door Ds. Dick de Jong
In het Nederlands Dagblad van 11 september schrijft Koert van Bekkum over hoe jongeren de kerkstrijd in oorlogstijd beleefden en dat de vraag hoe dit toen kon gebeuren, onbeantwoord blijft. Bij deze iets van mijn persoonlijke ervaringen.
In juli 1944 was er in de Statensingelkerk (Rotterdam-Centrum) een gemeentevergadering. Ik was daar als zestienjarige voor het eerst aanwezig. De spreker was een professor in de theologie, die namens de synode de leerbeslissingen kwam uitleggen. Aan het eind hield hij een boekje met de synodebesluiten omhoog en zei: ,,Als er zijn die het hier niet mee eens zijn, dan gaan die er maar uit.''
Het werd doodstil; men was met stomheid geslagen. Dan, op de gaanderijen, voetstappen. Mensen stonden op van hun plaatsen en gingen weg. Ook beneden volgden er dit voorbeeld. Dit was waarschijnlijk niet de bedoeling, maar hij had het wel heel duidelijk gemaakt dat er in de Gereformeerde Kerken geen wettige plaats meer was voor die gelovigen, die de leerbeslissingen van de synode niet konden accepteren. Ja, zo scherp had de synode zelf de zaak gesteld, dat ze in een brief aan alle kerken schreef dat tegen deze beslissingen - door een van de kerkleiders 'goddelijke waarheden' genoemd - ,,in onze kerken niets mag worden geleerd dat niet ten volle in overeenstemming is met deze leerbeslissingen''.
Een paar weken later werd de morgendienst in hetzelfde kerkgebouw geleid door dominee D.K. Wielenga uit Capelle aan den IJssel. Hij preekte over Johannes 15:1-11, waar de Here Jezus zich de ware wijnstok noemt en zijn discipelen de ranken. Hij liet zien dat echte ranken aan de wijnstok, die in Christus geheiligd zijn, toch afgebroken kunnen worden en in het vuur geworpen. En dat het niet juist zou zijn om achteraf te zeggen dat ze daarom nooit echte ranken geweest waren.
De dienstdoende ouderling weigerde publiekelijk de dominee de hand te geven. De reden daarvoor was dat deze preek niet in overeenstemming was met de leerbeslissing, dat ,,het zaad van het verbond moet worden gehouden voor 'wedergeboren en in Christus geheiligd', totdat bij het opgroeien het tegendeel blijkt''.
Wat was dan zo onaanvaardbaar in die leerbeslissing? Het ging om de betekenis van Gods beloften aan hen die zijn gedoopt, de vergeving van onze zonden en het eeuwige leven. Daarom mag ik er, net zo zeker als ik gedoopt ben, zeker van zijn dat die belofte ook voor mij geldt. Dit mag en moet ik geloven.
Aan de leden van de kerk in Rotterdam-Centrum die zich bij de inmiddels Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) voegden, werd per brief meegedeeld dat ze uit het ledenregister werden verwijderd, omdat ze zich ,,bij een schismatiek gezelschap gevoegd'' hadden. En toen ik mij na mijn onderduiktijd aansloot bij de vrijgemaakt-gereformeerden, schreef mijn wijkpredikant daarover in de Gereformeerde Kerkbode van 28 juli 1945 de onware insinuaties: ,,Jongens van zeventien en achttien jaar, die nog nooit de kerkorde gelezen hebben, laat staan bestudeerd, weten u als dienaar van het woord wel te vertellen dat ze zich vrij moeten maken van die goddeloze besluiten van de generale synode en dat ze er geen dag en geen nacht langer onder mogen blijven verkeren!''
Over het antwoord op de vraag hoe dit alles in oorlogstijd gebeuren kon, hoeft geen onzekerheid te bestaan. Al op 6 augustus 1940 (bijna drie maanden na het begin van de oorlog) stelden twee particuliere synodes aan de generale synode voor de leergeschillen van de agenda af te voeren. Vergeefs. Een later ingediend verzoek van prof. Schilder, die inmiddels van de Duitsers een schrijfverbod had gekregen, werd afgewezen. Op 26 mei 1942 (Schilder was nu ook ondergedoken) waren er verzoeken van 21 classes en 16 kerkenraden, die met de genoemde particuliere synodes bijna twee derde deel van alle kerkleden vertegenwoordigden. Met 27 stemmen voor en 23 tegen werden die verzoeken op 27 mei 1942 verworpen en werd besloten de zaak in geheime zittingen te behandelen.
Uiteraard werd het volgende niet als grond voor deze besluiten vermeld, maar zo konden theologen die hun theologie tegen Schilders invloed wilden beschermen hun gang gaan. Schilder monddood (juist vanwege de oorlog) en zij van hun 'theologische overwinning' verzekerd (juist dankzij de oorlog).
D. de Jong is emeritus predikant en woont in Dordrecht
Ned.Dagblad 14-09-10






