door Piet H. de Jong
In verlicht Nederland is het gemeengoed de inbreng van religie in het publieke domein als negatief te bestempelen. In de naam van religie zijn immers tal van oorlogen gestreden. Hoewel dit een enorme karikatuur is, kan het geen kwaad kritisch te zijn over wat christenen aan de samenleving (kunnen) bijdragen.
Donderdag publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), een rapport over vrijwilligerswerk. Dat rapport laat zien dat er een positieve relatie bestaat tussen trouwe kerkgang en inzet voor de samenleving. Onderzoeker dr. Joep de Hart zegt in deze krant dat er een ,,grote maatschappelijke leegte zou achterblijven als de kerken niet meer zouden bestaan''.
De socioloog keert zich op grond van de onderzoeksgegevens tegen de theoloog Harry Kuitert die meent dat de rol van de kerken is uitgespeeld, omdat anderen de waarden van de kerk hebben overgenomen. De Hart zegt met de onderzoeksgegevens in zijn hand, dat de kerk, ook sociologisch, nog altijd een belangrijke rol speelt in de samenleving.
Daarbij komt dat in de kerk niet alleen voor eigen parochie wordt gepreekt. De inzet van veel kerkelijke vrijwilligers richt zich niet alleen op geloofsgenoten. De Hart vindt een compliment aan de trouwe kerkgangers daarom op zijn plaats, zeker in een tijd dat veelal neerbuigend over de inzet of zelfs de bedoeling van gelovigen wordt gesproken. Zij doen hun vrijwilligerswerk in een omgeving die zich meer en meer voordoet als een seculiere meerderheidscultuur.
Nu is het natuurlijk altijd leuk een compliment te ontvangen en het is ook goed dat in dankbaarheid te aanvaarden. Maar dan wel in het besef dat het motief om je in te zetten voor de naaste afkomstig is van God zelf. Hij gaf met het gebod God en de naaste lief te hebben zijn schepselen een richtsnoer dat in alle tijden en onder alle omstandigheden, goed is om na te leven.
Het SCP-onderzoek biedt de trouwe kerkganger ook stof tot nadenken. De groepen christenen in het protestantisme die als 'zeer orthodox' te typeren zijn, de 'bonders' en de 'vrijgemaakten' beperken hun vrijwilligerswerk vooral tot de eigen kerkelijke kring. Dat kan, oppert de onderzoeker, te maken hebben met een neiging tot wereldmijding. Daarin weerklinkt mogelijk het Bijbelwoord dat de navolgers van Christus wel in deze wereld, maar niet van de wereld zijn. Het kan ook zijn dat door de vele uren die er al besteed worden aan vrijwilligerswerk in eigen kring er simpelweg geen tijd overblijft voor de 'wereld'.
Deze gegevens zijn de moeite waard om persoonlijk en in kerkelijke kring te overdenken. Is het aantal uren dat in vrijwilligerswerk wordt gestoken goed besteed? Een neiging tot wereldmijding laat zich hoe dan ook moeilijk verenigen met het christelijke gebod van de naastenliefde. Dat gebod is tijd- noch plaatsgebonden en discrimineert niet.
Ned.Dagblad 09-05-09






