Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Laatste nieuws:
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemeni Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: AW
Creer datum:
18-06-2011 14:24:39
Opvoeding
In dit onderwerp aandacht voor opvoeding van pubers
Auteur: AW Creer datum: 18-06-2011 14:26:00


Ht kernwoord voor (lastige) puber is respect

drs. Sarina Brons-van der Wekken

Vraag: Onze zoon van 15 jaar is erg opstandig. Hij gaat in tegen bijna alles wat wij als ouders zeggen. Niets is goed, hoe aardig we het ook proberen. Het lijkt wel alsof wij lucht zijn; hij gaat gewoon zijn eigen gang. We maken ons zorgen over zijn vrijetijdsbesteding, vooral met zijn vrienden. Hem hierop aanspreken helpt niet. We zijn in een negatieve cirkel beland. Hoe kunnen wij het nog goed doen?

Het kan voor ouders erg moeilijk zijn als hun kind flink in de puberteit komt. Er zijn pubers die tegen van alles aan schoppen, regels aan hun laars lappen, bij het minste of geringste grove taal uitslaan. Dit gaat al dan niet gepaard met onmatig drank- en mediagebruik. Alles moet kunnen, zeker als ze bij vrienden zijn. Waarschuwingen van ouders lijken niet binnen te komen. De puber maakt het liefst zelf de dienst uit.

Eerst kort iets over de ontwikkeling van de puber. In de puberteit verandert er lichamelijk veel. Mede door een hogere hormoonproductie gaan kinderen zich losmaken van hun ouders. Pubers moeten steeds meer op eigen benen staan en een eigen mening hebben, maar ze weten nog zo weinig. En ding is wel zeker: zij willen niet langer het verlengstuk van hun ouders zijn.

Midden in alle onzekerheden gaan pubers hun eigen weg vinden. Daarbij staat hun eergevoel onder spanning. Ze zijn kwetsbaar en gevoelig voor kritiek. Commentaar komt al snel als een afwijzing over. Vandaar dat goedbedoelde opmerkingen van ouders al snel verkeerd vallen. Om over terechtwijzingen maar niet te spreken.

Wat hebben kinderen in de puberteit nodig van ouders? De belangrijkste aandachtspunten zijn: vrijheid, grenzen, liefde en erkenning.

Een puber heeft meer vrijheid nodig. Hij moet zijn vleugels uitslaan. Als vader of moeder erg bepalend zijn, geeft dat pubers te weinig ruimte om dingen op hun eigen manier te leren doen of zelf een mening te vormen. Ouders dienen op tijd de teugels te laten vieren en aan te zetten tot zelfstandig nadenken. Waar mogelijk krijgen pubers meer verantwoordelijkheid. Ook het dragen van de gevolgen van hun eigen gedrag hoort hierbij.

Naast vrijheid heeft een puber ook grenzen nodig. Pubers denken vaak niet goed na en kunnen nog niet goed plannen, omdat hun hersenen nog niet zijn uitgegroeid. Tot die tijd zijn grenzen nodig, omdat er anders dingen misgaan. Zo zijn grenzen aan tijds- en geldbesteding, media- en drankgebruik belangrijk, met betrekking tot huiselijke zaken zoals taken doen of op tijd zijn voor het avondeten, alsook met betrekking tot godsdienstige zaken.

Ouders mogen gezag uitoefenen, zeker omdat zij de verantwoordelijkheid over het gezin hebben en er vaak meer kinderen zijn. Het komt voor dat ouders grenzen oprekken uit angst de liefde van hun kind te verspelen. Pubers pakken op hun beurt alle ruimte die ze kunnen krijgen. Daarom is het belangrijk dat ouders het samen eens zijn over grenzen die echt nodig zijn en die ook handhaven. Na een eerste uitleg kan er een kort en duidelijk ge- of verbod volgen. Pubers blijken zich doorgaans neer te leggen bij billijke grenzen.

Pubers hebben in de derde plaats ook liefde nodig, hoewel ze vaak uitstralen niets met hun ouders te maken te willen hebben. Toch betekenen hun ouders nog heel veel voor hen. Als ouders hen laten vallen, is het heel erg mis. Pubers blijven de steun van hun ouders nodig hebben, alleen wel op een andere manier dan vroeger. Knuffelen is meestal een gepasseerd station, maar er zijn meer manieren. Bijvoorbeeld door liefde met woorden te vertellen, door hem kort aan te raken, door hem te verwennen met een ontbijtje op bed (mits hij zoiets prettig vindt), door een aardig briefje voor hem neer te leggen bij late thuiskomst, door te groeten, door te luisteren als hij iets zegt. Aan dit soort dingen merkt een puber dat ouders het fijn vinden dat hij er is en dat zijn inbreng ertoe doet.

Te midden van alle veranderingen is een puber sterk op zoek naar erkenning. Misschien is dit wel het kernwoord in de puberteit: respect. Een puber vraagt: Zie je mij staan? Houd je rekening met mij? Waardeer je mij? Onzekerheid wordt soms gemaskeerd met grove woorden en een om zich heen slaan teneinde zelf niet te worden geraakt. Het zelfvertrouwen is wankel, waardoor een puber gevoelig is voor erkenning.

Voor ouders is het belangrijk om respectvol met hun puber om te gaan. Beter is het dat een opmerking niet gelijk van tafel wordt geveegd, ook al slaat die nergens op. Pubers blijven meer in hun waarde als ouders reageren met: Ok, jij vindt dus dat... Dat kan zo zijn. Ikzelf denk er iets anders over. Via vragen kunnen ouders stimuleren tot nadenken en het vormen van een evenwichtiger mening. Zo van: Ik ben wel benieuwd hoe jij dit of dat ziet. Hoe kijk jij daartegen aan? Pubers denken namelijk vaak zwart-wit.

Een mogelijke valkuil is de verwachting dat pubers onmiddellijk en openlijk hun fouten erkennen. Dit betekent gezichtsverlies. Dat is moeilijk, omdat hun eergevoel toch al op scherp staat. Beter dan nog eens onder de neus te wrijven dat iets niet zo slim was, is het om het onderwerp gewoon te laten rusten en blij te zijn dat er berhaupt contact was. Hopelijk is door het gesprek een waardevol bouwsteentje toegevoegd aan de mening van de puber.

Om uit een negatieve spiraal te raken, is het geven van complimenten belangrijk. Dat richt de aandacht op positieve dingen. Ook al reageert een puber met een grom, complimenten blijven vaak wel haken. Het geeft hem de nodige erkenning. Tegelijk verandert de sfeer hierdoor, en wordt het voor een puber aantrekkelijker om binnen grenzen te blijven.

Naast het bedenken van wat een puber nodig heeft, is het goed als ouders naar hun eigen rol kijken. Omdat pubers tot wanhoop kunnen brengen, reageren ouders soms te veel uit boosheid. Soms zijn ouders te dwingend en geven ze pubers te weinig tijd om om te schakelen als bijvoorbeeld iets niet mag.

Het kan ouders helpen om na een escalatie te bedenken hoe ze een volgende keer beter kunnen optreden en dit eventueel voor zichzelf op te schrijven. Ook is het voor hen van belang uitputting te voorkomen en regelmatig bij te laden, bijvoorbeeld door iets ontspannends te doen zonder de kinderen.

Om de juiste toon te treffen is ook veel wijsheid nodig. Laten we steeds opnieuw om wijsheid van God vragen, Die mild geeft en ons onze onkunde niet verwijt (Jak. 1:5).

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan psychologe drs. Sarina Brons. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@refdag.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.

Tips

Geeft vrijheid, maar stel daarnaast duidelijke en billijke grenzen.

Geef erkenning voor de inbreng van de puber en kleineer hem niet.

Praat mt je puber, niet tgen hem.

Geef complimenten voor de dingen die goed gaan.

Voorkom gezichtsverlies en geef de puber tijd om zich te hervinden.

Laat merken dat je van hem houdt.

Kijk naar je eigen rol en bedenk welke dingen beter kunnen.

Voorkom uitputting en laad regelmatig bij.

Bid om wijsheid

Ref.Dagblad 14-06-11
Auteur: Reporter Creer datum: 1-09-2011 14:17:58

Ouders en pubers leren in opvoedcursus naar elkaar te luisteren

Gijsbert Wolvers


Ouders zijn net mensen. Zo zijn ze wel eens onzeker. Je kunt zelfs met ze praten. Dat ontdekte een jongere toen hij eens een keer goed met zijn ouders had gepraat. Het hulpmiddel daarbij was een spel dat ouders en hun kinderen min of meer dwingt met elkaar te praten. En leert naar elkaar te luisteren.

Negentien ouders en twintig van hun kinderen zitten op een wat broeierige zomeravond in de docentenkamer van de reformatorische Gomarus Scholengemeenschap in Gorinchem. De ouders, met kinderen op deze school, bezoeken de vijfde en laatste avond van de eerste cursus van de christelijke jeugdzorginstelling SGJ over opvoeding van puberjongeren. In gesprek gaan met hun kinderen is het doel van de avond. Veel van hen zijn 12 of 13 jaar, een aantal is 14 tot 16.

Preventiemedewerkster Maria Vermeulen van de SGJ opent de bijeenkomst. De woorden eensgezindheid en ootmoed klinken. In het welkomstwoord laat ze ouders en kinderen voor elkaar applaudisseren. Er zijn 1100 ouderparen uitgenodigd en alleen deze pakweg twintig ouders zitten hier. Het geklap klinkt eerst aarzelend, dan steviger.

Het is tijd voor de ouders om te vertrekken. Vermeulen dirigeert hen met een vel papier naar de. Daar krijgen ze de opdracht een brief te schrijven aan hun kind over de vraag waarom dat zo speciaal voor hen is. In de zaal probeert Vermeulen met de dertien meisjes en acht jongens te praten over communicatie. Dat valt nog niet mee, want de groep is veel jonger dan ze had verwacht, zo verklaart ze achteraf.

Jullie zijn op weg naar zelfstandigheid en hebben nog een hele weg te gaan, zo formuleert ze voorzichtig. Kunnen jullie voorbeelden geven waarbij je meer zelfstandig van je ouders bent gaan handelen? Geld besteden, oppert een jongen. Vorig jaar vroeg ik nog of ik iets mocht kopen, maar nu doe ik dat niet meer.

De hormonen en de wisselende stemmingen worden aangestipt. Je wordt een eigen persoonlijkheid. Dat is mooi. Stiekem willen je ouders dat jij een kopie van hen wordt. Een enkeling glimlacht. Ze vervolgt: Ouders moeten je loslaten, maar dat is eigenlijk geen goede term. Het is zelfstandigheid in verbondenheid, vooral met je ouders. Tussen die twee begrippen zit spanning. Wie zou dat kunnen omschrijven? Een 16-jarig meisje: Je wilt vrijheid, maar ook veiligheid. Soms wil je meer vrijheid dan je aankunt. Mooi gezegd, reageert Vermeulen. Ouders moeten zijn zoals het plaatje voorop de cursusmap dat aangeeft: een beschikbare reddingsboei.

Ondanks de spanning tussen het streven van jongeren naar zelfstandigheid enerzijds en de verbondenheid anderzijds zijn jongeren altijd heel loyaal aan hun ouders, stelt Vermeulen. Je wilt liefde en waardering. Vinden mijn ouders mij nog wel leuk? Herkennen jullie dat? Ja, zegt een 13-jarige jongen. Ik wil graag in het leger, maar mijn pa en ma zien dat niet zitten. Vermeulen: En hoe sta jij daar dan tegenover? De jongen: Nou, ik wil gewoon doen waar ik goed in ben. En als je boven de 18 bent, mag je zelf weten wat je wilt. Vermeulen: Ik heb het gevoel dat je het toch fijn vindt als pa en ma achter je keuze staan. De jongen: Een beetje wel.

Belangrijk is, doceert Vermeulen, dat je weet dat je ouders onvoorwaardelijk van je houden. Daarmee geven ze jullie vleugels.

Jongeren en hun ouders moeten elkaar ontmoeten. Daarvoor is communicatie nodig. En zowel ouders als jongeren vinden het lastig om met elkaar te communiceren. Luisteren is daarom heel belangrijk. Luister als een oen: open, eerlijk en nieuwsgierig.

Wie de regels voor een open communicatie al heeft toegepast? Bastine (15): Ik heb mijn moeder geholpen met de vaatwasser inruimen. Zij bedankte me ervoor, onder andere via sms. Haar zus Miranda (12): Ma heeft mij geholpen met boeken kaften. Ik heb haar daarvoor bedankt. De cursusleidster prijst de communicatie en geeft een aantal tips (zie kader).

Na de pauze gaan de ouders met hun kinderen uiteen in groepen. Het kaartspel Klik komt op tafel. Dat moet een open gesprek tussen ouders en hun pubers stimuleren. De gesprekspartners bepalen aan de hand van kaarten over welke van de 63 onderwerpen ze willen praten. Je merkt vanzelf of er een klik ontstaat, instrueert Vermeulen.

Aan tafel zitten Bastine en Miranda met hun ouders en Jantine (14) met haar moeder. Miranda is als jongste het eerst aan de beurt. Zij legt de kaart zakgeld op tafel en opent de ronde. Ja kijk, ik krijg 5 euro per week. Dat is wel voldoende, maar meer is altijd leuk. Dus je vindt dat je niet genoeg krijgt, reageert haar vader. Wat zou je dan meer willen kopen als je bijvoorbeeld 7 euro kreeg? vraagt haar moeder. Miranda: Ik heb nu een leerlingendwarsfluit en zou wel wat meer willen sparen voor een zilveren dwarsfluit. Maar die is heel duur.

Ontnuchtering volgt als Jantine haar mond opendoet. Ik krijg 5 euro per mnd. Haar moeder: Ik zeg altijd: Er is werk genoeg in huis. Daar kunnen ze geld voor krijgen, bijvoorbeeld voor strijken.

Een volgend onderwerp is onderhandelen. Jantine legt als enige gedurende het hele spel haar enige vetokaart neer: zij wil er niet over praten. Bastines en Miranda's vader: Ik vind dit een boeiend onderwerp. We onderhandelen bijvoorbeeld over de vraag hoe laat Bastine mag thuiskomen, of wat ze moeten doen als het zakgeld op is maar een klusje van hen is blijven liggen. Ik vind het leuk, maar ook moeilijk om een bepaalde lijn te trekken. Zijn vrouw: Ik ben eerder geneigd toe te geven. Beide dochters: Ja, papa is strenger.

Jantines moeder weet uit ervaring wat onderhandelen betekent: Dat is dagelijkse kost voor mij, maar meestal houd ik de boot af. We hebben tien kinderen. Als je al met de oudste van 20 opschuift, waar blijf je dan met de jongste van 2? Jantines ogen glimmen, maar ze zwijgt.

En zo komen de onderwerpen hobby en kamer opruimen aan bod. De cursusavond blijkt te kort om alle zes de cursisten rond de tafel aan het woord te laten. Vermeulen sluit de avond af. Jongeren, nu hebben jullie ouders nog een cadeau voor jullie. Ze mogen dat nu geven, straks in de auto of thuis. Ah, zeker een brief, zegt Jantine. En die krijgt ze.

www.sgj.nl

Tips voor goede communicatie

Kies een goed moment om moeilijke vragen te stellen.

Stel een vraag zonder in de aanval te gaan.

Besef dat conflicten en boosheid erbij horen.

Zorg daarbij dat je niet respectloos wordt.

Stel vragen als: Dus je bedoelt dat?

Ref.Dagblad 30-08-11
Auteur: Reporter Creer datum: 15-10-2011 21:59:13

Geef geloofsopvoeding centrale plaats in kerk en christelijk gezin

Jongeren.
Geloofsopvoeding is cruciaal om jongeren bij de kerk te houden, schrijft Nico van Kooten in een reactie op de serie over kerkverlating. Ook wordt vaak vergeten welke belangrijke rol een bekeringservaring kan spelen.

In de serie artikelen in deze krant over kerkverlating door jongeren worden gedegen analyses gegeven. Enkele belangrijke aspecten zijn nog nauwelijks genoemd, want er zijn veel vragen, maar weinig antwoorden.

Cruciaal is de geloofsopvoeding door ouders, en dat geldt voor alle kerkgenootschappen. Daar moet al vroeg mee begonnen worden. Het is belangrijk dat voorganger en kerkenraad dit ondersteunen. Een klein kind gelooft als een kind. Vanaf het zevende jaar gaat het geloof groeien, terwijl er in het twaalfde of dertiende jaar een moeilijke periode komt vanwege de groei naar een meer volwassen geloofsleven. Dat kan ook kinderlijk zijn, maar niet wat het verstand betreft (1 Kor. 13:11). Jongeren gaan nadenken over God, Jezus, de Bijbel en de kerk, maar ventileren hun kritiek meestal niet. Juist dan moet de christelijke gemeente een goed beleid voeren en samen met de ouders met de jongeren bezig zijn op geloofsgebied. Laat ze niet in de steek, ook al is er enige afweer. Een voortdurend gebed ook bij de voorbeden tijdens de kerkdienst mag niet vergeten worden.

Angst

Jongeren zijn kwetsbaar in hun geloof en het lijkt soms wel of ze tussen de vingers door glippen. Geruisloos verdwijnen ze. Het moeilijke is dat er ook jongeren afhaken die in een gelovig gezin zijn opgegroeid en waar zo op het oog niets is misgegaan. Hoe dat kan? Daar is geen antwoord op te geven. Is het toch het karakter van een kind dat mede bepaalt of het gelovig blijft, of niet? Of komt het door het ontbreken van angst? Vroeger was er in de denkwereld van een kind dat met z'n gelovige ouders trouw de kerkdiensten bezocht, altijd een portie 'angst' aanwezig. Je was bang, een beetje voor God, maar ook bang omdat je het geloof niet kwijt durfde te raken. Vanwege het oordeel, de straf, de eeuwigheid. Is dat soort geloof nu verdwenen?

Eens gaan toch de meeste jongeren het huis uit, studeren, op kamers wonen en trouwen. De wereld trekt, en als de omgeving geloofsvijandig is, wil je liever niet als zonderling gezien worden. Zo kan de twijfel groeien en het geloof verminderen en verdwijnen. Vergeet niet de macht van de boze! Wij dus ook jongeren hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten (Ef. 6:12). Voorgangers en gemeenteleden hebben maar al te vaak weinig besef van de zuigkracht van de afgoden van deze tijd. En als dat besef er wel is, dan is het nog problematisch hoe je daar iets tegen kunt doen. De tv wegdoen? Dan zijn er nog de computer en de mobiele apparaatjes. Zijn onze jongeren gesterkt in het geloof en weerbaar gemaakt tegen de verleidingen van deze wereld?

Heilige Geest

Er is nog een ander aspect, namelijk het werk van de Heilige Geest. De kerk wordt wel de werkplaats van Gods Geest genoemd. Het Hoofd van de gemeente, Jezus Christus, werkt door de Heilige Geest, k in de harten van jonge mensen. Gelovigen (dus ook jongeren) mogen we een moment van bekering in hun leven toewensen. Een onverwacht voorval dat je zeer aangrijpt. Je voelt je aangeraakt. Een werking van Gods Geest waardoor je een intense vreugde ervaart, zodat je daarna kunt zeggen: Ja, ik weet het, God bestaat. Hij is er!

Dat kan ook een langdurig proces zijn waarin het reeds aanwezig geloof groeit en rijpt door Bijbelstudie en gebed. Dan is alle twijfel aan het bestaan van God verdwenen en wordt het een vreugde om de Heere te mogen dienen. Zo kan een rotsvast geloof ontstaan en trouw aan de kerk.

Promotieonderwerp

We moeten goed beseffen hoe vaak dit voorkomt. Vraag er maar eens naar om je heen bij mensen uit de gemeente. Dit is een mooi onderwerp voor een jonge theoloog om daarop te promoveren. Let er eens op in christelijke lectuur, want velen schrijven over een dergelijk voorval, dat moment van ontroering en bekering waardoor je leven verandert. Prachtig is dat! De schrijver van dit artikel heeft het ook mogen ervaren. We weten niet half hoe rijk we zijn.

Maar boven alles uit is daar de toekomst van de kerk van Christus. We zijn bezorgd, want uiteindelijk kunnen wij de jeugd niet bij de kerk houden. Maar dat is het werk van God en dat bewerkt Hij ook Goddank door zijn Heilige Geest.

De auteur is ouderling in de hervormde gemeente te Maarssen. Hij verdiepte zich in het onderwerp Hoe houden we jongeren bij de kerk?

Ref.Dagblad 15-10-11
Auteur: Reporter Creer datum: 19-01-2012 21:02:23
Bij pesten doet reactie van ouder ertoe voor het kind

Ouders van kinderen die gepest worden kunnen met hun reactie invloed uitoefenen op wat er op school gebeurt met hun kind, betoogt dr. Marille Bonnet.

Stel, je kind wordt gepest op school. Wat doe je dan als ouder? Je kunt natuurlijk naar de school stappen en vragen om extra oplettendheid. Je kunt ook op de ouders van de dader afstappen en laten weten dat jij hier niet van bent gediend. In beide gevallen neem je als ouders de verantwoordelijkheid over van het kind.

Het is ook mogelijk om als ouders met je kind in gesprek te gaan: de details doornemen, medeleven betuigen en adviseren wat je kind het beste kan doen. Dit is mogelijk veel verstandiger, omdat je als ouder kunt wijzen op consequenties van gedrag voor het kind zelf en eventueel voor andere kinderen. Het kind krijgt instructies, uitleg en de kans om zelf iets ten uitvoer te leggen.

Wat adviseren ouders dan precies? Om die vraag te beantwoorden, legde ik ouders een aantal scenario's voor. Zij moesten zich voorstellen dat hun kleuter (4 of 5 jaar oud) fysiek, verbaal of via negeren of roddelen gepest werd. Vervolgens vroegen we hun wat ze dan zouden adviseren aan hun kind. We categoriseerden die als antwoorden die de autonomie van het kind ondersteunden of niet.

Vervolgens volgden we die kinderen bijna een volledig studiejaar. Wat bleek? Gepest worden was behoorlijk stabiel, maar kinderen die van hun vader of moeder veel adviezen kregen die hun autonomie ondersteunden, werden kort daarop volgens de leerkracht minder vaak gepest. Voor alle duidelijkheid, die leerkracht was niet op de hoogte van de suggesties van de ouders aan hun kind.


Je kunt ouders scenario's voorleggen, maar je kunt ook hun gedrag observeren. Dat deed ik door kinderfeestjes te organiseren met meerdere kinderen. Elke ouder moest tijdens die kinderfeestjes een aantal spellen spelen met zijn of haar kind. Het gedrag van de ouder werd geobserveerd en beoordeeld op schalen voor autoritair sturend gedrag versus open en ondersteunend gedrag. Ouders die hoog scoorden op dat ondersteunende gedrag waren degenen van wie de kinderen in de loop van het jaar minder vaak werden gepest, zo constateerde de leerkracht.

Overigens waren de effecten klein. Een mogelijke oorzaak hiervan is de nog relatief ongedifferentieerde aard van de agressie van peuters. Pas later gaan zij hun agressie gerichter inzetten om dominantie in de groep te bewerkstelligen. Vanaf dat moment kiezen daders hun slachtoffers weloverwogen uit.

Ouders bleken de situatie voor hun kind niet erger te kunnen maken door bescherming en directe bemoeienis. Dit kan een geruststellende gedachte zijn voor ouders die met deze kwestie te maken hebben.

En ding lijkt zeker. Je kunt als ouder wel degelijk invloed uitoefenen op wat er op school gebeurt met je kind. Dat doe je door je kind in de gaten te houden, goed naar hem of haar te luisteren en samen passende oplossingen te bedenken voor het leven van alledag.

De auteur promoveerde woensdag aan de Vrije Universiteit op een onderzoek naar het pesten van kinderen

Ref.Dagblad 19-01-12
Auteur: Reporter Creer datum: 3-05-2012 16:31:13
Jongeren, denk aan je moeder en praat eens met haar

Jongeren en ouderen hebben moeite om elkaar te begrijpen, schrijven twee moeders in een open brief aan jongeren. Een open gesprek en wederzijds begrip zouden veel kunnen verhelpen.

Beste jongelui,

Er wordt tegenwoordig veel over jullie geschreven en gesproken. We weten dat het moeilijk is voor jullie in deze tijd. Misschien ervaren jullie dat niet zo. Jullie hebben het goed en de wereld lacht jullie immers toe. Toch zijn wij als moeders bezorgd. Oprecht bezorgd.

De duivel probeert vooral jullie in zijn macht te krijgen. En wij proberen jullie van hem vandaan te houden. Uit liefde. We hebben jullie onder ons hart gedragen. Al voordat je op de wereld kwam hebben we voor jullie gebeden. Daarna hebben we jullie ten doop gedragen. Beloofd dat we jullie zouden opvoeden zoals de Heere dat van ons vraagt.

Er is bijna geen tijd om gezellig met jullie te praten. Komt dat ook niet door die oordoppen? Wat voor muziek komt daar trouwens uit? We willen graag eens gezellig met elkaar eten en dat de mobiel dan uitgaat. Maar helaas, er zitten dan zo veel anderen op en die willen jullie ook niet missen. Je wordt naar twee kanten getrokken.

Tradities

Het is voor ons niet altijd gemakkelijk om ons te verdiepen in jullie leefwereld. Toch, als er met liefde met elkaar gesproken wordt, zullen jullie dat vast uitleggen aan je moeder. Ze zal vast wel luisteren maar begrijpen is soms moeilijk. Dat geeft niet, want weet zeker: een moeder houdt onvoorwaardelijk van haar kind.

Weet je wat soms zo moeilijk is voor ons? Dat jullie zo gemakkelijk normen en tradities opzij zetten aan de hand waarvan wij jullie hebben opgevoed. Voor ons geven die normen en tradities vastigheid en het is moeilijk om die ter discussie te stellen. Het lijkt dan alsof ons huis en onze opvoeding op instorten staat. Dat hoeft niet, want God regeert. Daar kan een moeder zich gelukkig aan vastklampen. Maar hebben jullie dat wel in de gaten?

We willen jullie zeker niet overal de schuld van geven. Ook moeders maken fouten. Wij moeders geven soms te veel om de gevestigde orde en wat andere mensen ervan zullen denken. Dan hebben de jongelui weer gelijk. Welke gevestigde orde? Hoezo sociaal wenselijk? Kijk naar de binnenkant van je kind! Zie je dan niet een kwetsbaar mensenkind dat er mag zijn en dat het moeilijk heeft om zijn eigen identiteit te vinden? Laat de buitenwacht en de binnenpraters maar kletsen, onze kinderen hebben ons nodig. En wie anders houdt van hen dan hun eigen moeder?

Levenswijsheid

Jullie hebben gelukkig veel levensvreugde en energie. Het lijkt daardoor soms wel of je de hele wereld in je hand hebt vanwege het internet heb je dat ook bijna. Maar moeders hebben al bij de geboorte ervaren dat het heel snel mis kan gaan en dat we nietige mensen zijn. Je moeder heeft door het leven al veel geleerd. Levenswijsheid noem je dat. Ze zou daar op haar gemak wel eens wat over willen vertellen.

Het is fijn voor een moeder als er een open gesprek kan zijn. Moeders denken meer over jullie opvattingen na dan je soms denkt. Ze kan je niet altijd gelijk een goed antwoord geven. Maar vraag er dan een paar dagen later nog eens naar, tijdens het werk denkt ze veel na. Probeer niet meteen je mening neer te leggen zonder tegenspraak te dulden, maar discussieer gerust.

We zouden tegen jullie willen zeggen: Zoek de Heere. We vinden het erg als jullie zo weinig tijd hebben voor Hem. Bidden jullie 's ochtends en 's avonds? Of is je eerste en je laatste blik op het vierkante schermpje? Lees je in je Bijbeltje? Misschien vind je de kerk helemaal niks, dat is een instelling met mensen, die kunnen ook fouten maken. Maar vergeet hun God niet. Praat met mensen die veel over de Heere kunnen vertellen. Gelukkig zijn ze er nog. Misschien heb je veel zorgen. Kun je er niet van slapen? Tel dan geen schapen, maar praat met de Herder.

Speciaal plekje

Aan de dominees en ambtsdragers willen we vragen om voor ons en onze kinderen te bidden. Er worden veel cursussen gegeven en avonden belegd om met de jeugd om te gaan. Vaak is dat door mensen die geen ervaring hebben. Daar hebben wij niet zo veel aan. Organiseer leuke dingen voor de jeugd. Ga in contact met ouders en luister. Sta niet boven de jeugd maar loop ernaast. We hopen dat we met elkaar een brug mogen vormen naar de toekomst.

Jongelui, de Heere Jezus had toen Hij aan het kruis hing nog oog voor Zijn moeder. Zij had een speciaal plekje in Zijn hart. Wij weten zeker dat jouw moeder dat ook bij jou heeft. Laat dat plekje eens aan haar zien, dan stroomt er weer liefde.

Naam en adres van de auteurs zijn bij de redactie bekend

Ref.Dagblad 02-05-12
Auteur: Reporter Creer datum: 27-07-2012 15:07:44
Brussel gaat lastigvallen vrouwen straffen

BRUSSEL (ANP) Brussel gaat het lastigvallen van vrouwen op straat straffen. Vanaf 1 september kunnen seksistische mannen worden beboet met een zogenoemde gemeentelijke administratieve sanctie van maximaal 250 euro.


Dat meldden Vlaamse media vrijdag. Ook al kunnen we niet alle gefrustreerden beboeten, het is in ieder geval een sterk signaal dat wij dergelijk gedrag niet aanvaarden, aldus een Brusselse wethouder.

Hij sprak na de premire van een documentaire over het probleem in Brussel. Vooral allochtone mannen blijken vrouwen die alleen over straat lopen, te beledigen, uit te schelden of lastig te vallen.

Ref.Dagblad 27-07-12
Auteur: Reporter Creer datum: 9-08-2012 13:26:21
Meer gedragsproblemen bij vaak tv-kijkende peuter

ROTTERDAM Kinderen die tussen hun tweede en derde levensjaar dagelijks meer dan een uur tv kijken, ontwikkelen vaker gedragsproblemen dan kinderen die gematigd of geen televisie kijken.

Dat blijkt uit onderzoek door het Erasmus MC waarvan de resultaten woensdag zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine.

Bij kinderen die reeds gedragsproblemen vertonen wanneer zij overmatig televisie gaan kijken, wordt het risico daarnaast groter dat de gedragsproblemen aanhouden. Het afwijkend gedrag komt tot uiting in agressie, overactiviteit, concentratieproblemen en ongehoorzaamheid.

Onderzoekster Marina Verlinden van de afdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van Erasmus MC-Sophia: Het was al bekend dat overmatige blootstelling aan televisie gedragsproblemen veroorzaakt bij kinderen van schoolgaande leeftijd, maar dit was nog niet onderzocht op de peuterleeftijd. Wij hebben aangetoond dat aanhoudend hoge blootstelling aan televisie al op jonge leeftijd leidt tot het ontstaan van gedragsproblemen.

Nog belangrijker is volgens Verlinden dat voor het eerst is aangetoond dat veel televisie kijken er toe kan leiden dat al bestaande gedragsproblemen aanhouden. Daarom moeten ouders al op peuterleeftijd voorkomen dat hun kinderen overmatig televisie kijken.

De studie vormt een onderdeel van het grootschalige bevolkingsonderzoek Generation R. Dit bevolkingsonderzoek volgt de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 Rotterdamse kinderen vanaf de vroege zwangerschap tot de jonge volwassenheid.

Het onderzoek Generation R wordt uitgevoerd door het Erasmus MC, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de GGD Rotterdam Rijnmond.

Ref.Dagblad 09-08-12
Auteur: Reporter Creer datum: 10-12-2012 20:47:58
Opinie Opvoeding gaat om de ziel van het kind

B. J. Spruyt

Opvoeding gaat om de ziel van het kind. Opvoeders staan kinderen bij om hun begeerten niet te gehoorzamen door hun trouw, zelfbeheersing, gematigdheid, rechtschapenheid te leren.

De lerares en dichteres Ida Gerhardt heeft een aangrijpend gedicht geschreven over de relatie vader-zoon. Het gedicht beschrijft een scne in een hoefsmederij. De vader, de smid, is een vakman, een man met gezag. Hij overreedt zijn paarden met zijn stem. In de smidse is ook zijn negenjarige zoon aanwezig, een jongen met roofvogelogen, graatmager van haat en van hunkering. Hij wil niets liever dan tot de wereld van zijn vader doordringen en van hem leren. Als zijn vader bij zijn werk om een vijl verlegen zit, snelt hij toe en schuift de vijl over de grond naar zijn vader. Maar daar is de vader niet van gediend. Hij vervloekt zijn zoon en schopt hem zo hard dat het kind schreeuwend tegen de grond slaat. De dichteres heeft alles gezien. Ze besluit haar gedicht met de regel: O God en ik kon hem niet helpen.

Aan de ene kant is er dus de vader, de ambachtsman. Maar hij is ontoegankelijk. Hij heeft wel een vak maar weet dat niet over te dragen. Hij heeft geen verhaal en, vooral, geen liefde.

Aan de andere kant de hunkerende zoon die wordt afgewezen en in woede en opstand achterblijft graatmager van haat en van hunkering.

Achter de schildering van dit aangrijpende incident gaat een bepaalde psychologie schuil, de klassieke. Volgens Plato kunnen we de mens vergelijken met een marionet. Er wordt aan twee kanten aan de mens getrokken. Er zijn de sterke touwen van onze begeerten en passies, donkere, verwoestende krachten. Maar er zijn ook de dunne, kwetsbare draden van goud. Dat is de wet in ons hart, onze ziel, ons geweten. Dat is het grote gemis, de hunkering, in het hart van ieder mens. Joy noemde C. S. Lewis dat verlangen een verlangen dat zich op tal van zaken richt, en altijd onvervuld blijft, omdat uiteindelijk alleen God de leegte kan vullen.

Opvoeding gaat om de ziel van het kind. Opvoeders staan kinderen bij om de dikke touwen van hun begeerten niet te gehoorzamen door hun trouw, zelfbeheersing, gematigdheid, rechtschapenheid te leren. En ze zijn er vooral om ervoor te zorgen dat de gouden draden sterker worden en niet breken. Dat is dus precies wat er misgaat in de relatie tussen de vader en de negenjarige jongen in het gedicht van Ida Gerhardt.

Die psychologie vormt weer de basis van een bepaalde visie op de samenleving. Wil een samenleving goed functioneren, dan moeten bepaalde tradities in ere worden gehouden. Die opvatting is prachtig verbeeld in de vlucht van Aenes uit Troje, met zijn vader op zijn rug en zijn zoontje aan zijn hand. Mensen moeten God eren, hun ouders, de wetten. Ze dienen vrijheid niet te beschouwen als het recht om altijd en overal te doen en te zeggen wat je wilt, maar als het recht om te doen wat je behoort te doen.

En gelijkheid dient te bestaan in gelijkheid voor de wet, niet in de afschaffing van alle hirarchie, zeker niet in de relatie tussen ouders en kinderen, tussen leraren en leerlingen. Ouders en leraren schaffen die hirarchie zelf af op het moment dat ze geen verhaal meer te vertellen hebben. Hun rest niets anders dan de ijdele poging om bij hun kinderen en leerlingen populair te worden door net zo te worden als zij, in kleding en muziekkeus en taalgebruik en belangstelling. Zulke ouders en leraren zijn verweesd. Ze hebben zich geen enkele erfenis eigen gemaakt en dus ook niets door te geven. Ze zijn kinderen gebleven.

Vorige week heeft Richard Toes, rector van de Guido de Brs in Rotterdam (waaraan ik zelf ook verbonden ben), een boek over de teloorgang van het gezag gepresenteerd. Zijn analyse is in essentie de klassieke: de ouders, leraren en predikanten van nu zijn kinderen van de antiautoritaire babyboomgeneratie (geboren tussen 1944-1955), van de generatie nix (1956-1970) of de pragmatische generatie (1971-1985). Zij zijn daar in meerdere of mindere mate door aangetast, hebben weinig meegekregen, hebben vooral geleerd een beetje te genieten, zonder al te veel verantwoordelijkheidsgevoel.

De remedie is daarmee gegeven. Deze generaties moeten zich bekeren en hun gezag herstellen door zich een verhaal eigen te maken. Gezag immers schuilt niet in autoritair of zwaarwichtig gedoe, maar in een persoon die op een overtuigende manier een goed verhaal kan overbrengen. In blijmoedige zelfverloochening, en in liefde tot die kinderen vol haat en hunkering. Hoe dat eruitziet is nooit beter verwoord dan door opnieuw Ida Gerhardt (Code d'honneur):


Bezie de kinderen niet te klein:

Zij moeten veel verdragen

eenzaamheid, angsten, groeiens pijn

en, onverhoeds, de slagen.


Bezie de kinderen niet te klein:

Hun eerlijkheid blijft vragen,

of gij niet haast uzelf durft zijn.

Dn kunt ge 't met hen wagen.



Laat uw comedie op de gang

zij weten 't immers tch al lang!

Ken in uzelf het kwade.


Heb eerbied voor wat leeft en groeit,

zorg dat ge het niet smet of knoeit.

Dan schenk' u God genade

Ref.Dagblad 1-12-12
Auteur: Reporter Creer datum: 4-01-2013 23:12:41
Staphorst houdt themaweek over pesten

STAPHORST De gemeente Staphorst wil komend halfjaar een themaweek houden die in het teken staat van pesten. Daarbij gaat het vooral om respect voor elkaar.

Dat maakte burgemeester J. D. Alssema deze week bekend in zijn nieuwjaarstoespraak. De bedoeling is om dit gemeentebreed op de kaart te zetten.

Aanleiding is de tragische dood van Fleur Bloemen uit Staphorst, die vorige maand zelfmoord pleegde door voor de trein te springen. Pesten was naar alle waarschijnlijkheid de reden voor haar zelfmoord. We gaan het komende halfjaar aandacht besteden aan pesten en het omgaan met sociale media. Op welke wijze dat precies gebeurt, wordt nader uitgewerkt. Daarover gaan we nog in overleg met medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin, jongerenwerk en
preventieteam, aldus Alssema.

Met de themaweek wil de gemeente jongeren bewust maken van de gevolgen van pesten en ze tegelijk weerbaarder te maken.

Ref.Dagblad 04-01-13
Auteur: Reporter Creer datum: 8-07-2013 21:40:45
Christelijk opvoeden in de stad

A. de Heer


Eenendertig Amsterdamse ouders interviewde ze, allen met kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Hoe proberen zij het christelijk geloof over te dragen? Wat lezen zij voor, zingen ze? Bidden ouders samen met hun kinderen, al dan niet hardop? Naar welke school sturen zij hen straks? Het onderzoek van Danielle van de Koot-Dees resulteerde in een belangwekkend proefschrift, onder de titel Prille geloofsopvoeding.
Talloos veel is er al over de christelijke opvoeding geschreven, in tijdschriften, boeken, in wetenschappelijke bladen. Maar hoe krijgt die nu vorm? Hoe geven ouders daar in de praktijk invulling aan?

Wat er thuis gebeurt, weten we eigenlijk gewoon niet, zegt Van de Koot (31) in een van de gespreksruimten in het gebouw van de Christelijke Hogeschool Ede. Haar studie, waarop ze eind vorige maand promoveerde aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen, wil dan ook in een leemte voorzien.

Eenendertig ouders achttien gezinnen bezocht de promovenda, die inmiddels als docent-onderzoeker is verbonden aan het lectoraat jeugd & gezin in Ede. Allemaal zijn, of waren, ze woonachtig in Amsterdam waar zijzelf na haar studie eveneens is blijven hangen. Mijn man werkt in Amsterdam, en ondertussen hebben we twee kinderen. We zien geen reden om uit de stad te vertrekken.

De Van de Koots, aangesloten bij de christelijke gereformeerde Amstelgemeente, passen daarmee in een trend die ze in haar dissertatie ook signaleert: dat meer en meer christelijke jongeren, gezinnen, er bewust voor kiezen in de stad te blijven wonen of daar naartoe te verhuizen en zeker niet alleen naar de luxere wijken. Daalde bijvoorbeeld het ledental van de Protestantse Kerk Amsterdam (PKA) lange tijd met zo'n 5 procent per jaar; sinds 2006 stabiliseert dit. En jonge mensen trekken jonge mensen aan. Wat niet wegneemt dat Amsterdammers die een protestantse gemeente bezoeken nog steeds maar een zeer kleine minderheid van de bevolking vormen.

De ouders die Van de Koot interviewde waren allen, min of meer, betrokken bij een van de wijkgemeenten van de PKA. In haar proefschrift karakteriseert de onderzoekster hen achtereenvolgens als reformatorisch, open-confessioneel, reformatorisch-evangelisch, liberaal (diaconaal) en liberaal (esthetisch).

Iets meer dan dertig ouders het lijken er niet al te veel. Maar, zegt Van de Koot, als je kijkt naar het aantal mensen dat in Amsterdam een protestantse gemeente bezoekt en jonge kinderen heeft ik heb het nu even niet over de migrantenkerken, dan valt dat nog wel mee. Volgens de PKA zelf telt ze 20.000 leden, verdeeld over twintig wijkkerken. Maar lang niet al die 20.000 leden bezoeken op zondag ook de diensten. Een fractie.

U sprak ouders met een of meer kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Een beslissende leeftijdsfase?

Of het een beslissende fase is, is moeilijk te zeggen. Wel is het een fase waarin ouders veel beslissingen moeten nemen, zo bleek wel uit de gesprekken. Sommige ouders willen verdergaan in het spoor waarin ze zelf zijn opgevoed. Maar ouders van wie een van beiden bijvoorbeeld geen christelijke opvoeding heeft genoten, komen voor vragen te staan als: Gaan we straks naar de kerk? Laten we ons kind dopen? En dan? Gaan we straks hardop bidden? En omdat de schoolkeuze in Amsterdam al vroeg genomen moet worden: waar laten we hem of haar naar school gaan?

Wat je in elk geval met vrij grote zekerheid kunt zeggen, is dat als ouders niet met hun kinderen bidden als zij vijf jaar zijn, ze dit waarschijnlijk ook later niet meer gaan doen. Dat bleek uit onderzoek van Trees Andree in de jaren tachtig. In die zin ervaren ouders deze leeftijdsfase vaak wel als een momentum.

Een kwalitatief onderzoek naar de rol van geloven in jonge protestants-christelijke gezinnen in Amsterdam luidt de ondertitel van Van de Koots proefschrift (uitg. Boekencentrum Academic). Het leek me heel interessant om erachter te komen hoe geloofsopvoeding in de seculiere setting van een stad plaatsvindt. De trits gezin-school-kerk is er bepaald niet vanzelfsprekend. Ouders worden meer op zichzelf teruggeworpen. Toch zie je juist dat bijvoorbeeld de kerk dan belangrijker wordt.

Amsterdamse ouders kiezen nogal eens voor een sandwichmodel, constateert u, in plaats van voor de trits.

Klopt. Het blijkt bijvoorbeeld dat als zij om allerlei redenen niet voor een christelijke school kiezen vanuit de volkskerkgedachte, de afstand, of de christelijke school van een andere signatuur is dan zijzelf zijn, de kerkelijke gemeente, de geloofsgemnschap, voor hen belangrijker wordt. Of dat zij nog sterker inzetten op de geloofsopvoeding thuis. Van de zondag echt een soort feestdag gaan maken zoals Joden dat met de sabbat kunnen doen, met een sabbatsmaaltijd en zo.

Maar ook netwerken zijn heel belangrijk. Nogal wat ouders die ik sprak bezochten regelmatig bijeenkomsten of conferenties als New Wine, of van de Charismatische Werkgemeenschap Nederland. Mensen creren, zeg maar, een speelveld voor het geloof in huis en buitenshuis.
Het begrip geloofsopvoeding stuit in met name reformatorische kring nog weleens op weerstand, stelt u vast. Duidelijk bleek dit bijvoorbeeld rond de verschijning van de studie Bij-tijds leren geloven van drs. L. van Driel en drs. I. A. Kole in 1987.

Van de Koot, zelf opgegroeid in een pinkstergemeente: Die studie ken ik niet, moet ik zeggen. Maar dat de term geloofsopvoeding her en der kritiek oproept, weet ik, ja. Het is de Heilige Geest Die het geloof werkt, het is een gave en dat s het ook. Ik bedoel met het woord meer: opvoeding vanuit het geloof, door gelovige ouders. Want hoe je het ook wendt of keert, ouders spelen hier wel een rol in. En wat uit allerlei onderzoeken nog steeds blijkt: ouders hebben verreweg de meeste invloed op de religieuze identiteit van hun kinderen.

Ook voor nogal wat pedagogen is de term geloofsopvoeding verdacht. Het riekt al snel naar indoctrinatie.

De laatste jaren zie je daar, onder invloed van de secularisatie, toch wat in veranderen. Een begrip als religieuze ongeletterdheid komt meer en meer in zwang, in elk geval in de godsdienstpedagogiek, mijn vakgebied. En wat het woord indoctrinatie op zich betreft: ik denk weleens dat christelijke ouders zich dat etiket soms te gemakkelijk hebben laten opplakken. Indoctrinatie, dat is hersenspoelen, dwang, de kritische vermogens doelbewust onderdrukken. Natuurlijk zal dat her en der voorkomen. Maar onder de Amsterdamse ouders die ik heb gesproken, is daar geen sprake van. Het begrip wordt nogal eens snel en ondoordacht gehanteerd.

U kwam in een heel aantal gezinnen, sprak uitvoerig met hen. Wat trof u het meest?

Hun openheid. Niemand die ik vroeg, heeft me geweigerd, ondanks dat het vaak om tweeverdieners ging, met een druk bestaan. Dat ze me zo uitvoerig te woord wilden staan, over dingen die toch best persoonlijk zijn, heb ik als heel mooi ervaren.

Soms merkte je dat er tijdens het interview discussie ontstond tussen de vader en de moeder. Margriet en Hugo bijvoorbeeld, zoals ik ze in mijn boek heb genoemd. Margriet wil hun zoontje hardop leren bidden. Maar Hugo wil daarin niet voorgaan, hij vindt dat niet zo bij zichzelf passen. Maar wat bid je dan precies als je stil bidt? wil Margriet vervolgens weten. Hugo vertelt dan dat hij erbij stilstaat dat anderen geen eten hebben.

Wat me ook opviel, was hoe vaak mensen nog samen zingen, of cd's opzetten met christelijke liedjes, van Elly en Rikkert of zo. Vaak kennen ze die nog van vroeger, en willen ze die hun kinderen meegeven.

Ook het Ik ga slapen, ik ben moe klinkt in Amsterdam nog zij het dat sommige regels daarin weleens worden gewijzigd...

Een ouder gaf inderdaad aan dat ze de regel Schoon mijn zonden vele zijn hadden veranderd, want: bij zo'n klein mannetje, een jaar oud, kon je je dat toch niet voorstellen. Al vertelden ze dat ze het wel herkend hadden toen de dominee had gezegd dat je ook bij kleine kinderen al kattekwaad aantreft.

Uw onderzoek richtte zich op protestants-christelijke gezinnen in Amsterdam. Wat kunnen protestants-christelijke ouders op de Veluwe, de biblebelt, ermee?

Ik heb dat natuurlijk niet onderzocht, maar ik zou me kunnen voorstellen dat zij zich de vraag eens stellen in hoeverre de trits gezin-school-kerk bij hen functioneert. Misschien wordt er op de biblebelt wel eens te gemakkelijk gedacht dat het allemaal wel vanzelf gaat: er is een christelijke school, een grote kerkelijke gemeente, dus...
U droeg uw proefschrift op aan uw moeder, n aan de bekende pedagoog prof. dr. W. ter Horst. Wat hebt u met hem?

Ik heb heel veel aan hem gehad. Ondanks dat hij inmiddels 83 is, heeft hij steeds met mijn onderzoek meegeleefd. Regelmatig kreeg ik wel een mailtje.

Ter Horst heeft prachtige boeken geschreven. Daarin zegt hij bijvoorbeeld dat de kern van de opvoeding is het inwijden in de geheimen van het bestaan. Alleen zo'n zin al zo diep. Maar ook het verzorgen en beschermen van het kind ziet hij als belangrijke taken van ouders. Ter Horst is heel evenwichtig.



--------------------------------------------------------------------------------


Zo jammer mam, ze wilde niet
In toenemende mate kiezen christelijke jongeren, gezinnen, ervoor in de grote steden te gaan of blijven wonen. Uit de studie Prille geloofsopvoeding van dr. Danielle van de Koot-Dees blijkt dat zij hun idealen als het gaat om het een lichtend licht zijn weleens wat moeten bijstellen. Eerlijk vertellen bijvoorbeeld Charlotte en Sjoerd (de promovenda citeert hen letterlijk):

Met een bepaalde visie zijn we hier in de wijk gaan wonen. Blijven wonen, laat ik het zo zeggen. We hadden ook al zat kunnen verhuizen natuurlijk. We hadden zoiets: We wonen in deze wijk, dus doen we onze kinderen ook in deze wijk op school. Dus Annelotte heeft de eerste twee jaar hier op de buurtschool gezeten. Dit is echter niet goed gegaan, omdat hun kind het enige blanke kind was in de klas en gepest werd. Tot slot werd moeder zelfs door andere moeders met de dood bedreigd.

Ze vinden het jammer dat het niet gelukt is, want: Nou kijk, we vonden het aan de ene kant wel jammer, omdat, je hebt bepaalde idealen. Je wilt als christen in de wijk wonen en je niet onttrekken zeg maar aan... ja, het hele wijkgebeuren... Maar als het op deze manier gaat en het kost ook echt je, je kind lijdt eronder. Dan gaat het gewoon te ver. Dan merk je toch, dan ga je over die grens heen. En dan is het gewoon niet anders. En het heeft ons wel een stuk rust gegeven hoor.

Een belangrijk ideaal voor Charlotte en Sjoerd is om christen in de wijk te zijn. Ze bezoeken ook de kerk in de wijk: Ik heb nog een beetje dat ideaal van de volkskerk van vroeger, zeg maar. Maar ja, dat verlies je gaandeweg wel. Een religieus en pedagogisch ideaal lijken hier te botsen, al kan veiligheid ook een religieus ideaal zijn. Hun dochter gaat nu naar een uitgesproken christelijke school.

Ze kijken nog met een zekere weemoed terug op de tijd dat hun dochter in de buurt naar school ging: Ik zal ook nooit vergeten, we hadden een Marokkaans gezin naast ons, waar ze ook met het meisje speelde. En dat ze dus, toen was ze vier jaar, en dat ze bij Nadiah ging spelen en dat ze terugkwam en zei: Mama, ik heb Nadiah over de Here Jezus verteld, ik heb gezegd dat ze moet geloven in de Here Jezus, maar zo jammer mam, ze wilde niet.

Toen Annelotte nog heel klein was waren er al gesprekjes over de islam onder het eten of bij de thee. Charlotte en Sjoerd zijn gehecht aan Amsterdam. Sjoerd vertelt: We hebben ook wel zoiets van je hebt een taak, juist in Amsterdam. Je moet niet allemaal vluchten naar de Veluwe, of naar Barneveld of dat soort veilige plekken. Charlotte voegt daaraan toe dat hun hart sneller gaat klopper van de dynamiek van culturen en andersdenkenden. Enerzijds geeft de stad altijd een soort onrust, anderzijds zou een dorp hun te 'saaiig' zijn.

Charlotte zegt erover: Dat vond ik zo indrukwekkend. Dat ze gewoon, vier, vijf jaar oud, door deze setting over moslim, islam en Allah praatte en wij ook echt wat uit te leggen en gespreksstof hadden. Onder de thee, op school, of onder het eten. Dat vond ik wel heel bijzonder hoor.

In de periode dat Sjoerd en Charlotte hun dochter Naomi naar de oecumenische buurtschool stuurden, gaven ze thuis extra aandacht aan geloven, dat ze 'huisgodsdienst' noemen. Via de Bond van Landelijke Zondagsscholen (op gereformeerde grondslag) kregen ze zondagschoolboekjes met psalmen en teksten. Deze leerden ze hun dochter. Hun eigen inbreng bestond onder meer uit het zingen van christelijke liederen na het eten, dit doen ze nog steeds veel.

Ref.Dagblad 08-07-13
Auteur: Reporter Creer datum: 20-07-2013 17:21:21
Conflict met puber teken van contact

Evert Roeleveld


Conflicten met pubers zijn belangrijk in de opvoeding, stelt Evert Roeleveld. Als ze worden bijgelegd is dat een bevestiging van de wederzijdse relatie.

Het artikel van Mirjam Blom-Stout met als titel Opstandige puber voelt zich veilig (RD 2-7) doet ouders diverse tips aan de hand om weer een positief contact met hun kind te krijgen. Bij het lezen van het artikel kwam bij mij het beeld boven van ideale ouders die vol tact en wijsheid reageren op ongehoorzaamheid van hun kinderen. Ze weten altijd een harmonieuze gezinssfeer te bewaren en zijn in staat op doordachte wijze conflicten uit de weg te gaan.
Uiteraard is het prettig wanneer het gezinsleven een sfeer van harmonie en rust ademt. Toch zou een meer positieve kijk op het conflict mogelijk meer behulpzaam zijn voor ouders, vooral omdat het wat meer ontspannenheid kan geven in het omgaan met conflicten.

Een kind heeft recht op het conflict, zei pedagoog prof. L. J. A. Vriens ooit. Conflicten zijn de schuurpalen waaraan jonge mensen leren wat grenzen zijn en hoe ze zich moeten verhouden tot gezagsdragers. Door het conflict ontdekt het kind wat voor de ouder(s) wezenlijk van waarde is en dat het pijn in de relatie veroorzaakt als je de belangen van een ander schaadt.

Conflict is contact! Conflicten zijn als onweersbuien die ervoor kunnen zorgen dat de lucht daarna weer opklaart. Dat opklaren gaat niet vanzelf. Er moet weer iets goedgemaakt worden en daar ligt ook een essentile waarde van het conflict. Pubers zijn mijns inziens meer gebaat bij opvoeders die het conflict aangaan en het daarna weer goedmaken, dan bij ouders die met zorgvuldig en voorzichtig manoeuvreren conflicten vermijden of zo veel mogelijk indammen.
Deze visie kan bevrijdend zijn voor ouder en kind en kan helpen om minder gespannen met conflicten om te gaan. Conflicten zijn dan niet alleen maar lastig, maar horen ook bij de opbouw van de relatie: we mogen er samen zijn met onze mening en we komen er ook samen uit.

Een ander aspect dat in het artikel geen plaats heeft gekregen, maar zeker essentieel is in de opvoeding en omgang met pubers, zijn de gevoelens van de opvoeder. Een opvoeder mag mijns inziens oprecht boos zijn over de ongehoorzaamheid van een kind. En het is niet erg als dat met enige heftigheid gepaard gaat, zolang er maar geen wraakgevoelens en vergeldingsdrang bij komen kijken (zie ook Romeinen 12:19).

Uiteraard moet een ouder daarbij altijd kritisch naar zichzelf (laten) kijken of zijn boosheid eerlijk en proportioneel is. Het feit dat er ruimte mag zijn voor het conflict en dat de eigen emoties van de opvoeder er ook mogen zijn, kan ademruimte scheppen, zodat de puber n zijn ouders zich veilig kunnen voelen.
De auteur is onderwijskundig beleidsadviseur bij hogeschool Inholland en vader. In het verleden hield hij zich als onderzoeker bezig met vraagstukken rond vorming en opvoeding.

Ref.Dagblad 11-07-13
Auteur: Reporter Creer datum: 2-10-2013 23:18:41

Ouder, verdiep je eens in sociale media

Jacomijn Ariakhah

Ouders moeten vaker grenzen stellen aan het gebruik van sociale media van hun kroost, vindt journaliste Mayke Calis. Samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes presenteerde zij woensdag in Eindhoven het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving.

Een van de opmerkelijkste uitkomsten van hun onderzoek is dat jongeren het belangrijk vinden dat hun ouders hen digitaal volgen en controleren. Mits de ouders weten waar ze het over hebben. Calis: Jongeren willen weten wat de gevaren van sociale media zijn en hoe ze moeten 
omgaan met bijvoorbeeld scheldpartijen op Twitter. Ze willen 
een open gesprek, en in die open sfeer mogen ouders van hen ook gerust grenzen stellen aan het gebruik van sociale media.
Calis en Kisjes hebben voor hun onderzoek 500 jongeren en zo'n 100 ouders bevraagd. De twee kwamen tot de conclusie 
dat jongeren het gevaar lopen zich helemaal in sociale media te verliezen. Die keerzijde willen we graag laten zien. Ons doel is bewustwording daarvan te creren onder jongeren en ouders.

De onderzoekers zien een trend in het huidige mediagebruik van jongeren, die ze socialbesitas noemen. Dat is de continue druk van jongeren om alles te willen volgen en overal op te reageren. Het kost hen heel veel tijd, die ze dus niet kunnen gebruiken voor huiswerk en hobby's. Een zorgelijke ontwikkeling.

Is het socialbesitasprobleem groot?

Dat weten we niet precies. Wij signaleren dat deze nieuwe trend er is, maar om vast te stellen hoe groot het probleem is, moet er meer onderzoek gedaan worden.


Veel jongeren zullen hun internetgebruik niet als een probleem zien.

Er zullen jongeren zijn die er goed mee kunnen omgaan, maar veel jongeren worden juist ertoe verleid om er overmatig gebruik van te maken. Bijvoorbeeld omdat ze een onstabiele thuissituatie hebben of last hebben van een slecht zelfbeeld. Het krijgen van likes en berichtjes trekt zulke jongeren constant aan. Vrijwel iedereen is gevoelig voor dit soort kortetermijnbeloningen, maar jongeren helemaal. Ons boek wil waarschuwen voor dit obsessief gebruik van sociale media, dat verslavend kan worden.

Een boek alleen voor ouders dus?

Nee, ook voor jongeren zelf. In het boek staan oefeningen die ze kunnen doen om erachter te komen hoe ze sociale media gebruiken. Wij willen hen er bewust van maken waar ze mee bezig zijn.


Is het boek niet te belerend om aantrekkelijk te zijn voor jongeren?

De teneur in de samenleving is lange tijd geweest dat sociale media alleen maar leuk waren. Iedereen moest eraan mee doen. Nu is er ook ruimte voor het benoemen van de negatieve kanten ervan.

Jongeren kunnen zelf ook uitstekend de minpunten van sociale media benoemen. Alleen is het moeilijk voor hen om hun gedrag veranderen. We hopen dat we hen met dit boek inzicht geven in hun gebruik van sociale media. Ook geven we tips en adviezen mee die hen een stapje in de goede richting kunnen helpen.


Wat is de rol van ouders hierin?

Sociale media hebben in korte tijd een hoge vlucht genomen. Niet alle ouders gebruiken die zelf; dat maakt hen soms onzeker en passief tegenover hun kinderen. Ze denken vaak: laat hen maar, iedereen doet het, ik weet ook niet wat ik er anders mee aan moet. Toch wil ik tegen die ouders zeggen: Ga eens kijken wat sociale media zijn. En geef jongeren grenzen mee. Zorg er bijvoorbeeld voor dat ze onder het eten en bij het huiswerk maken geen toegang hebben tot sociale media. En laat die telefoon 's nachts niet in hun slaapkamer toe, want sociale media hebben een negatief effect op hun slaaprust.

www.socialbesitas.nl

Ref.Dagblad 02-10-13
Auteur: Reporter Creer datum: 2-10-2013 23:18:54

Ouder, verdiep je eens in sociale media

Jacomijn Ariakhah

Ouders moeten vaker grenzen stellen aan het gebruik van sociale media van hun kroost, vindt journaliste Mayke Calis. Samen met verslavingsdeskundige Herm Kisjes presenteerde zij woensdag in Eindhoven het boek Socialbesitas. Sociale media: van vertier tot verslaving.

Een van de opmerkelijkste uitkomsten van hun onderzoek is dat jongeren het belangrijk vinden dat hun ouders hen digitaal volgen en controleren. Mits de ouders weten waar ze het over hebben. Calis: Jongeren willen weten wat de gevaren van sociale media zijn en hoe ze moeten 
omgaan met bijvoorbeeld scheldpartijen op Twitter. Ze willen 
een open gesprek, en in die open sfeer mogen ouders van hen ook gerust grenzen stellen aan het gebruik van sociale media.
Calis en Kisjes hebben voor hun onderzoek 500 jongeren en zo'n 100 ouders bevraagd. De twee kwamen tot de conclusie 
dat jongeren het gevaar lopen zich helemaal in sociale media te verliezen. Die keerzijde willen we graag laten zien. Ons doel is bewustwording daarvan te creren onder jongeren en ouders.

De onderzoekers zien een trend in het huidige mediagebruik van jongeren, die ze socialbesitas noemen. Dat is de continue druk van jongeren om alles te willen volgen en overal op te reageren. Het kost hen heel veel tijd, die ze dus niet kunnen gebruiken voor huiswerk en hobby's. Een zorgelijke ontwikkeling.

Is het socialbesitasprobleem groot?

Dat weten we niet precies. Wij signaleren dat deze nieuwe trend er is, maar om vast te stellen hoe groot het probleem is, moet er meer onderzoek gedaan worden.


Veel jongeren zullen hun internetgebruik niet als een probleem zien.

Er zullen jongeren zijn die er goed mee kunnen omgaan, maar veel jongeren worden juist ertoe verleid om er overmatig gebruik van te maken. Bijvoorbeeld omdat ze een onstabiele thuissituatie hebben of last hebben van een slecht zelfbeeld. Het krijgen van likes en berichtjes trekt zulke jongeren constant aan. Vrijwel iedereen is gevoelig voor dit soort kortetermijnbeloningen, maar jongeren helemaal. Ons boek wil waarschuwen voor dit obsessief gebruik van sociale media, dat verslavend kan worden.

Een boek alleen voor ouders dus?

Nee, ook voor jongeren zelf. In het boek staan oefeningen die ze kunnen doen om erachter te komen hoe ze sociale media gebruiken. Wij willen hen er bewust van maken waar ze mee bezig zijn.


Is het boek niet te belerend om aantrekkelijk te zijn voor jongeren?

De teneur in de samenleving is lange tijd geweest dat sociale media alleen maar leuk waren. Iedereen moest eraan mee doen. Nu is er ook ruimte voor het benoemen van de negatieve kanten ervan.

Jongeren kunnen zelf ook uitstekend de minpunten van sociale media benoemen. Alleen is het moeilijk voor hen om hun gedrag veranderen. We hopen dat we hen met dit boek inzicht geven in hun gebruik van sociale media. Ook geven we tips en adviezen mee die hen een stapje in de goede richting kunnen helpen.


Wat is de rol van ouders hierin?

Sociale media hebben in korte tijd een hoge vlucht genomen. Niet alle ouders gebruiken die zelf; dat maakt hen soms onzeker en passief tegenover hun kinderen. Ze denken vaak: laat hen maar, iedereen doet het, ik weet ook niet wat ik er anders mee aan moet. Toch wil ik tegen die ouders zeggen: Ga eens kijken wat sociale media zijn. En geef jongeren grenzen mee. Zorg er bijvoorbeeld voor dat ze onder het eten en bij het huiswerk maken geen toegang hebben tot sociale media. En laat die telefoon 's nachts niet in hun slaapkamer toe, want sociale media hebben een negatief effect op hun slaaprust.

www.socialbesitas.nl

Ref.Dagblad 02-10-13
Auteur: Reporter Creer datum: 19-12-2013 14:23:47

Ouder onwetend over online gedrag kind

Ouders zijn onvoldoende op de hoogte van de activiteiten van hun kinderen op internet. Dat blijkt uit onderzoek onder 2600 ouders en jongeren in vijf Europese landen.

Van de 200 Nederlandse jongeren uit het onderzoek zegt 40 procent weleens video's te bekijken die hun ouders zouden afkeuren. Ook bezoekt 37 procent websites die bij ouders niet door de beugel kunnen.
Van de jongeren zegt 20 procent hun surfgedrag voor de ouders te verbergen, bijvoorbeeld door de webbrowser te minimaliseren of de geschiedenis te wissen. Voor 23 procent is de smartphone of tablet een methode om ongezien ongepaste content te bekijken.

De Nederlandse ouders in het onderzoek gaven in 61 procent van de gevallen aan weleens met hun kinderen te praten over veilig internetten. Een deel van hen treft daadwerkelijk maatregelen: 37 procent gebruikt ouderlijk toezicht op de thuiscomputer, 26 procent weet de wachtwoorden van hun kinderen.
Het onderzoek werd in oktober uitgevoerd in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje en Itali, in opdracht van beveiligingsbedrijf McAfee.

Ref.Dagblad 19-12-13
Auteur: Reporter Creer datum: 13-11-2014 21:37:19

Vrije seksuele moraal blijft nooit zonder gevolgen
| Kees van Helden


Wisselende seksuele contacten schaden de geestelijke binding. Laten ouders daar eerlijk over in gesprek gaan, met elkaar en met hun kinderen, stelt Kees van Helden.

Afgelopen zaterdag verscheen er in de krant een uitgebreid artikel over echtscheidingen in onze gezindte. Een realistische zorg. Het aantal echtscheidingen stijgt al jaren. Het CBS laat die ontwikkeling in cijfers zien: in 1980 liep 24 procent van de huwelijken stuk, in 2012 was dat 37 procent. Een ontwikkeling die aan onze gezindte niet voorbijgaat en die in een groter kader moet worden gezien.

Vanaf de jaren zestig kwam de vrije seksuele moraal op. Het gebruik van voorbehoedmiddelen nam een hoge vlucht. Was tot 2005 de morning-afterpil alleen nog op doktersrecept te verkrijgen, tegenwoordig is deze ook te koop bij apotheek, drogisterij en benzinepomp. De pil is populair onder jongeren en wordt in het uitgaansleven veel verhandeld als preventief middel tegen zwangerschap.
Selfies

Jongeren zijn steeds vroeger seksueel actief. De organisatie Sense speelt daar in haar landelijke seksuele weerbaarheidscampagne ”Maak seks lekker duidelijk” op in. ”Verhalen voor onder je kussen” heet het boek dat onder 650 scholen is verspreid om jongeren te wijzen op veilig vrijen. Zo’n 90.000 jongeren gaan naar aanleiding van het boek in gesprek, over het verspreiden van naaktselfies, groepsdruk en veilig vrijen.

De problemen die Sense in haar onderzoek constateert, gaan reformatorische jongeren niet voorbij. Lange tijd dachten we misschien dat we met het weren van televisie de boze wereld buiten de deur hielden. Dat is verleden tijd. Televisie en internet zijn onder jongeren gemeengoed. Waar thuis een gefilterd internet de rommel buiten de deur houdt, wordt op de mobiele telefoon die keuze niet meer gemaakt.

De levenswijze die de media proclameren, werkt door in het leven van jongeren. Radicaal kiezen voor een andere levensstijl wordt steeds moeilijker. Bovendien wordt de druk vanuit maatschappij en politiek om Bijbels-ethische richtlijnen op te geven steeds groter.

Wat mag in deze tijd nog als normatief gelden? Wachten met gemeenschap tot binnen de vertrouwde en veilige omgeving van het huwelijk is ouderwets. Met vreemdgaan wordt volop geadverteerd. Steeds vaker worden er huwelijken en samenlevingsvormen gesloten, waarbij afgesproken wordt dat eenieder vreemd mag gaan als ze maar niet van elkaar weten wanneer en met wie ze het doen. Wisselende seksuele contacten zijn breed geaccepteerd.
Hersenen

Het is de taak van ouders om dit te signaleren en met kinderen te bespreken. Want de vrije seksuele moraal schaadt de geestelijke binding die voor het huwelijk essentieel is.

Uit onderzoek onder 400 jongeren die zestien jaar zijn gevolgd, blijkt dat er bij lichamelijk contact –denk aan hand in hand lopen, zoenen en geslachtsgemeenschap– in de hersenen bindingsstoffen worden aangemaakt. Deze stoffen zorgen voor een geestelijke binding tussen een jongen en meisje.

Echter, concluderen de onderzoekers, als jongeren wisselen van partner begint het proces van geestelijke binding opnieuw, maar minder krachtig. Na ongeveer vijf keer wisselen van partner gebeurt er niet zo veel meer. De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat de eerste binding de sterkste binding is. De eerste ervaringen met bijbehorende geestelijke binding, worden immers ook samen op hetzelfde moment ervaren.

Hier komen we bij de kern van het probleem in de huidige samenleving. De vrije seksuele moraal in Nederland en de vele geaccepteerde wisselende seksuele contacten hebben schadelijke gevolgen. De eerste seksuele ervaringen zijn het sterkst, en van belang voor de bindingskracht in latere relaties.

Op schoolbank.nl zijn in dat kader ‘succesverhalen’ te lezen. Velen hebben op deze website hun eerste liefde uit bijvoorbeeld de brugklas weer ontmoet, wat resulteerde in een echtscheiding 
om met de oude liefde verder te gaan.

Het zijn de gevolgen waar ouders hun kinderen bij seksuele voorlichting voor moeten waarschuwen. Over de sterke bindingskracht moet gesproken worden. Misschien wel eerst tussen vader en moeder onderling. Durven te vertellen hoe een eerdere relatie in elkaar stak en of die persoon vaak nog ongewild door de gedachten speelt. Hoe eerlijker we zijn tegenover elkaar en de Heere, hoe beter we een gesprek kunnen voeren met onze kinderen.

De relaties die ze nu aangaan, de websites die ze bezoeken en de klasgenoten met wie ze optrekken: ze hebben gevolgen voor een eventueel later huwelijk. De Heere geeft de juiste volgorde aan in Zijn Woord: vader en moeder verlaten, zijn vrouw aankleven en samen tot n vlees zijn.

De Heere is de Schepper van het leven. Zou Hij dan niet weten wat het beste voor ons is?

De auteur is secretaris van stichting Schreeuw om Leven.

Ref.Dagblad 13-11-14
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier