APELDOORN – De prediking vanuit de Heidelbergse Catechismus lijkt in de gereformeerde gezindte langzaam maar zeker af te nemen. Tegelijk vindt bijna twee derde van de predikanten het „een groot verlies” als de catechismusprediking minder wordt, terwijl ruim een kwart dat als „jammer” bestempelt.
Dat blijkt uit een aselecte peiling die deze krant hield onder predikanten uit de Protestantse Kerk in Nederland (tevens lid van de Gereformeerde Bond), de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland), de Hersteld Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Circa 275 voorgangers kregen een enquête over de catechismusprediking toegestuurd. Van hen reageerden er ruim 170.
Een ruime meerderheid van de predikanten (82 procent) zegt altijd met vreugde uit de Heidelbergse Catechismus (HC) te preken. De frequentie daarvan loopt echter nogal uiteen.
Ongeveer de helft van de ondervraagden (48 procent) geeft aan vorig jaar tussen de 10 en de 25 catechismuspreken in de eigen gemeente te hebben gehouden. Bij ruim een kwart (26 procent) ligt dit aantal tussen de 25 en de 52. Dit laatste betreft in ieder geval alle predikanten uit de (Oud) Gereformeerde Gemeenten (in Nederland).
Een aantal voorgangers preekte in 2008 in de eigen gemeente niet vanuit de catechismus (8 procent) of deed dit minder dan tien keer (19 procent). Ter toelichting geven sommigen hierbij een specifieke reden aan, bijvoorbeeld dat in de leerdiensten het afgelopen jaar een ander belijdenisgeschrift centraal stond.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt het vaakst genoemd (73 keer) door predikanten die behalve uit de Heidelbergse Catechismus ook uit andere belijdenisgeschriften preken. Daarna volgen de Dordtse Leerregels (57 keer). Eén predikant geeft aan ook de Apostolische Geloofsbelijdenis (los van de HC), de geloofsbelijdenis van Athanasius en die van Nicea als uitgangspunt voor de verkondiging te gebruiken. De Catechismus van Genève wordt eveneens eenmaal genoemd.
De helft van de predikanten (51 procent) geeft aan nu even veel catechismuspreken te houden als tien jaar geleden. Vier procent zegt nu vaker naar aanleiding van de HC te preken, 18 procent minder vaak. Een kwart van de ondervraagden kon geen vergelijking maken, bijvoorbeeld omdat betrokkenen tien jaar geleden nog geen predikant waren of destijds in een andere situatie, zoals de zending, werkten.
Bij de vermindering van het aantal gehouden catechismuspreken speelt voor sommigen mee dat ze in het verleden alléén een gemeente dienden, terwijl ze nu met een of meer andere predikanten aan een gemeente verbonden zijn, of dat ze vaker ruilen. Diverse ondervraagden wijzen erop dat er minder ruimte is voor catechismuspreken „door verschillende bijzondere diensten (doop , jeugd , evangelisatiedienst).” Ook merkt een predikant op: „Lidmaten willen niet meer iedere zondag catechismusprediking (in oude stijl).”
In veel kerken worden geen catechismuspreken gehouden als in de leerdienst niet (een van) de eigen predikant(en) voorgaat. Circa 6 procent van de predikanten geeft aan dat voorgangers van buiten de eigen woonplaats „soms” vanuit de HC preken, een kleine 15 procent geeft aan dat dit „regelmatig” gebeurt. Predikanten uit met name de Gereformeerde Gemeenten wijzen erop dat er vaak een HC preek wordt gelezen als ze niet in hun eigen gemeente voorgaan.
De meeste predikanten uit de diverse kerken wordt bij een preekbeurt elders zelden (52 procent) of nooit (13 procent) gevraagd te preken over de HC Zondag die aan de beurt is. Grootste uitzondering vormen predikanten uit de GKV. Zij geven aan dat ze deze vraag regelmatig (62 procent) of vaak (31 procent) krijgen voorgelegd. Twee cgk predikanten zeggen bij kanselruil met de GKV regelmatig het verzoek te krijgen de HC als uitgangspunt voor de preek te nemen.
De bereidheid om in andere gemeenten tijdens de leerdienst een HC Zondag te behandelen blijkt groot. Op de vraag hoe predikanten op een verzoek daartoe reageren, antwoordt 75 procent: Daar ga ik in principe altijd positief op in. Nog eens 16 procent zegt: Dat doe ik soms. Een van de predikanten merkt op: „Ik zou het waarderen als meer vacante gemeenten mij vroegen uit de Catechismus te preken. Nu gebeurt dat zelden. Het is goed als in de (soms langdurige) vacaturetijd de catechismusprediking doorgaat!”
Een kleine 60 procent van de predikanten spreekt de verwachting uit dat de catechismusprediking zeker de komende tien jaar in de huidige frequentie zal blijven bestaan, terwijl krap 22 procent vermoedt dat die langzaam maar zeker minder wordt. Sommige predikanten tekenen bij dat laatste nadrukkelijk aan dat dit niet voor henzelf geldt, maar dat signalen uit de breedte van de kerken in die richting wijzen. Een enkeling voorziet dat de HC prediking juist zal toenemen. Nog weer anderen zeggen geen goed zicht te hebben op de ontwikkelingen op dit punt.
Een ruime meerderheid (65 procent) van alle deelnemers aan de enquête noemt het „een groot verlies” als de catechismusprediking zou afnemen, terwijl 28 procent dit als „jammer” bestempelt. Zo'n 6 procent heeft er geen moeite mee als de catechismusprediking minder wordt. Slechts twee predikanten zeggen het prima te vinden als de catechismusprediking verdwijnt.
Degenen die een van de laatste twee antwoordmogelijkheden aankruisten, maakten daarbij meer dan eens een kanttekening in de trant van: „Mits de leer op een andere manier wel aan de orde komt, op de catechese, in andere vormen van leerdienst.” Of: „Als er maar op een andere manier voor gezorgd wordt dat de prediking niet eenzijdig wordt en al helemaal niet af gaat wijken van de gereformeerde belijdenis.”
Ref.Dagblad 12-02-09






