Economie is psychologie. Dus wat als we nu eens met z'n allen besluiten dat de crisis wel meevalt en weer gewoon gaan doen? Helaas, de huidige crisis is geen vertrouwenscrisis, betoogt Mathijs Bouman
De economie is gebouwd op vertrouwen. Daarom: oppassen met te negatieve berichten en elkaar niet onnodig bang maken. Als we allemaal uit angst niets meer doen, stort de economie in, en wordt onze angst bewaarheid. We moeten elkaar geen crisis aanpraten.
Het zijn de bekende bezweringen. Economie is psychologie, de crisis zit tussen de oren, dus de recessie wordt erger als we elkaar de put in praten.
IJzige stem
Toch was dat precies wat premier Balkenende en CPB-directeur Coen Teulings afgelopen week deden. Het Centraal Planbureau maakte de meest pessimistische prognose uit de geschiedenis van het instituut bekend. Balkenende zette zijn treurigste gezicht op en sprak met ijzige stem over de 'jaren dertig'.
De kritiek was groot. Econoom Sweder van Wijnbergen zei: “Balkenende heeft zijn eigen geloofwaardigheid ondermijnd. Het getuigt van lichte manische depressiviteit om, nu er slechte cijfers zijn gepresenteerd, ineens met een somber gezicht rond te gaan lopen.”
Gedragseconoom Fred van Raaij was minstens zo kritisch: “De uitstraling van 'wij weten het ook niet meer' is een heel verkeerde. Hoewel de koopkracht op peil blijft, gaan we die houding van Balkenende en Teulings terugzien in het consumentengedrag. Er zal minder besteed worden en dat is weer slecht voor de economie, een soort Balkenende-Teulingseffect.”
Klinisch psycholoog Jan Derksen heeft een tip voor de premier: “Balkenende moet heel snel de realiteit erkennen, zeggen dat het kabinet de problemen onder controle heeft en snel met maatregelen komen.”
Prozac in het drinkwater
Ja! Gewoon zeggen dat je de zaak onder controle hebt. Een prima idee. En dan snel maatregelen nemen, want dat helpt natuurlijk ook om het vertrouwen weer op peil te brengen. Hartelijk dank voor de tip.
Het probleem is alleen dat deze recessie in de kern geen vertrouwenscrisis is. Doe vandaag prozac in het drinkwater, en morgen is Nederland een volk van blije consumenten en producenten. Blij, maar nog steeds in crisis.
Aanstaande dinsdag zal het CBS nieuwe cijfers over het producentenvertrouwen in de industrie en dienstverlening publiceren. Ook de Duitsers komen deze week met hun maandelijkse peiling. De Fransen rapporteren het vertrouwen van consumenten. En het Eurostat heeft de stemming gepeild in het hele eurogebied.
Misschien is het vertrouwen wat hersteld. Misschien ook niet. Voor de crisis maakt het niet zoveel uit. De recessie is niet veroorzaakt door te laag vertrouwen, maar door banken die de kredietkraan dichtdraaiden.
We zitten in een overgang van een situatie met veel krediet en enorme schuldhefbomen, naar een van weinig krediet en veel eigen vermogen. Die aanpassing doet enorm veel pijn, maar of we erbij staan te huilen, of een dappere lach opzetten, is niet zo relevant.
Geen vertrouwenscrisis
Dat blijkt ook uit de ontwikkelingen van het afgelopen jaar. Nederlandse consumenten hadden in het najaar van al 2007 door dat er iets helemaal niet in de haak was. In september van dat jaar duikelde het consumentenvertrouwen plotseling omlaag.
Toch groeide de consumptie in 2008 nog met een nette 1,7 procent. En voor dit en volgend jaar verwacht het CPB slechts geringe krimp. Het lage consumentenvertrouwen is dus geen oorzaak van de crisis.
Ook dat van de producenten kunnen we de schuld niet geven. Toen de kredietcrisis zich begin 2008 al duidelijk aandiende, belandde het Nederlandse producentenvertrouwen juist op het hoogste peil ooit. De Nederlandse industrie heeft deze crisis consequent achter de feiten aangelopen en de verwachtingen en investeringsplannen slechts in reactie op de ontwikkelingen aangepast.
Dichte kredietbalie
En het vertrouwen tussen banken dan? Dat is toch wel een hoofdoorzaak van de ellende? Jazeker. Toen banken elkaar in oktober 2008 niet meer vertrouwden ging de interbancaire geldmarkt op slot. Gevolg was dat de kredietverlening werd ingesnoerd en exporteurs, investeerders en huizenkopers voor een dichte kredietbalie stonden.
Maar die vertrouwenscrisis tussen banken was geen psychologische hersenschim van de bankiers. Er vielen echt banken om, dus de huiver om aan elkaar te lenen was rationeel.
Ook op de interbancaire geldmarkt was in de jaren voorafgaande aan de kredietcrisis een zeepbel ontstaan. Banken gebruikten die markt niet meer alleen voor het afdekken van tijdelijke en incidentele kastekorten, maar als een bron van structureel krediet. Door rood te staan bij elkaar konden ze de kredietbubbel nog verder opblazen.
Het is gezond dat daar in oktober een einde aan kwam, al gebeurde het met veel bijkomende schade – zoals dat gaat bij knappende zeepbellen.
Geen optimistische premier, vrolijke CPB-directeur of positief gestemde financiële pers, had daar iets aan kunnen veranderen.
Mathijs Bouman
RTL Z 23-02-09






