Dat ook Johan Cruijff ooit voor Feyenoord speelde, maakt ze in Rotterdam niet uit. De béste Feyenoordspeler aller tijden is Coen Moulijn. Hij overleed gisteren op 73 jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartinfarct.
'Coentje', zoals hij onder echte Rotterdammers wordt genoemd, werd geboren op 15 februari 1937 in Rotterdam en groeide op in het oude Noorden van de stad, daar waar ook Faas Wilkes, een andere Feyenoord-icoon, zijn jeugd beleefde. Vlakbij Moulijn woonde de veel jongere Wim Jansen, nóg zo'n Feyenoorder, die met groot ontzag de verrichtingen van zijn beroemde buurtgenoot volgde. Moulijn oefende zijn trap tegen een muurtje waar later ook Jansen gebruik van maakte.
Coen Moulijn maakte van het 'binnendoor dreigen, buitenom gaan' zijn vaste handelsmerk. Tegenstanders wísten dat hij dat deed, hadden zich er allemaal danig op voorbereid, maar de beweging liep uiteindelijk zo snel en werd zo gaaf technisch uitgevoerd dat zij er allemaal tóch iedere keer intrapten. De dribbel van Moulijn - het dreigen, even de broek optrekken, de handbeweging langs de neus - werd in de rust van wedstrijden in de Kuip op het veld zelfs tot in detail nagebootst door iemand die daar, tot groot enthousiasme van het Feyenoord-publiek, een perfecte imitatie neerzette. Moulijn zelf, hoewel hij zich er in die dagen nooit openlijk tegen verzette, was minder dol op de parodie. Later zou hij dat wel toegeven: 'Ik was daar niet zo blij mee.'
Bij Xerxes - zijn eerste club - speelde hij in de jeugd nog vaak linksbinnen in het toen nog veel voorkomende systeem met een vijfmansvoorhoede, later werd hij linksbuiten. Hij moest dat echt leren, liever speelde hij in die dagen nog op het middenveld. Op de velden naast de Kuip oefende hij dagelijks zijn later zo kenmerkende passeerbewegingen. Daar kon hij zich volledig aan het verdedigende werk onttrekken omdat Cor Veldhoen als back achter hem speelde en al het werk opknapte. Moulijn was altijd de eerste om het belang van Veldhoens noeste arbeid te benadrukken.
Na zijn voetballoopbaan, die zich bij Feyenoord tussen 1955 en 1972 afspeelde, bemoeide Moulijn zich vooral met zijn dames- en herenmodezaak. Hij stond bekend als een gezelligheidsmens. Met een glas wijn op tafel, ontrolden de anekdotes over vroeger tijden aan zijn lippen. Thuis had Moulijn voor altijd de zorg over zijn gehandicapte zoon, voor wie hij ooit een nier afstond. Die werd overigens door het lichaam van de jongen afgestoten waarna een nichtje van Moulijns zoon een nier afstond.
opzoeken
Moulijn speelde 487 wedstrijden voor Feyenoord, zíjn club. In Oranje speelde hij 38 keer en scoorde hij vier doelpunten. Bij Feyenoord waren het niet zijn 84 doelpunten die hem zijn faam bezorgden. Hij liet vooral anderen scoren. Het was zijn vermogen een tegenstander 'op te zoeken', te passeren en een snijdende, meestal perfecte voorzet af te leveren dat hem beroemd maakte. In Feyenoords succesvolste jaar 1970 was hij er bij toen de Europacup I werd gewonnen ten koste van Celtic (2-1) en in een dubbel tegen het Argentijnse Estudiantes de la Plata (uit 2-2 en 1-0 winst thuis) de wereldbeker werd binnengehaald.
In 2009 werd zijn in brons gegoten evenbeeld op het plein bij de Kuip geplaatst. Hij was er in goede gezondheid zelf bij, ook al was hij al eens getroffen door een hartaanval. Moulijn bleek geraakt door de hommage, maar verwachtte dat het dure beeld niet lang onbeschadigd zou blijven. 'Ik ben van Feyenoord en daar houdt niet iedereen van', zei hij bij die gelegenheid. Tot op vandaag bleef het beeld echter ongeschonden. Het AD komt later deze week met een speciale herinneringskrant als eerbetoon voor Coen Moulijn.
ND 04-01-11






