Rien van den Berg
Daar gaat U dan. Ik zag het als een
kind zonder problemen voor me:
achter de laatste wolk, daar moest
de hemel zijn. Uw luchtkasteel.
Maar zien zoals een kind, dat kan
niet meer. Ik zie een ruimteveer de zon
passeren met aan boord een nieuwe
ruimtetelescoop, de hoop is nu dat wij
gezichten zullen zien, en dromen
dromen. Maar niet meer over U. Want
dat wij eens de poort van uw paleis
bereiken zouden, aankloppen... nee.
Waar bent U dan? Waar is uw hemel
nu? Bij U. U neemt uw hemel mee. Zo is
het steeds gegaan: U past zich telkens
weer aan ons beperkte blikveld aan.
U hebt gelijk: ik was er niet
toen U de hoeksteen van de aarde legde,
toen U tegen uzelve zegde: laat ons
de mensen maken naar ons beeld.
Mijn beeld van U is mensenbeeld, door U
geschetst. Ik weet alleen dat U er bent.
En dat U altijd anders bent en steeds
dezelfde. God, als mijn oude camera
onwrikbaar blijkt, volledig vastgeroest,
gebruik dan maar geweld en ruk hem af, zodat ik zicht krijg op de ruimte die U
bent. Dit afscheid doet verdriet, mijn
ogen tranen, maar de uwe niet. Ik zal
van nu af achter elke wolk U zien. Here
Jezus, hier ben ik, ziet u mij? Verlaat mij
niet. Ik leef alleen als U mij ziet.
Ned.Dagblad 20-05-09






