door onze redacteur Eduard Sloot
NIJKERK - Hadden de rooms-katholieke bisschoppen eerder toegestaan dat katholieken lid werden van een interconfessionele vakbond, dan was CNV nu groter geweest dan vakcentrale FNV, zegt promovendus Piet Hazenbosch.
Nadat vakcentrale CNV als interconfessionele vakbond was opgericht, verboden de bisschoppen in 1912 het kerkvolk lid te worden. Pas in 1965 trekken de bisschoppen dat verbod in, als gevolg van de veranderingen in de rooms-katholieke kerk naar aanleiding van het Tweede Vaticaans Concilie.
Juist het intrekken van dat verbod doet de rooms-katholieke vakbond NKV opschuiven naar de socialistische NVV, zegt Hazenbosch. ,,Dat leidde tot overreactie bij het NKV. De bond schreef een nieuw visieprogramma, met daarin allerlei marxistische ideeën, gebaseerd op de bevrijdingstheologie uit Zuid-Amerika waarin bevrijding van onderdrukking en sociale onrechtvaardigheid centraal stonden. Het denken van het NKV kwam daardoor meer in het verlengde van het NVV te liggen.'' Als in 1972 onderhandelingen starten over één federatieve vakbond van CNV, NVV en NKV gaan uiteindelijk alleen NVV en NKV samen verder als FNV.
Mochten rooms-katholieken al in 1909 lid worden van het CNV, dan had een fusie tussen CNV en NKV meer voor de hand gelegen. Hazenbosch. ,,Dan waren de arbeidsverhoudingen in Nederland heel anders geweest. Dan was het CNV misschien net zo groot geweest als het FNV nu. NKV en CNV waren in de jaren zestig ongeveer even groot als het NVV.''
Dit stelt Piet Hazenbosch bij de publicatie van zijn boek Voor het volk om Christus' wil. Een geschiedenis van het CNV, uitgebracht bij Uitgeverij Verloren, Hilversum.
Ned.Dagblad 12-05-09






