Terwijl westerlingen alles hebben wat hun buik begeert, brengt de mondiale voedselcrisis de bede ”Geef ons heden ons dagelijks brood” heel dichtbij.
Terwijl westerlingen alles hebben wat hun buik begeert, brengt de mondiale voedselcrisis de bede ”Geef ons heden ons dagelijks brood” heel dichtbij, schrijft Gertjan de Jong.
De gebaksopschriften bij Albert Heijn gaan steeds meer op gedichten lijken. Een bloemlezing. „Chocoladebruine parels van glanzend satijn gevuld met donzige slagroom” (chocoladesoezen). „Overdadige wellust van krokante crème onder een hagel van knapperige hazelnoot” (mokkagebak). „Luchtige verrassing verstopt onder een geheimzinnige laag Belgische chocolade” (chocolademoussetaart). „Roze velours over krokant knisperende laagjes die kraken tot in het zachte hart” (tompoezen). „Bakkersvuur gevangen in de warme kleuren van een traditionele appelpunt” (appeltaart).
Ook aan gewone maaltijden is er bij Albert Heijn geen gebrek. Kant-en-klaar, netjes verpakt in plastic. Keus genoeg. Van scampi en limoen met pappardelle, pasta met geitenkaas en honing-sjalotsaus tot een simpele Hollandse pot van saucijs, bloemkool en aardappelschijfjes (in roomsaus, dat dan weer wel).
In de Volkskrant lees ik deze week dat „echte ondernemers niet primair zijn gericht op het verkopen van spullen, maar helpen met het invullen van klantbehoeften.” Volgens journalist Jeroen Smit was Ab (Albert) Heijn zo'n echte ondernemer. „Hij bedacht voor ons Nederlanders op welk moment we toe waren aan ananas, wijn, kiwi, artisjok en aardbeien in de winter.”
Ongemakkelijke vragen
Verderop in dezelfde krant wordt duidelijk dat er een schaduwkant zit aan onze gegroeide eetbehoefte. Verslaggever Mac van Dinther schrijft naar aanleiding van de documentaire ”Smakelijk eten” van Walther Grotenhuis: „Er is geen verwender consument dan de moderne westerse mens. We kunnen eten wat we willen, wanneer we willen. Beperkingen van regio en seizoen zijn weggevallen. Eten is grenzeloos geworden: alomtegenwoordig en altijd beschikbaar.”
”Smakelijk eten” brengt de wereld achter ons bord in beeld. De Braziliaanse indiaan die machteloos toeziet hoe het regenwoud wordt platgebrand. Een Keniaanse herder tussen zijn graatmagere koeien die vergaan van de honger en dost. Het is geen zwart-witverhaal. De documentairemaker demoniseert niet de daders, maar idealiseert evenmin de slachtoffers. „Ze zouden net zo doen als wij”, lijkt hij te impliceren als hij de Amazone-indianen filmt tijdens een uitstapje naar de supermarkt waarbij ze hun karren volladen.
De documentaire werpt vooral ongemakkelijke vragen op, schrijft Van Dinther. Geen antwoorden. „Niemand heeft nog een antwoord op de mondiale voedselcrisis.” Die machteloosheid brengt het gebed dat Christus ons leerde erg dichtbij. Geef ons heden ons dagelijks brood.
De auteur is redacteur voor habakuk.nu en De Oogst, het maandblad van stichting Tot Heil des Volks
Ref.Dagblad 09-03-11






