GOUDA – „Welke betekenis hebben engelen voor ons persoonlijk? Ervaren we wel eens iets van de dienst van de engelen? Gods engelen zijn gedienstige geesten die Hij gebruikt om onze zaligheid te bevorderen.”
Dat zei ds. A. D. Goijert, hervormd predikant te Bunschoten en lid van het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandse Hervormde Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, zaterdag in Gouda. Tijdens de huishoudelijke vergadering van de mannenbond hield hij een lezing over engelen.
Engelen zijn tegenwoordig weer „in”, net als religie weer „in” is, aldus ds. Goijert. „Velen geloven weer in engelen, in beschermengelen of in een geesteswereld.” Volgens de predikant spreken niet-christenen over gidsen. „Maar wij hebben ook een Gids, het Woord van God.”
Engelen nemen in de Bijbel een belangrijke plaats in: ze komen in 42 van de 66 Bijbelboeken voor. „Ook in de Bijbel komen we mensen tegen die niet in engelen geloven. Denk maar aan de Sadduceeën.”
In de achttiende eeuw maakte een stroming in de theologie zich los van het geloof in het bestaan van engelen. „Maar wie niet in de hemel gelooft, gelooft ook niet meer in hemelburgers”, aldus ds. Goijert.
De Bijbel gaat ervan uit dat God engelen geschapen heeft. „Engelen zijn onze medeschepselen, waarschijnlijk geschapen op de dag van de schepping. Ze wonen bij God, als erewacht. Ze komen ook op aarde als boodschapper. Als zij verschijnen in glans, wat moet dan de majesteitelijke glans van God wel niet zijn?”
Op de vraag of er beschermengelen zijn, wordt volgens de predikant verschillend gedacht. Volgens hem heeft niet iedereen een persoonlijke engel. „Er staat een heel leger engelen om ons heen. Ze zijn waakzaam in ons hele leven.”
Christenen moeten nuchter reageren op allerlei bijzondere verschijnselen, vindt ds. Goijert. „Engelen zijn bedoeld om ons te vernederen, te verootmoedigen, ons te troosten, tot steun zijn, ons verwachting geven en om ons tot aanbidding te brengen.”
In zijn openingswoord stond de voorzitter van de mannenbond, ds. W. Westland, stil bij 2 Timotheüs 2:8. In deze tekst roept Paulus op Christus, de Opgestane, in gedachtenis te houden. „Houd Hem in het oog. Hij is Dezelfde als Jezus van Nazareth. Hij komt uit het zaad van David. Hij maakt Zijn Woord waar, zowel in de beloften als in de bedreigingen.”
Ref.Dagblad 10-04-10






