Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Reporter
Creer datum:
27-11-2014 21:48:49
Geloofszaken DEEL 2
Een nieuwe serie over geloofszaken
Auteur: Reporter Creer datum: 27-11-2014 21:51:21 Laatst gewijzigd: 27-11-2014 21:52:37
Geen verschil tussen kerkplanting en gemeenschapsvorming

Ir. Jurjen ten Brinke


Vorige week donderdag werden we als RD-lezers verrast met een lezenswaardige bijlage over evangelisatie (RD 20-11). Reden tot dankbaarheid als je ziet hoeveel er, zoekend en biddend en worstelend, op allerlei plekken gebeurt. En artikel maakte de nodige gedachten bij me los: over de vraag of kerkplanting de meest vruchtbare manier van evangeliseren is in deze tijd. „Ja”, zegt evangelist Theo Visser. „Nee”, zegt ds. Labee. Deze discussie over de term ”kerkplanting” is onterecht. De Gereformeerde Gemeenten kennen het fenomeen van kerkplanting niet; zij hanteren de lijn van ”gemeenschapsvorming”. Maar kan iemand mij uitleggen wat het theologische verschil is tussen ”gemeenschapsvorming” en ”een gemeente stichten”? ”Vormen” en ”stichten” zijn beide werkwoorden en voor beide geldt: het is de Heere Die harten opent en Die Zijn Geest uitstort: „u hebt Mij niet uitgekozen, maar Ik heb u uitgekozen.”

Meerdere keren heb ik zendingsposten van de Gereformeerde Gemeenten in het buitenland bezocht. Wat daar gebeurt is natuurlijk niets anders dan kerkplanting, alleen noemen we het niet zo. Er worden zendelingen en evangelisten uitgezonden, er worden lokale pastors opgeleid en uitgezonden naar onbereikte stammen en daar wordt (jawel!), na het aangaan van contacten en het uitdelen van het Evangelie, een kerkje gebouwd.

En momenteel geldt voor diverse zendingsvelden van de ZGG dat er niet zozeer meer een moeder-dochter-, maar een zusterrelatie is gegroeid met de ontstane kerken in die landen. Kerken die qua theologische inhoud niet verschillen van de zusterkerk in Nederland, maar qua vormgeving wel degelijk. Diverse liturgische gebruiken en liedstijlen zijn toegespitst op de cultuur ter plekke. Zo deed Paulus dat ook: „Alles doen om er enigen te winnen.”
Zendingsland

Wat de Gereformeerde Gemeenten (en een aantal andere kerkverbanden) niet doen, is erkennen dat Nederland inmiddels k zendingsland is en dat er ook hier evangelisatieposten en gemeenten mogen worden vormgegeven naar de cultuur van de gemiddelde Nederlander (die niet meer gelooft). In andere kerkverbanden, waaronder de Christelijke Gereformeerde Kerken, gebeurt dit wel. En zonder dat de radicale Evangelieboodschap aangepast wordt!

Nog te veel geldt, in de woorden van ds. Labee, dat in enkele gevallen „belangstellenden doorstromen naar een bestaande gemeente in de buurt.” Waarmee gezegd is dat de evangelisatiepost dus gn bestaande gemeente is. Je kunt er formeel geen lid worden en als je belijdenis doet of gedoopt wordt, dan word je ingeschreven in de verantwoordelijke ‘gewone’ gereformeerde gemeente. Terwijl er ter plekke wel degelijk iets ontstaat, vergelijkbaar met de zendingsposten in het buitenland.

Het is eerlijk dat er in het bewuste artikel gezegd wordt dat ds. Labee te weinig af weet van gemeentestichtingen van andere kerkverbanden om iets over de groei daar te kunnen zeggen. Maar hij zegt wel: „In veel gevallen klinkt er: Sluit je bij ons aan, maak een keuze voor God en je bent een gelovige.” Ik weet niet precies hoe het bij de evangelisatieposten gaat, maar ik kan wel zeggen dat het bij kerkplantingen niet op deze manier werkt.

De waarheid is vele malen weerbarstiger. Als God mensenharten in beweging zet, komt er van alles los. Waar ds. Labee zijn „in veel gevallen” op baseert, blijft onduidelijk. Een korte inventarisatie bij collega’s leert me dat niemand van ons op zondagen deputaten evangelisatie van de Gereformeerde Gemeenten langs heeft gehad.

Wat er mijns inziens gebeurt in de kerkplantingen, is dat de Evangelieboodschap onverkort klinkt, maar dat de mogelijke (menselijke, kerkelijke) drempels die er zouden kunnen zijn om mensen ‘binnen’ te laten komen, zo veel mogelijk geffend worden. Daar slagen, onder Gods zegen, diverse kerkplantingen in (naast alle fouten die ze maken). En daar zou je van moeten willen leren.
Luie stoel

Het zou enorm helpen als dit kerkverband durft te erkennen dat een evangelisatiepost niet op termijn een ‘gewone gereformeerde gemeente’ wordt, net zo min als een kerk op het zendingsveld van de ZGG op den duur een gewone gereformeerde gemeente wordt. Bovendien zou het een zegen zijn als we binnen de gereformeerde gezindte elkaar niet de maat nemen op onze manier van evangelisatiewerk, maar elkaar bemoedigen en stimuleren.

In dezelfde krant voert evangelist Baan een eerlijk betoog over de staat van de kerk. Daar spreekt hoop en verlangen uit. En in de kolom naast de discussie over kerkplanting, zegt nota bene een bezoeker van een evangelisatiepost van de Gereformeerde Gemeenten, die kennelijk weet heeft van dit soort discussies: „Ik heb veel respect voor evangelisten. Ze moeten rekening houden met een achterban die in zijn luie stoel op de Veluwe eenzijdige ideen verkondigt over hoe je een evangelisatiepost runt. (…) Ze doen Zijn werk en moeten geen kerkpolitici worden.” Waarvan akte.

De auteur is evangelist voor de christelijke gereformeerde zendingsgemeente Hoop voor Noord in Amsterdam

Ref.Dagblad 25-11-14
Auteur: Reporter Creer datum: 29-11-2014 18:08:15 Laatst gewijzigd: 29-11-2014 18:15:32
Verhalen wereldkerk stemmen hoopvol

De kerk van Malawi leert ons geestelijke lessen, ervoer dr. T. T. J. Pleizier. Overgave is er n van.

Malawi is een van de armste landen ter wereld. Rijdend over de snelweg valt op hoeveel organisaties bijdragen aan zijn ontwikkeling. De namen en vlaggen van de landen flitsen voorbij: Nederland, Noorwegen, VS... De ontwikkeling van dit land gaat langzaam.

Dat gaat echter niet op voor de kerk. Die groeit snel. Heel snel. Martijn van den Boogaart, namens de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) werkzaam voor de Church of Central Africa Presbyterian (CCAP), rekent ons voor dat het aantal gemeenten in vijftien jaar zal stijgen van bijna 200 naar ongeveer 325. Wie door de bril van de ontwikkelingswerker naar Malawi kijkt, ziet een land dat vecht om het hoofd boven water te houden. Wie vanuit zendingsperspectief kijkt, slaat zijn ogen neer. De verbijstering die Malawiaanse predikanten tonen als we hun vertellen over de steeds kleiner wordende kerk in West-Europa is veelzeggend.

In Malawi is God geen probleem. In onze seculiere n bevindelijke culturen problematiseren wij het geloof in God eindeloos: „Bestaat Hij wel?” en „Is zijn genade ook voor mij?” De Malawiaanse geloofsbeleving kenmerkt zich door een intutieve overgave aan Christus.

We bezochten diverse trainingsprojecten waarin ouderlingen getraind worden in pastoraat en prediking, mede ontwikkeld door zendingswerker Tjerk Visser. Vanwege het enorme tekort aan predikanten worden ouderlingen voorbereid om voor te gaan in kerkdiensten en in gebedsbijeenkomsten die elke zondagmiddag in hun eigen district van zes gezinnen worden gehouden.

We verbaasden ons over de betrokkenheid bij deze cursussen en over de ontvankelijkheid waarmee de deelnemers naar hun eigen ambtswerk durven te kijken. Het geloof wordt beleefd in nauwe verbinding met het dagelijks leven. Je proeft dat nog het meest in de levendige gebedspraktijk. Het is even normaal om met God te spreken als dat je spreekt met elkaar. Soms met hetzelfde mengsel van ernst en vrolijkheid.
Vragen

Nu is het gemakkelijk om kritische vragen te stellen. Is dit geloof niet wat naef? Is de gewilligheid niet een gevolg van de cultuur van eer en de hirarchie binnen de Malawiaanse kerk? Wanneer is gebed een gekerstend middel om in een samenleving waarin het occulte officieel niet bestaat, de onzichtbare wereld wat in de hand te houden? Terechte vragen die ons er tegelijk van kunnen weerhouden om de stem van de wereldkerk tot ons te laten doordringen. Want daar gaat het om. De tijd dat zendingswerk eenrichtingsverkeer is, is voorbij. Welke vragen roept een ontmoeting met de kerk van Malawi op?

1. We horen verhalen over schrijnende armoede. Tegelijk is er een bijna onbegrensd vertrouwen in Gods hulp. „Ik kom erdoorheen, want God is met mij”, een zinnetje dat we veel hoorden. Geen geestelijk gewenst antwoord. Maar open en direct. Het maakt stil. Durven wij te vertrouwen voorbij ons (geestelijke) getob?

2. In Malawi worden nieuwe kerken gebouwd. Vaak projecten van vele jaren, omdat de fondsenwerving moeizaam verloopt. Omdat er nauwelijks gebouwen zijn, komen gemeenteleden in de open lucht samen. De skeletten van de kerken in aanbouw, de groepen mensen onder een paar bomen: symbolen van geestelijke volharding. Christus bewaart Zijn kerk. Hoe is het gesteld met onze inzet, met onze concentratie, met onze volharding?

3. De kerk in Malawi heeft weinig mogelijkheden om het verhaal van Gods weg met hen met anderen te delen. Gelukkig kunnen wij veel investeren in zendingswerkers. Durven wij hen ook (gedeeltelijk) vrij te stellen om ons terug te geven wat er in de wereldkerk gebeurt? Willen wij weten hoe Gods Koninkrijk in deze wereld gestalte krijgt? Algauw zeggen we dan: Ja, maar dat is een andere cultuur.

De verhalen en praktijken van de wereldkerk zijn voor ons een spiegel, ze stemmen hoopvol en geven ons inspiratie. Ze dragen bij aan nze geestelijke ontwikkeling. Dat negeren is een twijfelachtige luxe die we ons in Europa allang niet meer kunnen permitteren.

De wereldkerk heeft een boodschap voor ons. In het zendingswerk moeten wij erop gespitst zijn die boodschap te horen en te verstaan. Dwars door allerlei culturele verschillen heen. Want God blijft Dezelfde. De hoogte, diepte, lengte en breedte van de liefde van Christus leren we slechts verstaan samen met alle heiligen (Ef. 3:18). Wie geen boodschap heeft aan Gods wereldwijde kerk, geeft te kennen niet in dze volheid van Christus te willen bewegen.

De auteur is predikant van de hervormde gemeente te Dirksland en nam vorige week deel aan een predikantenreis van de GZB naar Malawi.

Ref.Dagblad 22-11-14
Auteur: Reporter Creer datum: 18-12-2014 21:29:29



Geen bestaansrecht meer door miskennen heilige liefde

15-12-2014 11:35 | Ds. C. W. Rentier

Wanneer christenen dezer dagen rond Kerst aan moslims vertellen waarom Jezus van de hemel gekomen is om ons te redden, reageren sommigen met de sceptische vraag: Waarom moet het zo moeilijk? Als God almachtig is, kan Hij toch gewoon onze zonden vergeven als Hij dat wil?

In n opzicht kunnen we het met moslims eens zijn. Er is niets buiten God dat Hem dwingt deze weg van vergeving en verzoening te gaan. Als ik christenen meeneem voor ontmoetingen met moslims, merk ik vaak dat zij de noodzaak van de menswording en het kruis van Christus proberen uit te leggen met argumenten die doen denken aan zondag 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus. Argumenten die teruggrijpen op het bekende boek van Anselmus, ”Cur Deus homo” (Waarom God mens werd), dat mogelijk ook met het oog op moslims geschreven werd. Moslims krijgen echter vaak de indruk dat God volgens het christelijke geloof eigenlijk niet bij machte zou zijn om te vergeven en op een oneerlijke manier een straf uitvoert.

Het is, zeker in de ontmoeting met moslims, beter om de volgorde om te keren en te beginnen bij de feiten van de menswording en de kruisiging van Jezus. Het kan moslims helpen om uit te spreken hoe vreemd en onverwacht die ook voor ons zijn. Vervolgens kunnen we dan stilstaan bij de vraag welke betekenis Jezus en de profeten en apostelen hieraan gegeven hebben. Waarom vergeeft en verzoent God zo en wat leren we daaruit over Hem en over onszelf? Die volgorde past ons mensen ook beter. We schieten tekort tegenover God en hebben geen recht op Zijn vergeving, laat staan dat we Hem zou kunnen voorschrijven hoe Hij dat zou moeten doen. Of het ook anders zou kunnen, is een vraag die volstrekt ongepast is voor ons.

De noodzakelijkheid van de menswording van Christus betekent echter niet dat God ertoe gedwongen werd. Het is een noodzakelijkheid vanwege Gods trouw aan Zijn heilige liefde voor ons en Zijn beloften om ons te redden op een manier die Hij vooraf aankondigde. En die liefde en wil om de mens te redden zijn allerminst noodzakelijk, maar een geheel vrij besluit van God, een daad van Zijn liefde.
Offeren

In de islamitische theologie wordt vaak gezegd dat Gods soevereiniteit betekent dat Hij zonder iemand rekenschap te geven, kan besluiten of en hoe Hij straft. In de Bijbel ontdekken we echter dat God Zich juist inspant om ons te laten begrijpen hoe Hij met ons omgaat. Het is geen raadselachtig besluit dat je ertoe brengt dat je uit angst voor Zijn oordeel probeert om Hem met goede daden te behagen. Hij verbindt Zich vrijwillig aan een verbond met ons, opdat we onze zonden van harte belijden en in vrede met Hem leven.

Andere theologische tradities in de islam hebben tot in detail uitgewerkte modellen hoe God Zijn oordeel laat afhangen van het gewicht van onze goede en kwade daden. Bij het woord offeren denken moslims waarschijnlijk ook snel aan daden van bijzondere gehoorzaamheid: gebeden op vaste tijden, vasten, anderen belangeloos helpen. In de Bijbel komen we dat aspect bij het offer ook tegen. Met een offer erkennen we op zichtbare manier dat we gehoorzaamheid verschuldigd zijn aan God.

Toch is er met de offers in de Bijbel meer aan de hand. Regelmatig hebben ze te maken met menselijke schuld. Die wordt niet weggenomen door een daad van gehoorzaamheid, want gehoorzaamheid compenseert geen zonde. Goede daden zijn geen extraatje, die mag God zonder meer van ons verwachten. Gehoorzaamheid en goede daden maken zonde juist erger, want als we laten zien dat we weten wat God toekomt, wordt het des te ernstiger dat we op andere momenten Hem tekortdoen. Op veel plaatsen in het Oude Testament gaat het bij het offer om straf, om plaatsvervangend sterven opdat de zondaar kan blijven leven. Bij het optreden van Jezus wordt terugverwezen naar het offer van Abraham en naar het paaslam bij de uittocht uit Egypte. Jezus Zelf is het Die deze verbinding legt bij de paasmaaltijd voordat Hij Zijn leven geeft als offer voor onze zonde aan het kruis van Golgotha (Matthes 26:28).
Bestaansrecht

In het contact met moslims kan het behulpzaam zijn om in plaats van het tegenover elkaar stellen van barnhartigheid en rechtvaardigheid, te wijzen op Gods heilige liefde. Heiligheid heeft ook te maken met reinheid. Veel moslims zullen wel meevoelen dat reinheid geen 51 procent betekent. Daarbij kun je niet wegen en meten. Het is radicaal: rein of onrein. Heiligheid in liefde is nog persoonlijker. Zonde is niet het overtreden van onpersoonlijke regels, maar het miskennen van Gods liefde, waarmee ons leven geen bestaansrecht meer heeft. Daarom is Jezus naar ons toe gekomen om onze schuld daadwerkelijk te dragen en daarmee Gods heilige liefde te demonstreren. Alleen wie dat dankbaar aanvaardt, mag met de hulp van de Heilige Geest leven vanuit Gods heilig verbond.

Ds. C. W. Rentier is predikant-directeur van stichting Evangelie & Moslims
Auteur: Freek Creer datum: 3-01-2015 21:10:49

Schepping ziet uit naar haar achtste dag


Het einde van het jaar doet uitzien naar de ‘achtste dag’, schrijft Ewald Mackay; de dag waarop de schepping –zeven dagen– wordt verlost tot Gods wonderbaar licht.

In de periode van 175 tot 164 voor Christus regeerde Antiochus IV over het Griekse rijk der Seleuciden. Zijn bijnaam was ”Epiphanes” ofwel „hij die een goddelijke verschijning is.” Hij zag zichzelf als een goddelijke gestalte die een goddelijk wereldrijk zou stichten.

In de praktijk kwam het erop neer dat hij Isral wreed onderdrukte. Hij plunderde de tempel van Jeruzalem en offerde hier zelfs een varken op het altaar. Reden voor de Joden om zijn bijnaam ”Epiphanes” om te dopen tot ”Epimanes”, ofwel „de volstrekt gestoorde”: een passende bijnaam voor dergelijke gekken. Onder Juda de Maccabeer wisten de Joden Antiochus te verdrijven.

In het jaar 164 voor Christus werd de tempel opnieuw ingewijd. De menora werd weer overeind gezet en men vond een kruikje met olie, zodat de kandelaar weer kon worden ontstoken met het licht Gods. Op wonderbaarlijke wijze raakte het kruikje –als bij de weduwe te Sarfat– acht dagen lang niet leeg.

Het chanoekafeest herinnert aan deze bijzondere gebeurtenis. De chanoekakandelaar heeft acht armen en een tegenoverstaande arm waarin zich het Godslicht bevindt. Deze acht armen verwijzen naar de acht dagen dat de kandelaar brandde.

Het getal acht is een zeer belangrijk getal. Het symboliseert de achtste dag van de schepping ofwel de herschepping. De oorspronkelijke schepping omvat zeven dagen. De achtste dag is de eerste dag van de herschepping en de verlossing. De achtste dag is daarom ook de dag waarop Joodse jongetjes worden besneden.
Octavianus

Na de Seleuciden kwamen al snel de Romeinen. Zij hadden ook goddelijke aspiraties. Na de stichting van de stad kwamen er al spoedig zeven koningen, van wie Tarquinius Superbus ofwel Tarquinius de Hoogmoedige (539-509 voor Christus) –alweer een bijnaam!– de bekendste is. Daarna volgden eeuwen van strijd en machtsvorming, die uitmondden in een bloeiende republiek. Deze republiek kwam tijdens Julius Caesar ten einde en Rome werd een keizerrijk.

Er was in die dagen een oud Romeins geslacht, de familie Octavia, en een illustere zoon van dit geslacht zou de nieuwe keizer worden: Octavianus. In zijn familienaam schuilt het woord acht. Droeg deze familie de droom in zich om – na de zeven tarquinische koningen – een achtste koning aan Rome te schenken? Hoe dan ook, Octavianus kreeg net als Antiochus het idee dat met hem een nieuw wereldrijk zich baan brak: het Romeinse vrederijk, zoals wellicht reeds voorzegd in Vergilius’ Bucolica. Octavianus dacht dat hij een goddelijke verschijningsvorm was en noemde zichzelf ”Augustus” ofwel ”de Verhevene”. In zijn naam zit ook de betekenis van ”augur”, ofwel degene die de toekomst overziet. Uiteindelijk heeft onze achtste maand zijn naam gekregen: augustus.

In het eerste jaar van wat later de christelijke jaartelling is geworden, ging er een gebod uit van deze keizer Augustus. Iedereen moest naar zijn familiestad gaan om zich te laten inschrijven, waarschijnlijk om vervolgens een flinke belastingmaatregel te kunnen opleggen aan allen die op zijn lijst stonden. De keizer sprak en zijn wil was wet, en dus togen Maria en Jozef met het kindeke Jezus naar Bethlehem.
Achtste dag

Wat de keizer niet doorhad, was dat God de fiscale en politieke grootheidswaan van Augustus gebruikte voor een geheel ander doel. God Zelf zou uit den hoge neerdalen om in Christus mens te worden. De nederigheid van God is omgekeerd aan de grootheidswaan van Augustus. Gods bijnaam is ”Hij Die mens werd”. Het ging kerstfeest worden in Bethlehem.

Volgens het oude gebruik van de kerk, zoals dat nog waarneembaar is in de oude getijdenboeken en gebedenboeken, vormde het kerstfeest een octaaf. Het duurde van de dag van de geboorte van Christus tot en met Zijn besnijdenis op de achtste dag. Christus is ingegaan in de geschiedenis opdat Hij de schepping –de zeven dagen– die in duisternis was gekomen zou verlossen tot Zijn wonderbaar licht. Op de achtste dag is Hij besneden. Op de achtste dag is Hij opgestaan uit de doden. Daarom werden de vroegchristelijke dopelingen ook in een achthoekige doopvont gedoopt. De achtste dag is de eerste dag van de herschepping: de nieuwe dag, de eeuwige sabbat.

Het jaar 2014 AD loopt ten einde. Ook in onze tijd woedt de grootheidswaanzin alom. IS gelooft in een nieuwe islamitische dag: een eeuwig kalifaat van zuivere onderwerping. Wordt Poetin de nieuwe Stalin? Met ebola zal het wel meevallen, zo denken velen. We herdachten de Eerste Wereldoorlog, maar wat hebben we ervan geleerd? Bij ons in het Westen heerst onverminderd het verlangen naar een nieuwe economische vrede. Laten we niet meegaan in dit alles en laten we evenmin wanhopen. Mogen we te midden van de duisternis uitzien naar de nieuwe dag!

De auteur is historicus en filosoof. Hij is werkzaam als docent geschiedenis, cuma en filosofie aan Driestar hogeschool te Gouda.

Ref.Dagblad 31-12-14
Auteur: Reporter Creer datum: 7-03-2015 13:45:34
Blijheid van meningsuiting.

Wat te doen na Parijs?
Na de aanslagen in Parijs is de wereld niet meer hetzelfde. Er ligt veel discussie en debat voor ons. Wat zullen we gaan zeggen en doen?

Ergens (bij blogger Jos Douma) kun je lezen over blijheid van meningsuiting als alternatief voor vrijheid van meningsuiting. Wat mooi! Wat een vondst!
Wat is er dan mis met vrijheid van meningsuiting dat we een alternatief nodig zouden hebben? Met vrijheid van meningsuiting is niets mis behalve dat sommige mensen er de vrijheid of zelfs de plicht in willen horen om anderen te beledigen, of te kwetsen, of te degraderen uit naam van satire of caberet. Op zo'n moment heb ik de behoefte aan meer blijheid van meningsuiting. Ik vind dit mooie en nieuwe taal, die voor mij verwijst naar Gods nieuwe wereld.
In Gods nieuwe wereld wordt geen mens weggezet of gedegradeerd, laat staan met opzet beledigd en gekwetst om wie hij is of om wat zij denkt. In Gods nieuwe wereld vindt respect een thuis en zijn de straten en pleinen bestraat met liefde en vrede, en met vriendelijkheid en barmhartigheid. Vandaar die blijheid van meningsuiting! Blijheid van meningsuiting als een manier om schade voor en beschadiging van medemensen zoveel mogelijk te voorkomen.

Nee, dit betekent niet dat we discussie en debat uit de weg moeten gaan, zoals uit dit stukje al blijkt. En het is ook maar goed dat er een overheid is, die haar burgers beschermt. Jezus kon mensen ook ongezouten de waarheid zeggen en degradeerde zichzelf ook niet tot de deurmat van iedereen. Integendeel, zijn blijheid van meningsuiting werd zijn tijdgenoten zelfs te veel en uiteindelijk de reden om hem te vermoorden. Maar Jezus verstond de kunst om goedheid en waarheid hand in hand te laten gaan. De quote 'Wie zonder zonde is, moet maar de eerste steen werpen' is van hem.
Jezus gaf dus geen stenen voor brood. Liever dan anderen te degraderen of te beledigen liet hij zichzelf beledigen. Van hem wordt verteld dat hij werd uitgescholden maar niet terugschold, dat hij werd beschimpt en geslagen maar niet met gelijke munt terugbetaalde, of er nog een schepje kwetsingen bovenop deed.

Nog een keer, dit verhaal is geen pleidooi voor een zwakke overheid (goed dat er politie is!), en ook niet voor onverschillig wegkijken of alles met de mantel van de liefde bedekken. Dit is een pleidooi voor sterke mensen, die elkaar opzoeken en leren begrijpen en respecteren. Ik geloof er niets van dat 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' kunnen groeien en bloeien in de zure regen van beledigingen en grappen ten koste van een ander, wie dat dan ook is. Gods nieuwe wereld kent in ieder geval een hele andere droom: trouw en waarheid omhelzen elkaar, en recht en vrede begroeten elkaar met een kus. Geen waarheid zonder trouw. En geen recht zonder vrede.

Op 10 januari liet het NOS Journaal een moslim in Parijs aan het woord die een bord met 'Je suis Juif' in zijn hand had en zo zijn respect voor Joden stem gaf. Dat vind ik nog radicaler dan de borden met 'Je suis Charlie'. Ik denk dat dit richting de radicaliteit van Jezus gaat, die verhalen vertelde als die van de barmhartige Samaritaan voor wie onze grenzen van vooroordelen en haat, van veroordeling en afkeer niet bestaan.
Zorg en liefde in plaats van uitsluiting en geweld. Is dit niet de vrijheid waarnaar de wereld verlangt?

hartvanosdorp.nl
Auteur: Reporter Creer datum: 9-03-2015 14:36:12
Kracht door gebed van anderen

Amersfoort - De jaarlijkse Women to Women-dag roept vrouwen op te blijven bidden voor hun vervolgde geloofsgenoten. Veertig jaar na de komst van het communisme bidt Linda voor een opwekking in Vietnam.

Mannen die in Jezus geloven, komen Vietnam niet uit. Het paspoort van haar man is afgepakt, maar een vrouwelijke pastor (56), die voor deze gelegenheid de naam Linda heeft gekregen, kon ongestoord naar Nederland reizen. Ze was zaterdag een van de sprekers op de Women to Women-dag, die Open Doors dit jaar voor de zevende keer organiseerde. De ruim vierhonderd vrouwen - zowel twintigers als tachtigers - komen stuk voor stuk om hun verbondenheid te laten zien en om bemoedigd en genspireerd te worden.

Open Doors-spreker Hlne Fischer uit Frankrijk sloot aan bij de statistieken die verschenen ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag op 8 maart. 'Ook in de landen waarvan de cijfers zeggen dat er relatief weinig meisjes geboren worden, dat meisjes minder oud worden en weinig onderwijs krijgen, wonen onze zusters. Bedenk als je die getallen leest: mijn zuster in Christus heeft met die moeilijke omstandigheden te maken. Bid dan voor hen.' Zij vertelt over een groep vrouwen die van hun mannen niet naar de kerk mogen gaan en ook niet kunnen lezen, waardoor ze niet kunnen groeien in het geloof. 'Jamillah uit Algerije vond het belangrijker om met mij over hun nood te praten, dan over haar eigen zorgen over haar man, die op sterven lag.'

De Vietnamese Linda, die voorganger is van een huisgemeente die in de afgelopen jaren groeide van vijftig naar tweehonderdvijftig leden, geeft in samenwerking met Open Doors speciale cursussen aan vrouwen binnen en buiten de kerk. 'God heeft ons allemaal mooi gemaakt. Dat is een van de dingen die ik op de cursus leer. In Vietnam is dat bijzonder: op school en ook thuis worden weinig complimenten gegeven.' Ze laat een foto zien van een groep vrouwen die in een kring op de grond zit: moeders van drugsverslaafde zonen. 'De vrouwen hadden geen hoop meer. We zijn samen gaan bidden. Ze zijn allemaal tot geloof gekomen. Hun zonen ook.'

Over de toekomst van haar land is Linda positief gestemd. 'Vietnam is nu veertig jaar communistisch. En het getal veertig is in de Bijbel significant. Daarom moeten we juist nu veel bidden voor een opwekking in ons land. Het geeft ons steun als jullie dat ook voor ons doen.'

kracht

Ook uit andere verhalen blijkt dat het gebed van christenen wereldwijd vervolgde christenen bemoedigt. Zo vlucht de gelovige Lina niet weg uit de Centraal-Afrikaanse Republiek, hoewel het land 'verscheurd wordt door oorlog' en ze haar leven 'meermalen bijna verloren heeft', vertelt Hlne Fischer. 'Ze besloot te blijven om mensen te helpen die er slechter aan toe waren dan zijzelf. Hoewel het heel zwaar is, krijgt ze er daadwerkelijk kracht voor uit het gebed van anderen, wereldwijd.' Mahin uit Irak ervoer hetzelfde: eerst bad ze vurig om niet gearresteerd te worden. Toen ze toch in de gevangenis terechtkwam, was ze steeds bang, behalve op de momenten dat ze ondervraagd werd. Toen 'kwam de Heilige Geest' en kon ze vrijmoedig tegen de bewaker zeggen dat ze graag met hem over haar geloof wilde praten. Uiteindelijk vroeg de bewaker haar met hem te bidden en 'heeft hij zijn leven aan Jezus gegeven'.

Hlne roept de zaal op om ook 'tijd en liefde te geven' door voor vervolgde christenen te bidden. 'God ziet elke keuze die we maken om anderen te helpen.' Vrouwen uit een Utrechtse gebedsgroep kijken elkaar aan, duidelijk genspireerd. 'Het is heel bijzonder om te horen hoe onze gebeden daadwerkelijk kracht hebben. Zo kunnen we weer verder.'

Eerder was Women to Women zowel een gebeds- als een schrijfbeweging. Omdat de organisatie minder contactgegevens heeft van mensen die een kaart kunnen ontvangen en met het oog op hun veiligheid, ligt de focus steeds meer op het gebed. Inmiddels zijn er door heel Nederland honderden Women to Women-gebedsgroepen.

geplaatst:Nederlands Dagblad
07-03-2015 - 21.48

auteur:Machteld Meerkerk
Auteur: Reporter Creer datum: 8-06-2015 14:56:00 Laatst gewijzigd: 8-06-2015 14:57:50
Robert Heij: Ik geloof dat ik goed aan zal komen

04 juni 2015,
Gerard Beverdam

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag. Vandaag: Robert Heij (27), technisch bestuurskundig ingenieur en oud-voorzitter van Perspectief (ChristenUnie-jongeren).

Robert Heij, oud-voorzitter van Perspectief (ChristenUnie-jongeren), is zondag j.l. in zijn woonplaats Rotterdam op 27-jarige leeftijd overleden.

‘Als je voor het eerst hoort dat je ernstig ziek bent, hou je je heel erg vast aan je geloof, en aan het feit dat God kan genezen. Meer dan nu. Want nu zit ik heel erg met de strijd dat ik niet meer beter word. Ik word opgevreten vanbinnen, en ik kan er niks aan doen. Vorig jaar april kreeg ik klachten. Mijn neus zat verstopt. Een sterke neusspray van de huisarts hielp niet. Van de KNO-arts kreeg ik een stootkuur mee; die deed ook niets. Een biopsie en een scan volgden. Toen we binnenkwamen voor de uitslag, deed ik nog vrolijk, maar de jonge arts keek heel bedrukt. Ik bleek een zeer kwaadaardige en agressieve vorm van kanker te hebben.

Begin dit jaar heb ik mij er bij neergelegd dat het gewoon voorbij is. Ik ben daarin ook rationeel: nadat de artsen gezegd hadden dat ze niets meer voor mij konden doen, heb ik ook niet meer de hoop gehad dat God mij nog beter zou maken. De kanker had zich naar meerdere plekken in mijn lichaam uitgezaaid; de tumoren groeiden snel.

Vorig jaar hoopte ik nog op genezing; ik ben geopereerd en kreeg chemokuren en bestralingen. Ik heb wel nagedacht over de vraag: waarom zou God mj moeten genezen? Moet Hij daarmee laten zien dat Hij bestaat? Dan zou Hij iedereen moeten genezen. Maar dat zou ook niet kloppen, want in deze wereld is strijd, ziekte, oorlog. Door de vraag dus om te draaien, heb ik uiteindelijk meer rust gevonden, ook over de vraag wie God voor mij is. Dat ging wel met veel innerlijke strijd gepaard. Met God je weg gaan maar tegelijk niet meer beter worden, dat is moeilijk bij elkaar te krijgen. Juist omdat ik Hem altijd heb gezien als een God van leven, genade en troost. Met mijn vrouw Laura praat ik hier veel over, en dan zeggen we: waarom? Niet waarom wj, want waarom zou het ons voorbijgaan? Maar wel: waarom n, waarom als je pas een halfjaar getrouwd bent, waarom als je aan het begin van je carrire staat? Dat zijn vragen, waarop je geen antwoord vindt.

Ik denk dat God het wel toestaat dat je ziek wordt; Hij is er wel bij. Maar ik geloof ook wat in de Bijbel staat: dat de ellende in de wereld ten diepste is overwonnen. Ik zie mijn ziekte daarom haast als een jobsbeproeving. Houden wij ons geloof vast? Ik heb nog niet het gevoel dat God mij boven al deze worstelingen uittilt. Of misschien toch wel, door de rust die ik steeds meer ervaar. Laura vraagt weleens, of ik boosheid heb over wat er allemaal met mij gebeurt. Dan zeg ik: zeker. Maar ik denk dat de berusting nu groter is, soms groter dan bij de mensen om mij heen.

Ik vind het op dit moment wel moeilijk Gods aanwezigheid te ervaren, of Hem te zien als iemand die met mij meeloopt. Ik zie Hem vooral door terug te kijken op mijn leven. Maar soms ervaar ik Hem, bijvoorbeeld als ik zie hoeveel lieve mensen er om ons heen staan. Ik denk dat God mij op dit moment vooral via andere mensen wil helpen.

Als het moeilijk is, vallen Laura en ik op elkaar terug. Wij zijn samen ziek; dit kan je niet in je eentje dragen. Natuurlijk ben ik degene die het fysiek draagt, maar ook op Laura is ontzettend veel afgekomen. Ik had lichamelijk veel zorg nodig, en Laura had mentaal zorg nodig. Die zorg konden we elkaar geven.

De rauwe werkelijkheid is dat mijn conditie verslechtert. De klachten nemen toe; ik weet dat de dag van mijn sterven dichterbij komt. Ik heb mij tijdens het medische traject, hoe groot de ellende ook was, op de been proberen te houden door vooruit te kijken. Dat wordt mij hier op aarde nu ontnomen. Ik heb de laatste afslag in mijn leven genomen, en daar staat een bord: doodlopende weg. Letterlijk. Ik weet niet precies waar de straat eindigt, maar ik kom hem niet meer uit.

Ik geloof stellig dat er een hemel is, en dat ik daar goed aan zal komen. Ik belijd Christus, en mag geloven dat God mij in zijn hemel binnenhaalt. Als ik daar eenmaal ben, kan ik mij niet meer druk maken waarom Iemand mij naar die mooie en prachtige hemel heeft gehaald. Dan zal ik er vrede mee hebben, en blij zijn dat ik er ben. Maar dat de mensen om mij heen – Laura wellicht meer dan vijftig jaar – zullen moeten doorleven met het verlies, dat vind ik het moeilijkst. Zij moeten ook al die jaren de hoop maar zien vast te houden dat de hemel er echt is, terwijl het dan voor mij al werkelijkheid is geworden.

Dat Laura en ik elkaar daar weer gaan zien, is mijn grootste wens. Geloof is geen zeker weten, maar wel een sterke hoop en een vast vertrouwen. Van daaruit zeg ik: ja, we gaan elkaar daar zien. Maar er blijft hier ook altijd een ongelovige thomas in je zitten. We willen het eigenlijk eerst zien, en dan pas geloven. Twijfel is er daarom ook. Het cht zeker mogen weten, dat blijft lastig.

De dood is een vijand, iets waarvoor wij als mensen niet openstaan. Het mooie van op deze manier sterven, is wel dat je dingen kunt voorbereiden. Je kan erover praten, en ook praktische zaken regelen als waar je begraven wilt worden en hoe de dienst eruit moet zien. Als ik onder een auto was gekomen, hadden we dat allemaal niet kunnen doen. Er zitten dus ook wel mooie kanten aan het op deze manier afscheid nemen van het leven. Hoe idioot dat ook klinkt.

Ik hoop dat mensen mij niet snel vergeten. Tegelijk gaat het leven door; daar ben ik realistisch in. De dag na je begrafenis denkt iedereen nog aan je, maar dat wordt na verloop van tijd minder. Ik hoop dat de mensen die mij dierbaar zijn, mij blijven herinneren. Ik hoop dat ze zullen onthouden hoe ik was toen ik gezond was, maar juist ook hoe ik was toen ik ziek was. Hoe ik deze periode ben doorgekomen, laat heel erg zien wie ik ben. Ik wilde positief zijn en vooruit blijven kijken, en probeerde zelfs met galgenhumor mij erdoorheen te slaan.

Ik vind het goed om te laten zien welke strijd ik heb ervaren, en nog ervaar. Er is hoop, maar het is k heel moeilijk. Je leven lang in de kerk zitten en braaf psalmen en liederen zingen, is iets heel anders dan letterlijk te moeten ervaren dat het geloof nt in eigen kracht is.

In februari heb ik mijn studie afgerond. Toen heb ik gezegd tegen God: dank U wel dat U mij dit hebt gegeven. Als je gezond bent, voel je je sterk en denk je dat je het zelf wel kunt. Maar het afronden van mijn studie terwijl ik ziek was, heb ik als een geschenk ervaren, als een teken dat God er in mijn leven voor mij is geweest. Ik ben nu genomineerd voor de SmartPort Scriptieprijs die is ingesteld door de Rotterdamse haven en twee universiteiten, voor mijn afstudeeronderzoek naar het verminderen van energieverbruik in containerterminals. Dat ervaar ik als iets heel moois. Op 11 juni wordt de winnaar bekendgemaakt.

Sinds drie weken gaat mijn lichamelijke situatie snel achteruit. In januari zeiden de artsen tegen mij: reken in maanden. Nu word ik benauwder, en mijn stem wordt zwakker. Misschien is het daarom tijd te gaan denken in weken of in dagen. Het is wel mijn wens om als dat even kan, thuis te blijven.

Ik neem als volwassen mens afscheid van deze wereld; zo voel ik dat. Aan mijn ziekte zijn 26 gezonde jaren voorafgegaan. Ik wil me erbij neerleggen dat het goed is zo. God is ons geen verantwoording schuldig.’

Auteur: Freek Creer datum: 12-06-2015 12:43:54

Occultisme, er is een weg terug
10-06-2015 08:43 | gewijzigd 10-06-2015 09:56 | ds. J. IJsselstein
Occultisme, er is een weg terug - beeld Istock

beeld Istock

God verbiedt occulte zaken uitdrukkelijk. Voor jongelui en ouderen die zich ermee hebben in-
gelaten, is er echter een weg terug, benadrukt ds. J. IJsselstein.

In Handelingen 8 gaat het over Simon de tovenaar. Een tovenaar probeert via gewone dingen, dingen die je kunt zien, contact te krijgen met de onzichtbare wereld, de wereld van de geesten. Hij is iemand die probeert contact te krijgen met de kwade, duistere geestenwereld van de duivel.

Dat contact maken gebeurt met van alles en nog wat: occulte spreuken, occulte rituelen, occulte boeken en occulte spelletjes.

Toveren, bezig zijn met het occulte, is duister en onnavolgbaar. Het brengt je in contact met onzichtbare krachten. Wij, gewone mensen, zijn daarvan onder de indruk. Toveren verbaast, toveren schokt. Toveren maakt bang, je kunt ervan in paniek raken.

Tegelijkertijd is toveren toch ook weer intrigerend. Toveren maakt nieuwsgierig. Het is intrigerend als twee potloden op een stuk papier, zoals in dat nieuwe spel Charlie Charlie Challenge, gaan bewegen. Je moet eerst proberen contact te maken met de geest van Charlie. Daarna stel je vragen. Vervolgens wacht je en hoop je dat de potloden gaan bewegen, hetzij in de richting van ja, hetzij in de richting van nee. De nieuwsgierigheid trekt. Dat wil je meemaken. Hoewel je voelt: dit is duister, dit is gevaarlijk. Maar misschien geeft dat tegelijkertijd wel de kick.
Gevaarlijk

Toveren is gevaarlijk. God heeft dit soort dingen heel nadrukkelijk verboden. In het Oude Testament, in Deuteronomium 18:10-12 staat: „Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een guichelaar, of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar. Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggenden geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Want al wie zulks doet, is den Heere een gruwel.”

Ook in het Nieuwe Testament vind je die waarschuwing. Bijvoorbeeld in Galaten 5:20. Daar gaat het over de werken van het vlees. Zij die zulke dingen doen, zullen het Koninkrijk van God niet berven. In de rij van dingen die daar worden genoemd, staat onder andere ”venijngeving”. Venijn is gif. Eigenlijk staat er zoiets als: gif mengen. Toveren dus. Je wordt door dat gif betoverd.

Toveren hoort bij de werken van het vlees. Bij de dingen die je buiten het Koninkrijk van God houden. Dat zie je ook in Openbaring 21:8: maar de „tovenaars, en afgodendienaars (...), hun deel is in de poel, die daar brandt van vuur en sulfer; hetwelk is de tweede dood.” Met andere woorden: het loopt slecht af met tovenaars.

Toveren is je bewegen in een occulte wereld waar je de krachten niet van kent. Het is je begeven op gevaarlijk terrein. En het is de Heere een gruwel. Dus, jongelui, maar dat geldt ouderen net zo goed, laten we ons daar ver van houden. Heel concreet: breek ermee, stop ermee.
BBB

Wat moet je nu doen als je erin getrapt bent, als je mee bent gaan doen met glaasje draaien of Charlie Charlie Challenge? Ik geef je graag drie concrete dingen mee. Daarvoor verander ik de drie C’s van Charlie Charlie Challenge in drie B’s.

De eerste B is van je ”Bijbel”. Mensen die zich met occulte zaken bezighouden, hebben niet per definitie verkeerde bedoelingen. Ook het resultaat, het gevolg van wat ze doen, is niet altijd per definitie nadelig. Zo lijkt het althans. Toch is het resultaat van wat je doet niet de maatstaf of iets goed of fout is. Het gaat niet om de bedoelingen van mensen of de gevolgen van een handeling, maar om wat God wil. Luister daarom in de eerste plaats naar het Woord van God. De Bijbel verbiedt occulte praktijken nadrukkelijk.

De tweede B is van ”breken met”. Als je opgevoed bent met de Bijbel zijn er momenten waarop je hoe dan ook voelt (in je hoofd, in je hart) dat er een rood lampje gaat branden. Mag dit wel? Klopt dit wel? Dat lampje is je geweten dat spreekt. Dat geweten heb je van God gekregen. Luister daarnaar. Rood licht betekent: stop! En ben je toch doorgegaan: breek ermee.

De derde B is van ”biddend belijden”. Wat moet je doen als je je met occulte dingen hebt ingelaten? Misschien heb je er wel veel last van. Je bent er bang van geworden, het lukt je niet meer zo om in je Bijbel te lezen of te bidden. Raak niet in paniek. Laat je niet in met allerlei toverrituelen om de duivel uit te bannen. Maar blijf er ook niet mee lopen. Praat erover met anderen. Met gewone mensen: ouders of vrienden. Belijd dat je de verkeerde weg bent ingegaan en kom terug.

Belijd verder biddend aan de Heere wat je verkeerd gedaan hebt. Het gebed is de enige manier om de grote kracht van de duivel te overwinnen. Voor dat gebed heb je geen speciale mensen nodig, die bestaan trouwens ook niet. Bid heel eenvoudig alleen of samen met je ouders of vrienden. Vraag om bekering en vergeving aan God. Bid Hem om losmaking uit die verkeerde wereld waar je ingestapt bent. Want God alleen heeft alle macht in de hemel en op de aarde. Hij alleen kan de macht van de duivel verbreken.

Concluderend: luister naar je Bijbel, breek met de zonde en bid tot God. „Het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchter, en waakt in de gebeden” (1 Petr. 4:7).

De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente te Kampen. Dit artikel is een redactionele bewerking van een gedeelte van de preek van afgelopen zondagmorgen.
www.leespreken.nl voor de hele preek.

Reformatorisch Dagblad 12-06-15
Auteur: maryann Creer datum: 12-06-2015 12:53:38
Hallo, ik ben mevrouw Maryann Alfredo een onderhandse lening geldschieter die leven geeft tijd mogelijkheid leningen. Je moet een dringende lening om uw schulden te wissen of u een vermogen lening om uw bedrijf te verbeteren nodig? Ben je al door banken en andere financile instanties ingeschakeld? U hebt een consolidatie of een hypothecaire lening? Zoek niet verder, want we zijn hier voor al uw financile problemen in het verleden. We lenen geld aan mensen die behoefte hebben aan financile steun, dat een slecht krediet hebben of behoefte aan geld om rekeningen te betalen, om te investeren in het bedrijfsleven tegen een tarief van 2%. Ik wil dit medium gebruiken om te informeren dat wij een betrouwbare hulp en de begunstigde en bereid om u te bieden een lening zal zijn. Dus contact met ons op via e-mail naar: (maryannalfredo@outlook.com)
Auteur: Reporter Creer datum: 11-07-2015 13:02:32
Bovengenoemd artikel is zonder toestemming geplaatst !
Auteur: Reporter Creer datum: 11-07-2015 13:03:58 Laatst gewijzigd: 11-07-2015 13:14:25
Geloof biedt houvast bij MH17, maar er zijn ook waaromvragen


Philip en Therese de Ruiter uit Australi verloren bij de ramp met de MH17 een broer en schoonzus. In het huis waar hun verwanten de laatste dagen van hun leven verbleven, blikken ze terug op het afgelopen jaar. ‘We weten dat ze bij hun Vader in de hemel zijn, dat is voor ons het belangrijkste.’

Terwispel

Op 17 juli vorig jaar bracht Bram Bakker zijn neef en nicht Arjen en Yvonne Ryder naar Schiphol voor hun terugreis naar Australi. Ze namen vlucht MH17. ‘Ik had erbij gestaan toen ze incheckten en hen nagezwaaid tot achter de paspoortcontrole’.

Precies een jaar later hebben Bram en Nel Bakker opnieuw Australische gasten in hun woning in het Friese dorpje Terwispel. Het zijn Philip en Therese de Ruiter met hun jongste zoon Danil (17). Philip is de jongere broer van Arjen (die zijn achternaam De Ruiter liet omzetten naar het Engelse Ryder). Hun ouders behoorden tot de groep gereformeerden die in de jaren zestig naar Australi emigreerden. Philip en Therese bezoeken sommige van de familieleden die zijn omgekomen broer en schoonzus vorig jaar ook bezochten. En vrijdag gaan ze naar de besloten herdenking voor de MH17-nabestaanden in Nieuwegein. Omdat ze daar de enige vertegenwoordigers uit Australi zijn, zullen zij er hardop de namen van de Australische slachtoffers voorlezen. Ook die van Arjen en Yvonne. Ze werden 54 en 53 jaar oud, en lieten drie kinderen en vijf klein- kinderen na.

Zijn broer Arjen was heel extravert, met iedereen die hij ontmoette raakt hij in gesprek, vertelt Philip aan de eettafel in Terwispel. Hij hield van de natuur en deed voor het ministerie van Landbouw onderzoek naar de verzilting van de natuur in West-Australi. Yvonne werkte op een school voor speciaal onderwijs. Ze was een familiemens en had graag mensen om zich heen. Zeven weken waren ze in Europa geweest, voordat ze vlucht MH17 namen. Ze hadden een vakantie in Frankrijk gecombineerd met familiebezoek. ‘Beiden hadden Nederlandse wortels, het was voor hen heel speciaal de familie hier te bezoeken.’

Vanaf het moment dat Philip – rustig, soms zoekend naar woorden – begint te vertellen over zijn oudste broer en schoonzus, borrelen de emoties op. Tot het einde van het gesprek blijven soms de tranen komen. Zijn vrouw Therese vindt de woorden makkelijker, soms slaat ze een arm om hem heen.

‘Dit is heel anders dan toen mijn ouders stierven’, zegt Philip. ‘Dan rouw je een aantal maanden en na verloop van tijd sluit je dat in zekere zin af. In dit proces is er een opeenvolging van momenten en herdenkingen. Je wordt eraan herinnerd in de media. En mensen vragen er nog steeds naar, omdat het onderzoek nog loopt. Dat brengt de emoties vaker naar boven.’

Philip en Therese kregen vorig jaar om 4 uur ’s nachts een telefoontje – in Australie was het toen al 18 juli. Het was de zus van Philip. ‘De telefoon ging twee keer’, vertelt Therese. ‘De eerste keer lieten we hem gaan. Vanwege het tijdstip dachten we dat iemand een verkeerd nummer had gebeld. Toen hij daarna nog een keer ging, wisten we dat er iets mis was. Philips zus had van zijn broer die in Amerika woont, gehoord van de crash. En die had het van hem gehoord’, zegt ze, terwijl ze knikt naar haar oom Bram.

Bram Bakker: ‘Ik had hen die ochtend naar Schiphol gebracht. Thuis zette ik de televisie aan om naar de Tour de France te kijken. Er werd een extra uitzending ingelast. Ik hoorde dat het ging over een vliegtuig van Amsterdam naar Kuala Lumpur en wist in drie seconden wat er aan de hand was.’’

Philip belde direct na het telefoontje van zijn zus met het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Al vroeg in de ochtend belden ze terug met de mededeling dat het voor 90 procent zeker was dat Arjen en Yvonne ook in dat vliegtuig zaten. Ze gaven ook direct een naam en nummer van iemand die onze contactpersoon bleef.’

Therese: ‘Ik kon het eerst niet geloven en zei tegen Philip dat het wel ok was. Het enige wat hij steeds zei was: ze zijn neergeschoten.’

Philip: ‘De eerste uren dringt het niet echt tot je door’.

Het stel logeerde die nacht net bij een neef en nicht, omdat ze op kraambezoek waren geweest bij een van hun zoons. Therese: ‘We wilden de anderen nog niet wakker maken en hebben de televisie niet aangezet. Op de iPad lazen we het breaking news. We zagen beelden van de brokstukken, maar besloten niet alles te bekijken. Ik denk dat ik Philip daarmee probeerde te beschermen. Ook overdag hebben we de televisie niet aangezet.’

Philip: ‘De eerste vierentwintig uur heb ik bijna uitsluitend aan de telefoon gezeten: met het ministerie, met de familie, en met de media. Ik was de enige broer in Australi. We verbleven zo’n drie uur rijden van Albany, waar Arjen en Yvonne woonden. Daar zijn we naartoe gegaan om hun kinderen te zien. De busjes van de media stonden bij hun huis; zij vroegen direct om interviews. Ik heb geprobeerd alles een beetje onder controle te houden.’

Therese: ‘Wij gingen naar hun oudste dochter, Robyn. Je loopt naar binnen en verwacht mensen te zien die huilen. Maar dat deden ze niet. We stonden daar, keken elkaar aan en waren compleet verbijsterd.’

vingerafdrukken

Twee dagen later kwam de federale politie langs. Ze namen DNA af bij Philip en bij de kinderen, zochten in het huis naar vingerafdrukken en DNA-sporen op bijvoorbeeld tandenborstels. Ook vroegen ze naar andere herkenningstekens voor de identificatie. ‘Ze zijn een hele dag bezig geweest.’

Iets dergelijks gebeurde in Nederland in Terwispel. ‘Wij wisten wat ze aan hadden en welke sieraden ze droegen’, vertelt Nel Bakker. ‘Tot aan zijn ondergoed toe, want dat had hier de dag ervoor nog aan de lijn gehangen en stond toevallig op de foto. We hebben dat allemaal doorgegeven aan de politie.’

De familie stond voor de keuze of ze direct een herdenkingsdienst zouden organiseren, of zouden wachten tot de lichamen gedentificeerd zouden worden. Ze kozen voor het eerste. Twee weken na de ramp werd een dienst gehouden in de Free Reformed Church van Albany. Er kwam een enorme groep familieleden, bekenden, collega’s. Philip: ‘Ik heb de dienst nog op mijn telefoon staan. De boodschap van de predikant kan ik niet eens zo onder woorden brengen. Maar het was troostend.’

‘Het kwam erop neer dat ze onderweg waren naar hun bestemming’, vult Bram Bakker aan, die destijds ook naar Australi vloog om de dienst bij te wonen. ‘En die bestemming hebben ze ook bereikt.’

Therese: ‘Precies, ze werden door God naar huis geroepen’.

Bram Bakker kon een jaar geleden eigenlijk niet reizen, vanwege een longziekte. Hij wachtte op een donororgaan. ‘Maar ik mst naar de familie en die herdenkingsdienst, dat was heel belangrijk voor me’, zegt hij met klem. Nel: ‘Onze kinderen raadden het ons af. Maar het was goed er te zijn en elkaar vast te houden.’

Bram: ‘Ik voelde me aan het begin schuldig en dacht: had ik op weg naar Schiphol maar een lekke band gekregen of een andere auto aangereden.’

Nel: ‘Hadden ze de paspoorten maar hier laten liggen. Dan had Bram vanaf het vliegveld gebeld dat ze niet konden inchecken. Dat soort scenario’s bleef maar door mijn hoofd spoken. Op een zeker moment moet je dat stopzetten. Het gevoel van ‘had ik maar’ heb je waarschijnlijk bij elk ongeluk.’

Bram: ‘Ik had ook een heel vervelend beeld als ik terugdacht aan Schiphol. Het inchecken duurde lang en ik bleef al die tijd wachten. Ik stond precies bij de balie voor de businessclass en had allerlei oordelen over die “rijkelui”. Nadat ik had gehoord van de crash, zag ik al die mensen weer voor me. Toen waren alle oordelen ineens weg. Iedereen was omgekomen, businessclass of niet.’

identificatie

De lichamen van Arjen en Yvonne werden al na enkele weken gedentificeerd op basis van een match met kleding en het DNA op de tandenborstels. Philip: ‘Ik weet niet of ze tegelijk zijn gedentificeerd, maar wij hoorden het wel in n keer. Het was een opluchting dat we niet langer hoefden te wachten. Maar voor ons het belangrijkste was dat we wisten dat Arjen en Yvonne bij hun Vader in de hemel waren. Daarom voelden we direct na de ramp niet de behoefte om naar Oekrane te gaan. Hun lichaam was daar nog wel, maar zij zelf niet meer.’

Toen de lichamen gedentificeerd waren, vlogen de kinderen van Arjen en Yvonne naar Nederland. Na een ceremonie in Amsterdam vertrok een militair vliegtuig met in totaal negen kisten naar Melbourne. Daar gingen de lichamen langs een lijkschouwer om de identificatie te bevestigen en uiteindelijk kwamen ze in Albany. Therese: ‘Een herdenking voor een grote groep mensen hadden we al gehad. We hebben hen in besloten gezelschap begraven. We stonden in een kring om het graf en lieten de kisten tegelijk zakken. We hebben er aarde overheen gegooid en de kleintjes lieten bloemen op de kisten vallen. Ze zwaaiden, en riepen: “bye grandma, bye grandpa!”’

Het geloof bood houvast, maar er waren ook waaromvragen. Eerst de feitelijke: waarom schieten ze in Oekrane een vliegtuig uit de lucht? Maar vervolgens ook: waarom staat God dat toe?

Philip: ‘Ik heb veel tijd nodig gehad om in het reine te komen met het waarom. We hadden op een zeker moment een kerkdienst waarin de dominee sprak over de zonde in de wereld. Die heeft invloed op iedereen. We zouden misschien denken dat God zijn kinderen beschermt tegen de gevolgen daarvan. Maar dat is niet zo. We zijn zondaars als iedereen, en de gevolgen van de zonde in de wereld kunnen ook ons raken. Dat inzicht heeft me geholpen om het een plek te geven. Het is moeilijk te begrijpen waarom God dit liet gebeuren, maar ik heb er ook van geleerd.’

Therese: ‘Je had in het begin ook moeite met bidden en hebt nog aan de dominee gevraagd hoe je daarmee moet omgaan. Soms brengt een tragedie je dichter bij God, maar jij voelde afstand. Wij hebben als familie en gemeenschap om je heen gestaan en voor jou gebeden. Ik denk niet dat je je helemaal door God verlaten voelde, maar je kon het niet alleen. We hebben ons in deze periode gesterkt gevoeld door het gebed van anderen.’

Philip: ‘Ik denk wel dat mijn geloof uiteindelijk krachtiger is geworden. Het helpt ook bij de verwerking. Dat betekent niet dat er geen verdriet of tranen zijn. Maar op een dag zullen we Arjan en Yvonne weer ontmoeten en alles begrijpen.’

Bram: ‘En toch is mijn ervaring dat van tijd tot tijd de boosheid terugkomt.’ Hij slaat zachtjes met zijn vuist op tafel. ‘Die stomme Russen! Waarom? Ik heb dat echt niet altijd, maar het lijkt me normaal dat je die gedachten soms hebt.’

Nel: ‘Het was voor God toch zo makkelijk geweest die raket een andere kant op te sturen, denk je dan.’

Philip: ‘Die heftige boosheid heb ik niet. Wel heb ik momenten dat mijn geest helemaal leeg is. Dat ik om drie uur ’s middags stop met werken, omdat het niet meer lukt. Het heeft zeker zes maanden geduurd voor ik mijn normale zelf weer een beetje gevonden had. Nog steeds moet ik mezelf ertoe zetten om naar buiten te gaan en van het leven te genieten.’

Therese: ‘Ook thuis kwam het voor dat het Philip niet lukte de rekeningen te betalen of telefoontjes te doen. Dan deed ik het. De kinderen van Arjen en Yvonne bellen nog weleens met uncle Phil. Laatst had Robyn een stuk land gekocht om een nieuw huis te bouwen. “Ik kan nu niet meer naar huis om het aan mijn moeder te vertellen”.’

toedracht

Voor veel nabestaanden is het onderzoek naar de toedracht van de crash belangrijk. Ook in Australi zijn er nabestaanden die daarover veel in de media zijn, omdat ze gerechtigheid willen en compensatie. Voor Philip en Therese is dat minder belangrijk. Philip: ‘Het zou fijn zijn om te weten wat er precies is gebeurd. En het is goed als het rechtssysteem zijn werk doet. Maar wij als familie zijn daar niet naar op zoek. Als er daders voor de rechtbank verschijnen, hoeven wij daar niet bij te zijn. Wat gebeurd is, is gebeurd. Wij hebben voor onszelf geen behoefte aan vergelding.’

Bram: ‘Ik geloof niet dat de dader ooit gevonden wordt. Misschien degene die de knop heeft ingedrukt, waardoor de raket is weggeschoten. Maar de mensen die er werkelijk achter zitten niet. Laat God recht doen. Wij moeten dit uit handen geven.’

Wat wel speelt, is dat de afronding van het onderzoek nodig is om de schade af te handelen. Moet een verzekering iets uitkeren, of een overheid, of Malaysia Airways? Therese: ‘Administratief kunnen we bijvoorbeeld zaken als bankrekeningen niet afsluiten en woningen niet verkopen tot dat duidelijk is. In die zin willen we graag dat het onderzoek wordt afgerond. Of er compensatie is, hangt er bijvoorbeeld vanaf of dit bestempeld wordt als een terroristische daad. Maar we vertrouwen erop dat de onderzoekers de goede dingen doen en dat er goed voor de nabestaanden gezorgd zal worden.’

Philip: ‘We hebben te horen gekregen dat het onderzoek mogelijk aan het eind van dit jaar afgerond wordt. We moeten geduldig zijn.’

In de Australische hoofdstad Canberra wordt vrijdag een plaquette onthuld ter nagedachtenis van de slachtoffers. Philip, Therese en Danil zullen dan, net als Bram en Nel Bakker, bij de Nederlandse herdenking zijn. Ze wilden altijd al eens naar Nederland, maar nu was het moment daar. Therese: ‘Philip zei dat hij er graag een jaar later wilde zijn. Niet alleen vanwege de herdenking, maar het is een combinatie van factoren: het is zomer in Nederland en Philip houdt van fietsen. Precies nu was de Tour de France in Nederland, daar zijn we geweest.’

Philip heeft geen specifieke verwachtingen van de herdenking. ‘Het is misschien een stapje in het proces van verwerking en ik hoop er andere mensen te ontmoeten. Ik verwacht dat het minder emotioneel zal zijn dan de eerste nationale herdenking die we in Australi hebben bijgewoond. Voortdurende herdenkingen zijn voor mij niet eens per se nodig. Waarom ik hier dan naartoe wilde? Misschien om Bram en Nel te zien, misschien om te zien waar Arjen en Yvonne een jaar geleden waren, om te voelen wat zij toen voelden. Ik kan het niet precies uitleggen, maar het is goed om hier te zijn.

Nederlands Dagblad 11-07-15
Auteur: Reporter Creer datum: 17-07-2015 14:15:57

Vijf „pastorale fouten” die een gemeente kunnen schaden

Predikanten worden toegerust en opgeleid voor hun bediening. Toch schort er vaak het nodige aan hun ambtelijk functioneren. beeld

Predikanten worden geroepen, toegerust en opgeleid voor hun bediening. Toch schort er vaak het nodige aan hun ambtelijk functioneren. Dat hoeft niet te wijten te zijn aan hun opleiding, het kan ook liggen aan eigenschappen van de predikant zelf – zoals hoogmoed, overmoed en een niet-juiste inschatting van wat prediking en pastoraat inhouden.

Dat schreef de Britse baptistenpredikant en journalist Mark Woods deze week in een artikel voor de Britse nieuwssite Christian Today, onder de kop ”Five pastoral errors that can kill a ministry”. Hij noemt vijf valkuilen voor een voorganger – en hoe die in zijn gemeente schade kan aanrichten.

1. Door bezoekwerk achterwege te laten.

„Ik herinner mij een oude predikant die als vast werkpatroon had: ’s ochtends studeren en ’s middags mensen bezoeken. Veel predikanten laten zich leiden door de waan van de dag, maar het eenvoudige en geregelde contact met de gemeenteleden is onmisbaar. Het is verleidelijk om de formele kant van het predikantschap (de prediking, het leiden van erediensten en van Bijbelstudiegroepen) de hoogste prioriteit te geven. Maar tijd die besteed wordt aan huisbezoek, om daar met de mensen te spreken over de gewone en de geestelijke dingen van het leven, is nuttig bestede tijd. Zo kan een predikant weten wat er in de gemeente leeft. Voorgangers die veel wetenschappelijke diploma’s hebben of een glansrijke carrire achter de rug hebben, maar die niet met mensen van allerlei slag overweg kunnen, hebben het verkeerde beroep gekozen. Een collega van mij zegt wel eens: „De gemeente is bereid om je al je slechte preken te vergeven, maar ze zullen het je nooit vergeven als je hen niet opzoekt als ze ziek zijn.”

2. Door mensen niet serieus te nemen.

„Predikanten hebben in veel gevallen een theologische en/of universitaire opleiding gehad. U weet het nodige van Grieks, u besteedt veel tijd aan de voorbereiding van uw preken en u neemt daarvoor allerlei commentaren ter hand. Maar bedenk dat in uw gemeente wellicht mensen zijn die zelf ook goed in staat zijn om de Bijbel te lezen en om er een commentaar op na te zien. Zeg dus niet te gemakkelijk dat uw mening de enige juiste, Bijbelse mening is.”

3. Door niet te luisteren naar goede ideen van gemeenteleden.

„Het is verleidelijk te menen dat kennis van kerkelijk leiderschap ook als vanzelf de beste ideen met zich meebrengt. Neem goede ideen van gemeenteleden ook volstrekt serieus. Doet u dat niet, dan ontmoedigt u er uw mensen mee en het kan zorgen voor veel irritatie. Iedere voorganger moet dankbaar zijn als er mensen om hem heen staan die nog creatiever zijn dan hijzelf. Dan kan hij zelf zijn tijd besteden aan zijn eigenlijke werk, de bediening van Woord en sacramenten. En komen er ideen waarvan u zelf bij voorbaat al weet dat ze niet zullen werken? Laat de mensen zelf tot die ontdekking komen, dat werkt beter dan dat u het ze zegt.”

4. Door te geloven dat u zelf belangrijk bent.

„Hier volgt een revolutionaire stelling: het meeste kerkenwerk gaat zonder de voorganger gewoon door. Ik zal de laatste zijn om de rol van de voorganger te miskennen, maar in alle gemeenten die ik diende waren mensen die beter waren in kerkelijk leiderschap dan ik, die betere predikers zouden zijn geweest dan ik, die beter pastoraat konden doen dan ik. En toch heb ik mij daardoor nooit van de wijs laten brengen.

Voorgangers dienen ook te beseffen dat veel kerkelijk werk gewoon buiten de kerk plaatsvindt. Als gemeenteleden vrienden ontvangen, elkaar uitnodigen voor de maaltijd, op elkaars kinderen passen, delen in elkaars leven. Meen dus niet dat u zelf belangrijk bent, maar zorg ervoor dat u er bent wanneer de mensen u nodig hebben.”

5. Door altijd te doen alsof u het druk hebt.

„Niets is schadelijker voor uw bediening dan doen alsof u het altijd druk heeft. Natuurlijk zijn predikanten druk, maar een dominee verdient geen salaris omdat hij een job heeft, maar verdient een honorarium omdat hij een ambt draagt. Tijd waarvan u op het eerste gezicht dacht dat het geen productief bestede tijd zou zijn, kan bij nader inzien wel eens erg vruchtbaar blijken te zijn. Mediteren, lezen, luisteren, bidden: de mensen zien dat allemaal niet, maar op langere termijn heeft u er veel baat bij.

In n van de gemeenten die ik diende, waren zoveel vergaderingen, dat ik meende buitengewoon nuttig bezig te zijn. Totdat iemand mij na een dienst aansprak en zei dat hij me graag eens zou spreken. Maar, voegde hij eraan toe: „Ik weet al dat u het te druk heeft.” Ik was dus druk met de verkeerde dingen.”

Reformatorisch Dagblad 17-07-15




Auteur: Reporter Creer datum: 24-07-2015 12:39:59
Voorgangers in Kenia vragen Obama geen homorechten te propageren

Evangelicale voorgangers in Kenia vrezen dat president Obama zijn bezoek aan het geboorteland van zijn vader –dat vrijdag begon– gebruiken zal om homorechten te propageren. Ruim 700 van hen hebben hem gevraagd dat niet te doen.

Woordvoerder van hen is bisschop Mark Kariuki, hoofd van de Evangelische Alliantie in Kenia, die 38.000 gemeenten en ongeveer 10 miljoen christenen vertegenwoordigt. „We vragen Obama om de moraal van de Kenianen te respecteren. Laat hem praten over ontwikkeling, over samenwerking, over de langdurige relatie die Kenia met Amerika heeft. Maar hij moet van ons geloof en onze cultuur afblijven”, aldus Kariuki, geciteerd door de Britse nieuwsdienst Christian Today.

Reformatorisch Dagblad 24-07-15
Auteur: Reporter Creer datum: 31-08-2015 13:04:23

„Op het Nederlands Gereformeerd Seminarie leerde je de Bijbel preken”


Op het Nederlands Gereformeerd Seminarie (NGS) leerde je „geen preek te houden over de Bijbel, maar leerde je de Bijbel te bepreken.” De opleiding tot predikant stond in het teken van studenten bijbrengen hoe ze Bijbelse gegevens praktisch konden vertalen.

Dat concludeerde ds. A. Vos, predikant in Heerhugowaard en oud-student van het seminarie, zaterdag 
tijdens een bijeenkomst in het kader van de opheffing van het NGS. In Urk werd na ruim veertig jaar een punt gezet achter het bestaan van de predikantenopleiding.

Het Nederlands Gereformeerd Seminarie werd opgericht in 1973. De predikantenopleiding wordt sinds 2004 niet meer erkend door de Nederlands Gereformeerde Kerken. In dat jaar besloot het landelijk kerkverband tot de oprichting van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding, die gekoppeld is aan de Theologische Universiteit Apeldoorn van de Christelijke Gereformeerde Kerken.

Tijdens de afsluitende bijeenkomst hield ds. F. H. Blokhuis een meditatie over 2 Timothes 2:1 en 2. Paulus raadt Timothes hier aan om het Woord door te geven aan betrouwbare, gelovige mensen, aldus ds. Blokhuis. Hij wees erop dat de kerk het risico loopt om van alles door te willen geven, in een poging aansluiting te blijven vinden bij de leefwereld van mensen. „Maar wie geeft het Woord nog door aan de komende generaties?”

In de opdracht aan Timothes klinkt volgens ds. Blokhuis ook door dat deze het Woord dan wel mag doorgeven, maar dat nog moet blijken of de mensen aan wie hij het Woord doorgeeft, ook bekwaam blijken te zijn om anderen te onderwijzen. „Daarvoor is het nodig om vertrouwd te raken met het Gods Woord.”

Ds. K. H. de Groot uit Lochem was vanaf het begin betrokken bij het seminarie. Hij memoreerde hoe docenten van het eerste uur het „als een roeping van de Heere zagen om te werken aan de opleiding van predikanten. Ze zagen er Gods Hand in dat Hij na het buiten verband raken (van gemeenten door de scheuring in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt in 1967, red.), ruimte gaf voor het starten van een eigen opleiding.”

Dr. C. P. Kleingeld, emeritus predikant uit Putten en docent filosofie aan het seminarie, stelde dat het grondig kennen van de Bijbelse talen een stokpaardje was van het seminarie. „Daarnaast hoop ik dat studenten vooral hebben geleerd kritisch te denken. Theoloog A kan wat bedenken, waarop theoloog B denkt: Een aardige gedachte, en theoloog C concludeert: A en B zeggen het, dus is het zo. Laten studenten daar alsjeblieft doorheen prikken.”

Oud-student ds. J. Winter uit Wezep riep de soms „huiskamerachtige” sfeer in herinnering die er heerste tijdens de lessen. Aanvankelijk hadden die plaats in de consistorie van de Nederlands gereformeerde kerk in Zaandam, later in Amersfoort. Ds. Winter beschreef ook hoe het NGS binnen de kerken te maken had met tegenstand en onbegrip. „De docenten lieten zich daaraan weinig gelegen liggen, ze gingen door.”

Ds A. Vos uit Heerhugowaard onderstreepte hoe op het seminarie de Bijbel centraal stond. „Je leerde geen preek te houden over de Bijbel, maar je leerde de Bijbel te bepreken.” In zijn evangelisatiewerk ziet hij dat het vooral ook de prediking is die voor groei zorgt in de gemeente. Hij kijkt dan ook dankbaar terug op de tijd aan het seminarie, waar hij op dat punt bijgespijkerd werd.

De bijeenkomst werd besloten door ds. J. M. de Groot uit Wezep, de laatste voorzitter van het bestuur van het NGS. Hij concludeerde dat het seminarie ophoudt te bestaan, maar dat het Woord van God blijft. Ds. De Groot sloot de bijeenkomst af met het citeren van Jesaja 40:8: „Het gras verdort, de bloem verwelkt, maar het Woord van onze God houdt altijd stand.”

Reformatorisch Dagblad 31-08-15
Auteur: Reporter Creer datum: 4-09-2015 15:50:23


Hervormd Monster krijgt nieuw verenigingsgebouw -

De hervormde gemeente van Monster krijgt een nieuw verenigingsgebouw. Dat heeft Alexander van der Kaaij, voorzitter van de bouwcommissie, meegedeeld.

Medio augustus is de aannemer begonnen met de sloop van de huidige gebouwen, De Haven en De Jeugdhaven. Eind september, begin oktober, start de nieuwbouw. Naar verwachting kan het nieuwe verenigingsgebouw over een jaar, bij de start van het verenigingsseizoen 2016/2017, in gebruik worden genomen.

Het jeugdproject ’t Schuurtje, dat de hervormde gemeente vorig jaar gestart is in samenwerking met de HGJB, gaat door vanuit een bouwkeet op het terrein. „Dat is te waardevol om tijdelijk te stoppen”, zegt Van der Kaaij. „De jongeren hebben hun draai gevonden en ze helpen ook mee met bepaalde klussen.”

Het nieuwe, multifunctionele kerkelijk centrum is bedoeld voor allerlei activiteiten van de gemeente. Daarnaast kan het een brugfunctie gaan vervullen in het contact met de buurt, aldus Van der Kaaij. „Diaconale activiteiten krijgen een plaats en verhuur voor maatschappelijke doelen wordt mogelijk. Speciaal met het oog op de brugfunctie naar de buurt moet het beeldbepalende gebouw een open uitstraling. Het krijgt veel glas.” Behalve een grote zaal krijgt het gebouw op de begane grond diverse andere zalen en een inpandige garage. De bovenverdieping is vooral bestemd voor de jeugd. „We zijn blij met de jongeren van onze groeiende gemeente en willen in hen investeren.”

De kosten, inclusief de herinrichting van het buitenterrein, bedragen circa 1,3 miljoen euro. Driekwart daarvan is inmiddels bijeengebracht door middel van acties, jaarmarkten, giften, collectes, leningen en fondsen. Voor het resterende bedrag worden in de loop van de bouw nieuwe acties gehouden.

Reformatorisch Dagblad 04-09-15
Auteur: Reporter Creer datum: 17-10-2015 14:14:42
Als ik iets over het hoofd zie, hoor ik het wel

17 o
Rikko Voorberg

columns

Ik begin het de laatste tijd opeens heel gek te vinden dat we nog steeds letterlijk het Onze Vader bidden. Er lijkt ergens iets niet te kloppen. We bidden het al 2000 jaar zo, dus wie ben ik, maar ik heb zo mijn vragen. Als ik iets over het hoofd zie, hoor ik het graag.

Jezus leert dat Onze Vader aan zijn leerlingen. Stuk of tien regels, vooral bedoeld als contrast met rijke, dikdoenerige gebeden van zogenaamde supergelovigen. Keep it simple, stupid. Maar n zijn dood, opstanding, hemelvaart is de wereld toch enigszins veranderd? Die hemelvaart is toch een soort troonsbestijging. Hij krijgt dan de touwtjes in handen. Waarom bidden we dan in vredesnaam nog dat zijn koninkrijk moet komen? Er moet heus nog veel gebeuren, maar het is er wel. Het gaat wat langzamer, omdat zijn koninkrijk op basis van vrijwilligheid werkt. Hij dwingt niemand om zijn ‘onderdaan’ te worden, dat doen andere koninkrijken al. Maar er zijn er die duidelijk leven alsof Jezus‘ levenswijze voor hen de hoogste autoriteit heeft. Dan is dat koninkrijk er toch? Managementboeken zeggen: ‘̓Als je wilt weten of iemand de leiding heeft, moet je kijken of mensen hem volgen. Bewust of onbewust.’ Nou, dat gebeurt.

Misschien moet het gebed dan nu heel anders. Het is even oefenen en bijschaven, maar dit is mijn voorstel:

‘Onze Vader, die in de hemel is (of ‘die op ons toeziet’, net wat je wil), Uw koninkrijk is gekomen, Uw wil heeft plaatsgevonden, zoals dat allang gebeurde in die hemel, nu ook eindelijk op aarde.’ Eventueel ‘Fijn’ of ‘Dank’ nog toevoegen aan het einde van de laatste zin. Dan: ‘Dank voor het dagelijks brood, en dat onze schuld vergeven is, net zoals wij soms anderen hun schuld niet aanrekenen.’ Ook hier, verleden tijd. Schuld is vergeven. Als Jezus opnieuw een poging waagt met mensen die in principe planeet- en medemensvernietigers zijn, dan draagt Hij dat ons blijkbaar niet na. Vergeven dus.

‘U hebt ons uit de verzoeking gehouden (de verleiding om het helemaal zelf te willen doen), en ons verlost van de almacht van het kwaad.’ Ook hier, eventueel ‘Fijn’ of ‘Dank’ toevoegen.

Verlos ons van het kwaad – tuurlijk, maar het s ook al gebeurd. Er zijn nog steeds mensen op de vlucht, er zijn nog steeds mensen die daar misbruik van maken en anderen die niet voor ze willen zorgen. Maar het kwaad is allang niet meer almachtig. De Europese stem van medemenselijkheid en verwelkoming lijkt wel groter te worden. Dat is een goed teken. Het goede, de liefde, de waarheid – welke van de bijnamen van God of Jezus je ook kiest – heeft macht op aarde. De manier van denken en doen die door Jezus Christus is vormgegeven en uitgedragen, die is invloedrijk. Op het gebied van vluchtelingen, ouderenzorg, omgang met leven, omgang met elkaar. Dus dan ronden we het zo af: ‘Want het is uw koninkrijk dat we zien, het is de macht van het goede, en dat is ‘heerlijkheid’ en heeft toekomst tot in eeuwigheid. Amen.’ Dat oude ‘Onze Vader’ was voor toen. Of heb ik ergens iets gemist?

Nederlands Dagblad 17-10-15
Auteur: Reporter Creer datum: 3-11-2015 13:57:04
Kerkbouw VS eindelijk weer in lift

Gerard ter Horst

De bouw van kerken en religieuze gebouwen in de Verenigde Staten zit na een enorme neergang in de afgelopen dertien jaar voor het eerst weer in de lift.
New York

Dat schrijft de Amerikaanse krant The Wall Street Journal op basis van cijfers van statistisch onderzoeksbureau Dodge Data & Analystics, dat de ontwikkelingen in de bouw nauwkeurig bijhoudt. In de eerste acht maanden van dit jaar stegen voor het eerst de financile investeringen weer, zij het licht, met 2,3 procent. Die groei leidt volgend jaar tot een toename in het aantal nieuwe kerken en andere religieuze gebouwen zoals moskeen en tempels, is de verwachting.

De omslag is volgens Dodge-hoofdeconoom Robert Murray een direct gevolg van de economische opleving en de daarmee gepaard gaande groei in giften. De verwachting is echter dat de uiteindelijke groei in 2020 slechts een kwart bedraagt van de bouw in het recordjaar 2002. Toen werd in n jaar 4,8 miljoen vierkante meter aan nieuwe religieuze gebouwen opgetrokken, een absoluut record.

De neergang in de afgelopen dertien jaar is terug te voeren op een samenloop van omstandigheden. Naast de heftige economische crisis spelen een structureel dalend kerkbezoek en veranderingen in de besteding van giften een rol. Tegelijkertijd kozen meer kerken ervoor geen eigen groot gebouw neer te zetten, maar te investeren in of een multifunctioneel gebouw of meerdere diensten per zondag te beleggen in kleinere, vaak gehuurde gebouwen.

Bovendien: in Amerika groeien vooral de mormomen en de islam. Naar verwachting worden er daarom relatief veel nieuwe moskeen en mormomentempels gebouwd. <

Nederlands Dagblad 03-11-15
Auteur: Reporter Creer datum: 30-11-2015 14:33:03
Recordaantal Bijbels verspreid

In 2014 zijn er wereldwijd 33,9 miljoen Bijbels en 428,2 miljoen boeken met Bijbelgedeelten verspreid.

Dat meldde United Bible Societies (UBS) in een recent verschenen rapport. „Niet eerder in de geschiedenis werden er zo veel Bijbels gedrukt”, stelt UBS. Vooral in Amerika deed zich groei voor, waar meer Bijbelse lectuur is verspreid.

Reformatorisch Dagblad 30-11-15
Auteur: Reporter Creer datum: 21-12-2015 19:04:06
Ontvoerd door ISIS en ontsnapt

Pater Yakub Mourad werd in mei ontvoerd door ISIS. ‘“Bekeer je tot de islam of je kop gaat eraf’’, zeiden ze. Dan reageerde ik niet, maar ik bad om kracht en overgave, om voor dat tweede te kiezen.’ f
Wim Houtman

In mei dit jaar werd de Syrische pater Yakub Mourad gegijzeld door ISIS. Na vijf maanden wist hij te ontsnappen.
Den Bosch

‘Gemaskerde mannen drongen het klooster binnen en namen mij mee, samen met een vrijwilliger. Ze duwden ons in een auto en lieten ons vier dagen midden in de woestijn staan, geblinddoekt en vastgebonden. Daarna brachten ze ons naar Raqqa, de hoofdstad van ISIS.’

Zo begint pater Yakub Mourad zijn verhaal. Het gebeurde op 21 mei van dit jaar in Qaratayn, zo’n tachtig kilometer zuidoostelijk van Homs.

‘In Raqqa sloten ze ons op in een klein badkamertje. Zo wilden ze ons vernederen. Maar dat is ook onze opdracht – nederig blijven, zelfs tegenover geweld.’

retraite

Pater Yakub en diaken Boutros Hanna Dekermenjian, een Armenir, zaten 84 dagen in die cel. ‘De eerste week was zwaar. Dan ben je angstig en onzeker. Daarna ben ik onze gevangenschap gaan zien als een retraite. We konden ook weinig anders doen dan bidden. Ik vond rust in het bidden van de rozenkrans. Het moeilijkste was als ze ons probeerden te intimideren. “Bekeer je tot de islam of je kop gaat eraf’’, zeiden ze. Dan reageerde ik niet, maar ik bad om kracht en overgave, om voor dat tweede te kiezen.’

Na drie maanden dacht pater Yakub dat het zover was. ‘Op 11 augustus zeiden strijders tegen mij: “De christenen uit Qaryatayn hebben naar je gevraagd.’’ Ik wist dat de stad in handen van ISIS was gevallen. We gingen weg in een busje voor een rit die vier uur duurde, richting Palmyra. Toen ik moest uitstappen, herkende ik een jongen uit mijn parochie en achter hem de 250 christenen die enkele dagen daarvoor uit Qaryatayn waren ontvoerd. Ze gaan ons onthoofden, dacht ik. Zij waren juist blij om mij te zien. Sinds mijn ontvoering had niemand meer iets over me gehoord.’

Maar de groep werd vastgehouden en drie weken later teruggebracht naar Qaryatayn. Daar werd pater Yakub verder gevangen gehouden. Op 10 oktober kon hij ontsnappen, met hulp van een vriend – een moslim, die onder de indruk was van het goede werk dat het klooster deed voor de stad. De man smokkelde hem, verkleed als jihadstrijder, achter op de brommer de stad uit.

monnik en sjeik

Pater Yakub deed deze week zijn verhaal op het kantoor in Rome van de rooms-katholieke hulporganisatie Kerk in Nood, die met zijn klooster samenwerkt. Sindsdien schermt Kerk in Nood hem af voor publiciteit.

De jezuet uit Aleppo was sinds 2013 prior van Mar Elias, een klooster van de Syrisch-Katholieke Kerk, een oosterse kerk die verbonden is met Rome.

Hij denkt dat ISIS hem ontvoerde n zijn leven spaarde om een en dezelfde reden: omdat hij zich sterk maakte voor dialoog en vriendschap tussen christenen en moslims.

Zijn klooster betekende veel voor Qaryatayn. De prior stond in de stad ook wel als ‘sjeik Yakub’ bekend. Sinds de burgeroorlog begon, hielpen de monniken de inwoners met wederopbouw van kapotte huizen en met voedselhulp, aandacht en zo nodig onderdak. Met steun van Kerk in Nood bouwde het klooster een waterreservoir, toen ISIS de drinkwatervoorziening had afgesneden. Het klooster hielp christenen en moslims, zonder onderscheid.

bidden

Pater Yakub vindt dat ISIS een verwrongen gezicht van de islam laat zien. Hij is ook kritisch op het regime van president Assad en diens geweld tegen de bevolking. Hij neemt zijn eigen kerkleiding kwalijk dat die nooit afstand van Assad heeft willen nemen.

Volgens hem zijn vrijwel alle christenen inmiddels uit Qaryatayn gevlucht. ‘Het leven is er vrijwel onmogelijk geworden; er is geen voedsel, water en elektriciteit.’ Het klooster is door ISIS bezet en deels verwoest.

Christenen in het Westen roept pater Yakub op te bidden voor hun geloofsgenoten in Syri en voor een politieke oplossing van het conflict. ‘Honderd jaar na de Armeense genocide worden christenen opnieuw bedreigd. Zonder politieke oplossing is er geen hoop voor christenen om te blijven, in Syri en in de hele regio.’ <

Nederlands Dagblad 21-12-15
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier