door onze redacteur Gerard ter Horst
Zijn de vrijgemaakt-gereformeerden toe aan 'eenheidsgemeenten' met christelijk- of Nederlands-gereformeerden? Die vraag bleek spannend op een synodevergadering over kerkelijke eenheid op plaatselijk niveau.
ZWOLLE – Daar waar kerkelijke eenheid op de agenda staat van de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), daar schuilt de worsteling – hoezeer synodeleden ook hun dankbaarheid benadrukken omdat het onderwerp überhaupt op de agenda staat.
Die worsteling schuilt in de plaatselijke omgang met kerken waar op landelijk niveau (nog) serieuze belemmeringen liggen (de Nederlands-gereformeerden). Maar het is evengoed een worsteling met de eigen identiteit (nadruk op de plaatselijke kerken of op het kerkverband, zoals in het verleden) en met de eigen visie – of het ontbreken daarvan, zoals door sommige synodeleden werd gesuggereerd – op een 'heilige algemene christelijke kerk'. Het belijden van die kerk heeft namelijk veel met het eigen kerkverband te maken, maar valt er zeker niet mee samen.
Wat is er aan de hand? In den lande werken lokale kerken van vrijgemaakt-, christelijk en Nederlands-gereformeerde snit soms vergaand samen. Zo vergaand, dat ze formeel een samenwerkingsgemeente vormen, gezamenlijk erediensten beleggen en feitelijk één gemeente vormen. Feitelijk wel, maar formeel niet. Dan hoort de samenwerkingsgemeente bij twee of zelfs drie verschillende kerkverbanden. Dat knelt, want de landelijke regels en afspraken van de drie kerken verschillen onderling en bovendien levert het voor de ene gemeente veel extra organisatorisch en bestuurlijk werk op om in de verschillende verbanden mee te draaien. En wie grijpt er eigenlijk vanuit het kerkverband in en op basis van welke regels als er serieuze problemen ontstaan in een samenwerkingsgemeente? Dat kwam tot nu toe gelukkig nog niet voor, zei K. Mulder, deputaat Kerkelijke Eenheid. Maar feit is volgens hem dat het niet goed geregeld is.
Om deze redenen stelt een meerderheid van deputaten Kerkelijke Eenheid voor een nieuwe vorm in het leven te roepen, de 'eenheidsgemeente'. Deze gemeente gaat als 'één lichaam' functioneren en kiest voor een van de drie kerkverbanden. Daar gaat het volledig deel van uitmaken. Met de andere kerkverbanden worden zogeheten 'associatieakkoorden' gesloten, afspraken die blijvend nauwe banden vastleggen. Voordelen, volgens deputaten: kerkelijke eenheid krijgt daadwerkelijk vorm in plaatselijke eenheid (,,het kerkverband mag daarbij geen blijvende belemmering zijn''), de relaties met alle betrokken kerkverbanden wordt helder geregeld, en een 'eenheidsgemeente' raakt niet geïsoleerd ,,omdat zij volledig deel uitmaakt van één kerkverband''.
Een minderheid van de deputaten Kerkelijke Eenheid vinden dit voorstel veel te ver gaan. Zij vragen van lokale kerken terughoudendheid, zolang er op landelijk niveau belemmeringen zijn. Nadruk op de plaatselijke gemeente ,,mag niet ten koste gaan van de gemeenschap der heiligen die in het kerkverband al genoten wordt vóórdat er plaatselijke toenadering en erkenning is''.
Nadruk
Kortom, waarop leg je nadruk? Op volledige plaatselijke eenheid tussen verschillende kerken, op de eenheid binnen het eigen kerkverband, op de vreugde en dankbaarheid dat kerken elkaar plaatselijk vinden of op de zorg dat dit ten koste van de geloofseenheid binnen het eigen verband op landelijk niveau gaat? Zie daar de worsteling.
Tijdens de synodevergadering liepen de meningen even ver uiteen als bij deputaten. Ds. A. de Snoo uit Leiden legde de nadruk op die plaatselijke eenheid. Leg gemeenten die elkaar op plaatselijk niveau vinden, niet te veel hindernissen op, raadde hij aan. Hij vergeleek het met ouders die een kind zien opgroeien, volwassen zien worden en in liefde een relatie aangaan – die ouders moeten leren loslaten en komen op het tweede plan. ,,De band verdwijnt niet, maar verandert wel.'' Ouders kunnen dan niet allerlei regels opleggen, vond hij. En evenmin adviseer je zo'n kind niet voor altijd trouw te beloven maar eerst maar eens te gaan samenwonen. Dat beeld betrok hij op de samenwerkingsgemeente: als gereformeerden plaatselijk elkaar hun trouw beloven door één gemeente te vormen, moet het kerkverband er voor uitkijken daar geen blokkades voor op te werpen, zei De Snoo.
Andere synodeleden zeiden daarentegen de noodzaak voor een 'eenheidsgemeente' niet te zien. Er is niet vanuit de kerken om gevraagd, zei bijvoorbeeld ds. J.W. van der Jagt. Voor hem is ook een vraag of de kerken er wel aan toe zijn. Ouderling J. Kooistra merkte op dat in een 'eenheidsgemeente' predikanten uit de verschillende gereformeerde kerken welkom zijn. ,,Dus ook vrouwelijke predikanten'' uit de Nederlands Gereformeerde Kerken, merkte hij op. ,,Dat vind ik dus te ver gaan.''
Ds. M.H. Oosterhuis sprak over 'eenheidsgemeenten' als over het 'feest van de eerstelingen'. ,,Het is een feestavond, een beetje Pinksteren. Hier is veel voor gebeden, wie had dit tien jaar geleden durven denken?'' Dat de huidige kerkelijke afspraken niet voorzien in een dergelijke gemeente, hoort bij zo'n nieuwe situatie die ,,moeilijk hanteerbaar is en geloofsvertrouwen vraagt''.
Twee oudgedienden, ds. J.J. Burger en ds. L.J. Joosse, constateerden dat in de discussie een worsteling zichtbaar wordt over de 'katholiciteit van de kerk', het geloof in een 'heilige algemene christelijke kerk', zoals iedere zondag in de kerken wordt beleden. Burger merkte op moeite te hebben met de term 'kerkverband', een term die in de hele Bijbel niet voorkomt en volgens hem zeker niet samenvalt met 'de katholiciteit van de kerk'. Maar evenmin wordt ,,een heilige algemene pláátselijke kerk'' beleden. ,,Daar zijn we niet uit'', zei Burger, en dat verklaart volgens hem de tegenovergestelde gedachten en voorstellen ter synode.
Besluiten werden vrijdagavond niet genomen. De synode hakt waarschijnlijk begin oktober een knoop door over de 'eenheidsgemeente'.
Ned.Dagblad 22-09-08






