Ds. M. J. Kater
Volgens atheďsten is het christelijk geloof onredelijk. Maar speelt er bij het ontkennen van het bestaan van God niet meer een rol dan alleen rationele argumenten?
Veel mensen maken een tegenstelling tussen wetenschap en geloof. Wat wetenschappelijk is, beantwoordt aan de wetten van de logica. De inhoud van het geloof zou allerlei logische tegenstrijdigheden bevatten, bijvoorbeeld dat Jezus Christus zowel God als mens is. Die geloofsovertuiging wordt soms vergeleken met de bewering dat een figuur zowel een vierkant als een cirkel is. Omdat een vierkante cirkel nu eenmaal niet mogelijk is, is het geloof in Iemand die tegelijk God en mens is, dus ook onzin.
Nu kennen we allemaal de 'raadsels' rond de persoon van Jezus Christus. Het duizelt ons wanneer we geloven dat het Kind in de kribbe Dezelfde is als Hij Die de hele wereld in Zijn hand houdt. Toch is dat niet in tegenspraak met elkaar. Wij geloven immers niet dat Jezus God is en niet-God, mens en niet-mens. Dat zou inderdaad een logische tegenstrijdigheid zijn. De kerk van alle eeuwen belijdt echter wat anders, namelijk dat Hij beide is: werkelijk God en werkelijk mens.
Het probleem met het beeld van het vierkant en de cirkel is dat ze beide behoren tot de platte, tweedimensionale figuren, zoals een kubus en een bol beide ruimtelijke, driedimensionale figuren zijn. God behoort niet tot dezelfde dimensie als de mens. Het is opvallend dat allerlei ”platlanders” –mensen die ontkennen dat er een hogere dimensie is dan waarin wij leven en daarom het bestaan van God ontkennen– tegelijkertijd wel geloven in bijvoorbeeld een elfdimensionale ruimte op microniveau. Van een dergelijke 'ruimte' kunnen we ons ook geen voorstelling maken, maar niettemin geloven wetenschappers erin. In Genčve staan indrukwekkende apparaten opgesteld waarmee gepoogd wordt om dat te bewijzen.
Jaloersheid
Het voorbeeld van de vierkante cirkel onderstreept dat de taal van het christelijk geloof boven onze rede uitgaat, maar er niet mee in tegenspraak is. Maar het laat ook zien dat het bij de verdediging van het christelijk geloof om meer gaat dan het gebruik van de rede en de wetten van de logica.
Waarom houden we van de een en hebben we een hekel aan de ander? Vaak kunnen we daar geen sluitende, redelijke verklaring voor geven. Ook al zou iemand het er niet naar maken dat we een hekel aan hem hebben, toch kan ons hart een dergelijk signaal afgeven omdat we die ander als een sta-in-de-weg ervaren. De bron is dan bijvoorbeeld jaloersheid.
Toch proberen we bij dit onredelijke gevoel redelijke argumenten te zoeken. Vervolgens stellen we dan niet meer ons onderliggende probleem ter discussie –onze jaloersheid– maar brengen we onze argumenten in stelling. De diepste reden blijft onbesproken. Daarvan zijn we ons soms niet eens meer bewust. Wanneer iemand onze argumenten gaat betwisten en aantoont dat ze onredelijk zijn, wordt een beweging gemaakt richting ons hart. Juist dan kan blijken dat ons hart de eigenlijke reden niet zo maar prijs wil geven. Dat kan zich uiten in een zekere felheid in onze verdediging.
Op dezelfde manier is het ontkennen van het bestaan van God nooit alleen gebaseerd op rationele overwegingen. „Ik geloof alleen wat ik zie” is geen redelijke veronderstelling. Je kunt ook geen redelijke verklaring geven waarom iemand op microniveau (celkernen) wel gelooft in meer dimensies dan hij zich kan voorstellen en op macroniveau (de kosmos) niet.
Wat is dan het daar onderliggende probleem? Dat is het probleem van het hart. De atheďst wil geen hogere dimensies erkennen omdat hij niet wil dat er een God bestaat Die hem een keer ter verantwoording kan roepen, waardoor hij verantwoordelijk is voor zijn doen en laten. Het is nuttig om bijvoorbeeld in het debat over schepping en evolutie –waarin veel redelijke argumenten worden gebruikt– ook dit probleem ter sprake te brengen.
Blaise Pascal
Maar ook als iemand erkent dat er geen logische tegenspraak te vinden is in de belijdenis van Jezus als werkelijk God en werkelijk mens, dan is daarmee het hart nog niet automatisch geopend voor het werk van Jezus. Een Jezus Die niet meer is dan een mens kan ik gerust scharen in de rij van grote denkers of dwaze idealisten uit het verleden. Maar als deze Jezus werkelijk God is in eigen Persoon, dan ben ik nog niet van Hem af. Trekt iemand die dat gelooft daar altijd de consequenties uit? Ik meen van niet. Kijk alleen maar naar welke argumenten wij zelf gebruikten om onszelf te handhaven tegenover God. Wees daar ook eerlijk in tegenover anderen.
Het blijkt dus heilzaam te zijn om je eigen hart enigszins te kennen vanuit de ontmoeting met de levende God. Wat je tegenover anderen wilt uitleggen en verdedigen, is wat tegenover onze eigen gedachten ook gedaan moet worden. Apologetiek is niet alleen maar bedoeld voor de buitenwereld. In mijn 'binnenwereld' leven precies dezelfde gedachten.
De taal van het hart is een eigen taal. Het ging in het voorbeeld hierboven over haat, maar je kunt hetzelfde zeggen van liefde. Ook daarvoor kun je geen sluitende verklaring geven. Het gaat om een ander die je hart inneemt. Dat geldt te meer voor de Ander, Die ons tegemoetkomt in Zijn Woord.
„Het hart heeft zijn redenen, die het verstand niet kent”, zo zei de filosoof Blaise Pascal (1623-1662). Dat is geen reden om het christelijk geloof te beperken tot een zaak van geloof of ongeloof, van slikken of stikken. Op weg naar het hart van de ander kunnen redelijke argumenten zeker een plaats krijgen. Je zou kunnen denken aan een oude onderscheiding over wat geloven is: kennis, toestemmen en vertrouwen. Juist de eerste twee elementen kunnen een redelijke verantwoording heilzaam maken voor anderen. Gelukkig is het eerste en laatste woord aan de Heilige Geest zelf.
Ds. M. J. Kater, christelijk gereformeerd predikant te Sint Jansklooster en docent apologetiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn
REf.Dagblad 05-02-10






