Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Joop
Creer datum:
19-01-2015 12:40:28
Reportages
Een serie artikelen uit oorlogsgebieden
Auteur: Joop Creer datum: 19-01-2015 12:41:47

‘Haal me hier weg, lieve zoon!’
KIRKUK - De filmpjes zijn kort, het telefoongesprek wordt vaak onderbroken. Maar toch is er een opname van zeven minuten waarin Amira Samuel met haar stiefzoon kan spreken. Het zijn noodkreten.

Amira Samuel staat in pyjama, leunend op een stok, voor haar bed, in een kamer waar ze bijna nooit meer vandaan komt. Met een grote, groene lap dept ze af en toe haar gezicht af, dat nat van tranen is.

‘Haal me hier weg, habibi. Ik smeek het je. Christenen kunnen hier echt niet leven. Ook al ben ik oud en doe ik niemand kwaad, voor hen ben ik de vijand. Alleen maar omdat ik mijn geloof niet wil opgeven. Dat nooit. Dan moeten ze me maar doodmaken. Maar liever kom ik naar jullie. Alsjeblieft, ik heb jullie ook dertig jaar gevoed. Beweeg hemel en aarde voor me.’

koosnaampje
‘Habibi’, betekent iets als zoete lieveke in het Arabisch. Het is een koosnaampje van echtgenoten onderling of tussen moeder en zoon.

Amira Samuel zegt het tegen Majid Tuza. Zij is in de tachtig en na een beroerte gedeeltelijk verlamd. Ze is christen, haar achternaam maakt dat meteen duidelijk. Ze woont in een verre buitenwijk van Kirkuk, maar wel in een regio van Irak die onder invloed staat van ISIS. ‘Ze kreeg net als andere christenen de keuze: of bekeren of weggaan of belasting betalen of de dood’, zegt Tuza (61). Die belasting voor ongelovigen, de yezhija, is door ISIS vastgesteld op duizend euro per maand, per persoon.

geloofsgedoe
Christenen die weg konden uit ISIS-gebieden, zijn al weg. De achterblijvers zijn vaak de ouderen en zieken, of mensen zonder geld en hulp. Tussen die twee woorden bestaat een verband. In de jaren negentig woonde Majid Tuza met zijn broers en zussen nog in Bagdad. Zijn vader was taxichauffeur in de Irakese hoofdstad. Zijn moeder stierf in 1972 aan kanker. De vader hertrouwde twee jaar later met Amira, zij voedde de nog jonge kinderen op.

Majid was luchtmachtofficier in het leger van Saddam Hussein. Hij geeft eerlijk toe: als christen en militair had je het goed in Irak. Lage lonen, maar wel zekerheid en geen gedoe over geloof. Toch vluchtte hij in 1996 weg, via Koerdistan. Zijn vrouw en drie kinderen volgden later, via Jordani.

voorliegen
Waarom? ‘Dat lag ingewikkeld. Na de eerste Golfoorlog in 1991 wilde Saddam een Patriotachtig luchtafweersysteem. Ik was de technische man van die afdeling. Een paar vleiende collega’s zeiden dat Irak zelf een Patriot zou bouwen. Maar ik wist dat ze gewoon een Russische installatie moderniseerden die SAM 2, Wolga-raketten gebruikte. Ik moest ervoor tekenen dat het ‘nieuwe’ systeem Patriot-kwaliteiten had en dus Saddam voorliegen. Dat wilde ik niet, niet alleen uit angst, maar ook omdat ik christen ben.

Mijn commandant voelde de druk van twee kanten. Ik werd een probleem voor hem. Daarom sloten we een deal. Een ander zette zijn handtekening onder het nieuwe systeem en ik ging uit dienst omdat ik ‘technisch niet voldoende geschikt was’ voor mijn functie.’

In Nederland kwam Majid Tuza nergens echt aan de bak. De kinderen wel, die hebben opleidingen en werk. Tuza heeft zijn levensgang, van luchtmachtgeneraal naar uitkeringstrekker, geaccepteerd.

route
Tuza schreef een brief aan de Ombudsman. Op bijzonder inlevende manier werd hem meegedeeld dat die niet het juiste loket was. Tuza zou graag zijn ‘moeder’ ophalen, maar het ontbreken van een biologische band maakt een asielverzoek onmogelijk, is de inschatting. Hij laat een opname zien van een telefoontje met Nazar, de neef van Amira. Ook hij kan zijn tante niet meenemen, want ze moet liggen in een auto. De route vanuit de regio Mosul naar Kirkuk en vandaar naar Erbil is of lang, driehonderd kilometer over Koerdisch gebied, of gevaarlijk, 180 kilometer door gebied dat wordt betwist door ISIS, Koerden en het Irakese leger. Kogels en afpersing zijn dan zekere tegenliggers.

Dus blijven Amira en haar zus Najad als christenen alleen achter in het niemandsland tussen Kirkuk en Mosul. ‘We hebben zo gehuild laatst. Een meisje van zeven, acht jaar, kleinkind van mijn zus, liep op straat en verdween. Maandenlang. We dachten dat ze dood zou zijn. Na lange tijd kwam ze weer terug. Ze was helemaal veranderd.’ Waardoor, dat weet haar familie niet.

onveiliger
In 2003 werd Bagdad ‘bevrijd’ door de Amerikanen. De Irakese hoofdstad belandde in een permanente chaos waarin sjiitische milities en al-Qaeda-achtige soennitische groeperingen vochten om de macht. In de wijken heerste soms terreur van groepen fundamentalisten die christenen verjoegen – of erger, naar het leven stonden.

In 2009 stierf de man van Amira, de vader van Tuza. Zijn stiefmoeder kreeg het advies het huis in Bagdad te verkopen. De Irakese hoofdstad werd steeds onveiliger, in Mosul of Kirkuk zou ze beter af zijn. Het jaar daarop kreeg Amira Samuel haar beroerte. De dertigduizend euro die het huis opbracht, smelten nu weg; Majid vermoedt dat zijn stiefmoeder hulp van buurtgenoten moet kopen.

spookstad
Het leven van Amira veranderde totaal toen ze opeens een gehandicapte weduwe werd, maar ISIS was nog niet in zicht. Als christen kon je met onopvallend gedrag nog net leven in Irak. De komst van ISIS maakte een einde aan deze relatieve veiligheid. Op 11 juni namen de troepen met de gevreesde zwarte vlag Mosul binnen een dag in. Formeel werd die stad, net twee uur rijden van de plek waar Amira was gaan wonen, verdedigd door zestigduizend soldaten van het Irakese leger, maar een derde daarvan waren spookmilitairen, waarvan het salaris in de zakken van de corrupte legertop stak.

Binnen een maand waren vrijwel alle christenen uit het gebied vertrokken, geconfronteerd met de keuze bekering tot de islam, weggaan of sterven. Oude mensen zonder hulp konden niet weg en sinds een aantal maanden is vertrek uit Mosul en de regio eromheen ook verboden door ISIS.

Berichten over het leven in de regio Mosul, nu al zeven maanden bezet door ISIS, zijn niet eenduidig. Er is een terreurbewind, maar ISIS heeft tegelijk een soort islamcommunisme ingevoerd, met subsidies op brood en medische basisvoorzieningen, islamitisch onderwijs, en een lage criminaliteit door fors optreden van de politie.

geen genade
Als je moslim bent en je houdt van de middeleeuwen, is er in de provincie Mosul best te leven. Voor andersdenkenden ziet het er in die regio anders uit. De Profetenstad – het is de bijnaam van Mosul, het oude Nineve – kent geen genade.

‘Moslims kunnen gaan en staan waar ze willen. Christenen niet, echt niet’, zegt Amira door de telefoon, terwijl de groene doek een nieuwe huilbui stelpt. Amira staat er met haar ook al bejaarde zuster Najad alleen voor. Gelukkig hebben de kinderen een mobiele telefoon en kon ze communiceren met Nederland, via het Asiacell-netwerk, of anders Korek, Zain of Fanous.

Haar berichten werden in de loop van het afgelopen najaar steeds verwarder, en korter. Haar stiefzoon in Nederland laat de laatste opnamen zien. ‘Mijn broer en drie zussen zijn ook gevlucht uit Irak, maar we kunnen haar niet helpen. Ik ben zo bang dat ze op straat zal sterven, mijn stiefmoeder’, zegt Majid.

Kirkuk is betwist en dus onveilig
In 2014 vielen in en om de Iraakse stad Kirkuk 734 doden en bijna vijfduizend gewonden. Er werden 54 mensen gekidnapt, dertig autobommen ontploften, het aantal mijnen en raketinslagen lag boven de duizend, meldde het Irakese persbureau AINA deze week. De stad zelf is sinds 2003 in handen van Koerdische troepen en overheden, de buitenwijken en olie-industrie liggen onder vuur van ISIS.

In november en december werden grote aanvallen van ISIS afgeslagen door Koerdische troepen. Het grensgebied tussen de Irakese provincies Nineve (hoofdstad Mosul), Anbar en Kirkuk is een bonte lappendeken waarin de heerschappij per wijk of dorp wordt gecontroleerd door soms snel wisselende milities. ISIS is ook actief in Koerdisch Kirkuk: begin januari ontvoerde de beweging 170 jongeren uit twee dorpjes bij die stad.

geplaatst: Nederlands Dagblad
19-01-2015
auteur:Herman Veenhof
Auteur: Reporter Creer datum: 7-03-2015 13:08:56

‘Wie er nog is, bidt dat hij wegkomt’

Rada Sukkar (53) groeide op in de Iraakse hoofdstad Bagdad en woont sinds 1990 met haar man Erik in Deventer. Nu werkt en woont ze voor een halfjaar in haar geboorteland om namens de christelijke hulporganisatie Dorcas noodhulp te bieden.

'Mijn man Erik wilde nooit dat ik naar Irak ging en dat kan ik me voorstellen. Het is een oorlogsgebied en door daar naartoe te gaan, neem ik een risico. Maar wat die mensen moeten meemaken, heeft me diep geraakt.' Rada Sukkar (53) groeide op in Irak en woont sinds 1990 in Deventer. Afgelopen november besloot ze terug te gaan naar haar geboorteland om daar namens de christelijke hulporganisatie Dorcas noodhulp te bieden. Hoewel haar man er altijd op tegen is geweest dat ze in Irak zou werken, was juist hij degene die haar begin november wees op een vacature van Dorcas voor een 'Country Director', een cordinator in Irak. Binnen twee weken werd alles voor haar vertrek geregeld. Rada nam ontslag bij haar werk - ze had een goede baan bij advies- en ingenieursbureau Tauw - en voor ze het wist zat ze op 18 november in het vliegtuig naar Irak.

angsten

Vijf weken achter elkaar woont en werkt Rada in Irak en n week is ze bij haar gezin in Nederland. Ze neemt dan Iraakse lekkernijen mee, zoals sujak - walnoten met dadelsap eromheen - en Iraakse koffie met kardemom. 'Toen ik naar Irak ging had ik twee angsten: is het veilig en kunnen wij als gezin het hebben om op afstand van elkaar te leven? Voor mijn man is het zwaar, want als man en vrouw hoor je bij elkaar te zijn. Alle verantwoordelijkheid voor het huis en onze twee zonen rust nu op zijn schouders. En hij maakt zich zorgen: komt mijn vrouw heelhuids terug?'

In Irak verblijft Rada in de provincie Duhok, waar ze als Country Director leiding geeft aan een kantoor van Dorcas waar ruim tien mensen werken. Van daaruit regelt ze hulp, onder andere in de vorm van onderdak, dekens, matrassen, brandstof en kachels.

'Het stikt in Duhok van de hulporganisaties, omdat de nood daar het hoogst is', vertelt Rada. 'In augustus en september kwamen 700.000 mensen die hulp nodig hadden, vooral yezidi's - aanhangers van een oude Koerdische volksreligie die door ISIS vervolgd worden - en christenen.' Voor dit project in Duhok heeft Dorcas een budget van twee miljoen euro. Maar het geld raakt op. 'Hiermee kunnen we ongeveer een halfjaar noodhulp bieden. Donateurs geven n keer, maar de situatie duurt voort. Bovendien zijn er door de massaliteit van deze crisis veel middelen nodig.'

Toen Rada naar Irak vertrok, wist ze niet goed wat ze kon verwachten. 'Ik ken de sector niet, want ik kom uit de waterwereld. Maar de directeur vond mij de juiste persoon op de juiste plek.' Na een aantal gesprekken met Dorcas werden plannen gemaakt om te vertrekken en om het kantoor in Irak te starten.

liefde als plicht

Haar motivatie haalt Rada uit haar geloof in God. Ze is opgegroeid in de Syrisch-Katholieke Kerk in Bagdad en nu met haar gezin aangesloten bij de Heilige Lebuinusparochie in Deventer. 'Wij hebben het geloof van de liefde. Als medemensen oneerlijk worden behandeld, moet je voor ze opkomen. Het is niet eerlijk dat je om je geloof uit je huis wordt getrapt. Liefde is een plicht van iedere christen. De vraag is hoever je gaat om anderen te helpen. Heb je de zin, de tijd en de energie? Voor mij was de tijd rijp om daar aan de slag te gaan. Dat ik nu in staat ben dit te doen, beschouw ik als een voorrecht. Over tien jaar kan ik het wellicht niet meer.'

De situatie in Irak heeft Rada erg aangegrepen. 'Je eigen land blijft altijd in je hart. Wat in Irak gebeurt, verdient geen mens. Vrouwen en kinderen worden verkracht en als buit meegenomen.' Rada vertelt verschillende dingen over haar land van herkomst. 'Vluchtelingen wonen in kerken, sportzalen en clubhuizen. Velen wonen in niet-afgebouwde gebouwen. Alleen al in mijn eerste week in Duhok zijn vier kinderen uit zulke gebouwen gevallen, doordat er zo veel gevaren zitten in de constructie en er geen verlichting is. Zij hebben de oorlog overleefd, en dan sterven ze op deze manier.' Rada laat foto's zien van gevluchte gezinnen en vertelt dat de yezidi's het armst zijn. 'Ze hebben grote gezinnen, vaak met twee vrouwen en zo'n veertien kinderen. Mensen vragen me om hulp, maar wij geven alleen het hoognodige. Dat breekt mijn hart, want ik zou alles wel willen doen.'

Het land is veranderd voor Rada. 'Mijn familie is niet meer in Irak. De kerk van mijn moeder, een gebouw uit de eerste eeuw na Christus, is gebombardeerd en het graf van mijn voorouders is vernietigd.' De huidige situatie staat in schril contrast met haar jeugdherinneringen. Rada vertelt over de plekken waar haar familie gewoond en gewerkt heeft. Over prachtige moerasgebieden met riet en bloemen, in hun totaliteit bijna zo groot als Nederland. Over bergen, verschillende bevolkingsgroepen en haar vroegere woonplaats Bagdad. Over de olievelden, de 'zwarte woestijn, met geisers van vuur', waar de bodem onder je trilt door de beweging van het gas. En over haar jeugd. 'Toen ik klein was, was het heel leuk, Irak was een vrij land. We gingen vaak zwemmen en vierden feest met de familie. Toen ik ging trouwen en wij in Nederland gingen wonen, snapten mensen niet dat ik uit "het mooiste land van de wereld" wegging. Nu is iedereen weg. En wie er nog is, hoopt en bidt dat hij wegkomt. Wat maakt dat die mensen zo gestraft worden? Dat is heel pijnlijk.'

dagelijkse dingen missen

Het gescheiden leven van haar gezin valt Rada zwaar. Haar oudste zoon Paul woont op kamers in Amsterdam, haar jongste zoon Gianni zit op het gymnasium in Deventer. Tijdens het interview pakt Paul zijn weekendtas om weer naar Amsterdam te gaan. 'Wanneer kom je terug naar huis?' vraagt Rada hem. 'Ik zie je niet meer', antwoordt hij. Het afscheid komt onverwacht voor Rada. Ze dacht haar zoon nog te zien voor ze weer naar Irak vertrekt. Een korte omhelzing volgt. 'Doei lieverd. Ga je met de bus?' Paul loopt naar de deur. 'Nee, ik ga lopend. Ciao.' Als hij weg is, lukt het Rada niet langer haar emoties te verbergen. 'Ik probeer me sterk te houden voor hem. Ik mis hem, ik mis de dagelijkse dingen. Hij is gestopt met zijn studie politicologie en moet nu een andere studie kiezen. Ik zou graag met hem willen meedenken, hem helpen met zo'n belangrijke stap.'

Als dit halfjaar voorbij is, wil Rada dan ook niet in Irak blijven wonen. 'Ik voel me verbonden met Nederland. Mijn hele carrire heb ik in Nederland doorgebracht, onze kinderen zijn hier geboren en mijn man, schoonfamilie en dierbare vrienden zijn in Nederland. Nog langer in Irak wonen zou te veel gevraagd zijn.'

Rada Sukkar
Rada Sukkar werd in 1961 geboren in Bagdad waar ze de opleiding civiele techniek volgde. In 1987 deed ze de opleiding watermanagement in Delft. In 1989 kreeg ze een relatie met haar man Erik. Samen woonden ze een tijdje in Irak, tot het stel in 1990 naar Deventer verhuisde. Ze hebben twee zonen: Paul (21) en Gianni (14). Rada's vader is overleden, haar moeder en oudste zus wonen in Amerika, haar andere zus woont in Canada en haar broer in Groningen. In 2006 kwam haar boek uit: De schatkamer van Babyloni. De honderdjarige geschiedenis van een Iraakse familie. Dit schreef ze om aan Nederlanders te laten zien wat voor land Irak is en wie de mensen zijn die er wonen. Sinds november woont Rada in de Iraakse provincie Duhok en verleent ze namens Dorcas noodhulp.

Duhok
De Koerdische regio van Irak, waar Duhok een provincie van is, vangt al jaren vluchtelingen op uit omringende landen. Op 9 juni 2014 nam terreurgroep ISIS de stad Mosul in, waardoor naar schattingen ongeveer een half miljoen mensen vluchtten. In juli stelde ISIS een ultimatum aan christenen in de stad Mosul: bekeren tot de islam, hoge belastingen betalen, of gedood worden. Christenen vluchtten daardoor massaal naar de Koerdische regio. In twee weken tijd kwamen in de provincie Duhok meer dan 400.000 vluchtelingen aan. Dorcas is een van de organisaties die daar noodhulp verleent. Dorcas maakt deel uit van het Christelijk Noodhulpcluster, net als Red een Kind, Tear, Woord en Daad en ZOA. De organisaties stemmen de hulpvoorziening onderling af.

geplaatst: Nederlands Dagblad
07-03-2015
auteur:Harmke van Berkum
Auteur: Reporter Creer datum: 13-03-2015 13:24:23
Christelijke stad Irak heeft nog maar twee bewoners

TEL ESKOF - Had de overwegend christelijke Iraakse stad Tel Eskof acht maanden geleden nog enkele duizenden inwoners, nu zijn het er nog maar twee. De beide vrouwen leven in een kamer zonder water en elektriciteit.

Sarya Matto en Madi Salim, beiden ruim zestig jaar oud, zijn sinds begin augustus vorig jaar de enige bewoners van Tel Eskof, in de Vlakte van Nineveh. Zij bleven achter, toen hun stadsgenoten op de vlucht sloegen voor de oprukkende terreurbeweging ISIS. De vluchtelingen vertrokken overhaast – te voet, met de bus of met de auto – naar veiliger oorden, zoals Erbil of Duhok.

‘Toen ISIS kwam, vluchtten alle mensen van onze stad. Maar ik heb geen directe familie en ik was niet in staat te vluchten. Dus ben ik gebleven’, aldus Matto tegenover het Koerdische medianetwerk Rdaw. Zij ontdekte dat nog een andere vrouw in Tel Eskof was achtergebleven. De vrouwen besloten zich samen schuil te houden voor de ISIS-strijders. ‘We gingen een kamer binnen, sloten de deuren en hielden ons stil.’

angst
Na tien dagen hoorden ze menselijke stemmen. Het waren drie ISIS-strijders. ‘Ze klopten op onze deur. Ze spraken Arabisch. We deden niet open, maar ze trapten de deur in en kwamen binnen.’

Volgens Matto beefde ze van angst, toen ze oog in oog met de strijders kwam te staan. ‘Ze hadden lange baarden. Ze eisten geld, maar dat hadden we niet. Toen doorzochten ze het huis. Een van hen zag mijn gouden ketting-met-kruis en rukte die van mijn hals.’

peshmerga
De beide vrouwen vreesden voor hun leven, toen een strijder zei: ‘We moeten hen doden.’ Een van de anderen weerhield hem echter, met de opmerking: ‘Waarom zouden we onze kogels verspillen?’ Nadat ze de vrouwen afgeranseld hadden met hun geweerkolven, gingen ze weer weg.

Nog een dag of vijf hielden Matto en Salim zich verborgen in de kamer – totdat zij buiten mensen hoorden praten. Ditmaal waren het mannen die Koerdisch spraken. ‘We vermoedden dat het peshmerga waren’, aldus Matto, ‘en we deden onmiddellijk de deur open. Het waren inderdaad Koerdische strijders. We huilden, toen we hen zagen.’

schermutselingen
De peshmerga hadden op 17 augustus Tel Eskof heroverd op ISIS, die in de stad onder meer de kruisen van kerken hadden vervangen door hun eigen zwarte vlaggen. De Koerden hielpen de vrouwen, door hun voedsel en water te brengen. Volgens Sharif Mushin, een van de peshmerga, waren ze verzwakt en uitgehongerd.

De bevrijding van Tel Eskof is inmiddels bijna zeven maanden geleden. Toch zijn Matto en Salim nog altijd de enige bewoners. De gevluchte bevolking durft niet terug te keren omdat in de buurt van Tel Eskof nog geregeld schermutselingen met ISIS-strijders plaatsvinden.

geplaatst:Nederlands Dagblad

13-03-2015 - 11.54
auteur:Tilly Dodds
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier