door onze redacteur Koert van Bekkum
NIJMEGEN - De hype rond de vertaling van Ellen van Wolde van de eerste Bijbelzin zegt meer over de afkeer van orthodoxen dan over de houdbaarheid van het scheppingsgeloof.
Vandaag inaugureert dr. Ellen van Wolde als hoogleraar exegese van het Oude Testament en bronteksten van het jodendom in Nijmegen. Na veertien jaar doceren in Tilburg verruilt ze haar leerstoel voor die aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Voor het zover is, zorgde haar boodschap van vanmiddag echter al voor ronkende koppen in een aantal media: ,,Openingszin Bijbel klopt niet.'' ,,God staat niet aan het begin van de schepping'', ,,God schiep niet, hij scheidde'', en ,,God geen schepper van hemel en aarde''.
Uiteraard smult uitgever de Valkhof Pers van de oratie van dit rumoer, net als diegenen die het vooroordeel koesteren dat orthodoxe gelovigen zich vooral vastklampen aan achterhaalde onzin. Al moet worden gezegd dat Van Wolde die gedachte wel voedde.
Zo bracht ze haar vertaling van Genesis 1:1 - 'In het begin scheidde God de hemel en de aarde' - inderdaad als iets volstrekt nieuws. En ze zei al bij voorbaat dat 'fundamentalistische christenen' wel niet geschokt zouden zijn. ,,Die zijn niet gecharmeerd van Bijbelwetenschappers en nemen dus ook niets van ons aan''.
Jammer voor Van Wolde, maar dat is echt totale onzin. Niet alleen kent het gilde van Bijbelwetenschappers ook orthodoxe gelovigen. Er zijn zelfs theologen in deze traditionele kringen die al veel eerder beweerden dat 'scheppen' in Genesis 1 eigenlijk 'scheiden' is. Bijvoorbeeld O. Noordmans in 1934 in zijn boek Herschepping : ,,Schepping is geen vormen maar scheiden.'' De discussie is dus al veel ouder. En zelfs als Van Wolde gelijk zou hebben met haar vertaling van dat ene woordje in Genesis, dan nog raakt dat in het geheel niet aan de joodse en christelijke belijdenis van God als schepper van alles. De officiële leer van een godsdienst hangt nooit aan één enkele tekst uit de bronnen van het geloof.
Wat zijn de feiten? Het werkwoord dat in de gangbare Bijbelvertalingen wordt weergegeven met 'scheppen', het Hebreeuwse bara , komt niet vaak in de Bijbel voor. Dat komt omdat het alleen een handeling van God be-schrijft. Wat het werkwoord ook betekent, een mens kan het niet doen. De grote vraag is natuurlijk wat die betekenis dan is.
Het woord bara wordt meestal gebruikt naast werkwoorden als 'maken', 'grondvesten', 'een plaats geven', en dan in teksten die gaan over Gods rol bij het ontstaan van hemel en aarde. Zo vreemd is het dus niet dat Bijbelvertalers sinds de oudheid kozen voor de vertaling 'scheppen'. Dat is immers de unieke activiteit die God hier verricht.
Precies op dit punt maken Van Wolde en anderen vóór haar een voorbehoud. De stam van het werkwoord bara roept immers duidelijk de associatie op met 'scheiden'. Bovendien zie je in de oude Sumerische en Akkadische scheppingsverhalen dat de goden bij hun eerste daad, de schepping van de wereld, hemel en aarde van elkaar scheiden. En zie je dat zo ook niet terug in Genesis 1? God 'scheidt' de hemel van de aarde, de zeemonsters van de andere levende wezens in de aarde, en hij 'scheidt' de mens van zichzelf, en in mannelijk en vrouwelijk.
Geforceerd
Helemaal onmogelijk lijkt deze vertaling niet, al levert het hier en daar wat geforceerde constructies op. Maar zoals onder andere Van Woldes leermeester in Bologna, de bekende taalkundige en romanschrijver Umberto Eco, betoogt, moet je wel uitkijken om een zogenaamde 'oorspronkelijke' betekenis van een woord in het gebruik ervan in te lezen. Daar komt nog bij dat Genesis 1 vooral oppositie voert tegen niet-Bijbelse scheppingsverhalen. Zon en maan zijn geen goden, maar het 'grote' en het 'kleine licht'. Ook op dit punt is dus voorzichtigheid geboden.
En ten slotte zijn er ook teksten waar de betekenis 'scheiden' helemaal niet past. Neem Jesaja 45:18: ,,Dit zegt de HEER die hemel en aarde geschapen heeft / die de aarde gemaakt en gevormd heeft''. Van Wolde doet in haar oratie wel voorkomen dat ook hier hemel en aarde van elkaar gescheiden worden. Maar daarvoor is wel een ingreep in de tekst nodig. Terwijl bij het woord 'scheppen' de poëzie prachtig tot zijn recht komt.
Maar stel nu dat Van Wolde toch gelijk heeft? Dan is er nog niets aan de hand. Er zijn nogal wat orthodoxe uitleggers die zeggen dat Genesis 1:1 is bedoeld als een opschrift en dus niet gaat over de schepping uit niets. Dat is een leerstuk dat meer uit de Bijbel als geheel opkomt. ,,Want hij sprak en het was er / Hij gebood en het stond er'', zegt Psalm 33. Daarvan gaat een krachtige suggestie uit. Geen wonder dat de schrijver van het boek Makkabeeën de conclusie trekt dat God alles maakte uit wat niet bestond.
Paulus
God roept in het leven wat niet bestaat, zegt Paulus. En de schrijver van de Hebreeënbrief voegt eraan toe dat we door het geloof tot het inzicht komen dat het zichtbare is ontstaan uit het onzichtbare.
Uiteindelijk gaat het in de inaugurele oratie van Van Wolde dus om niet meer dan een technische kwestie. Wel van enig belang, maar niet wezenlijk voor het geloof. De eigenlijke vraag is dan ook niet of het scheppingsgeloof wel deugt, maar waar de gretigheid vandaan komt waarmee Nederland hier bovenop springt. Want uit de ronkende koppen dringt zich onweerstaanbaar de conclusie op dat de allergie voor orthodox christelijk, joods of islamitisch geloof soms zo groot is, dat het nog nauwelijks mogelijk is feiten en meningen nuchter te onderscheiden en gewone medemensen recht te doen
Ned.Dagblad 09-10-09






