Door Carel Goseling.
BOEKAREST (GPD) – Ophef in Europa over het uitzetbeleid van Frankrijk van Roma-zigeuners. In het centrum van de Europese Roma, Roemenië, leiden ze een vrij uitzichtloos bestaan. 'In onze wijk staan wij helemaal onderaan de sociale ladder'.
De tientallen kleine huizen bestaan uit houten palen, met gewitte muren van leem. Daken van golfplaat, her en der weggezakt. Afgebladderde lagen verf op de raamkozijnen en deuren. Tussen de woningen onverharde wegen. Geen stromend water, geen riolering. De stroomvoorziening is gebrekkig. Welkom in Prislop, 300 kilometer ten noordwesten van de Roemeense hoofdstad Boekarest. Het landelijk gelegen gehucht wordt bewoond door circa 300 'tigani', oftewel zigeuners. In westers spraakgebruik: Roma.
Het leven is er hard. Werk is er niet. De dorpsbewoners verdienen af en toe wat door de verkoop van zelfgemaakte bezems, of in het bos geplukte bessen en paddenstoelen, in de nabijgelegen stad Sibiu. Toch trekken ze niet weg. Ze blijven hangen in hun bergdorp. Sinds 2003 zorgt de gemeente Rasinari, waar Prislop onder valt, namelijk voor een geregeld inkomen. Inwoners van Prislop kunnen gedurende drie dagen per week klusjes voor de gemeente doen. Daarvoor ontvangen ze 20 euro per maand. Een 'kapitaal' in een land waar de meeste Roma rond moeten komen met een sociale uitkering van 60 euro per maand.
Afgaande op de laatste, nog onder het communistische bewind van Nicolai Ceaucescu gehouden volkstelling, kent Roemenië 535.000 Roma. Feitelijk zijn het er tussen de 2 en 2,5 miljoen omdat veel Roma bij de telling opgaven dat ze Roemeen waren.
Oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van India, kwamen de Roma als lijfeigenen en slaven via Afghanistan, het Midden-Oosten en Turkije in Oost-Europa terecht. Daarbij speelde het Ottomaanse rijk (1299-1922), dat zich uitstrekte van Perzië tot Oostenrijk, een sleutelrol.
In Roemenië zijn de Roma eigenlijk nooit geaccepteerd. De communisten zagen hen als klassenvijand. Er werd een eind gemaakt aan hun handel. Rondtrekken door de republiek werd verboden. Met de industrialisatie werden Roma massaal verplicht te verhuizen naar speciaal voor hen uit de grond gestampte woonwijken - veredelde getto's - nabij de fabrieken waar ze moesten gaan werken. Aan de leefomstandigheden werd verder geen aandacht besteed.
Na de val van Ceaucescu in 1989 zakte de Roemeense economie ineen. Sociale voorzieningen zoals goedkope huisvesting, gratis vervoer, onderwijs en gezondheidszorg gingen op de schop. De hoogte van uitkeringen werd aangepakt. Roma verloren hun werk bij de staatslandbouwbedrijven, in de industrie, de bouw en bij de aanleg van wegen. De onzekerheid over de toekomst leidde tot een regelrechte Roma-haat bij de doorsnee Roemeen. Roma wordt in het land met een dubbele r geschreven. Dit om hen te onderscheiden van Romani, de officiële benaming van Roemenen.
Frankrijk
Het is half vijf in de ochtend als de bus van Atlassib de buitenwijk van Boekarest uitrijdt met bestemming Frankrijk. Dagelijks wordt er gereden op 32 Franse steden. Afhankelijk van het einddoel kost een enkeltje tussen de 100 en 150 euro. De luxe touringcars zitten vol, ondanks de wetenschap dat de Franse regering Roma hardhandig uitzet.
„Ik ben twee dagen geleden uit Frankrijk teruggekomen”, stelt Tiberius tegen een Frans tv-team. „Maar ik ga binnen een week terug. Hier is niets te doen. Er is hier geen werk.” 'Hier' is Calvini, een stadje met 5000 inwoners, 200 kilometer ten noordoosten van Boekarest. Ongeveer de helft van de inwoners zijn Roma. Marian Banicu vult aan: „Ik ga daar bedelen met m'n kind. De mensen geven ons eten. Het is daar veel beter. Gratis gezondheidszorg. We vinden kleding in de vuilnis. En metalen voorwerpen die we kunnen verkopen.” Hunedoara - letterlijk vertaald: staalmarkt - ligt op 300 kilometer ten noordwesten van Boekarest. In de industriestad met 80.000 inwoners, staan opvallende villa's. Woningen met een omvang die in Wassenaar niet zouden misstaan. Vier verdiepingen, rijkelijk versierd met blinkend smeedwerk: edelmetalen vlaggen, vissen, sterren, zonnen. Allemaal eigendom van Roma. Bij Vila Ciaplin staat zelfs een Jaguar voor de deur. Voor de deur zitten drie Roma-vrouwen in traditionele, bonte kleding. Op de vraag of het gebouw gefotografeerd mag worden, komt een ontnuchterend antwoord: „Hoeveel betaal je er voor?” De Roma-gemeenschap kent van oudsher kasten, zoals de caldarari (ketellappers), lavari (houtsnijders), argintari (goud- en zilversmeden). Daarnaast bestaan er clans met aan het hoofd een chef, de bulibascha. Er heerst een grote, onderlinge rivaliteit die soms ook met gebruik van geweld wordt beslecht. Eens per jaar, bij de nationale dag van de caldarari en nomazi (nomaden-Roma), wordt de strijdbijl begraven. Dan komen de Bulibascha's met hun vooral Duitse limousines en clanleden bijeen voor twee dagen feesten. Iedereen brengt delicatessen mee. Hoe meer hoe beter, want daaruit blijkt de eigen rijkdom. Ierse wiskey gaat van hand tot hand. Voor een verzoeknummer bij de zangeres wordt zo 1000 euro neergeteld.
Altijd aanwezig is Florin Cioaba, sinds 1997 Koning der Roma. De vorst maakt zich zorgen. Volgens hem hebben de Roma te lang onderling strijd gevoerd. Zo zijn er meer dan 250 Roma-organisaties in Roemenië. „Daardoor konden we ook gemanipuleerd worden en leven we nu in armoede. Wij, de leiders van de Roma, zijn daar zelf deels schuld aan.” Cioaba heeft nu het initiatief genomen tot een krachtenbundeling: twintig Roma-leiders vormen een commissie die de belangen van de Roma bij de autoriteiten gaat verdedigen.
Magaretha Matache is directrice van Romani CRISS, een organisatie die opkomt voor de belangen van de Roma. Volgens haar is er bij de Roemeense regering geen politieke wil iets aan hun lot te doen. „Zeventig procent van de Roemenen ziet Roma als criminelen. Hoe kun je dan bewijzen dat je wilt integreren, leren en werken? Werkgevers nemen Roma toch niet aan”, aldus Matache tegen een tv-station.
Gekleineerd
Feit is dat maar zeventien procent van de Roma-kinderen onderwijs volgt. Daarvoor zijn meerdere redenen, aldus Vasile Burtea, zelf Roma en ambtenaar op het ministerie van Arbeid. Zo hebben de Roma geen geld voor boeken en andere leermiddelen. Op normale scholen worden ze gediscrimineerd en gekleineerd, waardoor ze afhaken. Op speciale, overvolle Roma-scholen lopen alleen slechte leerkrachten rond, die daar niet willen werken en zich niet inspannen goed onderwijs te geven.
Kinderen die op school zitten, zijn voor het gezin niet beschikbaar. Ze kunnen geen geld in het laatje brengen. En als ze hun school hebben afgerond willen ze niet langer simpel handwerk doen of flessen of oud ijzer verzamelen. Ze willen een baan. Maar als ze die niet vinden, blijven ze werkloos thuiszitten en zijn ze het gezin alleen maar tot last. Vandaar dat veel ouders hun kinderen weghouden uit het onderwijs.
Ilie Dincu, voorzitter van het Nationaal Agentschap voor Roma, erkent dat er veel problemen zijn. Volgens hem moet er meer geld komen om daar iets aan te doen. In Calvini weten ze wel beter. Daar klagen Roma dat de autoriteiten in Boekarest micro-kredieten die ze in Frankrijk kregen voor het opzetten van een eigen onderneming, tegenhouden. Er gaan echter ook verhalen dat het de Bulibascha's zijn die de gelden onder 'vrienden' verdelen, waarbij ze een deel in eigen zak steken. Het feit dat veel Roma analfabeet zijn, zorgt er ook voor dat beschikbare financiële middelen makkelijk kunnen verdwijnen.
Magdi woont in Sfantu Gheorge. Ze is een Roma afkomstig uit Hongarije. Ze spreekt, zoals de meeste Roma, geen Romanes. Alleen Hongaars en Roemeens. Ze woont met Andras in de Roma-sloppenwijk van de stad. Er is geen riolering. Van de 500 huizen hebben er vier een officiële aansluiting op het elektriciteitsnet. De wijk is vergeven van de ratten. Als het regent loopt alles onder. Vrijwel elke bewoner heeft een of andere ziekte.
„In onze wijk staan wij helemaal onderaan de sociale ladder, omdat wij heel arm zijn”, aldus Magdi in een gesprek met de Oostenrijkse radio. „Maar er zitten hier ook heel rijke mensen. Sinds de grenzen open zijn, hebben veel Roma in Hongarije zaken gedaan en zijn rijk geworden. De jonge mannen in die gezinnen verachten ons omdat wij zo arm zijn. Alleen in het geheim willen ze mijn dochter ontmoeten. Er mag geen officiële band ontstaan. Ik heb ooit zo'n jongen gevraagd wat hij met mijn dochter wilde. Hij zei dat zijn vader Roma-muzikant is en niet wil dat hij trouwde met zo'n arm meisje.” Elk jaar kiezen de Roma tijdens een met traditionele Roma-liederen - de Manele - en buikdansen volgepropt feest, Miss Piranda. Dat gebeurt bewust in Boekarest. De beroemde Roemeense journalist Marian Chiriac was er dit jaar bij. „Door hun muziek en shows, zoals de uitverkiezing van Miss Piranda, willen de Roma zich laten zien aan de samenleving en de mensen buiten hun etnische groep.” Alleen heeft de rest van Roemenië die boodschap kennelijk nog niet begrepen.
Tubantia 23-09-10






