WASHINGTON - In acht landen is het zorgwekkend gesteld met de vrijheid van godsdienst, meldt het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Dezelfde acht stonden ook in 2006 op de zwarte lijst. Volgens een onafhankelijk adviesorgaan hadden er meer landen op moeten staan.
Het gaat om Birma, Eritrea, Iran, Noord-Korea, China, Saudi-Arabië, Sudan en Oezbekistan. De lijst is nog onder de verantwoordelijkheid van president George W. Bush samengesteld, maar nu door de huidige minister Hillary Clinton openbaar gemaakt.
Dat gebeurde nadat een door de overheid ingesteld adviesorgaan, de Commissie voor Internationale Vrijheid van Godsdienst, kritiek naar buiten bracht op de nieuwe toen nog niet openbaar gemaakte lijst. Het ministerie zou haar adviezen in de wind hebben geslagen. Ze had namelijk vier landen aanbevolen voor de zwarte lijst, te weten Pakistan, Turkmenistan, Vietnam en Irak. Ook wees ze er op dat de Bush-regering weliswaar Saudi-Arabië en Oezbekistan op de zwarte lijst heeft staan maar ze vervolgens vrijstelde van de wettelijk voorgeschreven sancties. Landen die op de zwarte lijst staan komen in aanmerking voor sancties en andere vormen van politieke en economische druk, zo is het Amerikaanse beleid.
De commissie hoopt nu dat de regering-Obama alsnog iets met deze kritiek gaat doen, zo meldt de Christian Post. Commissievoorzitter Felice Gear is vooral kritisch over de omgang met Saudi-Arabië. Het streng islamitische land schendt de vrijheid van godsdienst op grove schaal, bovendien is het een publiek geheim dat het land elders investeert in fundamentalitsche moslimgroeperingen. Toch is het land sinds enkele jaren vrijgesteld van sancties.
In de nu openbaar gemaakte rapportage legt het Amerikaanse ministerie overigens wel uit waarom Saudi-Arabië vrijgesteld is van sancties: het land kondigde in 2006 politieke hervormingen aan. Volgens Amerikaanse waarnemers zijn er daarna verbeteringen opgetreden in de rechtsorde
Ned.Dagblad 30-03-09






