De Koranteksten over Jezus-die in de Koran 'Isa'genoemd wordt-zijn samengebracht in de derde, vijfde en negentiende soera. De grootste aandacht gaat uit naar de omstandigheden rond de geboorte van Jezus, die op sommige punten lijken op de geschiedenis in het eerste hoofdstuk van het Evangelie naar Lucas. Jezus wordt voorgesteld als iemand die wonderen verrichtte: hij genas blinden en zieken en verrees uit de dood 'met verlof van Allah, soera 3:49
Naarmate de verslaglegging de dood van Jezus nadert, worden de gegevens in de Koran voor meerdere uitleg vatbaar. Ze variëren van verzen die veronderstellen dat Hij sterft, soera 3:55, 19:33, tot een expliciete ontkenning van het feit dat de joden Jezus vermoordden. . Soera 4:157
Het staat nauwelijks ter discussie dat de Koran de goddelijkheid van Jezus ontkent. De Jezus die we in de Koran tegenkomen is nadrukkelijk niet God, niet de Zoon van God en niet 'verwant' aan God. Ook behoort Hij niet tot een Goddelijke Drie-eenheid.
Aan de andere kant zien we dat Jezus de naam Messias krijgt toebedeeld, soera 3:45 en vreemd genoeg wordt Hij ook het Woord van God genoemd, en een 'geest' van God.
Een flink aantal passages in de Koran lijkt een weerslag te vormen van situaties waarin strijd geleverd wordt, vooral in de soera's 8 en 9 , maar ook delen van de belangrijke inleidende soera's en elders. In deze soera's staan twaalf bevelen om te vechten en vijf oproepen tot moord.
De Bijbel en de Koran zijn allebei gebaseerd op het geloof in een Schepper, een God aan wie mensen verantwoording moeten afleggen. Maar daarnaast zijn er vele verschillen die de kern van het Evangelie raken. Behalve de ontkenning van de goddelijke natuur van Jezus en de klaarblijkelijk ontkenning van zijn dood aan het kruis, biedt de Koran slechts een afgezwakte weergave van de heiligheid van God en een beperkte analyse van de diepgang van de zonden van de mensheid. Er is geen goddelijk Heilsplan in terug te vinden en de behoefte aan een Verlosser ontbreekt; de Koran presenteert dan ook geen verlosser. Er is geen sprake van een goddelijk persoon die mens werd om ons een beeld te geven van God, Johannes 1:14-18. Dit heeft tot gevolg dat
de Koran Gods liefde voor de mens omschrijft als voorwaardelijk: er is geen oproep aan mensen om God en/of elkaar lief te hebben.
Het getuigt niet van respect en naastenliefde als we alleen maar vrolijk ja knikken of glimlachen als moslims aanspraken op de waarheid maken die tegen de duidelijke boodschap van het Evangelie ingaan. Naastenliefde en vriendschap houden alleen stand als we duidelijk stelling nemen en uiting geven aan onze standpunten over de Waarheid die redding brengt.
Bron: Gordon Nicker, Vancouver
www.quranandinjil.org.
(wordt wekelijks vervolgd)






