat ze met het geld van donateurs hebben gedaan, hoe ze te werk gaan, en wat er met hun inspanningen is bereikt, bijvoorbeeld in Nepal. Niet alleen op hun eigen websites en in nieuwsbrieven voor hun eigen achterban, maar ook in advertenties en campagnes voor het grote publiek.

De auteur is journalist en onderzoeker. Ze onderzocht recente berichtgeving over armoede in ontwikkelingslanden in krantenartikelen en advertenties van ontwikkelingsorganisaties en schreef daarover het rapport ”Wereldwijde armoede in de media”, uitgegeven bij Kaleidos Research.

Reformatorisch Dagblad 18-05-15
Auteur: Johan Creer datum: 26-05-2015 14:41:58

Bouwen van levende cel op voorhand mislukt

Dr. Peter Borger


Prof. Cees Dekker huldigt een te simplistische opvatting van het leven, stelt 
dr. Peter Borger.

In RD 13-5 stond een uitvoerig interview met hoogleraar nanobiologie Cees Dekker, nadat hij 
1 miljoen euro had gekregen voor zijn onderzoek. Hij zegt daarin dat hij graag een levende cel zou willen bouwen. Dekker volgt daarmee in principe het pad van de negentiende-eeuwse evolutionisten. Zij dachten dat een levende cel een eenvoudig apparaatje is dat vanzelf is ontstaan en dus eenvoudig na te maken is. De realiteit is verre van dat. Leven is gebaseerd op gedetailleerde informatieopslag en informatieverwerkende systemen. Deze zijn normaal gesproken vastgelegd in het DNA.

Om een levende cel te maken, moet Dekker alle informatie die een cel nodig heeft om te leven (gecodeerd door genen), lenen van reeds bestaande, levende organismen. Hij pleegt dus plagiaat. In zekere zin speelt de hoogleraar de voertuigontwerper van de film ”Mad Max”. Die koopt een carrosserie bij een autofabriek, haalt de motor uit een tractor, allerlei onderdelen van de sloop en wielen en banden van andere voertuigen en maakt vervolgens van deze onderdelen een rijdend vehikel, een Mad Max Mobiel. Opgetogen beweert die beste man dat hij een auto heeft gebouwd. Maar dat is onzin. Hij heeft een bewegend voertuig in elkaar gezet met bestaande onderdelen. Zijn onkunde over het fabriceren van deze onderdelen is zo groot dat het hem nooit zou lukken om een echte auto vanaf een blanco vel te ontwerpen en te bouwen.
Lachlust

Dat Dekker met het prijzengeld –dat hem van harte is gegund– een levende cel wil bouwen, wekt bij mij de lachlust op. Ik vind het grappig: geef een lab 1 miljoen en ze bouwen een levende cel. Dekker weet toch ook dat het DNA-RNA-eiwitsysteem in de meest simpele organismen al een uitermate geavanceerd, dynamisch informatieopslag- en -verwerkingssysteem is. De meest simpele organismen zijn daarmee vele malen complexer dan de meest geavanceerde computers die ooit aan het menselijk brein zijn ontsproten.

Wie denkt dat hij een levende cel kan nabouwen, heeft fundamenteel foute ideen over de cel. Die miskent de rol van informatie. Informatie is naast materie en energie een van de drie voorwaarden om leven mogelijk te maken. Informatie is de immaterile component van het leven, waar Dekker en vele van zijn collega’s aan voorbij lijken te gaan.

De ontdekking dat informatie aan leven ten grondslag ligt, is de doodssteek voor elke materialistische voorstelling van leven. Om de evolutie van bacterie naar mens –waarin Dekker gelooft– mogelijk te maken, is werkelijk nieuwe informatie nodig, dus niet slechts mutaties in reeds bestaande genen. De evolutie die we hebben bestudeerd in laboratoria is echter van een totaal andere orde; daarbij verdwijnt informatie juist. Er kunnen wel nieuwe soorten ontstaan, maar dat is gevolg van veranderingen in de bestaande informatie. Nieuwe informatie is daarvoor niet nodig. Evolutie waarbij microben in mensen zouden veranderen, is echter een hypothetisch proces van een heel andere categorie, omdat daarvoor wel nieuwe genetische informatie nodig is.

Ik heb in 2009 een boek (”Terug naar de oorsprong”) geschreven waarin ik uitleg wat er met evolutie wordt bedoeld, wat er wordt waargenomen en hoe evolutie verloopt. Het is als het schudden van een pak speelkaarten. De bijna oneindige combinaties van kaarten bepalen de eigenschappen van een organisme. Die ‘kaarten’ zelf –onder meer de genen in het DNA– vormen de informatie waaraan Dekker en andere wetenschappers voorbijgaan. Nieuwe combinaties van deze informatie ontstaan door een genetisch mechanisme, en dit nemen we waar als het ontstaan van nieuwe variatie en nieuwe soorten.

Als er evolutie wordt waargenomen, is dat dus niets anders dan een voorgeprogrammeerd proces dat door de informatie-inhoud van het DNA wordt bepaald en tevens ingeperkt. We weten zo langzaamaan hoe het werkt en er is geen toename van informatie voor nodig. Onbegrijpelijk dat Dekker en andere wetenschappers dit blijven negeren.
Junk-DNA

Waarom hij God en de oerknal betrekt in zijn betoog is mij eveneens een raadsel. Hij volgt blijkbaar gewoon de mainstreamopinie; de weg van de minste weerstand. Maar een kosmologische theorie die beweert dat 96 procent van het universum niet waarneembaar is, is geen theorie. Een theorie die zegt dat 95 procent van het DNA geen functie heeft (zogeheten ”junk-DNA”), is ook geen theorie. Onlangs werd het concept ”junk-DNA” voor onhoudbaar verklaard, mede dankzij het zogeheten Encode-project. En nu doen we in dit onbegrepen deel van onze erfelijke informatie de ene ontdekking na de andere.

Vanuit het mainstream-paradigma –dat leven gewoon ontstond en dus simpel moet zijn– wordt de complexiteit van het leven ernstig onderschat. Het is wellicht hierdoor dat Dekker zijn kennis over de biologie in zo’n mate overschat dat hij gelooft in staat te zijn een kunstmatige, zichzelf delende cel te bouwen.

Delende cellen zijn echter niet te vergelijken met zeepbellen, zoals Dekker het voorstelt. Het zijn eiwitmembraancomplexen, die bijeengehouden worden door ”eiwitkabels” die op commando kunnen insnoeren. Als hij ervan uitgaat dat hij met zeepbellen te maken heeft, is zijn onderzoek bij voorbaat gedoemd te mislukken. Het systeem dat hij voor ogen heeft, en waarbinnen geen continue aanmaak is van werktuigen om de celdeling te laten verlopen, loopt binnen enkele uren vast door beschadigingen – dat weten we van zogeheten ”cell free systems” binnen de biologie.
Postdocs

Wat hij zich niet realiseert, is de continue informatiestroom vanuit het DNA die ervoor zorgt dat delingsprocessen plaatshebben en worden gereguleerd. Vanuit zijn huidige denkkader –dat volledig aan deze informatiestroom voorbijgaat– zal hij dan ook niet bereiken wat hij van plan is.

Met 1 miljoen euro begint Dekker niks: daarvoor zet hij slechts n of twee postdocs vijf jaar lang aan het werk. Mislukking verzekerd.

De auteur is moleculair bioloog.

Reformatorisch Dagblad 22-05-15
Auteur: Johan Creer datum: 2-06-2015 17:27:58

SGP-senator Holdijk krijgt koetsje, ovatie en zoen van voorzitter -


Scheidend SGP-senator Holdijk, nestor van de Eerste Kamer, kreeg dinsdagmiddag van Kamervoorzitter Broekers-Knol niet alleen een koninklijke onderscheiding en twee zoenen, maar ook het zogeheten zilveren koetsje.

Het zilveren koetsje (een mini-replica van de bekende gouden koets) is bestemd voor iedereen, politicus, ambtenaar of journalist, die 25 jaar of langer aan het Binnenhof werkzaam is. Holdijk was dinsdag, zo memoreerde Broekers, „op de kop af 25 jaar senator”.


Holdijk was een markant Eerste Kamerlid, zei Broekers, die ondermeer verwees naar de enige motie die de SGP’er ooit indiende (namelijk over het niet mogen dwingen van ondernemers om op zondag hun winkel te openen) en naar de ernstige ziekte die hij een jaar geleden kreeg, maar waarvan hij „door een Godswonder” herstelde.


Bij het in ontvangst nemen van het koetsje kreeg Holdijk van zijn collega’s een staande ovatie. Ook kreeg de “boer uit Uddel”, net als een aantal andere senatoren, dinsdag een koninklijke onderscheiding uitgereikt.

Namens de scheidende senatoren sprak Holdijk de Kamer toe. Hij sloot af met de woorden: „In het dagelijks leven roepen wij elkaar weleens zonder veel nadenken, de groet ‘aju’ of ‘ajuus’ toe. Het is een populaire, verbasterde vorm van het Franse ‘adieu’, een afscheidsgroet, een vorm van vaarwel zeggen, die letterlijk betekent: ga met God. Misschien mag ik ons allen deze woorden ook meegeven als toekomstwens: Moge God u vergezellen op uw verdere levensweg!”

Reformatorisch Dagblad 02-06-15
Auteur: Freek Creer datum: 19-06-2015 18:04:23
Zet marine in voor redden bootvluchtelingen
Riekelt Pasterkamp


Het is betreurenswaardig dat de Nederlandse marine niet helpt bij het redden van duizenden bootvluchtelingen in de Middellandse Zee, stelt Riekelt Pasterkamp.

Verschillende marineschepen kwamen afgelopen zondag in actie om honderden bootvluchtelingen op de Middellandse Zee te redden (RD 8-6). HMS Bulwark vervulde een sleutelrol in de operatie. De bemanning van het Britse marineschip redde meer dan duizend wanhopige migranten die de gevaarlijke reis van Libi naar Itali maakten. Het is de grootste reddingsoperatie van de Royal Navy in de Middellandse Zeecrisis tot nu toe.

Onder de geredde Syrirs, Afrikanen en Pakistanen bevonden zich kinderen en zwangere vrouwen. Bij een vrouw die uit een rubberboot op 40 kilometer uit de kust van Libi werd gehaald, waren de vliezen al gebroken. De Britse minister van Defensie Michael Fallon, bij geval aan boord van de Bulwark, riep zijn Europese collega’s ertoe op meer schepen naar de Middellandse Zee te sturen. Want volgens de Verenigde Naties staan er nog zeker een half miljoen mensen in Noord-Afrika te wachten tot ze ook naar de overkant kunnen.

De Britten redden al meer dan 2700 mensen uit zee. Bij een actie eind mei haalde personeel van het vlaggenschip van de Royal Navy 370 mensen van het water, onder wie 50 kinderen. De Britten stuurden een foto de wereld in die vele kranten haalde.

Vrijwel tegelijkertijd met deze foto verscheen er op sociale media een beeld vanaf Zr. Ms. Karel Doorman, het grootste schip van de Koninklijke Marine. Generaal Rob Verkerk, commandant zeestrijdkrachten, zette de foto op Twitter met als commentaar: „Waarvoor zo’n schip zich al niet leent.” Te zien is een deel van de ruim 600 gasten aan boord van de Doorman die luisteren naar de ingevlogen Luchtmachtkapel. Het schip was in Montreal, de tweede stad van Canada, ter ondersteuning van het koninklijke bezoek en een handelsmissie. „Krijger, koopman, diplomaat, toch?” aldus Verkerk.

De beeldvorming was compleet. Twee foto’s, twee marines, maar een wereld van verschil. Terwijl de Britten in het zuiden van Europa mensenlevens redden, feesten de Nederlanders aan de andere kant van de oceaan. Hoe duidt generaal Verkerk dat? „Het is geen feestje, maar respectvol eerbetoon aan Canadese WO2-veteranen en ondersteuning van een Nederlandse handelsmissie”, liet hij via Twitter weten. Goed overigens dat een generaal direct via de sociale media reageert op vragen. Maar dit terzijde.

De gloednieuwe Karel Doorman zou ht aangewezen schip zijn om mee te doen aan de vluchtelingenmissie van de Europese Unie. Het gigantische schip kan helikopters meenemen, heeft een grote ziekenboeg en ruimte genoeg om honderden vluchtelingen tijdelijk op te vangen. Maar volgens Verkerk is de Doorman niet beschikbaar wegens „afronding van het beproevingsprogramma.”

Het schip verliet op 8 mei Den Helder voor een reis van negen weken. Via de Atlantische Oceaan zette het koers naar Canada. Daar ondersteunde het de handelsmissie in de schaduw van het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Mxima aan Canada. ”Showing the flag”, laten zien wat Nederland kan. Het is een belangrijke taak van de marine, die ze graag verricht. Het gigantische achterdek wordt ingericht als ontmoetingsplaats en mannen en vrouwen met witte handschoentjes serveren hapjes en drankjes. Zo’n oorlogsbodem is een prima plek om zaken te doen. De Doorman ging na Canada door naar de Verenigde Staten en Curaao.

Volgens de hoogste baas van de marine noopt „de operationele vraag tot spreiding in EU-verband. We kunnen niet aan alles meedoen. Vergt (politieke) keuzes.” Minister Hennis-Plasschaert van Defensie vindt dat Nederlandse inzet in de Middellandse Zee ten koste zou gaan van andere missies. „Het is niet zo dat ik een voorraad schepen heb die ik even naar willekeur kan inzetten.”

Intussen acteert de Royal Navy. Dat wringt. Het moet voor de BV Nederland als een zeevarende natie toch niet zo moeilijk zijn om een marineschip in de Middellandse Zee in te zetten? Ok, aan de operatie doet een Nederlands vliegtuig van de kustwacht mee. Maar dat redt direct geen mensen.

Van de 28 schepen die de Koninklijke Marine in huis heeft zijn er 13 beschikbaar voor dit werk. Maar die schepen hebben verplichtingen. Drie om precies te zijn: de antipiraterijmissie Atalanta van de Europese Unie voor de kust van Somali, het stationsschip in het Carabische gebied en de permanente NAVO-eskaders.

De planning voor die verplichtingen ligt al jaren vast, want schepen en bemanningen moeten worden klaargestoomd (opwerken, heet dat bij de marine) tot het juiste niveau voordat ze gereed zijn om ingezet te worden. Het onverwacht inzetten van schepen in bijvoorbeeld de Middellandse Zee heeft dus meteen gevolgen. Maar daar heeft de Britse marine toch ook mee te maken? Het programma van de HMS Bulwark werd omgegooid, het schip gevuld met helikopters en mariniers en het was klaar voor actie.

Kleine marinelanden zoals Belgi –slechts drie grote marineschepen en ter plekke met de stokoude Godetia– en Ierland –alleen maar patrouilleschepen– doen mee met de grote jongens Groot-Brittanni, Frankrijk, Duitsland en Itali bij de humanitaire missie in de Middellandse Zee. Nederland laat het afweten. Het zou de eer –en het geweten– van Nederland, Defensie en de Koninklijke Marine te na moeten zijn. Koopman, krijger, diplomaat n redder van mensenlevens.

De auteur is freelance journalist met Defensie als specialiteit.

Reformatorisch Dagblad 10-06-15
Auteur: Reporter Creer datum: 4-08-2015 17:05:00 Laatst gewijzigd: 4-08-2015 17:09:19
Somalir heeft nauwelijks kans op een baan

Rob Siebelink

DEN HAAG. Niet-westerse allochtonen komen relatief vaak in de bijstand terecht. Vooral Somalirs hebben moeite om een baan te vinden, blijkt uit cijfers van het
DEN HAAG. Niet-westerse allochtonen komen relatief vaak in de bijstand terecht. Vooral Somalirs hebben moeite om een baan te vinden, blijkt uit cijfers van het CBS.

Niet-westerse allochtonen maken 12 procent uit van de Nederlandse bevolking, maar vormen 45 procent van alle bijstandsontvangers. Vooral Somalirs vallen op de arbeidsmarkt buiten de boot.

Bijna zeven van de tien volwassen Somalirs die hun land zijn ontvlucht en nu in Nederland wonen, zitten in de bijstand. Dat geldt ook voor ruim de helft van de Syrirs, Eritreers en Irakezen, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week.

De eerste Somalirs kwamen in de jaren negentig van de vorige eeuw, door de burgeroorlog in het land, naar Nederland. In 2007 volgde een tweede immigratiegolf. In Nederland wonen officieel zo’n 35.000 Somalirs, al is het werkelijke aantal volgens critici aanzienlijk hoger. Bijna 25.000 van hen slagen er maar niet in om aan een baan te komen, ook niet als ze al jaren hier verblijven.

De organisatie Open Society Foundations meldde vorig jaar al in het rapport ”Somalirs in Amsterdam” dat deze groep „door specifieke barrires” buiten de boot dreigt te vallen en een meer doelgroepgerichte benadering nodig heeft om in te burgeren. Ook VluchtelingenWerk Nederland kijkt niet verbaasd op van de cijfers. „Wij hebben er al eerder op gewezen. Er moet echt iets met deze groep mensen gebeuren”, zegt Martijn van der Linden van VluchtelingenWerk.

VluchtelingenWerk Nederland maakt zich over de integratie van Syrirs (ruim de helft van hen heeft bijstand) niet zo druk. Van der Linden: „Die zijn nog niet zo lang in Nederland, zijn relatief hoog opgeleid en de meesten spreken redelijk tot goed Engels. Zij kunnen hier wel aarden. Ik sprak laatst met enkele Syrirs. Ze weigerden Engels met me te praten, want op die manier konden ze geen Nederlands leren. Dat was veelzeggend.”
Kloof

Ook de Somalirs komen uit een door een burgeroorlog verscheurd land, maar daar houdt de vergelijking wel op. „Veel Somalirs zijn analfabeet en er is een grote kloof tussen wat ze weten en wat ze geacht worden te weten”, rapporteerde Open Society Foundations. VluchtelingenWerk herkent dat beeld. Van der Linden: „Veel mensen zijn, mede door de burgeroorlog in het land, nooit of jarenlang niet naar school geweest. Ze hebben sowieso dus al een achterstand.”

Ook zijn ze, veel meer dan andere niet-westerse allochtonen, onbekend met de Nederlandse overheidsdiensten, instellingen en bureaucratie, simpelweg omdat zo’n infrastructuur in Somali niet of nauwelijks bestaat.

„Nederland is voor hen een doolhof”, zegt Van der Linden. „Ze worden wel ingeschreven bij een huisarts of tandarts. Maar als die een brief stuurt, weten ze niet wat ze moeten doen.”

Tot voor een paar jaar geleden werd er bij inburgering specifiek gekeken naar het land van herkomst; het idee was dat een Iranir een andere achtergrond, een andere cultuur en een ander gemiddeld opleidingsniveau heeft dan iemand uit Eritrea, en dus ook een andere benadering nodig heeft. De nieuwe integratiewet heeft het doelgroepenbeleid verlaten en legt veel meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de migrant.

Vooral de Somalirs blijken daar veel moeite mee te hebben, concluderen VluchtelingenWerk en Open Society Foundations. Van der Linden: „De ene groep vluchtelingen heeft baat bij de nieuwe integratiewet, de andere niet. Zoals de Somalirs, want die staan vanaf het begin eigenlijk al met 3–0achter. Ze hebben ook het gevoel dat ze buitengesloten zijn.”
Achtergrond

De Nederlandse overheid zou hen veel gerichter moeten benaderen, rekening houdend met hun gecompliceerde achtergrond, vindt VluchtelingenWerk.

Zo’n benadering werpt haar vruchten af, stelt Van der Linden met een verwijzing naar het project Startbaan, dat VluchtelingenWerk samen met de Stichting voor Vluchteling-Studenten (UAF) in juli 2013 heeft opgezet en dat nog tot het einde van dit jaar loopt.

Iedereen met een asielvergunning kan zich bij Startbaan aanmelden. Na circa 1300 intakes zijn inmiddels een kleine 600 vluchtelingen aan een baan geholpen en dat is een mooie score, stelt Van der Linden. „Het is de persoonlijke begeleiding: wie ben je, wat kun je, wat heb je nodig? Maatwerk dus.”

Ref.Dagblad 04-08-15




Auteur: Reporter Creer datum: 7-08-2015 12:53:56
Druk zijn is stille dwang in prestatiemaatschappij

„Ontwikkeling van een bewuste ontspannen leefstijl noodzakelijk, waarin je ‘speeltijd’ inbouwt, momenten van niet-doen.” 

We lijken te leven in een tijdperk van vrijheid, maar onze prestatiemaatschappij dwingt om druk te zijn, stelt Robert van Putten. Juist het christelijk geloof reikt noties aan om de rust weer te vinden.

Margriet van der Kooij en Femke Hagoort-Vermeer hebben behartigenswaardige opmerkingen gemaakt over drukte. Het thema verdient veel meer aandacht. De betekenis van ”druk zijn” is veel fundamenteler dan zij tot uitdrukking brengen en een alternatief is moeilijk bereikbaar.

Onze huidige cultuur is treffend te typeren als ”prestatiemaatschappij”. Je bent wat je presteert. Niet alleen inkomen, maar ook identiteit ‘verdien’ je door de mate van succes. Voor het bereiken van dat succes wordt druk zijn als randvoorwaarde ervaren. Veel twintigers en dertigers –en ongetwijfeld beperkt het zich daartoe niet– ervaren hierdoor een enorme prestatiedruk, het gevoel te mten meedoen om een geslaagd leven te leiden.

Hieraan liggen verschillende maatschappelijke krachten ten grondslag. In de eerste plaats het neoliberalisme, dat de mens voorstelt als een concurrerend prestatie-individu. Het neoliberalisme definieert het goede leven in termen van materile welvaart, carrire en succes en voert ons zo mee in een ”ratrace” om het geslaagde leven.

In de tweede plaats het ideaal en de norm van zelfontplooiing. Deze morele eis vergroot de focus op bezig zijn. We zijn verplicht wat van het leven te maken; en het meest geschikte voertuig daarvoor lijkt een betaalde baan te zijn. Daarbij komt dat de kansen op ontplooiing ongekend groot zijn in ons deel van de wereld. Als je het niet maakt, is het je eigen fout.

In de derde plaats is onder dit neoliberalisme de arbeidsmarkt geglobaliseerd en geflexibiliseerd. Werknemers moeten voortdurend competitief blijven om maar weer in aanmerking te komen voor het volgende tijdelijke contract, met steeds het dreigende spook van overbodigheid boven het hoofd.
Levenskunst

Terwijl in de oudheid en de middeleeuwen rust als hoogste waarde gold, is in de moderne tijd het actieve leven de hoogste plaats gaan innemen. Wat vroeger als hoogste goed werd aangeslagen, is nu de grootste angst. In de moderne tijd heeft een radicale omkering van waarden plaatsgevonden. Met potentieel fatale gevolgen. Mens zijn wordt gereduceerd tot productiviteit en de inhoud van het LinkedInprofiel. De gevolgen zijn scherp zichtbaar: veel stress, identiteitsonzekerheid en hoge burn-outcijfers; onder twintigers al n op de zeven. Een vermoeide samenleving dreigt.

Ironisch genoeg gaat dit alles zonder externe drang: er is geen autoriteit die ertoe verplicht druk te zijn, we doen het onszelf collectief aan; we ervaren de druk, zonder dat iemand daarvoor aanwijsbaar verantwoordelijk is. We schijnen te leven in een tijdperk van vrijheid, maar druk zijn is de stille dwang.

Jezelf ontworstelen aan deze prestatiemaatschappij is voorwaar een zaak van levenskunst. Wanneer maatschappelijke instituties zijn ingericht op een cultuur van werk en prestaties en ook de laatste institutie van rust (de zondagsrust) wordt ontmanteld, is er weinig meer dat ondersteunt in het nemen van rust, het stellen van andere prioriteiten en het realiseren van andere waarden dan succes. In plaats daarvan is ontwikkeling van een bewust ontspannen leefstijl noodzakelijk, waarin je ‘speeltijd’ inbouwt, momenten van niet-doen. Een leefstijl die in staat stelt om de tirannie van de drukte en het presteren niet alleen op afstand te houden, maar ook van een waardevoller alternatief te voorzien.
Opstandingsdag

Bij uitstek de christelijke theologie en de christelijke gemeente dragen een potentieel om hierin tot hulp te zijn. De christelijke belijdenis schept expliciet ruimte voor rust en ontspanning. Centraal in de christelijke belijdenis staat dat wie ”in Christus” zijn, vrije mensen zijn. Wanneer we onze identiteit in Christus vinden, betekent dit dat we niet wanhopig identiteit en betekenis hoeven te zoeken in prestaties. Zo kan de christelijke belijdenis de prestatiedruk en -drang verlichten.

Het christelijke leven schept ook ruimte voor rust. Het meest symbolisch wordt de ruimte voor rust gevonden in het feit dat de opstandingsdag van Christus op de eerste dag van de week plaatsvond. Daarmee begint de week met vrede. De christelijke gemeente begint daarom met het vieren van die vrede door te beginnen met rust. Daarmee is de zondag niet primair een fysiek oplaadmoment, maar een gelegenheid om intrinsiek rust en vrijheid te vieren, in dienst aan God.

Sinds een aantal jaren is de term ”oefenplaats” in zwang om de aard van de kerk te duiden: de kerk als plek van christelijke karaktervorming. In deze lijn zou de christelijke gemeente als ”oefenplaats in de rust” kunnen dienen.

Dit gaat echter niet vanzelf en vraagt van christelijke gemeenten ook enige zelfreflectie. De kerk lijkt soms eerder bij te dragen aan de prestatiedruk dan aan de rust. Het dagelijks werk als goddelijk beroep, aansporingen om verantwoordelijkheden te nemen, de tijd zinvol te benutten en te woekeren met de talenten lijken soms meer het standaardrepertoire te vormen. Hoewel zonder twijfel belangrijke noties, dragen ze in een prestatiemaatschappij vooral bij aan toenemende prestatiedruk.

De auteur is filosoof en bestuurskundige.
Auteur: Carla Creer datum: 14-08-2015 18:07:46
Luister naar de roep van vluchtelingen

| Rien Bregman


Het aantal vluchtelingen neemt sterk toe. Rien Bregman roept christenen op om de oren open te houden voor de roep van vluchtelingen in nood.

Deze zomer komt de schrijnende situatie van vluchtelingen weer veelvuldig voorbij. Duizenden Syrirs ontvluchten hun door burgeroorlog verwoeste land en proberen via bootjes de Middellandse Zee over te steken.

Bij de Griekse vakantieoorden Kos en Lesbos gaan vluchtelingen tussen de toeristen aan wal op zoek naar een veilige toekomst. We horen verhalen van Eritreers die vanuit Itali naar Duitsland reizen, omdat ze daar een betere situatie verwachten dan in Zuid-Europa. We zien beelden van vluchtelingen in Calais die verwoede pogingen doen om via vrachtwagens of de Kanaaltunnel naar Engeland te komen.

Vorig jaar kwamen er bijna 24.000 vluchtelingen naar ons land (10.000 meer dan in 2013). Op dit moment zijn het er 1200 per week. Het merendeel is afkomstig uit het door oorlog verscheurde Syri. Een andere grote groep vlucht uit Eritrea, een land waar weinig politieke vrijheid is en dat hoog op de ranglijst christenvervolging van Open Doors staat. De meeste vluchtelingen verlaten hun land omdat het in puin ligt of omdat ze er geen goede toekomst denken te hebben. Vaak vluchten ze naar een buurland. Tachtig procent van de vluchtelingen blijft in de eigen regio. Een relatief klein deel vlucht door naar Europa.
Wegkijken

Als we de problematiek van de vluchtelingen tot ons door laten dringen, is ze bijna te groot en niet te bevatten. Wie weet de oplossing hiervoor? Welke kant moet het op in Europa?

In de vakantie willen we veelal even afstand nemen van de dagelijkse hectiek. Genieten van uitzicht op een mooie berg, ontspannen aan het strand, of lekker winkelen. Juist dan is er de neiging om het leed van vluchtelingen te negeren. Of zoals een toerist op Lesbos tegen de vluchtelingen riep: „Jullie moeten weg uit deze winkelstraat, dit is voor toeristen!”

Misschien raken verhalen en beelden van vluchtelingen ons wel, maar wat kunnen wij er verder aan doen? Je ziet veel Nederlanders, ook christenen, wegkijken of angstig reageren: laten ze de problemen in hun eigen land oplossen. Veel vluchtelingen zijn moslims; misschien verandert Nederland ooit nog van een christelijk in een islamitisch land; dat willen we toch niet? En een nieuw asielzoekerscentrum? Liever niet bij ons in de buurt.
Oproep

Het is gemakkelijk om een serie argumenten te noemen waarom vluchtelingen beter niet naar Europa kunnen komen. Zo’n mening kan ons echter in de weg staan om de vluchteling gastvrij welkom te heten. Wij delen onze mening op verjaardagsfeestjes en sociale media. Maar de vluchteling zit nog steeds in het asielzoekerscentrum en voelt zich ontheemd en ongezien.

Namens de vluchteling doe ik daarom de volgende oproepen.

- Kijk niet weg

De verleiding is groot om te gaan voor eigen geluk en welvaart en het leed van anderen buiten te sluiten. Durf te zien dat vluchtelingen vaak wanhopig op zoek zijn naar bescherming. Mededogen is de route die God ons laat zien in de Bijbel. De Heere Jezus had gemakkelijk weg kunnen kijken toen de blinde Bartimes Hem riep. Maar Hij draaide zich vol barmhartigheid om. Laten wij onze oren openhouden voor de roep van de vluchteling in nood.

- Bid

Als de situatie van de vluchteling ons raakt, kan het bijna niet anders dan dat we de nood ook bij God brengen. Onze last wordt licht als we deze aan God overlaten. Bid daarom voor de vluchtelingen; dat ze gastvrijheid en bewogenheid tegenkomen op hun vluchtroute. Maar nog meer dat ze God als schuilplaats (leren) kennen. Bid voor de christenen die contact met hen hebben. En bid voor politici en beleidsmakers die beslissingen moeten nemen in complexe situaties. Bid voor onszelf dat we met de bewogenheid van Christus naar de vluchteling kijken.

- Heb de vluchteling lief

U hoeft geen Arabisch te spreken, of een expert te zijn in andere culturen om vluchtelingen lief te hebben. Het begint gewoon in de winkelstraat of bij de ALDI. Als u een vluchteling ziet, kijk niet weg, maar groet vriendelijk. Het woord ”welkom” betekent heel veel voor hen. U krijgt er vast een (misschien nog verlegen) glimlach voor terug. Kom in contact met vluchtelingen in uw wijk of in een asielzoekerscentrum (azc). Bij een azc zijn veelal andere christenen actief bij wie u aan kunt haken. Een groot deel van de mensen in een azc stelt contact met Nederlanders erg op prijs. Gewoon de asielzoeker opzoeken in zijn kamer, samen theedrinken, luisteren en investeren. Ook de asielzoeker die een verblijfsstatus heeft en een plekje in de wijk krijgt, waardeert veelal het contact met Nederlanders. Zoek vooral iets wat bij u past. Of u nu taalles wilt geven, een asielzoeker wilt leren fietsen, of vrouwen wilt laten zien hoe God hen liefheeft, het kan allemaal.

Mohammed, een asielzoeker uit Syri, vertelde hoe goed het contact met een Nederlandse christen hem deed: „Toen hij bij mij op bezoek kwam en ik zijn hand op mijn arm voelde, merkte ik dat ik weer een mens was. Na alle ellende in Syri en tijdens de vlucht was ik vanbinnen overleden. Door het persoonlijk contact en het bevrijdende Evangelie van Jezus Christus heb ik weer een toekomst en mag ik weer leven.”

Geweldig als christenen zich door God laten gebruiken en een zegen zijn voor vluchtelingen.

De auteur is hoofd pr, fondsenwerving en kantoor bij stichting Gave in Harderwijk.

www.gave.nl

Reformatorisch Dagblad 14-08-15
Auteur: Reporter Creer datum: 28-08-2015 14:31:11
Ontmasker de leugens van verseksualiseerde samenleving

Erik-Jan Verbruggen


De samenleving creert een leugenachtig beeld van seksualiteit. Het is belangrijk om daar tegenwicht aan te bieden, stelt Erik-Jan Verbruggen.

We leven in een samenleving die doordrenkt is van seksualiteit. Op tal van manieren worden we, gewild of ongewild, geconfronteerd met seks. Verregaander nog is dat de seksualisering van de samenleving ons denken benvloedt. Ons denken over huwelijk, relatievorming en seksualiteit staat op de helling.

In 2008 verscheen er een interessant boek over de pornoficatie van de samenleving, van de hand van Myrthe Hilkens. Ze gaf haar boek een veelzeggende titel mee: ”McSex”. Deze titel verwoordt treffend de manier waarop er in Nederland over seksualiteit wordt gesproken. Seks is een consumptieartikel geworden, een snack. Het heet liefde, maar het is pure lust.

Ik ben er niet op uit om een klaagzang te zingen over deze grote boze wereld. Maar het is wel goed dat we onder ogen zien dat dit de wereld is waarin wij leven en waarin onze kinderen groot worden. Niets doen betekent dat dit de sfeer is die ze indrinken. Daarom is het zo belangrijk om daar tegenwicht aan te bieden.
Leugens

Ik ben ervan overtuigd dat wij en onze kinderen en jongeren overspoeld worden met leugens. Laten we eens een aantal van die leugens bespreken.

1. Seks is altijd leuk, het lukt altijd! De werkelijkheid is anders. De meeste stellen hebben ‘beginnersproblemen’. Vooral vrouwen kijken lang niet altijd positief terug op hun ‘eerste keer’. Seksualiteit vraagt om geduld, om afstemming. Seksualiteit is meer dan erotiek. Er is ook liefde voor nodig, chte liefde.

2. Vrouwen zijn slank, volmaakt en uitdagend. In (bijvoorbeeld) de reclame worden we geconfronteerd met het beeld van de perfecte vrouw met een volmaakt lichaam. Maar niemand vertelt dat er veel wordt gefotoshopt met reclames. Het volmaakte beeld van de perfecte vrouw is niet de werkelijkheid.

3. Man en vrouw vinden seks even lekker. Inderdaad, voor beiden kan seksualiteit een bron van vreugde zijn. Maar man en vrouw verschillen wel heel erg. Mannen zijn veel meer gericht op het lichamelijke aspect van seksualiteit. Mannen kunnen ook veel gemakkelijker tot een seksueel hoogtepunt komen. Voor vrouwen is het ervaren van genegenheid veel belangrijker. Man en vrouw verschillen, zo heeft de Heere hen gemaakt.

4. Seks gaat snel, hartstochtelijk en heftig. In een vlaag van intense hartstocht is het allemaal gebeurd. Dat beeld komt naar voren in videoclips en films. In werkelijkheid is er tijd nodig voor goede seksualiteit. Zoals je van een goede maaltijd pas echt geniet als je er de tijd voor neemt, zo is het ook met seksualiteit. Goede seksualiteit is niet snel en heftig, maar teder en liefdevol.

5. Genot staat voorop, maar over zaken zoals zelfbeheersing hoor je niemand. Echt genieten kan echter pas als er zelfbeheersing is. Seksuele verlangens kunnen niet op elk gewenst moment bevredigd worden. Man en vrouw hebben niet altijd evenveel verlangen naar seks. Dat vraagt om afstemming. Verschillen moeten worden overbrugd. Dit is n van de dingen die pornografie zo verleidelijk maakt. Een naakte vrouw op een pornosite zegt nooit nee. Ze is onbeperkt beschikbaar. Maar dat is niet de werkelijkheid!

6. Monogamie is uitzonderlijk. Waar hoor je nu over het samen oud worden en elkaar levenslang trouw blijven? De Heere heeft in Zijn wijsheid n man en n vrouw bijeengebracht. Om elkaar trouw te zijn, om samen een hechte band op te bouwen. Ook op seksueel gebied. Je krijgt soms de indruk dat echtgenoten na een aantal jaren op elkaar uitgekeken raken. Dan lijkt de boodschap van de wereld om af te wisselen aantrekkelijk. In werkelijkheid is het echter mogelijk om, juist als je langer getrouwd bent, een intense liefdesrelatie met elkaar te hebben. Ook op seksueel gebied.

7. Seksuele vrijheid is echte vrijheid. Als je ontdekt wat bij jou past, als je geen dingen doet tegen je eigen zin, ga je een gelukkige seksuele carrire tegemoet. De werkelijkheid is echter dat een vrije seksuele moraal heel veel onvrijheid met zich meebrengt. Porno lijkt een ultieme vorm van vrijheid. Maar het is slavernij. Bovendien wordt je beeld van seksualiteit er zo door misvormd dat de drempel naar grensoverschrijdende seksualiteit veel lager wordt.

8. Homoseksualiteit is ok, zo luidt de boodschap die breed wordt uitgedragen. Homoseksualiteit of heteroseksualiteit: het maakt allemaal niet zo veel uit. Jij bent wie je bent en jij doet wat bij je past. Het Bijbelse denken en spreken over homoseksualiteit is in onze samenleving echt abnormaal geworden.

Met deze leugens worden wij n onze kinderen overspoeld!
Suggesties

Wat moeten wij doen om de gemeente en vooral de jongeren van de gemeente toe te rusten om rein te leven in een onreine wereld? Ik worstel met die vragen. Ik heb vanmiddag geen pasklaar antwoord. Er zijn namelijk geen gemakkelijke antwoorden te geven. Tegelijk zou ik ook niet willen dat we vanavond naar huis gaan en tegen elkaar zeggen: „’t Is toch allemaal wat.” En we gaan weer over tot de orde van de dag. Ik wil daarom een aantal suggesties doen.

1. In de eerste plaats: de seksualisering van de samenleving zegt ons veel over de geestelijke werkelijkheid waarin wij staan. De duivel wil koste wat het kost voorkomen dat u en ik, onze kinderen, onze gemeenteleden, bestraald worden met het licht van het Evangelie van Christus. Pornografie is een van de vurige pijlen van de vorst der duisternis. Hij richt ze in het bijzonder op de vernietiging van het christelijke huwelijk en het christelijke gezin. Wat een crisis kan het betekenen in het huwelijk als je ontdekt dat je man in de stille uurtjes op zolder porno zit te kijken! Hoeveel huwelijken zijn al niet vernield door hoererij, door seksuele onreinheid en seksverslaving.

Wij bevinden ons in een strijdperk. Laten we oog hebben voor de geestelijke werkelijkheid die schuilgaat achter wat wij zien. Die strijd moet gevoerd worden met geestelijke wapens. Dat is het eerste.

2. De Heilige Schrift bevat heel veel waardevol en concreet onderwijs over het onderwerp seksualiteit. Als de Bijbel daar zo open en eerlijk over spreekt, waarom zouden wij er dan over zwijgen?

De Bijbel spreekt positief over de gave van seksualiteit. Dat begint al bij de schepping. In het paradijs was er al seksualiteit! Ook op andere plaatsen in de Bijbel lezen we over de blijdschap om de seksuele omgang (zie bijvoorbeeld Pred. 9:9 en Spr. 5:18-19). Gods Woord reikt heel veel gelegenheden aan om te spreken over seksualiteit. Als we zien dat onze gezinnen en onze jongeren leven te midden van een onreine wereld, zouden we hen dan daartegenover niet confronteren met het frisse, heldere en heilzame onderwijs van Gods Woord?

3. In de derde plaats: seksuele vorming is nodig. Seksualiteit vraagt om aandacht. De leugens van onze verseksualiseerde samenleving moeten ontmaskerd worden. De leugen van porno moet blootgelegd worden. Jongeren moet de weg gewezen worden, bij het licht van de Bijbel. Laat gezin, school en kerk daarin ”drie handen op n buik” zijn. Kijk ook als kerk niet werkeloos toe!

4. Leer jongeren (en volwassenen) om rein te leven. Praten over seksualiteit is meer dan waarschuwen tegen ontsporingen. Is meer dan vertellen hoe het allemaal niet moet. Maar daar moeten we niet mee stoppen. Naar mijn diepe overtuiging is het de taak van school, kerk en gezin om jongeren heilig jaloers te maken op het dienen van de Heere. Om hen te wijzen op de rijkdom van een leven met Hem. Daar hoort ook bij dat je rein leeft op seksueel gebied. Dat de Heere Koning is op lle terreinen van het leven, ook op het gebied van de seksualiteit.

5. De seksualisering van de samenleving toont de noodzaak van pastorale zorg. Er zijn ook in uw gemeenten mannen die pornoverslaafd zijn. Er zijn mensen die vreemdgaan. Er zijn huwelijken die onder spanning staan omdat een van beiden leeft in seksuele onreinheid. Er zijn ook in uw gemeente mensen die worstelen met homofiele gevoelens. De vraag is: Waar kunnen zij terecht met hun vragen?

U bent geroepen om de kudde Gods te weiden. Bij dat weiden hoort ook dat u leidinggeeft aan zondaars die hopeloos vastzitten in de strikken van zonde en onreinheid. Dat u luistert naar de diepe worsteling van mensen die constateren dat ze homoseksueel gericht zijn.

Mensen die worstelen met geheimen waar ze zich diep voor schamen, stappen niet zomaar op iedereen af. Maar die willen weten dat hun geheim bij u veilig is. Die hebben nodig dat u naast hen gaat staan, dat u over hen bewogen bent. En ja, dan mag u zeker ook de zonde in alle ernst aanwijzen!

6. De seksualisering van de samenleving laat de noodzaak zien van Bijbelse en praktische toerusting op het gebied van huwelijk, opvoeding en gezin. Ik denk bijvoorbeeld aan huwelijkstoerusting of opvoedkringen waar –gewoon binnen de gemeente, of binnen de wijk– ouders elkaar ontmoeten en samen delen waar ze in de opvoeding tegenaan lopen. Juist de christelijke gemeente is een plaats waar al dit onderwijs gestalte kan krijgen.

7. Een gezond gezin. Gertjan van Zessen, een van de deskundigen op het gebied van seksverslaving, heeft eens de opvallende uitspraak gedaan: „Seksverslaving gaat niet over seks.” Mensen die willen breken met seksverslaving gaan vaak heel hard de strijd aan met bepaalde gedragingen. Toch zit daar vaak niet de sleutel tot echte innerlijke verandering. Seksuele zonden zijn namelijk een symptoom van innerlijke leegte. Seksverslaafden moeten leren om zinvolle relaties aan te gaan. Om als echtgenoot en vader hun verantwoordelijkheid te nemen. Om een gevende levenshouding te ontwikkelen. Om anders naar zichzelf te gaan kijken. Om niet weg te vluchten voor moeilijkheden. Om te gaan investeren in hun huwelijk en hun gezin. Enzovoorts. Het gaat er vooral om dat de richting van je leven verandert. Dat alle energie niet meer gaat zitten in seks, maar in andere goede, gezonde dingen.

Ik denk dat deze gedachtegang ook van toepassing is op omgaan met een verseksualiseerde samenleving. Seksualisering van de samenleving is een symptoom van innerlijke leegte. Pornografie is als het drinken van zout zeewater, je krijgt er alleen maar meer dorst van. Ik ben er diep van overtuigd dat we seksualisering niet alleen moeten bestrijden door heel veel over seksualiteit te gaan praten. Maar we moeten ook de leegte die daaronder zit, opvullen. Dan heb ik het over de boodschap van het Evangelie die gehoord moet worden, die binnen en buiten de kerk verkondigd moet worden.

Maar ik heb het ook over heel gewone dingen. Het ”gewone” gezonde gezin, gerichte aandacht voor je kinderen. Rust en stabiliteit in de gezinnen, huwelijken waar liefde woont, vaders die beschikbaar zijn, moeders die aanwezig zijn, tijd om over de dienst van de Heere te praten, aandacht voor het huiswerk, betrokkenheid bij familieaangelegenheden. Door al dit soort ”gewone” dingen ontvangen kinderen een veilige basis die hen sterkt in de strijd tegen seksuele verleidingen.

8. Een gezonde gemeente. We hebben gemeenten nodig die werkelijk een gemeenschap zijn. Waar de onderlinge liefde woont. Waar mensen worden gezien en met respect worden bejegend. Waar mensen worden ingeschakeld en het gevoel hebben: Ik hoor erbij, ik ben nodig! Een gemeente waar het verenigingsleven functioneert. Waar de behoeftigen worden geholpen. Waar het pastoraat functioneert naar Gods bedoeling.

Binnen zo’n gezonde gemeente kan het zeker zo zijn dat seksualiteit een gespreksthema is. Wat is het goed als iemand bij zijn wijkouderling aanklopt om hulp vanwege seksverslaving. Wat is het waardevol dat een jong stel met een jv-voorzitter praat over grenzen in de verkeringstijd. Wat is het mooi om te horen dat jongens op de jeugdvereniging met elkaar praten over rein blijven tegenover vele verleidingen. Maar laat het praten over seksualiteit geen gesoleerd thema worden, maar altijd staan binnen het kader van een gezond functionerende christelijke gemeente, een gemeenschap.

De auteur is regiomanager bij Stichting Vluchtheuvel. Dit artikel is een bewerking van de lezing die hij dinsdagmiddag gaf op de Haamstedeconferentie.

Reformatorisch Dagblad 25-08-15
Auteur: Reporter Creer datum: 8-09-2015 16:16:41
Waarom ik geen vluchteling in huis neem

Terwijl de treinen naar Duitsland af en aan reden, bleven aan de zuidkust van Europa nieuwe vluchtelingen aankomen, zoals dit jongetje uit Syri, met een warmtedeken om zich heen, maandag op het Griekse eiland Lesbos. opinie
Terwijl de treinen naar Duitsland af en aan reden, bleven aan de zuidkust van Europa nieuwe vluchtelingen aankomen, zoals dit jongetje uit Syri, met een warmtedeken om zich heen, maandag op het Griekse eiland Lesbos.

Herman Veenhof


Het dreigt de nieuwe lakmoesproef te worden voor echt christen-zijn: wel of geen vluchteling in huis nemen. Maar zo’n naastenliefdetoets versmalt de discussie en remt andere vormen van hulpbetoon.

Plotseling was het een hype: christenen die bereid zijn een vluchteling, of een meervoud daarvan, in huis te nemen.

Paus Franciscus deelde zondag tijdens het angelusgebed mee dat het ten minste voor alle kerkelijke instellingen plicht is vluchtelingen te herbergen. ‘Elke kerk, elk klooster, elke parochie, elk heilig huis, te beginnen in het Vaticaan.’

Seculiere praatprogramma’s lieten initiatiefnemers aan het woord, zonder het gebruikelijke Pauw- of Twan Huys-dedain voor christenen.

Kamerleden van de ChristenUnie vielen zogenaamd door de mand bij De Telegraaf – er waren bij de geachte parlementsleden nog zolderkamertjes niet bezet door migranten – en werden in ere hersteld door het Nederlands Dagblad (4 september).

Zondag in de kerk en tussendoor in de week stelden christenen elkaar de ‘wat ga jij doen’-vraag.

Het is bijna onontkoombaar geworden; het uitspreken van de bereidheid vluchtelingen op te nemen in je eigen huis is een lakmoesproef aan het worden voor christenen. Zeg je ja, dan is het ok, ook al is er geen informatie over welke mensen, hoeveel, hoelang en vanaf wanneer. Zeg je nee, dan schiet je tekort. Dan ben je iemand die zijn eigen toko heilig verklaart, zijn verdiende welvaart onaantastbaar vindt – al bijna een bondgenoot van Wilders.

verplichting

Zelf zou ik gn vluchteling in huis nemen. Nu niet en nooit. Mijn vrouw misschien wel; we hebben het er domweg niet over gehad. Het wordt dus hoogstens de helft van een zolderkamertje, naast de dozen met dvd’s, cd’s en de kampeerspullen.

Toch ben ik geen aanhanger van Wilders. Die man is sterk overgewaardeerd en de media volgen hem met een belachelijke slaafsheid.

En ja, ook ik was bedroefd toen ik het fotootje van de driejarige peuter zag. Zelfs al klopt het verhaal van zijn vader niet en ook al zou de fotoserie later gemanipuleerd blijken (lijken laten zich zonder tegenspraak verleggen, ik zag het zelf in Rwanda), dan nog zal die droefheid blijven bestaan. Kinderen horen ook in een gebroken wereld niet vroeg dood te gaan.Bovendien, de verplichting voor christenen om mee te helpen aan lotsverbetering van naasten – verstokte rijken, mopperende egosten, weduwen, wezen, vluchtelingen, migranten – staat als een paal boven water.

De minachting waarmee onderscheid wordt gemaakt tussen ‘echte’ en economische vluchtelingen, is onchristelijk. Er is niets mis met economische vluchtmotieven. Onze voorouders gingen als arme sloebers naar Amerika, om hun lot te verbeteren, niet vanwege de mensenrechten.

Maar juist hier begint het te kriebelen. Bij voorgaande migrantenstromen waren er geen georganiseerde mensensmokkelaars en geen verhalen over het paradijs Europa, waar wenkende ambtenaren zonder tegenprestatie achthonderd euro per maand zouden uitdelen aan iedereen die arriveert.

niet tevreden

Mensen die op zoek zijn naar een Luilekkerland (jongemannen die boos in de camera’s schreeuwen dat ze hun recht niet krijgen), zullen hoe dan ook niet tevreden zijn met een christelijk zolderkamertje. Het is zinloos hun dat aan te bieden.

En welke vluchteling krijg je onder de pannen? Momenteel komt alles ongeregistreerd mee naar binnen: meesluipende inwoners uit Balkanlanden, getraumatiseerde slachtoffers van oorlogsgeweld en verkrachters, de daders van zulke praktijken, bemiddelde aanhangers van president Assad – de lakmoesproef lijkt op een blind date.

Laat het legitiem zijn om niemand te herbergen. Laten zij die dat wel willen, het vooral doen. En besteed de tijd die een discussie kost over of dat wel of niet moet van Jezus, aan praktische hulp: geef geld (ook niks mis mee), leg zelf contact met individuele vluchtelingen, doe aan taalles en haal ze in huis, welkom als bezoeker.


Nederlands Dagblad 07-09-15
Auteur: Reporter Creer datum: 19-09-2015 13:55:46


De SGP is niet langer de poldertaliban


Gerard Beverdam en Piet H. de Jong


Onder partijleider Kees van der Staaij heeft zich een fluwelen revolutie voltrokken. De SGP is moderner, activistischer en zelfbewuster.
Gezagsgetrouw, getuigend, staatsrechtelijk zuiver. Die kernwoorden werden altijd op de SGP geplakt. Maar onder Kees van der Staaij heeft zich een fluwelen revolutie voltrokken. De partij is nu moderner, activistischer en zelfbewuster.

En naam duikt telkens op als je vraagt wie de huidige generatie SGP-leidslieden inspireert: die van de Amerikaanse predikant Tim Keller. ‘Opvallend’, zegt historicus James Kennedy, ‘dat SGP’ers bij een niet zo politiek-gengageerde predikant zoveel inspiratie opdoen.’ Hij ziet het lezen van Keller door SGP’ers ook als een bewijs hoe reformatorisch Nederland emancipeert. ‘De partij is veel moderner geworden dan we denken.’ Want Keller – de hoogleraar die zich geroepen voelde een Bijbelgetrouwe gemeente in het hart van New York te stichten – staat niet alleen voor het aangaan van het gesprek met ongelovigen of met ‘de cultuur’. Het is explicieter, zegt Kennedy. ‘Keller gaat in gesprek met wat we in Nederland de grachtengordel noemen.’

Van der Staaij zoekt het conflict met de seculiere buitenwereld op, analyseert de historicus, maar probeert daarbij in dialoog te blijven. ‘Dat vind ik knap.’ Het beschermen van het eigen reformatorische leefmilieu is niet meer het belangrijkste speerpunt. Andere speerpunten als pro life en pro family zijn minstens even belangrijk, en het werkterrein beperkt zich niet tot het parlement. De partijleider haakt aan bij verschuivingen in zijn eigen achterban, ziet Kennedy. Van der Staaijs veelbesproken optreden over huwelijkstrouw bij De Wereld Draait Door in mei dit jaar, is volgens de historicus net zo goed op zijn eigen achterban gericht, als dat het die dialoog met andersdenkenden is. ‘Bas van der Vlies moest altijd doen of hij per ongeluk voor een tv-camera belandde. Maar Kees van der Staaij weet dat veel van zijn kiezers de moderne media volgen, en maakt daar gewoon gebruik van.’ Zo zat de SGP deze week achter een flashmob in de hal van de Tweede Kamer, waarbij jongeren ‘Amazing Grace’ zongen, de titel van zijn bijdrage aan het debat.

getuigen 2.0

Van der Staaijs rechterhand is Diederik van Dijk, die eerder dit jaar Eerste Kamerlid werd. Ze zijn al jaren persoonlijk bevriend. Van Dijk laat zich ontvallen dat hij en Van der Staaij ervan baalden dat de SGP in de nasleep van 9/11 werd neergezet als “de Taliban van het Westen”. ‘Daar hebben Kees en ik het veel over gehad. Het is frustrerend als je zo wordt weggezet, terwijl je een Bijbelse boodschap van liefde wilt uitdragen. Toen hebben we gezegd: dat beeld zullen we zelf moeten corrigeren. Dat mensen nu denken: “met die Kees van der Staaij ben ik het misschien niet altijd eens, maar het is wel een fatsoenlijke kerel”, komt mede voort uit de wissel die we toen hebben omgezet. Het nieuwe spoor betekende dat we met onze positief-christelijke boodschap ook de stap naar grotere podia, binnen en buiten de politiek, wilden zetten.’

Van Dijk spreekt voorzichtig over een ‘Reveiltje’ (zie kader), dat hij ook toeschrijft aan jongeren. ‘Op avonden met SGP-jongeren hoef je echt niet meer aan te komen met dat we toch zoveel zijn kwijtgeraakt in het van oudsher christelijke Nederland. Ze houden niet van een klagerige en tobberige sfeer. “So what?”, zeggen ze dan. “Wij hebben wel het beste verhaal.” Jongeren zijn eraan gewend dat christenen een minderheid zijn, die vanuit machtspolitiek oogpunt niets kunnen maken of breken. Maar ze willen dat hun voormannen het christelijke geluid onbekommerd naar voren brengen. Noem het getuigen 2.0.’

De conservatieve publicist Bart Jan Spruyt zegt dat Kees van der Staaij en Elbert Dijkgraaf ‘onder de vleugels van Bas van der Vlies zijn weggekropen’. ‘De nieuwe generatie SGP-politici, en ik zie dat ook bij studenten, heeft geen heimwee naar het verleden. Ze hanteert een andere politieke stijl en toon.’

Al tijdens de debatten over euthanasie en het homohuwelijk, ruim vijftien jaar geleden, kwam de nog jonge Van der Staaij erachter dat Bijbelse argumenten in het debat wel ingebracht moeten worden, maar dat ze voor de niet- of andersgelovige politici geen of weinig overtuigingskracht hebben, of zelfs misverstand oproepen. ‘Dat is geen reden om er daarom maar het zwijgen toe te doen. Wel een aansporing om die verstaanskloof te beseffen. Het streven moet zijn om een Bijbelse argumentatie ook voor buitenstaanders inzichtelijk en toegankelijk te laten zijn. Niet alleen zeggen dat je meent dat opheffing van het bordeelverbod niet strookt met de Schrift, maar ook waarm niet, en aangeven wat dan wel het positieve kader is’, betoogde Van der Staaij in 2007 tijdens een lezing voor theologiestudenten van de Gereformeerde Bond.

Van der Staaijs Bijbelgebruik in het parlement is ook in zijn rol als partijleider ‘speelser en ludieker, zonder oneerbiedig te worden’, zegt Spruyt. Hij herinnert zich de denkbeeldige Bijbelstudie in de ministerraad tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van 2014. ‘Van der Staaij voerde met in zijn hand de Rembrandtbijbel haast een cabaretstukje op. De boodschap wordt niet meer zo stellig of schoolmeesterachtig uitgevent.’

Ook Spruyt ziet dat de New Yorkse theoloog Keller de moderne SGP-voormannen inspireert, in de manier waarop hij de verbinding weet te leggen tussen het klassiek-gereformeerde geloof en de moderne cultuur. ‘Keller is de man die nadenkt over de christelijke aanwezigheid in de moderne, post-christelijke samenleving. Het draait bij hem om de geestelijke voeding op zondag en de vraag hoe je in de week daarop iets van Christus kunt uitstralen.’

Het valt hem op dat drie theologen die daarover diep hebben nagedacht vandaag de dag populair zijn, ook in reformatorische kring. Het zijn C.S. Lewis, Dietrich Bonhoeffer en de al genoemde Tim Keller. ‘Wat je bij de SGP ziet is een omslag van de oude schrijvers (oudvaders) naar nieuwe gidsen en nieuwe vormen, zonder het oude op te geven.’

Behalve Keller zijn meer Amerikaanse invloeden aanwijsbaar. Van der Staaij en ook senator Van Dijk bezochten de afgelopen jaren diverse congressen in de Verenigde Staten. Pro-Isralbijeenkomsten, maar ook congressen over de waarde van het klassieke gezin in de moderne samenleving. De kennis die de politici daar opdoen, gebruiken ze weer in het Nederlandse debat. Nadat Van der Staaij bij De Wereld Draait Door – hij bereidde zijn tv-optreden grondig voor – gewezen had op ‘de gebruiksaanwijzingen die we van de Schepper hebben gekregen’ als het gaat om huwelijk en trouw, kwam hij met een reeks wetenschappelijke argumenten om te onderbouwen hoezeer ‘vreemdgaan destructief en desastreus is’. Op die manier wil hij vaker, meer met argumenten dan met een vermaning vanuit de Bijbel, het debat over hedendaagse taboes openbreken. Bij de Algemene Beschouwingen lokte Van der Staaij deze week een scherp maar respectvol debat met D66’er Alexander Pechtold uit, over de vraag hoe het komt dat abortus zo ‘afschuwelijk normaal’ is geworden.

Als voorman van de conservatieve Edmund Burkestichting komt Bart Jan Spruyt jaarlijks drie tot vier keer in de Verenigde Staten. ‘Bij de nieuwe SGP herken ik iets van de Amerikaanse christelijk-conservatieve beweging. Ze kiezen duidelijk hun doelen: pro life, pro Isral, pro family, voor huwelijkstrouw. Ook bij de SGP is er het besef dat je duidelijke speerpunten moet hebben en dat je je als politieke partij niet moet verliezen in technische debatten over snelle spoorlijnen en nieuwe landingsbanen.’

Het is de buitenparlementaire SGP-politiek die James Kennedy het meest opvalt, en hem ‘een beetje’ doet denken aan hoe conservatieve christenen in de VS de politiek omzeilen en toch de samenleving proberen te benvloeden. Maar de veranderingen bij de SGP duidt Kennedy nog meer als een intern proces. ‘De SGP is meer gaan lijken op de RPF en het GPV van weleer.’ De christelijke confrontatiepolitiek van met name de RPF in de jaren zeventig en tachtig was sterker dan die van de SGP nu, zegt Kennedy. ‘De SGP was toen veel meer gericht op de reformatorische levensstijl en het geloofssysteem van de achterban. Nederland moest terugkeren naar de Heer, en theocratie was het ideaal. Dat iemand als Tim Keller – die in z’n culturele houding heel anders is dan de gemiddelde SGP’er – nu ook theologisch z’n intrede doet bij in elk geval de linkerflank van de SGP-achterban, heeft te maken met een opener houding in de reformatorische wereld. Dat de SGP-mannen daarop inspelen, levert verrassende politiek op.’

DWDD

Het optreden bij De Wereld Draait Door – een programma dat werd gezien als het hol van de leeuw, het Sodom en Gomorra van de publieke omroep – leverde vanuit de eigen achterban maar weinig kritische geluiden op, zegt senator Diederik van Dijk – nauw betrokken bij de beslissing op de uitnodiging in te gaan. Het leverde juist een stroom positieve reacties op, ook van buiten de eigen achterban. Een crowdfunding-campagne, ook al zoiets moderns, leverde meer dan 100.000 euro op. Daarmee werden billboards langs een aantal snelwegen geplaatst, om te waarschuwen tegen de gevolgen van overspel.

Dat er zo weinig weerstand vanuit eigen kring was, kwam ook omdat Van der Staaij zich niet van de wijs liet brengen en zijn verhaal kwijt kon. Maar daarnaast ontwaart Van Dijk meer interesse in en nieuwsgierigheid naar de christelijke denkbeelden, bijvoorbeeld over liefde en huwelijkstrouw. ‘De vijandigheid is minder geworden. Daarin zie ik ook iets terug van het feit dat mensen niet zomaar los zijn van God, en God in elk geval niet van mensen.’ Ook op andere fronten ziet hij belangstelling voor de SGP. ‘Elbert Dijkgraaf heeft op heel wat JOVD-avonden (jongeren in de VVD, red.) gesproken. Dat was tien of twintig jaar geleden ondenkbaar. Daarbij moet ik zeggen dat de gedoogrol die we onder zowel Rutte-I als -II hebben gespeeld, ook heeft geholpen.’

Van Dijk is er blij mee als een dominee uit het SGP-partijbestuur soms een kritische opmerking maakt over het optreden van SGP-politici in een seculiere omgeving. ‘Want hier in Den Haag kun je ook zomaar meegaan in allerlei relativeringen. Toch heb je, als je de seculiere buitenwereld wilt bereiken met je boodschap, de moderne media nodig. Bovendien moet je de denkwereld van de seculiere mens kennen, om het gesprek aan te kunnen gaan.’ Dat leidt tot een interessante wisselwerking, zegt Van Dijk. ‘Onze jongeren stimuleren ons in het zoeken van de confrontatie, maar ze merken zelf ook het effect hiervan. Als wij onze boodschap op grotere podia kunnen brengen, wordt duidelijker waar wij als SGP’ers voor staan.’ Zo hebben de vrienden Kees van der Staaij en Diederik van Dijk het beeld van “de Taliban van het Westen” weten weg te poetsen. ‘Toch hoop ik dat het niet slechts vanuit strategische overwegingen is ingegeven, of dat het maar een trucje is. Ik hoop echt dat er ook iets van de Geest bij zit, nu we het gesprek over onze idealen breder voeren.’ ◆

Het oude Reveil als voorbeeld
Het oude Reveil is voor Kees van der Staaij een voorbeeld ter navolging. De voorlieden van deze negentiende-eeuwse internationale opwekkingsbeweging paarden persoonlijke vroomheid aan concrete acties tegen grove misstanden in de samenleving, zoals slavernij en prostitutie.

‘Zij combineerden een teer, persoonlijk geloofsleven met een actieve betrokkenheid op kerk, maatschappij en politiek. En dat met een zekere ruimte voor onderling verschil. Bij de geest die daaruit spreekt, voel ik me erg thuis.’ Het toen nog jonge Kamerlid schreef deze ontboezeming in 2001, bij het herdenkingsfeest van Groen van Prinsterer (1801-1876). Groen was, behalve de grondlegger van de antirevolutionaire politieke stroming, samen met zijn vrouw Betsy een van de smaakmakers van het Reveil in Nederland. In SGP-kring geniet de staatsman Groen het aanzien van een profeet.

Kees van der Staaij was met zijn studiegenoten al in 1989/1990 met Groen en het Reveil in de weer. Zijn afstudeerscriptie ging over Willem Bilderdijk, de vroege voorman van het Reveil. De SGP-fractie kent sinds jaar en dag een Groen-kring. In november komt priester Antoine Bodar er vertellen hoe hij de christelijke boodschap in een niet-christelijke omgeving naar voren brengt.

Het Reveil is van een ver verleden en de mentale afstand met het hedendaagse seculiere Nederland is groot. De SGP-leider past er voor om Groen voor zijn eenentwintigste-eeuwse politieke karretje te spannen, scheef hij in 2001. Dat wil niet zeggen dat Groen niets meer te zeggen heeft. Van der Staaij ziet de ‘warme gloed’ en het ‘heilig vuur’ dat de Reveilvertegenwoordigers kenmerkte, terug in organisaties als Tot Heil des Volks en het daaraan verbonden Scharlaken Koord dat hulp biedt aan prostituees. Daarom voelen SGP’ers zich ook verwant met ChristenUnie-Kamerlid Gert-Jan Segers. Ze herkennen bij Segers – afkomstig uit een SGP-nest – dezelfde, historisch gewortelde motivatie om bijvoorbeeld de misstanden in de prostitutie terug te dringen.

Nederlands Dagblad 18-09-15
Auteur: Reporter Creer datum: 25-09-2015 14:57:20
Volle ziekenhuisbedden door gebrek aan thuiszorg

Alles stagneert door de geringe inkoop van thuiszorg. Voor patinten die eigenlijk naar huis mogen, maar voor wie geen thuiszorg te organiseren is, moet nu een ander plekje in het ziekenhuis worden gezocht. binnenland

Stephan Bol


Thuiszorgaanbieders moeten steeds vaker patinten weigeren. Het geld is op.

In Zoetermeer is de nood aan de man. De doorstroom in het ziekenhuis stokt en huisartsen bellen zich suf voor een plaats bij de thuiszorg.

Zoetermeer

Patinten die het Langeland Ziekenhuis in Zoetermeer al lang kunnen verlaten, houden nog altijd bedden bezet. Het wordt steeds moeilijker een thuiszorgaanbieder te vinden die nog nieuwe clinten aanneemt. En mensen zonder zorg naar huis sturen, is onverantwoord. Medisch directeur Lia Levert deed deze week haar visite op de afdeling chirurgie. ‘Meer dan 50 procent van de mensen op de bedden lag te wachten op een overplaatsing naar de thuiszorg. Dat zijn tientallen patinten die belemmeren dat anderen de zorg krijgen die zij nodig hebben.’

karige inkoop

Bij de huisartsen in de op twee na grootste stad van Zuid-Holland is het al niet veel beter gesteld. Bij een rondgang langs vier huisartsenpraktijken, hoorde de Zoetermeerse huisartsenkoepel SGZ al van vijf gevallen waarin de huisarts de afgelopen twee weken er niet of slechts deels in slaagde thuiszorg te krijgen voor een patint.

Reden voor de opstopping is de karige inkoop van verzorging en verpleging aan huis door zorgverzekeraars. Vrijwel alle grote thuiszorgaanbieders in de stad hebben in deze maand al het aantal patinten bereikt dat zij volgens afspraak met de verzekeraar zouden helpen, gemeten over het hele jaar. Afspraken over de bekostiging van nieuwe clinten laten op zich wachten. Zorgaanbieders zijn bang voor honderdduizenden euro’s het schip in te gaan en sluiten de poort. Deze week was ook voor Vierstroom Thuiszorg, de grootste aanbieder in de stad, de maat vol en volgde een patintenstop. ‘Wij zitten al over het afgesproken aantal clinten, maar hebben nog een tijdje nieuwe mensen aangenomen’, zegt bestuurder Jeroen van den Oever. ‘We wilden ziekenhuizen en huisartsen niet in de kou laten staan. Maar andere aanbieders hebben de deur al dichtgedaan, waardoor er alleen maar meer mensen bij ons worden aangemeld. Het loopt de spuigaten uit.’

eerst uit eigen zak

Zorgverzekeraar CZ heeft namens alle zorgverzekeraars contracten over thuiszorg afgesloten in Zoetermeer. CZ wil volgens Van den Oever alleen extra betalen, als zorgaanbieders eerst 5 procent uit eigen zak betalen. Wie duizend clinten had afgesproken, zal nu dus eerst vijftig extra clinten uit eigen zak moeten betalen. Onacceptabel, vindt Van den Oever en daarom sluit hij de deur. ‘We kunnen ons bedrijf niet naar de Filistijnen laten gaan. We hebben een hete herfst voor de boeg.’

Verzekeraar CZ heeft dinsdag een gesprek met Vierstroom. Volgens woordvoerder Marie-Jos van Gardingen is er bij de thuiszorgorganisatie ook een planningsprobleem en is er niet vroegtijdig aan de bel getrokken. De 5 procent die zij uit eigen zak moeten betalen is volgens de woordvoerder een openingsbod. ‘Er moet een prikkel blijven om te voorkomen dat we het budget te ver overschrijden.’

Ondanks de waarschuwing vooraf, heeft de verzekeraar de opstopping in de thuiszorg niet kunnen voorkomen. Volgens Van Gardingen is er echter nog altijd capaciteit bij andere aanbieders. Vooral de kleinere. Dat dit langere wachttijden veroorzaakt, kan ze niet verhelpen.

‘Kennelijk verwijzen huisartsen en het ziekenhuis erg vaak door naar de grote aanbieders. Maar er is capaciteit bij andere instellingen, dus is de zorg in de regio niet in gevaar. Verzekerden kunnen altijd naar ons bellen. We zullen onze zorgplicht nakomen.’

Het Langeland Ziekenhuis in Zoetermeer heeft intussen ‘gigantisch veel last’ van de ontstane situatie, zegt directeur Levert. ‘De patint als eerste. Die ligt op het verkeerde plekje. Alles stagneert. De Eerste Hulp moet ambulances doorsturen naar een ander ziekenhuis. Mensen blijven een dag langer op de wachtlijst staan voor een operatie. Wij moeten de planning aanpassen.’ De gang van zaken kost het ziekenhuis geld, omdat verzekeraars veelal per behandeling betalen en niet per extra nacht op de afdeling. Levert wil zo snel mogelijk met de verzekeraar om tafel. ‘Je kunt niet het probleem van de een op de ander afschuiven.’

Marjolein Oudshoorn, hoofd van het transferteam dat de uitstroom van patinten in het ziekenhuis verzorgt, ziet op vrijwel alle afdelingen stagnatie. ‘Normaal is een thuiszorgplek in een half uur geregeld. Nu zijn we zeker een aantal uur bezig en moeten patinten uren of al snel een dag wachten.’ Het transferteam komt er nu nog net uit door kleine zorgaanbieders uit de regio te benaderen, waarmee soms nog nooit zaken is gedaan. ‘Maar er mt komende week iets gebeuren. Anders voorzien we dat straks niemand meer mensen aanneemt’, zegt Oudshoorn.

Een van die kleine aanbieders is Happy Nurse, een beginnende thuiszorgaanbieder van kleine zelfstandigen op zes locaties in het land. Jolande Scholten is in augustus begonnen in Zoetermeer en heeft nog slechts twee clinten. Ze heeft geen contract met CZ, maar mag wel thuiszorg leveren tegen een vergoeding van 75 tot 80 procent per verzekeraar. ‘Ik zit met smart te wachten op clinten. Er is genoeg rek in Zoetermeer. Het zou fijn zijn als ik de kans krijg me te bewijzen.’

Scholten zegt dat haar organisatie met gemak twintig clinten aankan. ‘Zoetermeerse huisartsen staan niet zo te trappelen als zich een nieuwe aanbieder meldt.’ Maandag heeft Scholten voor het eerst een afspraak met de huisartsenkoepel in de stad.

Huisarts Alvin Bakir moest de afgelopen twee weken voor drie patinten alle zeilen bijzetten om thuiszorg te regelen. ‘Ik was verbaasd. Helemaal omdat ik vooraf geen waarschuwing of brief had gekregen dat de situatie zo nijpend werd.’

Bakir kon zelfs voor een terminale patint niet meteen de gevraagde thuiszorg krijgen. ‘De partner van de patint doet nu alles. Ik wilde op tijd hulp inschakelen, om overbelasting te voorkomen. De patint gaat kapot van de pijn, heeft een morfinepomp. Dan moet er naast mantelzorg gewoon thuiszorg beschikbaar zijn.’

Harry van den Hoeven, directeur van huisartsenkoepel SGZ, komt de problemen ook elders tegen. Een ernstige ontwikkeling, vindt hij.

‘Wijkverpleging is niet een extraatje. Dat is medisch noodzakelijke zorg. Als mensen die niet krijgen, is dat heel lastig voor henzelf, maar loop je ook een medisch risico.’

kwetsbare ouderen

Verzekeraars hebben een zorgplicht en feitelijk is het een probleem tussen verzekeraar en verzekerde, stelt Van den Hoeven. ‘Maar in veel gevallen gaat het om heel kwetsbare ouderen. Die maken niet zo makkelijk contact met hun verzekeraar. Dus moeten wij erachteraan bellen.’

Waarom loopt nu juist Zoetermeer als eerste stad tegen haar grenzen aan? Van den Hoeven heeft wel een idee. ‘Dit was ooit een jonge stad, maar die vergrijst nu in extra snel tempo. Bovendien wordt de toegang tot verzorgingshuizen steeds moeilijker. We hadden hier drie verzorgingshuizen. Een van de grootste, met 180 bedden, gaat sluiten. Je ziet steeds meer mensen thuis blijven wonen en een beroep op de wijkverpleging doen. Tot slot is de eigen bijdrage geschrapt voor de thuiszorg, waardoor mogelijk meer mensen hier gebruik van zijn gaan maken.’

Intussen is het nog maar september. Zonder oplossing zitten mensen straks maanden zonder thuiszorg. ‘Dat scenario kan ik me niet voorstellen’, zegt Van den Hoeven. ‘Maar ik moet er ook niet aan denken.’ <

overal tekorten
Zoetermeer is een van de eerste steden waar de thuiszorg spaak loopt. Maar overal in het land lopen zorgaanbieders tegen een grens aan. Actiz, brancheorganisatie van zorgondernemers, becijferde onlangs dat er dit jaar landelijk minstens 242 miljoen euro tekort is. Bij Actiz zijn tussen de tien en twintig aanbieders bekend die een clintenstop hebben ingevoerd, of dit overwegen. ‘Maar dat worden er snel meer als er niet spoedig een oplossing komt’, zegt woordvoerder Bernadette Naber. Deze week was er een rondetafeloverleg in de Tweede Kamer tussen zorgverzekeraars, zorgaanbieders en clintenorganisaties. Voorlopig is er geen oplossing voor het probleem, zegt Naber. Het verhaal dat de zorgaanbieder eerst 5 procent uit eigen zak moet betalen, zoals Vierstroom uit Zoetermeer meldt, hoort Actiz van verscheidene zorgorganisaties in het land. ‘Dat is wat ons betreft niet acceptabel. Wij vragen ons af of dit juridisch mag.’

Actiz dringt aan op een oplossing op heel korte termijn. ‘Zorgverleners zullen tot het uiterste gaan. Maar zij zijn ook ondernemers en moeten de salarissen van hun medewerkers kunnen betalen. Ergens zit de grens.’

Zorgverzekeraar CZ heeft, samen met de andere verzekeraars, aan het begin van het jaar al aangegeven dat er te weinig geld beschikbaar is voor thuiszorg, zegt woordvoerder Marie-Jos van Gardingen. Verzekeraars zijn dit jaar voor het eerst verantwoordelijk voor de thuiszorg en hebben hiervoor een budget vanuit de Rijksoverheid gekregen. Dat er geld te weinig is, ligt volgens CZ aan het ministerie. De verzekeraar is nu druk doende een oplossing te vinden. Liefst op landelijk niveau. Ook moet er op plaatsen waar minder zorgvraag is dan verwacht, geld worden overgeheveld naar plekken met een tekort.

Nederlands Dagblad 24-09-15
Auteur: Reporter Creer datum: 2-10-2015 13:33:47 Laatst gewijzigd: 2-10-2015 13:35:16

Geboorteregeling weg die alleen op de knien begaanbaar is
|

Christine Stam-van Gent

„De 31ste january 1832 heb ik voor het laatst mijne vrouwelijke zaken gehad, en heb gemerkt op de tweede maart dat ik ten dertiende male zwanger ben. Wat nu Heere? Och, geef mij een wijs hart, opdat ik mijne dagen leere tellen en bereid gevonden moge worden wanneer de uure mijns doods daar zal zijn.”

Moeders moeten niet alleen kinderen (op)voeden, maar ook zichzelf. Om die reden pak ik met regelmaat een klein boekje uit de kast, en neem een paar willekeurige pagina’s in. Het gaat om het dagboekje van Hanna da Costa-Belmonte. Zij was de vrouw van de dichter Isac da Costa, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse Reveil. „Wij waren regt innig vereenigd”, typeerde Hanna haar huwelijk.

Van 1820 tot 1865 tekent ze haar dagelijkse wederwaardigheden op. Het dagboek begint met een kroniekachtig gedeelte waarin ze bijhoudt hoeveel keer ze naar de kerk is geweest, waar en bij wie, hoe vaak ze deelneemt aan het heilig avondmaal en hoeveel huiselijke godsdienstoefeningen haar man geleid heeft. Het gaat haar om de feiten; innerlijke roerselen blijven verborgen.

Maar vanaf 1826 verandert dat. De toon wordt opener en de lijstjes blijven meer en meer achterwege. Wat Hanna wl blijft tellen, zijn haar zwangerschappen, achttien in totaal, waaronder negen miskramen. Van de andere negen kinderen heeft ze er zes aan de Heere terug moeten geven. Zeker als het gaat over de zwangerschappen, de moeizame bevallingen en het sterven van haar kinderen laat Hanna meer emotie toe in haar schrijven.

Dr. O.W. Dubois, bewerker en toelichter van dit dagboekje, spreekt in het voorwoord de wens uit dat „het niet gelezen zal worden als kroniek van een negentiende-eeuws vrouwenleven uit het vrome deel van de hogere standen, maar, over de grenzen heen, ook als een ontmoeting met een geloofsgenote.” Zo lees ik het in ieder geval graag. Ja, meer dan dat: als een intieme ontmoeting met een gelovige mede-moeder. „Emotionele uitingen mogen dan veranderen door de tijd, emoties zelf doen dat niet.”
Confronterend

Maar zo herkenbaar als het dagboekje enerzijds is, zo confronterend is het wanneer ik Hanna’s levensloop vergelijk met de mijne. Weliswaar had ze een opleiding genoten, maar haar bestemming lag altijd al min of meer vast: ze zou trouwen en –als God het gaf– een toegewijde moeder en vrouw zijn. Dat betekende voor haar: volledige overgave aan Zijn voorzienigheid, inclusief de openlijk door haar beschreven vrees voor wr een nieuwe zwangerschap.

Haar angst is misschien te vergelijken met die van een Syrische moeder van nu die met haar kind in een wankel bootje stapt: ze hoopt op een nieuw leven, maar de risico’s zijn groot. Toen k klein was, leek de wereld open te liggen. Vele beroepen heb ik in mijn dromen uitgeoefend. Het begon met banketbakker (als kleuter). Daarna volgde een periode waarin ik liever een jongen was, meest vanwege een diep verstopt geheim: ik wilde zo graag dominee worden. Maar na verloop van tijd ging ik toch maar over op antropoloog, veearts, journalist en tropenarts. In 6 vwo heette ik ten slotte onder klasgenoten een „vage kunstenaar” te zijn. Die voorspelling is misschien nog het best uitgekomen.

Toch ontbreekt in dit rijtje datgene wat ik het meest geworden ben; het beroep waar ik nooit van gedroomd of naar gestreefd heb –niet avontuurlijk genoeg– maar dat mij opzocht: het moederschap. Ik breng het graag als beroep, al denken velen daar misschien anders over. Hoe dan ook, dit beroep bindt mij aan Hanna da Costa, zoals ik ook haar verlangen deel naar een leven in overgave aan God. Tegelijk scheidt ons een grote kloof: zij heeft nooit zo veel keuzemogelijkheden gehad, en daardoor ook geen verantwoordelijkheid voor keuzes gevoeld zoals ik die ervaar. Zij accepteerde ‘eenvoudigweg’ haar bestemming.

Zijn bestemming en beroep hetzelfde? Bestemming heeft iets definitiefs in zich; het is de plaats waar je hoe dan ook belandt, welke keuzes je ook maakt. Een beroep is iets waar je voor gekozen hebt; je bent vrij om het wel of niet uit te oefenen. Waar het moederschap in de 19e eeuw nog een bestemming heette, is het in deze maatschappij een keuze geworden – al dan niet in combinatie met de keuze voor een nevenbestemming, een baan buitenshuis. Ook de verdeling van moederschap en werk is het gevolg van keuzes.
Geboorteregeling

Onze keuzevrijheid komt ook op een ander vlak aan het licht: gezinnen zijn ten opzichte van vroeger veel kleiner geworden. Ik kan me niet voorstellen dat dat ligt aan een verminderde vruchtbaarheid. Nee, het moet te maken hebben met iets dat we geboorteregeling noemen. Nu is dat verschijnsel niet nieuw: Lea leek vrij goed te weten wanneer ze Jakob moest ontvangen. Maar er zijn wel gradaties. Ook Hanna da Costa heeft natuurlijk in zekere zin een keuze gehad: zij en haar „lieve Da Costa” hadden zich bijvoorbeeld periodiek kunnen onthouden. Maar uit haar dagboekje blijkt daar in elk geval niets van. Maandelijks was het al dan niet „verkrijgen van hare vrouwelijke zaken” een zaak van afwachten, n vertrouwen. Ook dat zou je dus een keuze kunnen noemen: de keuze om keuzes hierin aan God over te laten. Dat gegeven raakt mij en stelt mij voor de vraag of k het zou aandurven.

Die vraag bleek in ons eigen huwelijk ongedacht actueler dan ooit. We waren net getrouwd en vonden het Bijbels om open te staan voor kinderen. En natuurlijk wilden we hen ook dolgraag. Na de geboorte van onze oudste, een dochtertje dat om nog altijd onbekende redenen elf weken te vroeg via een keizersnede ter wereld kwam, was ik al snel weer in verwachting, tot onze blijdschap. Al gauw waren er opnieuw redenen tot zorg: de placenta lag over de baarmoedermond heen. Dat betekende niet alleen opnieuw een keizersnede, maar ook grote risico’s op bloedingen die de bevalling te vroeg op gang konden brengen.

Na 33 spannende weken gebeurde dat ook. Een nacht lang verloor ik veel bloed, om de volgende ochtend een keizersnede te ondergaan. Opnieuw ontvingen we een piepkleine maar gezonde baby. Alleen wilde het bloeden maar niet stoppen. De placenta bleek ingegroeid in het litteken van de vorige keizersnede, en de resten ervan moesten uiteindelijk verwijderd worden middels een chemokuur. Mijn baarmoeder bleef hierdoor behouden, en twee bloedtransfusies hebben –menselijkerwijs gesproken– mijn leven gered. Maar verder leek alles anders geworden. Grote vragen doemden op: hoe ga ik om met mijn vruchtbaarheid, nu en in de toekomst? Ineens stond ik vlak naast Hanna da Costa, met haar existentile angst voor een nieuwe zwangerschap.

Het moederschap werd een weg die ik totaal niet meer zag zitten. Tegelijk zou het verlaten van die weg nog onmogelijker zijn. Kortom, het was een roeping geworden... Met name 1 Timothes 2:15 hield me bezig, die tekst waar de meeste vrouwen eigenlijk geen raad mee weten. Maar het staat er toch: „Doch zij zal zalig worden in kinderen te baren, zo zij blijft in het geloof, en liefde, en heiligmaking, met matigheid.” En ik herkende me in wat C. S. Lewis schrijft over welke roeping dan ook: het volgen ervan maakt niet per definitie gelukkig, maar als de roep eenmaal vernomen is, is er geen geluk meer voor hen die niet volgen.
Twee benen

Hieruit zou je kunnen concluderen dat een roeping iets onbeweeglijks is. Maar volgens Lewis heeft een roeping altijd een dubbel karakter. Ze heeft twee benen. Een plicht die naar je toe komt, en een verlangen dat zich al ergens diep in jou bevindt. Als dat ergens voor geldt, dan voor het moederschap. Het is daarmee eenzijdig om over een roeping alleen maar te zeggen: „Ik wilde niet, maar het moest.” Een echte roeping sluit aan bij een innerlijk verlangen.

Maar wat als dat verlangen wegebt? In geval van het moederschap: als de wens om zwanger te worden afneemt – na een x-aantal kinderen, door moeilijke ervaringen, of door wat dan ook? Houdt een christen dan alleen de plicht nog over? Geldt het „Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u” altijd en tegen elke prijs? Het is goed te begrijpen als 1 Timothes 2:15 veiligheidshalve opgevat wordt als een onontkoombaar bevel tot (veel) baren. Veel mensen zijn gesteld op concrete richtlijnen; dat schept tenminste duidelijkheid. Alleen al de grote hoeveelheid vragen op Refoweb over dit onderwerp bewijst dat.

Maar: wie op n been blijft lopen, gaat mank. Een gevoelde plicht zonder verlangen maakt de last van een uitbreidend gezin loodzwaar. Al zet je de lippen op elkaar en recht je je rug, ondertussen kan er veel misgaan. Er zijn veel verhalen van kinderen, nu op middelbare leeftijd, die te horen kregen van hun ouders: „Eigenlijk was je te veel, je kwam te snel na je broer. Maar het was de wil van God.” De gevolgen die een hard principe als dit heeft, tot in de derde en vierde generatie, mondeling verwoord of zwijgend uitgedragen, zijn nauwelijks te beschrijven. Wie kinderen niet uit Gods geliefde hand ontvangt, zal hun moeilijk die liefde kunnen geven die ze nodig hebben.

Aan de andere kant: wat vraagt de Heere dan wl van je, als een zwangerschap te zwaar, of zelfs gevaarlijk geworden is? Geven omstandigheden het slotakkoord aan? Is de roeping dan fini? Mijn lichamelijke toestand was na twee bevallingen duidelijk genoeg: artsen konden alleen nog maar ”sterilisatie” zeggen. Medechristenen gaven de raad om het advies van artsen op te volgen, omdat dit ook niet buiten Gods voorzienigheid om ging. Verstandige woorden, maar diep vanbinnen bevredigden ze niet.

Zwak en vermoeid als ik me voelde, belde ik de afdeling gynaecologie voor een afspraak, om er maar vanaf te zijn. Kort legde ik mijn situatie uit en verwachtte een begripvolle aanmoediging. In plaats daarvan begon de vrouw aan de andere kant van de lijn humeurig vragen te stellen, en omstandig uit de doeken te doen hoeveel mensen wel niet spijt gekregen hebben van hun beslissing. Misschien had ze gewoon slecht geslapen, maar het eindigde ermee dat ik niet naar het ziekenhuis ging voor een sterilisatie, maar voor een second opinion van een christengynaecoloog. Over omstandigheden en voorzienigheid gesproken…
Voorbehoedsmiddel

Op dit punt aangekomen, begon het me te dagen dat gehoorzaamheid aan de roep van God niet zomaar een kwestie van knopen doorhakken is. Er is een weg die uitnemender is: een uiterst smal strookje grond, alleen begaanbaar op je knien. Mr dan een kinderwens wordt daar blootgelegd, een dieper liggend verlangen, dat als een rode draad door de Bijbel loopt en Hanna da Costa verbindt met een veel vroegere Hanna: „Als U me een kind geeft, dan zal hij voor U leven.” Ze hadden een tegengesteld probleem: de angst om nooit zwanger te worden versus de angst voor wr een nieuwe zwangerschap. Maar hun verlangen was hetzelfde. Het is dt verlangen dat ik roeping of bestemming zou willen noemen, of je nu in de 19e of in de 21e eeuw leeft.

Ondertussen scheppen nieuwe mogelijkheden wel nieuwe verantwoordelijkheden. Wat als er geen duidelijke medische indicatie is, maar het moederschap je toch erg zwaar valt? Je zou daarom mogen verwachten dat de ethische discussie rondom geboorteregeling in christelijke kring regelmatig gepdatet wordt. Maar het is zo stil!

Bezinning hierop lijkt zich te beperken tot het promoten van wat „geoorloofde middelen” genoemd worden. GezinsGids en Terdege adverteren regelmatig met de Lady-Comp, een cycluscomputer die nauwkeurig de vruchtbare dagen aangeeft. Her en der worden cursussen Natural Family Planning aangeboden. Het gaat hier om natuurlijke methodes, die inspelen op de natuurlijke cyclus van een vrouw. Het woord ”natuurlijk” is echter misleidend. Hoe natuurlijk is het om geen gemeenschap te hebben op het moment dat de vrouw daar het meest naar verlangt?

De vraag naar welk middel je gebruikt, is op zichzelf legitiem, want er zijn ook middelen met een abortieve werking. Die vraag mag echter niet de plaats innemen van het ethische gesprek zoals dat in de jaren zestig-zeventig-tachtig nog druk gevoerd werd: mogen we berhaupt wel aan geboorteregeling doen? Je hoort of leest er –behalve dan in de vragen op Refoweb– vrijwel niets meer over. Dat is opvallend. De keuze om bewust aan zwangerschapsvoorkoming te doen, lijkt me van veel meer gewicht dan de methode die we daarbij gebruiken. Het gebruiken van een natuurlijke methode –voor zover die ”natuurlijk” genoemd kan worden– is principieel geen andere keus dan het gebruiken van een voorbehoedsmiddel. In beide gevallen wordt de beslissing genomen om een zwangerschap te voorkomen.

Mogelijk komt dit stilzwijgen voort uit een toenemend besef hoe ingewikkeld en persoonlijk deze dingen liggen. Dat is winst. Maar tegelijk is het een gevaar: als het gesprek niet meer gevoerd wordt, kan dat seculier, pragmatisch, onheilig denken in de hand werken. Onheilig denken leidt tot onheilige beslissingen, en helaas ook tot onheilige uitingen. Reformatorische moeders die hun vierde, vijfde of zesde kindje verwachten, zeggen soms enthousiastere reacties van onkerkelijke buren te krijgen dan van hun eigen gemeenteleden.
Toewijding

De christengynaecoloog bij wie ik kwam voor mijn second opinion, nam mijn dossier door en benoemde de (aanzienlijke) risico’s. „Maar”, zo zei hij aan het einde van het gesprek, „wij weten verder dat er geschreven staat: „Vertrouw op de Heere met uw ganse hart en steun op uw verstand niet.”” Precies een jaar later werd, na een zeer voorspoedige zwangerschap en bevalling, onze derde geboren. En nog weer later, op dezelfde manier, onze vierde.

Dit schrijf ik niet op om de succesfactor te benoemen van wat in feite een uitzonderlijke weg is, de uitzondering op de regel. De regel is dat God doorgaans het gebruik van het gezonde verstand en de middelen zegent. Maar van sommigen vraagt Hij iets wat je niet kunt overzien, om Zichzelf lof toe te brengen en de vijand en wraakgierige te doen ophouden. Waartoe Hij persoonlijk roept, kan een hele zoektocht zijn. Maar of die nu uitloopt op sterilisatie of op een nieuwe zwangerschap, het begint altijd met volledige toewijding van jezelf, inclusief je vruchtbaarheid, aan Hem.

We mogen dankbaar zijn dat ons meer middelen ter beschikking staan dan Hanna da Costa en het leven niet meer voortdurend getekend hoeft te zijn door angst. Aan de andere kant moeten we ons door de huidige levenssfeer Gods geheimen niet laten ontnemen. De ethicus Brillenburg Wurth schreef in 1951 over de mensen die geboortebeperking voorstaan vanuit sociale of economische motieven, zoals overbevolking: „(...) Maar van het feit, dat daar in het mensenleven ook (...) zo iets als irrationele mogelijkheden overblijven vanuit Gods vaderlijke zorg, dan, als onze menselijke mogelijkheden zijn uitgeput, daarvan heeft men in deze geestelijke sfeer generlei besef of vermoeden.”

In hun artikel ”De heeren trokken derwaarts. De vrouwen bleeven thuis” beschrijven Jacques Dane en Mineke van Essen genderverhoudingen en rolpatronen in de 19e eeuw. Het dagboekje van Hanna da Costa is een van de drie bestudeerde bronnen. Het artikel heeft een frappant slot: „Met al haar misgeboorten en vroeggestorven kinderen, had zij de meeste reden om depressief te zijn. Toch was Hanna Belmonte, denken we, dankzij haar vrede met de voorgeschreven orde, en haar religieuze persoonlijke ontplooiing, van alle drie uiteindelijk de gelukkigste.” Het laat zien dat het ware geluk ligt in een leven heel dicht bij God, al zijn de omstandigheden soms allerminst gelukkig. Ook wie tot andere keuzes komt dan Hanna da Costa kan iets leren van haar afhankelijkheid. Haar leven is voor mij een onvergetelijke preek over 1 Timothus 2:15.

Christine Stam-van Gent

Christine Stam-van Gent (1982) studeerde kunstgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht (2000-2002) en illustratie aan de Hogeschool van de Kunsten te Kampen (2002-2004). Gaandeweg ontdekte ze dat haar hart bij het schrijven ligt. Ze is echtgenote en moeder van vier kinderen. De tijd die overblijft, besteedt ze voornamelijk aan lezen, het denken over een roman en het schrijven van columns, blogs, artikelen en verhalen. Belangrijke thema’s daarin zijn literatuur, kunst, moederschap, schrijverschap en hoe dat alles zich verhoudt tot de verborgen omgang met God.

Reformatorisch Dagblad 29-09-15
Auteur: Reporter Creer datum: 13-10-2015 20:20:39

Voordewind en Segers (CU): Wees barmhartig en ruimhartig jegens vluchteling
08-10-2015 17:18

De vluchtelingencrisis vraagt om een eerlijk gesprek, realistische feiten en verstandig beleid, betogen Jol Voordewind en Gert-Jan Segers.

De 140 inwoners van het Drentse dorpje Oranje zagen deze week hoe er opnieuw een grote groep vluchtelingen aankwam. Het dorp ving tot op dat moment 700 vluchtelingen op en dat gaat volgens de bewoners goed. Een vrijwilligersbusje rijdt zo nu en dan groepjes vluchtelingen naar andere plekken, waar meer te doen is. Maar per direct 700 vluchtelingen erbij, zonder overleg, dat is volgens de inwoners te veel en daar hebben wij begrip voor. Het kabinet verspeelt in korte tijd het broodnodige draagvlak voor opvang. Het laat zien voor welke vragen het vluchtelingenvraagstuk ons plaatst. Kunnen we dit wel aan? Betekent de komst van zo veel moslims niet het einde van onze joods-christelijke beschaving? Moeten we altijd maar barmhartig blijven?

We kennen de beelden van volle boten, het verdronken jongetje, huilende vaders. Die beelden raakten velen van ons diep en maakten in de samenleving een breed gedragen gevoel van naastenliefde los: mensen, vaak in kerkverband, stelden hun hart en huis open voor vluchtelingen. Jezus vraagt dat ook van ons. „Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald (…) voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan” (Matth. 25).

Maar we kennen ook die andere beelden, van honderdduizenden vluchtelingen die onze kant opkomen, van rellende asielzoekers aan Europese binnengrenzen of bij azc’s. Die beelden voeden onze grootste angsten. Door de komst van zo veel vluchtelingen krijgen we in onze samenleving te maken met oorlogstrauma’s, met religieuze en etnische ruzies in asielzoekerscentra, met extra druk op de woningmarkt. Terwijl we ons al zorgen maken over radicalisering en jihadisme, leidt de toestroom tot een verdere groei van de islam. Na het ontvangen van vrijheid en veiligheid zijn er vluchtelingen die anderen van die vrijheid en veiligheid willen beroven. Er is reden genoeg voor grote bezorgdheid, ook als je gelooft dat God de wereldgeschiedenis in Zijn machtige handen heeft.

Barmhartigheid en bezorgdheid, naastenliefde en angst: ze zijn in onze samenleving even reel. De slechtste manier om met deze gemengde gevoelens om te gaan, is om te kiezen voor het n en het ander te ontkennen. Het ongemak dat we deze dagen voelen, kan op twee manieren groeien: als we het voeden, of als we het verzwijgen. We erkennen de vaak problematische relatie tussen islam en vrijheid. Dat ontkennen helpt ons niet. Maar het voeden van de angst is even zinloos. Daarom zien we deze mensen niet als potentile terroristen, maar als onze naasten die ook geschapen zijn naar Gods beeld en net als wij aangewezen zijn op genade.

Kiezen tussen een van de twee beelden zou wel makkelijk zijn, maar niet eerlijk. Wat de wereld in zijn huidige, donkere staat van ons vraagt is een eerlijk gesprek, realistische feiten en verstandig beleid.

In dat eerlijke gesprek beginnen we bij het begin, bij de bronnen van ellende. Bij de blijvende ongelijkheid tussen Afrika en ons eigen continent of de eindeloze Syrische oorlog, een situatie die door internationale grootmachten ook niet is verbeterd. Dat zijn de chte crises, waar de vluchtelingencrisis het gevolg van is. Verstandig vluchtelingenbeleid begint dr, in het hart van het probleem: meer kansen in en voor Afrika en meer inzet voor vrede in Syri en de regio eromheen. Gesprekken over vrede moeten worden aangegaan met iedereen die die wil aangaan –Assad inclusief–, om wie die gesprekken niet wil –IS en al-Qaida– te blijven bestrijden.

Doen we n stap vanuit het centrum van het probleem, dan betekent verstandig handelen ook een veel ruimhartiger bijdrage aan de opvang in de regio, waar de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, miljarden tekortkomt. De realiteit leert dat bij te weinig voedsel, schoon drinkwater en medische zorg steeds meer vluchtelingen de vaak levensgevaarlijke tocht naar Europa wagen. Bijna alle partijen in de Tweede Kamer hebben de mond vol van opvang in de regio, maar na Prinsjesdag blijkt dat het kabinet hierop bezuinigt. De ChristenUnie is een van de weinige partijen die er in de begroting geld voor vrijmaken.

Wie wl naar ons continent komt, moet al aan de buitengrenzen van Europa worden geregistreerd en geselecteerd. Arbeidsmigranten die hier toch niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning, moeten direct worden teruggestuurd. Raddraaiers die tijdens de opvang mensen met een andere geloofsovertuiging intimideren of aanvallen, moeten worden opgesloten in vreemdelingendetentie en zodra dat kan, worden uitgezet. De vluchtelingen uit bijvoorbeeld Syri moeten volgens een eerlijke verdeling over de Europese landen worden verspreid, waarvoor beter moet worden samengewerkt. Dat heeft de hoogste prioriteit, ook voor onze veiligheidsdiensten: voor jihadisten en oorlogsmisdadigers is geen plaats hier.

In Nederland zijn we gezegend met welvaart, vrijheid en vrede. Voor de vluchtelingen die hier aankomen, moeten we zorgen zoals we voor onszelf zorgen, zolang ze hier zijn. Want „de vreemdeling die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem liefhebben als uzelf, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte” (Lev. 19).

Om er ook voor hen te knnen zijn, is het nodig dat we die verantwoordelijkheid met elkaar in ons land dragen. Dan kan het niet zo zijn dat een grote stad veel minder opvang biedt dan een klein dorp als Oranje. Meer en kleinere locaties, verspreid door het land, zijn nodig om deze vluchtelingen uit te nodigen in ons land, in onze steden en dorpen, en misschien zelfs in onze huizen, waar we hen kunnen laten delen in wat wij hebben.

Moeten we altijd maar barmhartig blijven? Het antwoord is: ja. Bij eerlijk, verstandig en realistisch beleid kan dat ook ruimhartig worden gedaan. Met een warm hart en het hoofd erbij. Ruimhartig, barmhartig.

De auteurs zijn Tweede Kamerleden namens de ChristenUnie
Auteur: Reporter Creer datum: 19-10-2015 15:23:35
Bijbel biedt tegengif tegen heilige oorlog
17-10-2015 13:00 | Ds. C. W. Rentier

Heeft de islam het idee van een heilige oorlog overgenomen van het christendom? Moslims die het niet met IS eens zijn, stellen soms dat IS zijn denkbeelden ontleent aan de christelijke traditie van de heilige oorlog. In de Koran en de islamitische traditie zou je nergens het begrip heilige oorlog tegenkomen. De islam zou zich volgens deze moslims moeten ontdoen van die christelijke erfenis. Zo kan de islam als rationele vreedzame godsdienst de wereld meer vrede bieden dan het christendom in 2000 jaar gebracht heeft.
JA

Patriarch Kirill van de Russisch-Orthodoxe Kerk verklaarde vorige week dat de militaire steun van Rusland aan het regiem van Assad een heilige oorlog is. Kirill sprak niet over een heilige oorlog tegen de islam, maar van een heilige strijd tegen terreur. IS ziet dit echter als een bevestiging dat het om een geestelijke strijd gaat tussen de islam en het christendom als religie van het Westen.

Via de uitspraken van de voormalige Amerikaanse president Bush over een kruistocht tegen terrorisme is een lijntje naar de kruistochten al snel gelegd. Tot die militaire expedities om het ”heilige land” te bevrijden werd negen eeuwen geleden door westerse kerken opgeroepen.

In de tijd dat Mohammed optrad als profeet en staatsman, was de heersende grootmacht het christelijke Byzantijnse Rijk. Daarin waren kerk en staat hecht met elkaar verbonden. De macht van de keizer werd gebruikt om ketters aan te pakken.

Ten slotte wijzen moslims als het gaat om christendom en geweld graag ook op de gedeelten in het Oude Testament waar Jozua de opdracht krijgt om het land Kanan te veroveren.
NEE

Toch is het te simpel om uit bovenstaande argumenten af te leiden dat IS het concept van de heilige oorlog van het christendom heeft gerfd. Christenen erkennen dat de Bijbel ons vertelt dat God in de geschiedenis soms mensen opdracht heeft gegeven om te strijden. Zoals bijvoorbeeld in het geval van Kanan. Is dat een teken van religieus extremisme? Dat lijkt me niet. Op enkele pacifisten na zien bijna alle mensen in dat er soms dermate ernstige misstanden zijn dat het gebruik van geweld om daar een einde aan te maken, gerechtvaardigd is. Bij de inname van Kanan werden echter geen vrouwen verkracht, slaven gemaakt of mensen vermoord vanwege hun weigering een ander geloof aan te nemen.

Belangrijker nog is dat de Bijbel duidelijk maakt dat het om een eenmalige actie gaat en niet om een religieus principe. De Bijbel is er glashelder over dat de toorn van God zich over ons allen uitstrekt, maar dat Hij in Zijn heilige liefde met het kruis van Christus Zelf de straf draagt en ons tot omkeer wil brengen. Jezus weerspreekt nadrukkelijk dat het geweld bij de inname van Kanan een vrijbrief is voor geweld tegen aanhangers van andere godsdiensten, wanneer Zijn leerlingen dat menen (Lukas 9:51-56).

Het christendom heeft zich in de eerste eeuwen verspreid zonder gebruik van geweld. Waar christenen macht kregen, is dat in de geschiedenis helaas regelmatig misbruikt om ketters te straffen of bevolkingen te dwingen het christelijke geloof aan te nemen. Steeds weer was het echter een terugkeer naar de boodschap van de Bijbel die christenen tot de overtuiging bracht dat dit ontoelaatbaar was.

Ik heb sterk de indruk dat dit in het geval van de islam vaak precies andersom werkt. Tal van moslims leven vreedzaam en verafschuwen religieus geweld. Degenen die wel geweld gebruiken, doen dat echter met een beroep op de islamitische traditie. Islamitische rechtsgeleerden van de Al-Azhar Universiteit (Caro) en anderen schreven een brief aan IS-leider Bagdadi, waarin ze wijzen op de foute interpretaties van IS. Ze miskennen echter niet dat de islam het gebruik van religieus geweld rechtvaardigt.

Dat geweld is verworteld in de soenna van de profeet en in de tradities. Het heet daar geen heilige oorlog, maar heeft een eigen concept met de jihad. De islamitische traditie laat zien dat Mohammed geweld gebruikte en dat verbond met de erkenning van hemzelf als profeet en de verspreiding van de islam. Dat geweld begint met de strijd tegen de Mekkaanse polythesten en de joodse stammen in Medina. De strijd tegen het christelijke Byzantijnse Rijk komt pas later en speelt zich voornamelijk na de dood van Mohammed af.
DUS

Het geweld van IS heeft zijn wortels in de islamitische traditie. Christenen hebben helaas ook regelmatig geweld gebruikt. Met het spreken over een heilige oorlog of kruistocht door religieuze leiders vandaag, spelen we IS en andere moslimextremisten in de kaart. Het beste tegengif tegen deze interpretatie vinden we niet in de Koran, maar in de Bijbel. Het kruis van Christus laat ons een radicaal andere weg zien.

Ds. C. W. Rentier, predikant-directeur van stichting Evangelie & Moslims.
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier