Jan van Reenen
STAVENISSE – Vier jaar werkt Barnae Chéki nu samen met zijn vrouw onder zigeuners in Roemenië. „Ik zie dingen veranderen. Er gebeuren wonderen.”
De baptistische zendingswerker is een aantal dagen in Nederland op uitnodiging van de stichting Christenen Helpen Roemenië, een initiatief uit het Friese Damwoude. De stichting steunt Roemenen met Bijbels en hulpgoederen. Ook gaan zestien jongeren deze zomer naar Roemenië om te helpen met het maken van een gebouw voor kinderkampen.
Chéki werkt samen met zijn vrouw vanuit het plaatsje Biborteni voor de interkerkelijke stichting Követ, die zich inzet voor kinderen en zigeuners. De stichting bestaat sinds 1994 en telt behalve baptisten ook vertegenwoordigers van een calvinistische kerk. Het echtpaar behoort tot de Hongaarse minderheid en woont in het gebied Transsylvanië. In Nederland worden Chéki en zijn vrouw bijgestaan door vertaalster Inesz Fabian, een familielid van het zendingsechtpaar. Zij is drie jaar geleden met haar gezin in het Zeeuwse Stavenisse komen wonen, waar ze zich heeft aangesloten bij de plaatselijke oud gereformeerde gemeente.
Chéki verkondigt het Evangelie aan kinderen uit de dorpen in zijn omgeving en doet ontspannende activiteiten met hen. In de zomer zijn er kinderkampen in een natuurrijk gebied, de zogenaamde Thaborkampen. De laatste jaren nemen steeds meer zigeunerkinderen deel aan de kampen.
Messteek
Het contact met zigeuners begon vier jaar geleden, toen Chéki een zigeunervrouw een lift aanbood en met haar over Christus praatte. „Ik mocht 's avonds terugkomen om bij haar thuis verder te praten. Dat was niet zonder gevaar. Zigeuners staan erom bekend dat ze veel alcohol drinken en veel vechten. Mijn vrouw zag er erg tegenop dat ik die avond zou gaan. Ze vreesde het ergste.”
Het ging ook bijna mis. Wirag, een alcoholist, besloot naar de bijeenkomst te gaan, maar hij had geen goede bedoelingen. Hij had een mes in zijn laars gestoken om de zendingswerker daarmee neer te steken. „Het Bijbelgedeelte dat ik uitlegde raakte hém echter in zijn hart. Toen dacht hij niet meer aan zijn mes. Ik vertelde over de bezetene van Gadara. Later zei Wirag tegen me dat hij er toen achter kwam dat hij die bezetene was. Hij was bezeten door de duivel. Hij liet zijn lichaam zien dat vol littekens was van messteken die hij zichzelf had toegebracht. Hij was vroeger getrouwd, maar zijn vrouw was weggegaan en sindsdien leefde hij op straat. Iedereen was bang voor de gevreesde messenvechter.”
Wirags leven veranderde na die bijeenkomst, al werd hij geestelijk nog lange tijd heen en weer geslingerd, zo vertelt Chéki. „Nu wil hij zijn volksgenoten het Evangelie brengen, net zoals de man van Gadara.”
De zendingswerker vertelt ook over Sandor, die zijn huis alleen maar openstelde voor Bijbelstudie omdat zijn vrouw de zendingswerkers wel eens wilde horen. „Op een keer luisterde hij mee en toen veranderde zijn hart. Hij nodigde ons uit om in zijn huis te komen eten en terwijl hij de etenswaren opdiende, zei hij dat hij wilde getuigen. Hij vertelde dat hij al zijn goed aan Jezus Christus wilde geven en zei dat hij niet begreep hoe hij 58 jaar zonder Jezus had kunnen leven. Op zijn gebed kwam ook zijn vrouw later tot bekering.”
Verandering
Zigeuners behoren tot de onderkant van de maatschappij, zegt Chéki. „Velen van hen kunnen niet lezen en schrijven, waardoor ze zichzelf als verschoppeling beschouwen. In de ogen van de bevolking doen ze niets anders dan drinken, vechten en stinken. Dat maakt dat ze worden gemeden. De zigeuners waarderen de oprechte belangstelling van de zendingswerkers daarom juist enorm. Mijn drie kinderen, Rhodé, Peter en Leona, zijn heel geliefd.”
Chéki's vrouw vertelt dat ze veranderingen ziet. „Zigeuners zijn heel muzikaal. Het is bijzonder om te horen hoe snel ze christelijke liederen uit hun hoofd kennen. Zigeuners die tot geloof gekomen zijn, vechten niet meer, zijn schoon en zetten bloemen om het huis. Het ziet er heel anders uit. In een van hun dorpen wordt een kerk gebouwd.”
Chéki heeft op dit moment contact met ongeveer honderd zigeunergezinnen. Hij is verwonderd over het werk van God in het hart van zigeuners en hoopt op een doorbraak. „Op dit moment wachten velen af. Ze weten nog niet goed wat ze zullen doen. Laten we hopen dat God hier verder werkt. Zendingsgebied is niet alleen in Afrika maar ook in Roemenië te vinden.”
Ref.Dagblad 07-05-10






