Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemenië Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: Analyticus
Creer datum:
26-05-2009 22:56:47
Laatst gewijzigd:
4-06-2009 21:33:42
Stelling WEEK 22 : Vrijheid van onderwijs
APELDOORN – De vrijheid van onderwijs, vastgelegd in artikel 23 van de grondwet, loopt meer dan ooit serieus gevaar.

Vertegenwoordigers van diverse besturenorganisaties in het bijzonder onderwijs slaan zaterdag in het Reformatorisch Dagblad alarm.

„Een sterke stroming in de maatschappelijke elite wil die onderwijsvrijheid inperken om te kunnen optreden tegen wat men beschouwt als uitwassen van die vrijheid”, zegt directeur dr. W. Kuiper van de Besturenraad, de belangenbehartiger van protestants-christelijke scholen.

Kuiper wil graag een grondwettelijke toets van nieuwe wetten. Deze toetsingsmogelijkheid wordt alleen van kracht als er na de eerstvolgende Kamerverkiezingen zowel in de nieuwe Tweede als in de Eerste Kamer een tweederdemeerderheid is voor een inmiddels door de huidige Staten-Generaal gesteund initiatiefwetsvoorstel van GroenLinks.

Ook directeur drs. H. Lamberink van de gereformeerd vrijgemaakte scholenkoepel LVGS is bezorgd. „Gelet op de toenemende irritatie over de onderwijsvrijheid is het zaak om er alert op te zijn dat niet via deelwetgeving die vrijheid wordt ingeperkt.”

In een reactie waarschuwt directeur P. Schalk van de reformatorische vakorganisatie RMU ook voor uitholling van grondrechten. „Deelwetgeving, waar de Algemene wet gelijke behandeling een voorbeeld van is, kan leiden tot die uitholling. Nu speelt de discussie op het terrein van het onderwijs, maar deelwetgeving kan ook de ruimte voor andere levensbeschouwelijke instellingen om een eigen personeels­beleid te voeren, aantasten.”

Schalk pleit ervoor om waar mogelijk krachten te bundelen en roept de gereformeerde gezindte ertoe op deel te nemen aan het maatschappelijk debat. „En als er zich binnen een instelling problemen voordoen: laat je goed adviseren. Zorgvuldigheid is duidelijk geboden. Zelfs uit de brief van de Emster school pikt minister Plasterk één woordje en gaat hij daarmee aan de haal.”


„Scholen van verschillende denominaties moeten hun eigen mening mogen hebben”, reageert voorzitter A. Tonca van de islamitische scholenkoepel ISBO. De scholen van zijn organisatie bepleiten vrijheid „om zelfstandig zorgvuldig om te gaan met de afweging van grondrechten. Als twee van die rechten tegenstrijdig zijn, ontstaat een dilemma dat je met gezond verstand moet oplossen. Daar moet je geen politieke rel van maken. Daar is niemand bij gebaat. Bij een individueel geval zoals dat in Emst moet je het aan de plaatselijke betrokkenen overlaten om een goede oplossing te zoeken.”

De vrijheid van onderwijs noemt Tonca „een groot goed.” De laatste jaren klinkt de roep luider om artikel 23 van de grondwet af te schaffen, signaleert hij. „Die schoolstrijd moeten we niet opnieuw gaan voeren.”

Ref.Dagblad 22-05-09
Auteur: Reporter Creer datum: 3-06-2009 23:35:23
Plasterk: Geen nieuw beleid met homobrief

DEN HAAG – Minister Plasterk van Onderwijs ontkent dat hij met een brief aan alle schoolbesturen begin mei, nieuw beleid in gang wil zetten op het gebied van homo-emancipatie.

Dat antwoordt de bewindsman, mede namens premier Balkenende en minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken, in antwoord op drie series schriftelijke vragen die gisteren naar de Kamer zijn gestuurd. De series vragen waren begin mei gesteld door de CDA'ers Van Dijk en Schinkelshoek, ChristenUnie-Kamerlid Anker en SGP'er Van der Vlies.

Plasterk wil uitgaan van de „bestaande wettelijke kaders ten aanzien van de gelijke behandeling.” Daarvan maakt volgens de minister ook een bepaling in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) deel uit die zegt dat bijzondere scholen eisen mogen stellen aan leerkrachten die verband houden met de grondslag. De bewindsman heeft met zijn brief niet beoogd iets te wijzigen aan de wettelijke kaders of aan de balans tussen de vrijheid van onderwijs en godsdienst enerzijds en het verbod op discriminatie anderzijds, zo schrijft hij.

De bewindsman voegt er wel direct aan toe dat deze bepaling onverlet laat dat onderwijsinstellingen medewerkers niet mogen weigeren vanwege het enkele feit van hun seksuele gerichtheid. Onder die gerichtheid valt volgens de bewindsman ook het hebben van een homoseksuele relatie of het samenwonen met een partner van hetzelfde geslacht.

Plasterk is echter niet van plan de inhoud van de brief aan de schoolbesturen aan te passen. Volgens hem is in zijn brief het evenwicht tussen de grondrechten „niet in het geding”.

Begin mei onstond er bij de christelijke fracties in de Tweede Kamer en bij diverse belangenorganisaties in het bijzonder onderwijs beroering over een brief van Plasterk aan alle schoolbesturen waarin staat dat zij leerkrachten niet mogen weren of ontslaan vanwege een homoseksuele relatie of vanwege samenwonen.

De bewindsman 'vergat' daarbij te vermelden dat de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) een uitzonderingsbepaling kent die zegt dat scholen ruimte hebben om maatregelen te nemen als (de leefwijze van) de leerkracht verwezenlijking van de grondslag in de weg staat.

In de brief aan de schoolbesturen van begin mei maakte de bewindsman ook melding van een nieuw advies van de Commissie gelijke behandeling, de instelling die uitspraken doet over de vraag of er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid.


In het advies staat dat schoolbesturen van hun personeel geen ondertekening van een verklaring mogen vragen waarin ze het een homoseksuele relatie en het samenwonen van mensen van hetzelfde geslacht afwijzen. Volgens de bewindsman is er dan sprake van het maken van onderscheid op grond van het enkele feit dat iemand homoseksueel is of een homoseksuele relatie onderhoudt.

ChristenUnieKamerlid Anker stelde daarover kritische vragen. Volgens het Kamerlid is deze passage strijdig met de AWGB omdat de Commissie gelijke behandeling alleen op grond van individuele feiten en omstandigheden kan vaststellen of er sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid. Daarbij past geen algeheel verbod op het ondertekenen van een verklaring.

In antwoord daarop stelt Plasterk dat hij in zijn brief aan de scholen niet ingaat op individuele gevallen. Hij houdt echter staande dat een dergelijke verklaring leidt tot onderscheid op grond van het enkele feit van homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat. En dat is verboden. De bewindsman is niet bereid een mening te geven over de nieuwe visie van de CGB: „Het is niet aan mij om een oordeel te geven over de oordelen van de Commissie gelijke behandeling.”

Ref.Dagblad 03-06-09
Auteur: Reporter Creer datum: 6-06-2009 19:46:10
Uitleg Plasterk strijdt met Grondwet.

De uitleg die minister Plasterk geeft aan de AWGB is volgens drs. F. A. J. Th. Kalberg in strijd met de wetsgeschiedenis en met de Grondwet. Als de bewindsman bij zijn interpretatie blijft, moeten de christelijke fracties een motie van wantrouwen tegen hem indienen.

In zijn antwoord dinsdag op de schriftelijke vragen van de Kamerleden Van Dijk, Schinkelshoek (CDA), Anker (CU) en Van der Vlies (SGP) stelt minister Plasterk, mede namens minister-president Balkenende en minister Ter Horst, dat hij wil uitgaan van de bestaande „wettelijke kaders ten aanzien van de gelijke behandeling.” Daarbij hoort volgens hem ook een bepaling in de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) die zegt dat bijzondere scholen aan leerkrachten eisen mogen stellen die verband houden met de grondslag van die scholen.

De bewindsman voegt er wel direct aan toe dat de betreffende bepaling (artikel 5.2c) onverlet laat dat onderwijsinstellingen medewerkers niet mogen weigeren vanwege het enkele feit van hun seksuele gerichtheid. Onder die seksuele gerichtheid valt volgens hem ook het hebben van een homoseksuele re-latie of het samenwonen met een partner van hetzelfde geslacht.

In dit verband wijs ik erop dat in artikel 23 lid 6 van de Grondwet is bepaald dat de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling van leerkrachten wordt geëerbiedigd. Op grond van deze bepaling zijn de besturen van bijzondere scholen gerechtigd overeenkomstig de grondslag een eigen personeelsbeleid te voeren. Het bijzonder christelijk onderwijs beweegt zich in de kwestie rond de homoseksuele leraar met zijn argumenten binnen de grenzen van wat sedert decennia tot de onderwijsvrijheid wordt gerekend.

Kat in de zak

Als de interpretatie die minister Plasterk geeft aan de wet zou zijn gebaseerd op de parlementaire geschiedenis van de AWGB, dan leidt die historische wetsuitleg ertoe dat besturen van bijzondere christelijke scholen niet meer of in onvoldoende mate in staat zullen zijn tot het voeren van een personeelsbeleid in overeenstemming met de grondslag en doelstelling van die scholen. De AWGB komt dan op dit cruciale punt in strijd met de vrijheid van onderwijs en met de vrijheid van godsdienst. Derhalve hebben de toenmalige Tweede Kamerfracties van RPF, GPV en SGP destijds terecht tegen de AWGB gestemd, terwijl het CDA, dat voorstemde, daarmee een kat in de zak heeft gekocht.

Als het kabinet blijft bij deze wetsuitleg, dan dient de AWGB op het bewuste punt alsnog via een wetswijziging in overeenstemming te worden gebracht met artikel 23 van de Grondwet, om zo de ongrondwettigheid van die wet alsnog ongedaan te maken.

Bestudering van de parlementaire geschiedenis van de AWGB roept overigens de vraag op of de historische wetsinterpretatie van minister Plasterk juist is. Zo blijkt uit de stukken dat gedragingen van een docent buiten de instelling van bijzonder onderwijs –bijvoorbeeld in de woon- en leefsituatie– van belang kunnen zijn bij de beantwoording van de vraag of hij of zij als docent kan worden gehandhaafd.

Dit geldt in versterkte mate voor religieuze en levens­beschouwelijke onderwijsinstellingen. Het zonder meer stellen dat wat buiten de werkplek gebeurt niet relevant zou zijn, is naar de mening van de toenmalige regering niet juist.

Raad van State

De AWGB verbiedt inderdaad het maken van onderscheid op grond van het enkele feit van onder meer homoseksuele gerichtheid. Er kunnen evenwel bijzondere omstandigheden zijn die relevant zijn voor het functioneren van de docent binnen een school op christelijke grondslag. De grens tussen het enkele feit en bijkomende omstandigheden moet worden getrokken aan de hand van de concrete omstandigheden van een bepaald geval.


De toelichting op de wet geeft duidelijk aan dat het primair de instelling c.q. de school zelf is die bepaalt welke eisen nodig zijn in verband met de grondslag van de instelling. Wel moet de instelling een deugdelijke motivering kunnen geven van de eisen die in het concrete geval zijn gesteld. Daarbij zal de rechter het oordeel van de instelling marginaal toetsen.

Verder is het van groot belang hoe het inmiddels aan het kabinet uitgebrachte advies van de Raad van State luidt. De raad adviseerde destijds de kabinetten-Lubbers II en III de AWGB niet bij de Tweede Kamer in te dienen.

Op 18 juni debatteert de Tweede Kamer over deze kwestie, waarbij het ingewonnen advies van de Raad van State met het commentaar daarop van het kabinet een cruciale rol zal spelen. Als de regering blijft bij de hierboven genoemde historische wetsinterpretatie en evenmin bereid is de alsdan optredende ongrondwettigheid van de AWGB weg te nemen, zullen de Kamerfracties van CDA, CU en SGP genoodzaakt worden met een motie van afkeuring of wantrouwen te komen.

De auteur is deskundige op het gebied van staatsrecht.

Ref.Dagblad 05-06-09
Auteur: Reporter Creer datum: 9-06-2009 21:02:34
RvS-advies vrijheid onderwijs spraakmakend

DEN HAAG - Het advies van de Raad van State over de verhouding tussen de vrijheid van onderwijs en het non-discriminatiebeginsel, maakt in de politiek en bij maatschappelijke organisaties de tongen los.

De SGP ziet het als ,,een steun in de rug' voor de verdedigers van de vrijheid van onderwijs, terwijl de PvdA de tekst ,,erg ver vindt gaan''. ,,De bescherming van de homoleraar staat voor ons voorop'', zegt PvdA-Kamerlid Anja Timmer.

SGP'er Van der Staaij vindt wat hij nu van het advies heeft gelezen 'verfrissend'. ,,ChristenUnie en CDA hebben nu voldoende houvast om geen enkele verslechtering van de vrijheid van onderwijs te accepteren.'' De beide christelijke coalitiepartijen doen er nog het zwijgen toe en willen wachten op het moment dat het kabinet het advies van de Raad van State naar de Kamer stuurt, vergezeld van het standpunt van de regering.

Wim Kuiper, directeur van de protestants-christelijke Besturenraad, is ,,verheugd'' over de inhoud van het advies van de Raad van State. ,,Belangrijk vind ik vooral dat de Raad van State aantoont dat de nu al bestaande praktijk niet in strijd is met Europese regels. Dit schept duidelijkheid, nadat minister Plasterk de afgelopen tijd vooral onduidelijkheid heeft gezaaid over de uitleg van de wet.''

Homo-organisatie COC Nederland wil pas met een afgerond oordeel komen als het advies publiek is, zegt woordvoerder René van Soeren. ,,Maar volgens ons bieden de EU-richtlijnen de scholen geen ruimte om eisen te stellen die het privéleven van docenten betreffen.'' Verder ziet Van Soeren het advies van de raad als een ,,prima startpunt voor een maatschappelijke discussie'' over dit onderwerp.

Ned.Dagblad 09-06-09
Auteur: Reporter Creer datum: 4-07-2009 15:51:53
Rouvoet: Niet morrelen aan onderwijsvrijheid

DEN HAAG – Vicepremier en ChristenUnieleider Rouvoet belooft dat er in deze kabinetsperiode niet wordt gemorreld aan de vrijheid van onderwijs.

„Het zal niet gebeuren dat onder een kabinet waarin de ChristenUnie zit, ingeboet wordt op de vrijheid van onderwijs. Daar zullen we onze grenzen heel duidelijk markeren”, zo zegt Rouvoet in het jongste nummer van Handschrift, het partijblad van de ChristenUnie.

De opmerkingen van Rouvoet komen op het moment dat het kabinet druk doende is overeenstemming te bereiken over de toekomst van de zogeheten enkelefeitconstructie in de Algemene wet gelijke behandeling. Die bepaalt dat praktiserende homoseksuelen niet vanwege het enkele feit van hun leefwijze van orthodoxe scholen geweerd mogen worden. Weren mag wel als er bijkomende omstandigheden zijn. Wat die bijkomende omstandigheden zijn is echter nooit duidelijk geworden.

Om uit de impasse te komen, heeft het kabinet vorig jaar advies gevraagd aan de Raad van State. Het hoogste adviesorgaan benadrukt in een inmiddels uitgelekt advies dat scholen die op basis van hun grondslag een consequent personeelsbeleid voeren, ruimte moeten krijgen om praktiserende homo's te weigeren

Ref.Dagblad 03-07-09
Auteur: Reporter Creer datum: 29-05-2010 22:23:07
Kamer verbiedt discriminatie homo's op school
AMSTERDAM - Een meerderheid van de huidige Tweede Kamer steunt een wetsvoorstel dat D66 gaat indienen om discriminatie van homoseksuele leraren en leerlingen door schoolbesturen te verbieden. D66 wil de zogeheten enkele-feitconstructie uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling halen.

Scholen voor bijzonder onderwijs mogen geen medewerkers ontslaan of weigeren op grond van het 'enkele feit' dat iemand openlijk homo is of een homoseksuele relatie heeft, maar wel als er 'bijkomende omstandigheden' zijn. In de praktijk leidt dat soms tot problemen. Zo werd een leraar in Emst in Gelderland vorig jaar op non-actief werd gesteld door het bestuur van een christelijke basisschool omdat hij een homoseksuele relatie had.

In elk geval de PvdA, SP, VVD en GroenLinks spraken zaterdag tijdens een lijsttrekkersdebat van homobelangenorganisatie COC Nederland hun steun uit voor het wetsvoorstel van D66-Tweede Kamerlid Boris van der Ham om aan dergelijke praktijken een einde te maken.

Telegraaf 29-05-10
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier