Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: kerkganger
Creer datum:
9-03-2013 21:18:54
Laatst gewijzigd:
21-03-2013 17:41:24
Geloofszaken
In dit onderwerp leerzame lezingen en politieke opvattingen
Auteur: kerkganger Creer datum: 9-03-2013 21:19:47
Buigen met de wereld of knielen voor God

WOERDEN Ontmasker de wereld en begin bij jezelf. Zo begon dr. M. J. Kater, docent dogmatiek en apologetiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn (TUA), zaterdag zijn lezing op de mannendag van de hervormde en christelijke gereformeerde mannenbond in Woerden.

Het thema van de door het comit Het Groene Hart georganiseerde mannendag was: Buigen met de wereld of knielen voor God. Over het eerste deel van het thema sprak dr. Kater, het tweede deel werd ingeleid door ds. C. J. Barth, hervormd predikant te Nederlangbroek.
Buigen met de wereld heeft iets van buigen met de massa, meegaan met de hypes en trends van deze wereld, zei dr. Kater. Hij wilde niet spreken over buigen voor de wereld. Volgens hem zou dat kunnen betekenen dat de wereld dan je vriend is. Het is van tween n: Vriendschap met de wereld en dus buigen met de wereld is vijandschap tegen God.

Dr. Kater zette liever in met de wereld te ontmaskeren en daarmee van binnenuit, bij jezelf te beginnen. Als uitgangspunt koos hij wat Jakobus schrijft in zijn brief aan christenen uit de Joden, die overal verspreid hun huisgemeenten hebben. De vervolging, als druk van buitenaf, brengt deze christenen blijkbaar binnenshuis niet samen, maar schept verwijdering onderling. Het schort in hun christelijk leven aan de doorwerking van het geloof in Christus, aldus dr. Kater.

Buigen met de wereld is je conformeren aan de wereld, waardoor het gezag van het Woord van God taant en het bieden van weerstand tegen de duivel verslapt. Het is ook het leiden van een dubbelleven waarin sluipenderwijs de eenheid tussen de zondag en doordeweekse dagen ontbreekt. Het gevolg van buigen met de wereld is dat je niet eens meer knielt voor God, stelde dr. Kater.

Volgens Jakobus begint dat buigen met de wereld in het boze hart. Ook vandaag is dat de bron van alle ellende, vervolgde hij. Dat boze hart is gevuld met jaloezie, zelfzuchtige ambities en eigenbelang. De Heere wil echter het ongedeelde hart. De Heere duldt niet dat mannen met een gedoopt voorhoofd buigen met de wereld. Daarom schrijft Jakobus: reinig de handen, zuiver de harten en verneder u voor de Heere.
Knielen

Die aansporing van Jakobus bracht ds. Barth bij het tweede deel van het thema: Knielen voor God. Met het voorbeeld van Danil en zijn vrienden voor ogen, die niet knielden voor het beeld van Nebukadnezar maar alleen knielden voor God, moet knielen voor God zijn doorwerking krijgen in het gewone leven van iedere dag. Het knielen voor God begint in het hart, zo stelde de predikant uit Nederlangbroek. Wie knielt voor God, is ingewonnen voor de genade van God door Jezus Christus. Wie dat mist en toch probeert te leven als christen, zit in een spagaat.

Ds. Barth acht het van belang het knielen voor de Heere met vaste regelmaat te oefenen en te onderhouden door het lezen uit de Bijbel, het persoonlijk gebed, het opgaan naar Gods huis om het Woord te horen en de sacramenten te ontvangen. Gewenning en trouw in godsdienstige gewoontes hebben volgens hem een bewarende werking.
Knielen voor God mag ook niet opgesloten blijven in de binnenkamer, vervolgde ds. Barth. Een knielende levenshouding dient ons dagelijks leven te doortrekken als een grondhouding in onderdanigheid aan de medemens, de overheid en op de werkvloer.

In het uur van beproeving kan een radicaal knielen voor God gevraagd worden. Ds. Barth: Dan is het niet meer knielen voor God n voor mensen, maar knielen voor God f voor mensen. Het is belangrijk dat we dan geoefend zijn in een levenshouding van knielen voor God.

Knielen is volgens de predikant een kwetsbare houding, maar juist daarin staat een christen sterk. Iemand verwoordde het ooit heel mooi: Alles in Gods winkel ligt op de onderste plank je moet op je knien om het te pakken.

Ref.Dagblad 09-03-13
Auteur: Reporter Creer datum: 21-03-2013 17:40:11
Kamer wil blasfemiewet afschaffen; de grootste drogredenen op een rij

Jakko Gunst en Addy de Jong

Het schrappen van de blasfemiewet, het wetsartikel dat smalende godslastering verbiedt. Daarover gaat het vanavond in de Tweede Kamer. Een ruime meerderheid is voor het initiatief van D66 en de SP, wat onverlet laat dat de onderbouwing ervan grotendeels is gebaseerd op drijfzand. Nog n keer de belangrijkste drogredenen op een rij.
Met hoorbaar genoegen riep Boris van der Ham het maandag in het Radio 1 Journaal nog eens in herinnering: dezelfde SGP die woensdagavond zal pleiten voor behoud van de blasfemiewet was in 1932 nog hartstikke tegen. Enthousiast declameerde het oud-D66-Kamerlid de spreektekst van toenmalig SGP-woordvoerder ds. P. Zandt. Deze minister die zich gereformeerd noemt, zo sprak Zandt in '32 over toenmalig justitieminister Donner, zal meehelpen dat het pad gebaand wordt dat mensen die de broodgod van de ouwel met woord en daad verfoeien voor de rechter zal brengen. Hier smaalt de gereformeerde niet, hier rooft Rome Christus Zijn eer.

Luisteraars die nog in de veronderstelling verkeren dat de inbreng van SGP-voorman Van der Staaij woensdagavond serieus valt te nemen, helpt Van der Ham graag uit de droom. Zijn argument: wie in 1932 tegen de komst van een wet is, kan in 2013 natuurlijk onmogelijk pleiten voor de handhaving ervan.

O nee? Tijdens de behandeling van de blasfemiewet in 1932 deden diverse parlementarirs hun best de juridisch matig onderlegde ds. Zandt ervan te overtuigen dat een straffe, tegen de paapse mis gerichte catechismuspreek niet onder de reikwijdte van Donners voorstel zou vallen. De predikant, wie het in werkelijkheid vooral stak dat Donner alleen maar de meest opruiende, tot haat aanzettende vormen van godslastering strafbaar wilde stellen, volhardde echter in zijn afwijzing.

Dat in herinnering blijven roepen en tegen de SGP gebruiken, is vilein, zeker in het licht van de afgelopen vijftien jaar, waarin de staatkundig gereformeerden zich consequent als fervente verdedigers van het wetsartikel opstelden. Wie het misverstaan van Donners bedoeling door ds. Zandt even door de vingers ziet en vooral focust op het recente verleden ziet een consistente lijn: de SGP is voor behoud van de wet.

Deze eerste door Van der Ham gebruikte drogreden als de wet protestantse christenen dreigt te belemmeren in hun antipaapse scheldkanonnades zijn ze tegen; als de wet hen van pas komt, zijn ze voor snijdt dus geen hout. Hieronder de overige zes drogredenen waarvoor hetzelfde geldt.

1. Het artikel is overbodig.

Daarover zijn (seculiere) juristen het zeker niet eens. Onder anderen de Nijmeegse rechtsgeleerde en PvdA-ideoloog Van Stokkom kwam tot een andere slotsom. Hij benadrukte in een advies aan het ministerie van Justitie vooral de symbolische functie van de blasfemiewet. Sinds Engeland zijn blasfemiewet afschafte, worden zaken rond de vrijheid van meningsuiting er bijna op leven en dood bevochten, zei hij in 2007 in Trouw. Die maatschappelijke spanning moet je niet willen.

Ook de Raad van State concludeerde dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet als grondrechtelijke eis meebrengt dat het verbod van godslastering wordt afgeschaft.

Dr. G. Koolen, tot aan zijn pensionering in 2003 ambtenaar van het ministerie van Justitie, schreef in 2011 in een vakblad: De kern van de verbodsbepaling is in een bredere context nochtans actueel. Het schofferen van medeburgers, of het nu is vanwege levensovertuiging of wat dan ook, doet welbewust afbreuk aan een democratische samenleving. Daartegen moet zij zich in alle omstandigheden weren, ook strafrechtelijk.
2. Vaststellen of er sprake is van godslastering is onmogelijk voor rechters; zelfs gelovigen zijn daarover onderling verdeeld.

In 2006 ontstond er in Europa behoorlijk wat ophef over de Confessions Tour van de Amerikaanse zangeres en actrice Madonna. Om aandacht te vragen voor de sterfte onder Afrikaanse aidswezen zong ze een lied terwijl ze aan een kruis hing en een doornenkroon droeg.

Volgens Van der Ham diende Madonna's show puur te worden opgevat als een aanklacht tegen het anticondoomstandpunt van het Vaticaan en onderschreven veel bezoekers, waaronder ook christenen, haar boodschap. Van der Ham suggereerde dat deze bezoekers Madonna's methode voor lief namen, maar onderbouwde dat verder niet.

Overige voorbeelden van godslastering waarbij de strafvervolging strandde omdat sommige gelovigen ze als beledigend ervaarden en anderen ze schouderophalend afdeden, heeft Van der Ham nooit genoemd.

Los daarvan is het hoe dan ook een misvatting dat de rechter in elke zaak zonder enig houvast moet aftasten of een gelovige zich terecht beledigt voelt. Met name uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) valt een aantal duidelijke handvatten af te leiden, zo betoogde onder anderen mr. dr. B. Tahzib-Lie, als juriste werkzaam op het ministerie van Buitenlandse Zaken, in 2008 in deze krant. Bijvoorbeeld hoe redelijk het aanstootgevende handelen is in het licht van een gelijkwaardig, niet-aanstootgevend alternatief.

3. Door de blasfemiewet genieten gelovigen ten onrechte meer bescherming dan niet-gelovigen.

Dat is klinkklare nonsens. Godsdienst betreft de sacrale relatie van de mens tot de gans Andere, concludeert strafrechtjurist De Roo in 1970 in zijn dissertatie. Men zal moeten erkennen dat voor agnostici, vrijdenkers, athesten, ook voor humanisten veelal, dit 'rechtsgoed' niet bestaat. De Raad van State sluit zich helemaal bij die zienswijze aan.

4. Omdat het wetsartikel al jaren een slapend bestaan leidt, is het feitelijk overbodig.
Tja, zoals de Rotterdamse advocaat H. van der Wilt in zijn onderzoek aanhaalt, hield het in beslag nemen en verbeurd verklaren van de godslasterlijke speelfilm Das Liebenskonzil door de Oostenrijkse autoriteiten in 1994 moeiteloos stand bij het EHRM. Hetzelfde geldt voor het uitzendverbod van een Engelse toezichthouder voor Visions of Ecstasy in 1998. De heilige Theresa van Avila heeft in deze film als jonge non erotische fantasien over een gekruisigde Jezus.

De houding van de Nederlandse justitieministers Sorgdrager (D66), Donner en Hirsch Ballin (beiden CDA) is in het licht van deze uitspraken nogal slap te noemen. Sorgdrager vond optreden tegen reclameaffiches voor de film The people versus Larry Flynt in 1997, inclusief de krenkende verwijzing naar Jezus' kruisdood, niet nodig en bovendien kansloos. Justitie zou dan immers moeten bewijzen dat de vermeende lasteraar bewust het door hem gestelde Godsbeeld wilde beledigen. En uit uitlatingen van de filmmaker in de pers viel juist te af te leiden dat dat niet zijn opzet was.

Donner volgde deze redenering met betrekking tot de kruisigingsact van Madonna, zo liet hij de SGP in augustus 2006 weten. In plaats van het slapende karakter als vaststaand gegeven te aanvaarden, kan dus ook worden betoogd dat het het blasfemiewetje in Nederland vooral heeft ontbroken aan een goede ambassadeur in het kabinet.

5. In plaats van naar de rechter te gaan, kunnen beledigde gelovigen hun kwelgeesten gewoon in het publieke debat van repliek dienen.

Een argument uit het ongerijmde, stelde de CDA-Tweede Kamerfractie tijdens de schriftelijke voorbereiding van het debat. Jurist en publicist M. van der Veen verwoordde het in november 2008 in NRC Handelsblad als volgt: Soms wordt het publieke debat in de greep gehouden door individuen of groepen die het gebruiken om hun onverdraagzame opvattingen op te dringen. Dan stokt het en wordt een uitspraak een aanval. Het CDA en Van der Veen bedoelen hetzelfde: juist de beledigde partij krijgt in Nederland amper een podium.

6. Het kwaad straft zichzelf en dus is een blasfemiewet overbodig.

Deze drogreden is bekend: als God echt bestaat en almachtig is, dan heeft Hij geen bescherming door mensen of wetsartikelen nodig. God staat daar toch boven? informeerde Van der Ham in een Kamerdebat over strafbare belediging in 2008. Justitieminister Hirsch Ballin (CDA) diende hem van repliek: Het gaat niet om het lasteren of krenken van God, Die zorgt wel voor Zichzelf. Het gaat erom dat de verhoudingen in het land niet worden verstoord, dat we vreedzaam met elkaar samenleven. Daarom is het zinvol om gelovigen te beschermen tegen kwetsende uitlatingen.

Natuurlijk had de D66'er het allang kunnen weten. In het desbetreffende wetsartikel staat immers dat met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete (...) wordt gestraft hij die zich (...) door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat. De blasfemiewet beoogde de gevoelens van gelovigen te beschermen. Niet God Zelf.

Ref.Dagblad 20-03-13
Auteur: Reporter Creer datum: 29-04-2013 23:24:46

LCJ hield kinderappel over Loofhuttenfeest

De jongerenorganisatie LCJ van de Christelijke Gereformeerde Kerken hield op 20 en 27 april een kinderappel in Urk en Noordeloos. Het thema voor deze bijeenkomsten voor 12 was het Loofhuttenfeest. Zo'n 1300 kinderen bezochte de bijeenkomsten.
Ds. C.P. de Boer en kand. J. de Bruin vertelden over de tijd waarin en waarop het Loofhuttenfeest werd gevierd. En ook hoe de Heere Jezus zei: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Binnen en buiten werd een loofhut gemaakt van snoepgoed.

Ref.Dagblad 27-04-13

Auteur: Reporter Creer datum: 3-05-2013 15:41:33
Leidinggevende taken in kerk weggelegd voor de man

dr. P. de Vries

De Bijbel leert uitdrukkelijk dat leidinggevende taken in de christelijke gemeente alleen zijn weggelegd voor mannen, reageert dr. P. de Vries op dr. Almatine Leene (RD 264).

Raakt de openstelling van de ambten voor de vrouw het Schriftgezag? In het interview naar aanleiding van haar proefschrift verdedigt Almatine Leene dat dit niet het geval is. De interviewer stelt eigenlijk geen kritische vragen bij haar positie en laat na in te brengen dat hier bepaald niet alleen de zogenaamde zwijgteksten in het geding zijn. Wie eerlijk naar het Schriftgetuigenis luistert, moet concluderen dat hier wel degelijk het Schriftgezag in het geding is.
Man en vrouw zijn beiden naar Gods beeld geschapen. Op beiden rust de taak de aarde te bebouwen en te bewaren en zich te vermenigvuldigen. Daarbij is de man 
het hoofd van de vrouw. In Genesis 2:23 lezen we dat Adam de vrouw haar naam geeft. Het geven van een naam houdt voor de oosterling een positie in die heerschappij aangeeft. Paulus merkt in 1 Tim. 2:13 op dat Adam eerst geschapen is en daarna Eva.

Met de zondeval is de heerschappij van de man niet vervallen. Was Adam eerst gevallen, dan zou dat als argument kunnen gelden. Dat is echter niet het geval (vgl. 1 Tim. 2:14). Met de zondeval is zowel over de taak van de man om te arbeiden als die van de vrouw om kinderen te baren een zware schaduw gekomen. Duidelijk is echter dat het verschil in taak tussen man en vrouw dat er vanuit de schepping is, door de zondeval niet verandert. De zondeval heeft wel tot gevolg gehad dat macht en heerschappij misbruikt plegen te worden. Dat geldt ook voor de heerschappij van de man over de vrouw.

Ook het Evangelie heft de scheppingsorde niet op. Zoals God het hoofd van Christus is, is Christus het hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw. Daarom wijst Paulus in 1 Kor. 11 erop dat de vrouw als teken van gehoorzaamheid aan de man en vooral als teken van gehoorzaamheid aan en liefde tot Christus een hoofdbedekking dient te dragen in de samenkomsten van de gemeente.

Als het gaat om de wijze waarop de man heerschappij heeft over de vrouw en de vrouw haar man gehoorzaamt, noemt Paulus de verhouding tussen Christus en Zijn gemeente als voorbeeld (vgl. Ef. 5:25v., Kol. 3:18v.). Wanneer Paulus in Ef. 5:21 oproept elkaar onderdanig te zijn in de vreze Gods, bedoelt het niet dat mannen en vrouwen aan elkaar onderdanig moeten zijn. Blijkens het vervolg gaat het erom dat de vrouwen aan de mannen onderdanig zijn, de kinderen aan hun ouders en de knechten aan hun heren.
De Heilige Geest werkt zowel in mannen als vrouwen het geloof en leert zowel mannen als vrouwen de dingen die boven zijn te zoeken. Daarin is geen onderscheid (vgl. Gal. 3:28, Kol. 3:11v.). Echter, in het gezin heeft de vrouw een andere taak dan de man. Aansluitend bij het Oude Testament brengt Paulus in 1 Tim. 2:15 naar voren dat een getrouwde vrouw de bereidheid moet hebben kinderen te ontvangen en in de vreze des Heeren op te voeden.

Juist als het gaat om de taak van de vrouw in het gezin moet de christelijke gemeente in onze tijd een tegencultuur vormen. De buitenwacht moet merken dat het voor een christelijke vrouw een vreugde is om huisvrouw en moeder te zijn. Ik ga nu voorbij aan het feit dat niet elk huwelijk met de kinderzegen wordt bekroond en het verdriet dat dat met zich mee kan brengen.

Meer nog dan vroeger, toen de samenleving als geheel nog door christelijke normen en waarden was gestempeld, is het zaak dat de vrouw die kinderen heeft, haar taak als moeder ernstig neemt. In het gezin moet en vooral mag zij de gaven die de Heilige Geest haar heeft geschonken, ontplooien.

De Schrift spreekt vooral vanuit de getrouwde man en vrouw als het gaat over hun verschillende posities en taken. Het Schriftgetuigenis over man en vrouw in hun onderlinge verhouding kan daar echter niet toe worden beperkt. Heel uitdrukkelijk gaat de Schrift ervan uit dat alleen mannen leidinggevende taken in de gemeente hebben. Nadrukkelijk komt dat naar voren ten aanzien van opzieners, ouderlingen en diakenen. Wellicht was het wel zo dat de diakenen bijgestaan werden door vrouwen in het verlenen van diaconale hulp. De gaven van de Heilige Geest zijn niet bedoeld om de scheppingsorde omver te werpen maar binnen het kader daarvan te gebruiken. Wie dat anders wil, geeft de Schrift op ten gunst van een eigentijdse, seculiere zienswijze.
Almatine Leene is niet de eerste die met een beroep op de gaven van de Heilige Geest het Bijbelse getuigenis met betrekking tot de positie van man en vrouw wil openbreken. Zij legt een theologische constructie over het werk van de Heilige Geest over concrete Schriftgegevens. Echter, theologie is er niet om concrete Schriftgegevens krachteloos te maken, maar om die te verhelderen en het onderlinge verband tussen Schriftgegevens aan te geven.

Ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de middenorthodoxie van de Nederlandse Hervormde Kerk komen met dezelfde argumenten op gang in wat nu nog gereformeerde gezindte heet. Mijn bede is dat wij in leer en leven het ons toevertrouwde pand bewaren en zo ook anderen daarvoor winnen. Dan hebben zowel mannen als vrouwen een hoge roeping.

De auteur is docent Bijbelse theologie aan het Hersteld Hervormd Seminarie.

Ref.Dagblad 27-04-13
Auteur: Reporter Creer datum: 28-05-2013 21:36:28
Zendingsechtpaar Steenbergen draagt werk Roemeni over aan plaatselijke evangelisten

Gerrit en Elly Steenbergen werden in 2009 uitgezonden naar Roemeni. Zij stichtten er zes gemeenten. Beeld RD
Gerrit en Elly Steenbergen werden in 1999 uitgezonden naar Roemeni. Door een herseninfarct moest Gerrit in 2009 het werk van de ene op de andere dag loslaten. Binnenkort nemen Roemeense evangelisten hun werk over.

Sinds 2009 gaat het echtpaar uit het Zuid-Hollandse Waarder iedere twee maanden terug naar het land waar ze tien jaar woonden. In de maanden juli en augustus leiden ze er kinderkampen en dragen ze werkzaamheden over. Met steun van de hervormde gemeente in Waarder, de stichting Hulp Oost-Europa en de vriendengroep Oltenia bedreef het echtpaar evangelisatiewerk voor de Roemeens-Evangelische Kerk (BER).
Steenbergen stichtte zes gemeenten in het Oost-Europese land. Daarnaast evangeliseerde hij op scholen, in gevangenissen en onder zigeuners. Hun huis in Oltenia functioneerde als missiepost, die beheerd werd door zijn vrouw. Mensen konden er terecht voor eerste hulp, kinderwerk en een opwekkend woord uit de Bijbel.

Tot Steenbergen in 2009 een herseninfarct kreeg. Hij raakte gedeeltelijk verlamd en kan slechts met grote moeite lopen. Het echtpaar moest terug naar Nederland en woont nu in een aangepaste woning in Waarder.

Terugkijkend hebben ze veel om dankbaar voor te zijn, maar er zijn ook veel zorgen. Dankbaar zijn ze voor wat ze hebben mogen doen en voor wat er dankzij Gods genade bereikt is. Elly vertelt hoe ze met Pasen in Gruia een van de zes gemeenten waren en zagen hoeveel dingen er veranderd zijn. Vroeger was het in de huizen een bende, maakten de mensen ruzie en schopten ze hun kinderen de straat op. Nu zorgen de vrouwen goed voor hun huis en voor hun kinderen, houden de mannen en de vrouwen van elkaar en lezen ze in de Bijbel. We zagen mannen, die er gescheiden van de vrouwen zitten, in de kerk verliefd naar hun vrouwen kijken.
Haar man vertelt over iemand die bekendstond als Tarzan en berucht was in het dorp. Totdat hij een evangelisatiebijeenkomst bezocht en tot bekering kwam. Hij verliet zijn oude leven en vroeg vergeving aan de mensen die hij pijn gedaan had. Zijn vrouw, die hem eerst uitlachte, is ook tot geloof gekomen. Nu is het een modelgezin, maar wel een modelgezin in de goot. Ze hebben het arm en de gevolgen van zijn vroegere leven blijven zichtbaar. Hij groeit wel in geloof, maar vanwege de grote hoeveelheden alcohol die hij in zijn jeugd dronk niet in kennis.

Heel positief is het echtpaar ook over de jongeren uit Nederland die in de zomer op werkvakantie kwamen. De levens van diverse jongeren zijn hierdoor veranderd. Verder noemt het gevangenen die onder bewaking naar de kerk mogen om een dienst bij te wonen, en de zigeuners die zo dankbaar waren dat de evangelisten hen trouw opzochten.

Materialisme en bijgeloof
Er is ook een andere kant. Sinds omstreeks 2007, toen Roemeni toetrad tot de Europese Unie, heeft het materialisme het land overspoeld. Veel mensen worden in beslag genomen door televisie, internet en mobiele telefoon. Verder bestaat er het gevaar dat mensen tevreden zijn met zoals het is, en niet groeien in het geloof.
Als een andere verleiding voor de jonge gemeenten noemt Steenbergen het bijgeloof, dat in Oltenia heel sterk aanwezig is. De bevolking is wel lid van de Orthodoxe Kerk, maar mensen weten bijna helemaal niets van de Bijbel. Zogenaamd heilig water en brandende kaarsjes moeten kwade geesten op een afstand houden. Kinderen lopen met een rood bandje om hun arm, dat hen moet beschermen tegen het boze oog.

Het echtpaar is verheugd dat drie evangelisten uit de plaatselijke bevolking het werk gaan voortzetten. Steenbergen hoopt dat hun huis in Oltenia als missiepost behouden kan blijven. Hij eindigt niet in mineur. God heeft ons werk gezegend. We zullen het ook verder aan Hem overlaten.

Ref.Dagblad 28-05-13
Auteur: Reporter Creer datum: 12-06-2013 12:10:04
Ds. Schultink spreekt tijdens bidstond GGiN over Gideons roeping

Het doorbrekende genadewerk wordt spaarzamelijk gevonden. Het goedkeuren van de zonde gaat ook ons kerkelijk leven niet voorbij. Ondanks onze zonden is God nog gedachtig over ons.

Voorafgaand aan de synodevergadering van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland woensdag in Barneveld had dinsdagavond in Barneveld een bidstond plaats. Ds. A. Schultink ging daarin voor.
De Goudse predikant sprak naar aanleiding van Richteren 6:14 over De roeping van Gideon. Hij bepaalde zijn gehoor bij Gideons roeping in een donkere tijd en Gideons zending en opdracht.

Verarmd
Ds. Schultink trok vanuit de geschiedenis van Gideon lijnen door naar deze tijd. Aan het eind van het vijfde hoofdstuk van het boek Richteren klinkt het lied van Debora na. Het land was stil, veertig jaren. En dan begint hoofdstuk 6: Maar de kinderen Israls deden wat kwaad was in de ogen des Heeren; zo gaf hen de Heere in de hand der Midianieten, zeven jaren.

Ds. Schultink: Elk jaar kwamen ze om de oogst te roven. Ze lieten geen leeftocht over. Het land verarmde.

Ons land verarmt ook, zo zei 
de predikant. Ook dat kan worden toegeschreven aan de zonden van het volk. Alles wat met de dienst van God te maken heeft moet verdwijnen. Gods Woord moet veranderd worden omdat 
de jeugd de taal niet meer begrijpt. De belijdenis en de psalm-
berijming komen ook aan de beurt.

Evenals het volk Isral de Bals diende, ziet ds. Schultink dat ook nu gebeuren. De economie is zo'n Bal. Het kon allemaal niet op. Het is een fuik geworden.

Een andere Bal is volgens hem internet in de huisgezinnen. We kunnen er niet meer buiten, maar we kunnen er ook in opgaan. We hebben geprobeerd er een dam tegen op te werpen, maar die dam is overspoeld.

Mobiele telefoon
Een andere Bal noemde hij de mobiele telefoon. Tot in de kerkbank toe worden ze gebruikt.

Toen riepen de kinderen Israls tot de Heere, ter oorzake van de Midianieten. De Heere zond een profeet. Die wees de zonde aan. Dat is het eerste wat een prediker moet doen al horen we vandaag dat dat toch geen Evangelie is. Voor dat Evangelie moet plaatsgemaakt worden door eerst de zonde aan te wijzen. Dan wordt Gideon geroepen en krijgt de opdracht: Ga heen in deze uw kracht. Heb Ik u niet gezonden? Gideon moet het volk verlossen van de hand der Midianieten. De Heere heeft Zijn oog op hem geslagen.

Aanvankelijk kende Gideon de Engel niet Die hem onder de eik van Ofra verscheen, vervolgde de predikant uit Gouda. Hij is vertwijfeld. Hij kent Hem niet. Gideon vraagt om een teken om er verzekerd van te zijn dat het de Heere is Die tot hem spreekt. Hij krijgt dat teken.

Als de Heere tot het ambt 
roept, kan niemand dat weerstaan, aldus ds. Schultink. De predikant zei zeer verblijd te zijn dat het curatorium vorige week een student O. M. van der Tang uit Rhenen heeft toegelaten die 
tot predikant mag worden opgeleid.

Ref.Dagblad 12-06-13

Auteur: Reporter Creer datum: 7-08-2013 11:28:58
Deelnemer zomerschool Evangelie & Moslims in gesprek met chte moslim

Jacob Hoekman

In naam van Allah, de barmhartige en genadevolle, zo begint Bilal Keizer zijn apologie van de islam. Keizer is uitgenodigd om aan de deelnemers van de zomerschool van Evangelie & Moslims te vertellen waarom hij moslim is. Dat doet hij met verve.

Ik kom uit een Surinaams-Nederlands gezin en ben rooms-katholiek opgevoed. Ik wilde zelfs misdienaar worden, houdt Keizer (41) uit Arnhem zijn aandachtig luisterend gehoor voor. Maar in mijn hoofd bestond het beeld dat je daarvoor eigenlijk blank moet zijn. Ik hoorde er niet helemaal bij. In mijn zoektocht naar rechtschapenheid en een vol leven kwam ik op het pad van de islam. Dat bood waar ik naar op zoek was.
Eenzelfde verhaal heeft Salahaddin Schipper (30), net als Keizer afkomstig uit een Arnhems gezin met Surinaamse wortels. De traditionele waarden bij ons thuis zaten als een strop om mijn nek. We woonden in een wijk met veel Turkse en Marokkaanse gezinnen, waardoor ik de islam vanzelf leerde kennen. Het was het beste wat ik ooit ben tegengekomen om een evenwichtig persoon te worden.

Ontzenuwen
Het is donderdagavond en de ongeveer twintig deelnemers aan de zomerschool van Evangelie & Moslims, die de hele week al bivakkeren in een kampgebouw in de bossen bij Amerongen, zijn moe van alle indrukken.

Toch blijkt daarvan niets als het gesprek met Keizer en Schipper op gang komt. Diverse deelnemers geven desgevraagd aan hoezeer ze een gesprek met chte moslims in deze week waarderen.

Gezeten in een halve cirkel om Keizer en Schipper vragen ze hen het naadje van de kous. Als wij het beeld dat je in je hoofd had over misdienaren ontzenuwen, kom je dan weer terug? vraagt een vrouw met hoofdbedekking op. Met zijn welbespraaktheid zou Keizer best predikant kunnen worden. Bij mij mag je je vicariaat lopen, biedt een predikant in het gezelschap aan.

Nee, dat gaat niet gebeuren, zegt Keizer resoluut. Maar dat betekent niet dat ik geen waardering heb voor Jezus. Ik zie Zijn missie als diep ethisch, met als doel het volk van de Joden weer terug te brengen bij de wet.

Het gesprek spitst zich toe op de vraag hoe Keizer en Schipper rechtvaardig voor God kunnen verschijnen. Vergeeft Allah zomaar, zonder de zonde te straffen zoals God dat deed aan Zijn Zoon? Moet Allah dus niet zijn rechtvaardigheid opzijzetten om barmhartig te kunnen zijn?

Nee, vindt Keizer die in tegenstelling tot zijn geloofsgenoot geen moment om een antwoord verlegen zit. Je verdient zijn barmhartigheid als je de intentie hebt om kwade daden na te laten en juist goede daden te doen.

Optimistisch mensbeeld
Het zijn dit soort gesprekken die voor ds. C. W. Rentier, directeur van Evangelie & Moslims, bijzonder waardevol zijn. Vergeving, rechtvaardigheid: dit gaat over de betekenis van het kruis van Christus. Dat is de spits van waar het om moet gaan in de ontmoeting tussen moslims en christenen. Het is het geloof dat God mens werd, onze zonden droeg en ons leven zo vernieuwt tegenover het op de sharia gente geloof met z'n optimistische mensbeeld waarin de mens zelf bereid en in staat is om God te dienen.

Ds. Rentier zorgt ervoor dat er tijdens iedere zomerschool enkele overtuigde moslims te gast zijn. Zo zijn er meer vaste ingredinten tijdens de week: altijd bezoeken de deelnemers een moskee en altijd is er 's morgens een Bijbelstudie. Daarnaast komen er allerlei sprekers, die doorgaans werken voor Evangelie & Moslims of een van de twee partners die de zomerschool mede organiseren: Arab Vision en de Arabische Wereldzending/Pioneers.

Dat moskeebezoek wordt er niet makkelijker op, merkt de directeur van Evangelie & Moslims. Twintig jaar geleden was het makkelijker om een afspraak geregeld te krijgen, omdat moslims zich er tegenwoordig goed bewust van zijn dat christenen een andere agenda kunnen hebben. De ongedwongenheid van vroeger is er wel af.
Inderdaad heeft Evangelie & Moslims een missionaire agenda, en ook openlijk. Ook de zomerschool past daarin. Het doel van de week is al sinds de start in de vroege jaren tachtig hetzelfde, zegt ds. Rentier: Training en bemoediging. We willen samen mensen vormen die vaak al een beetje contact met moslims hebben. Ook willen we hen bemoedigen om vol te houden als het werk weerbarstig is.

Missionair verlangen
Het publiek op de zomerschool is gemleerd, zo blijkt tijdens de week in Amerongen. Een paar jongeren, redelijk wat mensen van middelbare leeftijd en een aantal ouderen. Ook de kerkelijke achtergrond is heel divers, weet ds. Rentier. Er zijn mensen uit de hele breedte van het protestantse achterland, varirend van de Gereformeerde Gemeenten tot de Protestantse Kerk in Nederland. Ook komen er mensen, zij het minder, uit de evangelische groeperingen.

Gemene deler voor alle deelnemers is dat ze een verlangen hebben om moslims tot Christus te brengen, zegt ds. Rentier. Deze week is niet voor degenen die vooral met een mensenrechtenbril op naar de islam kijken, of die alleen uit verontrusting over de groeiende invloed van de islam komen.

Iets van dat missionaire verlangen komt ook openbaar in het gesprek met de Surinaams-Nederlandse moslims Keizer en Schipper. Een deelneemster van de zomerschool leest gemotioneerd enkele verzen voor uit de Bijbel en roept het tweetal vurig op om terug te keren naar de God van de Bijbel.

Keizer heeft diep respect voor de authenticiteit die meekomt in die boodschap, maar overtuigd is hij allerminst. Hij vat zelf nog eens samen waarom niet. Het christendom zegt: Je kunt het gevecht tegen jezelf niet winnen; Jezus doet het voor je. Maar ik vind: een mens moet zichzelf redden.



--------------------------------------------------------------------------------


Bereid zijn tot lang contact
Wie: Jason de Zeeuw (22) uit Tilburg

Waarom: Ik studeer economie in Tilburg, maar volgend jaar ga ik vier maanden in Ankara studeren, de hoofdstad van Turkije. Dan zal ik ongetwijfeld veel contact hebben met moslims, want bijna iedereen is daar moslim. Door deze zomerschool leer ik beter hoe ik hen kan bereiken met de christelijke boodschap. Dat geldt natuurlijk ook voor moslims in Nederland. Van hen zijn er immers steeds meer.

Geleerd: Ik neem in elk geval mee dat het belangrijk is om eerst goede relaties met moslims aan te gaan voordat je met het Evangelie kunt komen. Je moet bereid zijn tot langdurig contact.



--------------------------------------------------------------------------------


Extra punten in de moskee
Wie: Carla Wisse (57) uit 's-Gravenpolder

Waarom: Mijn man Jos, die hier ook is, werkt onder asielzoekers in Goes. Als de Heere dat wil, gaan we iets soortgelijks doen in Rotterdam. We vinden het allebei mooi om missionair bezig te zijn.

Geleerd: Ik heb een heleboel handvatten gekregen om moslims beter te begrijpen. Zo was er een spreekster die vertelde dat je jezelf gerust bij moslimvrouwen kunt uitnodigen door met een gebakken cake op de stoep te staan. Ook bezochten we een moskee, waar we uitleg kregen over het puntensysteem dat bij het gebed hoort. Wie in de moskee bidt, krijgt extra punten. Dan wordt het extra bijzonder om te bedenken dat wij uit genade mogen leven.

Ref.Dagblad 07-08-13
Auteur: Reporter Creer datum: 15-08-2013 23:27:04
Vader en zoon in het ambt

Als ik veertig jaar geleden predikant was geworden, had ik het waarschijnlijk op uw manier gedaan. Aan het woord is kandidaat D. C. G. van der Kraan. In zijn Dordtse flat gaat hij in gesprek met zijn vader, ds. P. van der Kraan. Over jeugd en roeping, studie en ambt, kerk en geloof.

Ze schelen veertig jaar van elkaar: de hervormde ds. P. van der Kraan (65) en zijn zoon kand. D. C. G. van der Kraan (25). Sinds april 2012 gaat de zoon voor in kerkdiensten binnen de Protestantse Kerk in Nederland.
Ds. Van der Kraan, leest u de preken van uw zoon vooraf?

Nee. Ik heb wel al zijn preken beluisterd. En we praten erover. In het begin was het best spannend. Tegen zijn zoon: Je bent niet iemand die snel het achterste van zijn tong laat zien. Daardoor vraag je je als ouders af: Wat doet de studie met zo'n jongen? Ik ben nooit bang geweest dat je niet zou kunnen preken. Maar ik dacht natuurlijk weleens na over de inhoud. Ik weet nog hoe dankbaar en verrast wij waren toen we je eerste preek lazen die je voor de studentenvereniging Voetius hield. Dat is ook de enige preek die ik vooraf heb gelezen.

Is het voor een zoon spannend om zijn vader onder zijn gehoor te hebben?

Kand. Van der Kraan: Die spanning kan ik redelijk goed relativeren. Het gaat in een preek om de wezenlijke dingen van het leven. Waarom zou het spannend of vervelend zijn om die met je ouders te delen, thuis of in de kerk? Tegelijk vraag je je wel af: Wat gaat er komen als ik thuiskom?

Verrast het oordeel van zijn vader hem weleens? Mijn vader is barmhartig, maar hij geeft geen aai over de bol als de preek dat niet waard is. Vader: Mamma zegt weleens: Het gaat er altijd over als jullie bij elkaar zijn. Dat klopt ook. Mijn oudste zoon is businessman. Daar heb ik weer heel andere gesprekken mee.

Hoe is het om als predikantszoon zelf te gaan preken, is de naam van vader dan een pre?

Kand. Van der Kraan: Mijn eerste preek hield ik in Bleskensgraaf, waar we 24 jaar gewoond hebben. Nadien hoorde ik vaak: Wat lijk je op je vader, qua stem, qua beweging en voorkomen. En inderdaad, in die zin lijk ik ook op hem. Maar inmiddels hoor ik ook van mensen dat ze mijn stijl van preken anders vinden. We hebben allebei onze eigen stijl. Als gemeenten mij voor een preekbeurt uitnodigen omdat ik Van der Kraan heet, moet ik het alsnog zelf waarmaken. Ik lift niet graag op mijn achternaam.

Ds. Van der Kraan: Wees vooral jezelf. Ik verlang er niet naar dat je een kloon van mij wordt. God is zo wijs dat Hij ieder mens in zijn eigen mal stopt, anders zou de veelkleurigheid van Zijn werk schade worden aangedaan. Ik las pas een interview met ds. T. van den Brink uit Putten, de vader van EO-presentator Tijs van den Brink. Hij zei zoiets als: Iedere generatie doet het anders, maar ik zie tegelijk dat mijn kinderen en kleinkinderen wel bezig zijn met de wezenlijke vragen. Het is mooi als je elkaar rond die vragen kunt ontmoeten.

Zijn zoon: U bent veertig jaar ouder dan ik en daardoor staat u in een andere context. Ook zal de manier waarop ik straks predikant ben anders zijn, maar in de relatie met de Heere God staan we hetzelfde.

Vader: Je bent als persoon zelf ook steeds aan verandering onderhevig. Mijn preken van vroeger vind ik nu soms statisch en belerend, hoewel ik nog wel achter de inhoud ervan sta. Ik ben in de loop der jaren communicatiever geworden. Die flexibiliteit geeft God kennelijk aan ons.

Wat is het mooiste facet aan het ambt?

Kand. Van der Kraan: Ik denk toch het voorgaan in de gemeenten. Het is mooi om dingen terug te krijgen en zo te merken dat mensen betrokken zijn op Gods Woord. Maar ook zonder respons geeft het voorgaan en verkondigen me veel.

Ds. Van der Kraan, die tijdens zijn studie lesgaf op het Van Lodenstein College in Amersfoort en tijdens zijn ambtsperiode in Bleskensgraaf met anderen een catechisatiemethode ontwikkelde, hoeft niet lang na te denken over deze vraag. Het overdragen vind ik erg mooi. Wat dat betreft zijn in mijn leven alle puzzelstukjes wel op hun plaats gevallen.

Was het voor u al op jonge leeftijd duidelijk dat u predikant wilde worden?
Vader: Voor mij zijn de verhalen van mijn moeder bepalend geweest. Ik ben geboren uit haar tweede huwelijk. Haar eerste man stierf begin jaren dertig en ze kon vertellen hoe God voor haar zorgde in de oorlogsjaren. Dat waren echt Eliaverhalen, over raven die brood en vlees kwamen brengen. Ze vertelde dit heel concreet en meer dan eens. Ik vond dat prachtig. Later bedacht ik: Dit is voor haar verwerking geweest van een nabij verleden. Het was voor haar nog kersvers toen ze het vertelde.

Rond mijn achttiende heb ik mij echt geroepen ervaren. Op de zondag voordat zij plotseling stierf, vertelde mijn moeder mij dat zij tijdens haar zwangerschap door de Heere duidelijk gemaakt kreeg dat dit kind voor Zijn dienst bestemd zou zijn. Dat zei ze precies op tijd. Niet te vroeg, zodat ik een bepaalde richting op gestuurd zou worden, maar precies drie dagen voor haar dood. Toen het kon, toen het gesprek ernaar was. Ik heb haar daarna niet meer gesproken. Zulke dingen arrangeer je niet.

Mijn ouders overleden toen ik rond de twintig jaar was. Mijn vader heeft nog meegemaakt dat ik de vooropleiding ging doen. Daarna stond ik er alleen voor.

Zoon: Voor mij was het al op de basisschool duidelijk dat ik predikant wilde worden. Waar het vandaan kwam, weet ik niet goed. Ik heb me later weleens afgevraagd: Wat was dat precies? Ik was echt niet het vrome jongetje op school. Maar ik wist wel: Het leven met God, daar gaat het om.

Na zijn vwo-examen besloot Van der Kraan jr. om rechten te gaan studeren, om de advocatuur in te gaan. In mijn tweede studiejaar ben ik toch aan theologie begonnen. Op een avond van de jeugdvereniging in Bleskensgraaf ging het over zending. Daar kreeg ik de vraag naar me toe: Zou je je hele leven niet in dienst van God willen besteden? Uit praktische overwegingen heb ik uiteindelijk besloten met rechten te stoppen. Al ben ik wel blij met dat jaar, waardoor ik analytisch vermogen heb kunnen ontwikkelen.

Ds. Van der Kraan: Ik wil hier wel even op inhaken. Ik heb nooit gevraagd: Hoe zit dat nou, je zou toch dominee worden? Je was erg op jezelf en je was serieus met Gods Woord bezig. Je kunt als ouders dan sturen, maar ook dirigeren. Dat laatste hebben we nooit gedaan. Wat ik me nog goed kan herinneren was die zondagochtend uit de kerk. We liepen op de Zeemansweg in Bleskensgraaf, rond de tijd dat je belijdenis ging doen. Het ging over je cijfers en over de summercourse die je bij rechten mocht gaan doen. Toen zei je: Ik weet het niet, het is allemaal alleen maar voor je cv... En meteen dacht ik: Wacht, hier zijn andere dingen aan het werk.

Lijken deze wegen naar het ambt op elkaar?

Vader: Het verschil is dat God met ieder mens Zijn eigen weg gaat. Mijn wortels liggen in de Gereformeerde Gemeenten. Daar heb ik de Heere Jezus leren kennen. Het was niet voor de hand liggend dat ik theologie ging studeren. Ik ben in het begin zoekend en aarzelend mijn weg gegaan.

Zoon: Het grote verschil is dat u veel zelf moest uitzoeken, zonder steun van ouders die u de weg wezen en zonder een duidelijke kerkelijke context. Voor mij is dat allemaal vanzelfsprekender. Ik kan altijd op u terugvallen.

Hoe staat u in de kerk?

Ik heb nooit moeite gehad met de overgang naar de Hervormde Kerk omdat ik er Gods leiding in zag, stelt ds. Van der Kraan. Bij ons thuis was iemand die goed van God sprak welkom. Mijn ouders waren niet van het eng-kerkelijke. Wel ben ik pas echt hervormd geworden toen ik in 1988 zitting kreeg in de synode terwijl het homodebat speelde. Ik leerde dat de kerk een warm nest kan zijn, maar ook iets waaraan je lijden kunt. Richting zijn zoon: Hoe vind jij het om in die breedte van de kerk te staan?

Kand. Van der Kraan: Ik heb net tweewekenseminarie op Hydepark in Doorn achter de rug. Daar voelde ik ook iets van dat lijden aan de kerk. Tegelijk besef ik dat je met elkaar in gesprek moet blijven.

Wordt dat gehoord?

Ja. Maar je moet je wel steeds meer verantwoorden voor dat wat ik als Bijbelse standpunten zie.

Ds. Van der Kraan: Een synodelid zei eens tegen mij: Het is goed dat jullie je laten horen. Ik antwoordde hem: Dat is waar, maar doen jullie er ook wat mee?

Zijn zoon: Dat vraag ik ook aan medestudenten: Willen jullie het gesprek aangaan? Je wilt je verantwoordelijkheid nemen, maar de grote vraag is of het weerklank vindt wat je zegt. We spraken net over het lijden aan de kerk. Het is misschien vreemd gezegd, maar ik ervaar ook vreugde in de gebrokenheid. Die gebrokenheid kan je dichter bij God brengen. Op dit moment ben ik aan het lezen in de biografie van Dietrich Bonhoeffer. Uit zijn leven blijkt dat je er met de kerk alleen niet komt. We hebben met God te doen. En dat is de reden waarom ik gemeenten wil toerusten om gemeente te zijn in deze tijd.

Is de ambtsopvatting van jonge predikanten anders dan die van hun voorgangers?

Ds. Van der Kraan: Het verwachtingspatroon van mensen verandert. Vroeger kon je een hele ziekenzaal bedienen, nu meestal alleen het gemeentelid. Of de taakopvatting veranderd is? Dat zou een nieuw gesprek opleveren. Maar er zijn zeker generatieverschillen.

Kand. Van der Kraan: Het is de taak van een predikant om leiding te geven. Ook geestelijk. In deze tijd is de kerk niet vanzelfsprekend meer. De vraag voor de komende veertig jaar is dan ook hoe je als kerk naar buiten kunt treden om te gehoorzamen aan de opdracht van de Heere Jezus om van Hem te getuigen. Misschien was een voorgaande generatie meer binnenkerkelijk bezig.

Vader: Dat klopt, maar binnenkerkelijk heb ik altijd geprobeerd predikant van heel de gemeente te zijn en niet van een groep. In de tijd die we nu beleven, hebben we onze handen er vol aan om die gemeente bij het Woord te bewaren.



--------------------------------------------------------------------------------


Van der Kraan
Ds. P. van der Kraan (1948) werd geboren in 's-Gravenzande. Zijn ouders waren daar lid van de gereformeerde gemeente. Tijdens zijn studie theologie ging hij over naar de Nederlandse Hervormde Kerk. In 1979 werd kandidaat Van der Kraan bevestigd als hervormd predikant te Woudenberg. Van 1984 tot 2008 diende hij de gemeente in Bleskensgraaf. Sinds 2008 staat hij in Urk (De Bron). Ds. Van der Kraan was verschillende malen lid van de hervormde synode. Ook is hij voorzitter van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte (COGG). Zijn zoon kand. D. C. G. van der Kraan (1988) studeert sinds 2007 theologie in Utrecht. Hij is over een halfjaar beroepbaar.

Ref.Dagblad 15-08-13
Auteur: Reporter Creer datum: 3-09-2013 16:27:40
Aad Kamsteeg: In GKV meer liefde nodig voor Joodse volk

In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) is echt meer aandacht en bewustzijn nodig voor de bijzondere positie die het Joodse volk nog steeds heeft, vindt journalist Aad Kamsteeg, zelf lid van de gkv in Amersfoort-West.

Kamsteeg: Ik denk dat bij veel kerkleden Joden nog wel een speciaal plekje hebben, maar hoeveel wordt er in de kerk en thuis gebeden voor dit volk waarmee we ons zo verbonden weten?
De adviseur van Yachad een organisatie die binnen de GKV de aandacht en liefde voor het Joodse volk stimuleert doet zijn uitspraken in het licht van een studiecongres aan de Theologische Universiteit in Kampen over de GKV en Isral, op 4 oktober. Het thema van dit congres, aan de vooravond van de Isralzondag, op 6 oktober, luidt: GKV heeft (n)iets met Isral?! Ook hijzelf hoopt dan te spreken.

De 73-jarige Kamsteeg reisde regelmatig naar Isral, en heeft persoonlijk ervaren hoe dat hem heeft gevormd, aldus de organisatie Yachad dinsdag. Zelf de plaatsen in Isral bezoeken waar de Bijbel het over heeft, maar ook de ontmoeting en het gesprek met Joodse rabbijnen en Messiasbelijdende Joden, is erg waardevol voor een goed verstaan van de Schriften.

Kamsteeg: Rabbijnen vertelden mij dat ze, zoals Psalm 19 zingt, hun diepste hartsgeluk vinden in het volgen van de Thora. Hun eerbied en toewijding maakten me jaloers. Het lijkt me zinvol dat ook aan de Theologische Universiteit in Kampen colleges niet alleen over, maar ook met de Joodse orthodoxie worden georganiseerd, en dat aanstaande predikanten standaard een reis naar Isral in hun pakket hebben.
De journalist vraagt zich verder af wat er in de GKV en door predikanten gedaan wordt met de vorig jaar in oktober uitgeroepen zondag om speciaal aandacht te geven aan onze oudste broer. Kennen we nog het verdriet dat Paulus had omwille van zijn volksgenoten, de broeders en zusters met wie hij zijn afkomst deelt (Romeinen 9:2)? Hij vond het onverdraaglijk dat zij aan Christus voorbij gingen. Die liefde, dat vuur voor het Joodse volk, dat zou ik ook zo graag zien in onze kerken.'

De GKV ontstonden in 1944 vanuit de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Ref.Dagblad 03-09-13
Auteur: Reporter Creer datum: 14-09-2013 21:38:50
Prof. Verboom: Ga weer blijmoedig catechisatie geven

Kom op, aan de slag. We gaan weer leren om te leren. beeld Matthijs van den Dool
In veel kerkelijke gemeenten is catechisatie geven een steeds zwaardere opgave, signaleert prof. dr. W. Verboom. De catechese verdient eerherstel door actief en blijmoedig aan de slag te gaan met het leren in de gemeente.

Zit ik er erg ver naast als ik constateer dat heel wat predikanten en catecheten moedeloos worden als ze denken aan de catechisatie? Zit ik er erg ver naast als ik denk dat steeds minder jongeren de catechisatie bezoeken en dat steeds meer ouders het erbij laten zitten om hen te sturen? Ooit hebben zij bij de doop van hun kind beloofd het te laten onderwijzen in het Woord van God, maar dat staat nu zo ver van hen af. Ook kerkenraadsleden zijn soms maar weinig betrokken bij het onderricht aan onze jongeren. En zo kan het gebeuren dat de catechese wegzakt en de gemeente het leren dreigt te verleren.
Gelukkig is het niet overal zo. Er zijn ook gemeenten waarin het leren kennen van Christus bloeit. Prachtige initiatieven worden ontwikkeld. De gemeente loopt er warm voor. En de gemeente blijft leren in diverse vormen van voortgezet leren. De gemeente heeft ook een antenne ontwikkeld voor de zegen van de leerdienst.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dit in steeds meer gemeenten niet het geval is. En dan kan ik me voorstellen dat predikanten en andere catecheten de moed laten zakken. Waar doe ik het allemaal voor, denken ze. Catechisatie geven kost me heel veel voorbereiding, ik geef me voor honderd procent, maar als het erom gaat welke dingen mijn gemeenteleden belangrijk vinden, staat de catechisatie zo ongeveer onderaan. O, dat eenzame avontuur van catechese.

Veel dieper

We zijn geneigd de oorzaken van deze neergang te zoeken bij de ongemotiveerdheid van de jongeren, bij de methode van catechisatie geven (drs. Toes), de volle agenda's van de gemeente enzovoort. Echter, volgens mij zit het probleem veel en veel dieper. Er is over de hele linie sprake van een ernstige crisis als het gaat om verlangen naar geloofskennis. Niet wat je weet, maar wat je voelt, wat je doet of wat je wilt is de graadmeter voor het geloof van velen. En wat je niet kent, dat mis je niet. Onbekend maakt onbemind. Vandaar dat veel gemeenteleden nauwelijks het verschil kennen tussen goed en kwaad inzake geloof, doop, avondmaal, preek, bekering enzovoort. Terwijl kennen en geloven zonder elkaar doodbloeden (Hosea 4:6).

Gaat het over het kopiren van preken (dr. Van den Belt) dan is Leiden in last. Hele stukken in de krant. Maar gaat het over catechese (drs. Toes), dan volgt een keurig verslag en daarna is het weer gewoon stil.
Bekering in en van de gemeente wordt zichtbaar in een eerherstel van de catechese. Het gaat dan om een nieuw verlangen Christus te (leren) kennen (Efeze 4:20). De kennis van Christus is het kloppende hart van het geloof, van de gemeente. Wie Christus leert kennen ziet dat het de grootste dwaasheid is om het leren te verleren, de meest geraffineerde tactiek van de duivel. Kennis van Christus en alles wat Hij deed, doet en leert, is onmisbaar; en ook zo overstelpend rijk; de meest wonderlijke ervaring die er bestaat. Christus kocht mij als een verloren zondaar en nu verlang ik Hem te dienen. Dat is de kern van het leren van de gemeente. Daarin raak je nooit uitgeleerd.

Toen we gedoopt werden, ook in de Naam van de Heilige Geest, heeft de Heilige Geest aan ons persoonlijk beloofd deze kennis van Christus in ons hart en verstand te bewerken. Aan een zogenaamd historisch geloof is geen belofte verbonden; je kunt er zelfs onbekeerd bij blijven. Het zal niet helpen bij een eerherstel van de catechese. De afgelopen decennia hebben ons geleerd dat het tegendeel het geval is.

Jan Rap en zijn maat

Nu de vraag: hoe kan het anders worden in de gemeente? De kerkenraad dient hier het initiatief te nemen. Waarom niet alle jongeren van de gemeente persoonlijk uitnodigen? En een week later om hun antwoord vragen. En Jan Rap en zijn maat niet overslaan. Waarom niet aansprekende folders uitdelen aan het eind van de kerkdienst, aan iedereen? Waarom niet Vult u zelf maar in. Er zijn zo veel mogelijkheden.

September 2013, de wekker loopt af! Tijd om op te staan voor catechisatie. Kom op, aan de slag. We gaan weer leren om te leren. Maak de mensen van catechese blij, geef hun nieuwe moed met uw meeleven, uw enthousiasme en uw eigen inzet. Draag hen in uw gebed en betrokkenheid. Ora et labora.

Vlak voor het nieuwe catechisatieseizoen geef ik graag aan alle catecheten het woord van Augustinus door: God heeft een blijmoedige gever van catechisatie lief (2 Korinthe 9:7). Zeker weten.

De auteur is oud-docent catechetiek en emeritus hoogleraar geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan de Universiteit Leiden

Ref.Dagblad 10-09-13
Auteur: Reporter Creer datum: 5-10-2013 19:35:25
Vrouw in ambt ontkenning scheppingsorde
| dr. M. Klaassen


De rol van de vrouw in samenleving en kerk staat volop in de belangstelling. Nog maar net had de SGP de primeur van de eerste vrouwelijke lijsttrekker, of er lag het rapport van de deputaten M/V in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV). Dat bepleit de openstelling van alle ambten voor de vrouw.

Nu al is duidelijk dat dit rapport het nodige stof doet opwaaien. Niet alleen binnen de GKV waar de meningen verdeeld zijn maar ook daarbuiten: wat zijn de consequenties voor de samenwerking met andere kerken, zoals de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken?
Ook andere kerkgenootschappen binnen de gereformeerde gezindte doen er wijs aan zich op dit rapport te bezinnen. De toenemende maatschappelijke onvanzelfsprekendheid van de traditionele visie op man en vrouw zet de bezinning op de man-vrouwverhouding in de gemeente hoog op de agenda. De discussie die plaatsvindt binnen de GKV kan daarbij helpen.

Recent verschenen er in gereformeerd vrijgemaakte kring twee proefschriften die ingaan op de thematiek van vrouw en ambt. Almatine Leens wil de discussie boven de 'zwijgteksten' uittillen door haar insteek te nemen in de godsleer. De oud-deputaat betoogt dat man en vrouw samen een weerspiegeling vormen van God, in Wie de drie personen gelijkwaardig zijn. Op grond daarvan meent ze dat het niet mogelijk is om de vrouw een ondergeschikte rol toe te kennen ten opzichte van de man.

De dissertatie van Myriam Klinker-de Klerck laat een ander geluid horen. De Belgisch-Nederlandse theologe constateert dat Paulus wel aanspoort tot onderschikking van de vrouw aan de man. Paulus' belangrijkste motief hiervoor is dat de gemeente zich moet voegen naar de geldende sociale omgangsvormen. Hierachter schuilt een missionaire beweegreden: christenen moeten geen aanstoot geven; dat belemmert de voortgang van het Evangelie. Daarom dienen vrouwen zich te voegen naar de algemeen geldende gebruiken.

Klinker denkt dat Paulus' houding een model kan zijn voor de kerk vandaag: heb gevoel voor je omgeving en neem zo veel mogelijk hindernissen weg voor de voortgang van het Evangelie. Dat kan betekenen dat in een samenleving waarin vrouwen gelijk behandeld worden en dezelfde mogelijkheden en rechten hebben als mannen, ze juist wel toegelaten moeten worden tot de ambten.

De gedachte dat Paulus' instructie ingegeven is door respect voor de heersende culturele opvattingen, speelt ook een belangrijke rol in het rapport van de deputaten M/V. Paulus' richtlijnen zijn cultureel bepaald en kennen daarom een zekere relativiteit. Dit geeft de doorslag voor het advies om de ambten open te stellen. Omdat het niet gaat om algemene en tijdloze principes, kan een andere culturele context tot een andere uitkomst leiden. Overwegingen vanuit bijvoorbeeld het geschapen zijn naar Gods beeld zoals in het betoog van Almatine Leens of de eenheid van man en vrouw in Christus (Gal. 3:28), kunnen dan leiden tot een pleidooi voor de openstelling van het ambt voor de vrouw.

Het is echter de vraag of de deputaten M/V zo geen eenzijdige keus maken. Door de nadruk te leggen op de culturele relativiteit van Paulus' zwijgteksten dreigt een andere bouwsteen uit Paulus' visie naar de achtergrond te verdwijnen: de verankering van de verschillende rol van man en vrouw in de scheppingsorde.

De gevoeligheid voor de culturele context is zeker een factor van betekenis voor Paulus. Dat blijkt ook uit de richtlijnen die hij in 1 Korinthe 11 geeft voor de hoofdbedekking van de vrouw in de gemeente: wie geen hoofdbedekking draagt, wijkt af van het gangbare kleedpatroon.
Echter, het is de vraag of de culturele sensitiviteit voor Paulus het zwaarst weegt. Volgens 1 Timothes 2 is de scheppingsorde fundamenteel: Adam is eerst gemaakt, daarna Eva (vers 13). Wat er gebeurt als man en vrouw hun door God gegeven positie niet innemen en de scheppingsorde verwerpen, maakt Genesis 3 duidelijk: zo kwam de vrouw tot overtreding (vers 14). Het is die door God gewilde orde die maakt dat de vrouw geen onderwijs dient te geven (vers 12). Wanneer een vrouw gezagvol onderwijs geeft, zou immers de door God bedoelde orde in gevaar kunnen komen en zij de man overheersen (vers 12).

Betekent dit dat een vrouw helemaal geen onderwijstaken binnen de gemeente kan vervullen? Zeker niet. Onderwijzende taken buiten de samenkomst van de gemeente zoals zondagsschool of catechese kunnen uitstekend door vrouwen vervuld worden.

Het Nieuwe Testament toont overduidelijk dat vrouwen een belangrijke functie innemen in de Vroege Kerk. Het boek Handelingen vertelt hoe Priscilla, samen met haar man Aquilla, Apollos onderwees. Paulus herinnert zich hoe Euodia en Syntyche met hem gestreden hebben in het Evangelie (Fil. 4:2, 3). Paulus' verbod gaat over het gezagvolle leren binnen de samenkomst van de gemeente; het preken. Die rol is overeenkomstig de scheppingsorde de man toebedeeld.

Maar hoe zit het dan met Galaten 3:28, waar Paulus schrijft dat man en vrouw n in Christus zijn? Spreekt deze tekst niet over de principile gelijkheid van man en vrouw? Zo betoogt de Amerikaanse theoloog William Webb in zijn boek Slaves, Women and Homosexuals op grond van deze tekst dat het in Christus zijn van meer gewicht is dan de patriarchale structuren die behoren bij de 'oude schepping'.

Maar als Webb gelijk heeft, is Paulus met zichzelf in tegenspraak. Of is er bij Paulus geen innerlijke spanning tussen de gelijkwaardigheid van man en vrouw en hun eenheid in Christus en de scheppingsorde? Nee. De gelijkwaardigheid in Christus heft de scheppingsorde niet op. In de tussentijd tussen oude schepping en nieuwe schepping worden de structuren van de schepping niet opgeheven. Al zijn slaven in Christus gelijk aan hun meesters, daarmee vervalt de bestaande gezagsstructuur nog niet (vgl. Ef. 6:5).

Dat maakt dat de discussie over de openstelling van het ambt van een andere orde is dan bijvoorbeeld de discussie over de hoofdbedekking van de vrouw. De hoofdbedekking is immers symbool van de scheppingsorde. Zonder af te willen doen van het nut van de hoofdbedekking, kan de invulling van die symboliek van cultuur tot cultuur verschillen. Dat kan van de scheppingsorde zelf nooit gezegd worden. Daarom dient aan dit aspect van Paulus' instructie meer gewicht toegekend te worden dan aan contextuele en culturele aspecten.

De uitkomst van het rapport is niet in de eerste plaats het resultaat van exegese van de teksten. Dat resultaat is overduidelijk. Illustratief is in dit verband het verhaal dat de theologe Claire Smith in haar boek God's Good Design vertelt. Een seculiere journaliste vroeg haar waarom zij vond dat mannen leiding hoorden te geven in de kerk. Er zijn toch ook kerken waar vrouwen ambten bekleden? Smith liet haar toen 1 Timothes 2 lezen. Waarop de journaliste reageerde: Maar vandaar dan al die ophef?

Precies. Het is niet de eenduidige lezing van Paulus' teksten die de deputaten bij deze uitkomst brengt. Het is hun hermeneutiek die het doet. Het rapport van de deputaten laat zien hoezeer de ons omringende cultuur ons lezen en interpreteren van de Schrift benvloedt. Nu is het tot op zekere hoogte onmogelijk om je los te maken uit de context waarin je leeft. Maar die context mag er nooit toe leiden dat de overduidelijke bedoeling van de tekst overruled wordt. Dat lijkt wel te gebeuren in dit rapport. De reactie van prof. dr. J. Douma was in dit opzicht veelzeggend: Als de Bijbel een duidelijk nee laat horen, komt men via allerlei kanttekeningen uit bij ja.

Het gewicht van de scheppingsorde heeft ertoe geleid dat in de brede christelijke traditie het ambt altijd bekleed is door de man. Pas sinds de 19e eeuw gaan er stemmen op om het ook open te stellen voor vrouwen. De deputaten hadden er daarom goed aan gedaan om naast de grote aandacht voor de culturele context van Paulus ook aandacht te besteden aan de leesgeschiedenis van zijn teksten. Hoe heeft de brede christelijke traditie Paulus op dit punt gelezen en vormgegeven aan zijn richtlijnen? Het antwoord is eenduidig. Daarom betekent openstelling van het ambt voor de vrouw een breuk met de traditie. Jezus koos niet zomaar twaalf mannen als apostelen. Dat was geen aanpassing aan de gangbare normen, want als er En was Die gangbare normen durfde te doorbreken, dan was het Jezus wel.

De synode van de GKV doet er goed aan geen gehoor te geven aan het advies van de deputaten. Behalve tot een breuk met de katholieke traditie zal het tot verdere fragmentatie leiden binnen de al zo verdeelde gereformeerde gezindte.

Ref.Dagblad 23-09-13
Auteur: Reporter Creer datum: 2-11-2013 20:13:06

Dr. H. J. C. C. J. Wilschut verlaat Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Dr. H. J. C. C. J. Wilschut, predikant van de gereformeerde kerk vrijgemaakt van Smilde, verlaat de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) en sluit zich aan bij de Protestantse Kerk in Nederland. Daar hoopt hij op termijn predikant te worden.

Dat maakte de predikant vrijdagmiddag in een mail bekend. Eerder al, op 10 oktober, stelde hij de kerkenraad van Smilde van zijn besluit op de hoogte. Dr. Wilschut (61) dient de GKV sinds juni 1979. Sinds april 2005 staat hij in Smilde.
In een uitgebreide verantwoording legt dr. Wilschut zijn overgang uit. Samen met zijn vrouw voegt hij zich bij de PKN, om daar als God het goedvindt een gemeente van Gereformeerde Bondssignatuur te gaan dienen.

Die keuze voor de PKN is een principile en is een gevolg van een nieuwe bezinning in zijn denken over de kerk. Ik ben echt niet veranderd in mijn visie op de binding aan de gereformeerde belijdenis en andere zaken waarover ik mij in het blad Nader Bekeken en op www.gereformeerdekerkblijven.nl heb uitgelaten (met uitzondering van mijn visie op de kerk). Integendeel, ik word hervormd om gereformeerd te blijven.

Al jaren strijdt dr. Wilschut binnen zijn kerkverband voor het gereformeerde karakter van de GKV. Dit deed hij met name in het blad Nader Bekeken. In april 2009 vertrok hij echter als (eind)redacteur en medewerker van het blad. Ook was hij als eindredacteur betrokken bij de website gereformeerdekerkblijven.nl.

In 2000 promoveerde hij op de hervormde theoloog dr. J. G. Woelderink: Om de 'vaste grond des geloofs'. De ontwikkeling in zijn theologisch denken, met name ten aanzien van verbond en verkiezing.

Desgevraagd geeft dr. Wilschut aan dat hij niet kan zeggen hoe lang het duurt voor hij binnen de PKN als predikant aan het werk kan gaan. Daarvoor wordt een aantal eisen gesteld. Ik zal aan de Protestantse Theologische Universiteit een aantal aanvullende tentamens moeten doen, onder andere op het gebied van het kerkrecht en de recente kerkgeschiedenis van de PKN. Ik word ook geacht mee te doen aan seminarieweken. Tevens wordt onderzocht of je geschikt bent. Als alles naar wens gaat, wordt dat traject afgerond met een afsluitend colloquium.

De emeritaatsuitkering van de GKV over de periode dat hij in dat kerkverband werkzaam was verhuist gewoon mee bij de overstap, aldus de predikant.

Ref.Dagblad 01-11-13


Auteur: Reporter Creer datum: 20-11-2013 23:40:17
Kerk Roemeni herdenkt 450 jaar catechismus

Dr. W. Verboom

In de kapel van het Theologisch Instituut in Cluj hangt over de kansel een kleed met daarop in het Hongaars de tekst: Ik ben het eigendom van Jezus Christus. Deze samenvatting van vraag en antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus vormde het hart van de conferentie vorige week bij de Protestantse Theologische Faculteit te Cluj in Roemeni.

De aanleiding voor de conferentie vormde het feit dat het op 15 november 450 jaar geleden was dat de kerkorde van de Palts verscheen. Daarin is de Heidelbergse Catechismus opgenomen.

De voorbereidingscommissie had er werk van gemaakt. Alles was uitstekend verzorgd. En de sfeer ademde het voetiaanse Scientia cum pietate conjugenda: wetenschap verbonden met vroomheid. De catechismus werd behandeld als een wijze vader, die vol respect een keten van dertien lezingen omgehangen kreeg.
Diverse lezingen sneden thema's uit de catechismus zelf aan. Zoals de bijdrage van dr. E. Busch, de bekende biograaf van Karl Barth. Hij ging in op vraag en antwoord 32, waarin de identiteit van een christen omschreven wordt. Een christen is een lid van het lichaam van Christus en deelt in de zalving van Christus. Busch werkte uit wat de drie ambten van profeet, priester en koning in de praktijk van het geloofsleven betekenen.

Dr. Vladar Gabor uit Papa behandelde de Bijbelteksten waarnaar de catechismus verwijst. We leren hierdoor de hermeneutiek van de catechismus kennen: z lezen wij de Bijbel. Dan volgden er voordrachten over de plaats van de catechismus in de cultuur van vandaag.
Ds. G. Twardella behandelde in dit kader vraag en antwoord 123: Uw rijk kome. Hij liet zien dat het koninkrijk van God kritisch staat tegenover het rijk van de machthebbers. Een belangrijke lezing verzorgde dr. Ferenc Szucs uit Boedapest. Hij vergeleek het ongeloof uit de tijd van de catechismus met het ongeloof van vandaag. De verschillen hebben te maken met de geheel andere maatschappelijke en kerkelijke context. Als het over de overeenkomsten gaat, dragen die dezelfde grondstructuren. Daarover ging ook de lezing van dr. Mihai Androne uit het oosten van Roemeni. Hij gaf een scherpe analyse van de cultuur van vandaag als de cultuur van de mens die van zichzelf wil zijn en niet van Christus.

Van een heel andere aard was de lezing van dr. P. Dobai Katalin uit Sloveni, die een historische schets gaf van de ontwikkeling van de functie van de belijdenis in de kerk. Zij liet zien dat de belijdenis vandaag voor velen slechts een symbolische betekenis heeft. Ze riep de kerken ertoe op ernst te maken met het leren van de catechismus. Leren als existentieel leren, met hoofd en hart. Zelf hield ik een lezing over de Heidelbergse Catechismus als doopbelijdenis, de leerweg die het gedoopte kind gaat om als gedoopt mens te leren leven.

Elke morgen verzorgde een van de studenten een ochtendwijding. Ook zongen we een speciaal voor deze conferentie gemaakte berijming van de catechismus door de docent muziek, L. Varga Jutka. De conferentie werd besloten met een kerkdienst op zondagmorgen, waarin dr. Ferenc Szucs voorging. Hij hield een preek over zondag 45 vanuit Mattheus 7:7-11

Ref.Dagblad 20-11-13
Auteur: Reporter Creer datum: 5-12-2013 17:58:49
Veel bekeringen in Georgi

Martin Janssen

Jaarlijks bekeren 6 miljoen moslims zich tot het christendom. Voor moslims is dat een schokkend feit. In Georgi deed zich de laatste jaren ook een grote verschuiving voor van de islam naar het christendom.

Enkele jaren geleden baarde de Libische sheikh Ahmad al-Katani opzien tijdens een interview op het Arabische televisiestation Al-Jazeera. Katani beweerde dat jaarlijks wereldwijd 6 miljoen moslims zich tot het christendom bekeren. Zijn woorden veroorzaakten in de islamitische wereld een schok.

Ref.Dagblad 05-12-13
Auteur: Reporter Creer datum: 25-03-2014 13:06:05
Kerk kan groeiende armoede niet negeren

Kerken zouden een armoedeprotocol moeten ontwikkelen waarin beschreven staat hoe een hulpvraag wordt behandeld.

Hub Crijns, directeur van het landelijk bureau DISK en medeauteur van het vorig jaar verschenen diaconale onderzoek Armoede in Nederland 2013, kwam maandagavond in Leeuwarden met tips. Volgens Crijns kan niemand meer om armoede heen. De arme kant van Nederland bestaat, en de realiteit ervan kom je overal tegen.
Als alle hulp wordt omgerekend in geld die kerkelijke vrijwilligers steken in armoedepreventie en bestrijding kom je uit op 53,3 miljoen euro, aldus Crijns. Omdat de overheidsbureaucratie de hulp aan de meest kwetsbare groepen in de weg staat, blijken mensen in toenemende mate afhankelijk te raken van kerkelijke hulpverlening.

Sleutelwoord is volgens Crijns samenwerking. Werk samen met andere kerken en diaconale organisaties in een platform om van daaruit actief het gemeentelijk armoedebeleid te volgen en voorstellen te doen voor verbeteringen. Verzamel knelpunten en breng deze regelmatig in bij gesprekken met lokale politici.
Armoede-effectrapportage moet klaarliggen bij lokale overheden, vindt hij. Zodat bij elke nieuwe maatregel op alle beleidsterreinen vooraf n achteraf getoetst wordt of deze (de kans op) armoede vergroot. Kerken zouden volgens hem een armoedeprotocol moeten ontwikkelen waarin beschreven staat hoe de privacy geborgd wordt, hoe een aanvraag wordt behandeld en hoe vertrouwelijk met informatie wordt omgegaan.

Ref.Dagblad 25-03-14
Auteur: Reporter Creer datum: 11-04-2014 23:16:51
Ds. Meeuse: Evangelieverkondiging onder Joden is een plicht

Ds. C. J. Meeuse sprak vrijdag in Gouda op een bijeenkomst over Isral. Christenen die Joden alleen materile hulp willen bieden, tonen volgens hem een wrede barmhartigheid. beeld Cees van der Wal
Christenen zijn verplicht om Joden het Evangelie te verkondigen. Als ze zich beperken tot het geven van materile hulp, tonen ze een wrede barmhartigheid.

Dat betoogde ds. C. J. Meeuse, voorzitter van het deputaatschap voor Isral van de Gereformeerde Gemeenten, vrijdagavond in Gouda. De bijeenkomst vormde de inleiding op een masterclass over Isral die Driestar Educatief, het deputaatschap voor Isral en SGP-jongeren komend najaar voor studenten organiseren.
Het Joodse volk mag voor christenen geen afgod zijn, aldus ds. Meeuse. Hij wees erop dat het niet altijd even edel met de Palestijnen is omgegaan en zeker niet met Joden die christen werden. Volksgenoten ervaren tegenstand en ook haat en verwerping als ze christen worden.

Liefde voor het volk Isral moet er echter wel degelijk zijn. En die zl er zijn als God in onze harten Zijn liefde werkt, zei de predikant uit Goes. God heeft Isral lief. In Romeinen 11:28 lezen we: Zo zijn zij wel vijanden aangaande het Evangelie, om uwentwil, maar aangaande de verkiezing zijn zij beminden, om der vaderen wil.

Volgens ds. Meeuse wordt er soms beweerd dat christenen geen recht hebben om het Evangelie aan Joden te verkondigen. Mensen verwijzen dan naar de kruistochten in de middeleeuwen en de pogroms in de Tweede Wereldoorlog. Maar wie de inhoud van het Evangelie kent, weet dat dit om verkondiging vrgt, ja, die gebiedt. Het recht om het Evangelie te verkondigen wordt van God verkregen. Het veronderstelt geen zondeloze verkondiger, maar is een boodschap van vergeving voor zondaren, die het beste gebracht kan worden als de verkondiger zelf weet wat het is om zondaar te zijn.

Christenen die zich willen beperken tot het verlenen van materile hulp of het kopen van een menora, wat kleding of een geurtje uit Isral tonen een wrede barmhartigheid. Hoe ver zijn we van het wezen van het christelijk geloof verwijderd als we de Jood geloven die zegt dat het onze vijandschap tegen zijn volk is als we hun het Evangelie verkondigen. Gaat hun ziel en zaligheid ons niet ter harte? Christenen hebben geen ware liefde tot het Joodse volk en tot Christus als ze die van elkaar gescheiden willen houden, stelde ds. Meeuse.

Andere sprekers vrijdagavond waren drs. L. N. Rottier (Driestar Educatief), drs. J. W. van Berkum (SGP) en Frank van Putten (SGP-jongeren).

Ref.Dagblad 11-04-14
Auteur: Reporter Creer datum: 28-04-2014 16:59:12
Jonge kerkleden geloviger dan oudere

DEN HAAG - Jonge kerkleden zijn in toenemende mate geloviger en orthodoxer in hun opvattingen dan hun oudere geloofsgenoten.

Tegelijkertijd is het vertrouwen dat Nederlanders in de kerk hebben, de afgelopen twintig jaar nog nooit zo laag geweest.

In het rapport Geloven binnen en buiten verband, dat het Sociaal Cultureel Planbureau vandaag presenteert, wordt een weinig rooskleurig beeld geschetst van de Nederlandse kerken. Hun positie is de afgelopen decennia 'over een breed front sterk verzwakt', luidt de conclusie. 'De kerken zijn teruggedrongen naar de marge van het maatschappelijk en dagelijks leven.'

Jeugdige kerkleden lijken zich van die sombere ontwikkeling weinig aan te trekken. In weerwil van hun leeftijdsgenoten buiten de kerk, die zich steeds minder godsdienstig noemen, overtreffen ze hun oudere kerkgenoten wat betreft kerkbezoek en hun stellige geloof in bijvoorbeeld het bestaan van de hel en de duivel.

Die opleving blijkt vooralsnog niet uit de cijfers, die de teruggang van kerkelijke betrokkenheid onverbloemd in beeld brengen: in 1980 rekende de helft van de Nederlanders zich tot een kerkgenootschap, inmiddels is dat nog maar 10 procent. En waar vijftig jaar geleden een derde van de bevolking de dominee of pastoor nog beschouwde als 'belangrijk aanspreekpunt bij gewetensproblemen' is dat nu minder dan een tiende. Veel Nederlanders benaderen de kerken als een soort 'openbare nutsbedrijven', schrijven de onderzoekers. 'Niet bedoeld om je activiteiten voortdurend op af te stemmen, maar om er gebruik van te maken als dat nodig is, bij huwelijk of begrafenis en bij nationale gebeurtenissen.'

onzekerheid

Het SCP keek ook naar de mate waarin de kerk steun geeft bij morele afwegingen. Hoewel uit eerder onderzoek blijkt dat met name protestanten vinden dat geloof in God een sterke basis vormt voor het morele gehalte van de samenleving, is de praktijk weerbarstig.

Godsdienstigheid maakt niet immuun voor 'normatieve verwarring' en 'morele onzekerheid'. Kerkleden en gelovigen blijken daarvoor juist vatbaarder dan niet-kerkelijken en athesten. Van alle christenen lijken de gereformeerden het minst onder de indruk van snelle maatschappelijke veranderingen, terwijl bijna de helft van de leden van de Protestantse Kerk onzeker is over wat 'goed en slecht' is.

bindingskracht

Toch blijven kerken maatschappelijk gezien van groot belang, concludeert het SCP. Vergeleken met andere organisaties beschikken ze over een sterke 'bindingskracht'. In een willekeurig weekend bezoeken ruim 625.000 Nederlanders een kerk. Dat zijn er ruim anderhalf keer zoveel als alle voetballiefhebbers die in een weekend wedstrijden in de Eredivisie en de Jupiler League bezoeken. In 2012 ging 13 procent van alle Nederlanders minstens een maal in de twee weken ter kerke, omgerekend zijn dat twee miljoen mensen.

Die kerkbezoekers blijken bovendien een groot deel van het vrijwilligerswerk in Nederland voor hun rekening te nemen. De helft van hen is actief als vrijwilliger. Van mensen die nooit een voet in de kerk zetten, zet slechts een kwart zich belangeloos in. Overigens blijken kerkgangers ook behoorlijk actief buiten eigen kring: in 'seculier vrijwilligerswerk' zijn ze eveneens oververtegenwoordigd.

generatie

De afstand tussen generaties groeit waar het godsdienstigheid betreft, stelt het SCP vast. Binnen Nederlandse families zijn het de grootouders die in kerkelijk opzicht een aparte positie innemen door hun 'sterkere gelovigheid'. Hun kleinkinderen zijn inmiddels 'ver verwijderd geraakt van het jeugdgeloof van de ouders'.

Onder jongeren is het percentage niet-kerkelijken afgelopen decennia dan ook explosief toegenomen. In de jaren zestig van de vorige eeuw vormden zij juist nog de meeste kerkelijke groep onder de bevolking.

Tegelijkertijd vonden de onderzoekers aanwijzingen voor een 'groeiende polarisatie' in de jongerenwereld. Want jonge kerkleden worden juist geloviger en hun vertrouwen in de kerk groeit. Waar oudere kerkleden minder vaak vinden dat ze zich 'zonder meer aan kerkelijke voorschriften' moeten houden, wint die overtuiging terrein onder jongeren. Met name het geloof in het bestaan van de hel en de duivel maakte een forse opmars onder kerkelijke jongeren en is inmiddels veel sterker dan onder ouderen.

Een sluitende oorzaak voor deze opleving kunnen de onderzoekers niet vinden. Er zijn aanwijzingen voor een 'harde-kerneffect', het idee dat gaandeweg alleen de meest trouwe gelovigen nog aanschuiven in de kerkbanken. Uit onderzoek blijkt dat dit de 'hertraditionalisering' maar ten dele verklaard. Het zou ook kunnen dat groeiende morele en maatschappelijke onzekerheid jongeren richting de kerk drijft.

desecularisatie

Het SCP richtte de blik ook buiten de landsgrenzen. Dat levert een opmerkelijke constatering op: in weerwil van de secularisatie in het noorden van Europa, is religie in de rest van de wereld aan een opmars bezig. Bijna 90 procent van de wereldbevolking kan anno 2014 tot een religie worden gerekend. En waar het aantal agnosten en athesten in de westerse wereld toeneemt, lijkt op wereldschaal het hoogtepunt achter de rug. In 1970 vormden beide groepen 15 en 4,5 procent van de wereldbevolking. In 2010 wordt 10 procent nog gerekend tot de agnosten en is 2 procent athest. 'Mondiaal gezien lijkt sprake van desecularisatie', concluderen de onderzoekers.

geplaatst:
28-04-2014 - 0.05
laatst gewijzigd:
28-04-2014 - 11.26
auteur:
Maarten Vermeulen

N3ed.Dagblad
Auteur: Alex Creer datum: 28-07-2014 16:19:21

Dominee zoekt eetadres bij athesten en moslims

DE LIER - 'Dominee zoekt eetadres voor de warme maaltijd. Bij voorkeur bij athest of moslim. Groet ds. Alblas.'

Sinds vorige week hangt deze advertentie bij de Jumbo in het Zuid-Hollandse De Lier. De man achter de oproep is ds. Sijbrand Alblas, 28 jaar oud en sinds mei predikant van de Vredekerk, een gemeente die hoort bij de Protestantse Kerk.

Hoe bent u op dit idee gekomen?
'Toen ik predikant werd in De Lier woonde ik nog in Utrecht. Ik plaatste toen een oproep op Facebook en in het kerkblad met de vraag of ik bij gemeenteleden kon eten. Op die manier sloeg ik twee vliegen in een klap. Het was makkelijk voor me om ergens mee te kunnen eten, zeker als ik 's avonds ook nog een vergadering had en daarnaast kon ik de gemeenteleden leren kennen. Dat beviel zo goed - je heb een ander soort gesprekken, meer ontspannen - dat ik het nu breder wil trekken en ook wil horen hoe niet-kerkelijken tegen de kerk en het geloof aankijken. Hoe is het om in een dorp te leven waar de kerk nog zo'n grote rol speelt? Ik wil ook weten wie ze zijn en wat hen bezighoudt.'

Wilt u deze mensen bekeren?
'Dat is niet mijn eerste doel. Ik ben gewoon nieuwsgierig wie ze zijn en wil graag een boeiend gesprek. Maar natuurlijk zijn ze ook van harte welkom in de kerk.'

Moest u over een drempel heen om te vragen of u ergens kon eten?
'In het begin had ik wel wat schroom. Ik was bang dat de mensen zouden denken dat de dominee zich er maar makkelijk vanaf maakte. Nu heb ik die schroom niet meer. Mensen vinden het erg leuk als ik kom eten. Heel veel mensen in dit gebied hebben een eigen groentetuin en vinden het leuk als de dominee daar ook van proeft.'

Wat krijgt u zoal te eten?
'Negen van de tien keer krijgt ik aardappels, groenten uit eigen tuin en een gehaktbal. Wat dat betreft ga ik er niet op achteruit.'

Waar gaan de gesprekken over?
'Aan tafel praten we over de dag die geweest is. Het mooie is dat je aan tafel het hele gezin ziet, niet alleen de ouders, maar ook de kinderen. Het heeft een andere dynamiek. Gewoonlijk bidt de dominee als hij ergens op bezoek is. Nu bidden de mensen waar je op bezoek bent voor de dominee. En we hebben ook geloofsgesprekken. Gemeenteleden vertellen hoe ze tegen de kerk aankijken en hoe ze het geloof beleven. Die gesprekken ontstaan spontaan. Mensen komen zelf wel met de dingen waar ze tegenaan lopen. Ze vertellen bijvoorbeeld ook hoe ze de kerkdienst ervaren. Westlanders zijn hartelijk, maar ook heel direct. Dat vind ik fijn, dan weet je wat je aan elkaar hebt.'

Heeft u nog wel tijd om met uw vriendin te eten?
'Ja hoor, in de weekenden eten we altijd samen en koken we om de beurt.'

Heeft u al reacties van moslims of athesten gehad op uw supermarktoproep?
'Nee, nog niet. Maar de advertentie hangt er nog maar een week. En ik wil er ook nog eentje ophangen bij de Albert Heijn.'

Woont u nog steeds in Utrecht?
'Nee, vorige week heb ik de sleutel gekregen van mijn huis in De Lier. Maar ik ben wel van plan om het eten bij gemeenteleden door te zetten.'

geplaatst:
28-07-2014 - 11.35 Ned.Dagblad
laatst gewijzigd:
28-07-2014 - 14.57
auteur:
Linda Stelma



Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier