Talenassortiment
                        Change the color of the site
 
Log in
Onthoud mij:
Het laatste kwartiertje

Navigatie a-z
 
 
 
Studiehuis Resort of Security Roemenië Informatiescherm
Uw naam:
Uw emailadres:
Uw vriends naam:
Uw vriends emailadres:
Uw bericht
Auteur: gijs Weltevrede
Creer datum:
16-05-2009 15:19:30
Laatst gewijzigd:
23-05-2009 13:44:22
Stelling WEEK 21: Zondvloed wereldwijd ?
Dr. Terry Mortensen

Een belangrijke reden waarom ik creationist ben, uitga van een jonge aarde en het idee van miljoenen jaren afwijs, is dat Gods Woord leert wat de meeste wetenschappers ontkennen, namelijk dat de zondvloed een wereldwijde catastrofe was.

In de kerkgeschiedenis zijn er vier standpunten over de zondvloed geweest. Het standpunt dat ik aanhang werd tot ongeveer 1800 door vrijwel alle orthodoxe Joden en christenen en door de meeste wetenschappers beleden. Vervolgens, na het ontstaan van de geologische theorie dat de aarde miljoenen jaren oud is, stelden sommigen dat de zondvloed plaatselijk was en beperkt bleef tot de vallei van Mesopotamië. Anderen zeiden dat het een mythe was. Weer anderen beschouwden het als een wereldwijde, rustige overstroming die daardoor geen geologische bewijzen heeft nagelaten.

Ik ken niemand die vandaag de dag dat laatste standpunt aanhangt, want het is absurd. Het andere standpunt, namelijk dat het zondvloedverhaal een mythe is, wijs ik af omdat: ten eerste: Genesis 6 tot 11 een historisch vertellende stijl heeft, net zoals Genesis 12 tot 50, en ten tweede: andere Bijbelschrijvers en Jezus de historiciteit van de zondvloed bevestigen (Jes. 54:9, Ezech. 14:14, 2 Petr. 2:4-9 en 3:3-7, Hebr. 11:7, Matth. 24:37-39). Het idee van een plaatselijke overstroming moet om de volgende redenen worden afgewezen, gebaseerd op Genesis. Ten eerste was de zondvloed niet alleen bedoeld om de zondige mens te treffen, maar ook de landdieren en de vogels buiten de ark, en het aardoppervlak zelf (Gen. 6:5-7, 11-13). Alleen een wereldwijde vloed zou dit bewerkstelligen.

Ten tweede was de ark bedoeld om van ieder soort landdier en van iedere vogel twee vertegenwoordigers te redden, om de aarde na de zondvloed opnieuw te bevolken (Gen. 7:1-4). Als de vloed plaatselijk was geweest, was de ark niet nodig en was de opdracht om deze te bouwen wreed geweest. Noach en zijn familie hadden uit de gevarenzone kunnen wegtrekken. Alleen een wereldwijde overstroming paste bij het doel van de ark.

Ark

Ten derde wijzen de afmetingen van de ark (Genesis 6:15) op de historiciteit van het verslag en op het verwoestende karakter van de vloed. Verschillende onderzoeken, waaronder een Koreaans onderzoek uit 1993, hebben aangetoond dat de ark stabiel en zeewaardig was in de slechtst denkbare omstandigheden.

Ten vierde blijkt het verwoestende en geologisch wezenlijke karakter van de vloed uit de opmerking over de twee bronnen van het water (Gen. 7:11) en over het heen en weer stromen van het terugtrekkende water (Gen. 8:3). Wekenlang onophoudelijke regenbuien zouden grote modderstromen hebben veroorzaakt. De vermelding dat „alle fonteinen van de grote afgrond werden opengebroken” duidt op tektonische uitbarstingen op de oceaanbodem die lang ongelooflijk verwoestende tsunami's veroorzaakten.

Ten vijfde duurde de zondvloed 371 dagen. Een plaatselijke overstroming zou niet zo lang kunnen duren. Ten zesde kwam het water ongeveer 7 meter boven de hoogste bergen van voor de zondvloed (Gen. 7:19-22). Alleen een wereldwijde zondvloed zou alle bergen in heel de wereld kunnen bedekken. Ten zevende kwam de ark op de Ararat terecht, zo hoog dat het 74 dagen duurde voordat Noach nabijgelegen bergen kon zien. Ook dit sluit een plaatselijke overstroming uit.

Ten achtste is Gods opdracht aan dieren en mensen van na de zondvloed (Gen. 8:17; 9:1) alleen zinvol als de vloed wereldwijd was. Want anders vervulden mensen en dieren de rest van de aarde al.

Ten slotte spreekt de belofte die God aan de regenboog verbindt over een zondvloed die de hele aarde verwoestte (Gen. 8:21-22, 9:9-17). De belofte werd gegeven aan Noach en al zijn nakomelingen, aan de dieren en de vogels en al hun nageslacht en aan de aarde zelf. Als de zondvloed plaatselijk was, zou God hebben gelogen. Er zijn sinds Noach veel plaatselijke overstromingen geweest die mensen, dieren en vogels hebben gedood en een deel van de aarde hebben verwoest. En God heeft sindsdien vele keren bepaalde gebieden op aarde vervloekt (Gen. 19:25, Ex. 7-12, Deut. 28:8). Alleen een wereldwijde zondvloed past bij de belofte die God meteen na de zondvloed gaf.

Oordeel

Als de zondvloed geen unieke, historische, wereldwijde catastrofe was, dan inspireerde God een tekst die niet misleidender zou kunnen zijn. Maar als de zondvloed plaatsvond zoals Genesis dit beschrijft, dan zou dit precies het soort complexe geologische verslag van aardlagen en fossielen opleveren dat we vandaag de dag waarnemen.

Er zijn veel bezwaren tegen de zondvloed ingebracht, en de meeste worden behandeld in bijdragen op answersin­genesis.org en scheppingof­evolutie.nl.

Jezus zei dat de zondvloed een waarschuwing is voor het wereldwijde oordeel dat zal komen (Matth. 24:37-39). Voor beide oordelen geldt dat we ze tot onze schade negeren of ontkennen.

De auteur is spreker, schrijver en onderzoeker voor Answers in Genesis in Petersburg, Kentucky, VS.

Ref.Dagblad 08-05-09
Auteur: Reporter Creer datum: 16-05-2009 15:26:58
Reactie Prof.G.van den Brink

Regionale gebeurtenis in Nabije Oosten

Beste Terry,
Je brief bevestigt de centrale rol die de zondvloed in het jongeaardecreationisme speelt. De zondvloed móét die rol ook wel spelen, omdat de natuurwetenschappelijke gegevens die op een oude aarde wijzen anders moeilijk verklaard kunnen worden. Mijn visie is dat de zondvloed een regionale gebeurtenis in het Nabije Oosten was en geen wereldwijde ramp. Laat me reageren op je argumenten.
Eén: zoals je weet kan het Hebreeuwse woord èrètz zowel ”land” als ”aarde” betekenen. Dus overal waar in Genesis 6-9 ”aarde” staat, kunnen we ook ”land” lezen. Waarschijnlijk had de schrijver met „heel het land” het gebied van Mesopotamië in gedachten, dat hij kende als dé mensenwereld. Daarbij zullen de indrukwekkende gebeurtenissen hem tot alomvattende uitdrukkingen gebracht hebben.
Dat gebeurt vaker, ook in de Bijbel. Als Markus schrijft dat „al het Joodse land” tot Johannes de Doper uitging (Mark. 1:5) bedoelt hij ongetwijfeld niet elke afzonderlijke persoon. Als Paulus zegt dat het Evangelie gepredikt is in heel de schepping (Kol. 1:23), dan gebruikt hij een hyperbolische uitdrukking, want letterlijk genomen was dat niet zo. En wanneer hij stelt dat door Christus' gerechtigheid „de genade over alle mensen komt tot rechtvaardiging des levens”, neemt alleen een alverzoener dit letterlijk.

Ten tweede, Genesis 6-9 staat in het kader van de heilsgeschiedenis. Het gedeelte laat zien dat zonde de neiging heeft voort te woekeren en de dingen steeds erger te maken. Het gaat van een daad van ongehoorzaamheid (Gen. 3) naar moord (Gen. 4) naar een totale degeneratie van de mens (Gen. 6). Dit blijft niet ongestraft maar heeft enorme, levensvernietigende gevolgen (Gen. 7). Zelfs de rechtvaardige Noach kan uiteindelijk niet de grote uitzondering zijn (Gen. 9:21). Daarom wordt Abraham uitverkoren (Gen. 12). Maar hij noch Israël, noch het Tweestammenrijk, noch het overblijfsel dat uit de Babylonische gevangenschap terugkeert leeft overeenkomstig Gods verbond. Zo roept het hele Oude Testament om de komst van Christus.
Het Bijbelse zondvloedverslag is niet bedoeld om geologische of biologische informatie over te dragen, maar is onderdeel van dit grote Bijbelse verhaal van menselijke verdorvenheid en goddelijke verzoening in Christus. Verder was het bouwen van de ark niet een nodeloze 'wrede opdracht', maar een beproeving van Noachs geloof (Hebr. 11:7).
De derde, vierde en zevende overweging sluiten een regionale overstroming niet uit.
Ten vijfde, dit is een merkwaardig argument. Want een beperkte overstroming van 371 dagen vereist maar een relatief klein wonder vergeleken met het enorme aantal wonderen dat voor een wereldwijde overstroming nodig is. Denk aan de verplaatsing van dieren (inclusief kangoeroes uit Australië, ook als we veronderstellen dat de continenten verbonden waren), de omvang van de ark (die dinosaurussen moest huisvesten en van de reine dieren zeven paren van elke soort!), de voedselketen (dieren in de ark die voor voeding afhankelijk zijn van specifieke planten) en de snelle verspreiding van de soorten na de zondvloed. Dus als God al deze uitzonderlijke wonderen kon laten plaatsvinden, waarom zou Hij een niet-wereldwijde overstroming dan niet een jaar kunnen laten duren?
Zes. Ook Genesis 7:19-23 hanteert hyperbolisch taalgebruik. De passage beschrijft de enorme vernietiging die de megaoverstroming in het Midden-Oosten aanrichtte.
Punt acht. Gods bevel om de aarde te vervullen is nog steeds zinvol als we èrètz als ”land” interpreteren in plaats van als ”aarde”. Het overstroomde gebied moet weer door Noachs nakomelingen worden bewoond.
Ten negende, de regenboog-belofte zegt dat er nooit weer een overstroming zal plaatsvinden die even vernietigend is als de zondvloed. Ik geloof dat deze belofte nog altijd niet is verbroken.
Waarom geloof ik dat de zondvloed niet wereldwijd was? Omdat de meeste deskundigen, ook christenen, concluderen dat de relevante buiten-Bijbelse informatie een wereldwijde overstroming uitsluit. Ik geloof gewoon niet dat al die wetenschappers (waaronder vele christenen) betrokken zijn bij een grote samenzwering tegen God.
Evenmin geloof ik dat God ons doelbewust bedroog door de dingen eruit te laten zien alsof ze gedurende honderdduizenden jaren hun vorm kregen, terwijl ze in werkelijkheid veel jonger zijn. Want wat voor consequenties zou dát voor ons godsbeeld hebben? Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken Gods twee boeken –de Bijbel en de geschapen werkelijkheid– elkaar niet tegen. Daarom zijn volwassen christenen niet bang om de buiten-Bijbelse gegevens serieus te nemen. Als alle waarheid Gods waarheid is, hoeven de resultaten van eerlijk wetenschappelijk onderzoek niet te worden gevreesd. Anderzijds, als we om welke redenen dan ook dingen onderdrukken die we (bijna) zeker weten, dan brengen we het christelijk geloof beslist schade toe.

De auteur doceert geschiedenis van het gereformeerd protestantisme aan de Universiteit Leiden en dogmatiek aan de VU.


Ref.Dagblad 08-05-09

Auteur: Reporter Creer datum: 16-05-2009 17:07:41


Negen bijbelse bewijzen, dat de zondvloed de hele aarde bedekte.

1.Sommige evangelische leraars beweren vandaag de dag, dat de zondvloed niet de hele aarde bedekte en ook niet alle bergen die er nu zijn. Bovendien beweren ze, dat Noach en de dieren dobberden op een ondiepe tijdelijke binnenzee, die door de vloed was ontstaan, en op de een of andere manier alleen het gebied in Mesopotami bedekte. Hier vanuit redenerend moeten ze dus wel ervan uitgaan, dat de gehele mensheid beperkt is gebleven tot dit gebied, of dat niet alle mensen bij de vloed omkwamen. Zijn er aanwijzingen in de bijbel wat dit aangaat?


2.Alle hoge bergen werden bedekt. vijftien el daarboven stegen de wateren en de bergen werden overdekt (Genesis 7:19-20). Het zou absurd zijn te denken, dat een vloed die de hoogste bergen van het Midden Oosten bedekte, van geen invloed zou zijn op de rest van de wereld. Bovendien bleven de wateren vijf maanden lang op deze angstaanjagende hoogte! (Genesis 7:18-24, 8:1-5)

3.De ark was enorm groot. De ark was nodig om te voorkomen, dat de hele mensheid en de dierenwereld uitgeroeid zouden worden. Als de vloed slechts lokaal zou zijn geweest had God hen wel naar een veiliger plaats laten vertrekken. God waarschuwde Noach 120 jaar van te voren, dat er een zondvloed zou komen. Dus hadden Noach en zijn gezin best tijd genoeg gehad om een flink eind uit de buurt te gaan wonen. En dan nog, als de vloed plaatselijk was geweest was de ark onnodig groot. Totdat de eerste ijzeren schepen werden gebouwd in de moderne tijd, was de ark het grootste schip, dat ooit gebouwd was. Hij was groot genoeg om een representief stel van elk geschapen ademend landdier op aarde te kunnen bergen.

4.Mensen hadden zich over de hele wereld gevestigd. Na meer dan 1600 jaar wonen op de aarde, was de bevolking beslist groot (miljoen of miljarden). De bijbel bevestigt dat de mens zich had vermengvuldigd op de aarde (Genesis 6:1), (b) Geweld en corruptie vervulde de aarde (Genesis 6:11-12). De bijbel laat duidelijk zien, dat de mens niet alleen in het gebied van Mesopotami kon hebben geleefd - dat gebied is te klein om zo'n grote populatie te bevatten, vooral in aanmerking genomen, dat een gewelddadige gemeenschap de neiging heeft om zich te verspreiden.

5.Alle mensen werden gedood. De bijbel stelt duidelijk dat alle vlees stierf… ieder mens (Genesis 7:21). Genesis 9:1 bevestigt dat alleen de familie van Noach gered werd en dat iedereen die vandaag de dag leeft van hen afstamt.

6.Alle ademende landdieren werden gedood. De hele populatie van ademende landdieren stierf, behalve de dieren die in de ark gingen (Genesis 7:21) - “alles op aarde” (Genesis 6:17) - "alle levende schepselen van elk soort op de aarde" (Genesis 9:16). Als alleen maar die dieren in een specifiek geografisch gebied stierven, had God niet noodzakelijkerwijs paren dieren in de ark hoeven op te nemen met de specifieke bedoeling om hun uitroeiing te voorkomen. Dan zouden er vast wel ergens groepen dieren in andere gebieden hebben gewoond. En als er daarentegen een paar unieke soorten dieren in het lokale gebied van de ark hadden geleefd, dan zou het logischer geweest zijn, dat God wat van die respresentanten naar veilige gebieden had gestuurd. Nee, de bijbel toont duidelijk aan, dat al de lucht ademende landdieren verloren gingen gedurende de zondvloed, behalve die in de ark waren - en van hen stammen alle huidige dieren af.

7.Een “Cataclysm,” niet zomaar een vloed. Zowel het Hebreeuws (Oude Testament) als het Grieks (Nieuwe Testament) gebruikt woorden om de zondvloed te beschrijven, die afwijken van de gebruikelijke woorden voor een overstroming. Zo wordt de zondvloed voorgesteld als een totaal unieke gebeurtenis. [Hebreeuws: “Mabbool” / Grieks: “Kataklusmos” (cataclysm)].

8.Gods belofte van een regenboog. God beloofde nooit meer een wereldwijde vloed te zenden (Genesis 8:21, 9:8-17). Deze belofte wordt gedemonstreerd door het symbool van de regenboog, teken van Gods belofte voor de hele aarde. De regenboog is een teken aan elk levend schepsel, mens en dier. Als deze belofte niet aan elk schepsel op aarde gegeven was, dan zou God zijn belofte gebroken hebben. Plaatselijke watersnoodrampen hebben herhaaldelijk honderden, zelfs duizenden mensen en dieren gedood sinds de dagen van Noach.

9.Waarom zou men een jaar in de ark blijven?! Noach was meer dan een jaar in de ark, niet slechts 40 dagen (Genesis 8:14). 53 weken is absurd lang om in de ark te blijven voor een plaatselijke vloed, want het droge land was dan gewoon achter de horizon. Nadat de wateren 4 maanden lang waren gezakt, kon de duif nog steeds geen vaste grond voor zichzelf vinden (Genesis 8:9). Dit past niet in het plaatje van een plaatselijke vloed, waar de duif gewoon naar droog land had kunnen vliegen. Maar deze situatie past precies in het schema van een wereldwijde vloed.

De hele aarde werd er door getroffen. God zei: "Ik ga hen (de mensen) vernietigen en de aarde erbij" (Genesis 6:13b). Meer dan dertig keer wordt er in Genesis aan het wereldwijde karakter van de vloed gerefereerd. Genesis 6-9 alleen al! In Jesaja 54:9, stelt God: "zoals ik heb gezworen, dat het water van Noach nooit meer de aarde zou overspoelen." Petrus geeft een duidelijke wereldwijde waarschuwing, waaruit op te maken is, dat God de aarde heeft gemaakt, hem verwoestte tijdens de zondvloed, en op een zekere dag hem vernietigen zal door vuur (2 Petrus 3:5-7). Petrus bedoelde zeker niet dat slechts een plaatselijk gebied op aarde verbrand zou worden. Net zoals de zondvloed wereldwijd was, zo ook het uiteindelijke oordeel.

De bijbel leert specifiek dat de zondvloed in Noach's tijd wereldwijd was en dat alle lucht ademende landdieren en alle mensen werden gedood, behalve degenen die in de ark waren. Hoe zou de bijbel nog duidelijker kunnen zijn over het wereldwijde karakter van de vloed?! Of, als het werkelijk een plaatselijke overstroming was geweest, hoe kon de bijbel dan zo misleidend zijn geweest over de omvang?!

www.christiananswer.net
Auteur: Reporter Creer datum: 18-05-2009 22:51:22 Laatst gewijzigd: 18-05-2009 22:59:29
reactie Dr.Terry Mortensen op opvattingen Prof.G.van den Brink

Voor Jezus was Genesis echte geschiedenis

Je hebt gelijk voor wat betreft de mogelijke betekenissen van ”eretz”. Maar vaak heeft dit woord betrekking op de gehele aarde. (bijv. Gen. 1:15-17, Ex. 20:4). In het zondvloedverslag wordt het 45 keer gebruikt, in tegenstelling tot de 9 keer dat ”adamah” wordt gebruikt, wat grond, land of natie kan betekenen. Deze tegenstelling wijst duidelijk op een wereldwijde zondvloed, in het bijzonder omdat de context de overduidelijke uitdrukkingen ”van onder de hemel”, ”al wat een adem des geestes des levens in zijn neusgaten had” en ”om alle vlees (…) te verderven” bevat. Inderdaad betekent ”alle” niet altijd letterlijk alle, zoals de context van de door jou geciteerde passages laat zien. Maar vaak betekent het dit wel, zoals de context van Romeinen 3:23, Mattheüs 28:18-20 en Genesis 6 tot 9 laat zien.

Genesis 6 tot 9 vormt inderdaad een onderdeel van het algehele Bijbelse verslag van de heilsgeschiedenis. Maar je verwart het doel van die tékst met het doel van de zondvloed en de ark. Genesis 6:6-9:17 beschrijft niet de neiging van de zonde om voort te woekeren, maar het óórdeel over een zeer zondige wereld. Je hebt niet verklaard hoe een plaatselijke zondvloed past bij de bedoelingen van de Heere met de zondvloed en de ark.

In je volgende punt maak je een onterechte tweedeling. Hoe weet je dat Genesis 6 tot 9 niet bedoeld is om zowel waarheid aangaande de verlossing als geologische/biologische waarheden te onderwijzen, aangezien het gedeelte duidelijk naar de laatste soort verwijst?

Biologische waarheid

Vergelijk het als volgt: de geboorte, dood en opstanding van Jezus zijn het hart van het Bijbelse verhaal van zonde en verlossing. Je zou toch niet willen suggereren dat de Evangelieschrijvers ons naast waarheid over de verlossing geen biologische waarheid over de aard van Zijn geboorte, dood en opstanding bieden?

Voor wat betreft je veronderstelde wonderen die voor een wereldwijde zondvloed die een jaar lang duurt, nodig zouden zijn, beveel ik je John Woodmorappes grondige onderzoek aan in ”Noah's Ark: A Feasibility Study” (zie de website van Answers in Genesis). Zonder zich op wonderen te beroepen, weerlegt hij honderden bezwaren zoals de jouwe. Je stelt eenvoudigweg dat Genesis 7:19-22 hyperbolisch taalgebruik hanteert. Graag ontvang ik in de toekomst je exegetische argumenten ter ondersteuning van die bewering.

Ref.Dagblad 15-05-09
Auteur: Reporter Creer datum: 26-05-2009 23:45:15
Echte geestelijke strijd ligt op ander front

1. Veel mensen menen dat het afbreuk doet aan Gods soevereiniteit wanneer we Genesis 1 niet letterlijk lezen, maar in de zesdagenstructuur een zogeheten ”vertelkader” zien. Volgens hen is Gods almacht in het geding wanneer we uitgaan van een wordingsgeschiedenis van miljoenen jaren. Maar dat is een misvatting. Het punt is namelijk niet dat de Heere God het niet in zes dagen zou kunnen. Dat kan Hij zonder enige twijfel! Hij spreekt en het is er…

Het punt is dat steeds duidelijker wordt dat het gewoon niet zo gegaan is. Maar waarom zou Gods almacht er minder van worden wanneer Hij de aarde met al wat daarin is via een uiterst langdurig en complex ontwikkelingsproces heeft voortgebracht? Als het goed is worden onze eerbied en bewondering voor de Schepper alleen maar groter naarmate we íéts meer zicht krijgen (niet meer dan dat!) op hoe verbazingwekkend het allemaal gegaan is.

2. Maar doen we de Bijbel dan geen geweld aan wanneer we evolutie aanvaarden? Leren Jezus en het OT niet anders, zo vraag je indringend? Echter, juist de tekst die je in je vorige brief hierbij aanhaalt, Joh. 5:45-47, spreekt boekdelen: Mozes heeft niet over natuurwetenschappelijke feitjes geschreven, maar over Christus (vers 46)! Zó lezen christenen dus het Oude Testament, met het oog op Hem. Precies zoals Luther en Kohlbrugge het ons voorgehouden hebben. De heilsfeiten komen dus niet in de mist te hangen, maar juist meer op de voorgrond te staan. Er is dan ook geen sprake van dat wie de zes dagen loslaat van lieverlee ook Christus' lichamelijke opstanding moet opgeven. Die suggestie is gewoon niet juist.

Achterhoedegevecht

3. Maar is er dan geen geestelijke strijd gaande tussen evolutionisme en christelijk geloof? Zeker, daarover zijn we het geheel eens. Alleen, het komt er zo ontzettend op aan dat we die strijd op het juiste front voeren. Wanneer we hem voeren op het front van de letterlijke 6 keer 24 uur, dan begeven we ons in een bij voorbaat verloren achterhoedegevecht. Echt! De werkelijke strijd woedt tussen de miljoenen die menen dat we dankzij de evolutieleer God niet meer nodig hebben, én hen die belijden dat we met heel de wereld blijvend afhankelijk zijn van onze Schepper, zodat het erop aankomt Hem te kennen.

Vierkante millimeter

Dat onze werkelijkheid geheel op toevalsprocessen zou berusten en geen ruimte overlaat voor een Schepper, dat het leven geen doel heeft en de mens niet meer is dan een pakketje genen, dat moraal en religie trucjes van de evolutie zijn, dat alles berust op de antichristelijke ideologie van het evolutionisme, die de evolutieleer gretig misbruikt voor haar atheïstische levensbeschouwing. Het is op dit front dat de geestelijke strijd gevoerd moet worden, en we hebben elkaar er hard bij nodig. Daarom roep ik je welgemeend op niet langer medechristenen te bevechten op de vierkante millimeter van je creationistische Bijbelinterpretatie, maar je intellectuele gaven aan te wenden voor dit gevecht met de ”geestelijke boosheden in de lucht”. Want daar komt het echt op aan!

Prof Gijsbert van den Brink

De auteur doceert geschiedenis van het protestantisme aan de Universiteit Leiden en dogmatiek aan de VU.


Ref.Dagblad 22-05-09


Auteur: Reporter Creer datum: 26-05-2009 23:55:50
Evolutie verwoestend voor christendom

Genesis 1 zegt dat God verschillende ”soorten” planten en beesten schiep om zich „naar hun aard” voort te planten. Evolutionisten zeggen dat alle planten en dieren een gemeenschappelijke voorouder hebben en dat de ene soort veranderde in een andere. God zegt dat Hij in Noachs tijd de hele aarde op een verwoestende manier liet overstromen. Evolutionisten zeggen dat dit een mythe is. God zegt dat Zijn schepping die oorspronkelijk ”zeer goed” was, door de zonde en door Zijn vloek over de hele schepping verwoest werd en dat deze op een dag door Jezus Christus zal worden verlost en bevrijd. Evolutionisten zeggen dat de Bijbel het op dit punt fout heeft.

Verduisterd

God zegt dat Hij Adam uit het stof der aarde geformeerd heeft, dat Hij de goddelijke adem eraan toevoegde en dat Adam een levend schepsel werd (Gen. 2:7). Maar evolutionisten ontkennen dit en theïstisch evolutionisten spreken Gods Woord tegen door te zeggen dat God (via evolutie) een levend (aapachtig) wezen maakte, de goddelijke adem eraan toevoegde en dat dit vervolgens een mens werd. In klip-en-klare taal zegt God in Genesis 1 tot 11 dat Hij alles ongeveer 6000 jaar geleden in 6 daadwerkelijke dagen maakte. Evolutionisten zeggen: „Weer fout!”


Ik geloof niet dat al deze wetenschappers „bij een grote samenzwering betrokken zijn.” Maar de meeste evolutionistische wetenschappers zijn géén christen, en hun verstand is verduisterd aangezien ze op zondige wijze de waarheid onderdrukken. (Rom. 1:18-21) Vrijwel alle wetenschappers –de christenen daarbij inbegrepen– zijn gevormd in een onderwijssysteem dat wordt beheerst door naturalistische (atheïstische), uniformitaristische, filosofische vooronderstellingen die gebruikt worden om geologisch (en andere wetenschappelijk) bewijsmateriaal te interpreteren op een manier die Gods Woord tegenspreekt. De laatste helft van mijn dvd over de zondvloed en hoofdstuk 3 van ”Coming to Grips with Genesis” laten dit zien.

God misleidt niet, maar mensen misleiden zichzelf door hun anti-Bijbelse manier van redeneren. Wie geloof je: God, of mensen die in opstand zijn tegen God en Zijn Woord? Satan is degene die in de hof van Eden vroeg: „Is het niet dat God gezegd heeft?” Sindsdien heeft hij Gods Woord altijd in twijfel getrokken en ontkend. Zo heeft hij de volken verleid (Openb. 12:9), de zinnen van de ongelovigen verblind (2 Kor. 4:4) en hen ertoe gebracht te spotten met de schepping, de zondvloed en de wederkomst (2 Petr. 3:3-7).

De evolutionistische meerderheid die God loochent en de Bijbel negeert, vertelt ons de waarheid niet. Je zult dit zien als je zorgvuldig de wetenschappelijke argumenten overweegt die in de aanbevolen boeken en dvd's worden gepresenteerd door wetenschappers die God vrezen en de Bijbel geloven (en die de wetenschappelijke data heel serieus nemen).

Toonaangevend

Er wordt onder christenen grote schade aangericht door hun vertrouwen in het gezaghebbende Woord van God te ondermijnen. Dit gebeurt al 200 jaar door de leugens van evolutie en de idee van een ouderdom van miljoenen jaren. Kijk eens naar het verwoestende effect op de kerken en maatschappijen van Europa en Noord-Amerika, waar het christendom ooit zo'n toonaangevende culturele invloed had. Daarom zal ik christenen blijven oproepen om wetenschappelijke en Bijbelse argumenten van creationisten te bestuderen en om Gods Woord meer te geloven dan woorden van mensen (Jes. 66:2).

Dr.Terry Mortensen

De auteur is spreker, schrijver en onderzoeker voor Answers in Genesis in Petersburg, Kentucky (VS).

Ref.Dagblad 22-05-09
Auteur: Reporter Creer datum: 6-06-2009 19:15:10
Bijbel en evolutietheorie niet te verenigen

Het is niet mogelijk en het is gevaarlijk om de evolutietheorie en de Bijbel te combineren. Dat is de overheersende reactie van lezers op de briefwisseling tussen dr. Terry Mortenson en prof. dr. Gijsbert van den Brink. Een selectie uit de ingezonden reacties.

Ik ben het RD dankbaar voor de manier waarop dit belangrijke thema onder de aandacht is gebracht. Eindelijk hebben de mensen kunnen lezen wat het betekent als Gods Woord gemengd wordt met wereldse vermeende wijsheid.

Terry Mortenson heeft aangetoond dat het Bijbelse wereldbeeld niet strijdig is met wetenschappelijke gegevens die in een Bijbels kader worden geïnterpreteerd. En met overtuigende argumenten liet hij zien dat het inpassen van theïstisch evolutionisme in Gods goede schepping het fundament en de betrouwbaarheid van Gods Woord stelselmatig aantast.

Bij Gijsbert van den Brink blijkt waartoe dat leidt: de dood voor de zondeval is geen probleem, de zondvloed wordt verkleind tot een regionale overstroming en de wreedheid en zinloosheid van de evolutie worden als Gods scheppende daden voorgesteld. Enerzijds ben ik blij dat de gevolgen van dit denken openbaar zijn gekomen voor een breed publiek. Anderzijds verbaast en verdriet het mij dat vooraanstaande theologen Gods Woord zo veel geweld aandoen. Dat is niet alleen henzelf tot schade, maar ook hun hoorders en studenten.

G. de Wit
Wijk 3-95
8321 GB Urk

Prof. Van den Brink stelt dat wetenschappelijk onderzoek het geloof in een jonge aarde onmogelijk maakt. Wellicht zijn de op dit moment bekende feiten hiermee niet in tegenspraak. Maar dat zegt helemaal niets over de juistheid van deze theorie. Er zijn in de geschiedenis van de natuurwetenschap wel meer theorieën aanwijsbaar die gedurende lange tijd niet in strijd waren met de waarnemingen. Maar ze waren wel fout.

Hiermee doe ik geen uitspraak over de juistheid van oude- of jongeaardetheorie. Discussies over de interpretatie van natuurwetenschappelijke feiten kunnen alleen beslecht worden door toetsbare voorspellingen gevolgd door experimenten die deze voorspellingen ondersteunen of verwerpen. En dat is hier niet mogelijk, want het gaat niet om een natuurwetenschappelijke, maar om een historische theorie.

Daarom hebben natuurwetenschappelijke inzichten over de leeftijd van de aarde per definitie onvoldoende bewijskracht om het geloof in een jonge aarde los te laten. De stelling van Van den Brink dat „het gewoon niet zo gegaan is” als beschreven in Genesis 1 is dus onjuist. De natuurwetenschap kan daarover geen uitspraak doen.

Pim Mellegers
Anna van Burenstraat 40
3136 CH Vlaardingen

Ik ben het geheel eens met dr. Mortenson. De veronderstellingen van prof. Van den Brink stoelen op menselijk denken. Het is altijd waar geweest en het zal waar blijven wat Gods Woord ons aangeeft. De menselijke bedenksels hebben geen andere grond dan onbewezen stellingen die opgebouwd zijn uit vaagheden en als stellig verkochte waarheden. Als we zeggen dat Gods Woord waar is, dan is dat niet door wat wij geloven, maar eenvoudig omdat het er staat. Als we dan voor achterlijk en onwijs verklaard worden, hebben we dat maar over ons te laten komen. Bovendien, als ik de woorden van Van den Brink in een belangrijke zaak zou interpreteren zoals hij de woorden van de Bijbel doet, zou hij mij terecht voor een fantast of nog erger kunnen verklaren.

A. Boom
Graafdijk West 8
2973 XD Molenaarsgraaf

Gaan we in het RD niet te ver om Gods Woord te laten verklaren zoals prof. Van den Brink dat doet onder de kop ”Gevaarlijk om meer te zeggen dan we weten”? Trouwens, Van den Brink maakt zichzelf hieraan schuldig door te stellen dat de schepping „voor de zondeval niet volmaakt was”, ook niet als God van het geschapene zegt dat het zeer goed was. Als we zeggen voor gereformeerde theologie te zijn en deze stellingen op het bord deponeren van zijn toekomstige dienaars van het Word en onze jongeren, waar zijn we dan mee bezig?

We moeten de schepping lezen in het licht van Jesaja 11, waar gesproken wordt van Jezus Christus en de herschepping. Geen leed, geen pijn of dood. Een kind speelt met een adder. De wolf, het lam, de luipaard en de geitenbok, het kalf en de jonge leeuw liggen in vrede tezamen. Dat is niet te verklaren of te beredeneren, maar enkel uit te wonderen. En dan klopt het, want men noemt zijn naam ”Wonderlijk”. Niet enkel in de verzoening, maar ook in de (her)schepping. Laten we onze jonge mensen niet onheilig nieuwsgierig maken, maar hun het wonder van deze God voorhouden.

T. de Groot
Thorbeckehof 36
3362 DZ Sliedrecht

Dr. Terry Mortenson staat pal voor het Woord van God en verwerpt de dwaling van de evolutie. Dat hij in discussie is gegaan met prof. dr. Gijsbert van den Brink is merkwaardig. Er moet toch geen verschil zijn tussen christenen over de wonderen van onze Schepper?

Helaas was de briefwisseling onthullend, zo niet onthutsend. Hoe is het mogelijk dat Van den Brink met de dwaalleer van Darwin meegaat? Hij laat in ieder geval de zes dagen los, want „het is gewoon niet zo gegaan”, zegt hij. Waarom toch niet eenvoudig aannemen wat er staat geschreven in de Heilige Schrift? Zo begint de uitholling van binnenuit.

Wanneer Van den Brink niet ronduit afstand neemt van de dwalingen van de wetenschap (die zo feilbaar, zo menselijk, vaak zo pretentieus is), dan bewijst hij de kerk een slechte dienst. Ja erger, dit is in tegenspraak met de Schrift zelf. Wetenschap is prima, maar staat onder het gezaghebbende Woord en is daaraan onderworpen.

M. C. Quist
Peulenlaan 75
3371 XH H'veld-Giessendam

De discussie leverde geen nieuwe gezichtspunten op en was daarom vermoeiend. Vaak een herhaling van zetten. Toch kies ik in grote lijnen voor de opvattingen van Mortenson en niet voor die van Van den Brink. Bij de laatste lijkt het redeneren het geloof te overmeesteren.

Het argument dat het ontkennen van de schepping in letterlijk zes dagen niet leidt tot ontkenningen op andere terreinen, is uiterst zwak. De ontwikkelingen in de (voormalige) Gereformeerde Kerken laten duidelijk zien dat het een tot het ander leidt.

Beslissend bij zulke discussies is of wij door de bril van de Schrift kijken naar wat zich in de wetenschappelijke wereld aandient aan opvattingen of door de bril van deze opvattingen kijken naar de Schrift. En dan vervolgens in de Schrift 'inlezen' wat er niet staat. Dat laatste is een gevaarlijke bezigheid, die op gespannen voet staat met het Schriftgeloof.

Prof. dr. P. Buitelaar
Seringenplantsoen 377
2982 BN Ridderkerk

Zowel de evolutionist als de crea-tionist bedrijven wetenschap vanuit allerlei vooronderstellin-gen. De evolutionist gelooft on-der andere dat hij bij de interpretatie van waarnemingen Godkan buitensluiten en heeft alshoogste gezag zijn eigen werk plus dat van andere wetenschap-pers. De creationist betrekt God, de Schepper, bij zijn interpretaties en heeft als hoogste gezag Gods Woord, de Bijbel.

Prof. Van den Brink –en veel christenen met hem– kiezen voor de evolutionistische visie en passen de uitleg van de Bijbel daarop aan. Gods Woord heeft voor hen nog steeds het hoogste gezag, want „het gaat in de Bijbel niet om natuurwetenschap, maar om Christus.” Dat laatste is zeker waar, maar welke waarde heeft het getuigenis over Christus als de 'verpakking' niet betrouwbaar is?


Door heel de Bijbel heen worden de eerste hoofdstukken van Genesis gezien als een historisch verslag. Daarom geloof ik ze zoals ze er staan. Als ongelovige biologiestudent, die niet beter wist dan dat de evolutietheorie klopte, ben ik door het lezen van de Bijbel bekeerd. Nog steeds weet en ervaar ik dat de Bijbel het gezaghebbende Woord van God is, dat je in afhankelijkheid van Hem mag bestuderen, zonder beïnvloed te worden door theorieën van mensen die bewust of onbewust geen rekening met Hem houden.

E. de Jager-Pouwels
B. van Dijklaan 8
8181 GA Heerde

De grote waarde die Gijsbert van den Brink toekent aan wetenschappelijke inzichten doet me denken aan het verhaal van de kevertjes die woonden op de Nachtwacht van Rembrandt. Enkele geleerde kevertjes ontdekten dat als de verschillende kleuren op het schildersdoek werden opgelost in alcohol er nieuwe kleuren ontstonden. De wetenschappelijke theorie lag voor de hand: de verschillende kleurschakeringen waren ontstaan door langdurige processen waarbij de basiskleuren overgingen in allerlei andere kleuren. Toen ze later ontdekten dat zonlicht ook invloed op de kleuren had, wisten ze het helemaal zeker: de kleurschakeringen waren ontstaan gedurende miljoenen jaren…

Rembrandt zou er smakelijk om gelachen hebben! Wetenschap en geloof gaan prima samen, zolang de wetenschap zich beperkt tot het vaststellen van wetmatigheden in de schepping. De wetenschap is een grond voor de dingen die men ”ziet”. In het geval van de kevertjes: de verschillende kleuren, het effect van licht op het verbleken van de kleuren et cetera. Het geloof is de vaste grond van de dingen die men niet ziet: de kevertjes kwamen pas op de Nachtwacht toen de kunstschilder al lang klaar was met zijn ”schepping”!

Dr. Peter de Jong
Baljuwstraat 20
3417 SC Montfoort

Waarom zou je schepping en evolutie per se willen combineren? Omdat we anders niet geaccepteerd worden? We kunnen niet God én de wereld dienen. Argumenten zoals plaatselijke zondvloed overtuigen niet. En stellen dat aantallen aangeven of iets ”waar” is, is onhoudbaar. Hebben dan joden, christenen, moslims, boeddhisten en atheïsten door hun aantallen allemaal een beetje gelijk?

Als ik kijk naar de wetenschappelijke feiten, geloof ik wel in micro-evolutie, zie bijvoorbeeld de vele hondenrassen. Maar macro-evolutie is ongeloofwaardig: alleen een cel al is zo ingewikkeld, die kan niet door toeval zijn ontstaan.

Proberen om God hiervoor te (mis)bruiken, vind ik erg gevaarlijk: je begeeft je dan op een hellend vlak. Als je de schepping en de zondvloed niet letterlijk neemt, waarom dan wel Jezus' kruisiging en opstanding? Voor de geestelijke strijd hebben we een goed fundament nodig, geen halfslachtige mix van twee uitersten. Wat baat het als we de gehele wereld zouden kunnen overtuigen, maar iedereen alsnog (door dwaling) verloren zou gaan?

A. Mussche
Meestersweg 6
7951 BS Staphorst

Ref.Dagblad 28-05-09
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier