door onze redacteur Aldwin Geluk
Nederlandse kerken waren stil tijdens de embryodiscussie die afgelopen weken speelde. Dat was deels overmacht: de topmannen waren even druk met andere zaken. Maar ook: ,,Christenen gaan met medisch-ethische vragen naar hun huisarts, niet naar de dominee.''
BARNEVELD - Als in de Engelse politiek een embryodiscussie woedt, zoals dit voorjaar het geval was, mengen kerken zich steevast in de discussie. Zij maken hun opvattingen over medisch-ethische kwesties onomwonden duidelijk, in een poging de besluitvorming te beïnvloeden. Zo noemde de anglicaanse aartsbisschop Rowan Williams experimenten met deels menselijke, deels dierlijke embryo's ,,vergelijkbaar met verkrachting en marteling''.
De Nederlandse kerken op hun beurt zwegen echter toen in Den Haag, in krantenkolommen en op televisie werd gediscussieerd over de mogelijkheden om via embryoselectie te voorkomen dat kinderen met een verhoogde kans op bepaalde erfelijke ziekten geboren zouden worden.
In het geval van de grootste twee kerken in Nederland, de Rooms-Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk, blijkt dit te maken te hebben met een recente positiewisseling aan de top. De rooms-katholieke woordvoering over medisch-ethische kwesties zit in de portefeuille van Wim Eijk, sinds januari aartsbisschop van Utrecht. ,,Hij heeft het erg druk met het besturen van het aartsbisdom'', zegt woordvoerder Matheu Bemelmans van de Nederlandse kerkprovincie, ,,en houdt ook nog in zijn oude bisdom Groningen een oogje in het zeil. Daardoor is hij er niet aan toe gekomen uitgebreid in te gaan op deze medisch-ethische kwestie.''
In de Protestantse Kerk is de situatie vergelijkbaar. Vorige maand trad daar Arjan Plaisier aan als nieuwe scriba. ,,Hij is zich nog aan het inwerken, daardoor is het er niet van gekomen'', verontschuldigt zijn woordvoerder Paul Hollaar zich. Overigens vindt Plaisier het volgens Hollaar, terugkijkend, wel ,,curieus'' dat de kerk zich niet in het debat heeft gemengd.
De kleinere gereformeerde kerken zijn sowieso minder gewend zich te mengen in het maatschappelijk debat. Directeur Henk Jochemsen van het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut, een christelijk centrum voor medische ethiek, deed dat wel. Hij was onder meer te zien bij Nova en zat in een commissie die het ministerie adviseerde. Hij is zelf christelijk-gereformeerd en fungeert naar eigen zeggen ,,in de ogen van sommigen wel degelijk als woordvoerder van het orthodox-gereformeerde volksdeel'', hoewel zijn instituut formeel niet gebonden is aan kerken.
Hij begrijpt dat kleine kerkgenootschappen geen structuren - zoals scriba's of eigen instituten - hebben om zich ad hoc in medisch-ethische debatten te mengen. Toch mist hij ,,gewone kerkleden die zich, niet als formeel woordvoerder maar als gewoon gelovige, in het medisch-ethische debat mengen''.
Hij vindt dat hard nodig, omdat medisch-ethische kwesties door de ontwikkeling van de wetenschap steeds voor steeds meer mensen gaan spelen. ,,Mijn indruk is dat christenen zich in medisch-ethische vragen vooral laten adviseren door hun huisarts, niet door hun predikant.''
Deze observatie sluit aan bij die van PKN-woordvoerder Paul Hollaar.
Volgens hem kwam bij de Protestantse Kerk ,,geen enkele vraag van onze 2,1 miljoen kerkleden'' binnen over de embryoselectie. ,,Ons is dus door niemand gevraagd om leiding op dit punt. Blijkbaar wenden mensen zich, als zij daarover vragen hebben, niet tot de kerk.''
Dat kan volgens hem ook te maken hebben met de ,,protestantse volksaard''. ,,De gemiddelde protestant zal toch vooral zijn eigen geweten volgen in het maken van ethische afwegingen, en niet in de eerste plaats naar de kerk kijken.''
Overigens benadrukt zowel Bemelmans (rooms-katholiek) als Hollaar (protestants), dat hun kerken zich over het algemeen niet afzijdig houden van het maatschappelijke debat. Zo publiceerde aartsbisschop Eijk wel degelijk op een rooms-katholieke website een verklaring waarin hij embryoselectie afwijst, zegt Bemelmans. ,,En soms kiezen wij er ook voor om niet via de media te communiceren, maar om direct contact te zoeken met Kamerleden of medici. Dat valt misschien minder op, maar het kan effectiever zijn.''
De Protestantse Kerk liet de afgelopen maanden onder meer verklaringen uitgaan over armoede en over moslims, draagt Hollaar nog aan. ,,We staan echt niet met onze rug naar de samenleving.''
Ethicus Henk Jochemsen vindt echter dat kerken zich in het algemeen ,,best wat explicieter'' mogen bemoeien met allerlei discussies in de maatschappij. ,,Ik heb dat zelf nu gedaan en juist veel reacties gekregen van mensen die zeggen: goed dat jullie dat doen. Mensen hebben er toch behoefte aan dat ook het christelijke standpunt helder klinkt.''
Het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut fungeert volgens directeur Henk Jochemsen in de praktijk als spreekbuis in medisch-ethische kwesties namens de 'kleine' gereformeerde kerken: vrijgemaakt-, christelijk- en Nederlands-gereformeerden. Formeel is het instituut echter onafhankelijk en financieel moet het zijn eigen broek ophouden. Dat lukt bijna niet meer. ,,Elk jaar sturen we deze kerken een brief, waarin we vragen om steun. Sommige plaatselijke gemeenten ondersteunen ons financieel, maar de kerken doen dat niet structureel.'' Mede daardoor komt er volgens Jochemsen al een tijdlang te weinig geld binnen om het instituut draaiende te houden. Het is door z'n reserves heen aan het raken. ,,Als er niet iets verandert, houdt het een keer op. Zoals het er nu uitziet houden we het nog hooguit een paar jaar vol.''
Ned.Dagblad 12-07-08






