...vrijheid van godsdienst aangetast...
De christelijke partijen in het kabinet moeten in het geweer komen tegen de inperkingen van vrijheden door de gelijkheidsideologie van mensen als minister Plasterk, stellen Jan Kloosterman en Dirk-Jan Nijsink.
Een overheid die tegen haar burgers zegt: „Laat het maar aan ons over, wij weten hoe het moet” is niets anders dan wantrouwen waard. Het huidige kabinet lijkt zo'n overheid te zijn. Vooral de uitlatingen van minister Plasterk hebben ons enorm verbaasd en roepen verschillende vragen op. Hoe ver wil dit kabinet ingrijpen? Tot in het spirituele denkkader van mensen? Een beangstigend idee. Al langer lijkt de vrijheid van godsdienst te worden versmald, zowel in de politiek als bij de rechterlijke macht.
Belast met de emancipatie van onder andere homoseksuelen, opende Plasterk begin 2008 de aanval op orthodox-christelijke scholen. Plasterk -het zij hem nagegeven- maakt in de ontmoetingen en ook in de media steeds een aardige indruk, hoewel hij de gewenste gevoeligheid en voorzichtigheid soms totaal niet kan opbrengen. Een hinderlijke eigenschap voor een bewindspersoon met een gevoelige portefeuille.
Bovendien deugen zijn opvattingen inhoudelijk niet en al helemaal niet als vertegenwoordiger van het kabinet. Sterker nog, de overheid kan niet zomaar een uitspraak doen over de inhoud van theologische standpunten, zogenaamd met het argument dat het slechts gaat om een ”serie leef- en gedragsregels”.
Ook de rechterlijke macht deed eerder een vergelijkbare uitspraak. Het gerechtshof in Den Haag heeft in december 2007 uitgesproken dat de overheid maatregelen moet nemen tegen de SGP zodat deze partij niet alleen mannen, maar ook vrouwen verkiesbaar stelt voor volksvertegenwoordigende organen.
Buitenste schil
Daarbij wordt volgens het hof de vrijheid van godsdienst niet in de kern geschonden: „SGP-leden worden niet belemmerd in het belijden van hun geloof als zij gedwongen worden vrouwen niet uit te sluiten van het passief kiesrecht.” Hier werd aangegeven dat het 'slechts' gaat om een inperking van de „buitenste schil van godsdienstvrijheid.” Het was ook toen minister Plasterk die het ”vrouwenstandpunt” van de SGP „van de ratten besnuffeld” noemde.
Aanleiding voor de recente opmerking van Plasterk over de reformatorische scholen was de visienota van de VGS (Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs) over homoseksualiteit. De VGS verdedigt het reformatorische uitgangspunt dat de homoseksueel niet mag worden afgewezen, maar wel de zondige praxis. Minister Plasterk noemt dit verbazingwekkend genoeg „vernieuwend.” Het onderscheid tussen mens en gedrag is echter al tijden gangbaar in de christelijke mensvisie.
Het is ook verbazingwekkend dat een minister die de scheiding tussen kerk en staat belijdt, gaat voorstellen hoe een religieuze minderheid het concept naastenliefde zou moeten invullen. Waar de persoonlijke overtuiging daadwerkelijke consequenties voor anderen krijgt, in bijvoorbeeld het toelatingsbeleid voor personeel op een school, gaat de deur dicht. Net als met zijn reactie over een standpunt van de SGP komt hij ook nu met deze ongevoelige en onterechte uitspraken weg. Het kabinet zwijgt.
Begrenzing
Het benoemen van een zondige praxis behoort niet alleen tot een „serie leef- en gedragsregels”, zoals Plasterk suggereert. Het afwijzen en benoemen van zonde hoort wel degelijk bij het innerlijk van religie. Uit het geloof komt ook de gehoorzaamheid aan wat God vraagt voort. Wat Plasterk voorstelt, kan niet. De serie leef- en gedragsregels komt voort uit de diepste overtuiging, het geloof, om te doen wat God wil: God liefhebben boven alles en liefde tot medemensen. Juist die uitleving van godsdienst wordt geborgd in onze grondwet.
Verworven en in de grondwet geborgde vrijheden lijken nu te worden begrensd door een gelijkheidsideologie. Vrijheden worden gekoesterd, maar kennen een begrenzing daar waar het geloof vraagt om gehoorzaam te volgen. Op grond waarvan accepteert dit kabinet niet dat we daden als zondig willen afwijzen? Waarom maakt dit kabinet een groot punt van een groep in de samenleving die -geheel tegen de meerderheid in- een ander standpunt inneemt, maar wel degelijk goed functioneert binnen de Nederlandse samenleving?
Johan Quist stelt in zijn bijdrage (RD van 10 september) terecht dat Plasterk de vrijheid van godsdienst inperkt. Hij roept de christelijke politiek op tot „een krachtig geluid.” Zijn appel verdient wat ons betreft een adhesiebetuiging en dwingt ons tot spreken.
Het kabinet-Balkenende IV wordt bemand door de PvdA en twee christelijke partijen. Des te opvallender is het daarom dat vanuit deze regering geluiden klinken die de vrijheid van godsdienst aantasten. Het is beangstigend dat deze overheid zich gaat bemoeien met de inhoud van opvattingen van burgers.
De auteurs zijn respectievelijk voorzitter en jeugdwerkadviseur bij de SGP-jongeren.
Ref.Dagblad 23-09-08






