door onze redacteur Willem Bouwman
Een serie over het geloof van richtinggevende figuren uit de geschiedenis. Aflevering 1: Johan Rudolf Thorbecke, liberaal politicus.
Op 26 maart 1870 overleed onverwacht Adelheid Thorbecke-Solger, de vrouw van de liberale politicus Johan Rudolf Thorbecke (72). Zij was 53 jaar geworden en liet vier kinderen achter. Dochter Merry herinnerde zich later hoe haar vader de dood van zijn vrouw had meegedeeld. ,,De handen gevouwen, de tranen voortdurend neêrvallend'' had hij naar boven gekeken en gezegd: ,,Kindertjes, nu moet gij het liefste Mamaatje niet meer op aarde maar daarboven zoeken.'' Hij ontving vele condoleances, ook van zijn vroegere vriend en latere tegenstander Groen van Prinsterer, de leider van de antirevolutionairen. ,,Met den warme handdruk dier oude vriendschap'' betuigde Groen zijn meeleven.
Thorbecke (1798-1872) is de grootste staatsman van de negentiende eeuw genoemd. Zijn naam is verbonden met de Grondwet van 1848, de grondslag van de moderne democratie in Nederland. De koninklijke onschendbaarheid en de ministeriële verantwoordelijkheid kwamen voort uit het denken van Thorbecke. Hij was een liberaal in de politiek en vaak werd verondersteld dat hij tevens een liberaal in de godsdienst was, een rationalist, voor wie goddelijke openbaring aan de menselijke rede onderworpen was. Om zijn pleidooi voor 'christendom boven geloofsverdeeldheid' werd hij misprezen door Groen van Prinsterer en diens medestrijders voor het christelijk onderwijs. Thorbecke wenste geen scholen naar kerkelijke richting, maar staatsscholen waar 'christendom boven geloofsverdeeldheid' onderwezen werd.
Afgemeten
Het geloof van Thorbecke heeft velen voor raadsels geplaatst. In het openbaar gedroeg hij zich beheerst en zakelijk. Hij versprak zich nooit en reageerde rationeel, afgemeten en soms sarcastisch. Buiten Adelheid was er niemand die hij in zijn ziel liet kijken. Het beeld van de koele kikker raakte dan ook wijd verbreid en is in de christelijke geschiedschrijving gemakkelijk terug te vinden. H. Algra noemde hem een 'stroeve professor' met een 'gesloten natuur' en 'een man van sterke overtuiging en van onverbiddelijke logica', maar verwees ook naar de briefwisseling tussen Thorbecke en zijn vrouw Adelheid.
Daar komt Thorbecke naar voren als een romantische natuur, een liefhebbende echtgenoot en een liefhebber van muziek, die omwille van een concert de ministerraad verzette. ,,Mijn harte madonnaatje!'', schreef Thorbecke op 16 maart 1863 aan Adelheid, ,,Zo het niet volstrekt noodzakelijk is, wil dan deze morgen niet uitgaan. Het is koud, noord- of noordoosten wind, en nogal scherp. Wat gij doet, denk aan uw T.'' Dergelijke briefjes schreef hij tussen de regeringszaken door.
Thorbecke liet zich niet in zijn hart kijken en ook niet in zijn ziel. Als politicus bracht hij zelden of nooit zijn geloof ter sprake. Zijn principiële tegenstrever Groen van Prinsterer deed dat wel en getuigde voortdurend van zijn beginselen. Thorbecke ging er nooit op in; eigenlijk vond hij Groen doorlopend buiten de orde en diens spreken over beginselen niets dan 'vroome damp en nevel'.
Dopen
Thorbecke was in 1798 gedoopt in de Lutherse Kerk in Zwolle, waar zijn vader een kwijnend bestaan als tabakshandelaar leidde. Als letterenstudent in Amsterdam en Leiden kerkte hij bij de lutheranen, maar later ging hij zijn kerkgang verzaken. Toen hij in 1839 zijn eerste kind thuis in Leiden wilde laten dopen, stelde de dominee een voorwaarde: het kind kon alleen worden gedoopt als de vader vaker in de kerk kwam. Thorbecke reageerde vernietigend op het beding van de dominee. Hoe kon die 'een schuldeloos kind' laten boeten voor 'de onderstelde schuld van de vader'? ,,In allen gevalle kan ik noch beding, noch iets hoegenaamd dat naar dwang gelijkt, laten opleggen'', schreef Thorbecke. ,,Ons protestantse christendom is op volkomen vrijheid gegrond.''
Zijn lof voor het protestantse christendom was slechts het halve verhaal. Jaren eerder correspondeerde hij met zijn 'vertrouwden vriend' Groen van Prinsterer over het christelijk geloof. Groen geloofde dat de goddelijke waarheid alleen in de Bijbel te vinden was, maar Thorbecke meende dat de Bijbel in de politiek niet de enige en ook niet de eerste leidraad kon zijn. De politiek bezat haar eigen wet en orde, waarnaar men moest handelen. Thorbecke bekende dat de ontwikkeling van het protestantse christendom hem ,,veel te beperkt en veel te achterlijk'' voorkwam.
Het meningsverschil kwam naar buiten toen Groen het opnam voor de afgescheidenen, de orthodoxe protestanten die de Hervormde Kerk in 1834 verlaten hadden en nu door de overheid werden vervolgd. Volgens Thorbecke had de overheid daartoe het volste recht. Hij noemde Groens brochure een 'partijgeschrift' en de gereformeerde orthodoxie een heerszuchtige tegenstander van de 'gelijkstelling der Godsdiensten'. Thorbecke vergeleek de afgescheidenen met zieke mensen die hun leefgewoonten aan gezonde mensen wilden opdringen.
Thorbecke is nauwelijks in een theologische staalkaart te plaatsen. Hij liet zich nimmer uit over dogmatische vragen naar de persoon van Jezus Christus, de Heilige Geest of de Drie-eenheid en zei van de theologische mode van zijn tijd, het modernisme, niets af te weten. Hij geloofde dat het christendom de samenleving, het onderwijs en de onderlinge omgang doortrok en dat de staat dus niet neutraal kon zijn. Het christendom was voor hem vooronderstelling en de grond van uiteenlopende en soms tegengestelde kerkelijke belijdenissen. Hij weigerde het christendom voor een specifieke kerk of richting te reserveren en pleitte voor 'christendom boven geloofsverdeeldheid'. Het christendom was de lucht die hij inademde, zei hij eens.
Hereniging
Na de dood van Adelheid had het leven voor Thorbecke geen zin meer. Sinds haar overlijden leek zijn koele, zelfbeheerste gedrag verdwenen en toonde hij zich prikkelbaar. Dagelijks bezocht hij het graf van Adelheid en met zijn zoon Willem sprak hij geregeld over de dood. Hij overleed op 4 juni 1872 aan de gevolgen van een verkoudheid. Drie dagen later werd hij na een zeer eenvoudige plechtigheid begraven naast zijn vrouw.
Thorbecke zag de dood als een verlossing uit ,,een pijnlijke voortzetting van het leven'' en hoopte na zijn sterven op ,,hereeniging met het dierbaarste wat hij had''. Hij twijfelde geen moment dat hij in de hemel zou komen, en dat zijn 'madonnaatje' Adelheid de hemelpoort voor hem zou openen.
Naam: Johan Rudolf Thorbecke
Kerkelijke richting: Evangelisch-luthers
Politieke richting: liberaal
Typerende uitspraak: ,,Het kerkgaan is voor zoo velen, welke zich eene onchristelijke gezindheid en handelwijze niet schamen, eene conventionele pligtenvervulling geworden, om elkander wijs te maken, dat zij christenen zijn.''
Ned.Dagblad 10-07-08






