Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Historicus
Creer datum:
9-07-2011 20:44:02
Vaderlandse Geschiedenis
In dit onderwerp artikelen over de ( roemruchte) vaderlandse geschiedenis
Auteur: Historicus Creer datum: 9-07-2011 20:45:26
Dappere prins Johan Willem Friso sterft dramatische dood

dr. C. R. van den Berg


In Strijensas werd zaterdag de verdrinkingsdood van Johan Willem Friso herdacht. Maar wie was deze 23-jarige prins eigenlijk?

In 1683 huwde de Friese stadhouder Hendrik Casimir II (1657-1696), vorst van Nassau-Dietz, met zijn nichtje Henritte Amalia van Anhalt-Dessau (1666-1726). Op 4 augustus 1687 werd hun zoontje geboren: Johan Willem Friso. Zijn roepnaam luidde Friso.

De kinderloze Willem III (1650-1702), stadhouder en koning van Groot-Brittanni, werd zijn peetvader. In 1696 stierf Friso's vader en Henritte Amalia werd regentes. In 1702 overleed Willem III, zijn machtige beschermer, en liet hem de titel Prins van Oranje na.

Friso's mentor was Johannes Lemonon, predikant van de Waalse gemeente te Leeuwarden. Die onderwees zijn pupil in de godsdienst en de talen. Samen lazen zij de Bijbel in het Frans. Reeds jong had Friso een vast geloof.

Op dertienjarige leeftijd werd hij als student ingeschreven aan de universiteit van Franeker. Baron Van Heemstra, kolonel in het staatse leger, fungeerde als zijn gouverneur. Friso had belangstelling voor het militaire bestaan en stond daarmee in de familietraditie. In 1703 ving zijn loopbaan aan, maar men achtte hem te jong om generaal te worden.

Een ver familielid, Hendrik van Nassau-Ouwerkerk, was veldmaarschalk. In 1704 legde Friso de militaire eed af en speelde spoedig een opvallende rol in de Zuidelijke Nederlanden, waar de Franse troepen oprukten. Hij onderscheidde zich dapper en ontsnapte aan de dood.

In 1707 volgde zijn aanstelling tot stadhouder van Friesland, in 1708 van Groningen. Zijn moeder stelde een lijstje met huwelijkskandidaten op. In Hessen-Kassel ontmoette hij zijn bruid: prinses Maria Louise (1688-1765). Op 26 april 1709 huwden zij, maar spoedig voegde de bruidegom zich weer bij zijn onderdeel. In 1710 werd hun dochtertje Amalia geboren.

Friso was de enige, onbetwiste, erfgenaam bij het sterven van Frans-Alexander van Nassau-Hadamar. Er rezen evenwel meningsverschillen over de erfenis van Willem III. De Pruisische koning Frederik I, nakomeling van Louise-Henritte, de oudste dochter van Frederik Hendrik, had eveneens rechten. Een derde kandidaat was Hyacinth van Nassau-Siegen, die zich beriep op het testament van Filips Willem, de oudste zoon van Willem I. De Staten-Generaal waren executeurs-testamentair, maar vreesden Frederik I, die Friso voorwendde voldoende invloed te hebben om hem tot algemeen stadhouder te laten verkiezen. Zo wilde hij Friso gunstig voor zich stemmen. Tot 1732 sleepten de onderhandelingen zich voort.

Friso vertrok op 13 juli 1711 uit Vlaanderen om deze erfeniskwestie te bespreken. Tweemaal had Frederik I hem verzocht naar 's-Gravenhage te komen en het was ongemanierd de koning langer te laten wachten. Met enkele hovelingen, de opperhofmeester baron Van Verschuur, de Friese gedeputeerde Du Tour en kolonel Hilken, stapte hij aan de Moerdijk, op de Brabantse oever, in een roeiboot om het Hollandsch Diep over te steken.

Friso verkoos echter een groter schip. Enige heren uit zijn gevolg bereikten met de kleine boot veilig de haven van Strijensas. Op de grotere zette een schippersknecht Friso, twee andere hovelingen en de koetsier over.

Aan de Hollandse wal trachtte de voerman tijdens een hevige storm de boot veilig de haven in te loodsen. Manoeuvreerde hij onhandig? Door een valwind raakte het voertuig uit balans en maakte water. De prinselijke koets tuimelde om, Du Tour greep Friso nog vast, maar een hoge golf bleek fataal.

Een reddingspoging van baron Van Verschuur baatte niet. Kon Du Tour nog een touw grijpen en gered worden, Friso en de trouwe Hilken verdronken. Heere ontferm U onzer, wij vergaan! waren de laatste woorden van de prins.

De details verschillen. Wie vond Friso? Er wordt verteld dat een visser hem in zijn netten aantrof. Andere bronnen vermelden dat de beurtschipper van Bergen op Zoom het lichaam bij Willemstad zag drijven. De een zegt dat hij na negen dagen gevonden is, de ander houdt het op acht. Duidelijk is echter dat het ongeluk bij Strijensas gebeurde, niet bij Moerdijk, zoals vaak wordt aangenomen.

De balseming van Friso had plaats in Dordrecht, in herberg De Pauw aan de Wijnstraat, waar de Oranjes doorgaans logeerden. Al in de middeleeuwen begroef men drenkelingen in de Nieuwkerk. Het register vermeldt dat het ingewandt van den Prins van Vrieslandt daar op 23 juli 1711 is bijgezet. Het kistje is na enige tijd naar Leeuwarden getransporteerd. Maar in de Nieuwkerk ligt nog een plavuisje met de letter N. Van Nassau?

Twee dagen na het ongeluk bereikte het droeve nieuws Leeuwarden. Maria Louise vernam de laatste woorden van Friso, boog haar hoofd en stamelde: De Heere doe wat recht is in Zijn ogen. Pas op 25 februari 1712 vond de begrafenisplechtigheid plaats, zoals gebruikelijk 's avonds. Fakkeldragers begeleidden de droeve stoet tot aan de Jacobijnerkerk. De vorstelijke lijkkist stond op een wagen, getrokken door acht paarden. Na drie eresalvo's werd Friso in de vorstelijke grafkelder bijgezet.

Spoedig werden gedichten ter nagedachtenis uitgegeven. In Dordrecht bijvoorbeeld, bij A. de Koning: Op het Beklaaglijk verongelukken van zijn Hoogheid Johan Wilhelm Friso. De arts D. Havart schreef: Grafschrift ter gedagtenisse van den Doorluchtigen, Hooggebooren vorst, en prince Johan Willem Friso, ().

Hij herinnerde aan Psalm 82:6 en 7: Ik hebbe wel gezegd: gy zyt Goden, ende gy zyt alle Kinderen des Allerhoogsten, Nogtans zult gy sterven als een Mensche, als een van de Vorsten zult gy vallen. Een 'samenspraak' heeft als titel Friesland en Groningen in rouw. Die vermeldt de tekst uit 2 Sam. 3:38: Weet gy niet dat ten desen dage een Vorst, ja, een Groote in Isral gevallen is?

Diverse predikanten wezen op de vergankelijkheid. In Nieuwpoort de prins was baron van dit dorp sprak ds. Martinus Koningh en in het naburige Groot-Ammers ds. Gerardus Perizonius. Hun preken zijn gedrukt.

Maria Louise was zwanger. Op 1 september 1711, zeven weken na de dood van zijn vader, is een zoon geboren: Willem Karel Hendrik Friso. Haar hoveling Vegelin adviseerde de prinses: Lees dagelijks een kapittel uit de Bijbel. Ora et Labora! Neem dan Uw werk ter hand. De vrome prinses bleek een goede regentes voor haar zoontje Willem IV en later voor Willem V. Zij genoot veel vertrouwen, doch betreurde tot haar eigen sterven de verdrinkingsdood van prins Friso.



--------------------------------------------------------------------------------


Expositie

In het streekmuseum Het Land van Strijen is de expositie In het zicht van de haven gewijd aan Johan Willem Friso. Een twintigtal panelen vertelt het verhaal van de 23-jarige prins, zijn familie en nageslacht. De expositie is te zien tot 3 september. Het museum is vrijdagavond en zaterdag of op afspraak geopend.

www.hetlandvanstrijen.com

Ref.dagblad 04-07-11
Auteur: Reporter Creer datum: 18-08-2011 13:31:49
Boeken uit 16e eeuw online

Godsdienstige geschillen, de Nederlandse opstand en amoureus tijdverdrijf. Een doorsnede van wat Nederlanders in de 16e eeuw bezighield is sinds donderdag te raadplegen via de website van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

De KB laat door het Britse ProQuest 50.000 oude boeken, kranten en tijdschriften tot 1700 digitaliseren. Daarvan staan alvast 500 boeken online.

Hieronder bevinden zich 40 edities van psalmbewerkingen die in de vroegmoderne tijd zeer in trek waren. Ook liedboekjes vormden destijds een populair genre. Werken van Bredero, Cats, Coornhert en Vondel zijn nu eveneens online beschikbaar.

de Pers 18-08-11
Auteur: Reporter Creer datum: 17-09-2011 21:53:14

Slag om Arnhem 67 jaar geleden

EDE/DRIEL (ANP) Het is dit weekend 67 jaar geleden dat de geallieerde strijdkrachten in september 1944 met massale luchtlandingen bij Arnhem en Nijmegen probeerden in n keer een einde te maken aan de Tweede Wereldoorlog. De bevrijding van de regio Nijmegen lukte, maar de stad bleef tot mei 1945 frontgebied. In en rond Arnhem mislukte de operatie, die bekend is geworden als de Slag om Arnhem.

Boven de Ginkelse Heide bij Ede springen zaterdagmorgen 1000 voornamelijk militaire parachutisten ter herdenking aan de luchtlandingen van toen. Het spektakel, in aanwezigheid van enkele tientallen hoogbejaarde oud-strijders, trekt elk jaar veel bekijks, waardoor het rond Ede druk zal zijn op de wegen. Ede staat ook de rest van de dag in het teken van Airborne.

De 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade kwam in 1944 per ongeluk aan de verkeerde kant van de Rijn in Driel terecht. Zaterdagmiddag is in het Gelderse dorp een kranslegging en s avonds een kerkdienst. De Poolse brigade kreeg enkele jaren geleden alsnog de Militaire Willemsorde toegekend, wat eerder steeds was geweigerd omdat de Polen zouden hebben gefaald.

Ref.Dagblad 17-09-11
Auteur: Reporter Creer datum: 10-10-2011 22:33:45

Griezelen in oude raadhuis van Hasselt

Jan-Kees Karels

De karakteristieke kerktoren van Hasselt is vanuit de verte zichtbaar. Al in vroege tijden was hier een nederzetting. Door de gunstige ligging aan de ene kant de Zuiderzee, aan de andere kant de monding van de Vecht was de plek een levensader naar Duitsland. In 1252 kreeg Hasselt stadsrechten.

Met maar liefst 74 rijksmonumenten heeft de Hanzestad de status beschermd stadsgezicht. Al die panden hebben hun eigen verhaal. Zoals Hoogstraat 12, waar in het jaar 1586 Kiliaen van Rensselaer werd geboren. Hij was lid van de Heren Zeventien van de West-Indische Compagnie en een van de grondleggers van de staat New York.

Oud-koster Drikus van der Kolk kent de gevoeligheden van de Grote of Sint-Stephanuskerk. Hij was er 29 jaar en 4 maanden koster. Van der Kolk: Zie je die beelden op het orgel? Die waren nog wel eens een steen des aanstoots. Alleen zijn het geen gesneden beelden, maar beelden van gips! Elke zondag verzamelen zich hier 500 tot 600 mensen rond de aloude Statenvertaling. Een mooi plekkie vindt Van der Kolk de banken van de kerkrentmeesters, voorin het koor.

Haakbussen

In het oude raadhuis word ik ontvangen door Henk Dekker, penningmeester en een van de drijvende krachten van de Historische Vereniging Hasselt. Het vrijstaande laatgotische gebouw behoort tot de oudst bewaarde raadhuizen van Nederland. Sinds 1550 is dit pand als raadhuis is gebruik geweest, zegt Dekker. Het is nu eigendom van Vereniging Hendrik de Keyser, die in Hasselt nog twee andere panden in bezit heeft. Deze vereniging koopt en restaureert belangrijke historische panden. Ze bezit 380 boerderijen, buitenplaatsen en raadhuizen in heel Nederland.

Het raadhuis heeft door de eeuwen heen allerlei functies gehad. Hier waren in opeenvolgende tijden de vierschaar, de woning van de stadsbode, de gevangenis van de veldwachter en de volksbibliotheek. Dekker wijst naar gele binnenmuren. Typisch Cuypersgeel. De bekende architect P. J. H. Cuypers kreeg opdracht het pand te restaureren. De restauratie werd in de jaren 1907/1908 uitgevoerd door zijn zoon Jos. Sinds 1999 is het raadhuis ingericht als centrum voor lokale historie, cultuur en toerisme. De historische vereniging is druk doende een expositie over de geschiedenis van Hasselt te maken.

Dekker geeft een rondleiding door het pand. Een groot schilderij in de raadzaal herinnert aan de tijd dat hier recht werd gesproken. Tegenwoordig worden er lezingen gegeven, huwelijken gesloten of treedt er een muziekgezelschap op. Hellebaarden, morgensterren en pieken spreken tot de verbeelding, weet Dekker. Onlangs hadden we hier schoolkinderen uit Staphorst. Zijn er met dat zwaard echt mensen onthoofd, vragen ze dan. Ja, daar zijn echt mensen mee onthoofd. Zo'n griezelelement doet het goed, maar je wilt hun natuurlijk meer vertellen over de geschiedenis.

Kern van de wapencollectie zijn veertien haakbussen handkanonnen uit de late vijftiende eeuw. De handkanonnen waren belangrijk voor de stadsverdediging. Met de haak kon je het kanon aan de muur vastzetten, zodat de schutters de klap van het schot konden opvangen.

Dekker gaat een smal, steil trapje op naar de houten zoldering. Er staat een kast met oude bakvormen, er ligt een houten kuip. In de middeleeuwse stad was veel werk te doen. Bakkers, timmerlieden, metselaars, kuipers en schoenmakers waren druk in de weer. Op de zolder willen we nog eens iets doen met oude ambachten, legt Dekker uit. In de kelder hebben we veel onderdelen liggen, zoals de inventaris van een scheepsmederij en gereedschappen van de houtzagerij en de kuiperij. In de loop van de historie waren de scheepvaart en de handel heel belangrijk voor Hasselt.

Geen Twitter

Het carillon van de Grote of Sint-Stephanuskerk speelt zijn lied. Nog net voor de bezuinigingen heeft het carillon een nieuwe computer gekregen, glimlacht Dekker. Het schemerige cachot is de ruimte waar criminelen vroeger werden vastgezet. Door een raampje kijk je uit over de rode daken van de Hanzestad.

Intussen vertelt Dekker over de Historische Vereniging Hasselt, die zo'n 450 leden telt. Hij onderstreept het belang van de vele vrijwilligers voor de vereniging. De diverse werkgroepen houden zich bezig met het Asselter dialect, met plaatselijke grafmonumenten, met het opzetten van een fotoarchief en met de lokale bouwkunde. Het is de bedoeling dat een werkgroep alle schepen die ooit in Hasselt gebouwd zijn, in kaart gaat brengen. De bevindingen publiceert de vereniging in haar lijfblad, de Hasselt Historiael, of op de website. In de oude burgemeesterskamer van het raadhuis is een toeristisch informatiepunt ingericht. Hier staat Heleen Eekhoorn met vier vrijwilligers toeristen en bezoekers te woord en maakt hen wegwijs in Hasselt. Men kan er terecht voor brochures, boeken over Hasselt, wandelingen, fietstochten en ansichtkaarten.

Daarnaast heeft de vereniging een adviesfunctie. Dekker: Als historische vereniging wijzen wij mensen op de verantwoordelijkheid die men heeft voor historische panden. Als u een historisch pand koopt, zeggen wij, geeft u het door aan volgende generaties.

Een opsteker was de Geschiedenis Online Prijs 2010, die begin dit jaar aan de vereniging werd uitgereikt. De jury prees de vormgeving, gebruiksvriendelijkheid en overzichtelijkheid van onze site. We zijn uitgegaan van een duidelijk concept, en hebben dat vertaald naar de vormgeving. Bewust hebben we ervoor gekozen geen Twitter, Facebook of gastenboek te gebruiken. Als je niet iemand hebt die dat kan bijhouden, kun je het beter helemaal niet doen. Dat werd bij de prijsuitreiking ook gezegd.

Ref.Dagblad 10-10-11
Auteur: Reporter Creer datum: 22-10-2011 18:46:52


Er wordt weer driftig gerookt in Spakenburg

Rudy Ligtenberg

De oude scheepswerf van Spakenburg, fraai gerestaureerd, herinnert aan vervlogen tijden waarin vissers met botters de Zuiderzee opvoeren om in het levensonderhoud van hun gezinnen te voorzien. Het contrast met de nieuwbouw in de directe omgeving is groot.

In Bunschoten-Spakenburg, behoudend kerkelijke dorpsgemeenschap aan het IJsselmeer, zijn veel sporen uit het verleden uitgewist. Vooral in de jaren vijftig van de vorige eeuw is er veel gesloopt in het kader van vernieuwing, vooruitgang en werkgelegenheid. Drs. J. Bos, voorzitter van de historische vereniging Bunscote, kan zich wel voorstellen dat het zo ging. Het aantal inwoners nam explosief toe. In 1949 woonden er 7000 mensen in de kernen Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk; in 1994 waren dat er 19.000. In die periode ontstonden er grote nieuwe wijken en trokken de mensen weg uit de oude kernen, waar ze vaak armoedige huizen bewoonden. De vissers van Spakenburg hadden uiterst kleine woningen om de stookkosten zo laag mogelijk te houden. Na het opstaan moesten de vader en de kinderen zo snel mogelijk de deur uit, omdat er binnen onvoldoende leefruimte was. Mijn vader is in zo'n huisje aan de Nieuwe Dijk bij de haven geboren. Ik heb hem wel eens gevraagd of hij niet terug wilde. Dat kan niet meer, daar komen we vandaan, zei hij. Hij bedoelde: we zijn niet meer gewoon aan zulke omstandigheden.

Bos herinnert zich nog dat er begin jaren zestig van de vorige eeuw plannen waren om de sfeervolle binnengracht die vanaf de haven door het dorp loopt te dempen, zodat de weg verbreed kon worden en er rioolbuizen onder konden worden aangelegd. Zelfs is er sprake van geweest dat de oude werf het veld moest ruimen. Gelukkig is dat geen van beide gebeurd.

De oprichting van de historische vereniging Bunscote, zo'n dertig jaar geleden, viel samen met een groeiend besef onder de bevolking dat het toch wel goed is om herinneringen aan het verleden te bewaren. Vaak zijn het mensen van buitenaf die oog hebben voor het bijzondere van een plaats, is Bos' ervaring. Gemeentesecretaris T. Sleurink heeft bijvoorbeeld veel voor het behoud van cultureel erfgoed betekend. Spakenburgers zijn trouwens wereldburgers, ze trekken overal naartoe, maar komen toch graag weer terug op hun stek. In den vreemde merken ze hoe bijzonder hun geboortedorp is.

De vereniging is intussen stevig verworteld in de plaatselijke gemeenschap. Met zeker 1500 leden is Bunscote een van de grootste historische verenigingen van het land. Het blad Bun Historiael, dat vijf keer per jaar verschijnt en in de volksmond Het boekje heet, wordt graag gelezen en de fraaie kalender met historische foto's die de vereniging elk jaar uitbrengt is steevast een collector's item.

Toch blijft het volgens Bos nodig om op het vinkentouw te zitten. Voor je het weet verdwijnt er weer iets. Als de eigenaar een oude boerderij in de Dorpsstraat die niet op de gemeentelijke monumentenlijst staat wil afbreken om een nieuwe woning te bouwen, valt daar weinig tegen te doen. Een jaar of twee geleden is nog een oud christelijk gereformeerd kerkje gesloopt. Het deed geen dienst meer en werd gebruikt als opslagruimte. Ondanks protesten is het gebouwtje afgebroken. Het vinden van een passende bestemming is vaak het grootste probleem in zo'n situatie. Maar wat verdwijnt, komt nooit meer terug.

Om het historisch besef levend te houden, streeft de vereniging ernaar om elk jaar een boek uit te geven. Je moet dingen beschrijven voordat alles verdwenen is, zegt Bos. Hij legt er een aantal op tafel: ...gereet en gekleet naar hun staat, over de klederdracht die wordt gedragen in Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk; Een Bunschoter VOC-chirurgijn, het dagboek dat Gijsbert Heeck bijhield tijdens zijn reis naar Oost-Indi in 1654; drie delen van Ootjes jonge jaren, bundels met vertellingen uit Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk over de jaren 1910 tot 1960, de tijd dat grootmoeder (ootje) jong was; Historische canon van Bunschoten, Spakenburg & Eemdijk in 34 vensters.

Op de canon, die in 2008 verscheen, is Bos erg trots. Hij is heel breed opgezet, we raken vrijwel alle aspecten van de geschiedenis van Bunschoten-Spakenburg: van de ontginning van Bunschoten in de dertiende eeuw tot de watersnood van 1916, van de Reformatie tot de Vrijmaking en van de visserij tot de sport en het uitgaansleven. Het mooie is dat je zoiets voor een genteresseerd publiek maakt.

Een van de vensters gaat over pastoor Jacob Mooij, die in 1593 tot de Reformatie overging. Bos: Van hem wordt gezegd dat er nog veel nakomelingen van hem in Bunschoten-Spakenburg wonen. Als ik zoiets hoor, zeg ik: Zoek uit hoe dat zit, want de naam Mooij komt hier niet meer voor. Het is mijn taak om voortdurend te blijven porren. Uit de Edda citeert hij uit het hoofd: Een vader krijgt geen gedenksteen als de zoon hem niet plaatst. Het oprichten van zulke stenen zie ik als de taak van de historische vereniging."

Momenteel wordt er hard gewerkt aan een opvolger van het roemruchte boek Van wee bin jie d'r n, waarin de Bunschoter families van ongeveer 1600 tot 1912 in kaart zijn gebracht. Bos: Het is de bedoeling dat de nieuwe uitgave een andere opzet krijgt en overzichtelijker wordt. Er komen twee delen waarin de situatie tot 1960 wordt beschreven. Bij wijze van grap: En voor de familie Koelewijn en n voor de familie De Graaf. Het zijn de twee namen die het meest voorkomen in Bunschoten-Spakenburg. Op de vraag of zo'n overzichtswerk niet beter in digitale vorm aangeboden kan worden, zegt Bos: Mensen willen zo'n boek in de kast hebben. Het heeft in Bunschoten-Spakenburg dezelfde status als vroeger het werk van Jacob Cats had. Het wordt permanent geraadpleegd.

Elk jaar organiseert vereniging De Bruine Vloot op de eerste zaterdag van september de visserijdag. Anders dan de vier Spakenburgse dagen in juli en augustus, die een toeristisch-commercieel karakter hebben, is de visserijdag vooral voor de lokale bevolking bedoeld. Dan vieren we het verleden", zegt Bos. In een gemoedelijke sfeer worden op straat oude ambachten gedemonstreerd, wordt er koffie gedronken en vis gerookt. Het is een dag waarop onderlinge verbondenheid wordt ervaren."

Vanzelfsprekend dat die oude ambachten in Bunschoten-Spakenburg nog springlevend zijn is het overigens allerminst. Want ook daarin speelt Bunscote een belangrijke rol. De vereniging geeft allerlei cursussen om ze voor uitsterven te behoeden: klederdracht maken, netten breien en boeten, vis en vlees roken, modelbotters bouwen, houtsnijden. Er is veel belangstelling voor, zegt Bos. Er wordt weer driftig gerookt in Bunschoten-Spakenburg. Mensen kopen hun eigen hangertje om paling te roken. Daaraan merk je dat er toch iets van het verleden in de genen van de mensen zit. Er is maar heel weinig voor nodig om te voorschijn te roepen wat voor onze voorouders dagelijks gebruik was.

Bunschoten-Spakenburg is een veelkleurige gemeenschap, zegt Bos. Natuurlijk is er rivaliteit, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de krachtmetingen tussen de voetbalclubs IJsselmeervogels (rood) en Spakenburg (blauw). Bos: Maar we moeten dat niet overdrijven. De cultuurverschillen zijn niet groot en er is een sterke onderlinge verbondenheid. Omdat te illustreren vertelt hij de anekdote van de ouderling die voor een wedstrijd tussen blauw en rood op zaterdag een spandoek achter het doel aanbracht met de tekst: Morgen zingen we samen. Bos: Dat typeert Bunschoten-Spakenburg en dat moeten we bij alle rivaliteit hooghouden.

Ref.Dagblad 17-10-11
Auteur: Reporter Creer datum: 19-11-2011 18:41:41
Ontsnapt aan de razzia

L. Vogelaar

Grote schrik: voor het luchtrooster verschenen twee paar laarzen. Duitse legerlaarzen, dat was onmiskenbaar. De jongens in de kruipruimte werden echter niet gevonden: Koos Kik en zijn broer ontsnapten aan de razzia van Rotterdam deze week 67 jaar geleden.

In de nacht van 9 op 10 november 1944 sloten 8000 zwaarbewapende Duitse soldaten de toegangswegen tot Rotterdam en Schiedam af. De politie werd ontwapend, de Maastunnel afgesloten, het telefoonverkeer stilgelegd, de bruggen werden opgehaald en de Duitsers stonden op elke straathoek en hielden ook vanaf de daken de omgeving in het vizier.

Vervolgens kreeg iedereen een biljet in de brievenhuis waarop stond dat alle mannen van 17 tot en met 40 jaar zich moesten melden om te gaan werken voor de Duitse Wehrmacht. Met een geluidswagen werden mensen wakker gemaakt, terwijl de Duitsers van deur naar deur gingen. Niemand mocht zijn straat uit; zelfs schoolkinderen werden teruggestuurd. De Duitsers schoten op vluchtelingen en dreigden hun huizen in brand te steken.

Mijn vader ging naar de fabriek, maar hij was nog maar net weg of hij kwam terug en zei: Ik mag nergens meer door, vertelt Kik. Vanuit zijn flat in IJsselmonde heeft de 86-jarige Rotterdammer een weids uitzicht over de stad waar hij zijn hele leven al woont. Een stad die in november 1944 in rep en roer was.

Al heel vroeg kwam mijn schoonzus ons waarschuwen dat er een grote razzia aan de gang was en dat we moesten maken dat we wegkwamen. Maar ja, waar naartoe? Mijn broer en ik wilden naar de kerk de gereformeerde gemeente aan het Mijnsherenplein, om daar in de kelder te kruipen. Maar toen we naar buiten stapten, stond daar een soldaat en die schoot in de lucht. Terug naar binnen. Waar nu heen? We dachten aan de Graaf Jan van Nassauschool, de lagere school van onze gemeente, maar we wisten niet hoe we er konden komen.

Vader zei: Dan maar in de kruipkelder onder het huis. In de keuken hadden we onder het zeil en de mat een luik. Daar lieten we ons zakken.

Onder de grond

Urenlang zaten de jongens ondergronds. Koud dat het er was! In de buitengevel aan de straatzijde waren twee roostertjes. Daar kon je net de voeten zien van iemand die op straat voorbijkwam. Vader stond op wacht achter de voordeur en gluurde door het raampje.

Toen we trek kregen, liet moeder ons er even uit, zodat we wat konden eten en ons konden warmen. Opeens werd er op de deur gebonsd. Vader had niemand zien komen. Snel gingen we onder de grond, luik dicht, mat erover.

Naast ons werd de deur opengedaan voor onze bovenburen. Daar gingen twee soldaten naar boven. Buurjongen Krijn Kooijmans, die ziek op bed lag, kende Duits en praatte met de soldaten. Hij hoefde niet mee.

De militairen gingen naar de volgende buren, een verdieping hoger. Daar was de man niet thuis. Op de kachel stond een pannetje met pap; dat aten de soldaten leeg voordat ze vertrokken. Zij hadden in die laatste oorlogswinter ook niet veel eten meer.

Bij ons werd niet aangebeld: ze vergaten de benedenverdieping. We schrokken ons echter wild toen we later voor de roostertjes ineens twee paar Duitse laarzen zagen staan. Wij dachten: Ze komen toch nog hier.

Twee Duitsers kwamen echter aan de buurvrouw van tweehoog vragen of ze brood had: haar man werkte bij de voedselvoorziening.

Tot het donker werd, bleven we in de kelder. De buren hadden wel gezien dat wij niet bij de mannen waren die werden weggevoerd en sommigen praatten daar openlijk over. Dat was wel onvoorzichtig.

Lopend, per trein, per schip

Eerst waren de buitenwijken uitgekamd, de tweede dag volgde een strooptocht in het centrum. Velen wisten uit de grijpgrage vingers van de Duitsers te blijven. Tal van anderen werden echter bijeengedreven, onder andere bij de tramremise en in het Feijenoordstadion.

Lopend, in de stromende regen en op versleten schoenen, moesten bijna 20.000 mannen van Rotterdam richting Amersfoort. Een deel van hen overnachtte in een fabriek te Waddinxveen, de anderen in de Sint-Janskerk in Gouda. In de Sint-Jan probeerden ze op de harde banken of op wat stro te slapen, maar de kou drong door merg en been. En er was maar n wc, dus de behoeften werden overal in de kerk gedaan. Door de duisternis en de drukte in de kerk slaagden sommigen erin zich te verstoppen of te vluchten.

De volgende morgen om vijf uur werden de razziaslachtoffers gewekt, voor zover nodig. Pas bij het verlaten van de kerk kregen ze brood en een stuk kaas als ontbijt. De volgende halteplaats was Utrecht. Tegen de tijd dat de dwangarbeiders daar waren, moest menige blaar worden doorgeprikt.

Niet iedereen verliet Rotterdam te voet. Zo'n 10.000 mannen werden op de trein naar Duitsland gezet en 20.000 anderen werden in stinkende, vervuilde rijnaken via Amsterdam naar Kampen afgevoerd, waar ze alsnog in de trein naar Duitsland gingen.

Dwangarbeider

Koos Kik en zijn broer waren aan de drijfjacht ontkomen. Ze bleven dagenlang binnen. Als getergde leeuwen in een kooi. We mochten niet voor de ramen staan, want de verraders sliepen niet. Na een week is mijn broer als vrouw verkleed met zijn vriendin over straat gegaan toen het donker was. Een koddig gezicht. Hij is uiteindelijk een poosje bij haar thuis gebleven. Later ben ik ook maar weer gewoon naar buiten gegaan in de hoop niet gepakt te worden.

Eerder dat jaar had Kik als dwangarbeider meer dan een halfjaar graafwerk verricht in Gramsbergen en Stroe. Op Dolle Dinsdag, in september, had hij de benen genomen. Op een nieuwe arbeidsperiode in vijandelijke dienst zat hij niet te wachten.

Gastvrij onderdak

De Hongerwinter stond voor de deur. Met het voedsel werd het steeds schraler. Iedereen fantaseerde over lekker eten, wat er niet was. Wij hadden een noodkacheltje waarop mijn moeder van bieten(suiker) bietenstroop en bietenkoekjes maakte. 't Was geen eten, maar je moest je maag met iets vullen.

Uiteindelijk gingen mijn jongere broer en mijn zus met een oom lopend naar Rijssen. Daar was onze predikant, ds. W. C. Lamain, in 1943 naartoe gegaan. Hij zorgde ervoor dat kinderen uit de regio Rotterdam daar werden opgevangen.

Zelf liep ik met mijn vriendin en haar zus naar Stolwijk. Daar ben ik een tijd bij de familie Verkuil geweest, op een afgelegen boerderij. Bij die beste mensen konden we wat aansterken en toen we teruggingen, kregen we eten mee.

Op zoek naar voedsel

Veel mensen stierven van de honger. Je zag ze soms op straat neervallen. Met mijn oudste broer probeerde ik over de Barendrechtse brug te komen om in de Hoeksche Waard eten te halen. De brug werd echter zwaar bewaakt. Het lukte ons om het Spui met een bootje over te steken. Levensgevaarlijk, want de Duitsers lieten af en toe hun zoeklicht over het water zwenken.

In Rotterdam stonden we in de rij voor de gaarkeuken. Via de kerk kregen we spruitenstronken. Daar kon je een soort soep van koken. Stinken dat het deed!

Er waren mensen die bloembollen aten. Je zag ook nergens een kat of hond lopen op straat. Die werden opgepeuzeld.

Aan alles gebrek

De Duitsers dwongen burgers palen in de grond te zetten in de polder waar later het Zuidplein werd aangelegd. Dat gebeurde om geallieerde luchtlandingen te voorkomen. 's Avonds, in het donker, haalden wij zo'n paal uit de grond, zaagden hem in stukken en slopen met het brandhout naar huis. We waren niet de enigen die dat deden, dus voortaan moesten burgers wachtlopen.

We stroopten alles af. Uit leegstaande huizen namen we kastplanken en deuren mee.

Licht maakten we van machineolie en een lont. Het walmde wel. We gingen vroeg naar bed. Daar vertelden mijn broer en ik verhalen, zo van: Wat een lekkere biefstuk hebben we gegeten, h? Dan liep het water je in de mond.

De strik brak los

Het gezin Kik woonde niet ver bij de havens vandaan. We zagen het puin rondvliegen toen de Duitsers de installaties opbliezen. In april 1945 zochten mijn broer en ik in de buurt van de Pleinweg naar hout. Plotseling verschenen er Duitse vrachtwagens, afgedekt met zeilen. Zij stopten bij een vuilstortplaats. Uit die vrachtwagens sprongen mannen. Ze werden gesommeerd bij die vuilnisbelt te gaan staan. Snel liepen we weg, bang dat we ook gevaar liepen. Later hoorden we dat die mannen waren doodgeschoten.

Je kon aan niets anders meer denken dan aan eten. Gelukkig kwam er wat hulp van het Zweedse Rode Kruis. In lange rijen stond je te wachten voor een stuk witbrood, maar dat had je ervoor over.

Vanaf het dak van de buren waren we getuige van de voedseldroppings. Kort daarna kwam de Bevrijding. In de kerk zongen we diep ontroerd Psalm 124:4: W' ontkwamen haast des vogelvangers net; den bozen strik, tot ons bederf gezet. De strik brak los, en wij zijn vrij geraakt.



--------------------------------------------------------------------------------


J. Kik (86) werkt al ruim 71 jaar. Een groot deel van de week is hij nog actief als calculator en adviseur bij schilders- en onderhoudsbedrijf JBS. In zijn vrije tijd is hij kunstschilder.

Na de Tweede Wereldoorlog kon hij slechts korte tijd genieten van het gewone burgerbestaan: nog geen vijf maanden na zijn trouwdag moest hij als militair naar Nederlands-Indi. Eigenlijk heeft de oorlog voor mij tien jaar geduurd: van 1940 tot 1950.


Ref.Dagblad 07-11-11
Auteur: Reporter Creer datum: 26-11-2011 22:21:14


We hoeven ons niet zo schuldig te voelen over de kruistochten

mr. Richard Donk


Tussen 1095 en 1291 trokken honderdduizenden Europese christenen in negen kruistochten naar het Heilige Land. Overal lieten ze hun sporen na, zoals bij het kruisvaarderskasteel in het Isralische Akko.
foto 1 van 3
Decennialang beschouwde christelijk Europa de kruistochten als een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Moorden in naam van de Bijbel, heette het. Prof. Hans Jansen is een andere mening toegedaan. We hoeven ons helemaal niet zo schuldig te voelen.

Tussen 1095 en 1291 trokken honderdduizenden Europese christenen naar het Heilige Land. Enerzijds om als pelgrim Bijbelse plaatsen te bezoeken. Maar ook om Jeruzalem van de islamitische overheersing te bevrijden en orde op zaken in de stad te stellen. In totaal hadden er negen kruistochten, met wisselende samenstelling, in die periode plaats.

Wie de moderne literatuur over de kruistochten erop naslaat, krijgt doorgaans een beeld van wrede moordpartijen door een stelletje avonturiers en ridders die zich in eigen land verveelden. Op politiek niveau waren deze expedities een vroeg voorbeeld van de Europese expansiedrang die na de tiende eeuw op gang kwam, nadat de invallen door de Vikingen waren gestopt.

Door alle lezingen over de historie van de kruistochten loopt als een rode draad een collectief schaamtegevoel. Hoe konden juist christenen, die worden opgevoed met het credo je vijanden lief te hebben, zich tot dergelijke gruwelijkheden verlagen?

Onzin, meent prof. Hans Jansen (1942). In zijn jongste boek Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden doet hij een poging de beeldvorming rond de kruistochten grondig te nuanceren. Op een polemische manier, doorspekt met een forse dosis van het hem kenmerkende cynisme, rekent de arabist af met de in zijn ogen gangbare politiek correcte visie op de kruisvaarders.

De stelling dat de kruistochten alleen maar veroveringsoorlogen waren, is veel te kort door de bocht, meent Jansen. Op kruistocht gaan, Jeruzalem bevrijden en het Heilig Graf bezoeken, om daardoor vergeving van zonden te verkrijgen, was godsdienstig gedrag. Dat telt zwaar. Alleen: religieus gedrag is voor echt moderne mensen een geheel onbegrijpelijk verschijnsel. En als ze het wel begrijpen, accepteren ze het bijna per definitie niet.

Toch werd er ook wel degelijk tot de verovering van Jeruzalem opgeroepen. Het ging niet alleen om pelgrimage.

Christenen was hun recht op bedevaart ontnomen. Er werden pelgrims gexecuteerd. Het gewelddadige gedrag van de Arabische krijgsheren die in Palestina de dienst uitmaakten, schreeuwde gewoon om Europese aandacht.

Wat moeten we dan met de verhalen over wreedheden die de kruisvaarders onderweg begingen?

Er zijn zonder twijfel erge dingen gebeurd. Ook christelijke mensen zijn slecht. Maar er zat geen duivelse kwaadaardigheid achter. Die mate van geweld was in die tijd heel normaal. De islamitische wereld wil ons doen geloven dat er enorme misdaden tegen de mensheid zijn gepleegd. Dat is onzin. Laten we niet vergeten dat de Arabieren er volstrekt aan gewend waren om hun geloof gewapenderhand te verspreiden. De Koran en de sharia schrijven voor om tegen de ongelovigen te strijden en dat is ook volop gebeurd.

Er worden enorme klaagliederen aangeheven over de verovering van Constantinopel door de kruisvaarders. Die stad is maar liefst 58 keer veroverd. Maar over al die andere oorlogen hoor je niemand. Alleen van de inval van de christelijke legers wordt schande gesproken.

Hebben we ons dus altijd ten onrechte voor de kruistochten geschaamd?

Ja, Europa had zich al die tijd niet zo schuldig hoeven te voelen. De zelfhaat die we decennialang over dit onderwerp hebben gekoesterd is absoluut niet gerechtvaardigd. De kruisvaarders waren bereid geweld te gebruiken om de rechten die zij meenden te hebben, af te dwingen ook als dat tot een oorlog tegen moslims of de islam zou leiden. Naar moderne politiek correcte normen is dat agressief en onverantwoordelijk. In het strijdgesprek tussen moslims en Europa is de stand nu een-nul, want het christendom is fout en de wereld van de islam is nu eenmaal goed.

Hebben we ons die schaamte alleen maar laten aanpraten?

Ja, met name door de islam en de linkse kerk. Wat dat betreft zijn de kruistochten voor moslims een ideaal thema voor een prettig gesprek met degenen die door de theologie van de islam als hun minderen worden beschouwd. In dat gesprek kunnen ze het Westen met behulp van verhalen over de kruistochten laten zien hoe slecht, zondig en boertig de kruisvaarders wel niet zijn geweest.

Zij vergeten echter n ding: toen de kruistochten begonnen, was de jihad al 500 jaar bezig. De kruistochten waren alleen tegen Jeruzalem gericht en stopten na twee eeuwen. De jihad is wereldwijd en gaat nog steeds door. Toch zijn er westerse historici die ons anno 2011 willen doen geloven dat de jihad een reactie op de kruistochten was. Dat is hetzelfde als beweren dat de aanslagen van 11 september 2001 een reactie waren op de Amerikaanse inval in Irak van maart 2003.

U gaat in uw boek zelfs zo ver te stellen dat de strijd van de kruisvaarders van weleer historisch gezien het begin was van de hedendaagse wereldomvattende 'oorlog' tegen militante jihadisten.

Ach, het boek is nu eenmaal wat polemisch geschreven. De confrontatie tussen de islam en het christendom is al zo oud als de islam zelf. In die confrontatie heeft het christendom zich om uiteenlopende redenen meestal nogal mak opgesteld. Het enige theater waarin de christenen de moslims en de islam op grote schaal serieus en heftig, bij tijd en wijle zelfs succesvol, tegenspel hebben geboden, zijn de kruistochten.

Critici zullen bij dit boek misschien weer denken: Daar heb je Hans Jansen weer met zijn kruistocht tegen de islam.

Het verhaal over de kruistochten is een belangrijk verhaal en moest in Nederland nodig worden herverteld. Het was een pan-Europese activiteit die overal haar sporen heeft nagelaten. Te lang hebben we ons onterecht schuldig gevoeld.

Los daarvan ben ik niet bezig aan een hetze tegen de islam. Ik probeer alleen adequaat te rapporteren. Dat kan niemand me toch kwalijk nemen?

Als ik meld dat de Koran voorschrijft dat afvalligen moeten worden gedood, verkondig ik slechts feiten. Het wordt anders als ik zeg dat ik dat een schoftenstreek vind. Maar dat hoort u mij niet zeggen.

Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden, Hans Jansen; uitg. Van Praag, Amsterdam, 2011; ISBN 978 90 490240 8 6; 320 blz.; 17,50.



--------------------------------------------------------------------------------


Aangepraat schuldgevoel

Prof. Benno Zuiddam, buitengewoon hoogleraar Nieuwe Testament, Grieks en kerkgeschiedenis en expert op het gebied van kruistochten aan de North-West University in Potchefstroom, Zuid-Afrika, reageert op de belangrijkste conclusies uit het boek van prof. Hans Jansen over de kruistochten.

We hebben ons veel te lang voor de kruistochten geschaamd.

Dat klopt. Hoewel zonde deel is van de meeste oorlogen, zijn wij zelf nooit op kruistocht geweest. Bovendien was het aanvankelijke hoofddoel van de kruistochten legitiem. Een groot deel van een voormalig christelijk rijk was onder de voet gelopen door moslims. Het was moslimagressie en de terreur tegen christelijke pelgrims die de aanleiding vormde. Als je niets doet om je mensen te beschermen, dan moet je je schamen.

Een gevoel dat ons door de islamitische wereld is aangepraat?

Dat klopt niet. Het is ons aangepraat door links-liberale westerlingen uit de vorige eeuw, Alle Menschen werden Brder, en de voorstanders van de multiculturele samenleving. De islamitische wereld heeft daar handig gebruik van gemaakt. Voor hen was dit nooit zo'n punt. De kruistochten gingen in ieder geval over de Turken en Saladin was een Koerd. Die volken hebben er altijd maar zo'n beetje bijgehangen.

Verder waren de kruistochten volgens Jansen wel degelijk een gevolg van religieus handelen en geen tocht van een stel avonturiers en verveelde ridders.

Dat klopt. Met name in de eerste kruistochten zijn deze gepaard gegaan met grote financile en andere opofferingen van de betrokkenen.

Zijn belangrijkste conclusie is dat de kruistochten eigenlijk de voorlopers waren van de huidige strijd tegen het islamitisch extremisme.

Dat kun je zo niet zeggen. De kruistochten hadden een diep religieuze motivatie. De huidige strijd is ingegeven door economische motieven en het ideaal van een seculiere wereldorde. Deze gebruikt het extremisme als excuus om traditionele vrijheden af te nemen van zijn eigen burgers.

Een ander groot verschil is ook dat hij zijn staatkundige waarden afdwingt buiten de eigen nationale grenzen. De kruistochten waren in relatief recent bezet gebied dat terugveroverd werd door het christendom. Dat kun je niet zeggen van Afghanistan.

De kruistochten laten iets doorschemeren van het ideaal van theocratie, dat God relevant is voor de staatkunde, dat het belangrijk is dat Hij gediend wordt en er geen afgodsaltaren staan. De huidige strijd is die van de seculiere mens die zich verzet tegen alles wat God is. Het is te vergelijken met wat Napoleon deed. Accepteert u onze nieuwe staatkundige regeling van de Franse Revolutie niet? Dan 'bevrijden' we uw bevolking. Of het nu Irak, Libi of Afghanistan is: je krijgt bommen op je dak als je niet luistert.

Het werkelijke probleem zit in het Westen. Voor een middeleeuws christen en een hedendaagse islamiet is God onlosmakelijk verbonden met staatkunde, recht, economie en onderwijs, want God comes with the territory en moet op alle gebied gediend worden.

Wij hebben ons geloof verloren en proberen nu agressief een seculaire staatsvorm te vestigen in gebied dat ons niet toebehoort. Een voor een gaan de laatste bastions waar Allah geerd werd zoals het moest, eraan. Dat maakt een echte islamiet wanhopig. Hoewel de islam van het begin af een uiterst agressieve godsdienst was, is er toch een verschil. Het islamitisch extremisme van tegenwoordig is veroorzaakt door het Westen.

Wij hebben de godsdienstloze staat geschapen. Onze politici hebben de deur wijd opengezet voor mensen wier politieke filosofie onverenigbaar is met het christendom. Dat men dit van tevoren moet hebben geweten, is deel van de huidige vertrouwenscrisis. Dat er christelijke partijen waren die deze seculiere Europese en wereldorde hebben bevorderd, daarvoor schaam ik mij. Niet voor de kruistochten. Wij hebben ons goed geweerd bij Damiate (waar de Haarlemmers er in 1219 in slaagden onder leiding van Willem I van Holland de ketting te doorbreken waarmee de Saracenen de haven hadden afgesloten,

Ref.Dagblad 26-11-11
Auteur: Reporter Creer datum: 10-12-2011 19:26:49


Laatste gevangene vertelt over bevrijding in 1944

L. Vogelaar


G. R. Fokkema (88) in de hal waar hij in 1944 werd bevrijd. Een goed georganiseerde actie; er is geen schot gelost.
De celdeur gaat open; vader Fokkema en zijn twee zonen moeten mee. De gevangenen vrezen het ergste. Het is gebeurd, we worden gefusilleerd, fluistert Gerrit tegen zijn broer Ruurd. Even later... zijn ze vrij.

Lees ook het interview met Goffe Hoogsteen uit 2004.

Van de 51 gevangenen die op 8 december 1944 uit gevangenis De Blokhuispoort in Leeuwarden werden bevrijd, is G. R. Fokkema (88) de enige die nog in leven is. De laatste bevrijder overleed in september dit jaar.

Sinds er ruim een jaar geleden in de voormalige gevangenis een museum werd geopend, is Fokkema drie middagen per week aanwezig om te vertellen over de weken vol spanning die hij in zijn kleine cel doorbracht en over de spectaculaire gevangeniskraak die hem onverwachts de vrijheid hergaf. Het is een wonder dat de Duitsers na de overval geen wraak hebben genomen. Represailles bleven uit, wellicht omdat de Duitsers respect hadden voor de knappe actie die het verzet had uitgevoerd, of omdat er geen gewonden waren gevallen.

Opgepakt

De destijds 21-jarige Gerrit Fokkema verspreidde regelmatig het verzetskrantje Je maintiendrai, maar dat wisten de Duitsers niet. Mijn broer Ruurd, toen 17, was via zijn werkgever in een verzetsgroep terechtgekomen die dit blaadje vervaardigde. Gevangenen die door de Duitsers werden gemarteld noemden namen, ook die van Ruurd. Hij was niet thuis, maar ik wel: ik was ruim een jaar ondergedoken geweest om aan tewerkstelling te ontkomen, maar op het schuiladres was het niet veilig meer en daarom was ik tijdelijk thuis, in afwachting van een nieuw onderkomen. We werden gewaarschuwd dat we de Duitsers konden verwachten. Snel maakten we een schuilplaats. De Duitsers, geholpen door Belgische verraders, kwamen echter 's nachts, lieten hun auto een straat verderop staan, sloegen bij ons de ramen in en stonden opeens naast mijn bed.

Vader en ik moesten mee, en ook een log, maar die is al snel weer vrijgelaten. De Sicherheitsdienst (SD) verhoorde ons. Ik liep een paar klappen op, maar voor vader was het verhoor zwaarder: die kreeg een harde waterstraal op zijn ontblote lichaam.

Voordat we naar de gevangenis werden overgebracht, zagen we dat mijn broer het SD-gebouw werd binnengebracht. In De Blokhuispoort kwamen vader en ik in cel 5 terecht. Aan de adjunct-directeur hij kende vader omdat die altijd aardappelen en groenten aan de gevangenis leverde vroegen we of Ruurd bij ons in de cel mocht als hij zouden worden binnengebracht. Zo gebeurde het. In die drie weken hadden we steun aan elkaar. We hebben samen gepraat; samen gebeden.

List

Ondertussen beraamde het verzet een overval op de gevangenis: twee kopstukken uit de ondergrondse die waren gearresteerd politiecommissaris J. Dreeuws en Klaas Leijenaar, hadden het bericht naar buiten gesmokkeld dat ze vanwege de martelingen het zwijgen niet lang meer zouden kunnen volhouden. Ze wisten te veel, dus ze moesten worden bevrijd.

De gevangenis leek een onneembaar bastion, omringd door hoge muren en aan drie zijden omsloten door water. Met hulp van enkele vertrouwde gevangenbewaarders werd een overvalplan in elkaar gezet. Piet Kramer schuilnaam voor Piet Gerk Oberman had de leiding. Voordat de mannen op pad gingen, ging hij voor in gebed.

Telefonisch werd aangekondigd dat twee agenten drie arrestanten zouden komen brengen. Met een vervalst insluitingsbevel meldden ze zich bij de poort. De beambte volgde de voorgeschreven procedure: hij belde naar de politie. In orde, we weten ervan, zei de man in de telefooncentrale die de lijn had afgetapt.

Toen de poort openging, stapten de vijf verzetsstrijders naar binnen. Ze overmeesterden het daar aanwezige personeel en lieten de zestien mannen binnen die in de bosjes verscholen hadden gelegen. Daarna haalden ze de gevangenen uit hun cellen. De deur vloog open en daar stond een gemaskerde man met een pistool, zegt Fokkema. Later hoorden we dat we niet de enigen waren geweest die dachten dat we zouden worden doodgeschoten.

Schrik

De opgeluchte gevangenen dromden samen. Opeens ging de bel. Grote schrik: er stonden Duitsers ditmaal echte voor de deur die arrestanten kwamen brengen.

De gevangenen die inmiddels uit hun cel waren gehaald, moesten weer terug. Toen de gang leeg was, konden de Duitsers die ongeduldig werden omdat het zo lang duurde worden binnengelaten. Ze werden direct overmeesterd en in een cel gestopt. Hun arrestanten werden aan de groep gevangenen toegevoegd die nu opnieuw tevoorschijn kwam.

De twee kopstukken uit het verzet zaten in een andere afdeling opgesloten. De adjunct-directeur werd gedwongen daarheen te bellen: ze moesten worden gebracht om verhoord te worden. De gevangenisbewaarders handelden zo langzaam mogelijk, niet wetend dat ze daarmee de bevrijding van de mannen vertraagden.

Steeds banger

In groepjes verlieten we de gevangenis. Er werd peper achter ons gestrooid om geursporen uit te wissen. Vader en ik liepen samen met burgemeester Esselink van Ferwerderadeel en het echtpaar Douma uit Bergum naar de Oosterbrug. Daar moesten we vragen: Weet u ook hoe laat het is? Het antwoord moest luiden: Het wordt hoog tijd dat we thuiskomen.

We hebben verschillende mensen aangesproken voordat we het juiste antwoord kregen. En toen bleek het iemand te zijn die op andere gevangenen wachtte. Hij stuurde ons door; we moesten het verderop maar vragen. We werden steeds banger. Uiteindelijk kwamen we bij de Beursbrug terecht en daar troffen we de persoon die ons verder zou brengen. Achteraf bleek dat niemand in ons groepje had gehoord dat we via de Oosterbrug naar de Beursbrug hadden moeten lopen.

We waren overigens dicht bij ons huis, maar daar konden we niet naartoe. Mijn moeder en zus hadden angstige weken achter de rug, maar het duurde nog even voordat ze hoorden dat we vrij waren.

Onder het luik

Fokkema en zijn vader bleven de eerste nacht nog in de stad. Op een schuiladres. Van slapen kwam die nacht niets; door de zenuwen. De volgende morgen rond 7 uur ging het luchtalarm. Het klonk anders dan gewoonlijk, en dat was een keer eerder gebeurd: toen was het het signaal voor een razzia geweest. Op ons onderduikadres konden we ons niet verschuilen, dus we werden snel naar een ander huis gebracht. Daar kroop ik op zolder in een gat onder een luik. Tijdens de razzia kwam er iemand op zolder; hij liep over het luik. Ik hield me muisstil. Gelukkig werd ik niet ontdekt. Niemand van de 51 bevrijde gevangenen is opgepakt.

Een vervalst persoonsbewijs veranderde Gerrit Fokkema in Alle Frieswijk. Hij kreeg opdracht naar het gemeentehuis in Ferwerd te gaan en zich daar bij de evacus uit Tiel en Nijmegen te voegen. Ik kreeg onderdak bij een boer in Blije. Daar werd Fries gesproken, maar ik moest me voordoen als vluchteling uit Nijmegen. Het Nederlands praten in een Friese omgeving hield ik tien dagen vol. Twee Rotterdammers zeiden: Jij praat na tien dagen al Fries; wij zitten hier al drie maanden en kunnen het nog niet.

Op 15 april kwam mijn vriendin me ophalen: Friesland was bevrijd.

Vertellen

De man die Fokkema's cel had geopend, Johannes Kolf, gebruikte de schuilnaam Jodocus. Hij is de enige van de bevrijders die de oorlog niet heeft overleefd: anderhalve maand na de gevangeniskraak kwamen de bezetters op zijn onderduikadres een radio zoeken. Jodocus vluchtte de achterdeur uit, maar werd door een Nederlandse nazi doodgeschoten. Kolf hoorde bij de Gereformeerde Kerken, net als wij. In onze kerk zaten relatief veel mensen in het verzet, uit principe.

Fokkema liet de oorlog achter zich. Iedereen was druk met de wederopbouw. Wij wilden trouwen, maar we vonden pas in 1949 een huisje. Veertien jaar geleden heb ik voor het eerst over de overval verteld: aan vijftig kinderen, tijdens de dodenherdenking in Leeuwarden. Ik heb het daarna vaker gedaan, maar pas sinds dit museum ruim een jaar geleden werd geopend, ben ik er heel actief mee bezig. Een leraar van een drukke klas waarschuwde me het kort te houden, want anders luisteren de leerlingen niet meer. Ze luisteren wel, verzekerde ik hem. En het was muisstil.

Goffe Hoogsteen, de laatste nog in leven zijnde bevrijder, overleed op 17 september dit jaar op 91-jarige leeftijd. Fokkema is nu de enige die nog uit eigen ervaring over de overval op De Blokhuispoort kan vertellen. Hij doet dat soms voor de deur van zijn cel; andere keren bij een maquette van het gevangeniscomplex, waarin nu bedrijven zijn gevestigd.

Fokkema's verhaal is door het Verzetsmuseum op cd vastgelegd. De versie die hij aan kinderen vertelt, verscheen ook als boekje. De jeugd weet niet beter dan dat er vrijheid is. Daarom vertel ik erover. Uit respect voor de bevrijders ook. Ze hebben onder grote spanning een goed georganiseerde actie uitgevoerd; er is geen schot gelost. Ik ben dankbaar dat ik erover kn vertellen; dat ik de oorlog heb overleefd.

www.blokhuispoort.nl

Ref.Dagblad 07-12-11
Auteur: Reporter Creer datum: 29-09-2012 18:14:51

Willem Punt overleefde scheepsramp en dwangarbeid

L. Vogelaar


W. Punt (91) uit H.I. Ambacht overleefde de scheepsramp met Junyo Maru in de Indische Oceaan in 1944 en daarna de dwangarbeid voor de Japanners aan de Pakan Baroespoorweg op Sumatra. Foto RD, Henk Visscher
Meer dan 5600 opvarenden kwamen om tijdens de scheepsramp op de Indische Oceaan. Meegezogen naar de diepte, of alsnog omgebracht door de Japanners. Willem Punt overleefde de ondergang van de Junyo Maru op 18 september 1944 n de daaropvolgende dwangarbeid in de rimboe van Sumatra.

Morgen wil de 91-jarige inwoner van Hendrik-Ido-Ambacht naar landgoed Bronbeek in Arnhem om er de herdenking van de Japanse zeetransporten bij te wonen. Zoals elk jaar.

Punt, opgegroeid in IJmuiden, ging in 1937 voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN) het zeegat uit. Toen de oorlog uitbrak, zat hij in Nederlands-Indi. De volgende twee jaar voer hij veel tussen Indi en Amerika of Zuid-Afrika. Van ketelbinkie lichtmatroos klom hij op tot zeuntje matroos-onder-de-gage.

Tijdens een vakantie in kampong Batupunte op Oost-Java in december 1941 kwam het bericht dat Japan de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor had gebombardeerd. Prompt verklaarde Nederlands-Indi Japan de oorlog. Japan ging toen onze havens bombarderen, met als gevolg dat de inlandse werkers wegbleven. Admiraal Helfrich vroeg de SMN zo veel mogelijk werknemers aan de wal te houden om het werk in de havens te kunnen laten doorgaan.

Punt kwam bij de havenbrandweer in Soerabaja terecht. Aan de IJmuidenpier lag de kruiser Java, en daarop diende mijn neef Maarten. Die heb ik in die weken vaak ontmoet. Kort daarna kwam hij om toen de Java tijdens de Slag in de Javazee tot zinken werd gebracht. Aan de bar hadden Maarten en ik elkaar beloofd dat als een van ons zou omkomen, de ander diens ouders na de oorlog zou bezoeken. Pas in januari 1946 kon ik naar Maartens ouders toe.

Ontsnappingspoging
De slag bezegelde het lot van Indi: het werd door de Japanners onder de voet gelopen. Wij moesten van Soerabaja naar Tilatjap om per schip te ontkomen. Op het station in Soerabaja stonden veel vrouwen en kinderen die ook naar die schepen wilden, maar de militairen hadden opdracht om ons voorrang te geven. De meeste vrouwen en kinderen bleven achter; dramatisch.

In Tilatjap bleken de schepen al vertrokken te zijn. We moesten in de trein blijven en gingen via Bandung naar Batavia. Inmiddels waren de Jappen er, dus ontsnappen kon niet meer. We kregen voor drie maanden salaris. Samen met collega Leen Sloot vond ik een goedkoop kosthuis bij een Nederlandse vrouw wier Duitse man was genterneerd.

Op 10 mei 1942 ontdekte een Japanse patrouille ons en sloot ons op in gevangenis Struiswijk. Daar heb ik vooral gestudeerd. Eten kregen we veel te weinig. In 1944 werden alle zeelieden tot krijgsgevangenen verklaard, en dus moesten we voor de Japanners werken. In Batavia moesten we een geblindeerde trein in. Toen we uitstapten, herkende ik de haven van Tandjong Priok, dus ik zei tegen Leen Sloot: We gaan varen.

Op transport
Een onwaarschijnlijk groot aantal mensen werd aan boord van de Junyo Maru gestouwd: voorin 4000 romusha's inheemse arbeidskrachten, achterin 2500 krijgsgevangenen. De drie ruimen boven elkaar waren elk met schragen in drie lagen verdeeld, zodat er negen 'verdiepingen' waren, waar de gevangenen alleen kruipend naar binnen konden.

De Japanners sloegen zo veel mogelijk mensen de ruimen in. Onopvallend slaagden Leen en ik erin helemaal achteraan in de rij te komen. Daardoor konden we aan dek blijven. Daar was het ook wel zo'n 40 graden onder de tropenzon, maar in de ruimen was het nog veel heter. Er werd geprobeerd om mensen die flauwvielen naar het dek te transporteren, maar niemand wilde in hun plaats het ruim in.

De latrines toiletten waren houten bakjes die buitenboord hingen. Toen er een vrijwilliger werd gevraagd om mensen daar te helpen, meldde ik me, om er zeker van te zijn aan dek te kunnen blijven. Leen Sloot wilde het niet doen. Ik heb hem nooit meer teruggezien.

Ik hield mensen vast die bang waren als ze op de latjes gingen staan en spoelde de latrines schoon met zeewater. Met de emmer die ik daarvoor gebruikte, liet ik ook rijst in het ruim zakken. Als ik hem omhooghees, was de rijst eruit, maar hadden mannen erin gerineerd, omdat ze er niet in slaagden de trap naar boven te bereiken.

Getorpedeerd
Aan de zon zag ik dat we eerst richting Singapore voeren, maar later bakboord uit, naar Padang op de westkust van het eiland Sumatra. We hadden de bergrug op dat eiland al in het zicht toen er in het voorschip een explosie klonk. Geen paniek; een ketelexplosie, werd er geroepen. Ik liep naar voren om te kijken of dat waar was. Ik had nog maar een paar stappen gezet toen recht onder me een tweede explosie klonk. Door de klap werd ik een halve meter opgetild. Een wagen waarmee water werd gedestilleerd werd tegen de reling gesmeten, precies op de plaats waar ik steeds had gestaan.

Dat het niet om een ketelexplosie ging, was nu wel duidelijk: een Britse onderzeer had twee torpedo's op de Junyo Maru afgevuurd, niet wetend dat het Japanse schip gevangenen aan boord had. Door de inslagen moet een aantal gevangenen onmiddellijk zijn gedood. Ik hoorde gegil en geschreeuw, en toen ik in het ruim keek, zag ik een ravage. Tevergeefs probeerde ik iemand eruit te trekken.

Op het dek stond een stapel pallets. Die werden als vlotten in het water gegooid. Sommige pallets belandden op de mensen die al overboord gesprongen waren. Sommige mannen werden vanuit zee door het gat van de torpedo-inslag het schip ingezogen.

Ik trok de stoute schoenen aan en ging het poepdek op, het achterdek waar de gevangenen niet mochten komen. Ik kwam er geen Jap meer tegen; die waren in de reddingsboten gegaan.

Bij de vlag achter op het schip keek ik over de rand, zag een vlot en sprong. Een ander was eerder, maar het volgende vlot was voor mij. Na alle hitte voelde het water heerlijk lauw aan. Het schip had nog vaart en raakte steeds verder bij me vandaan. Op het vlot keek ik toe hoe het schip onderging: het zonk achterover. De romusha's waren zo lang mogelijk aan boord gebleven. Nu hingen ze als een tros aan het voorschip, tot ze moesten loslaten. Ze vielen te pletter tegen de reling of tuimelden in het water, waarna ze met het schip mee naar de diepte werden gezogen. Toen was alles weg.

Gevecht met Japanners
Zo'n tweenhalve dag dreef Punt op de Indische Oceaan. Er stond een lange, hoge deining. Buien zorgden voor rukwinden. Je zag alleen een levend wezen als je tegelijk met iemand anders op een golftop kwam.

De ronddobberende matroos kwam een zoetwatertank tegen die van het schip was afgeslagen. Er zat een houten deksel op, als zonwering. Op dat deksel zaten drenkelingen. Ik mocht erbij en kreeg al gauw de leiding. Het deksel was te klein, dus beurtelings hingen we een poosje in het water. Het was inmiddels pikdonker. Aan de hand van de sterren stelde ik vast waar Sumatra moest liggen. We probeerden een beetje die kant op te zwemmen.

De volgende morgen iedereen was uitgeput dreven we opeens tussen de Japanners. Die hadden niet alleen een zwemvest om, maar hadden ook allemaal hun bajonet meegenomen. Ze sommeerden ons de tank te verlaten, want zij wilden erop. Een van ons was overleden. Een Japanner gebruikte het lichaam als stormram. Toen heb ik het lichaam overboord geduwd.

Een Jap duwde me onder water, maar ik trok hem mee, dus toen liet hij me los. Toen we weer bovenkwamen, begon hij tegen me te schreeuwen. Ik zwom weg en hij gooide zijn bajonet rakelings langs mijn oor.

Terug naar de tank kon ik niet. Na een halfuur zwemmen kwam ik een baal sisal tegen. Daar ging ik op hangen. Een jonge romusha hielp me steeds als ik eraf gleed. Pas veel later merkte ik dat mijn borst opengeschuurd was op die ruwe baal, terwijl mijn testikels erdoor opgezwollen waren.

Later zat ik met vijftien Ambonezen in een sloep die ik had gevonden. Een Japans schip pikte ons op. De bemanning was barbaars: iedereen die gewond was of in slaap viel, ging overboord. Dus wij hielden elkaar schreeuwend en duwend wakker.

We mochten alleen drenkelingen binnenboord trekken tussen twee fluitsignalen in. Jonkheer Loudon, broer van de Shelldirecteur, kwam net na een tweede signaal aan boord, dus de Jappen gooiden hem zo weer in zee, waar hij omkwam. Anderen hadden geen kracht meer om onze hand te grijpen. Ik zag Pronk, een matroos uit Scheveningen, zo in het heldere water wegzinken. Dat vergeet je nooit.

Pakan Baroespoorweg
Van de ongeveer 6500 opvarenden hadden ruwweg 800 de ramp overleefd. Een groot aantal van hen kwam vervolgens om als dwangarbeider aan de Pakan Baroespoorweg die de Japanners dwars door de rimboe van Sumatra lieten aanleggen. Het was een verschrikking, zegt Punt.

Hij kreeg malaria tertiana en andere ziekten. Ik was opgegeven en lag in de dodenkamer. Toch knapte ik weer op. Ik heb zelfs niets aan al die ziekten overgehouden.

De spoorweg kwam gereed op de dag van Japanse capitulatie, 15 augustus 1945. Ontberingen, mishandelingen en ziekten hadden tijdens de aanleg zo'n 82.500 mensen onder wie 520 Nederlanders het leven gekost.

Ref.Dagblad 27-09-12
Auteur: Reporter Creer datum: 15-10-2012 15:20:55
Gegijzeld door de Duitsers: dreiging van het vuurpeloton dagelijkse last

Johan Leeflang

ROTTERDAM Anderhalf jaar lang werd Leo de Waal (93) gegijzeld door de Duitsers. Samen met ongeveer 1200 anderen, veelal prominente personen. Morgen wordt er herdacht dat zeventig jaar geleden bij Woudenberg drie gijzelaars en twaalf gevangenen uit Kamp Amersfoort werden gedood.

Een verzetsdaad tegen de Franse spoorwegen doet de Duitse leider Hitler in 1941 besluiten dat er in meerdere landen mensen moeten worden gegijzeld. Deze personen moeten in feite als een verkapt menselijk schild dienen. Wanneer er opnieuw verzetsdaden worden gepleegd, zullen bekende landgenoten voor het vuurpeloton komen.

Ook in Nederland moeten er mensen worden opgepakt. Dat is tegen de zin van Seyss-Inquart, die vreest de Nederlanders met deze daad tegen zich in het harnas te jagen.

De Waal woont ten tijde van zijn arrestatie in Amsterdam. Hij mag een koffertje met wat kleren meenemen, maar weet niet waar hij heen wordt gebracht. Op een verzamelpunt ontmoet hij de predikant die een dag ervoor zijn broer heeft getrouwd. De Waal was zelf getuige bij dat huwelijk. Pas bij de verzamelplaats krijgt hij te horen dat de groep is gegijzeld. Ze moeten naar het Brabantse Haaren, maar de chauffeur van de vrachtwagen waarin ze zitten rijdt per ongeluk richting het Groningse Haren. Halverwege bemerkt hij zijn fout.

In Haaren wordt De Waal samen met de anderen ondergebracht in een rooms-katholiek seminarie. Het terrein was afgezet met prikkeldraad en werd bewaakt door Nederlandse SS'ers. De gijzelaars vormden volgens De Waal een doorsnede van de Nederlandse bevolking, met een groot aandeel van prominente personen.

De Waal zelf zit gevangen omdat hij kaderlid is van de Nederlandse Unie, een politieke beweging die in juli 1940 is opgericht om het moreel onder de Nederlandse bevolking hoog te houden. Wanneer de honderdduizenden leden tellende vereniging naar de zin van de Duitsers te weinig volgzaam wordt, komt er eind 1941 een verbod op de Unie. De drie oprichters zullen uiteindelijk bij de gijzelaars gaan horen.

Onder gevangengenomen personen zijn ook predikanten, priesters en politici, onder de naoorlogse minister van Financin Piet Lieftinck en de latere premier Willem Schermerhorn. Ook Frits Philips, zoon van de oprichter van het elektronicaconcern Philips, zit gevangen. Er is vrij veel vrijheid. Philips liet werknemers naar het kamp komen om een tennisbaan aan te leggen. Om de spanning te verminderen, houden veel kampbewoners lezingen en colleges voor elkaar. Vooral de dreiging om te worden doodgeschoten vormt een dagelijkse last. De Waal omschrijft het als de ruwe hand in de vijver die je kon pakken om je te fusilleren.

De Duitsers laten al vrij spoedig gijzelaars vrij, omdat ze inzien dat de werkwijze kwaad bloed zet bij de Nederlandse bevolking. De overigen moeten naar het kleinere seminarie Beekvliet bij Sint Michielsgestel.

Na een mislukte aanslag op een Duitse trein in Rotterdam, worden er op 15 augustus 1942 bij Goirle vijf prominente gijzelaars gedood. Onder hen Willem Ruys, directeur van een grote rederij. Op 16 oktober 1942, na een verzetsdaad in Twente, moeten bij Woudenberg nog eens drie personen voor het vuurpeloton. Bovendien worden twaalf communisten die vastzitten in Kamp Amersfoort doodgeschoten. Het is de laatste keer dat mensen uit de groep gijzelaars worden vermoord.

De Waal zelf wordt met Kerst 1943 vrijgelaten. Hij gaat aan de slag bij het Rode Kruis in Den Haag, waarvan zijn vader penningmeester is.

Na de oorlog wordt het Comit Oud-Gijzelaars opgericht, dat later Stichting Gijzelaars Beekvliet en Haaren gaat heten. De Waal is enige tijd voorzitter van deze stichting. Elk jaar zijn er nog herdenkingen in Goirle en Woudenberg

Ref.Dagblad 15-10-12
Auteur: Reporter Creer datum: 8-07-2013 20:49:53
Rijssense oud-verzetsman strijdt onvermoeibaar tegen geschiedvervalsing

Gerrit Dannenberg

Roelf Wolterink (89) uit Rijssen ergert zich aan mensen die met al te spannende verhalen de geschiedenis naar hun hand zetten. Beeld Gerrit Dannenberg
Oud-verzetsman Roelf Wolterink mag dan 89 zijn, hij kan zich nog altijd mateloos opwinden over al te spannende verhalen die de geschiedenis naar hun hand zetten. Het is verbazend hoe gemakkelijk allerlei verhalen kritiekloos worden opgeschreven. Hij stelt nu de correcte versies op schrift.

Wolterink zat in het verzet, werd tewerkgesteld in Duitsland en nam na de Tweede Wereldoorlog deel aan de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indi. Hij ondervond de rauwe werkelijkheid van de gevechtshandelingen aan den lijve en is nog niets vergeten.
Het is verbazend hoe gemakkelijk allerlei verhalen kritiekloos worden opgeschreven, zegt de oude Rijssenaar. Dat maakte ik ruim dertig jaar geleden al mee met de bekende oorlogsboekenschrijver Rik Valkenburg. Hij had met een aantal mensen uit Rijssen gesproken. Uit hun mond tekende hij op dat hier in de laatste dertig dagen van de Tweede Wereldoorlog nog een aantal mensen in de deuropening van hun huis zo maar was doodgeschoten.

Ook van Wolterink schreef Valkenburg enkele belevenissen op. Voordat hij het materiaal naar de drukker wilde sturen, liet hij het mij lezen. Ik wees hem erop dat de Duitsers in de nadagen van de oorlog hier geen mensen zomaar hebben doodgeschoten. Valkenburg wilde echter toch publiceren en toen heb ik mijn bijdrage teruggetrokken. Als de feiten niet kloppen, kan ik daar geen verantwoordelijkheid voor dragen.

De Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indi en alles wat daarmee samenhangt, stempelden Wolterinks leven. Jarenlang was hij secretaris van de Rijssense Bond Oud-Strijders en gaf hij vorm aan de jaarlijkse dodenherdenking bij het oorlogsmonument aan de Lentfersweg. Wolterink maakte een overzicht van de Joodse gemeenschap die Rijssen ooit had en hij gaf een boek uit met eigen materiaal over de oorlog.

Zijn inspanningen leverden hem het ereburgerschap van de stad Rijssen op. Nog altijd is hij actief lid van het Comit Herdenkingen Rijssen.

Vooral de laatste jaren zijn er nogal wat boeken met oorlogsherinneringen verschenen. In 1995 bracht de Stadsbibliotheek het boekje Ouwr 'n Oorlog uit. Recenter verschenen twee boeken van de inmiddels overleden Rijssenaar Hein Roosink.
Wolterink wil niemand een trap nageven, maar toont zich wel teleurgesteld over de inhoud van deze drie boeken. Vooral ook omdat ik de scribenten diverse keren heb gewezen op storende onjuistheden in de persoonlijk getinte verhalen. Er is echter niets mee gedaan. Ik kreeg zelfs een keer als reactie: Wat maakt het toch uit dat die verhalen niet helemaal kloppen. De mensen waarover het gaat leven toch niet meer.

Wolterink vindt dat een totaal verkeerde manier van redeneren. Als je ouders of familieleden in de oorlog echt hun nek hebben uitgestoken, dan is het heel pijnlijk als nabestaanden moeten lezen hoe die heldendaden worden toegeschreven aan mensen die er niets mee te maken hebben gehad. Er zijn zelfs mensen die op grond van verzonnen verhalen oorlogspensioen hebben aangevraagd en nog kregen ook.

De onjuistheden in de oorlogsverhalen variren van fouten in data tot nooit plaatsgevonden wapendroppings. In een van de verhalen wordt een Joodse plaatsgenoot in 1943 gevangengenomen, terwijl alle Rijssense Joden al in 1942 waren weggevoerd. Anderen verspreidden verzetskrant Trouw toen dit blad nog niet eens bestond.

Martelende onzekerheid
Een ernstiger fout is dat het verzet een laffe moord wordt verweten toen bij een overval op een wapendepot een Duitse soldaat omkwam. Wolterink 
weet dat het om noodweer ging en ook hoeveel martelende spanning de dood naderhand veroorzaakte bij de verzetsmensen.
De oud-verzetsman stelt dat veel oorlogsherinneringen steeds meer gaan lijken op kwajongensverhalen. Duitsers opzettelijk de verkeerde weg wijzen, die dingen. Als je dan bedenkt dat de Duitsers beschikten over de beste stafkaarten en dat het grootste deel van de vrachtwagenchauffeurs de wegen vr de oorlog als zogenaamde toerist al heel vaak hadden gereden, dan kun je toch op je blote klompen wel aanvoelen hoeveel fantasie in dit soort verhalen zit?

Het stoort Wolterink dat ze voor waar worden opgeschreven. Zolang er niemand protesteert, blijft het zo, maar zo hoort het niet. Zolang je de gegevens kunt controleren, mogen zulke missers niet voorkomen.

De enige manier waarop je deze geschiedvervalsing kunt bestrijden is zelf het echte, gecontroleerde verhaal op papier te zetten. Daarmee is Wolterink inmiddels begonnen.

Ref.Dagblad 06-07-13
Auteur: Reporter Creer datum: 24-10-2013 22:58:27
Nederlands koningshuis in oorlogstijd

L. Vogelaar

Koningin Wilhelmina spreekt voor Radio Oranje. beeld Nationaal Archief
Neen, 't was geen vlucht die u deed gaan... De relatie tussen koningin Wilhelmina en een deel van haar onderdanen kwam onder spanning te staan toen ze in de meidagen van 1940 de wijk nam naar Engeland. Haar imago herstelde zich spoedig. De verhouding tussen vorst en volk is soms complex.

Dik is de kluisdeur in de kelders van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) aan de Herengracht in Amsterdam. En loodzwaar. De Deutsche Bank, die de ondergrondse ruimte liet graven, borg er zijn goud op. Nu bevatten de kelders rijen stellingen vol documentatie over de duistere jaren waarin het Nederlandse volk en zijn vorstenhuis vanwege de Duitse overheersing van elkaar gescheiden waren.
Vorst en volk is momenteel het thema van de Maand van de Geschiedenis. Daarom liggen op een tafel in de anders niet voor het publiek toegankelijke NIOD-kelders archivalia rond dat thema uitgestald. Foto's van Wilhelmina zoals die tijdens de oorlog in grote aantallen werden verspreid, sommige met het gedicht dat ds. Welter maakte na het vertrek van het vorstenhuis naar Londen: Neen, 't was geen vlucht... Een Strafbefehl voor iemand die een oranje bloem droeg. Stapels felicitatiekaartjes die ouders in Den Haag ontvingen die hun pasgeborene in 1941 Irene Beatrix Juliana Wilhelmina durfden te noemen de vader werd door de Duitsers ondervraagd, de vroedvrouw die deze naam had geadviseerd, zat jaren in Kamp Ravensbrck, maar overleefde.

Er ligt een foto waarop alleen koningin Emma en prins Hendrik te zien zijn; de verboden beeltenissen van Wilhelmina en Juliana zijn eruitgeknipt, maar als silhouet nog duidelijk herkenbaar.

Volk en vorstenhuis bleven ook tijdens de gedwongen scheiding tijdens de oorlogsjaren nauw met elkaar verbonden, laat drs. Ren Kok zien aan de hand van de dvd vol filmbeelden die hij over die periode samenstelde. Hij toont het bezoek van Juliana en Bernhard aan een zonnige Bollenstreek op 2 mei 1940, acht dagen voordat de Duitsers aanvielen en koningin Wilhelmina haar dochter wakker maakte met de woorden: Ze zijn gekomen.

De proclamatie is te horen waarin de vorstin zich tot het volk richtte. Mensen zijn soms boos als ik zeg dat Wilhelmina die niet zelf voorlas. Dat hebben ze zelf gehoord, zeggen ze. Het bericht klinkt. Een ANP-omroeper. En de tekst was van premier De Geer. Opmerkelijk krachtige woorden, vergeleken met zijn latere houding, toen hij de hoop op een overwinning opgaf.
Nieuwe beelden volgen: Wilhelmina's aankomst in Londen, haar werk achter haar bureau, overleg met prins Bernhard en minister Van Kleffens van Buitenlandse Zaken, de ontvangst van Engelandvaarders, de ontmoetingen van de vorstin met de Britse koning en de Amerikaanse president.

Beelden van Bernhards activiteiten; volgens Churchill was hij de enige die van de oorlog genoot. Beelden van Juliana's leven in de Canadese hoofdstad Ottawa, haar vakantie in de Amerikaanse staat Massachusetts, haar bezoeken aan Suriname en de Nederlandse Antillen. Beelden van Wilhelmina's bezoek ondanks haar vliegangst aan Canada; van de doop van prinses Margriet.

Prins Bernhard was al snel present nadat het zuiden van Nederland was bevrijd. Koningin Wilhelmina mocht van de geallieerden later pas naar haar land, toen het veilig genoeg was. Op de film stapt ze over de meelstreep die de grens tussen Belgi en Zeeuws-Vlaanderen markeerde. De omstanders zijn hun ontroering niet meester.

Het nazibewind ging ten onder, en Bernhards stem klonk door de ether: Landgenoten, het uur van uw bevrijding is aangebroken...

Een tweede dvd van het NIOD belicht de naoorlogse jaren. Tot teleurstelling van koningin Wilhelmina kwam staatkundige vernieuwing nauwelijks van de grond. Moe van alles deed ze afstand van de troon.

Die teleurstelling stak ze niet onder stoelen of banken toen ze op de avond voor haar abdicatie haar laatste toespraak hield. De verhouding tussen vorst en volk bleef complex

Ref.Dagblad 24-10-13
Auteur: Reporter Creer datum: 4-03-2014 23:41:51
Visie Groen van Prinsterer op Rusland nog steeds actueel

Dr. Jelle Bijl

De visie van Groen van Prinsterer (1801-1876) op Rusland is nog steeds van waarde, stelt dr. Jelle Bijl.

Aan de vooravond van de grote Krimoorlog (1854-1856) vond in de Nederlandse Tweede Kamer een fel debat plaats over de defensiebegroting. De belangrijkste tegenspelers van elkaar waren de liberale voorman Johan Rudolf Thorbecke en de antirevolutionaire voorman Guillaume Groen van Prinsterer.
Het debat tussen de politieke grootmeesters van die tijd mondde uit in een ideologische controverse die als een botsing der geesten kan worden beschouwd. Met het oog op de actualiteit in Oekrane en op de Krim en de wereldwijde spanningen die hiervan het gevolg zijn, is de ideologische ontknoping van dit debat interessant.

De directe aanleiding tot dit conflict was de twist tussen Frankrijk en Rusland over het beschermheerschap van de heilige christelijke plaatsen in het Turkse Rijk. Deze twist resulteerde in 1853 in een regelrechte oorlog tussen Rusland en Turkije. In maart 1854 dreigde het conflict te escaleren doordat Frankrijk en Engeland zich aan de zijde van Turkije schaarden.

Volgens Groen had de escalatie van het conflict alles te maken met imperialistische drijfveren. Met als inzet de nalatenschap van de zieke man, zoals Turkije toen werd genoemd. Hoewel Groen zowel binnen als buiten de Kamer van Russische sympathien werd beticht, stelde hij niettemin alle betrokken mogendheden aansprakelijk.

Voor Thorbecke was deze voorstelling van zaken te algemeen. De kern van het conflict lag naar zijn inzicht dieper. Achter de verwikkelingen in het Nabije Oosten nam hij een langdurig vertraagde botsing der beschavingen waar. Met aan de ene kant het vrijheidsideaal van de christelijk-westerse beschaving en aan de andere kant het despotische barbaarse oosten. In dat licht bezien, zo betoogde de liberale voorman, was het autocratische Rusland een spaak in het vooruitgangswiel van de geschiedenis.

Machtsevenwicht
Uit Groens commentaren in de krant De Nederlander wordt duidelijk dat zijn zorg over een grote oosterse oorlog alles te maken had met zijn zorg over Europa. Werd Rusland naar Azi teruggedreven, dan betekende dit volgens hem een ernstige verstoring van het Europese machtsevenwicht.
Om een Frans overwicht in het westen te voorkomen was in zijn ogen een Russisch tegenwicht noodzakelijk, terwijl van de weeromstuit een Russisch overwicht werd bevorderd door een zwak westers tegenwicht. Wilde men de Europese 'eensgezindheid' bewaren, dan dienden alle betrokken partijen zo snel mogelijk om de tafel te gaan zitten.

Daarnaast moest volgens Groen nog een ander aspect worden meegewogen. Hiervoor verwees hij naar een rede over de oosterse kwestie van de Pruisische conservatieve denker en politicus Friedrich Julius Stahl.

In de Russische natie strijden twee tegenstrijdige elementen om de voorrang, zo betoogde Groen. Naast een Europees bestanddeel wordt er in de Russische natie ook een Aziatisch bestanddeel aangetroffen. Bij een volledige breuk tussen Rusland en Europa lag in het westen een verdubbeling van de revolutie in het verschiet en in het oosten een verdubbeling van het barbarisme, aldus Groen.

Actueel
Groens onderscheid van de Russische natie is niet alleen wat de geschiedenis, maar ook wat de actualiteit betreft interessant. Terwijl de westerse wereld de laatste jaren een onverdeelde sympathie aan de dag legt voor de Oekraense vrijheidsverlangens, blijft met het oog op de genoemde innerlijke tweedeling voorzichtigheid geboden. Zeker nu het conflict uit de hand dreigt te lopen.

Wie de geschiedenis van Rusland kent, kan niet verbaasd zijn over de recente ontwikkelingen. Alle grootse idealen in de westerse wereld ten spijt, gebiedt de realiteit te zeggen dat niemand baat heeft bij het oplaaien van antiwesterse sentimenten in Rusland en op de Krim. Rusland niet, Oekrane niet, Europa niet en de VS niet. Hoe sterk deze gevoelens in Rusland leven, werd mij duidelijk toen ik in 2002 een Moskouse diplomatenschool bezocht.

Tegen die achtergrond is het de vraag of het op de spits drijven van de tegenstellingen in Oekrane wel zo verstandig is geweest. Groens kijk op het conflict was het overwegen vooraf meer dan waard. Met als leidende vraag of een europeanisering van Oekrane tegen elke prijs moet worden nagestreefd. Een oplossing van het conflict lijkt nu verder weg dan ooit.

De auteur is historicus en filosoof.

Ref.Dagblad 04-03-14
Auteur: Freek Creer datum: 19-06-2015 14:10:11 Laatst gewijzigd: 19-06-2015 14:11:38
Waterloomanie’ beheerste de Nederlanden


18 juni 2015, 14:30
Herman Veenhof

Napoleon had evengoed kunnen winnen, en het precieze aantal doden weten we nog steeds niet. Tweehonderd jaar na ‘Waterloo, 1815’ is er nog veel te ontdekken.

Tussen 1792 tot 1815 vocht de Franse veldheer en keizer Napoleon Bonaparte ruim vijftig veldslagen uit – tegen Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Engeland. Daarbij kwamen drie tot zes miljoen mensen om. De slag bij Waterloo op zondag 18 juni 1815 was het eindpunt. De slag was niet alleen ontzettend bloederig, maar ook heel spannend. Het was helemaal niet vanzelfsprekend dat Napoleon de ultieme slag zou verliezen.

Nederlands Dagblad

Auteur: Reporter Creer datum: 5-05-2016 12:02:54 Laatst gewijzigd: 5-05-2016 12:04:56
Bevrijdingsdag en Hemelvaart op één dag: hoe uniek is dat?

In Nederland is het vandaag zowel Bevrijdingsdag als Hemelvaartsdag. Dat is uitzonderlijk, maar niet uniek. Sinds de bevrijding is het één keer eerder voorkomen, in 2005. En het is deze eeuw gelijk de laatste keer. Pas in 2157 vallen Bevrijdingsdag en Hemelvaartsdag weer samen.

Het is wel voor het eerst dat de meeste Nederlanders door het samenvallen van beide dagen vrij zijn. Sinds 1990 is 5 mei een nationale feestdag, maar in de meeste cao's is bepaald dat het alleen in lustrumjaren een betaalde vrije dag is. Dat was dus het geval in 1990, 1995, 2000, 2005, 2010 en 2015. De eerste keer dat Bevrijdingsdag weer een vrije dag is, is in 2020.

Hemelvaartsdag is altijd op een donderdag, 39 dagen na Eerste Paasdag. De vroegst mogelijke datum is 30 april, de laatst mogelijke 3 juni. De kerk bepaalde in 325 op het Concilie van Nicea dat Pasen gevierd wordt op de zondag na de eerste volle maan van de lente. Als begin van de lente wordt 21 maart gehanteerd.

Capitulatie

Bevrijdingsdag is sinds 1946 altijd gevierd op 5 mei. Op de avond van 4 mei 1945 werd in verschillende steden in West-Nederland de bevrijding al gevierd nadat de BBC de capitulatie van het Duitse leger in Noordwest-Europa had gemeld. Om 18.30 uur had admiraal Von Friedeburg op het geallieerde hoofdkwartier op de Lüneburger Heide zich namens de Duitse troepen in Noord-Duitsland, Denemarken en Nederland overgegeven aan de Britse veldmaarschalk Montgomery.

De hoogste Duitse officier in Nederland, generaal Blaskowitz, achtte zich hier echter niet aan gebonden. Wel kwam hij op 5 mei naar hotel De Wereld in Wageningen, waar hij de Canadese generaal Foulkes beloofde dat hij zou capituleren. Een van de voorwaarden was dat prins Bernhard, die bij het gesprek aanwezig was, de Binnenlandse Strijdkrachten in toom zou houden.

Pas een dag later, op 6 mei, werd de capitulatie door Blaskowitz getekend, in de aula van de Landbouwhogeschool in Wageningen. De dagen daarna reden de Canadese bevrijders de steden van West-Nederland binnen. Hoewel de capitulatie dus pas op 6 mei een feit was, werd al in 1946 5 mei als Bevrijdingsdag gevierd - de bereidheid tot overgave van Blaskowitz werd als beslissend gezien.

Wederopbouw

De eerste naoorlogse kabinetten wilden van 5 mei geen nationale feestdag maken, omdat er dan niet gewerkt zou worden en er bij de wederopbouw dus elke jaar een productiedag verloren zou gaan. In 1958 kwam er een compromis: op 5 mei zouden de Nederlanders een deel van de middag vrij hebben. Maar pas in 1990 werd 5 mei een nationale feestdag.

Andere Europese landen vieren 8 mei als bevrijdingsdag, de dag van de algehele Duitse capitulatie, ook als ze zelf al eerder waren bevrijd. Rusland viert dit op 9 mei. De overgave werd om middernacht getekend, toen het in Rusland al 9 mei was.

NOS 05-05-16
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier