AMSTERDAM - Er liggen honderden miljarden euro's en dollars klaar om banken te steunen die door wantrouwen in liquiditeitsproblemen dreigen te komen. In ons eigen Nederland is voor dat doel maar liefst een bedrag van 200 miljard euro's beschikbaar. Daarnaast nog eens 20 miljard euro's om ter wille van het wegnemen van het wantrouwen desnoods rechtstreeks deel te nemen in het risicodragend vermogen. Om aldus de balans van gewantrouwde financiële instellingen te versterken. Andere euro-landen doen verhoudingsgewijs nauwelijks onder.
Op zichzelf genomen allemaal goede zaken, althans in de huidige omstandigheden. Naar het zich liet aanzien loerde immers het gevaar van een bancaire systeemcrisis. En dat zou zonder meer een ramp voor ons allen zijn geweest. Een bancaire systeemcrisis betekent immers, kort gezegd, dat het normale girale betalingsverkeer in feite ophoudt te bestaan. En dan kunnen we met name denken aan betalingen die van de rekening van een klant van de ene bank naar die van een klant van een andere bank worden overgemaakt.
Bancaire systeemcrisis bezworen
Alleen in ons land al gaat het daarbij om tientallen miljoen transacties per dag met een waarde van vele miljarden euro's. In het huidige bancaire betalingssysteem verloopt het overgrote deel van die transacties geheel geautomatiseerd. Ook betalingen van een klant van de ene bank naar een klant van een andere bank kunnen vanaf de bron tot aan het eindstation, ofwel de rekening van de ontvangende klant, binnen luttele minuten geregeld zijn.
De bank van waaruit de betaling afkomstig is, houdt daartoe een rekening aan bij de ontvangende bank, of anders is er wel een machtiging voor de ontvangende bank om de creditering van de rekening van haar klant op een andere manier geautomatiseerd te incasseren. Zo werkt dat nationaal en in veel gevallen ook internationaal. Wanneer de betalende bank debet komt te staan of anderszins de limieten overschrijdt wordt dat doorgaans geaccepteerd in het vertrouwen dat een en ander wel snel zal worden rechtgetrokken.
En wat gebeurt er nu bij een bancaire systeemcrisis? Kort gezegd zal de ontvangende bank van de betalende bank slechts betalingen voor haar klanten accepteren tot het bedrag waarvoor de betalende bank bij haar een tegoed aanhoudt. De rest van de betalingen wordt in de wachtkamer gezet of eenvoudigweg niet geaccepteerd. De klant van de ontvangende bank merkt dat doordat betalingen vanaf de rekening van de betalende bank met vertraging of zelfs helemaal niet binnenkomen.
Er is weinig fantasie voor nodig om de omvang van de ramp van een dergelijke situatie in beeld te krijgen. We hoeven als privé persoon of bedrijf bijvoorbeeld alleen maar even op de rekeningafschriften te kijken in hoeverre bij de inkomende en uitgaande betalingen andere banken dan de eigen bank betrokken zijn. Die 'externe' lijnen zouden bij een bancaire systeemcrisis in principe allemaal droog kunnen vallen. Zelfs PIN- of creditcardbetalingen zouden in veel gevallen niet meer mogelijk zijn.
Ook als belegger wordt ons het leven vrijwel onmogelijk gemaakt. Immers, bij verkoop van effecten moet uiteindelijk door een tegenpartij worden betaald, net zoals bij aankoop maar dan in de andere richting. Als betalen over en weer niet meer langs de gebruikelijke weg kan, dan kunnen we beter ophouden met kopen en verkopen. Immers, je kan in deze tijd moeilijk van je bank of commissionair verlangen dat die met een enveloppe met contant geld je aangekochte effecten bij de tegenpartij gaat ophalen, of dat je verkochte effecten door de tegenpartij met een enveloppe contant geld bij je bank of commissionair worden opgehaald.
Kortom, een groot deel van het normale financiële en economische leven zal in de huidige situatie bij een bancaire systeemcrisis waarschijnlijk volledig stilvallen. En het is het met name in dit verband dat we lof kunnen toezwaaien aan de beleidsmakers die snel over de brug kwamen met hun plannen om in elk geval een dergelijke situatie te voorkomen.
Bancaire voorzetten uitgebleven
Wat dat aangaat kunnen we echt opgelucht ademhalen. Aan de snelle en internationaal gecoördineerde actie kunnen we bovendien het vertrouwen ontlenen, dat men de vinger aan de pols houdt om zo nodig snel opnieuw tot maatregelen over te gaan. Er kleeft echter wel een 'maar' aan de opluchting en het vertrouwen: Maar waar blijven de banken nu eigenlijk zelf met maatregelen om aan de kredietcrisis een eind te maken.
Vanuit de kring van de betrokken banken heb ik eigenlijk nog geen enkele goede voorzet in die richting gezien. Ik vind dat verontrustend. Kennelijk wordt er onder beleggers op grote schaal net zo over gedacht. De koersen van de aandelen in financiële instellingen hebben weliswaar vaak positief tot zeer positief op van overheidswege afgekondigde steunmaatregelen gereageerd, maar vervolgens zakken ze weer snel terug.
Punt is nu eenmaal, dat zonder de inzet van de betrokken instellingen zelf de afgekondigde steunmaatregelen in wezen niet meer zijn dan een doekje voor het bloeden. De oorzaak van het bloeden wordt daarmee niet weggenomen. Nog steeds zijn er talloze banken in de wereld met forse belangen in tot verhandelbare pakketten gebundelde kredieten en de daarop afgegeven credit default swaps, met een waarde waarover kennelijk nog steeds niemand iets zinnigs kan zeggen.
Dus nog steeds onduidelijkheid en onzekerheid troef. Daarbij lijkt gebruik van de door overheden geboden steun in het wereldje van bankiers vaak eerder als teken van zwakte dan als meer zekerheid te worden gezien. Terugkeer naar een normaal functionerend bankwezen wordt door een en ander zeer bemoeilijkt. Dat is zeer bedroevend.
Centraal inkoopfonds
In een vorige bijdrage wees ik in dit verband op de aankopen in de VS van grote pakketten subprime hypotheken ver onder de nominale waarde door grote investeerders zoals Lone Star. Ik vroeg mij af of het niet mogelijk zou zijn beleggingsfondsen te vormen die hetzelfde zouden doen met de opbrengst uit bij, desnoods bij kleinere, beleggers te plaatsen aandelen of obligaties met eventueel een beperkte looptijd.
In hun onlangs in het Financieele Dagblad gepubliceerde bijdrage pleiten de oud-bestuurders van ABN Amro Van den Brink en Oostendorp in hetzelfde verband voor een door centrale banken te vormen inkoopfonds. Een inkoopfonds waarbij de banken al hun onzekere en onduidelijke 'assets' die de oorsprong van de kredietcrisis vormen, kunnen inleveren. En dat tegen prijzen die door een onafhankelijke marktpartij moeten worden vastgesteld. Eveneens een manier om de onduidelijkheid en de onzekerheid uit de balansen van de financiële instellingen in de wereld weg te halen.
De charme van het pan van Van den Brink en Oostendorp is natuurlijk dat vanuit de rol die de centrale banken met hun inkoopfonds wordt toegedacht, een zekere dwang richting betrokken banken kan worden uitgeoefend.
Bovendien hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Wat let immers de centrale banken om na verloop van enige tijd, wanneer alles weer normaal is geworden, zelf als uitgevende instelling van op kredietpakketten en eventueel ook op credit default swaps gebaseerde beleggingsproducten uit te geven. Bijvoorbeeld op de 'over de toonbank' manier, net zoals tegenwoordig de door de staat uitgegeven obligaties hun weg naar de markt vinden. Met als afnemers professionele marktpartijen, die er vervolgens weer voor gewone beleggers behapbare producten van maken.
Omdat de centrale banken de grondstof voor die producten leveren kunnen ze bovendien goed in de gaten houden of en in hoeverre er aan gewone beleggers al te hoge gouden bergen worden voorgespiegeld. Wie weet gaan beleggers dan uiteindelijk toch nog wat plezier aan de kredietcrisis beleven.
Joop Nederstigt is onafhankelijk beleggingsdeskundige
Telegraaf 22-10-08






