|
|
|
Auteur: Analyticus
Creer datum: 17-09-2008 20:51:54
Laatst gewijzigd: 28-04-2009 17:04:35
Stelling WEEK 38
Onderschrijf helemaal het artikel van Dhr.Johan Quist.
Eindelijk iemand met een heldere visie die hij ook duidelijk uitspreekt.
Minister Plasterk perkt de vrijheid van godsdienst en onderwijs in met zijn reactie op de visienota over homoseksualiteit van de VGS, stelt Johan Quist . Het is de vraag of orthodoxe christenen zich voldoende bewust zijn van de problemen die daardoor dreigen.
Minister Plasterk waarschuwt de VGS omdat de visienota in botsing kan komen met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en adviseert in gesprek te gaan met de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Waarschuwde echter de Raad van State bij het indienen van de AWGB niet tot tweemaal toe voor botsende rechten? De vraag is of Plasterk met de verwijzing naar de CGB niet de politieke discussie rond het functioneren van de AWGB ontloopt.
Ook het kabinet moet door deze uitspraak van Plasterk gewaarschuwd zijn. Het recht op godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs komt in de knel, en dat voor het hypothetische en praktisch niet denkbare geval dat iemand met een praktiserende homoseksuele leefwijze zich oprecht in zijn visie verbonden kan weten aan de grondslag van een reformatorische school.
Hoorden wij Plasterk niet in de discussie rond de trouwambtenaar over de vegetariër die toch ook niet bij de slager wilde werken? Het verschil nu is echter dat het niet om een publieke taak gaat, maar om een school die hierdoor in zijn grondslag beschadigd wordt. De praktiserend homoseksuele leerkracht zet zichzelf buiten de Bijbelvisie die orthodox-christelijke ouders hun kinderen willen meegeven vanuit de doopbelofte die zij gedaan hebben tegenover God en hun kerkelijke gemeente.
Ernstig is ook de volgende voetnoot in de reactie van Plasterk: „Ten onrechte lijkt soms te worden gedacht dat bijzondere scholen iemand mogen afwijzen op grond van homoseksualiteit, zo lang maar een duidelijke, zichtbare afweging heeft plaatsgevonden in het kader van de godsdienstige richting van de school. Dit is echter onjuist. Ook dan nog is de school gebonden aan het verbod om onderscheid te maken op grond van het enkele feit dat iemand homoseksueel is, inclusief het aangaan van een homoseksuele relatie.”
Bij afwijzen is er niet sprake van een enkel feit, maar van meerdere feiten. Niet alleen het eerste feit van homogevoelens is de grond van afwijzing, ook niet eens het tweede feit van het praktiseren, maar juist het derde feit dat de levenswijze niet in overeenstemming is met de Bijbelvisie waarin hij of zij de kinderen moet voorleven en onderwijzen. Opvoeden is niet alleen onderwijzen, maar ook voorleven. Plasterk beknot de godsdienstvrijheid en grijpt te diep in bij de opvoeding.
De AWGB gaat uit van gelijkwaardigheid. Voor een ongelovige is daarmee het belangrijkste gezegd. Voor een gelovige is er meer dan alleen een verhouding tussen mensen. Orthodoxe christenen erkennen een hogere macht, een macht die niet gelijkwaardig is maar juist boven hen staat. Het christelijk geloof ontleent zijn normen aan zijn visie op God.
In de knel
Gelovigen willen hun leven vormgeven op basis van deze visie op God. Maakt deze visie de ene mens dan meer dan de andere? Nee, maar de levensinvulling is niet meer om het even. Gelijkwaardigheid is niet de norm, maar onze verhouding tot en met God.
Orthodoxe christenen zien de liefde als een belangrijke norm. Die liefde wordt ingegeven door liefde van God naar ons. Vanuit liefde willen we onze naaste niet veroordelen maar juist naast hem staan, hem steunen en helpen. Het niet accepteren van de homoseksuele praktijk heeft niets met het achterstellen of niet liefhebben te maken, maar met de visie op grond van de Bijbel hoe God ons leven bedoelt.
Het voorleven en opvoeden in de orthodoxe Bijbelvisie lijkt in de knel te komen bij de discussie rond de acceptatie van de praktiserende homoseksuele leerkracht. De conclusies die minister Plasterk trekt uit de AWGB wijzen in die richting. En deze wet zal in de toekomst nog verder worden aangescherpt.
Ik vraag me af of orthodoxe christenen zich voldoende bewust zijn van de problemen die dreigen. Deze keer gaat het onze eigen voordeur niet voorbij. Christenen zullen heldere standpunten moeten hebben die zij in duidelijke taal kunnen verwoorden. De SGP en zeker de ChristenUnie als regeringspartij zouden nu een krachtig geluid moeten laten horen tegen de toenemende inperking van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs door de AWGB en de CGB. Of is de brief van minister Plasterk geschreven namens het gehele kabinet?
De auteur is voorzitter van stichting RefoAnders.
Ref.Dagblad 10-09-08
De Algemene wet gelijke behandeling biedt reformatorische scholen de ruimte om openlijk homoseksuele leraren te ontslaan, betoogt drs. F. A. J. Th. Kalberg. In zo'n geval is namelijk niet alleen de homoseksuele gerichtheid van de docent in het geding, maar ook diens praxis.
Met belangstelling en grotendeels instemming nam ik kennis van het artikel ”CDA, roep Plasterk tot de orde” (RD van 25 september) van Harry van der Molen en Geert Meijering. Niettemin veroorloof ik mij het plaatsen van enkele aanvullende kanttekeningen.
Minister Plasterk heeft naar aanleiding van de ”Visienota Homoseksualiteit” van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) een brief naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij stelt dat reformatorische scholen geen homoseksuele leraren mogen weigeren. De cruciale vraag is of de brief in de ministerraad aan de orde is geweest voordat deze naar de Kamer is gestuurd en of de inhoud van die brief moet worden aangemerkt als het standpunt van het kabinet. Daarover zal eerst duidelijkheid moeten komen.
In officiële stukken richting de Kamer spreekt het kabinet met één mond. Als de bewuste brief niet in de ministerraad is behandeld, dan moet de inhoud toch als het standpunt van het kabinet worden aangemerkt, zolang het van de inhoud geen afstand heeft genomen.
Van der Molen en Meijering zijn teleurgesteld dat de CDA-fractie in de Tweede Kamer nog niets heeft laten horen over deze aangelegenheid. Ik teken hierbij aan dat de fractie van de ChristenUnie -voor zover mij bekend- ook nog niet heeft gereageerd op de ontoelaatbare escapades van de minister.
Kamerlid Van Dijk van de CDA-fractie heeft opgemerkt dat de Tweede Kamer eerst nog de kritiek van de Europese Commissie op de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) aan de orde moet stellen, alvorens de brief van minister Plasterk in behandeling te nemen.
Van de zijde van het CNV is kritiek geuit op het artikel van Van der Molen en Meijering. Zij zouden de vrijheid van onderwijs boven het discriminatieverbod hebben gesteld. Reformatorische scholen zouden geen homoseksuele leraren mogen weigeren.
Enkele feit
In dit verband wijs ik op artikel 5 lid 2c van de AWGB. Het eerste lid van artikel 5 laat onverlet de vrijheid van een instelling van bijzonder onderwijs om eisen te stellen over de vervulling van een functie die, gelet op het doel van de instelling, nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag. Deze eisen mogen echter niet leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat.
Nu bestaat er verschil tussen homoseksuele gerichtheid en homoseksuele praxis. Het bestuur van een reformatorische school zal een leraar weigeren te benoemen of ontslaan, die zijn homoseksuele gerichtheid daadwerkelijk in de praktijk brengt. Een dergelijke leraar zal in het algemeen niet in staat zijn de doelstelling van de school op geloofwaardige wijze te vertolken.
En de school kan het zich tegenover ouders en leerlingen niet veroorloven om een dergelijke leraar aan te stellen of te handhaven, die een levenspraktijk voert in strijd met grondslag en doelstelling van de school. Bij de weigering tot aanstelling c.q. bij ontslag van een leraar is niet slechts diens homoseksuele gerichtheid, maar ook diens homoseksuele praxis in het geding.
Het zou overigens beschamend zijn als onder verantwoordelijkheid van een kabinet waarin vertegenwoordigers van twee christelijke partijen zitting hebben, de onderwijsvrijheid nog verder om zeep wordt geholpen.
De auteur is deskundige op het gebied van het staatsrecht.
Ref.Dagblad 03-10-08
--------------------------------------------------------------------------------
Meer bestuursleden ChristenUnie stapten op
van onze redactie politiek
DEN HAAG - Al meer ChristenUnie-bestuursleden hebben hun functie neergelegd, uit onvrede over de nieuwe gedragscode. Dat zegt partijvoorzitter Peter Blokhuis, in reactie op het vertrek van het Amsterdamse bestuurslid Sander Chan.
Gisteren werd duidelijk dat Chan uit het lokale bestuur in Amsterdam stapt, omdat hij als homo niet uit de voeten kan met de nieuwe gedragscode. ,,Daar vind ik eigenlijk niet zo veel van'', zegt Blokhuis. ,,Er zijn ook enkele andere bestuursleden geweest die hun functie hebben neergelegd.''
Sommigen omdat ze de gedragscode te ruim, anderen omdat ze die juist te strak vonden. Aantallen kon Blokhuis niet noemen.
,,Ik vind het altijd jammer wanneer goede bestuursleden vertrekken, en ik heb begrepen dat Sander Chan zijn werk goed deed'', verklaart de voorzitter. ,,Maar wat hem in zijn besluit precies heeft bewogen en of hij de juiste keuze heeft gemaakt, is iets wat hij met het lokale bestuur moet bespreken.''
Wel erkent Blokhuis dat een ChristenUnie-functionaris die een homoseksuele relatie heeft, zal opbotsen tegen de grenzen van de partij. De ChristenUnie heeft immers uitgesproken dat seksualiteit thuishoort in het huwelijk tussen man en vrouw.
Blokhuis zegt verbaasd te zijn over de aandacht in de media voor het vertrek van Chan. ,,We hebben nu een gedragscode en dat er mensen zijn die zich daarin niet kunnen vinden, hoort daarbij. Natuurlijk begrijp ik dat dit een heel gevoelig punt is, Maar we hebben als landelijke partij juist gezegd dat we ons niet willen focussen op homoseksualiteit. Het moet gaan om het geheel van opvattingen en gedragingen. De afweging of iemand geschikt is, kan
daarom het best op lokaal niveau worden gemaakt.''
Ned.Dagblad 15-10-08
Reacties (1)
--------------------------------------------------------------------------------
Menno Manheim (15 oktober 2008 08:58)
Het is goed om te zien dat de gedragsregel in ieder geval leidt tot een zekere zuiverende werking binnen de ChristenUnie. Wellicht dat er nu ook meer mogelijkheden voor het bestuur komen om meer sturing te geven aan het navolgen van de bijbelse principes binnen de partij. De manier waarop de partij tot nog toe zaken als deze heeft behandeld waarbij men bang is om mensen tegen het hoofd te stoten maakt dat de partij minder slagkrachtig is geweest. Wie werkelijk Jezus wil volgen en het woord van onvoorwaardelijk aanneemt, kan er zeker van zijn tegenstand te ondervinden. Daar mag je als politieke partij in dienst van dus niet bang voor zijn.
Ruzie coalitie over homoleraar
DEN HAAG - De regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie kan het niet eens worden over het al dan niet aanpassen van de regels voor het weren of ontslaan van homoseksuele leerkrachten.
Vrijdag of volgende week zal het kabinet daarom besluiten advies te vragen aan de Raad van State over deze kwestie.
Het kabinet discussieert al maanden over de evaluatie van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) en de uitzonderingsbepaling die daarin is opgenomen voor het bijzonder onderwijs. Door de adviesaanvraag zal het nog zeker een halfjaar duren voor het kabinetsstandpunt naar de Kamer gaat.
Naar verluidt wil minister Plasterk van Onderwijs, die politiek verantwoordelijk is voor homo-emancipatie, af van de uitzonderingsbepaling. Die is volgens hem te onduidelijk omdat sommigen eruit afleiden dat onderwijsinstellingen praktiserende homoseksuele leerkrachten wel mogen ontslaan, terwijl anderen zeggen dat ontslag niet mogelijk is. De bewindsman, die lid is van de PvdA, vindt dat ontslag op grond van de wet niet mogelijk is. Vanwege de onduidelijkheid wil hij van de uitzonderingsbepaling af.
In de AWGB staat dat ongelijke behandeling in principe niet is toegestaan, dus ook niet op grond van een homoseksuele leefwijze. Het bijzonder onderwijs mag echter wel aanvullende eisen stellen als die nodig zijn voor het verwezenlijken van haar grondslag. Maar het „enkele feit” dat iemand homoseksueel is of ongehuwd samenwoont, mag geen reden zijn om onderscheid te maken. Hieruit is altijd afgeleid dat scholen leerkrachten vanwege zijn of haar homoseksuele leefwijze of ongehuwd samenwonen wel mogen weigeren. Een dergelijke leefwijze in namelijk in strijd met de grondslag en staat verwezenlijking van die grondslag in de weg.
CDA en ChristenUnie willen onder geen beding dat dit recht van het bijzonder onderwijs wordt ingeperkt. De coalitie heeft elkaar voorlopig gevonden in de constatering dat de balans die in de Algemene Wet gelijke behandeling gevonden is tussen de klassieke grondrechten van godsdienst, onderwijs en vereniging enerzijds en het recht op gelijke behandeling anderzijds, gehandhaafd moet blijven.
Omdat de discussie al maanden voortduurt, heeft het kabinet besloten de discussie te depolitiseren en de Raad van State om een advies te vragen. Binnen het CDA en de ChristenUnie houdt men er rekening mee dat de raad, het hoogste adviesorgaan van de regering, mogelijk ook kan voorstellen om de uitzonderingsbepaling duidelijker te formuleren. Dat zou nodig kunnen zijn als het kabinet onverkort vasthoudt aan het uitgangspunt dat de bestaande balans tussen de grondrechten gehandhaafd moet blijven.
Ondertussen gaat het kabinet door om homo-emancipatie te bevorderen. Minister Plasterk en staatssecretaris Bussemaker, die verantwoordelijk is voor het sportbeleid, gaven gisteren het startsein voor de vorming van een speciaal netwet van sportende homoseksuelen. Die moeten daar hun verhaal kwijt kunnen. Tot 2011 is daar jaarlijks bijna 1 miljoen euro voor beschikbaar.
De oprichting van het netwerk komt voort uit de vorig jaar november goedgekeurde homo-emancipatienota ”Gewoon homo zijn"van dit kabinet.
Ref.Dagblad 05-12-08
CU en SGP kritisch over homobeleid Koenders
Kamerlid Voordewind van de ChristenUnie vindt dat minister Koenders „bijna missionaire houding” aanneemt als het gaat om homo-emancipatie.
DEN HAAG – Minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking zou veel terughoudender moeten zijn met zijn homo-emancipatiebeleid.
Dat vinden regeringspartij ChristenUnie en oppositiepartij SGP. Kamerlid Voordewind van de ChristenUnie hekelt desgevraagd de „bijna missionaire houding” van Koenders als het gaat om homo-emancipatie. „Ik vind dat hij op dit punt te veel bekeringsdrang heeft. Wij steunen hem daar absoluut niet in.”
SGP'er Van der Staaij: „Er spreekt een soort seculiere zendingsdrang uit het beleid van Koenders: homoseksualiteit moet normaal worden gevonden in de derde wereld.”
De SGP'er vindt de minister op dit terrein „te opdringerig.” Bovendien geeft de bewindsman volgens hem „onevenredig veel aandacht aan homo-emancipatie in ontwikkelingslanden.”
ChristenUnie en SGP zijn het met Koenders eens dat discriminatie van homo's en geweld tegen andersgeaarden bestreden moet worden. „Het is terecht als daar aandacht voor wordt gevraagd”, aldus Van der Staaij.
„Onze insteek”, zegt Voordewind, „en ook die van onze bewindslieden is: homodiscriminatie tegengaan: ja; homo-emancipatie bevorderen: nee.”
Beide Kamerleden vinden dat Koenders meer respect aan de dag zou moeten leggen voor de waarden en normen in ontwikkelingslanden, waar homoseksualiteit veelal taboe is. „Veel Afrikanen zien –mede door hun christelijke overtuiging– homoseksualiteit als tegennatuurlijk gedrag”, stelt Van der Staaij.
Voordewind vindt dat Koenders niet specifiek de homoclubs in Afrika moet steunen. „Laat hem vooral organisaties steunen die in den brede opkomen voor mensenrechten. Dus niet alleen voor homo's, maar ook voor mensen die verdrukt worden om hun geloof, hun vrouw-zijn of hun handicap.”
Van der Staaij meent dat Koenders „niet zo extreem moet focussen op homo-emancipatie. Pak liever de problemen aan van vrouwen die onvrijwillig in de prostitutie zijn beland. Daar is iedereen het over eens.” Voordewind en Van der Staaij zullen Koenders kritisch blijven aanspreken op zijn „stevige” homo-emancipatiebeleid.
D66-Kamerlid Van der Ham is juist zeer te spreken over dat beleid van Koenders. „Tolerantie voor homoseksuelen is een niet-onderhandelbaar mensenrecht.” Het kabinet moet op dat punt een „offensieve houding” aannemen, meent hij. „Dat doet Koenders ook. Hij steekt echt zijn nek uit voor homo's.” De minister moet op dit terrein stelling blijven nemen tegen religieuze organisaties in ontwikkelingslanden, stelt de sociaal-liberaal. „En soms moet hij ook ingaan tegen de lokale cultuur als de mensenrechten van homo's worden geschonden.”
„Over homo's doen veel spookverhalen de ronde. Bijvoorbeeld dat er geen kinderen meer geboren zouden worden als je homoseksualiteit acceptabel maakt. Juist door onze nek uit te steken, kan Nederland veel vrees voor homoseksualiteit wegnemen.”
Ref.Dagblad 20-03-09
Plasterk waarschuwt bijzonder onderwijs
DEN HAAG – Wanneer scholen voor bijzonder onderwijs in de grondslag opnemen dat ongehuwd samenwonen of een homoseksuele relatie niet passen binnen de opvattingen van de scholen, handelen die daarmee in strijd met de wet.
Dat blijkt uit een brief die minister Plasterk maandag heeft verstuurd aan de schoolbesturen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs.
De brief is een vervolg op de kabinetsnota ”Gewoon homo zijn”, waarin de minister aangaf scholen een handreiking te zullen sturen over het bespreekbaar maken van homoseksualiteit.
Voorzitter P. W. Moens van de stuurgroep homoseksualiteit van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) reageert geschrokken op de brief. Hij vraagt zich af waarom de minister in een handreiking over de bespreekbaarheid van het thema de vinger juist weer legt bij het personeels- en toelatingsbeleid van het bijzonder onderwijs.
„Er wordt onrecht gedaan aan de erkenning van de diversiteit aan opvattingen en geloofsovertuigingen in de Nederlandse samenleving. De positie van minderheden wordt niet gewaarborgd door de minister”, stelt Moens. „Bovendien loopt Plasterk met zijn interpretatie van de Algemene wet gelijke behandeling vooruit op een advies van de Raad van State.”
Ref.Dagblad 28-04-09
Plasterk schendt het gelijkheidsideaal
door Henk Post
Minister Plasterk stuurde vorige week een brief naar het bijzonder onderwijs dat het een homodocent zonder meer moet accepteren. Hij lijkt daarmee heel liberaal te zijn, maar zijn opstelling is heel onliberaal.
Minister Plasterk zet zich met zijn brief over homodocenten in voor de secularisering van de moraal. Dat is in strijd met het klassieke liberale denken, en dat is ook in strijd met de godsdienstvrijheid en de andere grondrechten. Een kenmerk van de reformatorische identiteit is de afwijzing van de homoseksuele praxis. De vrijheid van onderwijs houdt in dat ouders de vrijheid hebben het onderwijs aan hun kinderen in te (laten) richten op een wijze die aansluit bij/overeenstemt met de opvoeding die zij aan hun kinderen geven: zij wensen conformiteit in de waarden- en normenoverdracht. Aan deze vrijheid ligt de vrijheid van godsdienst en geweten ten grondslag. Dit is het oudste vrijheidsrecht dat we in Nederland kennen, in principe al vanaf 1579 bij het sluiten van de Unie van Utrecht.
De godsdienstvrijheid botst in de praktijk met het gelijkheidsideaal. Dit is opmerkelijk, omdat aan godsdienstvrijheid dit ideaal ten grondslag ligt. Juist als men uitgaat van gelijkheid van de individuele burgers moet men vrijheid van godsdienst - en ruimer: levensovertuiging - aanvaarden. De opstelling van Plasterk impliceert dus dat hij het gelijkheidsideaal in wezen niet aanvaardt. Hij accepteert niet dat orthodoxe christenen een andere seksuele moraal hebben dan de seculiere meerderheid.
Ik ben ook van mening dat Plasterk de in Nederland al min of meer eeuwen bestaande scheiding van kerk en staat niet respecteert. Nu heeft de overheid ook in het verleden diverse malen deze scheiding ernstig geschonden (ik denk bijvoorbeeld aan het onderdrukken van koning Willem I van de Afscheiding in 1834), maar in het huidige liberale klimaat dat ons land kenmerkt, is sprake van een ernstig incident. Plasterk komt niet rechtstreeks op het terrein van de kerk, maar wel indirect. De opstelling van orthodox-christelijke scholen die hij afwijst en bestrijdt, is immers ook een kerkelijke opvatting. De kerkgenootschappen die het orthodox-protestantse onderwijs ondersteunen, wijzen de homo-seksuele praxis af en gaan de ouders hierin voor en onderwijzen hen hierin.
Onpartijdig
In feite schendt Plasterk een zeer vitaal kenmerk van de Nederlandse rechtsstaat: de neutraliteit van de staat. Neutraliteit betekent: onpartijdigheid. De staat is niet bevoegd om als scheidsrechter op te treden bij twee conflicterende maatschappelijke opvattingen, en is zeker niet bevoegd zich als pleitbezorger van een ervan op te werpen en de andere te bestrijden. Maar dat is wat juist nu gebeurt.
De neutraliteit van de staat houdt in dat de overheid in haar beleid geen enkele levensbeschouwing of opvatting over het goede leven mag bevoordelen boven andere. Enerzijds vormt neutraliteit een argument om bijvoorbeeld het huwelijk open te stellen voor homostellen, maar anderzijds vormt het ook een grond om de orthodox-christelijke overtuiging inzake homoseksualiteit niet buiten de orde te verklaren. Door dit toch te doen, plaatst Plasterk zichzelf buiten de rechtsorde. Hij frustreert met zijn brief de scheiding van de machten: de beoordeling van conflicten is een zaak van de rechter en niet van het overheidsbestuur.
De vrijheid van onderwijs is een grondrecht vanaf 1848 (!). Het gelijkheidsbeginsel is pas in 1983 in de grondwet gekomen in de vorm van artikel 1. Op zich was dit geen fundamentele vernieuwing van de grondrechten, want aan de klassieke grondrechten ligt dit beginsel immers al ten grondslag. Daarom is het op zich helemaal niet zo gek en zelfs goed te verdedigen dat het als artikel 1 in de grondwet staat. De uitwerking ervan in de 'Algemene wet gelijke behandeling' is echter wel problematisch, gelet op de discussie over 'het enkele feit'. Zo mag een homoseksueel medemens niet worden gediscrimineerd vanwege 'het enkele feit' van het homo-zijn. Maar dit feit is uiteraard nooit los verkrijgbaar, het hangt samen met een levensovertuiging. Dit negeert Plasterk. Het komt erop neer dat hij vanuit een bepaalde ideologie het orthodox-protestants onderwijs aanvalt en de rechtsstaat daarmee geweld aandoet.
Onvermijdelijk
Spanningen tussen fundamentele waarden als gelijkheid en godsdienstvrijheid zijn in de praktijk onvermijdelijk. Burgers kunnen met elkaar in conflict komen. Maar de brief van Plasterk impliceert dat de overheid met burgers in botsing komt. De grondrechten 'vrijheid van onderwijs' en 'vrijheid van godsdienst' zijn bedoeld om de burger te beschermen tegen overheidsinvloed.
Met zijn brief tast de minister deze grondrechten in hun wezen aan. Vanzelfsprekend protesteert het bijzonder onderwijs, maar ik ga ervan uit dat ook vanuit de politiek de brief van Plasterk zal worden afgewezen. Dat mag verwacht worden van een ieder die inzicht heeft in de beginselen van onze rechtsstaat.
Dr. H. Post doet onderzoek naar de grondrechten van de Nederlandse staat
Ned.Dagblad 05-05-09
CU-senator uit forse kritiek op CGB en Plasterk
.
DEN HAAG – De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) maakt een 180 gradenbocht waar het gaat om de positie van homoseksuele docenten in het onderwijs en minister Plasterk vaart daar blind op.
Dat stelt ChristenUniesenator en oud-plaatsvervangend commissielid Lagerwerf-Vergunst.
Volgens Lagerwerf staat de visie van de CGB haaks op wat hierover in eerdere oordelen staat. „Dit maakt het gezag van de CGB bepaald niet sterker”, aldus de politica.
Ned.Dagblad 07-05-09
Je mag geloven wat je wilt, als je maar doet wat Plasterk zegt
door Dr.A.Th. van Deursen
Denk je eens in dat je voor de Tweede Kamer alleen maar zou kunnen kiezen tussen Geert Wilders en Ronald Plasterk. Wat een onmogelijk dilemma! Wie je ook kiest, achteraf heb je altijd spijt. De ene ramp is al net zo groot als de andere. Er zijn natuurlijk verschillen tussen de twee, maar de overeenkomsten zijn belangrijker. Beide heren hebben namelijk maar een punt op het programma. Wilders heeft het steeds over de islam. Plasterk praat telkens weer over homoseksuelen. Wilders verlangt dat moslims zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur, Plasterk eist van christenen dat ze gehoorzamen aan wat hij de wet noemt. Als moslims door die aanpassing hun geloof zouden verloochenen, zal dat Wilders geen zorg zijn. Plasterk heb ik nooit horen zeggen dat christenen hun geloof moeten prijs geven. Is dat dan soms een verschil? Welneen. Wat hij van ons wil is dat we ophouden onszelf te zijn.
De afgelopen zaterdag stond het duidelijk te lezen in deze krant. Een school mag in haar grondslag de bepaling opnemen dat zij homoseksualiteit afwijst op grond van haar geloof. Dat zei Plasterk. Dus, zeg ik dan, mag die school handelen in overeenstemming met haar geloof. Nee nee, valt Plasterk mij in de rede. Zo is het niet bedoeld. De school mag dat wel in de grondslag zetten, maar ze mag niet van haar leraren verlangen die grondslag te ondertekenen. Dat zou namelijk in strijd zijn met de wet. Jij mag wel geloven wat jij wilt, als je maar doet wat ik wil, want ik houd mij aan de wet.
Enkele feit
Dan moeten we die wet er maar eens op naslaan. Kort samengevat zegt ze dit: je mag niemand afwijzen op grond van het enkele feit dat hij of zij homoseksueel is. Maar dat willen we ook helemaal niet. Een christelijke school is niet anti-homo en ook niet pro-homo. Ze leeft niet bij enkele feiten. Een christelijke school heeft eerbied voor het Woord Gods. Ik geloof niet dat ik het korter en duidelijker kan zeggen. Zo'n school heeft recht van bestaan, want we kennen in ons land vrijheid van godsdienst.
Ze mag dus vragen van ieder die daar werkt, dat ook hij of zij eerbied heeft voor de wet Gods, en daarnaar leeft. Eén van de gevolgen zal dan zijn dat er aan die school niet wordt gevloekt, al bestaat er vrijheid van meningsuiting. Ook belegt ze geen feesten op zondag, al mag elke Nederlander die dag zo doorbrengen als hij verkiest. En ze vertelt de leerlingen dat de wet Gods ons verbiedt seks te hebben buiten het huwelijk, ook al is de seksuele vrijheid thans bijna onbeperkt. Dat is niet een losse reeks van enkele feiten. Het zijn allemaal gevolgen van dat ene grote feit: een christelijke school heeft eerbied voor Gods Woord.
En die wet van Plasterk dan? Hij heeft zijn uitleg letterlijk ontleend aan een advies van de Commissie Gelijke Behandeling. Vroeger sprak die commissie anders, met meer respect voor het christelijk onderwijs. Maar volgens de minister is er een ontwikkeling gaande in de richting van volledige acceptatie van homoseksuelen. Die weg horen alle scholen te kiezen. Dan staan we nog maar een opvatting toe en schaffen we dus de vrijheid van godsdienst af.
Kan dat dan zomaar? Die vrijheid wordt gegarandeerd in het eerste artikel van de grondwet. Meer nog: de universele verklaring van de rechten van de mens noemt in artikel 18 niet alleen nadrukkelijk de vrijheid van godsdienst, maar verlangt tevens dat die vrijheid ieder het recht geeft, 'hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften'.
Dat is zo helder als glas, en lijnrecht tegengesteld aan de leer van Plasterk. Mij lijkt het niet ongerijmd te verlangen dat de uitleg van een wet in overeenstemming zal zijn met de grondwet en met de verklaring van de rechten van de mens. Dat geldt dus eveneens bij de Algemene Wet Gelijke Behandeling, over dat enkele feit. En ik word steeds nieuwsgieriger naar de mening van de ministers Rouvoet en Van Middelkoop.
Dr. A.Th. van Deursen is emeritus hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de Vrije Universiteit Amsterdam
Ned.Dagblad 12-05-09
Kritiek uit homobeweging op brief Plasterk
AMSTERDAM – Met zijn recent verstuurde brief aan alle scholen waarin hij ingaat op de positie van homodocenten in het bijzonder onderwijs, slaat minister Plasterk de plank grotendeels mis.
Dat stelt directeur Peter Dankmeijer van Empowerment op de website van dit kenniscentrum op het terrein van seksuele diversiteit in het onderwijs.
Dankmeijer reageert daarmee op alle commotie over de brief. Hij wijst erop dat uit inspectie-onderzoek blijkt dat „er wat religieuze grondslag betreft geen aantoonbaar verschil is in de homovriendelijkheid van scholen.”
Volgens Dankmeijer is de brief van Plasterk een kwestie van „politiek gesteggel en scoren.” Hij vindt het problematisch dat de aandacht wordt afgeleid van het werkelijke probleem: „De verwilderde straatcultuur in vmbo's en praktijkscholen, die door een stevig omgangsvormenbeleid moet worden verbeterd.”
Dankmeijer nam in 1990 het initiatief om vanuit het COC een landelijk onderwijsproject op te zetten. Hij steunt het COC in het pleidooi om de enkelefeitconstructie uit de Algemene wet gelijke behandeling te schrappen.
De Raad van State hoopt volgende maand met een advies daarover naar buiten te komen.
Ref.Dagblad 13-05-09
Plasterk: Wenselijk dat CGB zich uitspreekt over Emst
DEN HAAG – Minister Plasterk van Onderwijs zou het wenselijk vinden als het COC of een vakbond de kwestie-Emst zou voorleggen aan de Commissie gelijke behandeling.
Dat stelde de bewindsman dinsdagmiddag tijdens het wekelijks mondelinge vragenuur in de Tweede Kamer. Van een advies aan de belangenorganisaties wil Plasterk niet spreken; hij wil de betrokkenen alleen wijzen op de mogelijkheid om de commissie een uitspraak te vragen. „Het zou interessant zijn. Van kennis wordt niemand slechter”, aldus de bewindsman na afloop van het debat.
GroenLinks-Kamerlid Heemelaar vroeg Plasterk zijn afkeuring uit te spreken over de handelwijze van het bestuur van de christelijke school in Emst. Die stelde vorige week een leerkracht op non-actief nadat deze had aangegeven samen te gaan wonen met een vriend. Volgens het schoolbestuur staat dat op gespannen voet met de grondslag van de school.
Plasterk stelde dat in zijn algemeenheid het enkele feit dat iemand een homoseksuele relatie heeft, geen reden mag zijn voor ontslag: dat staat zo in de Algemene wet gelijke behandeling. In het specifieke geval van Emst wilde hij geen uitspraak doen. „Dat oordeel past mij niet”, aldus de bewindsman. In concrete gevallen moet de Commissie gelijke behandeling (CGB) of de rechter moeten uitspreken of er sprake zou zijn van discriminatie. De betrokken leerkracht of de school kunnen de commissie ook een uitspraak vragen.
Plasterk denkt dat er in de brief van het schoolbestuur aan de ouders over de kwestie, een handvat kan zitten op grond waarvan een belangenorganisatie een oordeel kan vragen aan de CGB. Dat kan als uit de brief van het schoolbestuur blijkt dat ze in zijn algemeenheid geen praktiserende homoseksuele leerkrachten wil. Als dat zo is, kan een algemene belangenorganisatie, zoals het COC, een vakbond of een meldpunt discriminatie ook naar de commissie stappen.
Ref.Dagblad 19-05-09
Leraar Emst neemt afstand van COC
EMST – De homoseksuele leraar die door de School met de Bijbel in Emst op non-actief is gesteld, neemt afstand van de plannen van het COC om bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) een uitspraak te vragen over de schorsing.
Dat meldde dagblad De Stentor woensdagmiddag.
De betrokken leraar wil, zoals afgesproken met het schoolbestuur, samen met de school tot een voor beide partijen goede afwikkeling komen.
De man vindt het daarom niet nodig dat het COC in actie komt, omdat hij op dit moment in goed overleg is. Bovendien wijst hij er volgens Omroep Gelderland op dat hij de zaak nog altijd zelf aanhangig kan maken bij de Commissie Gelijke Behandeling.
RefoAnders heeft ook scherpe kritiek op de plannen van het COC om naar de CGB te stappen. Volgens woordvoerder Johan Quist van de christelijke homobelangenorganisatie probeert het COC goedkoop te scoren door huichelen te legitimeren. „De praktiserende homoleraar die aanblijft op een school die de Bijbelvisie uitdraagt dat seksualiteit alleen in een duurzame relatie van één man en één vrouw hoort, onderwijst in huichelen.”
Quist verwijt het COC simpel te willen scoren, door via wetgeving te bereiken dat praktiserende homoseksuelen ruimte krijgen om op een orthodox-christelijke school les te geven. „De problemen die daarbij ontstaan bij ouders of de school of voor de leraar persoonlijk laten de mensen van het COC blijkbaar onverschillig. Halve betrokkenheid kenmerkt in dezen het COC.”
Ref.Dagblad 20-05-09
s
„Voor geen miljoen druk ik homotekst”
Gerard ten Voorde
NIEUWE-TONGE – „Voor geen miljoen euro.” Drukkerij Konavo uit Nieuwe-Tonge weigert een dubieuze tekst te drukken op badhanddoeken voor de Stichting Gay Sport Nijmegen.
Homo-organisaties lopen te hoop tegen de weigering van textieldrukker Leon Koppenaal om handdoeken te bedrukken met ”Gay Sport Nijmegen PINK Tournament 2009”.
De drukker wil „geen reclame maken” voor een evenement waar hij principieel moeite mee heeft. „Ik ben toch vrij om de teksten waar ik niet achter sta, niet te drukken. Niemand kan mij daartoe verplichten. Anders is het hek van de dam.”
Koppenaal heeft de Stichting Gay Sport per e-mail op de hoogte gesteld van zijn standpunt. „God heeft ons geschapen tot Zijn eer en vraagt ons om te leven tot Zijn eer en verbiedt nadrukkelijk een seksuele relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht. Met een dergelijk evenement wordt Gods naam dan ook zeer ernstig gekwetst.”
De drukker zegt de laatste tijd „schrikbarend vaak” aanvragen te krijgen voor het drukken van godslasterlijke of andere twijfelachtige zaken.
Op haar site geeft drukkerij Konavo expliciet aan niet alle opdrachten aan te nemen. „Wij voorzien geen afbeeldingen en/of teksten: die God-onterend zijn; die (mogelijk) aanstootgevend (kunnen) zijn; voor activiteiten waar wij principieel niet achter kunnen staan.”
De homo-organisatie zegt zich gediscrimineerd te voelen. „Wij willen helemaal niet discrimineren”, verzekert Koppenaal. „Het gaat ons niet om de personen, maar om de tekst.” Hij maakt een vergelijking met een bakker. „Als bakker wil ik best een broodje bakken voor een homofiel, natuurlijk. Ik laat 'm niet verhongeren. Maar vraagt hij mij een broodje te bakken met een godslasterlijke tekst, dan kan ik dat niet doen.”
De stichting heeft melding gedaan van de weigering bij het Anti Discriminatie Bureau. Verder zou zij een klacht indienen bij de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Koppenaal ziet daar niet tegenop. „Ik heb er het volste vertrouwen in. Ieder weldenkend mens weet dat wij hier niet toe kunnen worden verplicht.”
De drukker ervaart de commotie als schokkend. „Je proeft iets van het onchristelijke denken in Nederland. Wij moeten de homobeweging volledig respecteren en accepteren. Maar zij accepteert ons blijkbaar niet.”
Ref.Dagblad 03-07-09
Nog geen lid? wordt dat hier (gratis). Klik hier
Reargeren of een nieuwe topic aanmaken? Klik dan hier
|
|