door Piet H. de Jong
De Nederlandse jeugd hoort, in vergelijking met Europese leeftijdgenoten, tot de top van alcoholgebruikers. Dat feit was al een paar weken bekend. Donderdag kwamen daar verontrustende cijfers van kinderen die met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis belanden bij.
In de leeftijd tussen tien en zeventien jaar kregen in 2008 337 kinderen een alcoholvergiftiging. Dat is een stijging met 13 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Het kan zijn, zoals minister Rouvoet opmerkte, dat met de extra aandacht voor dit probleem en de toegenomen registratie van de 'comakids' de werkelijke stijging wellicht meevalt. Die statistische relativering doet niets af aan een probleem dat de spuigaten uitloopt.
Dat probleem van (coma)zuipende kinderen is op de kaart gezet door de Delftse kinderarts Nico van der Lely. Hij zette in zijn ziekenhuis een speciale polikliniek op voor de behandeling van dronken jongeren. Daarbij worden ouders intensief betrokken. Zijn initiatief heeft inmiddels in diverse steden navolging gekregen. Van der Lely heeft krachtige argumenten om acuut een eind te maken aan verzachtende praatjes als zou een keertje dronken worden niet zo erg zijn. Nee dus, zegt deze kinderarts. De hersenen groeien door tot iemand 23 is. Dat betekent dat in geval van een alcoholvergiftiging hoe jonger iemand is hoe groter de kans op blijvende hersenschade. De toekomst die kinderen, door hun schoolloopbaan, hadden kúnnen krijgen neemt af omdat hun denk- en leervermogen is aangetast door de alcohol.
Mede door deze gegevens zijn recente alcoholcampagnes erop gericht ouders ervan te overtuigen dat het voor hun kinderen het beste is het nuttigen van alcohol zo lang mogelijk uit te stellen. Tijdens een Kamerdebat donderdag over de pakweg 1500 drankketen, legde minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken daar nog eens de vinger bij. Het is natuurlijk prima dat er Haagse politieke druk wordt uitgeoefend om gemeenten aan te zetten tot een lokaal alcoholbeleid. Drie op de vier gemeenten hebben dat nog niet voor elkaar. Ook is het goed dat er verscherpte controle op leeftijd is bij de verkoop van alcohol in supermarkten. De kern van de problematiek ligt echter in het gezin.
De veelgebruikte aanpak van ouders om onder begeleiding kinderen 'te leren drinken' - een slokje is niet zo erg - is een fabel gebleken. Het is eerder het eigen, volwassen drinkgedrag dat kinderen, soms op zeer jonge leeftijd, tot drinken aanzet. Het jongste kind dat vorig jaar met een vergiftiging in het ziekenhuis werd opgenomen was elf jaar oud. Dan dringt zich de sombere vaststelling van Van der Lely op: 'Het wachten is op de eerste jongere die zich dood drinkt'. Voor het zo ver komt is het aan ouders het roer opvoedkundig drastisch om te gooien. Zij moeten in hun gezin met de kinderen niet gaan polderen over drankgebruik, maar de moed hebben zo lang mogelijk 'nee' te zeggen.
Ned.Dagblad 17-04-09






