AMSTERDAM - Terwijl huizenbezitters steeds somberder worden over de woningmarkt, wrijven starters zich in hun handen. Door inzakkende huizenprijzen, een daling van de hypotheekrente en een lichte verbetering van de eigen financiële situatie zien zij juist kansen.
Dat blijkt uit een doorlopend kwartaalonderzoek van TNS NIPO onder bijna 1000 starters en huizenbezitters in opdracht van ING.
Het vertrouwen in de woningmarkt zakte bij huizenbezitters naar het laagste punt sinds de meting in 2006 begon. In het laatste kwartaal van vorig jaar nam het vertrouwen af tot een score van 81 punten, in de drie maanden daarvoor was dat nog 89. In de index staat 130 punten voor 'optimistisch', 100 betekent 'neutraal' en 70 staat voor 'pessimistisch'.
Woningbezitters zijn op alle fronten negatiever dan starters. Zo verwacht 36% er komend jaar financieel op achteruit te gaan, tegen 16% van de toetreders tot de woningmarkt. Vooral de dalende huizenprijzen en de langer wordende verkoopperiode baren de woningbezitters zorgen. Toch denkt bijna de helft (47%) hun huis relatief eenvoudig te kunnen verkopen als dat nodig mocht zijn.
Volgens ING-woordvoerster Cindy Penders ligt de macht op de huizenmarkt momenteel duidelijk bij de starter. „Hun financiële vooruitzichten zijn beter en kleine huizen zijn betaalbaarder geworden. De onderhandelingspositie van starters is nu bovendien sterker doordat ook appartementen en dergelijke iets langer te koop staan. Ook zij kunnen zich nu een beetje oriënteren, hoeven niet meteen te bieden, wat weer een prijsdrukkend effect heeft.”
Makelaarsvereniging NVM kondigde recent aan een reclamecampagne te starten om aspirant-kopers te wijzen op de huidige, meer gekalmeerde woningmarkt. Cijfers van de NVM over het laatste kwartaal van 2008 laten zien dat op het totale aantal verkochte huizen, het aandeel starterswoningen licht steeg.
Volgens Penders van ING bewijst die lichte, relatieve toename van verkooptransacties dat de markt voor starterswoningen zich ietwat herstelt.
Telegraaf 27-01-09






