Jorien Esser
De Roma zijn met 10 miljoen de grootste minderheid binnen de Europese Unie. Roma komen over het algemeen niet positief in het nieuws, zeker niet met de recente uitzettingen en ontmantelingen van kampen in Frankrijk. Er lijkt voor deze groep steeds minder ruimte in Europa. Wel wordt duidelijk dat de Romaproblematiek een Europese aanpak vergt.
Halverwege augustus 2010 kondigde president Sarkozy aan dat alle Franse zigeunerkampen voor september hetzelfde jaar ontmanteld zouden worden. Dit gebeurde in het kader van een nieuwe Franse veiligheidswet. Opmerkelijk is dat de Canard Social op 9 september een intern memo van 5 augustus wist te publiceren, waaruit blijkt dat de Franse politie geïnstrueerd was zich specifiek te richten op Roma kampen. Ministers van Binnenlandse zaken Brice Hortefeux en Immigratie Eric Besson ontkenden in alle toonaarden het bestaan van deze specifieke instructie in alle grote media. Maar vier dagen later (13 september) verscheen een nieuwe versie, waarin de gevoelige passage was geschrapt. De Roma uit de Franse kampen werden teruggestuurd naar Roemenië en Bulgarije voorzien van een vrijwillige terugkeerbonus van 300 euro per volwassene en 100 euro per kind. Er zou buitensporig veel geweld gebruikt zijn door de Franse ME; een man kwam hierbij om het leven. Op 27 augustus stuurde de stichting ERRC (European Roma Rights Centre) een urgente brief naar de Europese Commissie om hun zorg uit te spreken over de situatie van Roma in Frankrijk (www.errc.org).
Eurocommissaris Viviane Reding van Justitie en Mensenrechten meende dat het uitzetten van Roma in strijd is met tal van Europese regelgeving, zo vertelt zij in een interview met de BBC op 14 september. Als Europese burgers hebben Roma immers het recht hebben zich vrijelijk in de Unie te verplaatsen. Reding berispte Frankrijk in sterke bewoordingen. Ze vergeleek de acties met de deportaties ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, vanwege het etnische karakter van de Franse deportaties van Roma. In het interview noemde ze de acties een “schande” voor Europa.
De opmerking van Reding was tegen het zere been van Frankrijk. De trotse natie, waar in de 18e eeuw de rechten van de mens zijn uitgevonden, voelde zich gekrenkt in haar trots. Toen een Frans senator zei dat hij had gewild dat “Napoleon en Bismark het in de 18e eeuw op een akkoordje hadden gegooid, zodat Luxemburg tegenwoordig niet meer zou bestaan”, refererend aan het land van Eurocommissaris Reding, waren de rapen gaar (Le Parisien, 20 september). De Franse minister-president moest op het matje komen in Brussel en bood morrend zijn excuses aan, die Reding accepteerde. Frankrijk beloofde beterschap.
Maar begin oktober publiceerde de krant Le Monde opnieuw gelekte documenten waarin te lezen is dat de Franse politie waarschijnlijk sinds 1994 gebruik maakt van een illegale software om Roma te registreren op basis van hun etniciteit, wederom in strijd met Europese en Franse wetgeving. Minister van Binnenlandse Zaken, Brice Hortefeux verklaarde hier nooit van op de hoogte te zijn geweest, maar dit leverde Parijs wederom een forse berisping vanuit Brussel op (Le Monde, 7 oktober). Eurocommissaris Reding voelde zich voorgelogen door de wisselende Franse verklaringen. Sterker nog: ze verklaarde een onderzoek in te stellen naar de mate waarin Frankrijk de Europese regelgeving over vrij verkeer van personen en de anti-discriminatierichtlijn heeft geïmplementeerd. In afwachting van een nieuwe Franse immigratiewet is het onderzoek voorlopig uitgesteld.
Maar impliciet wordt Frankrijk vooral verweten dat het bezig is een specifieke immigrantengroep te stigmatiseren, om hier in de nationale politiek mee te scoren. Sarkozy staat historisch laag in de peilingen en kan daarom wel een opsteker gebruiken. Een Europees proces zou dan vooral als waarschuwing voor andere Europese landen fungeren, die overwegen eenzelfde harde politiek ten uit te voeren, zoals Italie. Daarom blijft het aannemelijk dat Frankrijk voor het Europees Hof wordt gedaagd. (www.rue89.com)
Een kleine achtergrondschets over de Roma leert ons dat zij met 10 miljoen de grootste minderheid in de Europese Unie zijn. Roma zijn één van de meest gediscrimineerde minderheden in Europa.
De Roma werden tussen de zestiende en eind negentiende eeuw in voormalige Oostbloklanden als Roemenië als slaven gehouden. De enorme achterstand op sociaal en economisch gebied is wellicht mede daar een gevolg van. De discriminatie van Roma is in Oost-Europa nog sterk geworteld in de samenleving, wat de problematiek in stand houdt. Door de sterke discriminatie op de arbeidsmarkt is er een zeer hoge werkeloosheid onder de Romabevolking.
Romakinderen morgen daarbij niet naar gewone scholen, maar alleen naar aparte scholen. Dit zijn vaak scholen voor geestelijke gehandicapten en daarnaast zijn de scholen van erbarmelijke kwaliteit. Deze factoren dragen eraan bij dat de Roma sterk gesegregeerd in getto's wonen, zonder aanwezigheid van stromend water of elektriciteit. Veel Roma leiden nog regelmatig honger en de totale levensverwachting van Roma in de voormalig Oostbloklanden (rond 50 jaar) ligt veel lager dan de rest van de bevolking.
Roma hebben een sterke eigen cultuur, met hechte familiebanden en tradities. Dit is hun zegen in de barre omstandigheden waarin ze vaak leven, maar tegelijkertijd is dit ook een onderdeel van de problematiek: juist hun sterke eigen cultuur zorgt ervoor dat de Roma al decennialang gediscrimineerd worden, omdat ze duidelijk anders zijn en niet assimileren. Daarom waren tijdens de Tweede Wereldoorlog ook de Roma een doelwit in de Endlösing. Het is cru, maar de vergelijking van Reding met deportatie van Joden is dus niet vergezocht.
In tegenstelling tot wat de Franse regering verklaard over de zigeunerkampen, zijn de Roma uit Oost-Europa geen nomaden of zigeuners, maar sedentaire Roma. De Roma die naar Frankrijk, Spanje en Italië komen zijn economische migranten, die hopen betere gezondheidszorg, beter onderwijs voor hun kinderen en minder discriminatie.
Eenmaal in West-Europa is het leven vaak niet eenvoudiger. Zonder huisvesting zwerven de Roma van het ene terrein naar het andere terrein, waar ze in sloppenwijken in provisorische bouwsels wonen De ME stuurt ze regelmatig weg, waardoor de Roma in een cirkelbeweging rondtrekken. Vaak zijn Romakampen gestationeerd op vervuilde grond, wat veel ziektes oplevert. Werken is in principe illegaal. Soms wordt (zwart) bijgeklust in de landbouw, sloop of in de schoonmaakbranche. Maar, zo vertelt een medewerker van stichting Romeurope, dat de Franse politie staat erom bekend de Roma vaak dwars te bomen en narrig op te treden.
Mannen die naar hun baan lopen worden verhinderd door politiebusjes en vrouwen en kinderen die water halen worden weggepest met peperspray. Veel Roma zijn daarom noodgedwongen aangewezen op bedelen of het zoeken van oude elektronische apparaten. Die apparaten worden niet alleen gebruikt om te verkopen, maar worden ook gestript voor koper of ijzer. Het is in de omgeving algemeen bekend dat grote Franse elektronicaketens regelmatig hun oude spullen dumpen in gebieden waar veel Roma zich ophouden. In die zin zijn ze onderdeel van het Franse recyclingsysteem. Maar noodgedwongen wordt er ook veel gebedeld. Bedelen levert gemiddeld 6 euro per dag op, waar een gezin van vijf voldoende aan heeft. Dit bedelen draagt niet bij aan een positief beeld van de omgeving en daarnaast wordt in de politiek regelmatig benadrukt dat de Roma zich niet willen aanpassen. Er wordt daarom wel gesteld dat Roma een imagoprobleem hebben, zo vertelt de medewerker van stichting Romeurope. De medewerker wil overigens alleen anoniem zijn verhaal doen, omdat hij veel voor de overheid werkt.
Bij de geplande toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU, formuleerde de Commissie harde eisen als voorwaarde. De EU eiste bijvoorbeeld dat er een einde moest komen aan alle administratieve discriminatie van de Roma, de getto's, de speciale scholen en de niet bestaande politieke vertegenwoordiging. Maar de EU faalde in het controleren van deze eisen. Daarnaast stak de EU veel geld in allerlei lokale, achteraf frauduleuze, NGO's die in naam wel de Roma hielpen, maar in de praktijk geen resultaten leverden.
De EU is er ten onrechte vanuit gegaan dat de grootste problematiek van het land zich vanzelf zou oplossen, wanneer Oost-Europa lid zou worden van de EU Dit bewijst dat Brussel het Romaprobleem heeft onderschat en niet goed kende. De verklaring hiervoor is dat de Roma politiek niet zijn vertegenwoordigd en dat de niet-Roma politici uit Bulgarije en Roemenië het probleem wegwuiven als ze in Brussel komen.
Toch stelde het Europees Parlement al twee jaar voor de toetreding van Roemenië en Bulgarije, op 28 april 2005, een richtlijn op om discriminatie van Roma tegen te gaan. Dit was naar aanleiding van de Internationale Romadag (8 april) die al in 1971 werd ingesteld. Het feit dat de richtlijn de situatie niet heeft verbeterd, toont aan dat het probleem zeker niet nieuw is. Het zou naïef zijn te denken dat dit zo kan worden opgelost. (www.europarl.europa.eu)
Er zijn echter ook succesverhalen. De stichting Romeurope is sinds de jaren '60 al actief in de sloppenwijken rond Parijs. Het werkt na een strenge selectie met Roma gezinnen om ze uit hun benarde situatie te halen. Romeurope werkt met behulp van vijf stappen. Allereerst wordt gezorgd voor woonruimte, vaak tijdelijk zoals een hotelkamer. Of er wordt voor een afgebakend terrein gezorgd, waar men met caravans op kan gaan staan. Deze locaties worden streng bewaakt, zodat er niet meer gezinnen naartoe komen dan plek voor is. Ten tweede wordt gekeken naar benodigde medische zorg. Ook worden de kinderen ingeënt, wat vereist is als ze later naar school worden gestuurd. Vervolgens moeten de kinderen én de ouders de Franse taal leren. Tenslotte worden de ouders getest om een competentiecertificaat te bemachtigen. Wanneer dit op zak is wordt gezocht naar een baan. Werkgevers zijn erg enthousiast over de aanpak van dit programma. De reden dat het programma van Romeurope succesvol is, is dat Romeurope naast het hebben van jaren ervaring ook rekening houdt met de Romacultuur. Zo is het in de cultuur bijvoorbeeld gewoonte dat mannen en vrouwen ander soort werk doen.
Het programma biedt hoop voor de toekomst en de EU zou kunnen investeren in de verspreiding van dergelijke programma's naar andere landen. Verder moet de EU streng optreden tegen bestaande discriminatie, vooral in Oost-Europa. Alleen de EU kan eisen dat de situatie in Roemenië en Bulgarije verbetert, op straffe van zware sancties. Deze sanctie mogen ver gaan, zo mag er volgens de stichtingen best gedreigd worden met opheffing van het lidmaatschap van de EU. Daarbij zou de EU niet moeten schromen de stigmatiserende aanpak van de Fransen te berispen, zo stelt Franse nieuwswebsite www.rue89.com.
De recentelijke aandacht voor de Roma is een goed teken. Een bekend probleem heeft immers een grotere noodzaak voor een oplossing. Tot slot zou het helpen wanneer we zouden accepteren dat mensen anders zijn, maar daarmee niet per se een probleem vormen, alhoewel dit moeilijk lijkt in tijden van polarisatie. Frankrijk heeft in ieder geval aangekondigd een Europese Romatop te willen organiseren. Vooralsnog zijn Roemenië en Bulgarije niet uitgenodigd
Verspers 27-10-10






