Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Gerd
Creer datum:
14-03-2014 12:44:17
Laatst gewijzigd:
2-04-2015 13:28:40
Commentaar
In dit onderwerp Hoofdredactioneel commentaar van het RD en ND
Auteur: Gerd Creer datum: 14-03-2014 12:45:20

Opluchting nu in Wageningen dank aan God mag worden gebracht

Promovendi aan Wageningen University mogen voortaan weer God danken in hun proefschrift, net zoals ze hun familie, vrienden of raadgevers mogen bedanken. Er mag echter geen inhoudelijk verbinding worden gelegd tussen het wetenschappelijk resultaat en het geloof in God.

Met dat besluit komt de leiding van de universiteit in Wageningen terug op een eerdere missive dat een dankwoord aan God verbood. Dat leidde tot een pittige discussie tussen voor- en tegenstanders van deze maatregel. Daarbij voelde iedereen aan dat de universiteitsleiding wel erg strikt was. Voorstanders van het vorig jaar genomen besluit betoogden dat geloof geen enkele rol mag spelen in het wetenschappelijk onderzoek. Bezwaarden wezen erop dat een dankwoord een persoonlijk getoonzette inleiding op of afsluiting van een dissertatie is die buiten het oordeel van de promotiecommissie moet blijven. Deze commissie toetst of het onderzoek deugt en gaat niet over een dankwoord. Het verweer tegen het verbod leidde er uiteindelijk toe dat het universiteitsbestuur deze week besloot voortaan het danken van God in het persoonlijke voor- of nawoord weer toe te staan. Dat is een belangrijke verbetering.
Wie wat dieper duikt in de achtergronden van het besluit van vorig jaar, zal ontdekken dat daar wel aanleiding toe was. Er waren voorbeelden dat promovendi inhoudelijk een verband legden tussen hun onderzoeksresultaten en God, of in geval van moslims: Allah. Daar wilde men paal en perk aan stellen. En ook nu, na herziening van het besluit, is het niet toegestaan die relatie te leggen.

Een belangrijk bezwaar tegen het leggen van zo'n relatie is dat het resultaat van het onderzoek op die manier gemakkelijk buiten elke discussie wordt geplaatst. Want wie is dan in staat om tegenover de promovendus adequaat te opponeren? Steeds zou het antwoord van de aanstaande doctor kunnen zijn: Jammer dat u het niet met me eens bent, maar ik heb het van hogerhand nu eenmaal zo leren zien. Dat kan niet. Bij natuurwetenschappelijk onderzoek moet de onderzoeker zich houden aan een reeks spelregels en daar hoort bij dat hij alleen uitspraken doet die empirisch, proefondervindelijk, te controleren zijn en dus herhaalbaar zijn. Op dat terrein hoort levensbeschouwing, religie of persoonlijke overtuiging geen rol te spelen.
Dat de Wageningse bestuurders het oorspronkelijke besluit toch hebben verruimd, komt door de erkenning dat het dankwoord geen onderdeel is van de examenstof en promovendi wel ruimte krijgen om hun inspiratiebronnen te noemen. Daarmee is de kou echter niet uit de lucht. Deze toezegging zal vast weer vragen oproepen zodra iemand in het dankwoord God als zijn Schepper erkent, een christelijk motto meegeeft, een christelijk thema kiest als illustratie voor de omslag of een stelling poneert over een religieus thema. Een proefschrift is meer dan een stapel wetenschappelijke artikelen met een neutraal kaft eromheen. De kern van de discussie is of een wetenschapper bij zijn werk zijn christelijke levensbeschouwing mag laten blijken. Daar moet ruimte voor blijven bestaan

Ref.Dagblad 14-03-14
Auteur: Reporter Creer datum: 27-03-2014 14:54:05
gebrek aan berouw van Volkert van der G. is zorgwekkend

Hoofdredactioneel commentaar

Staatssecretaris Teeven van Justitie legt zich erbij neer dat Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, begin mei vrij komt. Conform de regels mag hij na het uitzitten van twee derde van zijn straf de gevangenis verlaten. Ook de Kamer voegt zich, zij het tegen heug en meug.

Opvallend is wel dat deze vrijlating in de samenleving zo veel emoties oproept. Elk jaar komen er mensen op vrije voeten die verschrikkelijke misdaden op hun geweten hebben. Dat trekt echter niet de aandacht. De oorzaak is dat hun misdrijf een tamelijk onbekende burger trof.
Het verschil in ophef is dus wel verklaarbaar, maar niet terecht. De moord op een bejaarde vrouw is net zo verschrikkelijk als die op een spraakmakend politicus. In beide gevallen heeft de misdadiger een medemens van het leven beroofd. Bij alle ophef die er nu ontstaat over de vrijlating van Volkert van der G. is het goed te bedenken dat er in ons land honderden nabestaanden zijn die met dezelfde gevoelens worstelen als de familie en vrienden van Fortuyn.

De kwestie waar het om draait, is dat in ons systeem van strafrechttoepassing de regel geldt dat mensen bij goed gedrag in vrijheid worden gesteld als ze bijna 
70 procent van hun straf achter de rug hebben. Die regel geldt voor iedere veroordeelde, of hij nu bekend is of onbekend. Wie de rechtsstaat respecteert, wijkt daar niet van af. Ook niet als dit bij een specifiek geval in de samenleving op weerstand stuit.

Heel verstandig dus dat Teeven en de Kamer zich nu bij de invrijheidstelling van Volkert van der G. neerleggen. Wel zou de politiek er goed aan doen om voor de toekomst de regels voor vervroegde vrijlating nog eens grondig te bezien. Daarbij moet overigens wel worden bedacht dat een beperking van die regel consequenties kan hebben voor de strafmaat die rechters vaststellen. Nu houden ze bij hun vonnis rekening met de bestaande praktijk. Als misdadigers voortaan de hele straf moeten uitzitten, zouden rechters de neiging kunnen krijgen om lagere straffen op te leggen.
Volkert van der G. komt vrij. Maar hij is bepaald geen vrij man. Er zijn allerlei regels waar hij zich aan moet houden. Maar zelfs als die op termijn worden afgeschaft, is hij nog niet vrij. Het meest triest is namelijk dat hij geen enkel teken van berouw toont.

Hoewel de verontwaardiging over zijn vrijlating verklaarbaar is, zou de zorg over de halsstarrigheid van Volkert van der G. die moeten overstemmen. Niet alleen omdat deze houding het nare gevoel oproept dat Van der G. kennelijk zo'n moord zonder problemen op zijn geweten kan hebben en daarom dus mogelijk zoiets opnieuw zou kunnen doen. Maar vooral omdat hij met die last nooit echt vrij man zal zijn.

In deze weken wordt er vaak stilgestaan bij de kruisiging van Jezus Christus op Golgotha. Hij hing daar samen met twee moordenaars. Een van die twee schonk hij vergeving omdat Hij voor hem gebeden had bij Zijn Vader. Zou dit geen signaal voor christenen moeten zijn om vooral voor Volkert van der G. te bidden? Wie dat doet, voelt zijn boosheid over de vrijlating van Volkert van der G. zakken. Hij is misdadiger, maar ook een mens met een ziel.

Ref.dagblad 27-03-14
Auteur: Reporter Creer datum: 2-04-2015 13:27:50


Commentaar redactie ND


Abortus verkopen als pil
Vanaf 1 mei kan de apotheek op vertoon van een recept Sunmedabon verkopen.

Maar de huisarts die dat recept schrijft, krijgt de Inspectie op bezoek. Want Sunmedabon geldt weliswaar als ‘geneesmiddel’, maar dient om een prille zwangerschap af te breken. Dat mogen alleen artsen doen in een kliniek of ziekenhuis met abortusvergunning.

In Medisch Contact adverteerde fabrikant Sunpharma vorige week met een ‘avondcursus voor huisartsen’ over het voorschrijven van Sunmedabon. Gek genoeg wordt de cursus verzorgd door abortusactiegroep Women on Waves. En de kernboodschap is geen medische instructie, maar een juridisch protest: huisartsen mogen bst Sunmebadon voorschrijven! Want minder dan zestien dagen overtijd, vindt Women on Waves, is nog geen zwangerschap volgens de letter van de abortuswet. De huisarts die Sunmedabon voorschrijft, zou dus geen (illegale) abortus plegen.

Sunpharma wil doosjes verkopen en Women on Waves propageert abortusvrijheid. Tot zover niks nieuws. Wel nieuw is dat deze twee samen met een misleidend verhaal artsen willen aanzetten tot wetsovertreding. Minister Schippers stak daar dinsdag voorlopig een stokje voor. In de Kamer sprak zij, op vragen van Carla Dik (ChristenUnie), ondubbelzinnig uit dat er eerst een wetswijziging nodig is om vroege, medicamenteuze abortus door de huisarts te legaliseren. Tegelijk liet de minister merken dat ze daar wel sympathiek tegenover staat; aangemoedigd door Kamerlid Vera Bergkamp (D66), die haar ‘diepe respect’ voor Women on Waves beleed. Schippers en Bergkamp denken dat de huisarts een vertrouwder adres is om je prille zwangerschap te laten afbreken, dan de onbekende specialist in een kliniek of ziekenhuis.

In het traject naar een wetswijziging zullen ‘veiligheid, kwaliteit en zorgvuldigheid’ centraal staan, beloofde Schippers. Laat men dan om te beginnen de bijsluiter van Sunmedabon lezen. De verpakking bevat twee middelen. Het ene (mifepriston) moet onder begeleiding worden geslikt, en blokkeert — als het werkt — verdere groei van de zwangerschap. 36 tot 48 uur later wordt, ook onder begeleiding!, het andere (misoprostol) ingebracht, vaginaal. Dat laat de baarmoeder de foetus afdrijven. ‘U kunt het beste gedurende een paar uur in het ziekenhuis/de kliniek blijven, of totdat u en de arts ervan overtuigd zijn dat u zonder problemen naar huis kunt’, zegt de bijsluiter. De bloedingen kunnen vervolgens hevig zijn, maar garanderen niet dat de zwangerschap cht beindigd is. Als het leven doorzet, wordt een chirurgische abortus ‘aangeboden’.

Het gaat hier dus over een meerdaagse, begeleiding vergende, emotioneel belastende, onomkeerbare, ethisch omstreden behandeling. Wie dat wil ‘verkopen’ als een tweecomponentenpil die de huisarts wel kan voorschrijven zodat je ‘m discreet en eenzaam thuis kunt gebruiken, negeert niet alleen de wet, maar misleidt ook de ‘klant’. Die niet ‘overtijd’ is, maar zwanger van een nieuw leven.

geplaatst:Nederlands Dagblad
02-04-2015 - 9.18

auteur:Sjirk Kuijper
Auteur: Reporter Creer datum: 21-04-2015 13:50:14

Een weggeworpen meisje

Sommigen schakelen snel over op een andere zender, anderen storten hun onmacht in emmers vol cynisme uit over hun politici, weer anderen spuiten anoniem digitaal vuil over die ‘dobbernikkers’ die op weg waren om onze uitkeringen te komen opstrijken en dat het maar goed is dat hun bootje naar de kelder is gegaan. Nog weer anderen zwijgen.

In een wereld die een dorp geworden is, komt de ellende z vaak, z tastbaar en z massaal voorbij, dat we er alleen nog maar in clichs over kunnen spreken. Ellende is gewoon geworden en wij zijn eraan gaan wennen. Net als aan de gedachte dat we er toch niets aan kunnen doen. En zelfs dat zijn allemaal clichs.

Maar dan is er plotseling die foto van dat meisje: een jaar of vijf, zes, zwart krullenkopje, roze jurkje, groene broek, lila schoentjes. Miljoenenvoudig dreef ze gisteren via Youtube uit het serene azuur van de Middellandse Zee onze laptops, tablets en smartphones binnen: als een weggeworpen plastic popje. En net zo dood. Een van de negenhonderd naamlozen die zaterdagnacht ergens tussen Libi en Itali afdaalden in het dodenrijk voor de poorten van Europa. En even weten we dat het ons dochtertje of zusje had kunnen zijn, dat weggeworpen meisje van onze wereldorde. Even weten we ons geen raad.

Misschien vloeken we, misschien bidden we. Maar morgen is er een nieuwe dag en over drie dagen zijn er andere problemen. En we weten tch niet hoe we het moeten oplossen. Want als het ooit rond de Middellandse Zee misschien voorbij is, dan zwenken onze camera’s noodgedwongen weer naar de volgende brandhaard. Want het gt maar door.

Over de hele wereld stromen migranten van de ene plek naar de andere: van Syri naar Europa, van Mexico naar de VS, van Azi naar Australi, van Congo naar Zuid-Afrika. Ze zijn op de vlucht voor oorlog, vervolging, honger, armoede, of zijn op zoek naar werk en een beter bestaan. Het zijn communicerende vaten: de buis van armoede, honger en onrecht drukt zich een weg naar het vat van rijkdom, welvaart, egocentrisme en eigenbelang. Net zo lang totdat ze op gelijk niveau gekomen zijn.

Eeuwenlang wisten we niet van elkaars bestaan: de wereld van onze voorouders hield bij hun dorp veelal op. Maar ons dorp is de wereld. Of we nu in de gegoede buurten of in de sloppenwijk ervan wonen. En we weten van elkaar hoe het er bij de ander voorstaat. Of er levenloze kinderen ronddrijven bijvoorbeeld in de zee waar wij, op de vlucht voor ons drukke bestaan, ronddobberen op een luchtbed.

Het is zo uitzichtloos. Ongeveer als in die ene psalm in de Bijbel zonder ‘happy end’: nummer 88. Een lied over naamloze doden, massagraven en het eindeloze duister van de diepte. Maar wel een gebed. Voor mensen die het niet meer weten. Aan beide zijden van de Middellandse Zee.

geplaatst:Nederlands Dagblad
21-04-2015 - 9.43

auteur:Peter Bergwerff
Auteur: Freek Creer datum: 22-06-2015 17:37:37
Commentaar: Zwarte kerkgangers Charleston houden spiegel voor

22-06-2015 11:59 || Hoofdredactioneel commentaar Reformatorisch Dagblad

Bij de ‘zwarte’ kerk in Charleston kwamen vorige week veel mensen om hun medeleven te betuigen over de dood van negen mensen.  beeld AFP

Er gebeuren soms dingen in een mensenleven die zulke diepe sporen trekken dat ze nooit meer vergeten worden. Een sprekend voorbeeld daarvan is de moord die Dylann Roof vorige week pleegde op negen mensen in de Emanuel African Methodist Episcopal Church in de Amerikaanse stad Charleston. Gedreven door racistische motieven schoot Roof negen mensen dood vanwege hun zwarte huidskleur.

Het is onmogelijk dat ooggetuigen en nabestaanden deze afschuwelijke daad ooit uit hun geheugen kunnen wissen. Zij hebben levenslang. Voortaan loopt er een diepe scheidslijn door hun levensgeschiedenis: voor en na de moordaanslag.

Het is –menselijk gezien– voor de omstanders even onmogelijk om de dader deze gruwelijke daad te vergeven. Het onpeilbare leed zal, normaal gesproken, zich niet alleen uiten in duizenden tranen maar ook in bijna onbeheersbare wraakgevoelens. Hoe menselijk is dat ook. Het zal je maar gebeuren dat een geliefde door de kogelregen van een racist in een ogenblik tijds wordt weggemaaid. De pleger van de aanslag gun je geen minuut langer het leven of geluk.

Toch gebeurde er vorige week een wonder. Voor het oog van de vele camera’s die bij de kerk in Charleston waren opgesteld lieten leden van de getroffen gemeente weten Dylann Roof zijn misdaad te vergeven. Hun christelijke overtuiging bracht hen tot deze bovenmenselijke daad. „We kunnen niet anders dan ook deze vijand liefhebben”, zei een van de kerkleden. „Christus zegt dat we moeten zegenen die ons vervloeken en Hij deed dat Zelf ook.”

De kerkvader Augustinus heeft gezegd: „Er bestaat geen groter aalmoes, dan van harte zijn naaste te vergeven.” Bijbels gezien is het geven van aalmoezen niet alleen een weldaad maar ook een genadedaad. Het is een gift die geschonken wordt aan iemand die in nood verkeert maar die het geschenk niet heeft verdiend. Dat laatste geldt zeker voor Dylann Roof. Hij verdient straf en zal die ook moeten krijgen. Het recht moet zijn loop hebben.

Maar het geven van aalmoezen is ook een genadedaad. De schenker heeft van nature het egosme in zijn genen, maar heeft door genade geleerd anderen iets groots te bieden. Dat mensen zo kort na de gruweldaad de moordenaar van hun geliefde kunnen vergeven, is een bijzonder geschenk.

Opvallend is dat dergelijke woorden van vergeving in de loop van de tijd vooral gesproken zijn door mensen die het in eigen leven of in de geschiedenis van hun groep zwaar te verduren hebben gehad. De voorbeelden liggen voor het oprapen: vervolgde christenen zowel in de Vroege Kerk als in de 20e eeuw, Joden en de zwarte bevolking van de VS.

Natuurlijk zijn er ook onder deze groepen die zich heel anders opstelden. Daar kunnen goede redenen voor zijn. Daadwerkelijke vergeving hoort verbonden te zijn aan berouw van de dader. Als dat ontbreekt, is vergevingsgezindheid des te meer een uiting van een hoge morele standaard, die vaak geworteld is in religieuze overtuiging. De zwarte kerkgangers van Charleston houden daarmee velen –zowel christenen als niet-christenen– die al bij een kleine tegenslag vol wrok zitten, een spiegel voor.
Auteur: Reporter Creer datum: 10-08-2015 13:20:02

10-08-2015 11:29 | Hoofdredactioneel commentaar

Commentaar: Zwarte burger voor veel Amerikanen tweederangs -

Uitgerekend op de dag van de herdenking van de dood van Michael Brown, de zwarte tiener die een jaar geleden werd doodgeschoten in de Amerikaanse stad Ferguson, kwam naar buiten dat de FBI onderzoek doet naar de dood van een zwarte tiener in de stad Dallas (Texas). De ongewapende Christian Taylor werd vrijdag door een agent doodgeschoten na een inbraakmelding bij een autodealer.

Vooropgesteld, de zwarte jongen wekte in ieder geval de indruk zich schuldig te maken aan een strafbaar feit. Dat hij wegrende toen hij de politie zag, versterkte die verdenking. Daarover geen misverstand.

Maar dat is niet het enige wat in ogenschouw moet worden genomen. Feit is dat zwarte burgers in de Verenigde Staten niet alleen vaker met de politie in aanraking komen, maar ook harder worden aangepakt dan blanken. Uit onderzoek van de Amerikaanse krant The Washington Post bleek zondag dat ongewapende zwarte mannen zeven keer meer kans hebben om te worden doodgeschoten door de politie dan blanke mannen. Afgelopen jaar zijn in de Verenigde Staten 24 ongewapende zwarte mannen doodgeschoten door een agent.

Nu mag niet worden onderschat wat politiemensen in bepaalde wijken van Amerikaanse steden meemaken. Zij worden met grote regelmaat geconfronteerd met ernstige vergrijpen. Dat geldt zeker in achterstandsbuurten met een hoge concentratie van zwarte burgers. Dat politiemensen daarbij nogal eens de kracht van de sterke arm moeten laten voelen, is duidelijk. Dat het wangedrag van deze wijkbewoners het beeld van de politie niet positief benvloedt, is ook helder.

Dat alles neemt niet weg dat politiemensen elke burger, dus ook de zwarte, recht moeten doen. Dat betekent dat alle burgers in gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. En daar schort het nog weleens aan. Een onderzoek van de universiteit van Boston, eerder dit jaar, wees uit dat politiebeambten in Amerika een sterke vooringenomenheid hebben jegens zwarten.

Overigens komt dit niet alleen bij politiemensen in de VS voor. Ondanks de wettelijke gelijkstelling in Amerika van blank en zwart blijken veel blanken nog steeds behept te zijn met antigevoelens jegens zwarten. Recent zei een blanke onderzoeker uit Mississippi dat het racisme de blanke Amerikaan in de genen zit, zeker in het zuiden van de VS.

Deze weken loopt een groep burgerrechtenactivisten uit de staat Alabama een 1385 kilometer lange mars vanuit de plaats Selma naar Washington. Daarmee willen ze vijftig jaar na het optreden van ds. Martin Luther King, de predikant die streed voor de burgerrechten van zwarten, opnieuw aandacht vragen voor de discriminatie van zwarten.

Ofschoon men vragen kan hebben bij de progressieve ideen van de initiatiefnemers van deze mars, hebben zij wel een punt. De zwarte Amerikaan is voor veel blanken in de VS nog steeds een burger van wie je meer last dan gemak hebt. Dat is niet humaan, en dat is evenmin christelijk. Ook de zwarte burger is, met al zijn fouten, een schepsel dat met respect moet worden behandeld.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Carla Creer datum: 18-08-2015 15:40:51

Christenen hebben bij vluchtelingenproblematiek duidelijke taak
18-08-2015 11:38 | Hoofdredactioneel commentaar


De massale toestroom van vluchtelingen naar Europa vormt een groeiend probleem. De cijfers liegen er niet om. Over het eerste halfjaar waren er al 384.270 asielzoekers, terwijl het in de eerste zes maanden van 2014 om 229.240 mensen ging.

Het aantal is sterk gegroeid door het oorlogsgeweld in landen als Syri en Irak. Ook de slechte levensomstandigheden in dictatoriale landen zoals Eritrea zorgen voor de stijging.

De vluchtelingenstroom leidt tot onmenselijke taferelen. Smokkelaars proberen de asielzoekers met slecht uitgeruste bootjes in Europa aan wal te krijgen. Dat daarbij velen van hen verdrinken, deert hen niet.

In de Europese Unie wordt gewerkt aan een goede aanpak van de grote vluchtelingenstroom. Dat is hard nodig. Een oplossing is echter verre van eenvoudig.

Een deel van de asielzoekers bestaat vooral uit gelukszoekers die naar het rijkere Europa komen voor het geld. Voor hen zijn de vestigingsmogelijkheden beperkt. Toch is dit punt een reden tot nadere bezinning. Het grote verschil in welvaart in de wereld vraagt niet alleen vanuit humanitaire motieven, maar ook vanuit christelijk perspectief extra aandacht. Moeten de rijkere naties zich niet meer om de armere landen bekommeren?

Belangrijk is dat mensen die vluchten vanwege oorlog of vervolging worden opgevangen. Critici wijzen erop dat zij het beste in hun eigen omgeving kunnen blijven. In de praktijk gebeurt dat ook. De meesten –80 procent– blijven in hun eigen regio.

Een forse groep probeert echter asiel te krijgen in Europa. Verreweg de meeste vluchtelingen gaan naar Duitsland (het eerste halfjaar al 154.105) en Hongarije (ruim 65.480).

Nederland staat met 8695 mensen op de negende plaats. Met een dergelijk aantal moet niet gedaan worden of ons land, dat bijna 17 miljoen inwoners telt, wordt overspoeld door vluchtelingen.

Het is van groot belang dat er wordt gewerkt aan een goede aanpak, waarbij er ook oog is voor draagvlak onder de bevolking. De Europese Unie heeft terecht een flink bedrag beschikbaar gesteld voor onder meer de opvang en de grensbeveiliging in landen als Itali en Griekenland.

Bij een goede aanpak hoort een nauwgezet onderzoek van de motieven voor de asielaanvraag. Bij die afweging gaat het echter niet alleen om rechtvaardigheid, maar ook om naastenliefde, barmhartigheid en herbergzaamheid. Dat zijn belangrijke christelijke noties.

Voor christenen ligt er bij de vluchtelingenproblematiek dan ook een duidelijke taak. Temeer daar er onder de asielzoekers veel geloofsgenoten zijn. In hoeverre is er sprake van meelijden met hen? Belangrijk is het gebed. Het opdragen van de vervolgde en verstrooide christenen is nodig. Maar dat geldt ook voor concrete hulp en ondersteuning. Positief is dat verschillende kerken betrokken zijn bij de begeleiding van asielzoekers.

Christen-zijn is immers in de kern: God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf. Dit heeft toch ook consequenties voor onze houding ten aanzien van vluchtelingen?

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 2-10-2015 13:16:19

Vluchtelingen: verantwoordelijkheid en barmhartigheid kernwaarden christendom

W. B. Kranendonk

Met dat ik het woord vluchtelingen boven dit artikel schrijf, realiseer ik me dat er bij veel lezers wellicht enige moeheid is over dit onderwerp. Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat er al wekenlang over wordt geschreven.

Er zullen lezers zijn die de neiging hebben door te bladeren of te klikken. Niet omdat ze niet betrokken zijn op hun naasten, maar omdat de problemen soms zo groot lijken dat je uit onmacht je ogen maar snel naar een ander artikel laat gaan.

Tegelijk is ook waar dat het onderwerp vluchtelingen leeft onder de lezers. Gelukkig maar. Want al kan er een moment van moeheid zijn en al kunnen wij alle problemen niet oplossen, het gaat hier wel om een kwestie waar letterlijk duizenden mensenlevens mee gemoeid zijn. Als christenen mogen we dan nooit wegkijken.

We moeten eerlijk erkennen dat er over het vluchtelingenprobleem in onze achterban verschillend wordt gedacht. Daarom krijgen we ook nogal pittige lezersbrieven en -mails in de bus en de mailbox. En wie het nieuws in deze zaak bijhoudt n de diverse bijdragen op onze forumpagina leest, begrijpt dat wel. De meningen lopen nogal uiteen en dat geeft altijd ferme reacties.

Die verschillen van mening zijn op zich niet erg. We bieden er ook ruimte aan om ze te ventileren. Het RD heeft niet voor niets een forumpagina. Daarop mag gediscussieerd worden. Op het scherp van de snede. Maar dat betekent niet dat er geen grenzen zijn. Die zijn er wel degelijk.

Nogmaals: er mag verschil van mening zijn. We weten dat er mensen zijn die veel nadruk leggen op de christelijke barmhartigheid, terwijl anderen (ook) waarschuwen voor de problemen die een grote toestroom van (moslim)vluchtelingen kan hebben voor onze samenleving.

Wat we niet toestaan, is dat de ene partij de andere ”onchristelijk” en ”onbarmhartig” noemt. Of dat de ene groep de andere toevoegt dat ze maar beter gelijk moslim kunnen worden en dat ze de naam ”christen” niet verdienen.

Gelukkig zijn er tal van bijdragen in deze krant waarin op een goede toon wordt gesproken over een kwestie die ons soms allemaal kan overweldigen door z’n omvang. Daarbij willen we van elkaar leren en ook oog blijven houden voor de verschillende verantwoordelijkheden die mensen hebben in onze samenleving.

Barmhartigheid is een kernwaarde van het christendom. Verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid en toekomst van onze maatschappij is dat ook. Binnen die grenzen, is er in onze krant volop ruimte voor gesprek. Graag zelfs.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 5-10-2015 17:12:46

Schepping of evolutie; wat is waarheid? Wie heeft gelijk?

W. B. Kranendonk
 05-10-2015

Wat is het nu? Schepping of evolutie? Of: Schepping en evolutie? Vragen te over. Verhitte discussies veelal over de hoofden van kerkgangers heen. En vooral verwarring in de hoofden van veel gewone gemeenteleden. Wat is waarheid? Wie heeft gelijk?

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: een afdoend antwoord op alle vragen is er niet te geven. Wie vasthoudt aan het geloof in de schepping door God in zes dagen, moet op vragen van de wetenschap soms, nee beter: vaak, het antwoord schuldig blijven. Het is gewoon eerlijk en verstandig dat direct te erkennen.

Evenzo is het goed om vast te stellen dat wetenschappers bij hun zoektocht naar de oorsprong van de aarde en van het menselijk leven ook vaak vragen overhouden. Dat geldt voor evolutionisten, maar nog meer voor thestische evolutionisten. Weliswaar hebben ze op grond van geologische en paleontologische vondsten aanknopingspunten voor hun theorie, maar er ontbreken nog steeds schakels aan hun model. En dat erkennen ze meestal ook.

Dat betekent dus dat zowel de aanhangers van de gedachte dat de schepping in zes dagen geschiedde, als de wetenschappers die pleiten voor de evolutieleer –in welke variant dan ook– met dezelfde verlegenheid zitten. Het is van belang dat steeds weer te bedenken, omdat dit in het debat nogal eens wordt vergeten.

Te vaak wordt er in discussies door met name evolutionisten met een zekere meewarigheid gekeken naar degenen die willen vasthouden aan de historische realiteit van de schepping in zes dagen, van Adam als de eerste mens, van de zondeval en van de universaliteit van de zondvloed. Terwijl een integere wetenschapper, en die zijn er zeker, direct zal moeten toegeven dat hijzelf ook uitgaat van een model dat bij lange na nog niet volledig bewezen is.

Omgekeerd moet deze evolutionistische wetenschappers niet direct worden verweten dat ze door hun visie op het ontstaan van het leven de naam van christen hebben verspeeld. Dat oordeel wordt soms ook wel erg gemakkelijk gegeven. Ook hier past terughoudendheid.

Betekent dit dat het dus niet uitmaakt welk concept je kiest? Dat is maar de vraag. In ieder geval heeft de keus consequenties, die verder gaan dan het debat over schepping en evolutie. In alle eerlijkheid is de vraag te stellen of ieder die voldoende overziet.

Waarom laten Bijbelgetrouwe christenen in toenemende mate de traditionele opvatting over het ontstaan van de aarde los en kiezen zij voor het thestisch evolutionisme? Laatstgenoemde theorie gaat ervan uit dat God een bijdrage heeft gegeven aan het ontstaan van de aarde, maar dat het leven zich verder ontwikkelde langs de weg van evolutie, al dan niet door God aangestuurd. Wordt die keus werkelijk gemaakt omdat er voor dit model zo veel bewijs is dat je er niet meer omheen kunt? Of heeft het te maken met de mate waarin men waarde toekent aan het gezag van Gods Woord? Die twee, wetenschappelijk bewijs en Schriftgezag, laten zich moeilijk tegen elkaar afwegen.

Onmiskenbaar is wetenschap van grote betekenis. De Bijbel leert dat de mens het verstand van God heeft gekregen als een bijzondere gave die geen enkel ander schepsel in die mate heeft ontvangen. De kennis maakt zelfs deel uit van het beeld van God waarnaar de mens is gemaakt. Wetenschappelijke arbeid is dus niet zomaar iets, maar een uitvloeisel van die bijzondere Scheppingsgave.

Maar wetenschappelijk onderzoek heeft ook beperkingen. Het is en blijft mensenwerk. Dat wil zeggen: werk met gebreken. De Bijbel leert namelijk dat door eigen schuld van de mens, door zijn zonde, het verstand verduisterd is. Daarom kennen wij ten dele (1 Kor. 13:12). Nog sterker: de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God. Wetenschappelijke theorien kunnen voor een christen daarom nooit het eind van alle tegenspraak zijn. Echte wetenschappers zijn naar hun aard bescheiden, maar een christenwetenschapper moet om die reden wel driedubbel bescheiden zijn. Niet de menselijke wetenschap, maar Gods wijsheid en Zijn almacht dienen maatgevend te zijn. Een christen kan daarom dus nooit het primaat van de wetenschap erkennen. Dat betekent niet dat hij zomaar vraagtekens plaatst bij wetenschappelijk vastgestelde feiten, maar wel bij de interpretatie ervan. Die staat niet los van zijn totaalvisie op de werkelijkheid. Ook wetenschappers, hoe integer ook, zijn niet immuun voor een bepaald wereldbeeld, en hun uitgangspunten kunnen hun interpretatie kleuren.

Dat mag niet uit het oog verloren worden bij de vraag of en hoe resultaten van wetenschappelijk onderzoek in overeenstemming zijn te brengen met het geloof. Want dat proberen de thestische evolutionisten. Dat onderscheidt hen ook van athestische aanhangers van de evolutieleer. Deze intentie van thestische evolutionisten verdient op zichzelf genomen een positief oordeel. Alleen de uitkomst van hun zoektocht roept wel vragen op. Vragen die overigens ook te stellen zijn bij publicaties van sommige creationisten. Met een bepaalde krampachtigheid proberen die het wetenschappelijk bewijs te leveren voor het ontstaan van de aarde en het menselijk leven zoals dat in de Bijbel wordt beschreven. Daarbij vergeten ook zij soms dat ook hun bevindingen maar ”ten dele” kennis opleveren en gaan ze soms erg selectief om met wetenschappelijke gegevens die in hun straatje passen. Creationistische publicaties zijn ook niet het einde van alle tegenspraak.

De vraag kan rijzen of er dan geen enkel houvast is voor de opvatting dat God de wereld uit het niets geschapen heeft in zes dagen, dat Adam de eerste mens was, dat de zondeval een historische gebeurtenis is en dat de zondvloed een universeel karakter heeft gehad. Dus, dat de beschrijving uit de eerste hoofdstukken van Genesis een historisch verslag is van het ontstaan van de wereld en de mens en van de oorsprong van het kwaad. Staat de redactie van deze krant dan op drijfzand als ze dat als haar uitgangspunt kiest?

Toch niet. De discussie moet niet gaan over de vraag hoeveel jaar geleden de schepping precies plaatsvond, maar over het gezag van Gods Woord. Het is Bijbels-gereformeerd om te stellen dat de Bijbel niet alleen absoluut gezag geeft, maar dat hij ook zichzelf verklaart. Niet de moderne wetenschap bepaalt de exegese van de Bijbel maar de Schrift is zijn eigen uitlegger. Dat is het kernpunt waar het om draait. Heerst de wetenschap over de uitleg van de Bijbel, of gaat de uitleg van de Bijbel zelf boven de interpretatie van de wetenschap?

De Heere Jezus heeft in Zijn onderwijs laten zien dat het laatste de regel is. In verschillende toespraken citeert Hij gedeelten uit het Oude Testament en geeft daar een uitleg aan. Dit eigen gezag van Gods Woord beperkt zich niet tot de heilsopenbaring. Wie Schrift met Schrift vergelijkt, moet wel de conclusie trekken dat er goede gronden zijn om ook het geloof in de schepping in zes dagen et cetera als historische feiten te accepteren. Echter, wie Genesis 1 tot en met 3 meer als een zinnebeeldige of dichterlijke beschrijving ziet, zal ook op andere punten vastlopen. Een drietal voorbeelden:

1. In de Wet van de Tien Geboden wordt de mens opgedragen de zevende dag te rusten van alle werk. Waarom? Omdat God na zes dagen scheppingswerk ook de zevende dag heeft gerust. Daar wordt in de grondtekst hetzelfde woord gebruikt als in Genesis 1 als wordt gezegd: Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag. Waarom zou dat woord ”dag” in Genesis 1 plotseling niet als een etmaal moeten worden gezien, terwijl iedereen accepteert dat dit woord in Exodus 20 dat wel is?

2. Wanneer je niet gelooft dat Adam de eerste mens en een unieke historische persoon is geweest, wat moet je dan met 2 Timothes 2:13? Daar schrijft Paulus: „Want Adam is eerst gemaakt, daarna Eva.” En hoe moet je dan omgaan met de vergelijking die Paulus maakt tussen Adam en Christus in 1 Kor. 15:45: „Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel, de laatste Adam tot een levendmakende ziel.” De historiciteit van de tweede Adam wordt door de thestische evolutionisten niet betwist. Waarom zou Hij dan vergeleken worden met iemand (de eerste Adam) die niet een historische figuur is geweest? Dat is niet consistent.

3. Wie de historiciteit van Adam ontkent, loop daarmee ook vast met de historiciteit van de zondeval. Daarmee blijft de vraag naar de oorsprong van het kwaad en de dood ook onbeantwoord. Sommige thestische evolutionisten vinden dat geen probleem. Zij menen dat dood altijd al in de natuur aanwezig was en er dus niet door de zonde is gekomen. Maar wat doe je dan met een tekst als: „Daarom, gelijk door n mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood” (Rom. 5:12a)? Wie is die mens? Dat schrijft Paulus in 1 Tim. 2:14: „En Adam is niet verleid geworden, maar de vrouw verleid zijnde, is in overtreding geweest.”

Er zou veel meer te noemen zijn. De Bijbel spreekt op vele plaatsen over de Schepping, de val en de vloed als een historische werkelijkheid. Vandaar dat vanuit de Bijbel er genoeg argumenten zijn om Genesis 1 tot en met 3 op te vatten als een historische beschrijving van de schepping en de zondeval. Ook al komt er naast geschiedenis ook symboliek en beeldspraak voor in Genesis, dan valt uit de andere delen van de Bijbel af te leiden dat die geen betrekking hebben op de historiciteit van Adam en de zondeval. Wie dit Schriftgezag leidend laat zijn ten opzichte van wetenschappelijke verklaringsmodellen, loopt vast met het thestisch evolutionisme.

Zijn daarmee alle vragen opgelost? Nee, maar misschien hoeft dat ook niet. Deze benadering op grond van andere Bijbelse gegevens biedt in ieder geval houvast. Op grond van deze Schriftgegevens, zowel uit het Oude als het Nieuwe Testament, heeft de kerk van alle eeuwen beleden: „Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en van de aarde.”

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 21-11-2015 14:17:02
Mensen vernietigen het leven, God vernietigt de dood

21-11-2015 08:06 Hoofdredactioneel commentaar
Commentaar: Mensen vernietigen het leven, God vernietigt de dood - Ook zondag zal er aandacht zijn voor aanslagen Parijs. beeld AFP
Ook zondag zal er aandacht zijn voor aanslagen Parijs. beeld AFP
In de protestantse kerken is het zondag oudejaarsdag. Want zo mag je de laatste zondag van het kerkelijk jaar gerust noemen. Op de zondag voorafgaande aan de eerste adventszondag staan tal van gemeenten stil bij die gemeenteleden die het afgelopen jaar overleden. Het is de zondag dat er in de prediking aandacht is voor het einde van alle dingen. Voor wederkomst en eeuwigheid. Eeuwigheidszondag, heet deze zondag in november ook wel in veel gemeenten.

Het is trouwens best opmerkelijk dat het kerkelijk jaar duidelijk maakt dat de kerk niet achter- maar vrloopt op de wereld. Terwijl de commercie nog druk is met het sinterklaasfeest, stapt de kerk al over de jaargrens.

Het kan niet anders of juist op deze eeuwigheidszondag is er aandacht voor dat wat er verleden week gebeurde in Parijs. Terroristen die daar vele tientallen mensen doodschoten. Mensen doen mensen de meest vreselijke dingen aan. En niet zelden wordt dan de vraag gesteld waar God is in al dit lijden. Waarom laat Hij dit, en al die andere dingen, toe?

Ook in de christelijke gemeente leven deze vragen. Het laatste wat voorgangers moeten doen, is de gruwelijke scheuren in het menselijk bestaan dichtsmeren met platte waarheden. Waarheden die misschien de vragen wel smoren, maar de achterliggende angst en ontreddering niet wegnemen.

De kerk opent ook op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de Bijbel. Ze slaat teksten op in het Oude en het Nieuwe Testament. Ze klaagt en hoopt mee met de dichters van de Psalmen. Ze zingt zichzelf een weg door de tijd naar de toekomst die God belooft. Die maken mensen niet, maar die komt van God.

Welke toekomst? Een toekomst waarbij een kind z’n hand in de bek van een slang durft te steken. Een toekomst waarin rund en leeuw gras zullen eten. Een toekomst waarin zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen.

De christelijke gemeente hoeft de angst niet weg te schreeuwen. Ze zingt van de schuilplaats die er is bij de Allerhoogste en van de schaduw die er is onder de vleugels van de Almachtige.

En wie niet zingen kan omdat het verdriet te zwaar is of te vers, die mag luisteren. Die mag zich laten verzorgen. In Woord en lied. Want ook dat is de functie van de christelijke gemeente: elkaar dragen.

Nog n zondag en dan opent de kerk weer de Bijbel bij de geschiedenissen van Maria en Zacharias. Dan wordt er opnieuw verkondigd dat zij die in God mogen geloven, niet hoeven te vrezen. Dat de dagen van de dood geteld zijn, hoeveel graven er op aarde ook nog gedolven zullen worden. Het is begrensd, gelimiteerd. God heeft in kribbe en kruis een omheining gegeven die de dood niet zal kunnen overschrijden.

Aan het einde van iedere Joodse begrafenis zeggen deelnemers een tekst op uit Jesaja 25, waar geschreven staat dat God de dood zal vernietigen –verslinden, schrijven de Statenvertalers– tot overwinning en iedere traan uit de ogen zal wissen.

Noem het gerust een belijdenis dat, hoezeer mensen ook het leven vernietigen kunnen, God de dood vernietigt. Voor eeuwig.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 16-01-2016 17:55:06
Meedoen aan de loterij is vorm van „geestelijke zelfmoord”

14-01-2016 08:33 | W. B. Kranendonk

Een lot uit de loterij. Je zult het maar winnen. Bij de eerste trekking van dit jaar voor de Staatsloterij, afgelopen zondag, kon er 7,5 miljoen euro uit de jackpot gehaald worden. Aantrekkelijk. Dat misschien wel. Maar ook heel gevaarlijk.

Postcode 6131 BS, een straat in het Limburgse Sittard, was op nieuwjaarsdag de plaats waar het euro’s regende. De PostcodeKanjer van 43,9 miljoen euro viel daar. De vijftien winnaars die met die postcode meespeelden, hadden onderling een kleine 22 miljoen euro te verdelen. Ongelooflijk toch, dat je van het ene op het andere moment miljonair bent geworden? Je zwemt plotseling in het geld.

Jammer voor de buren die aan de rand van dat zwembad beteuterd staan te kijken. Het spijt hun dat ze zelf geen lot kochten. Zij hadden ook wel slapend rijk willen worden. De goede onderlinge verhouding die ze altijd als buren hebben gehad, wordt nu bedreigd door jaloezie: De buren kunnen het voortaan breed laten hangen, zelf zit men krapper bij kas.

Loterijen brengen geluk en ongeluk. Waarbij het laatste veelvuldiger voorkomt dan het eerste. Er zijn nu eenmaal slechts enkelen die winnen. Alleen, zijn die echt zo gelukkig?

Bezwaren

Algemeen is bekend dat orthodox-gereformeerden bezwaren hebben tegen kansspelen zoals loterijen en gokken. Vaak wordt dan het motief aangevoerd dat loten en gokken strijdig zijn met het geloof in Gods voorzienigheid; met de overtuiging dat de Heere alles bestuurt en leidt. Dat is ook zo.

Toch is dat iets te gemakkelijk. Er is meer. En het is niet alleen op Bijbelse gronden dat loterij en gokken moeten worden afgewezen. Er zijn ook niet-Bijbelse bezwaren aan te voeren. Zij staan soms op zichzelf, maar illustreren vaak wat de Bijbel al eeuwen leert.

Om de bezwaren tegen loterij en gokken te begrijpen, moet er heel duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het geoorloofd werpen van het lot zoals dat in de Bijbel voorkomt, en het meedoen aan de loterij in onze tijd. In totaal wordt er 78 keer in het Woord van God gesproken over het werpen van het lot, maar slechts een enkele keer over het loten om daarmee zichzelf te verrijken.

Algemeen geldt dat wanneer in de Bijbel het lot geworpen wordt, het erom gaat in een zaak kennis te nemen van Gods wil. Loten is dan het raad vragen aan de Heere omdat men niet weet hoe men moet handelen. Dat bedoelt Salomo als hij in Spreuken 16:33 zegt: „Het lot wordt in de schoot geworpen, maar het gehele beleid daarvan is van de Heere.”

Door het werpen van het lot werd de Heere gevraagd de dief van Ai aan te wijzen. Zo werd Achan ontmaskerd. Met het loten werd het land Kanan onder de twaalf stammen verdeeld. Zo werd Jona aangewezen als de oorzaak van de storm, en werd Matthias tot apostel gekozen. Het geoorloofd werpen van het lot is een godsdienstig werk dat in diepe afhankelijkheid van God wordt gedaan. Het diepste motief is Gods wil te vernemen.

De simpele vraag kan worden gesteld: is dat ook het oogmerk van degenen die meedoen aan de Postcode- of Staatsloterij? Of nemen mensen deel aan dergelijke kansspelen om op een gemakkelijke manier rijk te worden? Een lot van 30 euro kan soms zomaar 1 miljoen opleveren.

Is daarmee niet de diepste, kwade reden aangewezen? Men kan zeggen: een expliciet verbod op loterij staat er niet in de Bijbel. Dat mag waar zijn. Maar er staat wel een expliciet verbod op ongebreidelde begeerte. Daarmee sluit de wet van de Tien Geboden af. Gij zult niet begeren. Dat uitdrukkelijke verbod wordt ook op andere plaatsen in de Bijbel onderstreept. Paulus noemt de geldzucht de wortel van alle kwaad (1 Tim. 6:10), en in Hebreen 13:5 wordt de gelovige vermaand om tevreden te zijn met hetgeen hij heeft. Dat is iets anders dan om –gedreven door de begeerte– mee te doen aan een loterij.

Hebzucht

Vaak wordt ook vergeten dat het echt waar is dat geld niet gelukkig maakt. Dat leert de Bijbel ook. Wie snel rijk wil worden, wordt gewaarschuwd (Spr. 13:11 en 23:5, Pred. 5:10). Niemand kan ontkennen dat het bij loterijen en gokken gaat om een zucht naar rijkdom. Hebzucht is de grote aanjager om aan loterijen en gokken mee te doen. Dat is zonde. Wie door begeerte wordt gedreven, gaat uiteindelijk zijn ondergang tegemoet. De bekende Amerikaanse prediker John Piper noemt het meedoen aan loterij daarom „geestelijke zelfmoord.”

De Bijbelse les wordt ondersteund door bevindingen van verschillende seculiere onderzoekers. De Nijmeegse hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk zei tien jaar geleden: „Van het winnen van loterijen zijn mensen hooguit een paar dagen gelukkig. Daarna worden ze vooral ngelukkig doordat het hun leven ontwricht.”

Uit diverse onderzoeken blijkt ook dat de meerderheid van de loterijwinnaars zich na enkele jaren in slechtere financile omstandigheden bevindt dan voorheen. Niet voor niets dat loterijbedrijven winnaars adviseren om een coach te zoeken die hen helpt om de loterijwinst op een verstandige manier te gebruiken. De mensen zelf weten immers vaak geen raad met hun geld.

Meespelen in een loterij brengt de winnaar zelf dus vaak geen echt geluk. En dan te bedenken dat hij al een uniek iemand is. Want veruit de meesten die een lot kopen, vallen buiten de prijzen. Keer op keer. Niet verwonderlijk ook. Om echt als winnaar uit de bus te komen, heb je bij de Staatsloterij een kans van kans 1 op de 10 miljoen en bij de Nationale Postcode Loterij een van 1 op de 100 miljoen.

Wie deze kanscijfers ziet, zal doorgaans snel de conclusie trekken dat je je geld beter op een andere manier kunt gebruiken. De kans om te winnen is immers absurd laag. Desondanks doen miljoenen mensen aan de loterij mee. Onderzoeken wijzen uit dat dit vaak ook degenen zijn die weinig te besteden hebben. De allure van het snel rijk worden is voor deze kansarme mensen een te grote verleiding. Daarom leggen zij in. Vaak tegen beter weten in. Maar dat betekent dat de winaars hun rijkdom te danken hebben aan de wanhoop en naviteit van arme medeburgers. De winnaar is rijk geworden over de rug van de arme, die gebukt gaat onder de zorgen. Het Amerikaanse zakenblad International Business Times constateert daarom dat meedoen aan loterij en gokken een verslaving is die „de hebzucht en hopeloze dromen van mensen die gevangen zijn in armoede tot een prooi heeft.”

Geleend goed

Christenen die de Bijbel als gezaghebbende en betrouwbare gids voor het leven willen gebruiken, zullen de verleiding om mee te doen aan een loterij moeten weerstaan. Zij weten dat de begeerte tot geld de wortel van alle kwaad is. Zij weten ook dat hun geld uiteindelijk geen eigen bezit is, maar leengoed. Met geleend goed mag men geen spelletjes spelen.

Het argument dat sommigen aanvoeren dat men met gewonnen prijzen uit een loterij veel goeds kan doen, ook voor de kerk, geeft geen pas. De praktijk is dat hier weinig of niets van terechtkomt. Onderzoeken wijzen dat ook uit. Bovendien heeft God geen behoefte aan geld voor werk in Zijn Koninkrijk dat van (arme) anderen werd ‘gestolen’ door hen met rijkdommen te verleiden of –beter– te misleiden. Dat geld wil Hij niet hebben.

Gokken en loterijen zijn werken die behoren tot het terrein van de boze, de grote verleider. Daarom dienen ze te worden afgewezen. En die kleine, ogenschijnlijk onschuldige loterij op een (kerkelijke) bazaar dan? Dat kan toch geen kwaad? Dat valt te bezien. Het zou goed zijn als organisatoren daar eens over nadenken. Gaat het om „een toelaatbaar aardigheidje”, of om een verkeerde methode?

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 20-08-2016 13:16:45
Westen te slap bij zoeken antwoord op Russisch machtsvertoon

Hoofdredactie
13-08-2016

De spanningen tussen Rusland en Oekraïne lopen op. Opnieuw, want goed twee jaar geleden was ook al het kookpunt bereikt. Moskou annexeerde toen de Krim. Pro-Russische (para)militairen waren actief in Oost-Oekraïne. Kiev moest het afleggen tegen de Russische beer. De wereld keek tandenknarsend toe.
Moskou beweert nu dat Oekraïense infiltranten hebben geprobeerd aanslagen te plegen op de Krim. Daarom brengen de Russen hun troepen aan de zuidwestgrens in hoogste staat van paraatheid.

Bij een gevecht tussen agenten van de Russische geheime dienst en Oekraïense infiltranten zouden twee Russen zijn omgekomen. Moskou wil daarom nu militair ingrijpen in Oekraïne.

Of het allemaal waar is, valt moeilijk te bewijzen. Noch de Russen, noch de Oekraïners zijn er vies van om valse informatie te verspreiden.

Wel is vast te stellen dat Poetin druk bezig is zijn militaire macht te vergroten. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft Moskou veel macht verloren. Vazalstaten in Midden-Europa kozen de kant van het Westen. Economisch heeft Rusland, mede door de lage olieprijs, ook moeten inleveren.

Het enige wat overblijft is militair vertoon. Daar is hard aan gewerkt. In de achterliggende tien jaar is het leger niet alleen getalsmatig op sterkte gebracht, maar is het ook gemoderniseerd.

Aanvankelijk had Rusland er een behoorlijke dobber aan om landen aan de zuidgrens in het gewenste gareel te krijgen. De verschillende republieken in de Kaukasus gaven veel zorg. De toestand lijkt inmiddels beheersbaar voor Moskou. Vandaar dat Poetin nu verder kijkt.

Heel duidelijk is het beleid van Moskou erop gericht om de wereld te laten voelen dat Rusland een macht van formaat is. Dat is van de Noordzee tot het Nabije Oosten zichtbaar. De vloot onderzeeërs, gestationeerd in de haven van Moermansk, is gemoderniseerd. Kaliningrad aan de Oostzee is tegenwoordig een rakettenvesting. Door de bezetting van de Krim controleert Rusland de Zwarte Zee en inmiddels heeft het met een modern luchtafweersysteem vaste voet in Syrië waardoor het vliegvelden in Turkije kan bereiken die belangrijk zijn voor de NAVO.

Nog steeds kan de Russische strijdmacht zich niet meten met die van Amerika. Maar het is te gemakkelijk met die constatering genoegen te nemen. De VS en Europa zullen moeten nadenken hoe ze in eensgezindheid een antwoord vinden op de groeiende militaire macht van Moskou. Dat vraagt van Amerika bereidheid het voortouw te nemen. Dat wordt steeds minder vanzelfsprekend omdat Washington er genoeg van krijgt de kastanjes uit het vuur te halen terwijl Europa toekijkt. En kritiek heeft!

Dat laatste is misschien wel het meest zorgwekkend. Europa heeft na het uiteenvallen van het Sovjetimperium gedacht dat definitief vrede was bereikt en militaire slagkracht dus niet meer nodig was. Inmiddels is duidelijk dat er een vuist tegenover Rusland gemaakt moet worden. Dat vraagt vastberadenheid. Dat vraagt ook investeringen. Daar kan Europa nog veel aan verbeteren. Tot nu toe was het Westen te slap.

Reformatorisch Dagblad
Auteur: Reporter Creer datum: 30-08-2016 18:58:16
Excuses Rutte ogen charmant, maar zijn ook gewiekst en berekenend

Hoofdredactioneel commentaar

Sorry, mensen, sorry, zo had het niet gemoeten. Voor het eerst maakte premier Rutte zaterdag, in de favoriete krant van zijn partij, De Telegraaf, excuses voor drie gebroken verkiezingsbeloftes. Vooral de niet nagekomen belofte dat elke Nederlander er duizend euro bij zou krijgen, spijt de VVD’er enorm. De les die hij voor zichzelf trekt: een politicus mag best beloftes doen over doelen die hij wil bereiken, maar moet zich tijdens verkiezingscampagnes niet uitlaten over de precieze middelen die hij daartoe wil gaan inzetten. Want: de maatschappelijke en politieke context kan snel veranderen.
Ruttes excuses hebben iets innemends. Want waar vinden we heden ten dage politici die hun fouten eerlijk toegeven? De meeste ministers en Kamerleden kijken wel uit! Op zulke schuldbekentenissen worden zij door hun tegenstanders gewoonlijk keihard afgerekend. Vandaar dat de diepste knieval aan het Binnenhof meestal gepaard gaat met zinnen als: „Met de kennis van nu had ik het, achteraf bezien, anders moeten doen.” Tja, met de kennis van nu. Maar die was nu eenmaal destijds niet beschikbaar.

Toch zijn de excuses van Rutte niet alleen maar charmant. Ze zijn ook sluw en gewiekst. Niet voor niets hebben we de afgelopen jaren van spijtgevoelens op dit punt weinig gemerkt. Maar nu, aan het begin van een nieuw politiek seizoen, nu politieke confrontaties steeds meer in het teken zullen gaan staan van de aanstaande Kamerverkiezingen, nu komt de liberale voorman met zijn spijtbetuigingen. Ongetwijfeld hoopt hij hiermee zijn politieke tegenstanders hun aanvalswapens uit handen te slaan. Op beschuldigingen die in komende tv-debatten ongetwijfeld geuit gaan worden: „U brak uw verkiezingsbeloftes”, ligt Ruttes antwoord nu reeds klaar: „Zeker, zeker. Maar ik heb daar toch excuses voor aangeboden? Niet netjes van u om daar nu stééds op terug te komen.”

Diezelfde drang: pogen de verkiezingsstrijd met een schone lei te beginnen, zien we bij PvdA-leider Samsom. Die erkende zaterdag in NRC dat hij in het begin van deze kabinetsperiode zijn fractie verwaarloosd heeft. Dus, beste tegenstanders, werp mij nu straks niet voor de voeten dat ik een slecht leider ben omdat vier PvdA-Kamerleden (Bonis, Hilkens, Kuzu en Öztürk) met onvrede vertrokken. Daar a.u.b. niet meer over zeuren; ik heb toch een mea culpa uitgesproken?

Die berekenende opzet maken dergelijke excuses minder sterk. Ooit zei CU-leider Segers dat er in de Haagse politiek wel wat meer „genade” mag zijn. Hij had daarin beslist gelijk. Toch is het eveneens waar dat een politicus als Rutte in 2012 niet als groentje de politiek in stapte. Op dat moment was het al tien jaar geleden dat hij aantrad als staatssecretaris van Sociale Zaken. Met een decennium aan Haagse ervaring had hij tijdens de laatste campagne terdege moeten beseffen dat je met concrete verkiezingsbeloftes zéér moet oppassen. In dat licht is het onvoldoende en onbevredigend om dan nu te komen aanzakken met het excuus: ik heb me niet gerealiseerd dat de omstandigheden zo zouden veranderen dat ik me niet aan die beloftes kón houden. Dat inzicht had hij vier jaar geleden al lang en breed kunnen en moeten hebben.


Reformatorisch Dagblad 29-08-16
Auteur: Reporter Creer datum: 22-10-2016 15:24:45
Niet Rusland de les lezen zonder zelf in de spiegel te kijken

Hoofdredactioneel commentaar
19-10-2016
Commentaar

De Russische president Poetin is woensdag voor het eerst sinds lange tijd weer in Berlijn, voor een overleg over Oekraïne. Deze aankondiging verraste de westerse wereld dinsdag, omdat de laatste weken het begrip ”koude oorlog” weer klinkt.
De Koude Oorlog herinnert aan de spanning tussen de Sovjet-Unie en het Westen tussen ruwweg 1945 en 1989. In die periode was de vrees voor een atoomoorlog soms groot. Er is nog steeds alle reden om dankbaar te zijn dat die periode voorbij is.

Intussen nemen de spanningen weer toe. De Amerikaanse regering heeft het overleg met Rusland over Syrië opgeschort. De reden die daarvoor werd gegeven, was voor diplomatieke begrippen behoorlijk scherp: Rusland hield zich niet aan de afspraken. In reactie daarop kondigde president Poetin aan de vernietiging van nucleair materiaal op te schorten. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Lavrov, sprak van een „agressieve Russenhaat” bij de Amerikanen.

Ook militair gezien is Rusland actief. In diverse landen, zoals Syrië en Egypte, opent het militaire bases. En in Kaliningrad –een stukje Rusland tussen Polen en Litouwen– worden raketten geplaatst. „Agressief machtsvertoon”, zegt de Litouwse president.

De relatie tussen het Westen en Rusland bevindt zich sinds de Russische inval in Oekraïne begin 2014 in een crisis. Net als in een Siberische winter is het in zo’n crisis de ene week kouder dan de andere. Winter blijft het, en de dooi is ver weg.

Er is daarom geen reden om te spreken van een koude oorlog. In die tijd was er nauwelijks contact tussen de Sovjet-Unie en het Westen. Dat is nu totaal anders. De ministers van Buitenlandse Zaken, Kerry en Lavrov, ontmoeten elkaar nog steeds regel­matig. En dinsdag volgde ineens de aankondiging van Poetins bezoek aan Duitsland.

Dat wil niet zeggen dat de zaak zonder zorg is. De zaak is op zijn minst onvoorspelbaar. In zo’n situatie kan een klein (militair) ongeluk grote gevolgen hebben.

De vraag is wel of we in deze kwestie altijd moeten uitgaan van het gelijk van het Westen. Zeker, het is bekend dat Russen zich graag zien als slachtoffer van de geschiedenis.

Amerikanen zijn veel te optimistisch om zichzelf te zien als slachtoffer. President Obama kondigde bij zijn aantreden begin 2009 een „reset” van de verhoudingen met Rusland aan. Waarbij hij in zijn optimisme vergat zich af te vragen of de Russen hun frustraties wel op commando zouden kunnen vergeten. Intussen ging (en gaat) de bouw van een raketschild in Oost-Europa gewoon door, terwijl de Russen dat op hun beurt weer bedreigend vinden. Achteraf gezien was deze „reset” een bewijs van oppervlakkigheid.

Over Syrië hebben veel westerse regeringen gezegd dat het land geen toekomst heeft onder president Assad. De keerzijde van zo’n duidelijk standpunt is wel dat politici daarmee het gesprek met Moskou moeilijker maken. Want Syrië onder Assad is voor Moskou een belangrijke bondgenoot in het Midden-Oosten, zoals Israël dat is voor de VS.

Voordat westerse leiders –en commentatoren– dus spreken van een koude oorlog, is het zinvol dat ze eerst zelf even goed in de spiegel kijken.


Reformatorisch Dagblad 19-10-16
Auteur: Reporter Creer datum: 14-02-2017 15:19:26 Laatst gewijzigd: 14-02-2017 15:21:15
Gebruik chemische wapens in Syrië wekt nog nauwelijks verbazing

Hoofdredactioneel commentaar

ALEPPO. De wereld lijkt zich nog nauwelijks druk te maken over de oorlog in Syrië. beeld AFP
Niemand kijkt er eigenlijk meer van op. En veel berichten over de oorlog in Syrië halen de kranten niet eens. Na bijna zes jaar gewapende strijd is het absurde bijna normaal geworden.
Bijna dan. Want maandag publiceerde mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) een rapport over de slag rond de Noord-Syrische stad Aleppo, eind vorig jaar. Het regeringsleger zou in de laatste fase van de herovering van Aleppo chloorgas hebben gebruikt. De bommen werden door helikopters afgeworpen in wijken waar weliswaar rebellen vochten, maar ook nog burgers verbleven. Minstens acht keer zouden chemische aanvallen zijn uitgevoerd. Daarbij werden volgens HRW zeker negen burgers gedood, onder wie vier kinderen. Zo’n 200 mensen raakten gewond.

De Amerikaanse oud-president Barack Obama verklaarde ooit dat het gebruik van chemische wapens door de Syrische strijdkrachten een rode lijn was. Overschrijding zou leiden tot Amerikaans gewapend ingrijpen. Bijna kwam het ook zover. Maar het Congres stak daar een politiek stokje voor nadat Obama officieel toestemming voor een aanval had gevraagd.

Intussen zijn er tientallen gevallen van de inzet van chemische wapens in het Syrische conflict bekend. Overigens niet alleen door het regeringsleger, maar ook door rebellengroeperingen – als ze de hand op dat oorlogstuig weten te leggen. Met alle weerzinwekkende gevolgen van dien.

De vraag is wie er nog in staat is om het tij in Syrië te keren. En dan gaat het niet alleen om de inzet van chemische wapens. Door conventioneel oorlogsgeweld zijn inmiddels al meer dan 250.000 mensen om het leven gekomen en een veelvoud gewond geraakt. Om nog maar niet te spreken van de miljoenen Syriërs die op de vlucht zijn geslagen.

Van de Verenigde Staten hoeven we het vermoedelijk niet te verwachten. Weliswaar heeft de Amerikaanse president Donald Trump beloofd dat hij de terreurgroep Islamitische Staat in Irak en Syrië zal vernietigen. Maar dat is slechts een deel van het probleem. Verdere Amerikaanse actie in Syrië valt vooralsnog niet te verwachten – zeker niet gezien de isolationistische politiek die Trump zegt voor te staan.

Rusland en Iran maken momenteel de dienst uit in Syrië. Zij zijn bondgenoten van de Syrische president Bashar al-Assad. Zij hebben er alle belang bij dat Assad in het zadel blijft.

Daar lijken ze tot nu toe aardig in te slagen, want het Syrische leger boekt steeds meer terreinwinst. Welke middelen voor dat doel worden ingezet, laat Rusland en Iran kennelijk koud. Er waren althans geen kritische geluiden uit Moskou en Teheran te horen toen er berichten kwamen over het gebruik van chemische wapens.

Dat geeft weinig hoop voor de nabije toekomst. Ondanks plannen om nieuwe vredesbesprekingen in Genève te houden. Die overleggen eindigden tot nu toe vooral met het vroegtijdig weglopen van deelnemers.

En intussen duurt het lijden van de Syrische bevolking voort. Dag in, dag uit.


Reformatorisch Dagblad 14-02-17
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier