AMSTERDAM - De tweede zittingsdag in de zaak-Wilders, is woensdag in een gespannen sfeer begonnen.
Opnieuw was het rechtbankvoorzitter Jan Moors die de verdediging tegen de haren instreek, nu door te zeggen dat hij het zich kon voorstellen dat een van de mensen die aangifte tegen Wilders deden, de film Fitna niet wilde zien. Deze vrouw verliet de rechtszaal.
Maandag was een uitlating van Moors over het gebruik van het zwijgrecht door Wilders reden voor advocaat Bram Moszkowicz om andere rechters te vragen. Dat verzoek werd niet ingewilligd. De advocaat sprak de rechtbankvoorzitter woensdag opnieuw aan op zijn uitlating, maar ging deze keer niet over tot wraking.
Moors bezwoer de verdediging dat hij geen waardeoordeel over Fitna bedoelde te geven, maar dat hij begreep dat de vrouw de film niet wil zien. Na vertoning van Fitna stelde de rechtbank er vragen over aan Wilders, maar die antwoordde niet. Daarna is de rechtbank begonnen met het voorlezen van (delen van) aangiften tegen de PVV-leider, die terechtstaat voor belediging van moslims en allochtonen en aanzetten tot haat en tot discriminatie.
Advocaat Moszkowicz zei dinsdag dat de mislukte wraking een teleurstelling was. Wel was hij blij dat de rechters die de wraking moesten beoordelen, de uitspraak van Moors over het beroep op het zwijgrecht ongelukkig geformuleerd vonden. ,,Voor Wilders is met de beslissing de schijn van partijdigheid van de rechtbank niet weggenomen'', aldus de raadsman.
De hoogleraren Henny Sackers en Theo de Roos vinden het onwaarschijnlijk dat Wilders wordt veroordeeld voor groepsbelediging en haatzaaien, bleek woensdag uit hun verklaringen, die de rechtbank in Amsterdam voorlas. Sackers heeft verklaard dat de context de strafbaarheid wegneemt van de vermeend beledigende uitspraken over de islam en moslims. Daarmee bedoelt hij dat Wilders een politicus is die zijn politieke gedachtengoed op consistente wijze en in het publieke debat heeft gedaan.
De Roos kan zich voorstellen dat mensen de uitspraken van Wilders kwetsend en angstaanjagend vinden, maar dat maakt ze nog niet strafbaar. Omdat de meeste uitlatingen tegen de islam en niet tegen moslims zijn gericht, zijn ze volgens hem niet strafbaar.
Wat betreft haatzaaien vindt Sackers dat in de uitlatingen waarvoor Wilders momenteel terechtstaat, het opruiende, ophitsende element ontbreekt om hem daarvoor te kunnen veroordelen. Als hij oproept tot het verbranden van de koran, lijkt dat een oproep aan de wetgever de wet te veranderen, stelt Sackers, en niet aan gewone mensen. ,,Vrijspraak ligt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het verschiet'', aldus Sackers.
De Roos kon zich vinden in de oorspronkelijke beslissing van het Openbaar Ministerie Wilders niet te vervolgen. Hij probeert zijn doel op democratische wijze te verwezenlijken, aldus De Roos. Hij wijst er bovendien op dat een proces ook een averechts effect kan hebben, doordat het een extra podium voor Wilders kan zijn.
De rechtbank in Amsterdam gaat verder met het proces tegen PVV-leider Geert Wilders. De zitting begon volgens schema om negen uur. Het proces loopt ondanks het eerdere wrakingsverzoek geen grote vertraging op.
Wilders staat terecht op verdenking van het beledigen van moslims en allochtone groepen en het aanzetten tot haat en discriminatie, zowel wegens ras als godsdienst.
Ned.Dagblad 06-10-10






